Lekkerkerk Lorentzweg en omgeving - Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan
Tekst van het document
Lorentzweg en omgeving Lekkerkerk
Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan
Project Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan Lorentzweg en omgeving, Lekkerkerk Projectnummer: SR220169
Opdrachtgever QuaWonen
Opsteller Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersoon: John van de Zand T
030 - 267 91 98
E
utrecht@buro-sro.nl
Datum 28 mei 2025
2
Inhoudsopgave
7. Beeldkwaliteitscriteria (openbare)
1. Inleiding
5
1.1.
Aanleiding
5
1.2.
Opzet SP + BKP
5
7.1.
Algemeen streefbeeld
29
1.3.
Plangebied
5
7.2.
Verharding
29
7.3.
Parkeren
29
buitenruimte
29
2. Analyse
7
7.4.
Groen
29
2.1.
Ligging
7
7.5.
Beplanting
29
2.2.
Historische ontwikkeling
7
7.6.
Erfafscheidingen
29
2.3.
Ruimtelijk
9
7.7.
Afval
31
2.4.
Openbaar gebied
10
7.8.
Nutsvoorzieningen
31
2.5.
Voorzieningen
11
7.9.
Duurzaamheid
31
3. Stedenbouwkundige uitgangspunten 13 3.1.
Ruimtelijk
13
3.2.
Programma
13
3.3.
Verkeer en parkeren
13
3.4.
Openbare ruimte
15
3.5.
Gezondheid, duurzaamheid en milieu
15
3.6.
Participatie
15
4. Stedenbouwkundig plan
17
4.1.
Stedenbouwkundig plan
17
5.
Beeldambitie
21
5.1.
Inspiratie
21
5.2.
Ambitie en sfeer
21
6. Beeldkwaliteitscriteria bebouwing 23 6.1.
Appartementengebouwen
24
6.2.
Kleur- en materiaalgebruik
25
6.3.
Duurzaamheid
25
3
Luchtfoto bestaande situatie
Fase 2
Fase 1
4
1. Inleiding 1.1. Aanleiding
1.2. Opzet SP + BKP
QuaWonen is al geruime tijd bezig met de vernieuwing
Dit SP en BKP vangt in hoofdstuk 2 aan met een
van de woonbuurt Lorentzweg en omgeving. Voor
analyse van het plangebied en de directe omgeving.
deze buurt, gelegen ten noordwesten van het centrum
Daarbij wordt onder andere ingegaan op de historische
van Lekkerkerk, zijn er plannen voor renovatie, aanpak
ontwikkeling en de ruimtelijk context. In hoofdstuk 3
drainage en sloop-nieuwbouw. In 2019 is een deel van
worden de belangrijkste uitgangspunten benoemd.
de woningen aan de Kerkweg reeds vernieuwd.
Deze vormen de basis voor het stedenbouwkundig plan dat in hoofdstuk 4 aan de orde komt.
Voor een deel van de Lorentzweg en omgeving
Hoofdstukken 5 gaat in op de beeldambitie. Hoofdstuk
zijn er plannen om woningen te slopen vanwege
6 en 7 gaan respectievelijk in op de beeldkwaliteit van
funderingsproblemen. Daarvoor in de plaats worden
de gebouwde en onbebouwde ruimte.
nieuwe woningen teruggebouwd. Dit gebeurt in twee fasen. Daarbij gaat het om:
1.3.
Plangebied
Fase 1
Het plangebied is gelegen tussen de Lorentzweg aan
▪ Lorentzweg
10 t/m 32
de westzijde en de achtertuinen van de woningen aan
▪ J. Ligthartstraat
1 t/m 19
de Kerkweg aan de oostzijde. De noordzijde van het
▪ Schaepmanstraat
1 t/m 19
plangebied wordt begrensd door de Berlagestraat en
▪ Wibautstraat
2 t/m 32
de Talmastraat aan de zuidzijde. De Witbautstraat, Piersonstraat, Jan Ligthartstraat en Schaepmanstraat
Fase 2
maken allen onderdeel uit van het plangebied.
▪ Lorentzweg
34 t/m 56
▪ J. Ligthartstraat
2 t/m 18
Het gebied is nu bebouwd met alleen woningen en
▪ Piersonstraat
1 t/m 19
heeft overwegend een woon- en verkeersbestemming.
▪ Wibautstraat
34 t/m 64
Het is een woongebied dat bestaat uit meerdere kadastrale percelen en bevat nagenoeg alleen sociale
Met de sloop van deze woningen wil QuaWonen naast
huurwoningen. Twee blokken met duplexwoningen
een kwaliteitsslag ook inspelen op de veranderende
blijven in het plangebied gehandhaafd evenals de
vraag vanuit de woningmarkt en het plangebied
particuliere woningen aan de randen. Daarnaast is
aantrekkelijker maken.
een enkele woning in het verleden verkocht, maar is voor deze herontwikkeling weer aangekocht.
Om tot deze herontwikkeling te komen is Buro SRO gevraagd om een stedenbouwkundig plan (SP) op
Het plangebied heeft een omvang van ongeveer 2,8
te stellen in combinatie met een beeldkwaliteitsplan
hectare.
(BKP). Daarmee worden de eisen, niet alleen stedenbouwkundig maar ook architectonisch en voor de inrichting van de openbare ruimte, zowel ruimtelijk als kwalitatief vastgelegd.
