Integraal Rapport Krimpenerwaard - Armoede onderzoek 2023
Tekst van het document
HERIJKING MINIMABELEID KRIMPENERWAARD
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Herijking Minimabeleid 2022 Krimpenerwaard Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijk minimabeleid, het effect van het landelijk en lokale beleid op de inkomens en het huidige beleid in de gemeente Krimpenerwaard.
Cofon Colofon Opdrachtgever Gemeente Gemeentenaam Opdrachtgever Datum November 2021 Gemeente Krimpenerwaard Datum Auteurs Michelle Juni 2023Ellens Reimer Vonk Auteurs Grafische Michelle Ellens ondersteuning SenneKooistra Jitske Trip - van der Wijk KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie publicatie isis een eenuitgave uitgavevan vanKWIZ KWIZ. B.V.Het Hetovernemen overnemenvan van cijfers cijfers en/ en /ofof teksten teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en en//of ofopenbaar openbaargemaakt gemaaktworden wordenininwelke welkevorm vormdan danook ookzonder zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V.
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................. 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting en conclusie ........................................................................................................... 4 1. Minimahuishoudens in Krimpenerwaard ................................................................................. 13 2. Huidig beleid gemeente Krimpenerwaard ............................................................................... 23 3. Onderzoeksmethodiek inkomens effectrapportage ................................................................ 27 4. De inkomenseffecten ............................................................................................................... 32 5. Scenarioanalyse ...................................................................................................................... 44 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 56 Bijlage 2. Opbouw totaal inkomen 100 tot 140% Wsm ............................................................... 58 Bijlage 3.
Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 60 Bijlage 4. Scenario berekening zonder energietoeslag ............................................................... 66
1
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers dat zij zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud voorzien. In de gemeente Krimpenerwaard is het minimabeleid een relevant thema en een constant aandachtspunt. De gemeente Krimpenerwaard wil het minimabeleid gaan herijken ten behoeve van de volgende beleidsperiode. KWIZ voert daarom een evaluatie uit aan de hand van een beleidsanalyse, een Armoedemonitor en een Inkomens effectrapportage. Daarnaast zullen een aantal scenario’s worden doorberekend om de impact van eventuele beleidswijzigingen in kaart te brengen. In dit integrale rapport zijn alle deelonderzoeken weergegeven.
Dit onderzoek dient inzicht te geven in: • De omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het minimabeleid; • De verschillende huishoudtypen, inkomenscategorieën en inkomensbronnen die hierbij zijn te onderscheiden; • Omvang van het aantal kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden; • Het bereik van de verschillende minimaregelingen; • De effecten van het landelijke en gemeentelijke beleid op de besteedbare inkomens van de diverse minimadoelgroepen; • Of er sprake is van een armoedeval; • De effecten van de energiearmoede en inflatie op de inkomens; • Beleidsscenario’s om de bestaanszekerheid te garanderen en een eventuele armoedeval te verzachten. Beleidsanalyse Voor de beleidsanalyse is gebruikgemaakt van twee leidende beleidsdocumenten. Ten eerste is voor het beleid van de gemeente Krimpenerwaard gebruikgemaakt van het beleidsdocument ‘Verordening Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2022’. Daarnaast is voor het brede sociaal domein gebruikgemaakt van het document ‘Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021 – 2025’. Methodiek Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft.
Daarvoor zijn registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding gemeentelijke belastingen en gegevens van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet en schulddienstverlening (SDV). Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimadoelgroep, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. Er is een groep minima niet in beeld, doordat zij geen uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt en/of geen gebruik maakt van een inkomensondersteunende regeling. Deze missende groep komt niet in registratiebestanden voor. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van de aangeleverde bestanden in beeld heeft. Wanneer het in deze rapportage gaat over minimahuishoudens, dan zijn dit de huishoudens die in beeld zijn gebracht via de bovenstaande onderzoeksmethode; gemiddeld is circa 90 procent van de minimahuishoudens in de gemeente in beeld. De huishoudens die in beeld zijn op basis van bovenstaande methodiek worden beschouwd als doelgroep voor het minimabeleid.
2
Krimpenerwaard
Versie 1.2
We gebruiken de Armoede Index om inzicht te verkrijgen in de volledige minima doelgroep. Met de Armoede Index schatten we het aantal zogenoemde ‘ontbrekende minimahuishoudens’. Deze Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel, dat is samengesteld op basis van geëxtrapoleerde CBS-gegevens en door ons ontwikkelde kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. De totale geschatte doelgroep gebruiken we om het bereik van de regelingen te berekenen. Dashboard minima In deze rapportage worden de belangrijkste bevindingen weergegeven. In dit rapport wordt onder andere het aantal en aandeel minimahuishoudens weergegeven en daarbij verschillende kenmerken van deze groep. Daarna wordt het aantal minimakinderen weergegeven. Vervolgens komt het gebruik en bereik van de minimaregelingen aan bod. Dit wordt vervolgd met een beschrijving van de overlap met de Wmo, Jeugdwet en schulddienstverlening. Tot slot wordt ingegaan op het gebruik de energietoeslag in de gemeente. Voor de verdere cijfers verwijzen we u door naar het dashboard. Methodiek Inkomens effectrapportage Voor zes verschillende huishoudtypen met zes verschillende inkomens (tot en met 140 procent Wsm en een langdurig minimuminkomen) ten opzichte van het Wettelijk sociaal minimum worden het landelijke en lokale beleid berekend.
Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen van het Nibud 1. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting). Tenslotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Energietoeslag In 2022 en mogelijk 2023 kunnen huishoudens (opnieuw) aanspraak maken op een tegemoetkoming in de energiekosten. Deze regeling wordt in de huidige rapportage meegenomen, aangezien deze toeslag een substantiële invloed heeft op het budget van de inwoners. De compensatie is van belang om een realistisch inzicht in de huidige situatie te geven. Deze regeling wordt later in het rapport verder toegelicht. Leeswijzer Het rapport begint met een samenvatting. Hierin staan de hoofdpunten van het volledige onderzoek, waarna er ook een aantal conclusies en aanbevelingen volgen. Na de samenvatting wordt in het eerste hoofdstuk de doelgroep in kaart gebracht. Hierbij wordt de omvang van de doelgroep en de verschillende kenmerken beschreven. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ook het gebruik en het daar bijbehorende bereik per regeling weergegeven.
In het tweede hoofdstuk volgt de beleidsanalyse. Dit geeft een beeld van het beleid voor de doelgroep die in het eerste hoofdstuk is beschreven. In het derde hoofdstuk wordt het effect van de minimaregelingen op de financiële (maand)overzichten van verschillende huishoudtypen op verschillende inkomensgrenzen weergegeven. In hoofdstuk 5 worden een aantal scenario’s doorberekend.
1 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en
adviseert over financiën van huishoudens.
3
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Samenvatting en conclusie In deze samenvatting staat een aantal kenmerken van de minimadoelgroep (huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm). De peildatum van het onderzoek is 1 november 2022.
