CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

M25-064 PK, Zorgvuldige besluitvorming Haastrecht Zuid (incl. bijlagen)

Raadsvergadering 18 november 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Zorgvuldige besluitvorming Haastrecht Zuid17.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

MOTIE

Vreemd aan de orde van de dag

Nr: M25-064 Datum: 18 november 2025 Onderwerp: Zorgvuldige besluitvorming Haastrecht Zuid

De raad van de gemeente Krimpenerwaard in vergadering bijeen d.d. 18 november 2025 constaterende dat:     

 

uit provinciale WOO-stukken blijkt dat de provinciale instemming van 18 juni 2025 tot stand kwam zonder volledige toetsing, zonder GS-besluit, en uitsluitend via een intern portefeuilleoverleg dat expliciet niet is geagendeerd voor GS-besluitvorming; in dezelfde instemming ook vooraf akkoord is gegeven op het later toevoegen van een extra woning, terwijl deze uitbreiding nooit formeel is beoordeeld; de provincie en de Provinciale Ombudsman op dit moment onderzoeken of de 3ha-berekening correct is toegepast en of het proces zorgvuldig is verlopen; volgens het officiële biotooprapport van de Boezemmolen (molenbiotoop 98A) het grootste deel van Haastrecht Zuid binnen de 100–400 meter biotoopzone ligt, waar de maximale bouwhoogte varieert van 3 tot circa 7 meter; volgens de officiële overstromingskaart van de overheid (overstroomik.nl) aan dat voor dit gebied een minimaal veilig vluchtniveau van ongeveer 3,5 meter boven maaiveld noodzakelijk is, waardoor het technisch onmogelijk is om zowel aan de bouwhoogtebeperkingen van de molenbiotoop als aan de waterveiligheidseisen van het Hoogheemraadschap te voldoen en de beoogde woningbouw dus planologisch en fysiek onuitvoerbaar is; de onafhankelijke EcoNatura contra-expertise bevestigt dat het plangebied direct grenst aan het Natuurnetwerk Nederland, functioneert als refugium voor weidevogels, en ecologisch en hydrologisch kwetsbaar is,

waardoor een volledige herbeoordeling noodzakelijk is; de Raad van State in 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1012) slechts een beperkte agrarische ontgrenzing van circa 5 hectare toestond en overwoog dat “de omvang van het gebied beperkt is en niet cruciaal is voor het bereiken van de natuurdoelen van het NNN”, waarbij het plan “niet in woningbouw voorziet” - waardoor deze uitspraak dus geen enkele basis vormt voor woningbouw op deze locatie; woningbouw op deze locatie dus opnieuw volledig door de provincie moet worden beoordeeld;

van mening dat:  het voor de gemeente onverstandig en financieel risicovol is om door te gaan met een plan waarvan de provinciale basis mogelijk niet op orde is;  een zorgvuldige besluitvorming betekent dat eerst duidelijk moet zijn wat de provincie wel en niet toestaat;  de gemeente geen onnodige risico’s moet nemen met gemeenschapsgeld;  vooruitlopen op een plan dat door de provincie mogelijk wordt aangepast of afgekeurd niet past bij goed bestuur;  pas kan worden doorgegaan zodra er heldere en definitieve provinciale besluiten liggen; draagt het college op: 1. de verdere uitwerking van het plan Haastrecht Zuid / Eilandenrijk tijdelijk stop te zetten totdat de provincie Zuid-Holland de gevraagde herbeoordeling heeft afgerond; 2. tot die tijd geen besluiten of verplichtingen aan te gaan die het project onomkeerbaar maken; 3. de raad direct te informeren zodra de provincie duidelijkheid heeft gegeven en de gevolgen daarvan inzichtelijk te maken;

en gaat over tot de orde van de dag,

Ondertekening: Ad Struijs, Pro Krimpenerwaard

Stemming: VGBK 6

VVD 3

CDA 3

SGP 5

Lok1 1

CU 2

Voor

Tegen

Uitslag:

S. van Dijk,

ir. J. Beenakker,

Griffier

Burgemeester

PK 3

D66 1

LK 4

GL-PvdA 2

RdG 1

Totaal

Confidential

Confidential

• • •

Confidential

Confidential

• • • •

Confidential

Confidential

• • • •

• • • •

•

Confidential

Postadres Provincie Zuid-Holland T.a.v. secretariaat van de bezwarencommissie Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 6093 rechtsbescherming@pzh.nl

Details van het ingeleverde formulier Inleverdatum

12-11-2025 09:22:26

Referentie

23484

Product naam

Klacht en Bezwaar

Aantal bijlagen

10

Aanvrager Gegevens aanvrager Burgerservicenummer Voorletters. Voornamen Tussenvoegsel Achternaam Postcode Huisnummer Huisnummertoevoeging Huisletter Straatnaam Woonplaats Toelichting adres Telefoonnummer 1 Telefoonnummer 2 E-mailadres Bezwaar of klacht Heeft u last van stank, lawaai, rook en

Nee

dergelijke en / of wilt u een klacht of melding indienen ten aanzien van het milieu? Geef hier aan welke situatie van

Ik ben het niet eens met een besluit van de

toepassing is

Provincie Zuid-Holland

U dient dit formulier mede in namens een

Ja

of meerdere andere personen?

Page 1 of 2

Waar gaat het besluit over waartegen u bezwaar wilt maken?

De informele instemming van Gedeputeerde Staten d.d. 18 juni 2025 met de 3haberekening voor het woningbouwplan Haastrecht Zuid (Eilandenrijk), alsmede het uitblijven van handhaving op grond van artikel 7.47 Provinciale Omgevingsverordening.

Welke datum staat op het besluit?

18-6-2025

Wat is het kenmerk van het besluit waartegen u bezwaar maakt?

Informele instemming Gedeputeerde Staten Zuid-Holland d.d. 18 juni 2025 met de 3 haberekening voor woningbouwplan Haastrecht Zuid (Eilandenrijk), zoals blijkt uit provinciale e-mailcorrespondentie in het Woo-dossier PZH-2025-882558801

Wat is uw bezwaar?

Bezwaar en Handhaving: Het bewonerscollectief Haastrecht Zuid verzoekt GS formeel om de instemming van 18 juni 2025 met de 3ha-berekening voor Haastrecht Zuid in te trekken, het plan opnieuw te beoordelen, en handhavend op te treden tegen de gemeente Krimpenerwaard wegens overtreding van de Provinciale Omgevingsverordening. De volledige motivering is opgenomen in de bijgevoegde brief met bijlagen.

Wilt u de omschrijving van uw bezwaar als bijlage toevoegen (bezwaarschrift)?

Ja

Bijlagen Bijlage

machtiging.pdf

Bijlage

bezwaar- en handhavingsverzoek haastrecht zuid en toepassing 3ha-regeling.pdf

Bijlage

1 email 16 april 2025 13.51_geredigeerd.pdf

Bijlage

2 bijlage email 1_geredigeerd.pdf

Bijlage

3 email 18 juni 2025 09.50_geredigeerd.pdf

Bijlage

4 email 3 maart 2025 11.44_geredigeerd.pdf

Bijlage

5 oplegnotitie 16 juni 2025_geredigeerd.pdf

Bijlage

6 20240708 voorwaarden 3ha locatie sliedrecht vertaling naar locaties in krimpenerwaard.pdf

Bijlage

econatura rapportage 2025066_natuurwaardenonderzoek ecologische contra-expertise haastrecht zuid_oskam.pdf

Bijlage

uitspraak_201903001_1_r3.pdf

Controleren en verzenden Akkoord

Ja

Page 2 of 2

Postadres Provincie Zuid-Holland T.a.v. secretariaat van de bezwarencommissie Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 6093 rechtsbescherming@pzh.nl

Details van het ingeleverde formulier Inleverdatum

12-11-2025 09:26:09

Referentie

23486

Product naam

Klacht en Bezwaar

Aantal bijlagen

1

Aanvrager Gegevens aanvrager Burgerservicenummer Voorletters. Voornamen Tussenvoegsel Achternaam Postcode Huisnummer Huisnummertoevoeging Huisletter Straatnaam Woonplaats Toelichting adres Telefoonnummer 1 Telefoonnummer 2 E-mailadres Bezwaar of klacht Heeft u last van stank, lawaai, rook en

Nee

dergelijke en / of wilt u een klacht of melding indienen ten aanzien van het milieu? Geef hier aan welke situatie van

Ik heb een klacht over een gedraging van

toepassing is

(een medewerker van) de provincie ZuidHolland

U dient dit formulier mede in namens een

Ja

of meerdere andere personen?