5
6
Historische kaart 1850
Historische kaart 1900
Historische kaart 1940
Historische kaart 1960
Historische kaart 1970
Historische kaart 1980
Historische kaart 1995
Historische kaart 2020
2. Analyse 2.1. Ligging
Lekkerkerk is gelegen in de gemeente Krimpenerwaard
binnenland te laag en te nat werd door inklinking van de
aan de rivier de Lek. Het dorp ligt op de scheiding van
gronden.
de Polder Schuwagt aan de westzijde en de Polder Den
Vanuit de Lek werd begonnen het achtergelegen land
Hoek aan de oostzijde. De Kerkweg en de provinciale
te ontginnen. De ontginningsstructuur werd van de
weg N476 (Boezemweg) vormen de scheiding tussen
rivier de Loet in zuidelijke richting nagenoeg haaks op
deze polders. Het bijzondere van Lekkerkerk is dat het
de Lek gesitueerd. Daar tussen werden verschillende
van origine een langgerekt dijkdorp is sterk georiënteerd
zogenaamde tiendwegen aangelegd om het gebied
op de rivier. Rondom het dorp zijn overwegend
begaanbaar te houden. Deze structuren zijn vandaag de
landbouwgronden.
dag nog steeds zichtbaar.
De buurtschappen Opperduit en Schuwacht kenmerken zich door lintbebouwing en in de polders Den Hoek en
In de 15e eeuw, tijdens de tachtigjarige oorlog, werd het
Schuwagt met De Loet is wat verspreide bebouwing
dorp grotendeels verbrand en vernield. Hierna werd het
langs kaden en waterlopen te vinden. Langs de Lekdijk
dorp herbouwd en bleef tot in de 19e eeuw beperkt tot
vindt men fraaie oude boerderijen, vooral in Opperduit.
een buurtschap op de dijk langs de Lek.
In het achterland bevinden zich de nieuwbouwwijken. Door de regelgeving met betrekking tot het Groene Hart
Pas vanaf 1900 begon het dorp uit te breiden. Vanaf
mag er alleen binnen de dorpskern worden gebouwd.
de kerk, langs de huidige Kerkweg en Boezemweg,
De wijk Tiendhoek II, waarvan de bouw begin 2020 werd
werden de eerste woningen en boerderijen in noordelijke
afgerond, vormt hierop een uitzondering.
richting gebouwd. In de jaren die volgde werd er haaks op de Lekdijk en rondom de kerk gebouwd. Pas vanaf
2.2. Historische ontwikkeling
de jaren ‘50/’60 begon het dorp groter te groeien door
Lekkerkerk bevindt zich in de Krimpenerwaard en was
grotere uitbreidingen. Dit gebeurde aan de oostzijde
rond het jaar 1000 een veenwildernis tussen de IJssel
van de Kerkweg in de richting van het oorspronkelijke
en de Lek. Vanaf de 9 en 10 eeuw werd het gebied
ontginningslandschap.
e
e
sterk ontwaterd zodat het veen niet meer groeide. In combinatie met een periode van droogte maakte het
In de jaren ‘70 en ‘80 vond aan de westzijde van de
veen rond het jaar 1000 beter begaanbaar.
Kerkweg op grootschalige wijze uitbreiding plaats. Door het toenemende autoverkeer en de aanleg van de
De bewoning in de Krimpenerwaard vond als eerste
Algera-brug bij Krimpen aan den IJssel kwam het gebied
plaats op de hogere gelegen delen, omdat de
in trek bij mensen die werkten in Rotterdam. De buurt
omliggende rivieren regelmatig overstroomde. Op de
aan de westzijde van de Kerkweg werd deels in een
wat hoger gelegen delen ontstonden de eerste kleine
zogenaamde stempelstructuur aangelegd. Daarbij lag de
gemeenschappen. Lekkerkerk ontstond rond het midden
basis en ontsluitingsstructuur haaks op de Kerkweg en de
van de 13 eeuw op de oevers van de Lek. De bewoners
dijk. Eind jaren ‘90 werd begonnen met de uitbreidingen
werden gedwongen naar de rivierdijk te verhuizen, en
ten noorden van de Tiendweg. De laatste uitbreiding,
de omgeving van het huidige Lekkerkerk, omdat het
Tiendhoek II, is in 2020 afgerond.
e
7
8
Eengezinswoningen aan de Wibautstraat
Eengezinswoningen aan de Lorentzweg
Duplexwoningen aan de Schaepmanstraat
Eengezinswoningen aan de Schaepmanstraat
Groene parkeerhoven onderdeel van stempelstructuur
Entreezijde duplexwoningen
Groene ruimte aan de Jan Ligthartstraat
Eengezinswoningen aan de Talmastraat
Stedenbouwkundige stempelstructuur
Te behouden en in te passen woningen
2.3. Ruimtelijk Direct na WOII werd begonnen met de woonbebouwing
De woningen tussen de Wibautstraat en de Lorentzweg
langs de Kerkweg. Daarbij ontstond er een lang lint van
zijn georiënteerd op de aanliggende openbare ruimte.
bebouwing langs deze invalsweg. Daarna, eind jaren ‘50,
Dat betekent dat bij de eengezinswoningen de voordeur
werd een aanvang gemaakt met de woningbouw aan de
altijd aan de straatzijde is gelegen. De duplexwoningen
Wibautstraat, bestaande uit eengezinswoningen van
hebben hun buitenruimte (terras of balkon) aan de
twee lagen met een kap, welke nu onderdeel uitmaakt
straatzijde liggen. De woningen aan de Wibautstraat
van het plangebied. Daarbij werd ook de wegenstructuur
zijn eveneens met hun voorzijde naar de weg gericht.
van de Talmastraat, Jan Ligthartstraat en Berlagestraat
Achterkanten van de kavels grenzen hier aan de
bepaald.
achterkanten van de woningen aan de Kerkweg.
Medio jaren ‘60 wordt de wijk Wibautstraat en Lorentzweg
De stedenbouwkundige opzet van het plangebied is
verder ontwikkeld. Het deel tussen de Wibaustraat en
duidelijk afwijkend van de woningen aan de Kerkweg
Lorentzweg krijgt een zogenaamde stempelstructuur.
