Integraal Rapport Krimpenerwaard - Armoede onderzoek 2023
Tekst van het document
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Bovenstaand zijn de visie, uitgangspunten en financiering van het brede sociale domein toegelicht. Hieronder worden twee beleidsdomeinen uitgelicht - het minimabeleid en schulddienstverlening - omdat dit onderzoek een evaluatie van het armoedebeleid betreft.
2.2. Minimabeleid De gemeente Krimpenerwaard biedt een ‘financieel vangnet’ aan voor inwoners die te maken hebben met geen of weinig inkomen en vermogen, om hen te ondersteunen in de kosten van het levensonderhoud.
2.2.1. Visie In de Maatschappelijke Agenda wordt aandacht besteed aan de visie op de sociaal economische status van inwoners. Dit houdt een direct verband met armoede. De gemeente Krimpenerwaard streeft ernaar dat inwoners duurzaam betaald werk doen, of meedoen naar vermogen. Hun bestaanszekerheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. Het beheersen van basisvaardigheden en de Nederlandse taal zijn belangrijke speerpunten. De gemeente ziet kansenongelijkheid, (verborgen) armoede en leerachterstanden als gevolg van corona als trends die van invloed zijn op de sociaal economische status van inwoners. Maatschappelijke partners spelen een belangrijke rol in het bieden van activiteiten gericht op preventie en het oplossen van deze problematiek. Sturing op deze visie vindt plaats aan de hand van het percentage laaggeletterdheid, ernstige financiële belemmeringen en geslaagde inburgeringsplichtigen. Daarnaast worden de aantallen gerealiseerde garantiebanen per persoon en het aantal gerealiseerde beschutte werkplekken per persoon meegewogen.
2.2.2. Doelstellingen Voor het financiële vangnet zijn in de Verordening Werk, Inkomen en Schulden een aantal doelstellingen geformuleerd: • Inwoners moeten hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen én kunnen meedoen aan de samenleving; • Inwoners krijgen een blijvend gezonde financiële huishouding (o.a. door begeleiding bij het op orde krijgen van de financiën); • De gemeente werkt samen met andere organisaties bij de bestrijding van armoede en schulden en stimuleert initiatieven voor armoedebestrijding en preventie; • De gemeente legt in een Maatschappelijke Agenda voor het sociaal domein vast hoe het armoede- en schuldenbeleid wordt vormgegeven en welke kwetsbare groepen ondersteuning dienen te krijgen.
2.2.3. Uitvoering Om inwoners met een laag inkomen en zonder financiële buffer zo goed mogelijk te ondersteunen biedt de gemeente Krimpenerwaard inkomensondersteunende regelingen aan. Deze kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën: inkomen en armoede. Inkomen Inwoners worden ondersteund met aanvullende uitkeringen en regelingen. Hieronder vallen de volgende ondersteuningsvormen: • Bijzondere bijstand: ondersteuning bij incidentele noodzakelijke kosten als financieel vangnet wanneer inwoners geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of andere voorzieningen. Hierbij wordt een draagkrachtberekening toegepast. • Individuele inkomenstoeslag: ondersteuning voor inwoners die langdurig (drie jaar of langer) moeten rondkomen van een minimuminkomen.
23
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Armoede Daarnaast worden inwoners ondersteund met regelingen die van doel hebben om armoede te voorkomen en tegen te gaan. Hieronder valt de volgende ondersteuning: • Kindpakket: kinderen worden gezien als kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. Het kindpakket dient armoede onder kinderen tegen te gaan en hen te laten meedoen in de samenleving. Kinderen kunnen hiertoe gebruikmaken van voorzieningen voor sport en cultuur, schoolactiviteiten. Het kindpakket is belegd bij andere organisaties, zoals het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. • Regeling participatie en werk: volwassen inwoners kunnen gebruikmaken van deze regeling om mee te doen aan culturele, religieuze of andere maatschappelijke activiteiten. Direct of indirect dienen deze activiteiten bij te dragen aan participatie en/of arbeidsdeelname. • Regeling maatschappelijke deelname voor ouderen: ouderen kunnen tevens aanspraak maken op een participatieregeling waarmee zij kunnen sporten of culturele, religieuze of andere maatschappelijke activiteiten kunnen ondernemen. • Zorgkosten: om inwoners te ondersteunen in hun medische kosten biedt de gemeente een collectieve zorgverzekering aan en een bijdrage voor inwoners met een chronische ziekte of beperking.
2.3. Schulddienstverlening De gemeente Krimpenerwaard biedt hulp aan voor inwoners met schulden, vanuit de wettelijke verplichting om schulddienstverlening te verstrekken.
2.3.1. Doelstellingen De gemeente streeft de volgende doelstellingen na voor schulddienstverlening: • Samenwerking met andere organisaties om problematische schulden te voorkomen; • Eenvoudige en laagdrempelige werkwijze voor het stellen van de hulpvraag en oplossen hiervan; • Informatie beschikbaar stellen voor inwoners over de beschikbare hulp en het daadwerkelijk beschikbaar stellen van deze hulp; • Inwoners worden niet uitgesloten van hulp (met als enige uitzondering de afwezigheid van een geldige verblijfstitel); • Inwoners krijgen zo snel mogelijk hulp.
2.3.2. Uitgangspunten Uitgangspunten voor de schulddienstverlening zijn onder andere dat de gemeente de regie voert, met een laagdrempelige toegang voor inwoners, door het oprichten van een Helpdesk. Verder wordt een duurzaam effect nagestreefd, door begeleiding, preventie en vroegsignalering. Daarnaast wordt maatwerk toegepast, waarbij oorzaken worden weggenomen waardoor problematische schulden ontstaan. Voorafgaand wordt hierbij wel uitgegaan van zelfredzaamheid. Door deskundige diensten te verlenen en korte doorlooptijden te hanteren, tracht de gemeente schuldenaren niet verder in de problematiek te laten raken. Hiervoor wordt de kwaliteit van de dienstverlening bewaakt door een kwaliteitsmedewerker. Voor gezinnen met kinderen wordt binnen 5 werkdagen contact opgenomen, om kinderen zo snel mogelijk uit de armoede te helpen. Schulddienstverlening is opgenomen in de kwaliteitsmonitor van 2021. Er werd gesteld dat er door de coronacrisis destijds slechts een lichte stijging te zien was. In de cijfers is tevens aandacht besteed aan zelfstandig ondernemers, mensen die in beeld komen uit de Vroegsignalering en klanten die succesvol een schuldbemiddeling is gestart.
24
Krimpenerwaard
Versie 0.2
3. Onderzoeksmethodiek inkomens effectrapportage In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden voor de Inkomens Effectrapportage.
3.1. Huishoudens en inkomensgrenzen We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2022 voor de volgende zes huishoudtypen: Niet AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar zonder kinderen; • alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar) • paar (twee volwassenen) met twee kinderen (8 en 13 jaar). AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar (twee volwassenen. We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120, 130 en 140 procent Wsm.
3.2. Inkomensbronnen Het totaal inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit het netto-inkomen, de gemeentelijke regelingen en diverse toeslagen van het Rijk. Specifiek gaat het om de volgende categorieën: • •
•
netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; bijdrage Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag o kinderbijslag; o kindgebonden budget; o combinatiekorting. gemeentelijke minimaregelingen.