Page 1 of 2

Wat is uw klacht?

Onderwerp: Klacht over handelswijze Gedeputeerde Staten en ambtenaren inzake 3ha-regeling Haastrecht Zuid Geachte heer/mevrouw, Namens het bewonerscollectief Beemdgras-Schaatsenrijder in Haastrecht dien ik hierbij een klacht in over de wijze waarop Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en ambtelijke medewerkers hebben gehandeld bij de beoordeling van het woningbouwplan Haastrecht Zuid / Eilandenrijk en de toepassing van de 3haregeling. Uit WOO-documenten blijkt dat: – De gedeputeerde op 18 juni 2025 informele instemming heeft gegeven met een 3haberekening, zonder formele toetsing of besluit; – Provinciale ambtenaren deze instemming hebben voorbereid in overleg met de gemeente Krimpenerwaard, zonder objectieve verificatie van de berekening; – Groen, water en infrastructuur bewust buiten de berekening zijn gehouden om het project kunstmatig “onder de 3ha” te houden; – Er geen transparante of zorgvuldige besluitvorming heeft plaatsgevonden. Deze handelwijze is in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder zorgvuldigheid, transparantie en onpartijdigheid. Ik verzoek om: Een onafhankelijk intern onderzoek naar de totstandkoming van de instemming van 18 juni 2025; Inzage in de rolverdeling tussen bestuurders en ambtenaren bij dit dossier; Een formeel oordeel van GS over de handelwijze. Hoogachtend, Bewonerscollectief Haastrecht Zuid

Wanneer heeft de gedraging

18-6-2025

plaatsgevonden? Wilt u de omschrijving van uw klacht als

Nee

bijlage toevoegen? Bijlagen Bijlage

machtiging.pdf

Controleren en verzenden Akkoord

Ja

Page 2 of 2

Rapportage Natuurwaardenonderzoek in verband met een woningbouwplan in polder Haastrecht-Zuid

Rapportnr. 2025-066

EcoNatura Onderzoek voor Natuur & Landschap

Science for Nature & People In opdracht van:

Colofon Titel: Natuurwaardenonderzoek in verband met een woningbouwplan in polder Haastrecht-Zuid. Status: Projectcode: Uitvoering: Vormgeving: Fotografie en illustratie: Opdrachtnemer EcoNatura Gewestlaan 45 7431 AJ Diepenveen Contactpersoon: T Internet www.econatura.nl

10 oktober 2025 2025-066

Opdrachtgever Consortium bewoners Schaatsenrijder en Beemdgras

Contactpersoon: M Internet

KVK 55217060

©EcoNatura - Onderzoek voor Natuur & Landschap I Science for Nature & People Beeldmateriaal ©EcoNatura tenzij anders vermeld. De schriftelijke informatie in deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt met toestemming van de opdrachtgever en vermelding van de bron. Te citeren als: Maanen, E. van (2025). Natuurwaardenonderzoek in verband met een woningbouwplan in polder Haastrecht-Zuid. EcoNatura rapportnr. 2025-066. EcoNatura, Diepenveen.

Inhoud 1.

INLEIDING................................................................................................................. 1

Kader, vraag- en doelstelling .............................................................................................. 1 Ligging plan- en onderzoeksgebied .................................................................................. 2 Ingreep........................................................................................................................... 5 2. WERKWIJZE ECOLOGISCH ONDERZOEK EN EFFECTENBEPALING .......................... 6 Veld- en bronnenonderzoek............................................................................................ 6 Ecologische effectbeoordeling en de noodzaak van een zorgvuldige analyse ........................ 6 3. RESULTATEN ............................................................................................................... 8 Culturele en ecologische functionaliteit van polder Haastrecht-Zuid .................................... 8 Ontstaansgeschiedenis ................................................................................................... 8 Geomorfologie en bodem ............................................................................................... 8 Cultuur- en landschapswaarden in vogelvlucht ................................................................ 8 Hooge Boezem bij Haastrecht met waterkundige en natuurwaarden ...............................

8 Huidig gebruik van het terrein....................................................................................... 10 Flora en vegetatie ......................................................................................................... 10 Vegetatie...................................................................................................................... 10 Flora............................................................................................................................. 10 Ongewervelde dieren ................................................................................................... 11 Vissen .......................................................................................................................... 13 Herpetofauna (Amfibieën en reptielen) ......................................................................... 13 Amfibieën .................................................................................................................... 13 Reptielen...................................................................................................................... 14 (Broed)vogels ............................................................................................................... 15 Weidevogels en ecologisch belang ................................................................................

19 Grondgebonden zoogdieren.......................................................................................... 25 Vleermuizen ................................................................................................................. 26 Ligging in of bij beschermd natuurgebied ...................................................................... 27 Natura 2000 ................................................................................................................. 27 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................ 27 Externe werking ........................................................................................................... 29 Weidevogel- en ganzengebieden ................................................................................... 29 Nationaal Landschap Het Groene Hart ........................................................................... 30

4. ECOLOGISCHE EFFECTBEOORDELING ..................................................................... 31 Ecologische waarden .................................................................................................... 31 Weidevogels en ruimtelijke ontwikkeling ...................................................................... 32 Habitatverlies en versnippering .................................................................................... 32 Verhoogde kwetsbaarheid van vogelpopulaties door stedelijke ontwikkeling ................ 33 Licht- en geluidsvervuiling............................................................................................. 36 Conclusie: Ecologische effecten van stedelijke en recreatieve ontwikkeling in HaastrechtZuid op de biodiversiteit en ecologische functionaliteit.................................................. 37 4. ECOJURIDISCHE DUIDING: BESCHERMING VAN SOORTEN EN NATUURGEBIEDSDOELEN ............................................................................................ 40 Soortenbescherming ..................................................................................................... 44 Nederlandse verantwoordelijkheid internationale weidevogelbescherming ................... 45 Juridische consequenties ..............................................................................................

47 Bronnen ........................................................................................................................... 49 Internetbronnen .............................................................................................................. 52 Resume: ecologisch deskundige ........................................................................................ 54

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

1. INLEIDING Kader, vraag- en doelstelling Natuurtoetsing Bestemmingsplan Haastrecht-Zuid – Krimpenerwaard In verband met de voorgenomen wijziging van het Bestemmingsplan Natuurgebied Veenweiden Krimpenerwaard, waarbij een deel van het poldergebied direct ten zuiden van Haastrecht uit het Natuurnetwerk is ontgrenst, heeft een consortium van bewoners van de Schaatsenrijder en het Beemdgras verzocht om een onafhankelijke natuurtoets bij wijze van een contra-expertise. Deze contra-expertise richt zich op de ecologische effecten van het plan in relatie tot zowel internationale als nationale natuurbeschermingswetgeving. Daarbij ligt de nadruk op de bescherming van onder meer de kwetsbare weidevogelpopulaties, andere natuurwaarden van het veenweidegebied en op het behoud van essentiële landschapsecologische relaties, die van groot belang zijn voor de samenhang tussen natuurgebieden en het behoud van biodiversiteit. Het huidige plangebied Haastrecht-Zuid maakt onderdeel uit van een groter gebied met grote vogelkundige waarde binnen de oer-Hollandse Krimpenerwaard. Dit betreft niet alleen weidevogels, maar ook erfvogels en andere soorten die afhankelijk zijn van open en rustige veenweiden en aangrenzend cultuurlandschap.

