Inspreeknotitie Dhr. T. Pfaff, Waardstroom
Tekst van het document
Inspreken beeldvormende commissie op dinsdag 14-01-2025 Onderwerp: Herziening beleid kleine windmolens Ingesproken door Ton Pfaff namens Waardstroom
Geachte raads- en commissieleden, Waardstroom en LTO hebben begin april 2024 gezamenlijk zienswijzen ingediend m.b.t. evalua e beleid kleine windmolens. Zie bijlage voor NOTA VAN BEANTWOORDING INSPRAAKREACTIES van de gemeente Krimpenerwaard op herziening ‘Bopa-beleid onderdeel Kleine windmolens’ 6 juni 2024. Onze zienswijzen zijn terug te lezen als indiener 7. Waardstroom is neutraal en geen direct belanghebbende par j. Waardstroom ondersteunt ondernemers bij het duurzaam opwekken van energie. Voor een coöpera e zoals Waardstroom zijn er mogelijkheden om samen met inwoners van de Krimpenerwaard een kleine windmolen te plaatsen in het buitengebied. Waardstroom kan bij RVO subsidie aanvragen maar deze subsidie is echter te laag om een posi eve Businesscase te realiseren. Zon + Wind Voor ondernemers blij het zinvol om zelfstandig stroom op te wekken. A ankelijk van type bedrijfsvoering is het mogelijk 70% van de opgewekte energie direct intern te benu en. Omdat hierdoor minder energie hoe te worden ingekocht, kan de investering worden terugverdiend. Tevens wordt het laagspanningselektriciteitsnet ontlast. Een combina e van zonnepanelen en windenergie is voor een 24-uurs bedrijf aan te bevelen. Windenergie kan in de wintermaanden en in de nachtelijke uren de overdag opgewekte zonne-energie aanvullen.
Waardstroom was vanaf het begin tegen de verplich ng om eerst zonnepanelen te moeten plaatsen voordat er een windmolen geplaatst mocht worden. Waardstroom is verheugd dat er nu een voorstel ligt om deze verplich ng uit het beleid te schrappen. Het plaatsen van zonnepanelen hee voordelen maar ook nadelen. Denk aan extra investeringen zoals construc eversterking of een hogere verzekering. Tijdens de vorming van het beleid medio januari 2023, waren al windmolens in bestelling bij de leverancier. Na vaststelling van het besluit, zijn tot nu toe ca. 12 kleine windmolens in de Krimpenerwaard geplaatst. Er zijn nauwelijks bezwaren door de inwoners ingediend. Daarna is het echter s l geworden. Mede door s jging van materiaalkosten. Momenteel is bij gelijke opwek van energie het investeren in windenergie momenteel 3á4x duurder dan in investeren in zonne-energie. Conclusie: de energieopbrengst per molen moet omhoog. Masthoogte In de zienswijze is door LTO en Waardstroom gevraagd om hogere masten toe te staan dan de huidige grens van 15m masthoogte. In de beantwoording wordt door de gemeente verwezen naar het huidige provinciale beleid. Een hogere energieopbrengst wordt mogelijk door hogere masten dan 15m toe te staan. Op grotere hoogten is er namelijk meer wind. De RVO windviewer, om de windsnelheid op een bepaalde loca e te bepalen, is toepasbaar vanaf 20m masthoogte.