3.3. Gemeentelijke minimaregelingen In de onderstaande tabel volgt een overzicht van de gemeentelijke minimaregelingen in 2022. In bijlage 1 worden deze regelingen verder toegelicht. Tabel 3.3.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Krimpenerwaard Regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke deelname ouderen OV-Meedoenpas ouderen Participatie en werk Stichting Leergeld • Kindpas • Schoolspullenpas • Stichting Jarige Job • Babypakket • Fiets, computer, laptop Jeugdfonds Sport en Cultuur Volwassenfonds Sport en Cultuur
Inkomensgrens 100% Wsm 120% Wsm 120% Wsm, 3 jaar of langer 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm
120-130% Wsm
120% Wsm 120% Wsm 25
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Energietoeslag Niet meegenomen in berekeningen:
120% Wsm 110% Wsm en draagkracht staffel t/m 150% Wsm 120% Wsm 120% Wsm
Bijzondere bijstand Studietoeslag Regeling meerkosten voor chronisch zieken
Niet meegenomen regelingen Een aantal regelingen wordt niet meegenomen in de berekeningen en begrotingen. In de meeste gevallen gaat het om een regeling die een beperkte doelgroep heeft of niet ieder jaar wordt toegekend. Hieronder staat beschreven wat de precieze reden is dat de regeling niet is meegenomen. • Bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen, omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voorkomt. Het is dus geen structureel (maandelijks) inkomen. • De studietoeslag is eveneens niet doorgerekend in de financiële overzichten. Deze regeling kent een specifieke doelgroep; studenten met een lichamelijke of psychische beperking, waarbij het niet mogelijk is dat zij naast hun studie werken. In deze inkomens effectrapportage is geen huishouden opgenomen waarbij deze regeling van toepassing is. • Ook zijn er geen huishoudens in deze inkomens effectrapportage opgenomen met een (grote) zorgvraag, de huishoudens maken daarmee geen recht op vergoedingen uit de regeling meerkosten voor chronisch zieken. Deze regeling wordt daarom buiten beschouwing gelaten in de rapportage. Daarnaast bieden maatschappelijke organisaties tevens ondersteuning aan minimahuishoudens. Deze niet-gemeentelijke voorzieningen ontvangen veelal wel subsidie van de overheid.
De bijdrage van deze organisaties wordt niet meegenomen in de inkomens- effectrapportage omdat hier de gemeentelijke voorzieningen centraal staan.
3.4. Uitgaven 3.5. Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar: • •
• •
vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten9 en verzekeringen; reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Er moet in principe een bedrag voor gereserveerd worden. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; werkgelerateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding.
Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op landelijke berekeningen van het Nibud. De normbedragen staan per huishoudtype in het financieel maandoverzicht in de bijlage. We benadrukken dat het bij alle posten gaat om de basale uitgaven en dat de normbedragen gemiddelden betreffen. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks minder uitgeeft dan de normbedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden minder geld per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. 9 Kosten gas en elektriciteit zijn gebaseerd op tarieven van Shell Energy (Nederlandse Wind & Zon en
Aardgas, Flexibel), de kosten voor water op de tarieven van WMD. Heffingskortingen zijn in de maandprijs verrekend. Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud.
26
Krimpenerwaard
Versie 0.2
3.6. Vrije bestedingen Het budget dat overblijft is vrij besteedbaar en kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten. Voor deze vrije bestedingen hanteert het Nibud per huishoudtype eveneens een normbedrag, dat is terug te vinden in de begrotingen in bijlage 3.
3.7. Aannames Voor de inkomsten en uitgaven doen we de volgende aannames: • De huishoudens maken van alle regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag. Daarnaast hebben huishoudens geen schulden; • Bij de inkomenseffecten wordt uitgegaan van gemiddelden. Dit betekent ook dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten en specifieke situaties kunnen afwijken van de gemiddelden zoals beschreven in dit rapport. • Iedereen woont in een huurwoning. We gaan uit van € 547 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 611 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Krimpenerwaard; In de gehanteerde huurprijs is de maximale huurstijging van 2,3 procent meegenomen10. • Alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Alleenstaande ouders hebben voor hun kind van 8 jaar een variërend aantal uren nodig voor buitenschoolse opvang (BSO). Dit is afhankelijk van het inkomen en het aantal uur dat zij werken. Daarbij gaan we ervan uit dat een kind van 8 jaar bij een continurooster 30 uur naar school gaat.
Dit maakt dat alleenstaande ouders met een inkomen van 110 procent Wsm per maand geen gebruik maken van BSO, bij een inkomen van 120 procent Wsm gaat het om 11 uur BSO per maand, bij 130 procent Wsm is dit 23 uur en bij 140 procent Wsm is dit 34 uur per maand. Dit alles tegen een tarief van € 8,63 (gemiddelde uurprijs in 2022). • Bij een paar met twee kinderen en een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. Daarom gaan we er vanuit dat deze huishoudens geen kinderopvang nodig hebben omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen. Dit is eveneens waarom een paar met kinderen geen combinatiekorting krijgt bij werkaanvaarding; • In verband met verschil in verwachte zorgkosten tussen jongere en oudere huishoudens nemen we aan dat minima van AOW-leeftijd deelnemen aan het meest uitgebreide pakket van de collectieve zorgverzekering die de gemeente aanbiedt: Zorg en Zekerheid, het AV-Gemeente Standaard pakket. Huishoudens jonger dan de AOW-leeftijd maken gebruik van het minst uitgebreide pakket: het Gemeente Pakket Compact, bij zorgverzekeraar VGZ; • Huishoudens die (op basis van hun inkomen) geen gebruik kunnen maken van de collectieve zorgverzekering van de gemeente, maken een eigen keuze uit verschillende zorgverzekeraars.
De gemiddelde prijs van een standaard zorgverzekeringspakket11 is berekend door de prijs van zes grote zorgverzekeraars te vergelijken. Dit bedrag komt uit op € 142,41 per polis bij huishoudens jonger dan de AOW-leeftijd. Voor huishoudens van een AOW-leeftijd bedraagt de prijs per polis € 182,35. Deze gemiddelde prijs is berekend door het gemiddelde bedrag te nemen van 6 grote zorgverzekeraars voor een uitgebreider zorgpakket12; • Huishoudens in de bijstand werken niet, en hebben daarom geen werkgerelateerde kosten. Bij een inkomen vanaf 110 procent Wsm werkt één persoon in het huishouden, en is er wel sprake van deze kosten.
10 Bron: Artikel ‘Kleinste huurstijging sinds 1960’ van CBS, 6 september 2021 11 Dit bevat een basisverzekering tegen het laagste eigen risico van € 385, met een aanvullende verzekering
waarbij negen fysiotherapiebehandelingen worden vergoed en een basis tandartsverzekering. 12 Dit bevat een basisverzekering waarbij hulp in elk ziekenhuis wordt vergoed tegen het laagste eigen risico van € 385, een extra aanvullende verzekering en een uitgebreide tandartsverzekering.
27
Krimpenerwaard
•
•
•
•
•
•
Versie 0.2
De gemeente Krimpenerwaard is aangesloten bij het waterschap Schieland en Krimpenerwaard. Kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen is mogelijk voor afvalstoffenheffing, rioolheffing, wegenheffing (vanuit de gemeente), en watersysteemheffing (vanuit het waterschap). Inwoners kunnen geen kwijtschelding ontvangen voor de zuiveringsheffing. Het bedrag aan gemeentelijke belastingen voor afvalstoffen dat door inwoners moet worden betaald bestaat uit een vast en variabel tarief. Het variabele tarief bestaat uit € 3 per storting bij een ondergrondse container. Gemiddeld heeft een persoon per jaar 35 zakken aan restafval13. Dit komt ongeveer neer op twee stortingen per 3 week voor een eenpersoonshuishouden, een tweepersoonshuishouden doet 4 stortingen per 3 week en een meerpersoonshuishouden doet 2 stortingen per week. Stichting Leergeld is een bundeling van meerdere regelingen voor kinderen. Vanuit dit fonds kan er aanspraak worden gemaakt op een fiets, laptop, computer, Kindpas, Schoolspullenpas, Stichting Jarige Job en een Babystartpakket. Het gemiddelde bedrag dat per kind wordt verstrekt vanuit Stichting Leergeld in 2022 is geschat op € 220 14. De inkomensgrenzen voor de verschillende verstrekkingen uit dit fonds variëren tussen de 120 en 130 procent Wsm.