Belanghebbenden stellen daarom dat er zorgvuldig moet worden gekeken naar mogelijke negatieve effecten op het duurzame behoud van natuurwaarden, inclusief de cumulatieve gevolgen van natuurverlies door nieuwe woningbouw. Extra aandacht is gewenst vanwege het eerdere voornemen om het plangebied onderdeel van het Natuurnetwerk Zuid-Holland te laten zijn. De aanpassing van het bestemmingsplan kan namelijk leiden tot verdere en cumulatieve aantasting van veenweidegebieden met nog een redelijk oorspronkelijk en natuurlijk karakter. Dit zou negatieve effecten kunnen hebben op de regionale weidevogelpopulatie en de landschapsecologische samenhang tussen belangrijke natuurgebieden, zoals het veenweidegebied en waterbergingsgebied met natuurreservaat de Hooge Boezem achter Haastrecht met het riviertje Vlist en het water ‘Doove Gat’. Het natuur- en watergebied van circa 50 hectare is respectievelijk in beheer van het Zuid-Hollands Landschap en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Volgens de bewoners is er bovendien onvoldoende oog voor de natuurwaarden van polder Haastrecht-Zuid als onderdeel Beneden- Haastrecht. Het gaat daarbij niet alleen om de directe fysieke inname door woningbouw, maar ook om het bredere invloedsgebied, dat vanwege de ecologische ruimte- en rustbehoefte van weide-, water- en moerasvogels essentieel is.

Behoud en versterking van de biodiversiteit zouden in de Krimpenerwaard en als doelstelling van natuurplannen gericht op habitatversterking van boerenlandvogels van de provincie als leidend principe moeten gelden. De onderhavige regio binnen de provincie herbergt ook belangrijke weidevogelpopulaties, onderdeel van ene landelijke populatie die momenteel sterk onder druk staat. De groene ambities om het gebied als zodanig te versterken dreigen echter ondergeschikt te raken aan voortschrijdende en natuur afkalvende stedelijke uitbreidingsplannen in Het Groene Hart. Deze onafhankelijke natuurtoets omvat een integraal ecologisch onderzoek naar zowel de natuurwaarden van polder Haastrecht-Zuid als de landschapsecologische functies van dit gebied in 1

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid relatie met natuurgebied Hooge Boezem achter Haastrecht, dat mogelijk onder significant meer milieudruk door stedelijke en recreatieve ontwikkeling komt te staan dan al het geval is. De analyse is gebaseerd op wetenschappelijke consensus over de drukfactoren op moeras-, water- en weidevogels, waaronder toenemende verstedelijking, landbouwintensivering en recreatiedruk. Doelstelling van het onderzoek Het doel van deze studie is het inzichtelijk maken van de aanwezige en beschermde natuurwaarden, evenals de ecologische effecten van ruimtelijke ontwikkelingen in polder HaastrechtZuid, in samenhang met aangrenzende natuurgebieden. Dit onafhankelijke ecologisch effectonderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de Omgevingswet en internationale natuurbescherming, met bijzondere aandacht voor de Europese Vogelrichtlijn. Deze richtlijn is cruciaal voor de landelijke bescherming van weidevogels. Meer informatie over het ecologisch onderzoek en de relevante wet- en regelgeving is te vinden op: www.econatura.nl.

Ligging plan- en onderzoeksgebied Plangebied Haastrecht-Zuid Het plangebied Haastrecht-Zuid ligt direct ten zuiden van de kern Haastrecht, ten zuidoosten van Gouda, in de gemeente Krimpenerwaard (zie Figuur 1 voor het betreffende poldergebied). Het gebied ligt tussen de Hollandse IJssel en Bergambacht en omvat het poldergebied begrensd door de boezemwateren, de Schenkelweg, de Bilwijkerweg, de Brede Weg en de zuidrand van het dorp. Het totale oppervlak van het plangebied bedraagt naar schatting 5 hectare. Het poldergebied maakt deel uit van een groter open landschap, dat namelijk landschappelijk samenhangt met het omliggende veenweidegebied van de Krimpenerwaard. Samen vormen zij een zogenaamd slagenlandschap, een eeuwenoud ontginningslandschap met smalle, langgerekte kavels, veel water, bosschages, rietlandjes, oude lintbebouwing en boerenerven. De overgebleven oude molens, gemalen en een enkele eendenkooi zijn voorbeelden van cultuurhistorische erfstukken. Het gebied heeft een hoge cultuurhistorische waarde, verbonden met de ecologische. Huidige situatie en toekomstige ontwikkelingen In vergelijking met andere poldergebieden in dit deel van Zuid-Holland is het onderhavige poldergebied door de eeuwen heen relatief goed behouden gebleven en rustig gebruikt.

Het gebied heeft zich grotendeels extensief ontwikkeld en kent momenteel een extensief agrarisch gebruik met schapenbegrazing.

2

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

Figuur 1. Vogelvluchtperspectief en topografie met ligging van het plangebied Haastrecht-Zuid (rood doelteken).

Figuur 2 geeft navolgend enkele terreinindrukken van het poldergebied Haastrecht-Zuid tijdens het veldbezoek op 23 september 2025.

3

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

Figuur 2. Indrukken van poldergebied Haastrecht-Zuid en het naastliggende natuurgebied Hooge Boezem achter Haastrecht met boezemmolen nr.6, bekeken op 23 september 2025.

Opvallend tijdens het veldbezoek was de nog redelijk behouden openheid van het gebied, met diepteligging van de door ondiepe greppels of sloten gescheiden percelen, een landschap waarin weidevogels, waaronder de in Nederland hard achteruitgaande grutto, zich nog steeds thuis voelen of daar een tegenwoordig schaars refugium kunnen vinden; zoals navolgend gemotiveerd in de natuurwaarden-analyse. 4

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

Ingreep Wijziging Bestemmingsplan De gemeente Krimpenerwaard heeft besloten om een noordelijk deel van polder HaastrechtZuid te ‘ontgrenzen’ door het opheffen van de bestemming voor natuur en extensief agrarisch gebruik, ten behoeve van een deel woningbouw met sportaccommodaties, binnen het Bestemmingsplan Natuurgebied Veenweiden Krimpenerwaard. De uitvoering van het plan houdt in dat ruim een vierde van polder Haastrecht-Zuid (Figuur 1), ongeveer 5 hectare met tenminste circa 200 woningen, fysiek zal worden ingenomen door verstedelijking. Daarvoor zal ook een toegangsweg moeten worden aangelegd, die door een groter deel van de polder zal gaan lopen, namelijk in verband met de Bilwijkerweg: die ook hoogstwaarschijnlijk drukker zal gaan worden met verkeer; thans een redelijk luwe weg. Het plan staat haaks op de natuuropgave om 2.250 ha natuur in het kader van het NNN binnen de Krimpenerwaard te realiseren. Dit betreft herstel van grote autonoom functionerende leefgebieden voor weidevogels en flora en fauna die van oudsher karakteristiek zijn voor het veenweidegebied. De leefgebieden vormen een robuuste ecologische structuur door verbinding met elkaar. De aanleg van deze leefgebieden zou gepaard gaan met een bijpassend robuust en duurzaam watersysteem (met verhoging van waterpeilen) in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het tegengaan van bodemdaling.