Onder deze 20m is de windsnelheid te gering vanwege bebouwing en bomen. Ook de Provincie is het niet ontgaan dat er momenteel nauwelijks meer wordt geïnvesteerd in kleine windmolens. Er ligt momenteel een rapport ter tafel met de aanbeveling om kleine windmolen toe te staan met een phoogte(mast + wiek) van 30m. Dit om voldoende wind te vangen. Zie link naar het rapport in de bijlage. Men hee geconstateerd dat er veelvuldig bomen staan met ca. 15m kruinhoogte. Men wil ruimte creëren om 2x deze hoogte als richtlijn op te nemen als maximale phoogte. Het obstakel kan ook een dijk zijn met bebouwing. Dit is uitgezocht voor drie regio’s in Zuid Holland waaronder de Alblasserwaard. In de Alblasserwaard is de lintbebouwing vergelijkbaar met de Krimpenerwaard. Voor voldoende energieopbrengst is naast masthoogte ook
de wieklengte van belang. De energieopbrengst s jgt kwadra sch met de wiekoppervlakte. De ISDE-subsidie is ook gebaseerd op de wiekoppervlakte. Waardstroom wil voorstellen om bij gewijzigd beleid van de Provincie deze per direct over te nemen als regionaal beleid. Dit om onnodige vertragingen te voorkomen. max. 2 kleine windmolens Opname in het beleid van max. 2 windmolens kan een ongewilde uitwerking hebben. De uitgesproken conges e op het elektriciteitsnet per november 2024, hee nogal wat teweeg gebracht bij ondernemend Krimpenerwaard. Zowel voor een nieuwe aanslui ng als verzwaring komen (toekoms ge) grootverbruikers op een wachtlijst te staan van ca. 10 jaar. Waardstroom is door ondernemers van een industrieterrein benaderd om te bekijken wat de mogelijkheden zijn van onderlinge samenwerking en samenwerking met Waardstroom. Gezamenlijk energie opwekken en onderling (o.a. jdgebonden) Local4Local verdelen. Zo veel mogelijk daken vullen met zonnepanelen door een project voor de ondernemers zelf te plaatsen en het restant van het dak (minimaal 400 m2) te benu en door Waardstroom in samenwerking met de inwoners van de Krimpenerwaard. Ook hierbij kan een combina e van zon en wind voordelig zijn. Twee windmolens in het buitengebied en aan de buitenrand van een industrieterrein is dan te weinig om de opgewekte energie door zon en wind in balans te brengen.
Bouwvlak Het verplicht plaatsen van een windmolen op een bestaand bouwvlak kan te krap zijn. De bouwvlakken zijn vaak vastgesteld toen van windmolens nog geen sprake was. Het was bedoeld om het voorkomen van ongebreideld bouwen van schuren dan wel stallen. Vanaf de laatste bebouwing tot de rand van het bouwvlak is er veelvuldig net ruimte voor een tractor en daar moeten nu windmolens te dicht bij deze bebouwing worden geplaatst. Dit met veel opbrengstverlies tot gevolg. Waardstroom wil aanbevelen om het plaatsen van een mast meer dan 1x de phoogte buiten het bouwvlak te mogen plaatsen. Vrijwel alle windmolens zijn vaak vanaf de weg gezien achter de woning en stal(len) geplaatst. Een mast wat verder naar achteren is vanaf de weg nauwelijks visueel waarneembaar. Zelfde type molen plaatsen Waardstroom kan zich voorstellen dat bij het plaatsen van twee kleine windmolens op dezelfde loca e gekozen wordt voor hetzelfde type molen. In het onderzoeksrapport van de provincie m.b.t. verhogen van de masthoogte staat vermeld om in de gehele regio hetzelfde type te hanteren. Dit kan een probleem vormen voor ondernemers die in de toekomst een molen wil plaatsen of een molen willen bijplaatsen. De bekende EAZ-molenleverancier is failliet en deze molen met 15m masthoogte levert te weinig op om de investering te kunnen terug verdienen. Ton Pfaff
NOTA VAN BEANTWOORDING INSPRAAKREACTIES Op her zie ning ‘ Bopa -be le id onderdeel Klei ne windmolens’ 6 juni 2 024 De beleidsnotitie kleine windmolens heeft vanaf 20 februari 2024 tot en met 2 april 2024 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon eenieder reageren op deze beleidsnotitie bij het college van B&W. Er zijn 12 inspraakreacties binnengekomen. Deze reacties zijn samengevat en beantwoord deze nota van beantwoording inspraakreacties. Per indiener is aangegeven of de reactie leidt tot aanpassing van de beleidsnotitie. De reacties zijn zowel via de mail als via het postadres binnengekomen. Onder B zijn de aanvullende ambtshalve wijzigingen opgenomen. A. Inspraakreacties De inspraakreacties zijn voor zover als mogelijk geanonimiseerd. De volledige reactie is ten alle tijden op te vragen. In sommige gevallen is om administratieve redenen gekozen voor een verkorting van de tekst dan wel het schrappen van enkele passages. Aan het college en raad worden alle reacties volledig verstrekt. 1. Indiener 1 Samenvatting
Vogelslachtoffers Mijn voornaamste bezwaar voor de Krimpenerwaard is het aantal vogelslachtoffers per windmolen, gemiddeld ongeveer 3-6 per kleine molen per jaar. Hieronder vallen ook beschermde soorten zoals uilen en vleermuizen. Windmolens ongewenst? In de media heb ik een Krimpenerwaardse wethouder horen zeggen dat windmolens in de Krimpenerwaard zeer ongewenst zijn. Is het College van gedachten veranderd? Kernreactoren De formerende partijen zijn doordrongen van de urgentie tot het bouwen van kleine (en lokale) kernreactoren, wellicht dat het beleid daar meer rekening mee kan houden?