De verstrekkingen die veruit het meeste worden gebruikt zijn de Kindpas en de Schoolspullenpas en deze worden verstrekt bij een inkomen tot 130 procent Wsm. Daarom wordt in deze rapportage aangehouden dat het gemiddelde bedrag vanuit leergeld wordt uitgekeerd aan gezinnen met een inkomen tot 130 procent Wsm. Daarbij zijn de vergoedingen van regelingen met een inkomensgrens tot 120 procent Wsm (het Babystartpakket en de verjaardagsbox van Jarige Job) geen geldbedragen, maar wordt het in natura vergoed. Aanvullend op de vergoeding van Stichting leergeld (€ 220) verstrekt de gemeente ter ondersteuning voor de energiecrisis in 2022 een Kidscadeaukaart per kind. Op deze kaart staat een bedrag van € 150. De cadeaukaart wordt in december 2022 verstrekt aan kinderen die bekend zijn bij Stichting Leergeld. Het bedrag dat kinderen van Stichting Leergeld ontvangen komt hiermee op € 370 per jaar per kind. Bij huishoudens met twee kinderen wordt aangehouden dat er één kind gebruik maakt van de vergoeding voor sport en één kind gebruik maakt van de vergoeding voor cultuur, afkomstig van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. De vergoeding vanuit dit fonds voor sport is € 225 en voor cultuur € 450. Het Jeugdfonds heeft kennisgegeven in 2022 het volledige contributiebedrag voor kinderen te vergoeden.
Aangezien niet is na te gaan hoeveel er maximaal wordt vergoed per kind, worden de standaard vergoedingen in onze berekening gebruikt. In de gemeente Krimpenerwaard wordt voornamelijk gebruik gemaakt van de sportmogelijkheden (97 procent van alle aanvragen). De aanvragen voor cultuurmogelijkheden zijn beperkt (3 procent van de aanvragen). De vergoedingen voor sport en cultuur vanuit het Jeugdfonds worden verstrekt aan gezinnen met een inkomen tot 120 procent Wsm. Huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm kunnen daarbij vanuit het Jeugdfonds vergoedingen voor zwemles krijgen. De huishoudens uit deze rapportage maken hierop geen aanspraak, vanwege de leeftijd van de kinderen. De zwemlesvergoeding uit het Jeugdfonds is om deze reden buiten beschouwing gelaten in dit rapport. Als inkomensgrens voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur wordt 120 procent Wsm aangehouden.
3.8. Eenmalige tegemoetkoming in de energiekosten Wegens sterk stijgende energiekosten heeft het Rijk in 2022 een eenmalige energietoeslag geïntroduceerd. Hiervoor is een bedrag van € 1.300 per huishouden gereserveerd waarbij de gemeente de precieze beleidskaders zelf mag vaststellen. De gemeente Krimpenerwaard heeft besloten de energietoeslag te verstrekken aan huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Het is belangrijk om hierbij te realiseren dat deze toeslag van eenmalige aard is. In de figuren is te zien dat de invloed van de energietoeslag relatief groot is (€ 108 per maand), maar alsnog niet 13 Bron: Artikel ‘Afval scheiden: cijfers en kilo’s’ van Milieu Centraal, 28 november 2022 14 Jaarverslag 2021 Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden.
28
Krimpenerwaard
Versie 0.2
opweegt tegen de toename van de kosten. Op het moment dat de energietoeslag wegvalt, kan dat beduidende resultaten hebben voor de inkomenssituatie van de huishoudens. De meegenomen kosten van gas en elektriciteit zijn gebaseerd op tarieven van Shell Energy (variabel contract, prijspeil van 23 november 202215). Heffingskortingen zijn in de maandprijs verrekend. Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud (elektriciteit) en Essent (gas). Er is gekozen voor het tarief van een variabel contract, ervan uitgaande dat minima op dit moment voor de goedkoopste optie zullen kiezen en hun tarief niet lang willen vastleggen om een eventuele daling af te wachten. Bovendien verstrekken energieleveranciers op dit moment vrijwel geen vaste contracten. Gezien het hoge prijspeil van dit moment is het van invloed hoe de huidige situatie van de huishoudens eruitziet; huishoudens met een lopend vast contract, zijn hierbij in het voordeel. Huishoudens die recent een vast energiecontract hebben afgesloten bij een andere, duurdere, aanbieder of in een slecht geïsoleerd huis wonen zijn juist in het nadeel. Dit maakt dat de situatie per huishouden sterk kan verschillen en bovendien snel kan veranderen (bij een wijziging van de energieprijzen).
15 De energieprijzen kennen een sterke fluctuatie op dit moment. Dit betekent dat een actueel prijspeil
wenselijk is om de huidige situatie duidelijk in beeld te brengen.
29
Krimpenerwaard
Versie 0.2
4. De inkomenseffecten In dit hoofdstuk staan de inkomenseffecten 16. De eerste paragraaf schetst de verhouding tussen de uitkering, landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen per huishoudtype per maand. In paragraaf 4.2 wordt de gemeentelijke bijdrage uitgesplitst naar de verschillende minimaregelingen. Daarna wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van het vrij besteedbaar budget (paragraaf 4.3) en de ontwikkeling van het totale inkomen (paragraaf 4.4).
4.1. Het effect van het landelijk beleid is groter dan het gemeentelijk beleid Minima met een inkomen op bijstandsniveau maken aanspraak op landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Het totale bedrag uit de landelijke toeslagen (zoals huurtoeslag en zorgtoeslag) is veel groter dan het totale bedrag uit de gemeentelijke regelingen. In onderstaande figuren wordt de opbouw van het maandelijks totaal inkomen bij een inkomen van 100 procent Wsm per huishoudtype weergegeven. Daarin is ook duidelijk te zijn dat gezinnen met kinderen een aanzienlijk hoger bedrag aan landelijke toeslagen kunnen ontvangen dan huishoudens zonder kinderen. Bij de gemeentelijke bijdragen is het verschil minder groot. Het verschil in hoogte is toe te schrijven aan de verschillende kindregelingen waar gezinnen recht hebben, zoals het kindgebonden budget of de kinderbijslag. Als voorbeeld: een alleenstaande ontvangt maandelijks € 1.102 als uitkering (inclusief vakantietoeslag). Als hij gebruikmaakt van alle landelijke toeslagen, ontvangt hij daar maandelijks € 383 voor. Daarnaast kan hij maximaal € 223 aan gemeentelijke regelingen ontvangen als hij gebruikmaakt van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen, de collectieve zorgverzekering, de regeling voor participatie en werk, het volwassenfonds Sport en Cultuur en de energietoeslag.
16 In de figuren wordt gewerkt met afgeronde bedragen. Deze bedragen kunnen minimaal verschillen met
de daadwerkelijke maandbedragen van de gemeentelijke en landelijke regelingen.
30
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Figuur 4.1.1. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd zonder kinderen Uitkering
Toeslagen Rijk
€ 1.102
Alleenstaande
Bijdrage gemeente
€ 383 € 223
€ 1.574
Paar zonder kinderen €0
€ 500
€ 526
€ 1.000
€ 1.500
€ 300
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
Figuur 4.1.2. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd met 2 kinderen
Uitkering
Alleenstaande ouder met twee kinderen
Toeslagen Rijk
€ 1.102
Paar met twee kinderen
Bijdrage gemeente
€ 1.133
€ 364
€ 1.574 €0
€ 500
€ 960
€ 1.000
€ 1.500
€ 2.000
€ 426 € 2.500
€ 3.000
Figuur 4.1.3. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, minima AOW-gerechtigd Uitkering
Alleenstaande AOWleeftijd
Toeslagen Rijk
€ 1.226
Bijdrage gemeente
€ 385 € 217
€ 1.660
Paar AOW-leeftijd
€0
€ 500
€ 530
€ 1.000
€ 1.500
€ 2.000
€ 293
€ 2.500
€ 3.000
4.2. Opbouw maandelijkse gemeentelijke bijdrage per huishoudtype Uit de vorige paragraaf blijkt dat de (maximale) maandelijkse gemeentelijke bijdrage verschilt per huishoudtype. Hieronder geven we per huishoudtype de opbouw van het totale bedrag aan gemeentelijke regelingen weer – eerst voor minima met een inkomen van 100 procent Wsm, daarna voor minima met een inkomen van 110 procent Wsm. Daarin geven we ook het bedrag van de individuele inkomenstoeslag weer; dit bedrag is specifiek bedoeld voor minima die drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent hebben.