5

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

2. WERKWIJZE ECOLOGISCH ONDERZOEK EN EFFECTENBEPALING Veld- en bronnenonderzoek Op 23 september 2025 is door (universitair opgeleid bioloog, ecoloog en natuurwetenschappelijk milieukundige) van EcoNatura een veldbezoek aan het plangebied en omgeving gebracht. Met als doel het verkrijgen van een goede indruk van het intern ecologisch functioneren van het plangebied, habitatkwaliteiten en voorkomen van beschermde en bijzondere flora en fauna, en de landschapsecologische relatie met andere natuurgebieden of waarden in de omgeving. Voor een nadere ecologische waardering van het gebied is gebruik gemaakt van beschikbare verspreidingsgegevens, waaronder die van recente natuuratlassen en -databanken (waaronder de NDFF Verspreidingsatlas), natuurgegevensorganisaties (waaronder RAVON, SOVON Vogelonderzoek Nederland, etc.), ecologische onderzoeken van andere bureaus en betrokken natuurorganisaties. Alle informatie is zoveel mogelijk gestoeld op de meest actuele ecologische en/of deskundige gegevens. Waar relevant en mogelijk zijn ook (natuurrapportages van) gebiedsdeskundigen of lokale natuurorganisaties geconsulteerd.

Ecologische effectbeoordeling en de noodzaak van een zorgvuldige analyse Ecologische effectanalyse – Polder Haastrecht-Zuid De geplande herbestemming of -begrenzing van polder Haastrecht-Zuid heeft mogelijke implicaties met veranderingen in het bestaande landschap en invloeden op de aanwezige natuurwaarden. Om de ecologische impact van deze ontwikkelingen adequaat te beoordelen, is een zorgvuldige ecologische effectanalyse noodzakelijk. Dit is van bijzonder belang vanwege de precaire natuurbeschermingsstatus van weidevogelpopulaties in Nederland, waarvoor ons land een internationale verantwoordelijkheid draagt in het kader van de Europese Vogelrichtlijn. In Nederland zijn ecologische effectbeoordelingen vaak gebaseerd op een beperkte set van indicatoren. EcoNatura hanteert daarom aanvullend de methodiek van Treweek (1991, 1999) en Ford (2000) als richtlijn voor een meer omvattende en wetenschappelijk gefundeerde analyse. Deze methodiek, die ook de basis vormt voor ecologische effectbeoordelingen in het Verenigd Koninkrijk, is verankerd in de richtlijnen van het Chartered Institute of Ecology and Environmental Management (CIEEM, 2018). In deze effectbeoordeling wordt deze aanpak toegepast met nadruk op de borging van ecologische vereisten voor populatiebehoud.

Deze integrale en objectieve benadering draagt bij aan het duurzaam in stand houden van lokale en regionale populaties van flora en fauna en levert daarmee een bijdrage aan effectievere bescherming op nationale schaal. Ook aspecten zoals dierenwelzijn en ecosysteemintegriteit kunnen expliciet in de analyse worden betrokken. Cruciale ecologische randvoorwaarden – waaronder de beschikbaarheid van voedsel, schuil- en nestgelegenheid, veiligheid en functionele landschapsecologische verbindingen – worden integraal meegenomen, mede conform het ecological 6

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid webmodel van Andrewartha & Birch (1986). Dit biedt een duurzamere basis voor de bescherming van soortenpopulaties dan een benadering die zich uitsluitend richt op de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen of rustgebieden van beschermde flora en fauna binnen een beperkt juridisch kader. Een wetenschappelijk gefundeerde effectbeoordeling vereist bovendien een zo objectief mogelijke en goed onderbouwde analyse, gebaseerd op peer-reviewed literatuur en degelijk empirisch onderzoek. Bronnen zoals ResearchGate en Conservation Evidence vormen hiervoor belangrijke referenties. Het vermijden van ongefundeerde aannames of speculatieve argumentatie – zoals het gebruik van anekdotisch bewijs – is essentieel om de integriteit van de ecologische effectbeoordeling te waarborgen. De ecologische waardering in dit onderzoek richt zich primair op het identificeren en afbakenen van ecologische waarden en kwetsbaarheden binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten, zowel ruimtelijk als temporeel. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de aanzuigende en uitstralende werking van stedelijke uitbreiding op omliggende en nabijgelegen natuurgebieden. Op basis van deze analyse worden de plausibele relaties tussen de geplande ingreep en de uiteindelijke ecologische effecten geformuleerd.

De nadruk ligt op de fysiek-ecologische effecten op kwetsbare natuurwaarden, waaronder verstoring door geluid, licht, verkeer, predatie, obstakelvorming en barrièrewerking, evenals de gevolgen van toenemende recreatiedruk. De gecombineerde effecten binnen de vastgestelde invloedssfeer worden onderbouwd met referentiestudies uit de wetenschappelijke literatuur. De effecten van stikstofdepositie door stedelijke ontwikkeling vallen buiten de reikwijdte van dit onderzoek. De beoordeling daarvan vereist een uitgebreide AERIUS-modellering, die separaat door een gespecialiseerde milieukundige instantie moet worden uitgevoerd.

7

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

3. RESULTATEN Hierna worden het cultuurlandschap, ecologie en de huidige natuurwaarden van het veenweidegebied Haastrecht-Zuid met andere natuurgebieden in de omgeving in relatie tot elkaar belicht.

Culturele en ecologische functionaliteit van polder Haastrecht-Zuid Ontstaansgeschiedenis Polder Haastrecht-Zuid (als onderdeel van de grotere Polder Beneden Haastrecht) is onderdeel van een zogenoemd slagenlandschap (zie navolgend kader met betekenis) als meer oorspronkelijk of kenmerkend landschap van de Krimpenerwaard. Oftewel een eeuwenoud ontginningslandschap met smalle, langgerekte kavels, veel water en een hoge waarde voor zowel cultuurhistorie als natuur.

Geomorfologie en bodem De hoogtekaart van de polder toont weinig hoogteverschillen in het terrein, maar het gebied ligt tegen een ‘slinger’ met een opduiking van kleigrond. De bodem van het lage poldergebied bestaat uit weideveengronden op bosveen (of eutroof broekveen, pVb). Dit zijn rauwveengronden met een zavel- of kleidek, waarin een minerale eerdlaag is ontwikkeld of een humusrijke bovengrond die tenminste 15 cm dik is. De veenklasse is bosveen en eutroof broekveen (bron: https://bodemdata.nl/basiskaarten).

Cultuur- en landschapswaarden in vogelvlucht De polder als onderdeel van de Krimpenerwaard vormt samen grootschalig een veenweidegebied met een uniek cultuurhistorisch landschap, gevormd door eeuwenlange ontginningen en waterbeheer. Kenmerkend zijn de langgerekte kavels, de vele sloten en vaarten, en de lintdorpen die zich langs dijken en rivieren hebben ontwikkeld. Dit karakteristieke slagenlandschap weerspiegelt de middeleeuwse ontginningsgeschiedenis en is van grote cultuurhistorische waarde. Opvallend zijn de verspreide windmolens (molenbiotoop), gemalen en ten zuidwesten van Haastrecht ligt een oude eendenkooi. Naast het erfgoedkarakter bezit de Krimpenerwaard hoge natuurwaarden. De open veenweiden zijn van nationaal en internationaal belang voor weidevogels zoals grutto, kievit en tureluur. Het gebied vervult bovendien een belangrijke landschapsecologische functie door verbinding te bieden tussen verschillende natuurkernen, zoals de Hooge Boezem bij Haastrecht en andere veenweidegebieden in Zuid-Holland. De combinatie van cultuurhistorie, open veenweidelandschap en biodiversiteit maakt de Krimpenerwaard tot een waardevol gebied, dat zowel vanuit erfgoed- als natuurbescherming zorgvuldig beheerd en behouden dient te worden.