(lintbebouwing) en de woningen ten westen van de
Dit betekent dat de stedenbouwkundige opzet van
Lorentzweg (rug aan rug verkaveling). Juist deze
de woonveldjes ter plaatse vier maal is herhaald. De
afwijkende ruimtelijke opzet geeft het gebied een
bebouwing hier bestaat uit eengezinswoningen en
bijzondere karakter in samenhang met het groen en
zogenaamde duplexwoningen (appartementen) beide
water. Binnen de ontwikkeling blijven 39 bestaande
zijn twee lagen met een kap. De goot- en bouwhoogtes
woningen behouden en worden ingepast.
liggen op ca. 6 en 10 meter.
9
Huidige verkeer- en parkeerstructuur
Huidige bebouwing en oriëntatie
2.4. Openbaar gebied
In de afgelopen tijd zijn diverse straten binnen het
Infrastructuur
plangebied geherprofileerd. Daarbij is zowel de
Het plangebied wordt ontsloten, komend vanaf de
ondergrondse infrastructuur als de bovengrondse
Kerkweg, via de Berlagestraat, Jan Ligthartstraat en
indeling
Talmastraat. Via deze wegen worden de Wibautstraat
parkeerhoven zijn nog niet vernieuwd.
aangepast.
De
Wibautstraat
en
de
en Lorentzweg ontsloten. Vanaf de Talmastraat is de Lorentzweg alleen voor langzaamverkeer te bereiken.
Onder alle wegen in het plangebied ligt ondergrondse
Ter plaatse loopt de Lorentzweg voor auto’s dood.
infrastructuur (riolering en diverse andere kabels en
De Talmastraat is de belangrijkste weg aangezien deze
leidingen). Het zoveel als mogelijk behouden van deze
ook grote delen van het westelijk deel van Lekkerkerk
tracés vormt het uitgangspunt voor de planontwikkeling
ontsluit. Dit is tevens in profiel terug te zien (asfalt), waarbij er tevens fietsindicatiestroken aanwezig zijn.
Groen en water
Alle wegen in het plangebied zijn 30 km/uur wegen.
De woonblokken zijn rondom centrale groen- en
Uitzondering daarop vormen de Piersonstraat en
parkeerruimtes gepositioneerd. Deze maken onderdeel
Schaepmanstraat.
en
uit van de stedenbouwkundige stempelstructuur en
vormen intern de verbindingen tussen de Wibautstraat
geven de buurt zijn karakter. Op de koppen van de
en Lorentzweg als woonerf. Daarnaast is er een
parkeerkoffers staan grote bomen. De zuid- en westzijde
viertal insteekstraatjes vanaf de Wibautstraat die de
van deze koffers worden afgezoomd met groenstroken.
parkeerhoven ontsluiten.
Enkele zijn voorzien van een speelplek. Andere
Dit
zijn
15km/uur
wegen
hebben enkele bomen. Het zicht vanaf deze openbare
10
Huidige groen- en waterstructuur
Belemmeringen
ruimte is kwalitatief niet overal even goed. Sommige
2.5. Voorzieningen
achterkantsituaties, met een grote verscheidenheid
Op circa 350 meter loopafstand, centraal vanuit het
aan schuurtjes en schuttingen, vraagt om een meer
plangebied, bevinden zich diverse voorzieningen.
eenduidig en kwalitatief beeld.
Onder andere het centrum van Lekkerkerk, met diverse winkels en horeca, (basis)scholen, etc. Op circa 150 en
Centraal in het plangebied, langs de Jan Ligthartstraat
300 meter loopafstand, centraal vanuit het plangebied,
ligt open water met rondom een groene ruimte en enkele
liggen respectievelijk bushaltes aan de Kerkweg en de
grote bomen. Komend vanaf de Kerkweg vormt dit een
Talmastraat. Deze maken de verbinding met Rotterdam
fraaie entree van de buurt. Direct hier tegenover, aan de
en Bergambacht.
oostzijde, ligt een parkeerkoffer. Deze wordt omzoomd met laag groen en enkele bomen.
Sporten kan eveneens op loop- en fietsafstand. Onder andere Tennis Club Lekkerkerk, Voetbal Vereniging
In de Wibautstraat ligt aan de oostzijde een groenstrook
Lekkerkerk en IJs (en skate) vereniging Lekkerk liggen
met bomen en onderbeplanting. Deze strook omzoomd
op goed bereikbare afstand.
een deel van de langsparkeerplaatsen in deze straat. De tussenstraten Piersonstraat en Schaepmanstraat hebben beide aan de noordzijde een groenstrook met boombeplanting. Langs de Talmastraat liggen enkele groenstroken met enkele bomen.
11
Uitgangspuntenkaart
12
3. Stedenbouwkundige uitgangspunten Aan de hand van de voorgaande analyse zijn
3.2. Programma
verschillende uitgangspunten geformuleerd waarmee
▪ Het te realiseren woonprogramma bestaat uit
stedenbouwkundig,
landschappelijk
en
(milieu)
100% sociale woningen;
planologisch rekening dient te worden gehouden. Deze
▪ Er worden 95 eengezinswoningen gesloopt;
vormen het vertrekpunt voor het stedenbouwkundig
▪ Er worden 139 nieuwbouwwoningen gerealiseerd
plan.
waarvan:
- 30-40% eengezinswoningen
3.1. Ruimtelijk
- 60-70% meergezinswoningen
▪ De ontwikkeling gaat uit van alleen (zorg)woningen
▪ Eventueel inpassen van een woonzorgcomplex
en wordt in twee fasen gerealiseerd;
voor bewoners met een verstandelijke beperking
▪ Te behouden woningen dienen stedenbouwkundig
(ca. 30 zorgwoningen).
goed ingepast te worden; ▪ Een bebouwingsdichtheid passend bij de context
▪ De
van de locatie en directe omgeving; ▪ Een
in
de
omgeving
stedenbouwkundig
en
passend
plan,
landschappelijk
dat goed
▪ Een groenstructuur dient onderdeel te zijn van de
blijven
verkeersstructuur
blijft
in
hoofdlijnen ongewijzigd; ▪ Eventuele nieuwe langzaamverkeersverbindingen
▪ Voor
het
parkeren
dienen
de
geldende
parkeernormen te worden gehanteerd:
stedenbouwkundige hoofdstructuur; watergangen
bestaande
sluiten aan op bestaande;
aansluit op de aanpalende gebieden;
▪ Bestaande
3.3. Verkeer en parkeren
tenmiste
gehandhaafd en waar mogelijk uitgebreid; ▪ Rekening houden met aanwezige kabels en leidingen binnen het plangebied; ▪ De nieuwe bebouwing dient in massa, omvang, verschijningsvorm en architectonische uitstraling aan te sluiten bij het karakter van de omgeving en de omliggende bebouwing; ▪ Grondgebonden woningen krijgen een kap.