S.1. Bevindingen Minimahuishoudens Op basis van de KWIZ-Armoede Index schatten we het totaal aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in de gemeente Krimpenerwaard op 1.608 huishoudens, 6,5 procent van alle huishoudens in de gemeente. Het gaat hierbij om huishoudens die voldoen aan de inkomensgrens (inkomen is niet hoger dan 120 procent Wsm), tegelijkertijd wordt er rekening gehouden met de vermogensgrenzen zoals die gelden binnen de Participatiewet. Op 1 november 2022 heeft de gemeente Krimpenerwaard 1.356 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld, de overige 252 huishoudens zijn niet in beeld omdat zij van geen enkele minimaregeling gebruikmaken of een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen. Van de groep van 1.356 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm (en een vermogen die past binnen de Participatiewet) wordt in dit onderzoek verder op ingegaan. Dit houdt in van deze groep kunnen kenmerken worden weergegeven. Van de 1.356 huishoudens ontvangt 44 procent (597 huishoudens) een uitkering vanuit de Participatiewet, een op de vijf huishoudens ontvangt een AOW-uitkering en 37 procent (497 huishoudens) heeft een overig inkomen. Dit kan bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidsuitkering zijn of inkomen uit werk. Doelgroepen in beeld De helft van de 1.356 minimahuishoudens is alleenstaand.
Ook in andere gemeenten vormen alleenstaanden de grootste groep minimahuishoudens. Naar leeftijd is 40 procent tussen de 45 en 66 jaar en een derde is tussen de 27 en 45 jaar. Naar herkomst heeft iets meer dan de helft (54 procent) een Nederlandse achtergrond en 41 procent een niet-westerse migratieachtergrond. De overige 5 procent heeft een westerse migratieachtergrond. Een kwart van de minimahuishoudens is gevestigd in de plaats Schoonhoven. Sommige huishoudens zijn vaker dan gemiddeld minima: van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (638 eenoudergezinnen met minderjarige kinderen), heeft 28 procent (178 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. In tweeoudergezinnen met minderjarige kinderen ligt dit aandeel op 4 procent. Ook huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker een minimuminkomen dan huishoudens met een andere achtergrond. Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben relatief 9 keer zo vaak een minimuminkomen dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond. Nieuwe en langdurige minima 70 procent van de minimahuishoudens (954 huishoudens) is al drie jaar of langer aangewezen op een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm. Tegelijkertijd zijn er 199 huishoudens (15 procent van de minimadoelgroep) in 2022 ‘ingestroomd’ als minima.
Minimakinderen tot 18 jaar Naar schatting groeien in de gemeente Krimpenerwaard 1.026 kinderen tot 18 jaar op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Zij vormen 8,9 procent van alle kinderen in de gemeente. Dit ligt onder het gemiddelde dat we bij andere gemeenten van vergelijkbare grootte zien; namelijk 9,9 procent. Op 1 november 2022 heeft de gemeente Krimpenerwaard 945 kinderen in beeld.
4
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Doelgroepen in beeld De helft van de minimakinderen groeit op in een huishouden met een overig inkomen, zoals inkomen uit arbeid, of een WW-uitkering. Verder groeit 49 procent op in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet. Twee op de vijf kinderen groeit op in een eenoudergezin en bijna de helft heeft de basisschoolleeftijd. Naar herkomst heeft 60 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 31 procent een Nederlandse achtergrond. De meeste kinderen (28 procent) groeit op in de plaats Schoonhoven. Sommige kinderen hebben meer kans dan andere kinderen om op te groeien in een minimahuishouden. Kinderen in eenoudergezinnen groeien vaker op in een minimahuishouden dan kinderen in een gezin met twee ouders, kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeien vaker op in een minimahuishouden dan kinderen met een Nederlandse of een westerse achtergrond en kinderen in de plaats Gouderak groeien relatief vaker op in een minimahuishouden dan in de andere plaatsen binnen de gemeente Krimpenerwaard. Minimaregelingen In onderstaand figuur staat het bereik per regeling. Dit is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de totale (geschatte) doelgroep van de betreffende regeling. Figuur S.1.1.1 Bereik minimaregelingen gemeente Krimpenerwaard 2022 65%
61%
57%
56%
61%
35% 29%
29%
Schoolspullenpas
Kindpas
Volwassenfonds Sport en Cultuur
Jeugdfonds Sport en Cultuur
7%
Stichting Leergeld
7%
Maatschappelijke deelname ouderen
OV Meedoenpas
Participatie en Werk
Collectieve Zorgverzekering
17%
Individuele Inkomenstoeslag
Bijzondere bijstand
Kwijtschelding
21%
Meervoudig problematiek Minimahuishoudens maken naar verhouding vaker gebruik van een Wmovoorziening, schuldhulpverlening en/of Jeugdwet dan huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm. Zo maken in totaliteit 2.897 huishoudens gebruik van een of meerdere Wmo-voorzieningen (12 procent van alle huishoudens in de gemeente), terwijl 35 procent van alle (1.356) minimahuishoudens gebruikmaakt van een of meerdere Wmo-voorzieningen. Ditzelfde is ook terug te zien bij de schuldhulpverlening en Jeugdwet.
S1.2 Minimabeleid De gemeente Krimpenerwaard vindt het belangrijk dat iedereen de kans krijgt om mee te kunnen doen in de maatschappij. Zij streeft naar een samenleving waarin alle inwoners zich thuis voelen, zelfredzaam zijn en waarin de jeugd gezond en veilig kan opgroeien. De gemeente streeft naar inclusie, waarbij inwoners naar elkaar omkijken en waarbij eenzaamheid wordt tegengegaan. Het concept van ‘Positieve gezondheid’ is hierbij van belang. 5
Krimpenerwaard
Versie 1.2
In de Maatschappelijke Agenda wordt aandacht besteed aan de visie op de sociaaleconomische status van inwoners. Dit houdt een direct verband met armoede. De gemeente Krimpenerwaard streeft ernaar dat inwoners duurzaam betaald werk doen, of meedoen naar vermogen. Hun bestaanszekerheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. Om inwoners die het nodig hebben te kunnen ondersteunen heeft de gemeente Krimpenerwaard meerdere minimaregelingen, zodat zorg, participatie en het laten opgroeien van kinderen mogelijk wordt gemaakt.
S1.3. Bevindingen inkomenseffecten Financieel effect Het bedrag dat minima vanuit het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen is veel hoger dan het bedrag dat ze aan gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook kleiner dan de invloed van het Rijk. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. Ditzelfde gaat op voor de gemeentelijke regelingen. De gemeentelijke regelingen zorgen ervoor dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Dit komt met name voor alleenstaanden en paren (met en zonder) kinderen op bijstandsniveau ten goede, die zonder de gemeentelijke regelingen geen budget zouden overhouden voor vrije bestedingen en daardoor niet sociaal kunnen participeren. Het bedrag dat wordt overgehouden verschilt aanzienlijk per huishoudtype en inkomensniveau. Paren zijn gemiddeld langer afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om sociaal te participeren dan alleenstaanden. Paren met kinderen merken in hun vrij besteedbare budget een duidelijke teruggang bij hogere inkomens, door het wegvallen van verschillende bijdragen van het rijk en gemeentelijke vergoedingen. Overigens is het belangrijk om te noemen dat binnen het huidige rapport de aanname is gedaan dat huishoudens gebruik maken van alle beschikbare regelingen.