Hooge Boezem bij Haastrecht met waterkundige en natuurwaarden De Hooge Boezem achter Haastrecht, in beheer bij het Zuid-Hollands Landschap, vormt een van 8

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid de meest karakteristieke en waardevolle gebieden in de Krimpenerwaard. Het gebied heeft een dubbele betekenis: enerzijds als historisch waterstaatkundig systeem, anderzijds als natuurgebied van nationaal belang voor weide- en moerasvogels. Waterkundige waarden: De Hooge Boezem is in de 17e eeuw aangelegd als onderdeel van het waterbeheersingssysteem van de Krimpenerwaard. Het diende als overloop- en opvanggebied voor het water dat via molens uit de polders omhoog werd gemalen. Dit maakte het mogelijk om het overtollige water tijdelijk te bergen voordat het verder werd afgevoerd naar de Hollandsche IJssel. Deze functie was cruciaal in de strijd tegen wateroverlast in het laaggelegen veenweidegebied. Hoewel de oorspronkelijke bemalingsfunctie inmiddels door moderne gemalen is overgenomen, heeft de Hooge Boezem nog steeds een belangrijke waterbergings- en regulatiefunctie. Het gebied draagt bij aan klimaatadaptatie en waterveiligheid door piekafvoeren op te vangen en vertraagd af te voeren. Daarnaast is de aanwezigheid van open water en natte graslanden essentieel voor het behoud van de typische veenweidehydrologie. Natuurwaarden: De Hooge Boezem is tegenwoordig een natuurreservaat met grote waarde voor flora en fauna.

Het afwisselende landschap van natte graslanden, moeraszones, rietvelden en open water maakt het gebied bijzonder geschikt als broed-, foerageer- en rustgebied voor vogels. 

Weidevogels: soorten als grutto, tureluur, kievit en scholekster vinden hier geschikte broedplekken. De openheid en de aanwezigheid van natte graslanden vergroten de overlevingskansen van kuikens. Moeras- en watervogels: rietlanden bieden leefgebied voor soorten als rietzanger, kleine karekiet en bruine kiekendief. In de winter is het gebied van belang als rust- en foerageerplek voor talrijke eenden- en ganzensoorten. Planten en insecten: de vochtige graslanden en rietoevers huisvesten een rijke variatie aan plantensoorten, waaronder ook bijzondere zeggen en moerasplanten, die op hun beurt bijdragen aan een hoge insectendiversiteit.

Landschapsecologische samenhang: De Hooge Boezem met het meertje Het Doove Gat vervult een sleutelrol in de ecologische samenhang van de Krimpenerwaard. Het fungeert als een schakel tussen verschillende natuurkernen en maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het gebied versterkt migratieroutes en draagt bij aan de genetische uitwisseling tussen populaties van vogels en andere diersoorten. Daarnaast heeft het gebied ook een educatieve en recreatieve waarde. Wandelroutes en vogelkijkpunten maken de natuur toegankelijk voor bezoekers. De Hooge Boezem bij Haastrecht is een gebied waar waterbeheer en natuur op unieke wijze samenkomen. Het combineert de historische waarde van een eeuwenoud boezemsysteem met een moderne rol in waterveiligheid en biodiversiteitsbehoud. Daarmee is het een onmisbare schakel voor zowel het culturele erfgoed als de natuur- en waterhuishouding van de Krimpe9

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid nerwaard.

Huidig gebruik van het terrein Het betreffende polderdeel is nog steeds in extensief agrarisch gebruik. Tijdens het veldbezoek werd begrazing door schapen waargenomen. Mogelijk wordt de polder in de zomer tevens gehooid, waarbij rekening moet worden gehouden met de voortplantingsperiode van weidevogels. De graslandvegetatie bestaat, door de relatief hoge bemestingsgraad en voedselrijke bodem, naar alle waarschijnlijkheid grotendeels uit een dominantie van Engels raaigras. Dit gewas wordt landbouwkundig benut en in belangrijke mate actief in stand gehouden.

Flora en vegetatie Vegetatie Een groot deel van het plangebied bestaat uit graslanden die worden gedomineerd door raaigras. In de diepere tot ondiepe sloten en langs de watergangen komt (semi)aquatische vegetatie voor, die waarschijnlijk met enige regelmaat wordt geschoond ten behoeve van de waterhuishouding. Aan de oostzijde en langs de Bredeweg, nabij het boezemwater, ontwikkelt zich spontane vegetatie bestaande uit wilgenopslag, kruidenrijke ruigte en uitgesproken riet- en ruigtezones. Een rij knotwilgen langs de oostrand vormt hier een karakteristiek landschapselement. De polder sluit aan op de Boezem van Bergambacht, met langs de westzijde van Haastrecht een brede natte bosstrook, het Bisdom van Vliet. Mogelijk zijn hier, mede onder invloed van kwel, bijzondere vegetatietypen aanwezig.

Flora Door de hoge voedselrijkdom, veroorzaakt door begrazing, bemesting en het inklinken van laagveen tijdens droogteperioden, is de floristische diversiteit van het poldergebied beperkt. De variatie in plantensoorten is naar verwachting hooguit gemiddeld in vergelijking met extensiever beheerde graslanden. De vegetatie bestaat hoofdzakelijk uit vochtige, structuurrijke tot gemaaide gras- en hooilanden, waarin soms een kruidenrijke bloei voorkomt, aangevuld met ruderale vegetatie en oeverbegroeiing. In de sloten, wegbermen en meer ongemoeid gelaten terreindelen wordt een hogere soortenrijkdom verwacht. Daar komen onder andere soorten voor zoals fluitenkruid (Anthriscus sylvestris), grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius), echte koekoeksbloem (Silene flos-cuculi), gewone margriet (Leucanthemum vulgare), knoopkruid (Scleranthus annuus), gewone brunel (Prunella vulgaris) en zwarte zegge (Carex nigra). In de meer vochtige graslanden kunnen potentieel soorten als dotterbloem (Caltha palustris) en wilde kievitsbloem (Ficaria verna) plaatselijk nog floreren, zoals ook door lokale natuurkenners wordt beschreven. Een uitgebreid florabeeld voor de polder ontbreekt echter, of vraagt om een inventarisatie in de zomerperiode.

10

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

Conclusie beschermde planten Het poldergebied kent door hoge voedselrijkdom en huidig agrarisch gebruik met begrazing waarschijnlijk een beperkte floristische diversiteit, maar ongemoeid gelaten terreindelen zoals sloten, wegbermen en vochtige tot plasdrasse graslanden bieden potentieel geschikt habitat voor bijzondere en zeldzame plantensoorten, waaronder dotterbloem (Caltha palustris), wilde kievitsbloem (Ficaria verna) en soorten indicatief voor structuurrijke vegetaties zoals grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius) en echte koekoeksbloem (Silene flos-cuculi). Hoewel momenteel geen nationaal of Europees strikt beschermde planten in het onderhavige poldergebied zijn vastgesteld, word aanvullend onderzoek aanbevolen om het voorkomen en de status van bijzondere flora in het gebied definitief vast te stellen.

Ongewervelde dieren Het grotere gebied, bestaande uit oude boerenerven, dijken, graslanden, ruigten, wilgenbosjes en waterpartijen, herbergt waarschijnlijk een breed spectrum aan algemeen tot abundant voorkomende mobiele ongewervelden. Hiertoe behoren diverse soorten bijen (Apidae), hommels (Bombus spp.), libellen (Odonata) en nacht- en dagvlinders (Lepidoptera). Beschikbare gegevens geven aan dat onder de nachtvlinders in de Krimpenerwaard recentelijk enkele bijzondere soorten zijn aangetroffen, waaronder de koperuil (Copperiola spp.), de taxusspikkelspanner (Pseudoterpna pruinata) en de gehakkelde bladroller (Clepsis consimilana). De argusvlinder (Aricia agestis) wordt beschouwd als een van de meer bijzondere, maar sterk afgenomen dagvlindersoorten in de regio1. Deze soort is, net als de meeste andere bijzondere insecten, afhankelijk van structuurrijke en natuurlijke vegetaties op droger gelegen delen van het landschap. Soms worden er ook andere schaarse dagvlinders waargenomen, zoals onlangs het bruin blauwtje (Aricia agestis) en de Kleine vos (Aglais urticae). De groene glazenmaker (Aeshna viridis), een landelijk strikt beschermde libellensoort, kwam vroeger op meerdere locaties in de Krimpenerwaard voor.