- 1,6 pp./woning eengezinswoningen
- 1,4 pp./woning meergezinswoningen
- 0,6 pp./zorgwoning i.o.m. gemeente
▪ Parkeren zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken voor kwalitatief aantrekkelijk woonstraten; ▪ Voldoende ruimte voor fietsen van bezoekers bij appartementen en zorg; ▪ Voor het openbaar vervoer wordt gebruik gemaakt van bestaande haltes in de directe omgeving.
Appertementencomplexen een plat dak, set-back
Goede
langzaamverkeerverbindingen
danwel een (suggestieve) kap;
hier zorg voor.
dragen
▪ De openbare ruimte dient aantrekkelijk te zijn ingericht met een groenstructuur, waarbij het parkeren zoveel mogelijk uit het zicht plaatsvindt.
13
14
3.4. Openbare ruimte
3.6. Participatie
▪ De openbare ruimte wordt op een zo duurzaam
▪ Er
mogelijke wijze ontworpen en ingericht;
als mogelijk (duurzame) groene verbindingen te maken met de directe omgeving;
voorzien in voldoende gelaagdheid;
de
eisen
van
het
Hoogheemraadschap; ▪ Watergangen
dienen
en
geparticipeerd
belangstellenden
over
met de
renovatie van deze buurt; ▪ Er wordt een participatieplan opgesteld dat
van participeren is ‘raadplegen’. Bewoners en omwonenden worden nauw betrokken bij het
▪ De woonbuurt dient voldoende wateroppervlakte conform
worden
met de gemeente is afgestemd. Het niveau
▪ Nieuwe beplanting dient gebiedseigen te zijn en te
krijgen
te
omwonenden
▪ De hoofdgroenstructuur van het plan dient zoveel
te
dient
opstellen van het stedenbouwkundig plan en het beeld van de architectuur en openbare ruimte. Zij worden vroegtijdig en meermaals geïnformeerd.
doorspuibaar
dan
wel
onderdeel te zijn van een watercircuit en goed bereikbaar voor onderhoud; ▪ Binnen de planontwikkeling dient er ruimte te zijn voor spelen, bewegen en sociale contacten. De openbare ruimte moet hiertoe uitnodigen; ▪ Er
dienen
voldoende
(ondergrondse)
huisvuilinzamelingsplekken te worden gerealiseerd conform de eisen van de gemeente; ▪ Nutsvoorzieningen worden goed ingepast binnen de openbare ruimte.
3.5. Gezondheid, duurzaamheid en milieu ▪ Inzetten op een duurzame en gezonde woonbuurt; ▪ Gebouwen worden zo duurzaam mogelijk gebouwd en zijn tenminste BENG, maar bij voorkeur ENG; ▪ De aanwezigheid van groen en aanleidingen om te bewegen dienen onderdeel te zijn van de planontwikkeling. Dit geldt tevens voor de mogelijkheid van ontmoetingsplekken, etc.; ▪ Gebouwen en openbare ruimte bieden ruimte voor onder andere nestkasten en -gelegenheden, verrijking voor de biodiversiteit, dragen bij aan klimaatadaptatie, het voorkomen van hittestress, etc.
15
Stedenbouwkundig plan
Stedenbouwkundig principe
16
4. Stedenbouwkundig plan Op basis van de geformuleerde uitgangspunten is
De Jan Ligthartstraat splitst het plangebied in tweeën en
het stedenbouwkundig plan opgesteld. Het plan gaat
biedt de mogelijkheid het plan in twee logische fasen te
zoveel mogelijk uit van het behouden van de bestaande
ontwikkelen.
wegenstructuur aangezien grote delen van de openbare ruimte recentelijk onder- en bovengronds zijn vernieuwd.
Fase 1 Aan de oostzijde langs de Wibautstraat worden de
4.1. Stedenbouwkundig plan
bestaande grondgebonden woningen vervangen door een
Het plan doorbreekt de bestaande hoofdwegenstructuur
blok met nieuwe grondgebonden woningen. Deze bestaan
ter plaatse van de Wibautstraat. Deze straat is nog niet
uit twee lagen met een kap. De kavels hiervan sluiten
vernieuwd en met de voorgestelde ruimtelijke ingreep
aan op het bestaande achterpad van de woningen aan
levert dit een aantrekkelijke stedenbouwkundige structuur
de Kerkweg. Aan beide zijden van dit woonblok worden
op met een groot centraal gelegen ‘park’.
parkeerkoffers voorgesteld waarmee de Wibautstraat vrij blijft van geparkeerde auto’s. Hierdoor ontstaat er extra
De Wibautstraat wordt, halverwege het plangebied,
groene ruimte in deze straat en levert dit extra (woon)
geknipt en afgebogen in de richting van de Lorentzweg.
kwaliteit op. De bestaande groenstrook met bomen kan zo
Daarmee ontstaat een centraal groen middengebied dat
mogelijk behouden blijven en indien verlengt.
alleen wordt doorsneden door de Jan Ligthartstraat. Dit gebied krijgt een parkachtige inrichting met wandelpaden
Aan de westzijde van de Wibautstraat worden
die aansluiten op onder andere het achterpad van de
twee woonblokken voorgesteld. Een blok met 4
woningen aan de Kerkweg. Binnen deze groene ruimte is
grondgebonden woningen en een blok met 6 beneden-
plaats voor een tweetal gebouwen die als verbijzondering/
en bovenwoningen. Beide blokken bestaan uit twee
special in deze groene ruimte staan.
lagen met een kap en zijn georiënteerd op deze straat.