31
Krimpenerwaard
Versie 0.2
4.2.1. Opbouw maximale gemeentelijke bijdrage per maand op 100% Wsm
Als voorbeeld: een alleenstaande ontvangt maandelijks (maximaal) € 52 voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen, € 19 voor de collectieve zorgverzekering, € 23 voor de regeling participatie en werk, € 21 voor het volwassenfonds Sport en Cultuur en € 108 voor de energietoeslag vanuit de gemeente. In totaal ontvangt hij dan € 223 per maand vanuit de gemeentelijke regelingen. Als hij al drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau heeft, krijgt hij daar bovenop nog € 37 voor de Individuele inkomenstoeslag. Bij een langdurig minimuminkomen ontvangt hij € 260 als gemeentelijke bijdrage. Figuur 4.2.1. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd zonder kinderen Kwijtschelding
Collectieve Zorgverzekering
Participatie en werk
Volwassenfonds Sport en Cultuur
Energietoeslag
Individuele inkomenstoeslag
€ 52 € 19 € 23 € 21
Alleenstaande
€ 66
Paar zonder kinderen
€ 108
€ 37
€ 38 € 45 € 42
€ 108
€0
€ 100
€ 200
€ 56
€ 300
€ 400
€ 500
Figuur 4.2.2. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd met 2 kinderen Kwijtschelding
Collectieve Zorgverzekering
Participatie en werk
Stichting Leergeld
Jeugdfonds Sport en Cultuur
Volwassenfonds Sport en Cultuur
Energietoeslag
Individuele inkomenstoeslag € 75 € 19 € 23 € 62
Alleenstaande ouder met kinderen
€ 75
Paar met kinderen
€0
€ 56 € 21
€ 38 € 45 € 62
€ 100
32
€ 200
€ 108
€ 56 € 42
€ 300
€ 47
€ 108
€ 400
€ 56
€ 500
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Figuur 4.2.3. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, minima AOW-gerechtigd Kwijtschelding
Collectieve Zorgverzekering
Maatschappelijke deelname ouderen
OV-Meedoenpas ouderen
Volwassenfonds Sport en Cultuur
Energietoeslag
Alleenstaande AOWleeftijd
€ 52 € 25 € 12 € 15 € 21
€ 66
Paar AOW-leeftijd
€0
€ 108
€ 50 € 24€ 31 € 42
€ 100
€ 108
€ 200
€ 300
€ 400
€ 500
4.2.2. Opbouw maximale gemeentelijke bijdrage per maand op 110% Wsm Bij een inkomen hoger dan 100 procent Wsm vervalt het recht op de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Krimpenerwaard. Er vervallen geen (extra) regelingen bij een inkomen hoger dan 110 procent Wsm. Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm vervalt de individuele inkomenstoeslag bij langdurige minima, de collectieve zorgverzekering, de regeling voor maatschappelijke deelname voor ouderen, de OV-Meedoenpas, de regeling voor participatie en werk, het Jeugd- en volwassenfonds Sport en Cultuur en de energietoeslag. Boven een inkomen van 130 procent Wsm kunnen huishoudens geen aanspraak meer maken op Stichting Leergeld. In onderstaande grafieken wordt de opbouw van de (maximale) gemeentelijke bijdrage bij een inkomen van 110 procent Wsm per huishouden beschreven: dit is een interessante vergelijking met een inkomen van 100 procent Wsm omdat individuen tussen deze situaties gaan werken. Als voorbeeld: een paar met twee kinderen (8 en 13 jaar) met een inkomen van 110 procent Wsm ontvangt maandelijks (maximaal) € 38 voor de collectieve zorgverzekering, € 45 voor de regeling participatie en werk, € 62 voor Stichting Leergeld, € 56 voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur, € 42 voor het volwassenfonds Sport en Cultuur en € 108 als eenmalige energietoeslag.
In totaal ontvangen zij € 351 per maand vanuit de gemeentelijke regelingen. Dit is in totaal € 75 minder aan gemeentelijke regelingen dan wanneer zij een inkomen hebben op bijstandsniveau. Bij een langdurig minimuminkomen ontvangen zij, door de individuele inkomenstoeslag, € 407 als gemeentelijke bijdrage.
Figuur 4.2.4. Maandelijks bedrag per regeling op 110% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd zonder kinderen Collectieve Zorgverzekering
Participatie en werk
Volwassenfonds Sport en Cultuur
Energietoeslag
Individuele inkomenstoeslag Alleenstaande € 19 € 23 € 21
Paar zonder kinderen
€ 108
€ 38 € 45 € 42
€0
€50
€ 37
€ 108
€ 56
€100 €150 €200 €250 €300 €350 €400 €450 €500
33
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Figuur 4.2.5. Maandelijks bedrag per regeling op 110% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd met 2 kinderen Collectieve Zorgverzekering
Participatie en werk
Stichting Leergeld
Jeugdfonds Sport en Cultuur
Volwassenfonds Sport en Cultuur
Energietoeslag
Individuele inkomenstoeslag Alleenstaande ouder met € 19 € 23 € 62 kinderen
Paar met kinderen
€ 38 € 45
€0
€ 56 € 21
€ 62
€100
€ 56
€ 108
€ 42
€200
€ 47
€ 108
€300
€ 56
€400
€500
Figuur 4.2.6. Maandelijks bedrag per regeling op 110% Wsm, minima AOW-gerechtigd Collectieve Zorgverzekering
Maatschappelijke deelname ouderen
OV-Meedoenpas ouderen
Volwassenfonds Sport en Cultuur
Energietoeslag Alleenstaande AOW€ 25 € 12 € 58 € 21 leeftijd
€ 50 € 24
Paar AOW-leeftijd
€0
€ 73
€100
€ 108
€ 42
€200
€ 108
€300
€400
€500
4.3. Het maandelijks vrij te besteden budget verschilt per huishoudtype Alle minimahuishoudens houden door de gemeentelijke regelingen (meer) geld over voor het doen van vrije bestedingen (bedoeld voor sociale participatie). Dit is het geld dat maandelijks overblijft na aftrek van alle vaste lasten, huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven. Per huishoudtype en inkomen verschilt het bedrag dat overblijft voor vrije bestedingen aanzienlijk. Het budget dat huishoudens nodig hebben voor, of zullen uitgeven aan vrije bestedingen verschilt ook per huishoudtype. Een paar met kinderen zal daar meer aan (willen) uitgeven dan een alleenstaande. In bijlage 3 staat per huishoudtype het normbudget voor vrije bestedingen. Uiteraard zal iemand die nauwelijks geld meer over heeft, dat niet per se daaraan besteden. Dit normbedrag is afkomstig van het Nibud.
34
Krimpenerwaard
Versie 0.2
In onderstaande figuren staat per huishoudtype het budget dat zij overhouden voor vrije besteding weergeven, opgesplitst in wat zij zonder de gemeentelijke regelingen zouden overhouden en wat de gemeentelijke regelingen toevoegen aan het vrij besteedbaar budget. De meeste huishoudtypen houden bij ieder hoger inkomen ook telkens een groter bedrag over voor het doen van vrije bestedingen.
Duiding vrij besteedbaar budget Het vrij besteedbaar budget is bedoeld voor sociale participatie (een krant, abonnement, dagje uit, op bezoek gaan et cetera). Dat huishoudens in de plus staan betekent niet direct dat huishoudens ook voldoende kunnen participeren. Een alleenstaande heeft volgens het Nibud € 100 nodig voor minimale sociale participatie (zie bijlage 3). In Figuur 4.3.1 is te zien dat er op bijstandsniveau zonder de gemeentelijke bijdragen geen ruimte is in het budget. Indien hij gebruik maakt van alle regelingen is er (€ -3 + € 223 =) € 220 beschikbaar voor vrije bestedingen. Een alleenstaande heeft dan voldoende budget voor sociale participatie. Bij paren met twee kinderen (8 en 13 jaar) is dit plaatje vergelijkbaar: zij hebben € 266 per maand nodig voor minimale sociale participatie, en hebben € 429 beschikbaar op bijstandsniveau. In dit geval is er voldoende budget voor vrije bestedingen, waardoor er ook voldoende budget is om sociaal te participeren als gezin. Zie bijlage 3 voor een overzicht van de overige huishoudens.