Echter in de praktijk is de ervaring dat sommige huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid zal het vrij besteedbaar budget voor verschillende huishoudens waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Werken loont voor sommige huishoudens meer dan voor andere De gemeente Krimpenerwaard heeft een ruimhartig beleid, waardoor het wegvallen van de minimaregelingen een flinke impact heeft op het inkomen van huishoudens met een loon hoger dan 120 procent Wsm. Voor veel van hen loont het niet om te gaan werken tegen een dergelijk hoger loon, omdat zij het recht op regelingen missen. Dit is voor het geval bij paren. Zowel zonder als met kinderen. Andere huishoudtypen (zoals alleenstaande ouders) hebben hier minder last van, zij worden namelijk langer en ruimhartiger gesteund door toeslagen vanuit het Rijk. Punt van aandacht hierbij is dat de energietoeslag ook is meegenomen in de berekeningen. In 2022 konden huishoudens deze toeslag aanvragen. Mogelijk kan dit in 2023, dit is echter nog niet vastgesteld door het Rijk. Het is aannemelijk dat deze regeling in 2023 of 2024 wellicht komt te vervallen. In die zin gaat het op dit moment om een unieke situatie. Echter neemt dit niet weg dat er een verschil zit tussen wel en geen recht hebben op minimaregelingen en de impact daarvan.
6
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Figuur S.1.3.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
3% 10%
Alleenstaande
4% 9% 3% 7%
Paar zonder kinderen
-1% 1% 3% 7%
Alleenstaande ouder
1% 5% 2%
Paar met kinderen
5% -5% -3%
Tegemoetkoming in de energiekosten De energietoeslag is begin 2022 door het Rijk aangekondigd om huishoudens met een laag inkomen te compenseren in de fors stijgende energiekosten. In deze inkomenseffect rapportage is zichtbaar geworden dat huishoudens een flink bedrag moeten betalen voor het gebruik van gas en energie, oplopend tot € 357 voor een gezin met twee kinderen. Met name de gasprijs is sterk gestegen; ten opzichte van 2021 heeft een verdubbeling plaatsgevonden 2. De energietoeslag bedraagt € 1.300 euro per huishouden per jaar voor 2022. In dit rapport is de energietoeslag doorgerekend voor alle huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Uit de berekeningen en maandbegrotingen blijkt de compensatie van € 108 euro per maand zeker helpt in het betalen van de kosten, maar dat de toeslag de stijgende lasten niet volledig compenseren. Het lukt de verschillende huishoudens op het moment wel op hun kosten voor levensonderhoud te bekostigen. Vergelijking inkomenseffecten 2017 – 2022 KWIZ heeft in 2017 tevens de inkomenseffecten van het landelijke en lokale ondersteuningsbeleid voor minima in de gemeente Krimpenerwaard in kaart gebracht. In deze periode heeft een aantal beleidswijzigingen plaatsgevonden: • De gemeente heeft geïnvesteerd in de participatie van inwoners.
o De inkomensgrenzen van de regelingen maatschappelijke deelname ouderen, het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Participatie en werk zijn verhoogd van 110 naar 120 procent Wsm. o De vergoeding uit de regeling participatie en werk is verhoogd van € 157 naar € 272 per persoon per jaar. o Stichting Leergeld heeft de twee losse regelingen ‘tegemoetkoming schoolkosten’ en ‘tegemoetkoming computerkosten’ uit 2017 vervangen. De inkomensgrens is daarbij verhoogd van 110 naar 120 of 130 procent Wsm (afhankelijk van de regeling uit Stichting Leergeld). Ook is de vergoeding per kind hoger geworden. o Het aanbod aan minimaregelingen in uitgebreid met de toevoeging van de regelingen OV-Meedoenpas voor ouderen en het Volwassenfonds Sport en Cultuur. • In 2022 konden huishoudens aanspraak maken op de eenmalige energietoeslag 2 Bron: Artikel ‘Prijs van energie 86 procent hoger’ van CBS, 18 februari 2022.
7
Krimpenerwaard
• •
Versie 1.2
Het aanbod aan minimaregelingen is uitgebreid met de regeling meerkosten voor chronisch zieken, ter ondersteuning van inwoners met een zorgvraag. De landelijke bijdragen zijn verhoogd. o De hoogte van de bijstandsuitkering is door de jaren heen verhoogd. Zo had een alleenstaande in 2017 recht op een bijstandsuitkering van € 983 per maand. In 2022 bedraagt de bijstandsuitkering € 1.102 per maand. o De hoogte van de landelijke toeslagen is eveneens toegenomen. Zo heeft een paar met twee kinderen in 2017 recht op € 816 aan landelijke toeslagen op 100 procent Wsm, terwijl dat in 2022 op € 960 ligt. Alle toeslagen (huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag 3) zijn gestegen tussen 2019 en 2022. Gezamenlijk verklaren zij de totale stijging.
Als de resultaten naast elkaar worden gelegd vallen de volgende zaken op: • De totale gemeentelijke bijdrage is toegenomen. Huishoudens hebben daardoor een groter vrij besteedbaar budget gekregen en kunnen allemaal sociaal participeren in de samenleving. Dit was in 2017 niet de situatie. • De procentuele inkomensgroei per inkomensniveau is voor alle huishoudtypen over het algemeen licht gedaald. Dit komt door de verhoging van de bedragen. De armoedeval is daarbij groter geworden: het bedrag aan gemeentelijke ondersteuning is toegenomen waardoor er tevens meer wegvalt bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm In de rapportage van 2017 is het inkomensniveaus van 140 procent Wsm niet in kaart gebracht dus het effect van het wegvallen van regelingen is daar niet te zien. • De kosten van levensonderhoud zijn de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. Dat is onder andere te zien aan de energiekosten voor een paar met twee kinderen (2017: € 184 en 2022: € 356). Maar ook de zorgverzekering, bijdrage voor de schoolkosten, internet/tv/bellen en BSO zijn toegenomen. In verhouding kunnen huishoudens de gestegen kosten van levensonderhoud opvangen in de situatie anno 2022 door de verhoogde bijdragen (en extra regelingen) vanuit het Rijk en de gemeente. De berekeningen volgen later in dit rapport.
S1.7. Scenarioanalyse De onderzoeksresultaten geven aanleiding tot het beschouwen van drie mogelijke beleidsscenario’s: • Scenario 1: de regelingen ‘Participatie en werk’ en ‘Maatschappelijke deelname voor ouderen’ zijn samengevoegd in de nieuwe ‘Meedoenregeling’. De inkomensgrens blijft gelijk; namelijk 120 procent Wsm. De vergoeding wordt verhoogd naar maximaal € 300. Daarnaast zijn de inkomensgrenzen voor kindregelingen opgehoogd naar 130 procent Wsm en is de bijdrage voor Jeugdfonds Sport verhoogd van € 225 per kind, per jaar naar € 250 per kind, per jaar. • Scenario 2: de regelingen ‘Participatie en werk’ en ‘Maatschappelijke deelname voor ouderen’ zijn samengevoegd in de nieuwe ‘Meedoenregeling’. In dit scenario blijft de inkomensgrens gelijk aan de huidige situatie; inwoners met een inkomen tot 120 procent Wsm kunnen de Meedoenregeling aanvragen. Het maximale budget is € 300 per persoon. Inwoners met een inkomen tussen 120 en 130 procent Wsm kunnen maximaal € 150 ontvangen. De inkomensgrenzen voor kindregelingen zijn opgehoogd naar 130 procent Wsm en is de bijdrage voor Jeugdfonds Sport verhoogd van € 225 per kind, per jaar naar € 250 per kind, per jaar. • Scenario 3: de regelingen ‘Participatie en werk’ en ‘Maatschappelijke deelname voor ouderen’ zijn samengevoegd in de nieuwe ‘Meedoenregeling’. De inkomensgrens is 120 procent Wsm en de vergoeding is maximaal € 300.
De inkomensgrenzen voor kindregelingen en het Volwassenenfonds Sport en Cultuur zijn opgehoogd naar 130 procent Wsm en is de bijdrage voor Jeugdfonds Sport verhoogd van € 225 per kind, per jaar naar € 250 per kind, per jaar.