17
Fasering
Rooilijnen, bebouwing en oriëntatie
Aan de Lorentzweg zijn twee woonblokken met
als setback uitgevoerd. Dit blok staat dan ook licht
grondgebonden woningen voorzien. Deze bestaan
gedraaid ten opzichte van de grid-achtige structuur
uit twee lagen met een kap en zijn georiënteerd
van het plan en staat op subtiele wijze in het zicht van
op deze straat en staan in dezelfde rooilijn als de
de Wibautstraat.
huidige grondgebonden woningen. De bestaande duplexwoningen in de eerste fase komen aan een
Fase 2
vernieuwde dwarsstraat tussen de Lorentzweg en de
Het
Wibautstraat te staan. Daarmee komen deze woningen
stedenbouwkundige hoofdstructuur van het zuidelijk
met hun voordeurzijde aan het ‘centrale’ park te staan.
deel. De bestaande grondgebonden woningen langs
noordelijke
deel
borduurt
voort
op
de
de Berlagestraat en de duplexwoningen worden
18
Het zuidelijke deel van de Jan Ligthartstraat bestaat
ingepast en vormen de basis.
uit meerdere woonblokken die zijn georiënteerd op de
Aan de westzijde van de Wibautstraat is een woonblok
aanliggende woonstraten. Daarmee kan het parkeren
voorzien van grondgebonden woningen. Deze bestaat
aan de binnenzijde van dit cluster plaatsvinden en aan
uit één laag met een kap en is georiënteerd op deze
het zicht worden onttrokken. Dit levert in de woonstraten
straat en staat nagenoeg in dezelfde rooilijn als de
extra (woon)kwaliteit op.
huidige koppen van de bestaande woningen.
In het ‘centrale’ park is een appartementencomplex
Ten
van 5 bouwlagen voorgesteld die als ‘special’ in deze
appartementenblok voorzien met de oriëntatie op het
groene ruimte staat. De bovenste bouwlaag als wordt
‘centrale’ park. Dit blok bestaat uit drie bouwlagen en
zuiden
van
de
duplexwoningen
is
een
Ontsluiting
Groenstructuur
Programma en parkeren speelt hiermee in op de bouwhoogtes in de omgeving.
Grondgebonden bestaand
19
Tussen dit appartementenblok en de duplexwoningen
Grondgebonden nieuw 41
is een parkeerkoffer voorzien en ligt uit het zicht van
Appartementen duplex bestaand
20
de straat.
Appartementen BEBO nieuw
18
Appartementen nieuw 50 In dit deel van het ‘centrale’ park komt een
Zorg Philadelphia
30+
woonzorgcomplex van 4 bouwlagen hoog. Samen met
Totaal
178
het tegenoverliggende appartementenblok vormen ze twee ‘specials’ in het park.
Bestaande parkeerbehoefte
211 pp.
Nieuwe parkeerbehoefte Het parkeren in het gehele plan wordt zoveel als
conform gemeentelijk norm
241 pp.
mogelijk
Toename parkeerbehoefte
+ 30 pp.
uitgevoerd
met
een
halfopen
groene
bestrating. Parkeerplaatsen worden afgewisseld met
bomen. Parkeerkoffers worden zoveel als mogelijk
Huidig aantal parkeerplaatsen
128 pp.
afgeschermd met een lage groen blijvende haag om
Nieuw aantal parkeerplaatsen
181 pp.
het zicht op het blik te ontnemen.
Verschil
+ 53 pp.
Bestaande overcapaciteit in omgeving op basis van parkeeronderzoek
+ 60 pp.
Er is sprake van een acceptabele parkeersituatie.
Eventueel extra toekomstige parkeerplaatsen aan te leggen in het groen
35 pp. 19
20
5. Beeldambitie 5.1. Inspiratie
Ontwerpmiddelen
In dit hoofdstuk wordt de inhoudelijke basis gelegd
▪ Heldere massa’s;
voor de beeldkwaliteit zoals deze in het volgende
▪ Traditionele bakstenen architectuur;
hoofdstuk nader wordt omschreven. Het idee is
▪ Horizontale geleding;
om met karakteristieken van de bestaande buurt
▪ Baksteen en dakpannen;
richtlijnen op te stellen voor de nieuwe bebouwing
▪ Gemetselde schoorstenen;
voor de Lorentzweg en omgeving.
▪ Variatie kleurstelling woonblokken; ▪ Afwijkende kleur (bakstenen) smetlaag;
Opvallend aan de bestaande woonbuurt is de sobere
▪ Verbijzondering in metselwerk;
maar toch fraaie en gedetailleerde architectuur. De
▪ Deur- en raamlijsten;
bestaande bebouwing van eind jaren ‘50 heeft dan
▪ Gootklossen en -lijsten;
wel als inspiratiebron gediend, maar het is zeker niet
▪ Dakoverstek;
de bedoeling om deze letterlijk na te bouwen. Voor
▪ Dakkapellen.
de nieuwe woonbebouwing kan juist aansluiting worden gezocht bij de beeldentaal en detailering van de huidige woonbebouwing. Uiteraard met een hedendaagse ‘twist’. Daarmee ontstaat niet alleen een aantrekkelijke nieuwe woonbuurt, maar blijft ook de samenhang met de bestaande (woon)omgeving in stand.
5.2. Ambitie en sfeer De nieuwe woonbuurt wordt een meer gevarieerde buurt met verschillende woontypologiën en zorg. In aansluiting bij de bestaande woonomgeving en de nabijheid van het ‘centrum’ van Lekkerkerk dient de bebouwing een passende schaal te krijgen, aansluitend bij de schaal en structuur van Lekkerkerk. Een traditionele maar eigentijdse bakstenen architectuur is daarbij het uitgangspunt met een duidelijke verwijzing naar de jaren ‘50 architectuur. Daarnaast is er een aantal ontwerpmiddelen die als ‘tools’ binnen de
Referentiebeelden
architectonische uitwerking kunnen worden ingezet.
