CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo informatiegesprek 12 april 2021 (anonimisering in tekst verwerkt).pdf

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Herziening bestemmingsplan (De Klomp)947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

21-0001181 ZK19005196/ 21-0001181 Uitgaand Het wijzigen van het bestemmingsplan Provincialeweg Oost 69 21-0001181 en 71 Haastrechtmemo informatiegesprek

Memo informatiegesprek 12 april 2021 Naam vraagsteller: Naam opsteller:

Gemeenteraad College van burgemeester en wethouders

Datum: Versie:

15 april 2021

Aanleiding Op 12 april 2021 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen twee ambtenaren betrokken bij het dossier met twee raadsleden. Aanleiding voor het gesprek is de behandeling van het raadsvoorstel tot het niet herzien van het bestemmingsplan voor de percelen naast Provincialeweg Oost 69 te Haastrecht in de raadscommissie van 6 april 2021. Een van de raadsleden heeft contact gehad met de eigenaar van het perceel “De Klomp” (hierna: initiatiefnemer) en diverse documenten ontvangen. Op basis daarvan heeft een raadslid een voorstel gedaan voor een oplossing in dit langlopende dossier. Tijdens de raadscommissie heeft wethouder De Wit een gesprek voorgesteld met de behandelend ambtenaren om ook het verhaal van de gemeente aan te horen. Een drietal raadsleden stelden dit op prijs en gaven te kennen hiervan gebruik te willen maken. Tijdens dit gesprek is één vraag gesteld waarop een schriftelijke beantwoording is gevraagd.

Vraag Kan de gemeente op basis van de overgelegde stukken door een raadslid en de eerdere uitspraken van de commissie bezwaarschriften en rechters in deze casus beoordelen of de initiatiefnemer op basis van de brief van 29 januari 2004 een pleitgrond heeft waardoor de voorgestelde besluitvorming een andere richting op zou kunnen gaan?

Antwoord Tijdens het informatiegesprek op 12 april 2021 gaf de PvdA aan dat het twee vrijstaande woningen waren op het perceel Provincialeweg Oost 69/71 te Haastrecht. Uit bijgevoegde foto’s blijkt duidelijk dat hier geen sprake van was (Bijlage 1). De panden waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. Sloop van één van beide panden heeft in bouwkundig opzicht consequenties voor de andere woning. Dit is al op 22 februari 2007 aan de raad van de voormalige gemeente Vlist kenbaar gemaakt. Rechtsprocedures Door de PvdA zijn de verslagen van de commissie bezwaarschriften uit 2003 overgelegd. Op 23 januari en 20 maart 2003 zijn er hoorzittingen geweest bij de commissie bezwaarschriften. Het betrof een bezwaar tegen de geweigerde omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op het perceel Provincialeweg Oost 71 te Haastrecht (BV02098). De commissie bezwaarschriften heeft geadviseerd het bezwaarschrift gegrond te verklaren. Echter het college van de voormalige gemeente Vlist heeft dit advies niet overgenomen en het bezwaarschrift ongegrond verklaard. Bij de uitspraak in

hoger beroep heeft de Raad van State bepaald, dat de geweigerde bouwvergunning met het daarin opgenomen verzoek om vrijstelling aan de raad voorgelegd had moeten worden. Na deze uitspraak heeft de raad de vrijstelling geweigerd. Tegen deze weigering zijn opnieuw alle rechtsmiddelen aangewend. Uiteindelijk heeft de Raad van State op 27 augustus 2008 definitief uitspraak gedaan in deze zaak (Bijlage 2). Op dat moment was de gevraagde vergunning verleend, omdat aan de vergunning een sloopvoorwaarde verbonden is en daarmee voorkomen wordt dat er een woning wordt gerealiseerd zonder dat het bestaande pand zou worden gesloopt. Lopende de procedure is de nummeraanduiding aangepast naar nummer 69. Brief 29 januari 2004 Op 29 januari 2004 is er een brief gestuurd aan de initiatiefnemer, dat de gemeente besloten heeft de provincie medewerking te vragen voor een herziening van het bestemmingsplan. Aan deze brief ligt een besluit van 21 januari 2004 ten grondslag. In dit besluit staat duidelijk vermeld dat de aanvrager een exploitatieopzet dient te overleggen en de kosten van een planherziening in principe voor diens rekening zijn. Het feit dat de provincie een akkoord gegeven heeft voor een bestemmingsplanherziening zegt niets over wie de kosten voor zijn rekening neemt. Standaard draagt een initiatiefnemer deze kosten, die komen niet voor de gemeenschap.

In dit dossier is dat niet anders. Dit blijkt ook uit de uitspraak van de Raad van State van 19 oktober 2011 (Bijlage 3). Meerdere malen is de initiatiefnemer er op gewezen dat als hij de benodigde stukken aanlevert, waaruit blijkt dat er geen beletselen zijn, er medewerking verleend kan worden aan de realisatie van de tweede woning. Daartoe is er door de raad een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Concreet betekent dit dat het college bevoegd is hierin een besluit te nemen. Uit het feitelijk handelen van het college en de raad van de voormalige gemeente Vlist kan duidelijk worden opgemaakt dat de brief van 29 januari 2004 niet gelezen kan worden dat de gemeente zorg draagt voor de uitvoering van een bestemmingsplanherziening waarbij er zonder afwijkingsprocedure een woning gerealiseerd kan worden. In het voorontwerp bestemmingsplan Landelijk Gebied (van de voormalige gemeente Vlist) heeft een dubbele woonbestemming gestaan. Naar alle waarschijnlijkheid is deze bij het opstellen ontwerpbestemmingsplan Landelijk Gebied 2010 (van de voormalige gemeente Vlist) verwijderd, omdat de initiatiefnemer heeft nagelaten de ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende onderzoeken te overleggen.

In de zienswijze van de initiatiefnemer op deze wijziging heeft hij slechts gevraagd om ter plaatse van de Provincialeweg Oost 69, het bestemmingsvlak ‘Wonen’ te vergroten, waardoor de verhouding gebouw en tuin met elkaar in verhouding kan worden gebracht en meer overeen komt met omliggende woningen. Indien dit verzoek niet kan worden ingewilligd dan verzoekt reclamant tenminste de grenslijn met het achterliggende perceel recht te trekken. Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het plan voor zover dit het rechttrekken van de grenslijn betreft. Er is in deze zienswijze dus niet gereageerd tegen het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid voor het realiseren van een tweede woning. Evenmin heeft de initiatiefnemen beroep ingesteld. Daarmee wordt berust in het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan.

Conclusie Nadere bestudering van de overgelegde stukken en de uitspraken van de Raad van State in dit dossier leiden niet tot een ander voorstel over het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan.

2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=083deedf-75f3-438c-923f-f8d2ccb0b58e