CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo VS11 - Onroerende zaakbelastingen__1667183__

Raadsvergadering 8 juli 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Kadernota 2026 en meerjarenraming (+bezuinigingen)833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO MEMO AAN MEMO VAN

Gemeenteraad College van B&W

TEAM CC DATUM ONDERWERP

8 juli 2025 VS11 – Onroerende zaakbelastingen

Eén van de bezuinigingsmaatregelen (VS11) om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting 2026 is het verhogen van de OZB-tarieven woningen en niet-woningen naar de landelijk gemiddelde tarieven. Deze mogelijkheid is uitgewerkt als verhoging van de opbrengst van de OZB van eigenaren voor zowel woningen als niet-woningen. Het voorstel is om dit stapsgewijs te verhogen met 2,5% per jaar extra OZBopbrengst (exclusief de jaarlijkse inflatie). Voor de jaarschijf 2026 betekent dit een aanvullende opbrengst van ca. € 300.000 oplopend tot ruim € 1,2 miljoen in 2029. Bij de behandeling in de commissievergadering van 24 juni jl. is door meerdere fracties in uw gemeenteraad te kennen gegeven dat zij geen voorstander zijn van verhoging van de OZB in 2026. Zij overwegen om voor te stellen de verhoging in 2026 achterwege te laten en deze pas per 2027 door te voeren. Gevolg is een lagere opbrengst van ca. € 300.000 in elke jaarschijf, waardoor, in ieder geval voor 2029, alternatieve dekking nodig is. Standpunt toezichthouder Naar aanleiding van de discussie in de commissievergadering is ambtelijk contact gezocht met onze toezichthouder bij de provincie. De vraag is voorgelegd hoe deze aankijkt tegen het niet in 2026, maar vanaf 2027 doorvoeren van de betreffende verhoging van de OZB.

Hierop is aangegeven dat de provincie de variant waarbij de stijging in 2026 0% is of minder hoog dan in de volgende jaren niet zal toe staan. De reden is dat we voor repressief toezicht afhankelijk zijn van een structureel en reëel sluitende begroting in de jaarschijf 2029. De OZB pas vanaf 2027 verhogen, neigt voor de toezichthouder naar vooruitschuiven. Dit spreekt de intentie tegen en er is hiermee geen sprake van een redelijke stijging/ingroeipad (zie volgende pagina voor de onderbouwing vanuit de toezichthouder). Lagere %-stijging Om de stijging van de OZB in 2026 te temperen is het mogelijk om deze jaarlijks niet met 2,5% extra, maar met een lager percentage te laten stijgen. Dit betekent dat de jaarlijkse lasten voor een gemiddeld huishouden niet met € 9 stijgen, maar met een lager bedrag. Dit betekent wel dat er jaarlijks alternatieve dekking nodig is. Elke 0,5% lagere extra stijging betekent dat ca. € 60.000 aan aanvullende dekking nodig is. Compensatie via rioolheffing Een eventuele andere mogelijkheid is om de extra stijging van de OZB in 2026 eenmalig te “compenseren” via het tarief van de rioolheffing. De nu voorziene extra stijging van de OZB-opbrengst wordt dan verrekend via het tarief van de rioolheffing. Concreet betekent dit dat het betreffende bedrag wordt onttrokken aan de egalisatievoorziening rioolheffing.

Hierbij dient wel het volgende te worden opgemerkt. Doordat de OZB-stijging gebeurt via een eigenarenheffing en compensatie in dit geval plaatsvindt via een gebruikersheffing, lopen betaling en compensatie niet per definitie gelijk. Zo ontvangen huurders wel compensatie, maar betalen zij niet direct rechtstreeks mee aan de extra OZB-stijging. Het omgekeerde geldt voor bijvoorbeeld eigenaren van garageboxen. Maar, in grote lijnen kan hiermee de stijging van de woonlasten worden getemperd.

1584366 / 1667183 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl

Onderbouwing vanuit toezichthouder In artikel 203 GW staat lid 1 staat: De begroting, bedoeld in artikel 189, van het eerstvolgende begrotingsjaar alsmede de daarop betrekking hebbende begrotingswijzigingen behoeven de goedkeuring van gedeputeerde staten, indien naar hun oordeel de begroting, bedoeld in artikel 189, niet structureel en reëel in evenwicht is en blijkens de meerjarenraming, bedoeld in artikel 190, niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een structureel en reëel evenwicht tot stand zal worden gebracht. Gedeputeerde staten doen hiervan vóór de aanvang van het begrotingsjaar mededeling aan het gemeentebestuur” Ergo de begroting moet naar het oordeel van GS structureel en reëel in evenwicht zijn. Is dit niet het geval dan moet de gemeente, als het voor repressief toezicht in aanmerking wil komen, het aannemelijk maken dat zij in de meerjarenraming dit structureel en reëel evenwicht zullen behalen. Dit ook naar het oordeel van GS. Vanuit Financieel Toezicht zijn er drie belangrijke redenen waarom de keuze om in 2026 af te zien van een OZB-verhoging de meerjarenraming minder overtuigend structureel en reëel sluitend maakt en dus niet toestaan: 1. Geen harde besluitvorming in het komende begrotingsjaar De gemeenteraad stelt jaarlijks alleen de tarieven voor het komende jaar vast.

Door in 2026 geen verhoging door te voeren, ontbreekt een concreet en formeel vastgesteld besluit in het meerjarenpad. Daarmee ontbreekt het enige harde onderdeel in de reeks geplande verhogingen. 2. Grote stap in 2027 is kwetsbaar Een verhoging van 5% bovenop inflatie in 2027 is fors. Omdat dit besluit pas later genomen moet worden, is er nu nog weinig zekerheid dat het ook echt doorgaat. Dat maakt de raming minder aannemelijk. 3. Begrotingsmaatregel pas na verkiezingen Doordat de verhoging pas na de verkiezingen start, lijkt het op het uitstellen van een lastige maatregel. Er is nog geen politiek draagvlak of bestuurlijke verankering.

pag. 2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=ea169845-b669-4f8b-a14a-7b70fc7268c8