In dit beeldkwaliteitsplan wordt gebruik gemaakt van
Deze zijn geïnspireerd op de huidige detaillering van de
referentiebeelden. Met deze beelden wordt een mogelijke
bestaande woongebouwen. Uiteraard dient een en ander
uitwerking/sfeer weergegeven zonder dat dit een letterlijke
afgestemd te worden met de financiële haalbaarheid.
uitwerking dient te zijn.
21
Beeldkwaliteitsprincipes
22
Woningen bestaand uit twee bouwlagen met kap voorzien van oranje gebakken pannen
(Optionele) dakkapellen meeontwerpen
Verbijzonderingen in de gevel
Geen blinde kopgevels d.m.v. raampartijen en/of overhoekse venster
Afvoeren zoveel als mogelijk clusteren
Groene of mee-ontworpen erfafscheidingen
Entrees op kopse zijde
Zonnepanelen evenwichtig inpassen
6. Beeldkwaliteitscriteria bebouwing Het stedenbouwkundig plan gaat echter niet in op de
Bouwmassa
beeldkwaliteitscriteria ten aanzien van de bebouwing
▪ De rijwoningen en bebo’s zijn maximaal twee
en de openbare ruimte. Om die reden zijn deze
bouwlagen hoog met een verplichte kap;
beeldkwaliteitscriteria opgesteld. Doel van dit hoofdstuk
▪ De nokrichting is evenwijdig aan de straat;
is om de nadere beeldkwaliteitseisen voor de bebouwing
▪ Aan de straatzijde zijn (optionele) dakkapellen mee-
en de (openbare) buitenruimte mee te geven. Op deze
ontworpen en zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa;
wijze wordt de kwaliteit van de verschijningsvorm van
▪ Bijgebouwen staan zoveel mogelijk uit het zicht en
de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte
zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa;
gewaarborgd en vormen de beeldkwaliteitseisen een
▪ De woonblokken krijgen een traditionele maar moderne
aanvulling op de reeds geldende Nota Ruimtelijke
vormgeving geïnspireerd op het karakter van de buurt;
Kwaliteit van de gemeente Krimpenerwaard.
▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie;
Deze beeldkwaliteitseisen zijn richtinggevend en geven de beoogde sfeer en kwaliteit aan, maar zijn dermate
Architectonische uitwerking
flexibel dat ontwerpers er een eigen invulling aan kunnen
▪ De architectonische uitwerking en detaillering zijn
geven. De criteria zijn geen blauwdruk, maar tippen principes (niet uitputtend) aan om tot de beoogde sfeer en ruimtelijke kwaliteit te komen. Indien met andere principes
zorgvuldig en evenwichtig; ▪ De hoofdmassa heeft een heldere en in de regel horizontale geleding;
hetzelfde wordt bereikt dan is dit ‘in de geest van deze
▪ Fijne detaillering zorgt voor variatie in het
beeldkwaliteitseisen’ en wordt daarmee ook voldaan. Een
gevelbeeld bijvoorbeeld door ramen tot het
hoogwaardiger en sprekender architectonische uitwerking
maaiveld,
kan, ook als dit iets afwijkt van dit beeldkwaliteitsplan,
het metselwerk, subtiele kleurvlakken, rollaag
mits de samenhang binnen het plan behouden blijft en
rondom raampartijen, frans balkon, etc.
volumes en kappen blijven, zoals geschetst.
dakoverstek,
verbijzonderingen
in
▪ Blinde (kop)gevels zichtbaar, vanaf de openbare ruimte, zijn niet toegestaan;
Rijwoningen en bebo-woningen
▪ Kopgevels die grenzen aan dan wel goed zichtbaar
Posititie en oriëntatie
zijn vanaf openbaar gebied dienen speciale
▪ Woningen worden in de verplichte voorgevelrooilijn
aandacht te krijgen. Een aantal ontwerpmiddelen
geplaatst;
kan hiervoor ingezet worden:
▪ De oriëntatie van de woningen is gericht op de aanliggende openbare ruimte en/of straat; ▪ De
woonblokken
krijgen
een
duidelijke
samenhang met de bestaande wijk; ▪ Bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn.
▪ Entree op de kopgevel; ▪ Erker of risaliet; ▪ Overhoeks raam; ▪ Raampartijen; ▪ Variatie in kleur- en materiaalgebruik; ▪ Bergingen worden mee-ontworpen; ▪ Eventuele zonnepanelen worden evenwichtig en zorgvuldig binnen het dakvlak ingepast;
23
Beeldkwaliteitsprincipes appartementen
▪ Balkons worden afgeschermd door hekwerken en/of glas en worden mee-ontworpen.
6.1. Appartementengebouwen Positie en oriëntatie ▪ De appartementenblokken ‘specials’ komen in een groene ruimte te staan en worden alzijdig ontworpen; ▪ Het reguliere appartementencomplex komt in de
Appartementen 2 /3 bouwlagen met suggestieve kap
verplichte rooilijn te staan, is georiënteerd op de straat en krijgt aan de kopzijde van de Lorentzweg maximaal 2 bouwlagen; ▪ Bergingen inpandig oplossen, waarbij de begane grond zo representatief mogelijk dient te zijn.
Bouwmassa ▪ De bouwmassa’s zijn variëren van 2 tot 4 bouwlagen hoog. Een 5e bouwlaag dient verplicht een set-back te krijgen; ▪ De
bovenste
laag
appartementencomplex
van is
het
5e bouwlaag terugliggend
reguliere
vormgegeven
als
(suggestieve) kap; ▪ Voldoende geleding in de gevels om de massa op te delen passend bij de schaal van de buurt.