4.3.2. Minima zonder kinderen Huishoudens zonder kinderen hebben, mits zij gebruik maken van alle regelingen, voldoende budget voor sociale participatie. Alleenstaanden hebben daar namelijk € 100 per maand voor nodig, paren zonder kinderen hebben er € 160 voor nodig. Alleenstaanden zijn afhankelijk van de gemeentelijk bijdragen voor sociale participatie bij een inkomen van 100 en 110 procent Wsm. Paren zonder kinderen zijn tot en met een inkomen van 120 procent Wsm afhankelijk van gemeentelijke bijdragen om sociaal te participeren. Naarmate het inkomen stijgt wordt de afhankelijkheid steeds minder groot. Het eigen budget voor eventuele vrije bestedingen neemt geleidelijk toe, terwijl de gemeentelijke bijdragen afnemen. Van de huishoudens zonder kinderen hebben alleenstaanden het vaakst het grootste budget voor vrije bestedingen. Huishoudens zonder kinderen hebben te maken met zowel een stijging als een daling van het vrij besteedbaar budget. Het vrij besteedbaar budget is tussen 100 en 110 procent Wsm gedaald. Dit komt onder anderen door het wegvallen van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Bij 120 procent Wsm is er weer meer budget om vrij te besteden. Echter vervalt het recht op de gemeentelijke regelingen bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm, wat impact heeft op het vrij besteedbaar budget. Dit is namelijk lager dan bij een inkomen tot 120 procent Wsm.
De stijging van het inkomen kan het wegvallen van de gemeentelijke regelingen en een daling van de landelijke toeslagen niet volledig compenseren.
35
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Figuur 4.3.1. Maandelijks vrij besteedbaar budget huishoudens zonder kinderen, niet-AOW
Vrij besteedbaar budget voor huishoudens zonder kinderen Alleenstaande
Zonder gemeentelijke bijdrage € -3
100% Wsm
€ 223
€ 41
110% Wsm
€ 171 € 151
120% Wsm
€ 171
€ 239
130% Wsm
€ 312
140% Wsm
Paar zonder kinderen
100% Wsm
Met alle gemeentelijke bijdragen
€ -34
110% Wsm 120% Wsm
€ 313 € 47 € 125
€ 233
€ 204
130% Wsm
€ 250
140% Wsm -€ 50
€ 233
€ 50
€ 150
€ 250
€ 350
€ 450
€ 550
€ 650
4.3.3. Minima met kinderen Alleenstaande ouders hebben op ieder inkomensniveau meer budget over voor het doen van vrije bestedingen dan paren met kinderen. Alleenstaande ouders hebben langer recht op hetzelfde bedrag aan landelijke toeslagen en ontvangen aanzienlijk een hoger bedrag voor het kindgebonden budget dan paren met kinderen. Huishoudens met kinderen hebben bij alle inkomens voldoende budget voor sociale participatie, wanneer zij gebruik maken van alle regelingen. Alleenstaande ouders zijn alleen in de bijstand afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om sociaal te participeren. Alleenstaande ouders hebben een bedrag van € 205 per maand nodig om te kunnen participeren. Wanneer zij geen gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen, dan houden zij per maand een vrij besteedbaar budget van € 153 per maand over. Zij zijn dus afhankelijk van de gemeentelijke regelingen. Paren met kinderen zijn tot en met een inkomen van 130 procent Wsm afhankelijk van gemeentelijke bijdrages om voldoende budget te hebben voor vrije bestedingen. Zij hebben namelijk een vrij besteedbaar budget nodig van € 266 per maand. Paren met kinderen zijn vanaf een inkomen van 130 procent Wsm niet afhankelijk van gemeentelijke regelingen. Alleenstaande ouders gaan er bij ieder hoger inkomensniveau tot en met 120 procent Wsm meer op vooruit in vrij besteedbaar budget.
Bij een inkomen van 130 procent Wsm is een terugval in het budget voor vrije bestedingen merkbaar. Het budget is bij een inkomen van 140 procent Wsm weer hoger, maar nog niet zo hoog als het vrij besteedbare budget bij een inkomen van 120 procent Wsm. Het wegvallen van veel regelingen maakt dat deze gezinnen er in vrij besteedbaar budget op achteruit gaan. Hetzelfde is op te merken bij paren met kinderen. Daarbij komt dat de landelijke vergoedingen relatief snel afnemen bij een hoger inkomensniveau. Voor paren met kinderen is er al een terugval in vrij besteedbaar budget op te merken bij een inkomen van 110 procent Wsm. Verder daalt het budget voor vrije bestedingen bij een inkomen van 130 en 140 procent Wsm tot onder het budget van gezinnen in de bijstand. Zo heeft een paar met kinderen bij een inkomen van 140 procent, € 274 over voor vrije bestedingen. Eenzelfde gezin in de bijstand heeft een budget van € 429. Voor vrije bestedingen wordt € 266 gerekend. Dat betekent dat een gezin met een inkomen van 140 procent Wsm € 8 overhoudt, terwijl dit voor eenzelfde gezin in de bijstand € 163 is.
36
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Figuur 4.3.2. Maandelijks vrij besteedbaar budget huishoudens met kinderen, niet-AOW
Vrij besteedbaar budget voor huishoudens met kinderen Alleenstaande ouder met twee kinderen
Zonder gemeentelijke bijdrage € 153
100% Wsm
€ 364
€ 234
110% Wsm
€ 289
€ 328
120% Wsm
€ 289 € 443
130% Wsm
€ 62
€ 539
140% Wsm € -10
100% Wsm
Paar met twee kinderen
Met alle gemeentelijke bijdragen
€ 439 € 71
110% Wsm
€ 351
€ 149
120% Wsm
€ 351
€ 227
130% Wsm
€ 62
€ 274
140% Wsm -€ 50
€ 50
€ 150
€ 250
€ 350
€ 450
€ 550
€ 650
4.3.4. AOW’ers AOW’ers hebben voldoende budget om sociaal te participeren, wanneer zij gebruik maken van alle gemeentelijke regelingen. Alleenstaande AOW’ers met een inkomen van 100 procent Wsm en AOW-paren met een inkomen van 100 en 110 procent Wsm zijn afhankelijk van de gemeenteregelingen voor sociale participatie. Zonder de gemeentebijdragen hebben zij namelijk niet voldoende budget voor vrije bestedingen. Alleenstaanden en paren met een AOW-gerechtigde leeftijd hebben bij een hoger inkomen (tot 120 procent Wsm) steeds een groter vrij besteedbaar budget. Met het wegvallen van de gemeentelijke bijdragen bij 130 Wsm, is het vrij besteedbaar budget van AOW’ers met een inkomen van 130 en 140 procent Wsm lager dan bij AOW’ers met een inkomen van 120 procent Wsm. Figuur 4.3.3. Maandelijks vrij besteedbaar budget per huishoudtype, AOW-gerechtigd
Vrij besteedbaar budget voor AOW-gerechtigden
Alleenstaande
Zonder gemeentelijke bijdrage € 217
€ 156
110% Wsm
€ 204 € 277
120% Wsm
€ 382
140% Wsm 110% Wsm
€ -5
€ 293 € 109
€ 256 € 253
120% Wsm
€ 256
€ 327
130% Wsm
€ 423
140% Wsm -€ 50
€ 204
€ 329
130% Wsm 100% Wsm
Paar
€ 76
100% Wsm
Met alle gemeentelijke bijdragen
€ 50
€ 150
€ 250
37
€ 350
€ 450
€ 550
€ 650
Krimpenerwaard
Versie 0.2
4.4. Werken vanuit de bijstand loont meestal Een hoger inkomen leidt in sommige gevallen in de gemeente Krimpenerwaard in veel gevallen tot een hoger totaal inkomen dan in de bijstand. Echter, voor de meeste huishoudens nemen de bijdragen van het Rijk en de gemeente af wanneer het inkomen stijgt. Dit zorgt ervoor dat het totaal inkomen van een huishouden niet altijd evenredig aan het loon stijgt. Hieronder geven we de inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding vanuit de bijstand tot een inkomen van maximaal 140 procent Wsm weer per huishoudtype. Daarna leggen we de inkomensvooruitgang per inkomensniveau uit aan de hand van twee casussen. In bijlage 2 worden al deze inkomens per huishoudtype uitgesplitst naar inkomenssoort waarmee visueel wordt weergegeven waarom het totaal inkomen stijgt of daalt.