Het voorkomen is echter op veel plaatsen achteruitgegaan door het verdwijnen van zijn waardplant, de krabbenscheer (Stratiotes aloides), en het is waarschijnlijk dat dit ook geldt voor het onderhavige poldergebied. Waarnemingen uit de afgelopen 10 jaar ontbreken hier tevens. De veenmol (Gryllotalpa gryllotalpa) mag genoemd worden als in de polder voorkomende bijzondere of Rodelijstsoort, een soort die landelijk achteruitgaat maar nog wel algemeen in ZuidHolland voorkomt2.

1

https://nvwk.nl/categorie/werkgroepen/vlinders-en-libellen/

2

https://kenniscentruminsecten.nl/soorten/veenmol/

11

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid Over het meer voorkomen van andere bijzondere (Rode Lijst-) en/of beschermde ongewervelde diersoorten die kenmerkend zijn voor waterrijke veenweidegebieden, is voor de polder weinig bekend. Zo ontbreken gegevens over het voorkomen van de gestreepte waterroofkever (Graphoderus bilineatus), terwijl deze soort recentelijk wel is vastgesteld in de regio ten zuiden van Gouda. Dit is echter wel een soort van grotere en diepere veenwateren.

Uitgelicht: Platte schijfhoren In 2020 werd de platte schijfhoren (Anisus vorticulus) gevangen in het boezemwater aan de oostzijde van het plangebied (Figuur 3). Het is daarmee niet uitgesloten dat deze onder de Europese Habitatrichtlijn (bijlage IV) en landelijk strikt beschermde soort ook in het onderhavige poldergebied voorkomt, of dat aanvullend onderzoek nodig is om dit definitief vast te stellen. Verstedelijking vormt een van de voornaamste bedreigingen voor deze soort 3.

Figuur 3. Recente vangsten van de strikt beschermde platte schijfhoren langs de oostzijde van het plangebied. (Bron: Waarneming.nl)

Conclusie ongewervelde diersoorten: Op basis van de beschikbare gegevens kan geconcludeerd worden dat het onderzochte poldergebied mogelijk geschikt habitat biedt voor de platte schijfhoren (Unio crassus), een onder de Europese Habitatrichtlijn (bijlage IV) en landelijk strikt beschermde soort. Het feit dat deze soort in 2020 is aangetroffen in het boezemwater aan de oostzijde van het plangebied wijst erop dat het gebied kan functioneren als leef- of doortrekgebied. Omdat de aanwezigheid van de soort momenteel slechts op één locatie is bevestigd en het poldergebied geschikt ogend water en oevervegetatie bevat, is aanvullend onderzoek noodzakelijk om het voorkomen, de verspreiding en de populatiestatus van de platte schijfhoren definitief vast te stellen. Potentiële

3

https://www.anemoon.org/projecten/natura2000/soortprofielen/platte-schijfhoren

12

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid bedreigingen, zoals verstedelijking, kunnen van invloed zijn op het behoud van deze soort binnen het gebied.

Vissen In de boezemwateren en de kleinere sloten binnen en rondom het plangebied kunnen, op basis van regionale visstand gegevens, enkele bijzondere vissoorten van laagveenwateren worden verwacht, waaronder bittervoorn (Rhodeus amarus), grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) en kleine modderkruiper (Cobitis taenia). Van deze soorten geniet momenteel alleen de grote modderkruiper actuele wettelijke bescherming onder de geldende natuurbeschermingsregelgeving. Recente gegevens of gerichte inventarisaties naar de grote modderkruiper ontbreken, maar verspreid voorkomen in de Krimpenerwaard is niet uitgesloten. Dit blijkt onder meer uit een eDNA-inventarisatie in 20164, waarbij in vier van de 23 bemonsterde wateren de soort positief werd aangetroffen. De grote modderkruiper, een Europees strikt beschermde soort, is gebonden aan wateren met dichte onderwatervegetatie en een dikke modderlaag, en is tot op heden op ten minste zes locaties in de Krimpenerwaard vastgesteld.

Conclusie vissen: Het onderhavige plangebied biedt potentieel geschikt habitat voor de grote modderkruiper (Misgurnus fossilis), een Europees strikt beschermde soort. Gezien het verspreide voorkomen in de Krimpenerwaard en de gevoeligheid van de soort voor veranderingen in waterhuishouding, is aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld via eDNA-bemonstering, noodzakelijk om het actuele voorkomen binnen het plangebied vast te stellen. Dit is met name van belang in het kader van geplande waterhuishoudkundige ingrepen in verband met woningbouw, aangezien deze de levensvoorwaarden van de soort kunnen beïnvloeden. Zie ook het Kennisdoument voor deze soort van BIJ125.

Herpetofauna (Amfibieën en reptielen) Amfibieën In het onderhavige poldergebied vormen twee beschermde amfibieënsoorten belangrijke aandachtssoorten, te weten: 1) de heikikker (Rana arvalis) en 2) de rugstreeppad (Epidalea calamita). De heikikker is recentelijk, sinds 2022, waargenomen bij het Doove Gat aan de oostzijde van het plangebied. Gezien het gebruik van veenweidegebieden als geschikt habitat, is het aannemelijk dat deze soort ook in de onderhavige polder voorkomt. Verdere inventarisatie is echter noodzakelijk om dit met zekerheid vast te stellen.

4

https://nvwk.nl/werkgroepen/waterwerkgroep/

5

https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/kennisdocument-grote-modderkruiper/

13

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid De rugstreeppad is met zekerheid recent vastgesteld in de polder, zoals blijkt uit waarnemingen uit 2025 (Figuur 4; en Waarneming.nl). Eerdere waarnemingen gaan terug tot 2016 duiden erop dat deze soort al langer in het gebied aanwezig is of hier geen pionier maar een gevestigde soort is.

Figuur 4. Waarnemingen van de rugstreeppad in polder Haastrecht- Zuid en omgeving. Bron: Waarneming.nl. Voor zowel de heikkikker als de rugstreeppad zijn de Kennisdocumenten van BIJ12 relevant: https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/kennisdocument-heikikker/ https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/kennisdocument-rugstreeppad/

Reptielen Er zijn recente waarnemingen van de ringslang (Natrix helvetica) in de polder en omliggende gebieden (Figuur 5). De aanwezigheid van grote, volwassen dieren wijst tevens op voortplanting in het gebied. De ringslang is een strikt beschermde soort en wordt beschouwd als een indicatorsoort voor een gunstig habitat. Belangrijke habitatfactoren zijn onder andere natuurlijke moerasgebieden, oeverzones, broeihopen, schoon water en een relatief rustige omgeving met beperkte verstoring door verkeer.

14

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

Figuur 5. Recente waarnemingen van ringslangen in polder Haastrecht-Zuid door omwonenden vastgelegd.

Conclusie herpetofauna: Het onderhavige poldergebied herbergt meerdere strikt beschermde amfibieën- en reptielensoorten, waarvan sommige recent zijn bevestigd en andere mogelijk al langer aanwezig zijn. Dit onderstreept het ecologisch belang van het gebied voor deze soorten en bescherming van hun natuurlijke habitats.