Architectonische uitwerking ▪ De vormgeving is traditioneel modern, niet seriematig en duidelijk familie met de grondgebonden woningen; ▪ De gevelindeling is niet symmetrisch, rustig en
Goed vormgegeven en duidelijke entree
eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; ▪ Sculpturale kwaliteit en voldoende plasticiteit in de gevels (dieptewerking, reliëf); ▪ Duidelijk vormgegeven en aantrekkelijke entrees; ▪ Balkons en galerijen dienen een hoogwaardige vormgeving te krijgen en maken onderdeel uit van de architectuur; ▪ Zonnepanelen evenwichtig inpassen op het dakvlak en installaties uit het zicht, vanaf openbaar gebied, geplaatst.
24
Hoogwaardig vormgegeven inpandige of uitkragende balkons
Materiaal en kleurgebruik
6.2. Kleur- en materiaalgebruik ▪ Materialen
en
kleuren
zijn
degelijk
en
terughoudend en aan voorkanten in samenhang met het straatbeeld; ▪ Alle
gebouwen
kennen
een
terughoudend
kleurgebruik met een warme uitstraling; Roodbruine baksteen, oranje keramische dakpannen en witte detaillering
▪ Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen in combinatie
met
hout,
keramische
dakpan,
onderhoudsvriendelijk materialen of vergelijkbaar; ▪ Kleur baksteen bestaat uit 3 á 4 van donkerbruine tot
lichtbruine
kleuren
in
verschillende
mixpercentages toegepast per woonblok. ▪ Kappen voorzien van oranje keramische pannen; ▪ Bergingen voorzien van een ‘groen’ (sedum)dak; ▪ De
detaillering
en/of
verbijzonderingen
zijn
passend bij het hoofdgebouw uitgevoerd in een witte of lichtgrijze kleur; Kleurgebruik baksteen van donkerbruin tot lichtbruin
▪ Installaties op de daken zoveel als mogelijk beperken en uit het zicht vanaf de openbare ruimte; ▪ Aandacht voor HWA en overige materialisatie.
6.3. Duurzaamheid ▪ Gebouwen dienen zo energieneutraal mogelijk te zijn ontworpen; ▪ Aansluiten op de mogelijkheden van nieuwe energievormen; ▪ Gebouwen worden voorzien van maatregelen om
zo
de
biodiversiteit
te
stimuleren
en
nestgelegenheid/onderkomen te bieden zoals: nestkasten aan/in de gevel en het toepassen van groene gevels.
Detaillering in witte of lichtgrijze kleur;
25
Variatie balkons
Balkons voorzien van metselwerk
Balkons metselwerk en hekwerk
Balkons afgestemd op de architectuur van het gebouw
Inpandige balkons
Balkons metselwerk en glas
Hoekbalkons uitkragend
Balkons speels verdeelt over de gevel
Hoogwaardige afwerking balkons afgestemd op de architectuur van het gebouw
26
Balkons maken onderdeel uit van de architectuur
Hoekbalkons voorzien van glas
Overgang plint-openbare ruimte
Inpandige buitenruimte afgeschermd met lage gemetselde muur
Inpandige buitenruimte begrenst met stenen muur
Inpandige buitenruimte direct grenzend aan openbare ruimte afgeschermd met hekwerk Inpandige buitenruimtes voorzien van lage muur aan openbare ruimte
Buitenruimte afgeschermd met lage haag
Buitenruimte afgeschermd met lage ondoordringbare haag
Buitenruimte afgeschermd met lage haag
Buitenruimte afgeschermd met lage ondoordringbare haag
27
Streefbeeld (openbare) buitenruimte
Ruimte voor spelen en bewegen in de centrale groene ruimte
Woonstraat met groenstroken en bomen
28
Boomspiegels beplant met vaste planten
Bestaande groenstrook met bomen (oostzijde Wibautstraat)
Uitnodigende en groene speelplek
Groene en duurzame binnenzijde parkeerhof
Inpandige of gemetselde nutsvoorzieningen
Huisvuilinzamelingsplekken conform de eisen van de gemeente
7. Beeldkwaliteitscriteria (openbare) buitenruimte 7.1. Algemeen streefbeeld Het gehele plangebied wordt als eenheid ingericht,
▪ Materialen
die
worden
toegepast
dienen
zo
duurzaam mogelijk te zijn;
waarbij het een verzorgde en groene uitstraling krijgt
▪ Parkeervakken worden zoveel als mogelijk ‘groen’
en in materialen afgestemd is op de directe omgeving.
uitgevoerd bijvoorbeeld in grasbetonstenen of
Het toegepaste groen is streekeigen (inheemse bomen
vergelijkbaar.
en struiken die van nature in dit gebied voorkomen) en robuust.
7.3. Parkeren ▪ Alle parkeerplaatsen in het openbaar gebied
De verharding wordt uitgevoerd met betonstraatstenen
worden uitgevoerd als haaksparkeervakken. Bij
met een kleurechte kwaliteit in een neutrale uitstraling
‘groene’ parkeerplaatsen wordt de maatvoering
met subtiele kleurverschillen. Het geheel moet een
aangepast aan de materiaalkeuze.
‘dorpse’ uitstraling krijgen en aansluiten bij de directe (woon)omgeving.
▪ Parkeerkoffers worden waar mogelijk omlijst met een groenblijvende haag om het beeld van geparkeerde auto’s te verzachten;
Inrichtingselementen als verlichtingsmasten, afvalbakken,
▪ Rijlopers van de parkeerkoffers worden bij
speelgelegenheden en hekwerken krijgen over het
voorkeur uitgevoerd als karrespoor in dikke
gehele gebied een uniforme vormgeving en uitstraling,
betontegels i.v.m. voldoend draagkracht.
conform de eisen van de gemeente Krimpenerwaard.
▪ Wanneer de parkeervakken niet kunnen afwateren
Uitgangspunt is een rustig, neutraal en eigentijds beeld,
in het groen worden molgoten en straatkolken
waarbij deze elementen zich onopvallend schikken in
toegepast.
hun groene en bebouwde context.