4.4.2. Huishoudens zonder kinderen ervaren een demping in het inkomen bij 130 procent Wsm Alleenstaanden gaan er bij ieder hoger inkomen (tot 140 procent Wsm) op vooruit ten opzichte van de bijstand. Bij een inkomen tot 130 procent Wsm is er een terugval in het totaal inkomen. Dit komt door het wegvallen van de gemeentelijke regelingen. Bij een inkomen tot 140 procent Wsm is er weer een stijging en is het totaal inkomen 9 procent (€ 146) hoger dan in de bijstandssituatie. Voor paren zonder kinderen is er een stijging van het totaal inkomen tot 120 procent Wsm. Bij een inkomen van 130 procent Wsm is sprake van een inkomensachteruitgang ten opzichte van de bijstand. Een daling van de landelijke toeslagen en het wegvallen van de gemeentelijke regelingen zorgt er voor dat het totaal inkomen bij een inkomen van 130 procent Wsm 1 procent lager is dan in de bijstandssituatie. Dit is € 22 lager dan in de bijstandssituatie. De groei van 1 procent die zichtbaar is bij paren met een inkomen van 140 procent gaat slechts om € 24 euro meer ten opzichte van de bijstandssituatie. Figuur 4.4.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huishoudens zonder kinderen 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
3% 10%
Alleenstaande
4% 9% 3%
Paar zonder kinderen
7% -1% 1%
Tabel 4.4.1 Inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding, huishoudens zonder kinderen Netto inkomen incl. VT
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
Totaal inkomen
Verschil tov 100% Wsm (€)
Verschil tov 100% Wsm (%)
1.102 1.212 1.322 1.432 1.543
383 383 383 348 311
223 171 171 0 0
1.708 1.766 1.876 1.780 1.854
58 168 72 146
3% 10% 4% 9%
1.574 1.731 1.889 2.046 2.204
526 515 436 331 220
300 233 233 0 0
2.400 2.480 2.558 2.377 2.424
80 158 -22 24
3% 7% -1% 1%
Huishoudtype Alleenstaande 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm 140% Wsm Paar zonder kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm 140% Wsm
38
Krimpenerwaard
Versie 0.2
4.4.3. Alleenstaande ouders gaan er op vooruit en paren met kinderen krijgen te maken met een terugval in het totaal inkomen Alleenstaande ouders hebben bij een loon tussen 110 en 140 procent Wsm een hoger totaal inkomen dan in de bijstand. Voor alleenstaande ouders neemt de bijdrage vanuit het Rijk niet af bij een hoger loon, maar neemt zelfs toe vanwege de combinatiekorting. Door het wegvallen van de gemeentelijke regelingen is het totaal inkomen van een alleenstaande ouder bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm wel lager dan het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 120 procent Wsm en is het slechts € 3 hoger dan bij een loon gelijk aan 110 procent Wsm. Bij paren met kinderen dalen de toeslagen van het Rijk als het huishoudinkomen stijgt. In combinatie met het vervallen van het recht op gemeentelijke regelingen is het totaal inkomen bij een loon van 130 en 140 procent Wsm lager dan bij een loon van 100 procent Wsm. De toename in loon kan de afname aan toeslagen en regelingen niet volledig compenseren. Figuur 4.4.2. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huishoudens met kinderen 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
3% 7%
Alleenstaande ouder
3% 5% 2%
Paar met kinderen
5% -3% -3%
Tabel 4.4.2. Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, huishoudens met kinderen Netto inkomen incl. VT
Bijdrage Rijk
Huishoudtype Alleenstaande ouder met twee kinderen 100% Wsm 1.102 1133 110% Wsm 1.212 1170 120% Wsm 1.322 1175 130% Wsm 1.432 1181 140% Wsm 1.543 1186 Paar met twee kinderen 100% Wsm 1.574 960 110% Wsm 1.731 949 120% Wsm 1.889 870 130% Wsm 2.046 765 140% Wsm 2.204 654
Bijdrage gemeente
Totaal inkomen
Verschil tov 100% Wsm (€)
Verschil tov 100% Wsm (%)
364 289 289 62 0
2.598 2.671 2.786 2.675 2.729
73 188 76 130
3% 7% 3% 5%
426 351 351 62 0
2.960 3.031 3.110 2.873 2.857
71 150 -87 -103
2% 5% -3% -3%
39
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Voorbeeldcasussen inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding Voorbeeldcasus: alleenstaande Jan is alleenstaand en krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een nettoinkomen van € 1.102 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Hij heeft maandelijks recht op € 383 aan toeslagen van het Rijk. Voor Jan bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Jan rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 223 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, de regeling participatie en werk, volwassenfonds Sport en Cultuur en de energietoeslag. In totaal heeft Jan een inkomen van € 1.708 per maand. Als Jan werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt zijn netto-inkomen naar € 1.212 per maand. Hij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 383 per maand. Het recht op minimaregelingen komt deels te vervallen. Jan heeft nog recht op de korting op de collectieve zorgverzekering, de regeling participatie en werk, volwassenfonds Sport en Cultuur en de energietoeslag. De gemeentelijke bijdragen zijn nu € 171 per maand. Hij kan geen kwijtschelding meer aanvragen. Bij een inkomen van 110 procent Wsm is het totaal inkomen van Jan € 1.766.
Dit is een stijging van € 58 (3 procent) ten opzichte van zijn totaal inkomen bij een bijstandsuitkering. Wanneer Jan tegen een inkomen van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt zijn netto-inkomen naar € 1.322 per maand. De bijdrage van het Rijk blijft € 383. Er vervallen voor Jan geen rechten op de minimaregelingen, de gemeentelijke bijdragen blijven € 171 per maand. Het totale inkomen van Jan is € 1.876 per maand, € 168 (10 procent) meer dan wanneer Jan een bijstandsuitkering heeft. Als Jan gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm dan stijgt zijn netto-inkomen naar € 1.432 per maand. De bijdragen van het Rijk zijn gedaald naar € 348 per maand. Jan ontvangt minder huurtoeslag, zijn zorgtoeslag blijft gelijk. Jan heeft geen recht meer op de gemeentelijke bijdragen. Het totale inkomen van Jan is nu € 1.780 per maand, dit is € 72 (4 procent) meer dan toen hij een bijstandsuitkering had. Wanneer Jan gaat werken tegen een inkomen van 140 procent Wsm, stijgt zijn netto inkomen naar € 1.543 per maand. De bijdragen van het Rijk zijn gedaald naar € 311 per maand. De huurtoeslag is opnieuw gedaald. Het totale inkomen van Jan is nu € 1.854 per maand, dit is € 146 (9 procent) meer dan toen hij een bijstandsuitkering had.