3 De kinderbijslag is niet inkomensafhankelijk, echter wordt dit wel meegenomen in de analyses omdat de
minimahuishoudens hier wel recht op hebben. Dit maakt het totaalbeeld compleet.
8
Krimpenerwaard
Versie 1.2
In hoofdstuk 5 en in bijlage 4 worden de scenario’s verder uitgewerkt en worden de kosten gepresenteerd. Scenario 3 gaat gepaard met de hoogste kosten.
S.2. Conclusie en aanbevelingen Uit dit onderzoek kunnen we een aantal conclusies trekken. Deze worden in onderstaande paragrafen beschreven. Beleid De gemeente heeft een duidelijke visie als het gaat om het Sociaal Domein. Deze visie is uitgewerkt in het beleidsdocument ‘Integraal beleidskader Sociaal Domein (periode 2021 – 2025)’. De gemeente vindt het belangrijk dat iedereen mee kan doen. Op deze manier wil de gemeente ervoor zorgen dat alle inwoners zich thuis voelen, zelfredzaam zijn, naar vermogen meekunnen doen en waarin jeugd veilig en gezond kan opgroeien. De gemeente streeft naar een inclusieve samenleving, waarbij inwoners naar elkaar om kijken. Het integraal beleidskader geeft een beeld van de visie zoals die in de gemeente Krimpenerwaard sociaal domein breed wordt nagestreefd en uitgevoerd. Het vormt het kader en een kapstok waarin het sociaal domein dient te functioneren en handelen. Naast het integraal beleidskader voor het sociaal domein is het document ‘Maatschappelijke Agenda’ opgesteld. Hierin wordt de visie voor specifiek het minimabeleid uiteengezet. De gemeente streeft ernaar dat inwoners duurzaam betaald werk doen, of meedoen naar vermogen. De bestaanszekerheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. Voor het minimabeleid zijn er een viertal doelstellingen geformuleerd die ondersteuning moeten bieden om de visie uit te dragen.
In het vervolg van deze paragraaf wordt hier verder op in gegaan. Bestaanszekerheid In de algemene visie en de visie van het minimabeleid komt naar voren dat bestaanszekerheid een belangrijke voorwaarde is om mee te kunnen doen. Daarnaast is dit ook een van de doelstellingen van het minimabeleid: • Inwoners moeten hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen én meedoen aan de samenleving; • Inwoners krijgen een blijvend gezonde financiële huishouding. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat 1.608 huishoudens rond moeten komen van een inkomen tot 120 procent Wsm. Zij hebben een vermogen dat past binnen de grenzen van de Participatiewet. Hiervan heeft de gemeente 1.356 in beeld, de overige 252 huishoudens leven in zogenaamde ‘verborgen armoede’. Een deel van deze minimadoelgroep zal in staat zijn om terug te keren op de arbeidsmarkt. Het is belangrijk om hier aandacht voor te hebben, om daarmee ook te voorkomen dat ze langdurig minima zullen worden. Daarnaast heeft 70 procent van de minimadoelgroep al drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent Wsm. Langdurige minima hebben een minder grote kans om uit de minimasituatie te ontsnappen. Daarom is het met name belangrijk om in te zetten op participatie en niet zozeer op werkaanvaarding. Minimahuishoudens hebben vaak het financiële vangnet van de gemeente nodig om te participeren.
Echter heeft dit voor paren zonder en met kinderen ook een keerzijde. Zij krijgen namelijk te maken met een armoedeval bij een inkomen van 130 procent Wsm. Dit komt doordat het recht op de regelingen bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm komt te vervallen. Zij verliezen op dat moment het gemeentelijke financiële vangnet. Een deel van de oplossing kan zitten in het ophogen van de inkomensgrens van de participatieregelingen naar 130 procent Wsm. Hiermee worden is er (meer) een geleidende schaal wat betreft de minimaregelingen. Inwoners verliezen niet in een groot bedrag aan gemeentelijke regelingen. Daarnaast wordt daarmee het ‘kunnen meedoen’ in de gemeente meer gestimuleerd en ondersteund.
9
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Aanbeveling Onderzoek wat de wensen en behoeften voor langdurige minima zijn, zodat ze betrokken blijven bij de maatschappij en wel kunnen blijven participeren. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om de inkomensregelingen van de participatieregelingen te verhogen naar 130 procent Wsm.
De gemeente biedt verschillende minimaregelingen aan ter ondersteuning van huishoudens met een laag inkomen. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat het bereik van de minimaregelingen voor kinderen in lijn ligt met het landelijk gemiddelde of er zelfs iets boven ligt. Voor de participatieregelingen voor volwassenen4 en ouderen ligt het bereik relatief lager. Dit kan verschillende redenen hebben. Bijvoorbeeld onbekendheid van de regelingen, of door het aantal regelingen die de gemeente aanbiedt kennen inwoners niet alle regelingen of de informatievoorziening kan verbeterd worden. Doordat het gebruik van sommige regelingen relatief wat lager ligt, kan dit de bestaanszekerheid ook in het geding brengen. Daarnaast wordt er in de Inkomens effectrapportage uitgegaan dat de huishoudens van alle minimaregelingen gebruikmaken. Uit het dashboard minima wordt duidelijk dat niet de regelingen geen bereik van 100 procent hebben, en wordt zelfs zichtbaar dat huishoudens gemiddeld van twee of drie regelingen gebruikmaken. Dit houdt in dat de maandelijkse financiële situatie er minder rooskleurig uit kan zien. Dit heeft gevolgen voor de participatiemogelijkheden en daarmee ook de bestaanszekerheid. Door de bekendheid van de regelingen te vergroten door actieve informatievoorziening en promoties, kan het bereik van de regelingen verhoogd worden.
Om gebruik te maken van de beschikbare regelingen is het cruciaal dat inwoners op de hoogte zijn van de mogelijkheden en het gevoel dat ze met een hulpvraag goed bij de gemeente terechtkunnen. Laagdrempeligheid is van groot belang bij het aanbieden van hulp en informatievoorziening over de inkomensondersteunende regelingen. Voor de gemeente liggen hier kansen om een regisserende rol op te pakken in het verspreiden van deze informatie. Daarmee is de kans groot dat het bereik van de regelingen zal stijgen, en daarmee wordt ook de bestaanszekerheid vergroot.
Aanbeveling Onderzoek wat de wensen en behoeften van de ouderen en volwassenen zijn om op die manier het bereik van de regelingen te verhogen. Vergroot het bereik van de regelingen door middel van informatievoorziening en promoties. Maar ook door het actief doorvragen bij een hulpvraag en het actief doorverwijzen naar andere regelingen. Stel een overzicht op van de beschikbare regelingen en ondersteuning van gemeentelijke regelingen en van externe organisaties. Neem als gemeente een regisserende rol en zorg voor regelmatige updates en verspreiding van deze sociale kaart. Voor alle communicatie-uitingen geldt: B1-niveau en pictogrammen of filmpjes spreken meer tot de verbeelding. Dit geldt ook voor de namen van de gemeentelijke regelingen.
4 Het volwassenfonds is een relatief nieuwe regeling. Dit kan een verklaring zijn voor een bereik onder het
landelijk gemiddelde.