7.4. Groen en beplanting 7.2. Verharding
De groeninrichting van de openbare ruimte draagt in
▪ De inrichting van de (openbare) buitenruimte dient zo
belangrijke mate bij aan de sfeer en leefbaarheid van
min mogelijk verharding te krijgen;
de buurt en dient zo groen mogelijk te zijn om maximaal
▪ De inrichting van de (openbare) buitenruimte dient
bij te dragen aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. De
aan te sluiten bij de bestaande beeldsfeer van dit deel
keuze voor beplanting is dat het enerzijds een robuuste
van Lekkerkerk;
(groene) sfeer uitstraalt en anderzijds zoveel als mogelijk
▪ Voor de materialisering van rijbanen, trottoirs,
aansluit bij het bestaande groen van de omgeving.
etc. is het streven naar een rustig en eenduidig beeld, uitgevoerd met hoogwaardige kleurvaste
In de openbare ruimte worden hagen rondom de
betonstraatstenen;
parkeerkoffers toegepast met streekeigen soorten
▪ Wandelpaden krijgen een informele parkachtige
van circa 1 meter hoog en 0,5 meter breed. Dit om het
uitstraling en zijn voorzien in halfverharding. Daar
directe zicht op blik te verzachten. Boomspiegels worden
waar sprake is van een calamiteitenontsluiting liggen
beplant met robuuste vaste planten of lage heesters.
(deels) stroken met versterkt gras of grasbetontegels;
29
Streefbeeld (openbare) buitenruimte
Delftse stoep in een andere materialisatie
Groene erfafscheiding staafmat- of gaashekwerk in de kleur antraciet
Nestgelegenheid in gevels
Materiaal en kleurgebruik bestrating
Rijbaan betonstraat stenen, rood, kruisingen betonstraat stenen, grijs
30
Trottoir (betontegels, grijs, halfsteensverband)
Parkeerplaatsen grasbetonstenen (grijs).
Uitgangspunten voor de beplantingskeuze zijn:
7.6. Spelen
▪ ecologische waarden;
In de centrale groene ruimte wordt een natuurspeelplek
▪ voorkeur voor inheems;
voor de leeftijdscategorie 6-12 jaar gerealiseerd. Ten
▪ onderhoudsvriendelijk;
noorden van de Jan Ligthartstraat wordt een speelplek voor
▪ ziekteresistent;
de allerkleinste van 0-6 jaar gerealiseerd. De speelplekken
▪ geen overlast met luis ‘drup’;
wordt gecombineerd met zitbankjes in het groen en moeten
▪ jaarrond aantrekkelijk.
voldoen aan de eisen van de gemeente Krimpernerwaard.
Bij de aanplant van de bomen moet rekening gehouden
7.7.
worden met voldoende bewortelbare ruimte en het
Het afval wordt gescheiden opgehaald en verzameld in
plantvak dient verbeterd te worden met bomengrond.
diverse (semi-)ondergrondse afvalcontainers. Hiervoor is
Afval
ruimte voorzien die goed toegankelijk is voor vuilniswagens. Rondom de appartementen op de begane grond dient een zachte overgang van privé naar openbaar gebied
7.8. Nutsvoorzieningen
te worden gecreërd. Hierbij wordt er aandacht gevraagd
In het plan zijn nutsvoorzieningen voorzien. Deze
voor de mogelijkheid van een privé (voor/gevel-) tuintje,
dienen op een evenwichtige wijze ingepast te worden
de plint en de overgang naar de openbare ruimte en het
en het beeld van de openbare ruimte zo min mogelijk
groen. Dit is nadrukkelijk een ontwerpopgave.
aan te tasten. Nutsgebouwen worden in materialisatie afgestemd op de directe omgeving en voorzien van
7.5. Erfafscheidingen
hetzelfde materiaal en/of kleurstelling.
Erfafscheidingen vormen de overgang tussen de woonkavels en de private of openbare buitenruimte en zijn beeldbepalend
7.9. Duurzaamheid
in het straatbeeld. Voortuinen van de grondgebonden
Vanuit dit stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan
woningen krijgen of een ‘Delftse stoep’ of een lage haag
wordt ingezet op een duurzame ontwikkeling van de
van maximaal 1 meter hoog. Bij voorkeur gemengde hagen
Lorentzeweg e.o. Dit moet ook bijdragen aan een
van streekeigen inheemse (groenblijvende) hulst, liguster,
gezonde(re) leefomgeving. Daarbij wordt ingezet op
meidoorn etc. toepassen. De ‘Delftse stoep’ wordt in een
diverse maatregelen. Te denken valt aan onder andere
afwijking materiaal, bij voorkeur gebakken klinkers, uitgevoerd
maatregelen op gebouwniveau en maatregelen die
ten opzichte van het aangrenzende trottoir.
toegepast kunnen worden bij de inrichting van de (openbare) buitenruimte. Daarbij gaat het onder andere
Voor de achtertuinen van de grondgebonden woningen,
om: minder en andere vormen van energiegebruik,
waarbij de privéruimtes aansluiten op het openbaar
het tegengaan van hittestress, het voorkomen van
gebied of de achterpaden, is het belangrijk om één soort
wateroverlast, het bevorderen van de biodiversiteit en het
erfafscheiding toe te passen, zodat deze ruimtes een
stimuleren van bewegen en ontmoeten. Bij de verdere
rustige en groene uitstraling krijgen. Zij- en achtertuinen
uitwerking van de bouwplannen voor de gebouwen en
worden vanaf 3 meter achter de voorgevel afgeschermd
de inrichting van de (openbare) buitenruimte dient dit
met een staafmat- of gaashekwerk in de kleur antraciet
nader vorm te krijgen.
grijs van 1.80 meter hoog, begroeid met hedera. Waar nodig wordt een toegangspoort ingepast.
31
buro - sro.nl
stedenbouw + ruimtelijke ordening + ontwikkelingsmanagement