40
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Voorbeeldcasus: paar met kinderen Robin en Max hebben twee kinderen 8 en 13 jaar oud en krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.574 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij hebben maandelijks recht op € 960 aan toeslagen van het Rijk. Voor het gezin bestaat dit uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget. Tot slot kunnen Robin en Max rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 439 per maand. Dit bestaat uit kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, die regeling participatie en werk, Volwassenfonds Sport en Cultuur en de energietoeslag. Voor hun kinderen maken zij nog aanspraak op Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. In totaal hebben Robin en Max een inkomen van € 2.960 per maand. Als Robin of Max werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt hun netto-inkomen naar € 1.731 per maand. Zij houden recht op de toeslagen van het Rijk, maar deze bedragen zijn nu iets lager, en zijn nu in totaal € 949. Ze kunnen geen kwijtschelding meer aanvragen, maar houden wel recht op de andere gemeentelijke regelingen. De gemeentelijke bijdragen zijn dan € 351 per maand. Het totaal inkomen van Robin en Max is bij een inkomen van 110 procent Wsm € 3.031.
Dit is een stijging van € 71 (2 procent) ten opzichte van hun totaal inkomen bij een bijstandsuitkering. Wanneer Robin of Max tegen een loon van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt hun netto-inkomen naar € 1.889 per maand. De bijdrage van het Rijk neemt iets verder af, en is nu € 870. Het gezin heeft nog steeds recht op dezelfde gemeentelijke bijdragen, dit bedrag blijft dus € 351 per maand. Het totale inkomen van het gezin is dan € 3.110 per maand. Dit is € 150 (5 procent) meer dan wanneer zij een bijstandsuitkering hebben. Als Robin of Max gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm dan stijgt hun netto-inkomen naar € 2.046 per maand. De bijdragen van het Rijk dalen verder naar € 765 per maand. Het recht op bijna alle gemeentelijke regelingen vervalt. Het gezin kan nu alleen nog aanspraak doen op Stichting Leergeld. Aan gemeentelijke bijdragen ontvangt het gezin nu € 62 per maand. Het totale inkomen van Robin en Max is nu € 2.873 per maand, dit is € 87 (3 procent) minder dan toen zij een bijstandsuitkering hadden. Als Robin of Max tot slot gaat werken tegen een inkomen van 140 procent Wsm dan stijgt hun netto-inkomen naar € 2.204 per maand. De bijdragen van het Rijk dalen verder naar € 654 per maand. Het recht op Stichting Leergeld vervalt, het gezin kan nu geen aanspraak meer maken op de gemeentelijke regelingen.
Het totale inkomen van Robin en Max is nu € 2.857 per maand, dit is € 103 minder dan toen zij een bijstandsuitkering hadden. Het gezin is er 3 procent op achteruitgegaan in vergelijking tot het bijstandsniveau.
41
Krimpenerwaard
Versie 0.2
5. Scenarioanalyse In dit hoofdstuk worden drie verschillende scenario’s geanalyseerd. De huidige situatie wordt geschetst, de scenario’s met bijbehorende aannames.
1.1. Introductie Volgt na de conceptbespreking
42
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen Tabel B1.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Krimpenerwaard Soort regeling Individuele bijzondere bijstand
Inkomensgrens t.o.v. Wsm Tot 110% Wsm en draagkracht staffel t/m 150% Wsm
(Maximaal) bedrag Individuele vergoedingen Afvalstoffenheffing: Vast deel: € 173,70 per woonruimte per jaar Variabel tarief: € 3 per storting ondergrondse container
Kwijtschelding gem. belastingen
Tot 100% Wsm
Waterschapsbelasting: Watersysteemheffing: € 109,80 per woonruimte per jaar Rioolheffing: Alleenstaande: € 192,40 per perceel per jaar Meerpersoons: € 256,60 per perceel per jaar Wegenheffing: € 46,61 per woonruimte per jaar
Individuele inkomenstoeslag (incl. referteperiode)
Minimaal 3 jaar tot 120% Wsm
Alleenstaande: € 448 Alleenstaande ouder: € 559 Paar: € 672 Keuze uit twee aanvullende pakketten: VGZ, GemeentePakket Compact: € 136,42 i.p.v. € 155,40 per maand. De vergoeding is € 18,98 per maand.
Collectieve zorgverzekering
Tot 120% Zorg en Zekerheid, AV-Gemeente Standaard: € 141,89 i.p.v. € 167,10 per maand. De vergoeding is € 25,21 per maand.
Maatschappelijke deelname ouderen
Tot 120% Wsm
OV-Meedoenpas ouderen
Tot 120% Wsm
Participatie en werk
Tot 120% Wsm
Stichting Leergeld
Tot 130% Wsm
Jeugdfonds Sport en Cultuur
Tot 120% Wsm
43
€ 144 per jaar voor ouderen met AOWleeftijd Gratis reizen voor ouderen met AOWleeftijd. De vervoerskosten, die gebaseerd zijn op het NIBUD, worden kwijtgescholden voor de betreffende huishoudens. € 272 per inwoner tussen de 21 jaar en de AOW-leeftijd per jaar € 370 per kind tussen de 0 en 17 jaar per jaar Sport: € 225 per kind tussen de 0 en 18 jaar per jaar, of; Cultuur: € 450 per kind tussen de 0 en 18 jaar per jaar.
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Inkomensgrens t.o.v. Wsm
(Maximaal) bedrag
Tot 130% Wsm
Zwemles: € 675 per kind voor 2 jaar
Volwassenfonds Sport en Cultuur
Tot 120% Wsm
€ 250 per jaar per volwassene vanaf 21 jaar
Energietoeslag
Tot 120% Wsm
€ 1.300 per jaar per huishouden
Individuele studietoeslag
Tot 120% Wsm
Student 18 jaar: € 151,40 per maand Student 19 jaar: € 181,67 per maand Student 20 jaar: € 242,23 per maand Student 21 jaar en ouder: € 302,79 per maand
Regeling meerkosten voor chronisch zieken
Tot 120% Wsm
€ 300 per jaar per persoon
Soort regeling
44
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Bijlage 2. Opbouw totaal inkomen 100 tot 140% Wsm In deze bijlage geven we de opbouw van het totaal inkomen weer. Figuur B2.1 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, alleenstaande niet AOW-gerechtigd
Alleenstaanden Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
100% Wsm
€ 1.102
110% Wsm
€ 1.212
120% Wsm
€ 1.322
€ 383 € 171
130% Wsm
€ 1.432
€ 348 € -
140% Wsm
€ 1.543 €0
€ 383
Bijdrage gemeente
€ 223
€ 383 € 171
€ 500
€ 311 € -
€ 1.000
€ 1.500
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
Figuur B2.2 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, paar zonder kinderen
Paren zonder kinderen Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
€ 1.574
100% Wsm
Bijdrage gemeente € 526
€ 1.731
110% Wsm
€ 515
€ 1.889
120% Wsm
€ 300
€ 436
€ 2.046
130% Wsm
€ 233
€ 331 € -
€ 2.204
140% Wsm €0
€ 500
€ 1.000
€ 233
€ 220€ € 1.500
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
Figuur B2.3 Inkomensvooruitgang, alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar)
Alleenstaande ouder Netto inkomen incl VT 100% Wsm
€ 1.102
110% Wsm
€ 1.212
120% Wsm
€ 1.322
130% Wsm
€ 1.432
140% Wsm
€ 1.543 €0
€ 500
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
€ 1.133
€ 364
€ 1.170
€ 289
€ 1.175
€ 1.000
€ 1.181
€ 289 € 62
€ 1.186 € 1.500
45
€ 2.000
€€ 2.500
€ 3.000
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Figuur B2.4 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, paar met twee kinderen (8 en 13 jaar)
Paar met kinderen Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
€ 1.574
100% Wsm
€ 960
€ 1.731
110% Wsm
Bijdrage gemeente
€ 949
€ 1.889
120% Wsm
€0
€ 500
€ 1.000
€ 351
€ 765
€ 2.204
140% Wsm
€ 351
€ 870
€ 2.046
130% Wsm
€ 426
€ 654 € 1.500
46
€ 2.000
€ 2.500
€ 62 €€ 3.000