10
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Aanbod minimaregelingen De gemeente biedt een breed pakket aan minimaregelingen aan, waarbij alle doelgroepen worden ondersteund. Zo zijn er regelingen om ervoor te zorgen dat ouderen kunnen participeren en kunnen reizen, er zijn participatieregelingen voor volwassenen en kinderen en wordt ondersteuning geboden op het gebied van zorg. Tevens is het een ruimhartig beleid. Voor de meeste regelingen geldt een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Het aantal regelingen heeft ook een keerzijde. Het kan er namelijk zorgen voor onduidelijkheid en onbekendheid voor inwoners als voor de gemeente en maatschappelijke organisaties. Door de hoeveelheid regelingen kan het overzicht uit het oog worden verloren. Hoe meer regelingen, hoe onduidelijker het is voor inwoners. Aanbeveling Op basis van dit onderzoek, adviseren wij om het aantal minimaregelingen terug te dringen naar een kleiner aantal minimaregelingen. Minimaregelingen die hetzelfde doel dienen kunnen samen worden gevoegd. Dit heeft een positief effect voor de inwoners en voor de gemeente en maatschappelijke organisaties.
Daarnaast is de bijdrage per regeling ruimhartig tot andere gemeenten. De bijdrage voor de participatieregelingen is hoger dan gemiddeld in andere gemeenten. Met deze bijdrage zouden inwoners moeten kunnen deelnemen aan participatiedoeleinden. Omdat de individuele inkomenstoeslag op 120 procent Wsm is en daarnaast een relatief hoge bijdrage kent, ondersteunt de gemeente Krimpenerwaard de langdurige minima. Zij worden met deze bijdrage ondersteund in het participeren in de samenleving. Blijf dit ook doen. Aanbeveling Blijf alle doelgroepen ondersteunen, zoals de gemeente het op dit moment ook al doet. Hou oog voor de verschillende doelgroepen.
Kwetsbare doelgroepen Er zijn een aantal groepen kwetsbaar, zij zouden wellicht nog wat extra aandacht nodig hebben. Doordat de inkomensgrens van de minimaregelingen met name op 120 procent Wsm is vastgesteld, vallen inwoners met een inkomen net boven 120 procent Wsm buiten de boot. Zij kunnen over het algemeen geen gebruikmaken van ondersteuning van de gemeente, terwijl zij zich nog wel in een kwetsbare situatie bevinden. Hiervoor zou maatwerk een oplossing kunnen bieden. Op deze manier staat de persoonlijke situatie van inwoners centraal. Ook zijn kinderen die opgroeien in een minimahuishouden een kwetsbare doelgroep. In de gemeente Krimpenerwaard groeien 1.026 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm (de gemeente heeft 945 kinderen in beeld), dit is 8,2 procent van alle kinderen in de gemeente. In de visie van het sociaal domein staat beschreven dat de gemeente ernaar streeft dat de jeugd veilig en gezond kan opgroeien. Echter doordat kinderen opgroeien in een minimasituatie, krijgen zij niet altijd een eerlijke kans om mee te doen. Zij krijgen niet altijd gelijke kansen in vergelijking met leeftijdsgenoten. De gemeente Krimpenerwaard biedt ondersteuning via het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Leergeld, zodat kinderen kunnen participeren.
Het bereik van deze regelingen ligt in lijn met het gemiddelde of ligt zelfs iets boven het gemiddelde ten opzichte van landelijke cijfers. Op deze manier kunnen kinderen zich ontwikkelen op verschillende leefgebieden. Blijf kinderen ondersteunen in de participatie en blijf informeren waar de wensen en behoeften van ouders (en kinderen) liggen.
11
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond en kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeien vaker op in een minimahuishouden dan huishoudens met een andere achtergrond. 43 procent van de kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeit op in een minimahuishouden, dit aandeel is hoger dan gemiddeld in andere gemeenten. Voor deze huishoudens is het sociale netwerk belangrijk. Uit andere onderzoeken die door KWIZ zijn gedaan blijkt dat zij vaker informatie en ondersteuning vragen bij familie, vrienden en kennissen en minder vaak bij de gemeente. Een goede informatievoorziening is belangrijk, maar ook dat deze informatie via verschillende informatiekanalen beschikbaar is. Tot slot hebben minimahuishoudens vaker te maken met meervoudige problematieken dan huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm. Zo heeft bijvoorbeeld 35 procent van de minimahuishoudens ook een of meerdere Wmo voorzieningen. Een integrale benadering van de hulpvraag is daarom van essentieel belang.
Aanbeveling Bied maatwerk waar nodig en mogelijk. Blijf kinderen ondersteunen op de manier waarop de gemeente Krimpenerwaard dat op dit moment doet middels de minimaregelingen die worden aangeboden. Blijf informeren bij ouders (en kinderen) waar de wensen en behoeften liggen om te kunnen participeren en wat ze nodig hebben. Zorg dat de informatievoorziening aansluit bij alle inwoners. Ook bij inwoners die moeite hebben met de Nederlandse taal, laaggeletterd zijn en die digitaal minder vaardig zijn. Zet daarom ook in op laagdrempelige informatievoorzieningen die via verschillende kanalen beschikbaar wordt gesteld en die ook via het persoonlijke sociale netwerk kan lopen. Houdt er rekening mee dat er meervoudige problematieken spelen. Zet daarom in op een integrale benadering van het sociaal domein.
12
Krimpenerwaard
Versie 1.2
1. Minimahuishoudens in Krimpenerwaard In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de groepen huishoudens met inkomens tot 120 procent van het Wettelijke sociale minimum (Wsm) in de gemeente Krimpenerwaard. Dit is de doelgroep die centraal staat in dit onderzoek. De peildatum is 1 november 2022.
1.1. MINIMAHUISHOUDENS • • •
Aandeel minimahuishoudens lager dan landelijk gemiddelde; Meeste minima hebben een uitkering vanuit de Participatiewet; Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudens.
Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde bestanden heeft de gemeente op 1 november 2022 924 huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm in beeld en in totaal 1.356 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit is 5,5 procent van alle huishoudens in Krimpenerwaard. Hiermee is niet de gehele doelgroep in beeld. Schatting minimahuishoudens in 2022 Op basis van de Armoede Index van KWIZ wordt het totaal aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm in de gemeente Krimpenerwaard geschat op 1.058 huishoudens (4,3 procent van alle huishoudens in de gemeente) en de totale groep tot 120 procent Wsm op 1.608 huishoudens (6,5 procent van alle huishoudens in de gemeente). In gemeenten met een inwonersaantal tussen 50.000 en 100.000 inwoners heeft gemiddeld 11 à 11,5 procent van alle huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Het aandeel minimahuishoudens in de gemeente Krimpenerwaard ligt dus onder het gemiddelde dat we bij andere gemeenten zien. De gemeente Krimpenerwaard heeft naar schatting 252 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm niet in beeld. Tabel 1.1.1 Aantal en aandeel minimahuishoudens in beeld en totale doelgroep 2022 Inkomstenbron Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm Overige huishoudens Totaal
2022 in beeld Aantal Aandeel 924 3,7% 1.016 4,1% 1.356 5,5%
2022 totale doelgroep Aantal Aandeel 1.058 4,3% 1.184 4,8% 1.608 6,5% 2.124 8,6%
23.310 24.666
22.542 24.666
94,5% 100%
Aantal volwassenen 1.462 1.675 2.189 2.833
91,4% 100%
Tabel 1.1.2 Inkomensbronnen van totaal aantal minimahuishoudens 2022 Inkomstenbron Participatiewet AOW Overig • WW / WAO / Wajong • Inkomen uit arbeid • Inkomen uit ZZP-onderneming Totaal
2022 597 468 543 254 166 124 1.608
36% 31% 34% 16% 10% 8% 100%
De regelingen in de gemeente Krimpenerwaard hebben verschillende inkomensgrenzen, maar de meeste regelingen hebben een inkomensgrens van 120 procent Wsm. In het onderstaande 13
Krimpenerwaard
Versie 1.2
geven we daarom een aantal kenmerken weer van de 1.356 huishoudens met een dergelijk inkomen die de gemeente in beeld heeft. Kenmerken minimahuishoudens tot 120 procent Wsm in beeld Inkomensbron. De gemeente Krimpenerwaard heeft 1.356 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Daarvan ontvangen de meeste huishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet (597 huishoudens; 44 procent). Een op de vijf huishoudens ontvangt een AOWuitkering en 37 procent heeft een overige inkomensbron. Een overige inkomensbron is bijvoorbeeld een inkomen uit werk, een WW-uitkering of een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Tabel 1.1.3 Inkomensbronnen van minimahuishoudens 2022 Inkomstenbron Participatiewet AOW Overig Totaal
2022 597 262 497 1.356
44% 19% 37% 100%
Huishoudtype. De helft van de huishoudens is alleenstaand (50 procent), 40 procent vormt een gezin met kinderen (eenoudergezin: 21 procent, tweeoudergezin, 19 procent) en de overige 10 procent bestaat uit een paren zonder kinderen. Achtergrond. 54 procent van de 1.356 minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond en 41 procent heeft een niet-westerse migratieachtergrond. De overige 5 procent heeft een westerse migratieachtergrond. Plaats. De meeste minimahuishoudens zijn gevestigd in de plaats Schoonhoven. Hier bevinden zich 335 minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm, dit is 25 procent van de 1.356 minimahuishoudens in de gemeente Krimpenerwaard. Daarnaast zijn er 191 (14 procent) minimahuishoudens gevestigd in de plaats Lekkerkerk. Dit zijn ook de grootste kernen in de gemeente Krimpenerwaard. Doelgroepen Huishoudtype. Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen; met name eenoudergezinnen met minderjarige kinderen opgroeien. 28 procent (178 huishoudens van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (638 huishoudens) heeft een inkomen tot 120 procent Wsm. In tweeoudergezinnen met minderjarige kinderen ligt dit aandeel op 4 procent (157 huishoudens) van alle gezinnen van dit huishoudtype (4.265 huishoudens). Achtergrond.
Ook huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de minimadoelgroep. In totaal heeft 27 procent (554 huishoudens) van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond (2.061 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. Ter vergelijking: onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is dat 3 procent (730 huishoudens van de 21.282 huishoudens). Nieuwe en langdurige minima Op 1 november 2022 hadden 954 minimahuishoudens (70 procent) in de gemeente drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder de langdurige minima is de grootste groep tussen de 45 en 66 jaar en ontvangt de helft (479 huishoudens) een uitkering vanuit de Participatiewet. De helft (54 procent) van de langdurige minima heeft een Nederlandse achtergrond en 41 procent heeft een niet-westerse migratieachtergrond. In 2022 zijn 197 huishoudens ‘ingestroomd’ in de minimadoelgroep (15 procent). De groep die in 2022 in de minimadoelgroep zijn ingestroomd heeft iets andere kenmerken dan de groep langdurige minima. De meeste huishoudens (47 procent) is tussen de 27 en 45 jaar, en twee derde heeft een overig inkomen.
14
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Tabel 1.1.4 Langdurigheid 2022 Duur inkomen Tot en met 1 jaar 1 tot 3 jaar 3 jaar of langer Totaal
2022 199 203 954 1.356
15% 15% 70% 100%
15
Krimpenerwaard
Versie 1.2
1.2. MINIMAKINDEREN TOT 18 JAAR • • •
586 minimakinderen groeien op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm; De meeste minimakinderen groeien op in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet; 28 procent van de minimakinderen groeit op in de plaats Schoonhoven.
Verloop minimakinderen in beeld 2022 De gemeente Krimpenerwaard heeft op 1 november 2022 945 minimakinderen in beeld die opgroeien in een minimahuishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm; dat is 8,2 procent van alle (11.554) kinderen in de gemeente Krimpenerwaard. Net als bij het aantal minimahuishoudens geldt dat de gemeente Krimpenerwaard niet alle minimakinderen in beeld heeft. Op basis van de Armoede Index van KWIZ schatten we het totaal aantal minimakinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm op 1.026 kinderen. Tabel 1.2.1 Aantal en aandeel minimakinderen in beeld en totale doelgroep 2022 Inkomstenbron Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm Overige huishoudens Totaal
2022 in beeld Aantal Aandeel 586 5,1% 629 5,5% 945 8,2%
2022 totale doelgroep Aantal Aandeel 687 5,9% 738 6,4% 1.026 8,9% 1.208 10,5%
10.609 11.554
10.346 11.554
91,8% 100%
89,5% 100%
In dit hoofdstuk geven we een aantal kenmerken weer van de groep minimakinderen die de gemeente in beeld heeft. Kenmerken minimakinderen tot 120 procent Wsm in beeld Inkomensbron. Bijna twee derde van de minimakinderen (586 kinderen) tot 18 jaar groeit op in een huishouden waar de voornaamste inkomensbron een uitkering vanuit de Participatiewet is. En een op drie kinderen (316 kinderen) groeit op in een huishouden met een overig inkomen. Tabel 1.2.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens 2022 Inkomstenbron Participatiewet AOW Overig Totaal
2022 586 43 316 945
62% 5% 33% 100%
Huishoudtype. 41 procent van de minimakinderen groeit op in een eenoudergezin en de overige 59 procent van de minimakinderen groeit op in een huishouden met twee ouders. Achtergrond. Verder heeft 60 procent van de minimakinderen een niet-westerse migratieachtergrond en een derde een Nederlandse achtergrond. De overige 10 procent van de minimakinderen heeft een westerse migratieachtergrond.
16
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Minimakinderen ten opzichte van alle kinderen: wat valt op? Sommige kinderen hebben meer kans om op te groeien in armoede dan andere kinderen. In de gemeente Krimpenerwaard groeien kinderen in een eenoudergezin vaker op in een minimahuishouden dan kinderen in een tweeoudergezin. In totaal zijn er 1.213 kinderen die opgroeien in een eenoudergezin. Hiervan groeit 32 procent (384 kinderen) op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit is relatief zes keer zo vaak als minderjarige kinderen die opgroeien in een tweeoudergezin. Van de 10.319 kinderen in de gemeente Krimpenerwaard die opgroeien in een tweeoudergezin, groeit 5 procent (561 kinderen) op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Figuur 1.2.1. Aandeel minimakinderen per huishoudtype t.o.v. alle kinderen in 2022
Kinderen in eenoudergezinnen
32%
Van alle 1.213 kinderen in eenoudergezinnen
Van alle 10.319 kinderen in meerpersoonshuishoudens
Kinderen in meerpersoonshuishoudens 5%
Daarnaast groeien kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden: 43 procent (563 kinderen) van alle 1.317 kinderen met een dergelijke achtergrond woont in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder kinderen met een Nederlandse achtergrond ligt dit aandeel lager; 3 procent (291 kinderen van de 9.687 kinderen met een Nederlandse achtergrond en dit geldt ook voor kinderen met een westerse migratieachtergrond (91 kinderen, 16 procent). Tenslotte is het aandeel minimakinderen is het aandeel minimakinderen in de plaatsen Schoonhoven, Bergambacht en Gouderak iets hoger dan in de andere plaatsen. Eén op de tien kinderen die in deze plaatsen woont, groeit op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Figuur 1.2.2. Aandeel minimakinderen per herkomst t.o.v. alle kinderen in 2022
Van alle kinderen met een Nederlandse achtergrond
Nederlandse achtergrond 3%
Westerse migratieachtergond
Niet-westerse migratieachtergrond
Van alle kinderen met een westerse migratieachtergrond
16%
43%
17
Van alle kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond
Krimpenerwaard
Versie 1.2
1.3. MINIMAREGELINGEN •
Het bereik van de meeste regelingen ligt in lijn of hoger dan het landelijk gemiddelde.