(Broed)vogels Algemene vogelwaarnemingen Het grotere poldergebied, inclusief het beoogde plandeel, vormt sinds oudsher een belangrijk refugium voor een grote diversiteit aan vogels. Het gebied biedt vooral geschikte leefomstandigheden voor moeras-, water- en weidevogels en fungeert zowel als broed-, rust- en foerageergebied.

Weidevogels Het gebied wordt in belangrijke mate gebruikt door diverse typische weidevogelsoorten, waaronder de slobeend (Spatula clypeata), graspieper (Anthus pratensis), gele kwikstaart (Motacilla flava), veldleeuwerik (Alauda arvensis), wulp (Numenius arquata), tureluur (Tringa totanus), grutto (Limosa limosa), kievit (Vanellus vanellus) en scholekster (Haematopus ostralegus). De open, vochtige graslanden en randen van watergangen van polder Beneden-Haastrecht vormen belangrijke foerageer- en rust habitats voor deze soorten in landschapsecologische relatie met het natuurreservaat Doove Gat.

Water- en oever gebonden vogels Diverse watervogels en oevergebonden soorten maken structureel gebruik van het gebied, waaronder knobbelzwaan (Cygnus olor), kleine zwaan (Cygnus columbianus), smient (Anas pene15

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid lope), wilde eend (Anas platyrhynchos), krakeend (Anas strepera), zomertaling (Spatula querquedula), kuifeend (Aythya fuligula), grauwe gans (Anser anser), kolgans (Anser albifrons), waterhoen (Gallinula chloropus), meerkoet (Fulica atra), fuut (Podiceps cristatus), ijsvogel (Alcedo atthis), oeverloper (Actitis hypoleucos), watersnip (Gallinago gallinago), kluut (Recurvirostra avosetta), witte kwikstaart (Motacilla alba) en de rietgors (Emberiza schoeniclus). Deze soorten maken gebruik van watergangen, plassen, sloten en natte weilanden als foerageer- en rustgebieden; eveneens sterk in ruimtelijke relatie met het Doove Gat.

Uitgelicht: Smient De polder vormt een belangrijk overwinterings- en foerageergebied voor de Smient, met frequent tientallen vogels aanwezig.

Regelmatig foeragerende vogels Het poldergebied in samenhang met het Doove Gat vormt tevens een belangrijk rust- en foerageergebied voor diverse roofvogels en grote watervogels, waaronder blauwe reiger (Ardea cinerea), kleine zilverreiger (Egretta garzetta), grote zilverreiger (Ardea alba), purperreiger (Ardea purpurea), lepelaar (Platalea leucorodia), ooievaar (Ciconia ciconia), bergeend (Tadorna tadorna), visdief (Sterna hirundo), zwarte stern (Chlidonias niger), sperwer (Accipiter nisus), buizerd (Buteo buteo), torenvalk (Falco tinnunculus), boomvalk (Falco subbuteo), velduil (Asio flammeus), ransuil (Asio otus), bosuil (Strix aluco), kerkuil (Tyto alba), gierzwaluw (Apus apus), oeverzwaluw (Riparia riparia), huiszwaluw (Delichon urbicum) en boerenzwaluw (Hirundo rustica). Een aantal van deze soorten broedt in dichtbij in het Doove Gat. Ander soorten komen van verder weg of zijn tijdelijke pleisteraars in de trekperioden in het voor- en najaar.

Uitgelicht: de purperreiger Het veenweidelandschap van de Krimpenerwaard, waaronder het onderhavige gebied, vormt een belangrijk foerageer- en rustgebied voor de verstoringsgevoelige purperreiger (Ardea purpurea; zie Figuur 6; Van der Winden et al., 2013). Deze soort kende in Nederland gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw een sterke achteruitgang, voornamelijk als gevolg van verlies aan geschikt broed- en foerageerhabitat, verdroging van moerasgebieden en afname van voedselbeschikbaarheid. In de afgelopen decennia is echter sprake van een geleidelijk herstel van de populatie, mede dankzij gerichte natuurherstelmaatregelen, verbetering van waterbeheer en de bescherming van broedkolonies in moerasrijke gebieden. Veenweidegebieden met moeras- en bosranden, zoals die in de Krimpenerwaard, leveren een belangrijke bijdrage aan dit herstel. Ze bieden geschikte broed- en slaaplocaties in rietmoerassen en voedselrijke sloot- en polderzones, waar de purperreiger ongestoord kan jagen op kleine vissen, amfibieën en kreeftachtigen. Daarnaast vervult de purperreiger een ecologisch waardevolle rol als natuurlijke predator van de invasieve Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii). Deze exoot veroorzaakt op veel plaatsen schade aan aquatische ecosystemen door het omwoelen van oevers en waterbodems, wat leidt tot troebel water, verlies van waterplanten en ver16

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid slechtering van de waterkwaliteit. Door op deze kreeften te jagen, draagt de purperreiger indirect bij aan het herstel van de ecologische balans en de verbetering van de watercondities in veenweidegebieden. Ook de lepelaar verblijft veelvuldig in het gebied (Figuur 7). Icoonsoorten Sinds 2017 geeft de Provincie Zuid-Holland uitvoering aan het soortenbeleid aan de hand van dertig icoonsoorten6. Dit zijn aansprekende soorten die kenmerkend zijn voor de karakteristieke natuurtypen van Zuid-Holland. De purperreiger is een van de icoonsoorten van het boerenland,samen met de grutto.

Bosschages en rietruigten De aangrenzende bosschages en riet- en struweelruigten vormen broedhabitat voor onder andere houtsnip (Scolopax rusticola), grote bonte specht (Dendrocopos major), groene specht (Picus viridis), roodborst (Erithacus rubecula), winterkoning (Troglodytes troglodytes), fitis (Phylloscopus trochilus), tjiftjaf (Phylloscopus collybita), spotvogel (Hippolais polyglotta), zwartkop (Sylvia atricapilla), rietzanger (Acrocephalus scirpaceus), bosrietzanger (Acrocephalus palustris), kleine karekiet (Acrocephalus schoenobaenus), putter (Carduelis carduelis), groenling (Chloris chloris) en staartmees (Aegithalos caudatus).

Minder frequente bezoekers en doortrekkers Soorten zoals, blauwe kiekendief (Circus cyaneus), bruine kiekendief (Circus aeruginosus), paapje (Emberiza hortulana) en tapuit (Saxicola rubicola) komen minder frequent op bezoek, vaak als doortrekkers. Veel van deze soorten hebben een hoge beschermingsstatus in Nederland, wat het ecologisch belang van het gebied voor zulke soorten eveneens benadrukt.

6

https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuur-landschap/icoonsoorten/

17

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

Figuur 6. Waarnemingen van de purperreiger in het veenweidegebied bezuiden Haastrecht in de afgelopen vijf jaar.

Figuur 7. Niet alleen de kwetsbare grutto en purperreiger maken benutten in belangrijke de overgebleven ecologische kwaliteiten van het gebied, maar ook de lepelaar.