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Bijlage 3. Financieel maandoverzicht In deze bijlage staat per huishoudtype het financieel maandoverzicht. De tabellen geven een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven, bij gebruikmaking van alle landelijke en lokale regelingen. De bedragen die horen bij de huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven zijn afkomstig van het Nibud. Tabel B3.1 Alleenstaande zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
>3 jaar 100% Wsm
1.102
1.212
1.322
1.432
1.543
1.102
272 111 0 0 0 383
272 111 0 0 0 383
272 111 0 0 0 383
237 111 0 0 0 348
200 111 0 0 0 311
272 111 0 0 0 383
Totaal inkomsten
1.485
1.595
1.705
1.780
1.854
1.485
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
547 194 71 57 155 24 0 0 17 183 240 0 1.488
547 194 71 57 155 24 0 0 17 183 240 66 1.554
547 194 71 57 155 24 0 0 17 183 240 66 1.554
547 194 71 57 142 24 0 0 17 183 240 66 1.541
547 194 71 57 142 24 0 0 17 183 240 66 1.541
547 194 71 57 155 24 0 0 17 183 240 0 1.488
Budget exclusief regelingen gemeente
-3
41
151
239
312
-3
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke deelname ouderen OV-Meedoenpas ouderen Participatie en werk Stichting Leergeld Jeugdfonds Sport en Cultuur Volwassenfonds Sport en Cultuur Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
52 19 0 0 0 23 0 0 21 108 223
0 19 0 0 0 23 0 0 21 108 171
0 19 0 0 0 23 0 0 21 108 171
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
52 19 37 0 0 23 0 0 21 108 260
Budget inclusief regelingen gemeente
220
212
322
239
312
257
Vrije bestedingen Restant
100 120
100 112
100 222
100 139
100 212
100 157
Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. VT Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
47
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Tabel B3.2 Paar, niet AOW-gerechtigd, geen kinderen 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
>3 jaar 100% Wsm
1.574
1.731
1.889
2.046
2.204
1.574
314 212 0 0 0 526
308 207 0 0 0 515
259 177 0 0 0 436
191 140 0 0 0 331
117 103 0 0 0 220
314 212 0 0 0 526
Totaal inkomsten
2.100
2.246
2.325
2.377
2.424
2.100
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
611 261 83 79 311 35 0 0 35 284 435 0 2.134
611 261 83 79 311 35 0 0 35 284 435 66 2.200
611 261 83 79 311 35 0 0 35 284 435 66 2.200
611 261 83 79 285 35 0 0 35 284 435 66 2.174
611 261 83 79 285 35 0 0 35 284 435 66 2.174
611 261 83 79 311 35 0 0 35 284 435 0 2.134
Budget exclusief regelingen gemeente
-34
47
125
204
250
-34
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke deelname ouderen OV-Meedoenpas ouderen Participatie en werk Stichting Leergeld Jeugdfonds Sport en Cultuur Volwassenfonds Sport en Cultuur Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
79 38 0 0 0 45 0 0 42 108 313
0 38 0 0 0 45 0 0 42 108 233
0 38 0 0 0 45 0 0 42 108 233
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
79 38 56 0 0 45 0 0 42 108 369
Budget inclusief regelingen gemeente
279
280
358
204
250
335
Vrije bestedingen Restant
160 119
160 120
160 198
160 44
160 90
160 175
Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. VT Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
48
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Tabel B3.3 Alleenstaande ouder, niet AOW-gerechtigd, met 2 kinderen (8 en 13 jaar)17 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
>3 jaar 100% Wsm
1.102
1.212
1.322
1.432
1.543
1.102
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
314 111 0 220 488 1.133
314 111 38 220 488 1.170
314 111 43 220 488 1.175
314 111 48 220 488 1.181
314 111 53 220 488 1.186
314 111 0 220 488 1.133
Totaal inkomsten
2.234
2.382
2.498
2.613
2.729
2.234
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
611 309 83 88 155 26 53 0 40 271 446 0 2.082
611 309 83 88 155 26 53 0 40 271 446 66 2.148
611 309 83 88 155 26 53 22 40 271 446 66 2.170
611 309 83 88 142 26 53 35 40 271 446 66 2.170
611 309 83 88 142 26 53 55 40 271 446 66 2.190
611 309 83 88 155 26 53 0 40 271 446 0 2.082
Budget exclusief regelingen gemeente
153
234
328
443
539
153
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke deelname ouderen OV-Meedoenpas ouderen Participatie en werk Stichting Leergeld Jeugdfonds Sport en Cultuur Volwassenfonds Sport en Cultuur Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
75 19 0 0 0 23 62 56 21 108 364
0 19 0 0 0 23 62 56 21 108 289
0 19 0 0 0 23 62 56 21 108 289
0 0 0 0 0 0 62 0 0 0 62
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
75 19 47 0 0 23 62 56 21 108 410
Budget inclusief regelingen gemeente
517
523
617
504
539
563
Vrije bestedingen Restant
205 312
205 318
205 412
205 299
205 334
205 358
Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. VT
17 Bij de kosten BSO is de tegemoetkoming kinderopvang al verrekend.
49
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Tabel B3.4 Paar, niet AOW-gerechtigd, met 2 kinderen (8 en 13 jaar) 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
>3 jaar 100% Wsm
1.574
1.731
1.889
2.046
2.204
1.574
314 212 0 220 214 960
308 207 0 220 214 949
259 177 0 220 214 870
191 140 0 220 214 765
117 103 0 220 214 654
314 212 0 220 214 960
Totaal inkomsten
2.534
2.680
2.758
2.811
2.857
2.534
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
611 355,93 107 88 311 36 53 0 57 369 556 0 2.544
611 356 107 88 311 36 53 0 57 369 556 66 2.610
611 356 107 88 311 36 53 0 57 369 556 66 2.610
611 356 107 88 285 36 53 0 57 369 556 66 2.584
611 356 107 88 285 36 53 0 57 369 556 66 2.584
611 356 107 88 311 36 53 0 57 369 556 0 2.544
Budget exclusief regelingen gemeente
-10
71
149
227
274
-10
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke deelname ouderen OV-Meedoenpas ouderen Participatie en werk Stichting Leergeld Jeugdfonds Sport en Cultuur Volwassenfonds Sport en Cultuur Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
88 38 0 0 0 45 62 56 42 108 439
0 38 0 0 0 45 62 56 42 108 351
0 38 0 0 0 45 62 56 42 108 351
0 0 0 0 0 0 62 0 0 0 62
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
88 38 56 0 0 45 62 56 42 108 495
Budget inclusief regelingen gemeente
429
422
500
289
274
485
Vrije bestedingen Restant
266 163
266 156
266 234
266 23
266 8
266 219
Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. VT Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
50
Krimpenerwaard
Versie 0.2
Tabel B3.5 Alleenstaande, AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
>3 jaar 100% Wsm
1.226
1.348
1.471
1.593
1.716
1.226
274 111 0 0 0 385
274 111 0 0 0 385
273 111 0 0 0 384
217 111 0 0 0 328
156 103 0 0 0 259
274 111 0 0 0 385
Totaal inkomsten
1.611
1.733
1.855
1.921
1.975
1.611
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
547 241 71 57 167 14 0 0 15 185 238 0 1.534
547 241 71 57 167 14 0 0 58 185 238 0 1.577
547 241 71 57 167 14 0 0 58 185 238 0 1.577
547 241 71 57 182 14 0 0 58 185 238 0 1.593
547 241 71 57 182 14 0 0 58 185 238 0 1.593
547 241 71 57 167 14 0 0 15 185 238 0 1.534
Budget exclusief regelingen gemeente
76
156
277
329
382
76
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke deelname ouderen OV-Meedoenpas ouderen Participatie en werk Stichting Leergeld Jeugdfonds Sport en Cultuur Volwassenfonds Sport en Cultuur Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
57 25 0 12 15 0 0 0 0 108 217
0 25 0 12 58 0 0 0 0 108 204
0 25 0 12 58 0 0 0 0 108 204
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
57 25 0 12 15 0 0 0 0 108 217
Budget inclusief regelingen gemeente
293
359
481
329
382
293
Vrije bestedingen Restant