Gebruik van de minimaregelingen Het gebruik is gemeten over het gehele kalenderjaar 2022. Tabel 1.3.1 Gebruik van de minimaregelingen onder minimahuishoudens in aantallen huishoudens over de periode 1 november 2021 tot 1 november 2022 Regelingen
Gebruik in 2022
Kwijtschelding gemeentelijke belasting Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Maatschappelijke deelname ouderen Regeling medische kosten OV Meedoenpas Participatie en Werk Volwassenfonds Sport en Cultuur Studietoeslag Jeugdfonds Sport en Cultuur Stichting Leergeld • Schoolspullenpas (Stichting Leergeld) • Kindpas (Stichting Leergeld)
684 huishoudens 251 huishoudens 455 huishoudens 553 huishoudens 31 huishoudens 83 huishoudens 86 huishoudens 471 huishoudens 153 personen 10 personen 283 kinderen 624 kinderen 504 kinderen 586 kinderen
Figuur 1.3.1. Bereik minimaregelingen gemeente Krimpenerwaard en landelijk gemiddelde 2022 2022
Landelijk gemiddelde
75% 65% 56% 55%
50%
45%
40%
35%
30%
29%
21%
17%
18
7%
Volwassenfonds Sport en Cultuur
Maatschappelijke deelname ouderen
OV Meedoenpas
Participatie en Werk
Collectieve Zorgverzekering
Individuele Inkomenstoeslag
Bijzondere bijstand
Kwijtschelding
7%
Krimpenerwaard
Versie 1.2
Figuur 1.3.2. Bereik minimaregelingen voor kinderen gemeente Krimpenerwaard en landelijk gemiddelde 20225 2022
Landelijk gemiddelde
61%
50%
50%
Schoolspullenpas
Kindpas
25%
Jeugdfonds Sport en Cultuur
29%
Stichting Leergeld
61%
57%
50%
Bereik van de minimaregelingen Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere grote gemeenten6. Het volgende is te zien in het bereik van de minimaregelingen: • •
• • •
•
•
65 procent van de doelgroep maakt gebruik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Dit bereik ligt iets onder het gemiddelde van 70 tot 75 procent dat we bij andere gemeenten vinden; In de analyseperiode (1 november 2021 tot 1 november 2022) hebben 251 huishoudens een verstrekking gekregen vanuit de bijzondere bijstand. Het bereik van de bijzondere bijstand ligt i lijn met het gemiddelde bereik in andere gemeenten. In andere gemeenten is een bereik tussen 20 en 25 procent gangbaar; Het bereik van de individuele inkomenstoeslag ligt hoger dan het gemiddelde in andere gemeenten. In de gemeente Krimpenerwaard ligt het bereik op 64 procent en in andere gemeenten is een bereik van 45 à 50 procent gangbaar; 41 procent van de doelgroep maakt gebruik van de collectieve zorgverzekering. In andere gemeenten vinden we gemiddeld een bereik van 35 tot 40 procent. Het bereik van de collectieve zorgverzekering in de gemeente Krimpenerwaard ligt hier dus net boven; 7 procent van de doelgroep heeft gebruik gemaakt van het Volwassenfonds Sport en Cultuur. Dit zijn 153 personen. Het bereik van andere participatieregelingen voor volwassenen ligt in andere gemeenten rond de 30 tot 40 procent.
Het volwassenfonds is een relatief nieuwe regeling, dit kan een verklaring zijn voor een bereik onder het landelijk gemiddelde; In de analyseperiode (1 november 2021 tot 1 november 2022) hebben 31 huishoudens gebruik gemaakt van de Maatschappelijke deelname ouderen. Daarnaast hebben 86 huishoudens gebruik gemaakt van de OV Meedoenpas. Deze twee regelingen zijn specifiek gericht op AOW-gerechtigden7; Er hebben 471 huishoudens gebruik gemaakt van de regeling Participatie en Werk. Dit is een bereik van 35 procent van de doelgroep.
5 Het Kindpas en de Schoolspullenpas zijn onderdeel van Stichting Leergeld. Echter omdat dit twee grote
onderdelen zijn van Stichting Leergeld, zijn ze in de grafiek ook nog apart weergegeven. 6We vergelijken het bereik van de regelingen met andere gemeenten. De voorwaarden kunnen per regeling en per gemeente licht verschillen. Maar inhoudelijk gezien komen de regelingen overeen en gelden ze voor de minimadoelgroep. 7 Een soortgelijke regeling komt niet in alle gemeenten voor, daarom kunnen wij het bereik van deze regeling niet afzetten tegen het gemiddelde in andere gemeenten.
19
Krimpenerwaard
•
Versie 1.2
De regelingen Medische kosten en studietoeslag zijn bedoeld voor specifieke doelgroepen. De doelgroepen voor deze regelingen zijn echter niet vast te stellen en daarom kan het bereik voor deze regelingen ook niet worden berekend.
Kindregelingen • In de analyseperiode hebben 283 kinderen gebruik gemaakt van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Dit is een bereik van 30 procent van alle kinderen die van de regeling gebruik zou mogen maken. In andere gemeenten is een bereik tussen 25 en 30 procent gangbaar. Het bereik van de gemeente Krimpenerwaard zit aan de bovengrens van het gemiddelde bereik; • 624 kinderen hebben gebruik gemaakt van Stichting Leergeld, een bereik van 61 procent. Het bereik van Stichting Leergeld ligt hiermee iets boven het gemiddelde bereik in andere gemeenten; namelijk tussen 45 en 50 procent; • Onder Stichting Leergeld valt ook het Kindpas en de Schoolspullenpas. Omdat het gebruik van het Kindpas en de Schoolspullenpas hoog is, wordt dit ook apart weergegeven. o Ruim de helft van de doelgroep (57 procent) heeft gebruik gemaakt van het Kindpas. Dit zijn 586 kinderen. In andere gemeenten is voor een participatieregeling voor kinderen een bereik tussen 45 en 50 procent gangbaar. Het bereik in de gemeente Krimpenerwaard ligt aanzienlijk hoger. o In de analyseperiode hebben 504 kinderen gebruik gemaakt van de Schoolspullenpas. Dit is een bereik van 61 procent. In andere gemeenten is een bereik tussen 45 en 50 procent gemiddeld. Het bereik in de gemeente Krimpenerwaard ligt hier net boven.
20
Krimpenerwaard
Versie 1.2
1.4. WMO EN SCHULDHULPVERLENING • • •
35 procent van alle minimahuishoudens heeft ook een of meerdere Wmovoorzieningen; 276 huishoudens hebben gebruikgemaakt van de schuldhulpverlening, hiervan hebben 137 huishoudens een minimuminkomen; 1.230 huishoudens en 1.376 kinderen hebben een voorziening vanuit de Jeugdwet.