Wintervogels In de winterperiode wordt het gebied regelmatig bezocht door soorten als koperwiek (Turdus iliacus) en kramsvogel (Turdus pilaris), met incidentele waarnemingen van bijzondere soorten zoals de beflijster (Turdus torquatus). Hert gebied is dan bijvoorbeeld ook van belang als voedselgebied voor de smient, kleine zwaan en enkele soorten ganzen, waaronder de kolgans. 18

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

Weidevogels en ecologisch belang Het cultuur- en natuurlandschap van de Krimpenerwaard vormde van oudsher een geschikt habitat voor broedende trekvogels, in het bijzonder voor weidevogels. De stille, open omgeving met uitgestrekte, vochtige graslanden, rijk aan kruiden en grassen, bood ideale omstandigheden voor soorten als de grutto (Limosa limosa), tureluur (Tringa totanus), kievit (Vanellus vanellus) en veldleeuwerik (Alauda arvensis). In de afgelopen decennia heeft de Krimpenerwaard echter een ingrijpende verandering ondergaan door de voortschrijdende intensivering van de landbouw en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Deze processen hebben geleid tot een sterke afname van de ecologische kwaliteit van het landschap, met name voor weidevogels. Net als landelijk (Figuur 9) is ook hier sprake van een neerwaartse tendens, getemperd door recente maatregelen voor habitatversterking zoals recent met een intensievere en bredere aanpak van het Actieplan Boerenlandvogels ZH 20192027 (Provincie Zuid-Holland, 2019) gedeeltelijk wordt gerealiseerd. Figuur 10 uit dit plan laat het relatief grote belang van vogelpopulaties van veenweidegebied van de provincie ZuidHolland ten aanzien van de landelijke ook zien.

Tegenwoordig zijn vooral de diepgelegen polders en boezemgebieden met een hoge grondwaterstand en blijvende plas-drascondities van cruciaal belang voor het behoud en de voortplanting van weide- en watervogels. De zogenoemde “gruttopolder Beneden Haastrecht” verwijst naar de Polder Beneden Haastrecht in de Krimpenerwaard, waar zich in het voor- en najaar grote groepen grutto’s verzamelen. Met name gebieden zoals het Doove Gat fungeren hier als belangrijke weidevogelreservaten (zie Figuur 8). Deze vogels maken gebruik van het omliggende landschap om aan te sterken, te rusten en zich voor te bereiden op het broedseizoen en de najaarstrek. Vogelkundige waarde van het Doove Gat Het Doove Gat, formeel bekend als de Hoge Boezem Achter Haastrecht, is een sinds 2012 heringericht natuurgebied van circa 50 hectare bij Haastrecht. Het gebied bestaat uit een afwisseling van plassen, eilandjes en natte weilanden, en fungeert tevens als opvanggebied voor overtollig water. Deze variatie in water- en graslandhabitat maakt het gebied bijzonder aantrekkelijk voor weidevogels, watervogels en doortrekkende soorten. Het gebied wordt regelmatig bezocht door grote aantallen vogels. Weidevogels zoals kievit, grutto, wulp, watersnip, bosruiter, witgatje, kleine plevier en kemphaan zijn er aanwezig, vaak in hoge aantallen.

Watervogels zoals slobeend, krakeend, smient, fuut en dodaars vinden in de plassen voedsel en rustplaatsen. Ook tal van zeldzame of onverwachte soorten, waaronder poelruiter, porseleinhoen, steltkluut, zwarte stern en Cetti’s zanger, zijn in het gebied waargenomen. Het Doove Gat biedt daarnaast habitat voor een verscheidenheid aan zangvogels, waaronder blauwborst, graspieper, veldleeuwerik, rietgors, bosrietzanger, kleine karekiet, snor, rietzanger, ringmus en kneu. Deze vogelrijkdom trekt roofvogels aan, zoals buizerd, bruine kiekendief, 19

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid sperwer en torenvalk; in herfst en winter wordt het gebied zelfs door slechtvalk bezocht. Dankzij de combinatie van natte graslanden, plassen, eilandjes en open structuren speelt het Doove Gat een belangrijke rol in het voedsel- en rustaanbod voor tal van weide- en watervogels, en draagt het bij aan de biodiversiteit van de Krimpenerwaard. Naast de grutto (Figuur 11) worden in de nazomer en vroege herfst ook aanzienlijke aantallen kieviten (Figuur 15) waargenomen in Polder Beneden Haastrecht, oplopend tot circa 250 à 300 individuen. De wulp (Numenius arquata), een soort die landelijk sterk is afgenomen, bezoekt het gebied eveneens regelmatig om er in kleine groepen te foerageren.

Figuur 8. Waarnemingen van de grutto in Polder Beneden Haastrecht met Haastrecht-Zuid, natuurgebied Doove Gat (met concentratie van punten) en omliggende polders in de afgelopen vijf jaar. Bron: Waarneming.nl. Als broedvogel zijn weidevogels in polder Haastrecht- Zuid tegenwoordig schaars te noemen. In de betreffende polder gaat het nog slechts om gemiddeld twee tot drie broedparen per soort (grutto, tureluur, kievit en scholekster), die voornamelijk gebruikmaken van de diepere delen van de polder, vooral op ruime afstand van bebouwing. In aangrenzende polders met meer openheid en rust, zoals in Polder Laag-Bilwijk, liggen de aantallen broedparen hoger. In andere delen van de Krimpenerwaard zijn gedeeltelijke successen geboekt met het creëren van plas-draszones, hetgeen heeft geleid tot stabilisering en plaatselijk zelfs lichte groei van het aantal broedparen van de meeste weidevogelsoorten in de Krimpenerwaard als geheel. Deze maatregelen hebben echter per saldo nog onvoldoende bijgedragen aan een duurzame aanwas van de gruttopopulatie (Dreef & Van der Winden, 2020; Agrarisch Collectief Krimpenerwaard, 2023). Naast hydrologische maatregelen spelen ook andere milieufactoren een essentiële rol bij het herstel van weidevogelpopulaties.

20

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid Verder blijkt dat de neerwaartse trend van de weidevogels met de grutto als vlaggenschip minder steil gaat in Natuurnetwerk dan in de gebieden erbuiten (Figuur 12), hetgeen het belang van het netwerk voor weidevogels aangeeft. Sommige soorten, zoals de tureluur (Figuur 18), laten hier ook herstel zien (Poot et al. 2023). De belangrijkste factoren die de weidevogelstand beïnvloeden zijn onder meer de voortschrijdende landbouwintensivering en ruimtelijke versnippering, die leiden tot verlies van geschikt broedhabitat en verstoring door vroeg maaien en machinaal grondgebruik. Rust en openheid van het landschap zijn essentieel om verstoring en predatie te beperken. Hoge waterpeilen of zogenoemde plasdras-omstandigheden op royale schaal verbeteren de beschikbaarheid van bodemfauna, terwijl extensief maaibeheer en ruige grasvegetaties bescherming bieden aan kuikens. Daarnaast vormt predatie door grond- en luchtpredatoren (zoals vos, kraai en meeuw) een belangrijke drukfactor, met name in landschappen met weinig vegetatiestructuur. Verder spelen nutriëntenverrijking en klimaatverandering een toenemende rol. Overmatige bemesting en stikstofdepositie leiden tot uniforme, soortenarme grasmatten met een lagere insectenrijkdom, wat direct invloed heeft op het voedselaanbod voor kuikens.

Klimaatverandering beïnvloedt de timing van het broedseizoen en de beschikbaarheid van voedsel; droogteperiodes en verschuivingen in seizoenspatronen zorgen ervoor dat het voedselaanbod niet altijd meer synchroon loopt met de behoeften van de kuikens. Samenvattend blijkt dat behoud en herstel van weidevogelpopulaties in de Krimpenerwaard alleen mogelijk zijn bij een integrale aanpak waarin hydrologisch herstel, rust en ecologische ruimte, voedselbeschikbaarheid, effectieve predatiebeperking en duurzaam agrarisch beheer in samenhang worden bevorderd.

21

EcoNatura rapportage 2025-066 – Natuurwaardenonderzoek Haastrecht-Zuid

Figuur 9. De neerwaartse landelijke trends van vier soorten weidevogels als broedvogel in Nederland. Bron: SOVON Vogelonderzoek Nederland.

Figuur 10. Aandeel van Zuid-Holland in de landelijke vogelpopulaties van veenweidegebied en boerenland op basis van de gegevens van SOVON Vogelonderzoek Nederland in de periode 2013-2015.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=20b28588-f6f1-42de-a8a2-5ebf055e0296