Figuur 1.4.1. Aandeel huishoudens onder minimahuishoudens Minima Schuldhulpverlening
10%
90%
Wmo Jeugdwet op huishoudniveau Jeugdwet op kindniveau
Niet-minima
35%
65%
29%
71%
18%
82%
Gebruik en overlap Wmo In totaal krijgen 2.897 huishoudens in de gemeente Krimpenerwaard een of meerdere Wmovoorzieningen in 2022. Dit is 12 procent van alle huishoudens in de gemeente. Van deze 2.897 huishoudens met een Wmo-voorziening, heeft 16 procent (471 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat betekent dat 35 procent van alle minimahuishoudens (1.356 minimahuishoudens) in de gemeente gebruikmaakt van de Wmo. In veel andere gemeenten zien we een overlap tussen minimahuishoudens en Wmo tussen de 30 en 35 procent. Minimahuishoudens maken vaker gebruik van de Wmo dan niet-minimahuishoudens. Onder nietminimahuishoudens is het 10 procent. Gebruik en overlap schuldhulpverlening In de periode 1 november 2021 tot 1 november 2022 hebben 276 huishoudens gebruikgemaakt van de schuldhulpverlening. Dit is 1,1 procent van alle huishoudens in de gemeente Krimpenerwaard. Van de 276 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de schuldhulpverlening hebben 137 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat betekent dat 10 procent van alle 1.356 minimahuishoudens hulp hebben gekregen bij hun schuldenproblematiek. Dit percentage ligt in lijn met de gemiddelde overlap bij vergelijkbare gemeenten (namelijk ongeveer 10 procent).
Gemiddeld gezien kregen minimahuishoudens vaker een vorm van schuldhulpverlening dan huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm: van alle huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm kreeg 0,6 procent hulp bij schulden. Jeugdwet op huishoudniveau Er zijn 1.230 huishoudens met kinderen die in de analyseperiode (1 november 2021 tot 1 november 2022) een of meerdere voorzieningen vanuit de Jeugdwet heeft ontvangen. Van deze 1.230 huishoudens die een voorziening vanuit de Jeugdwet hebben ontvangen, heeft 29 procent (131 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. Jeugdwet op kindniveau Tussen 1 november 2021 en 1 november 2022 hebben 1.376 kinderen een of meerdere voorzieningen vanuit de Jeugdwet ontvangen. Hiervan groeien 169 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit is 18 procent van alle 945 minimakinderen in de gemeente Krimpenerwaard.
21
Krimpenerwaard
Versie 1.2
1.5. ENERGIETOESLAG • •
Een derde van de gebruikers van de energietoeslag bestaat uit minimahuishoudens 84 procent van alle minimahuishoudens maakt gebruik van de energietoeslag.
niet-
Gebruik van de energietoeslag Als gevolg van het hoge prijspeil van gas en elektriciteit heeft het Rijk in 2022 de energietoeslag geïntroduceerd; een regeling die iedere gemeente kon verstrekken als compensatie voor minimahuishoudens. In de gemeente Krimpenerwaard konden inwoners aanspraak maken op de energietoeslag tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm. In totaal hebben 1.797 huishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag; dat is 7,3 procent van alle huishoudens in Krimpenerwaard. Dit zijn alle huishoudens die tot 1 november 2022 8 de energietoeslag hebben aangevraagd. Van alle 1.797 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag, bestaat de grootste groep gebruikers uit minimahuishoudens (1.141 minimahuishoudens, 84 procent). Een derde van de gebruikers van de energietoeslag bestaat daarmee uit niet-minimahuishoudens. Figuur 1.5.1. Het gebruik van de energietoeslag onder de 1.356 minimahuishoudens
215 huishoudens 16%
1.141 huishoudens 84%
Binnen de 1.141 minimahuishoudens die gebruik maken van de energietoeslag, maken sommige groepen vaker gebruik van de energietoeslag dan andere groepen. Zo hebben de minimahuishoudens die gebruik maken van de energietoeslag meestal een leeftijd van 45 tot 66 jaar (42 procent) en ontvangen ze veelal een uitkering vanuit de Participatiewet (49 procent). De huishoudens wonen voornamelijk in Schoonhoven.
8 In de laatste twee maanden (november en december 2022) zijn er ook nog aanvragen ingediend. Deze
zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten, omdat de peildatum van het onderzoek 1 november 2022 is.
22
Krimpenerwaard
Versie 1.2
2. Huidig beleid gemeente Krimpenerwaard In het vorige hoofdstuk is de minimadoelgroep weergegeven. In dit hoofdstuk beschrijven we het huidige armoede- en schulddienstverleningsbeleid. In de komende paragrafen wordt de visie van de gemeente omtrent het brede sociale domein, en specifiek voor armoede en schulddienstverlening, beschreven evenals de doelen die de gemeente heeft opgesteld en hoe zij haar inwoners wil ondersteunen.
2.1. Pijlers en doelstellingen Sociaal Domein 2021-2025 De gemeente Krimpenerwaard heeft een integraal beleidskader Sociaal Domein voor de periode van 2021 tot 2025 opgesteld. Hieruit spreekt de ambitie om de voorzieningen zo goed mogelijk te laten aansluiten op de behoeften van de inwoners. Hierbij spelen zowel de gemeente, als ook organisaties, mensen die zorg nodig hebben en mantelzorg geven een belangrijke rol. Specifiek worden de volgende pijlers genoemd: • Inwoners sneller helpen bij zorg- of ondersteuningsvragen; • Inwoners zorg en ondersteuning aanbieden die zoveel mogelijk aansluit op hun persoonlijke situatie, mogelijkheden en sociale netwerk; • Inwoners steunen en ruimte bieden als ze anderen zorg of hulp willen bieden; • Meer inwoners, al dan niet met een arbeidsbeperking, werk te verschaffen of te laten participeren naar vermogen; • Ondersteuning en zorg in de gemeente Krimpenerwaard betaalbaar en beschikbaar houden.
2.1.1. Beleidsvisie De gemeente Krimpenerwaard streeft naar een samenleving waarin alle inwoners zich thuis voelen, zelfredzaam zijn en naar vermogen kunnen meedoen en waarin jeugd gezond en veilig kan opgroeien. Daarnaast streeft ze naar een inclusieve samenleving, waarbij inwoners naar elkaar omkijken, om eenzaamheid zoveel mogelijk tegengegaan wordt. Hierbij is van belang dat de omgeving op een manier is ingericht dat iedereen kan meedoen. Om deze visie te bewerkstelligen handelt de gemeente Krimpenerwaard vanuit zes verschillende waarden: • Vertrouwen: de gemeente benadert haar inwoners met een positieve insteek en respect. Daarnaast vertrouwt ze op zelfredzaamheid, om in eigen netwerk tot een oplossing te komen. • Betrouwbaar: de gemeente komt haar afspraken, zodat inwoners en organisaties weten wat ze aan haar hebben. • (eigen) Verantwoordelijkheid: inwoners zijn verantwoordelijk voor hun eigen leven, met de keuzes en problemen die daarmee hand in hand gaan. Daarbij hoort het eigen netwerk aanspreken om deze problemen op te lossen. • Resultaatgericht: de gemeente richt zich op duurzame oplossingen voor de lange termijn bieden en waar nodig maatwerk te leveren. • Verbinding: de gemeente wil dat inwoners zich veilig voelen en streeft ernaar om hierin met inwoners samen te werken, evenals met maatschappelijke partners, bedrijven en verenigingen.