Beantwoording
Vogelslachtoffers De beleidsnotitie geeft de kaders weer waarop moet worden gelet bij de aanvraag van een vergunning voor het plaatsen van een kleine windmolen. De relevantie van natuurbescherming is dan ook benoemd in het beleid. Vergunningaanvragen moeten voorzien zijn van een ruimtelijke afweging (motivering), waar alle van belang zijnde aspecten aan de orde komen. Natuur is onderdeel hiervan. In voorkomende gevallen kan, locatie specifiek, het zo zijn dat een natuurtoets verlangd zal worden wanneer de situatie daarom vraagt. De aanvrager dient in voorkomende gevallen een vergunning voor een ‘flora en fauna activiteit’ aan te vragen. In beschermde weidevogelgebieden is de toetsing per definitie stringenter. Er wordt landelijk veel onderzoek gedaan naar mogelijke vogelslachtoffers. Als gemeente houden wij dit nauwlettend in de gaten. Vooralsnog is er geen aanleiding toetsing verder te verzwaren.
1
Windmolens ongewenst? De gemeente Krimpenerwaard streeft naar het duurzaam opwekken van energie. Dit blijkt onder andere uit de Omgevingsvisie Krimpenerwaard, waarin het volgende speerpunt is opgenomen voor het opwekken van duurzame energie: ‘We streven naar het duurzaam opwekken van de eigen energiebehoefte binnen de gemeentegrenzen. Een goede ruimtelijke inpassing en het mee-profiteren van de lokale samenleving zijn daarbij uitgangspunten.’ Dit wordt nader geconcretiseerd met: ‘Lokaal energie opwekken waarbij we streven naar zoveel mogelijk maatschappelijk draagvlak en voordelen voor de samenleving van de Krimpenerwaard. Bijvoorbeeld door lokale energiecoöperaties; Ontwikkelingen en initiatieven die bijdragen aan lokale energieopwekking en/of aan energiebesparing faciliteren. Zowel bij particulieren, bedrijven als maatschappelijke organisaties: • Zoveel mogelijk dakoppervlak benutten voor zonnepanelen; • Kleinschalig energie opwekken op eigen erf. Denk hierbij aan kleine windmolens en een zonneveldje op het erf.’ Dit betekent dat de gemeente Krimpenerwaard positief tegenover de realisatie van kleine windmolens staat. Kernreactoren Dit vraagstuk valt niet binnen de scope van het beleid kleine windmolens. Wij nemen deze opmerking mee voor de toekomst. Aanpassing 2. Indiener 2 Samenvatting
Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de beleidsregels. Kleinschalige windturbines bij bovengrondse hoogspanningsverbindingen of stations Voor kleinschalige windturbines ten opzichte van bovengrondse hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstations gelden voor de veiligheid technische eisen. In de evaluatie wordt omschreven dat de afstand tussen een windturbine en hoogspanningsinfrastructuur niet minder bedraagt dan twee keer het nominaal toerental van de windturbine. Dit geldt inderdaad voor bovengrondse hoogspanningsinfrastructuur en een hoogspanningsstation van TenneT. Bovendien wordt omschreven: "indien sprake is van nabijheid van hoogspanningsinfrastructuur dient TenneT om advies gevraagd te worden." Wij verzoeken u hierbij een wijziging te maken naar het verkrijgen van positief advies. Als blijkt dat de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad, zal TenneT een positief advies uitbrengen. Dit is afhankelijk van het type verbinding, het type windturbine en bijbehorende certificaten/onderhoudscontracten. Ondergrondse hoogspanningsverbindingen Voor ondergrondse kabelverbindingen geldt dat de kleinschalige windturbines niet binnen de belemmerde strook breedte gerealiseerd mogen worden.
Wij verzoeken u deze regel ook op te nemen in uw evaluatie waarbij een onderscheid kan worden aangegeven tussen de plaatsing van een kleinschalige windturbine voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen- en stations, en ondergrondse hoogspanningsverbindingen.
Beantwoording
Kleinschalige windturbines bij bovengrondse hoogspanningsverbindingen of stations Indien TenneT een negatief advies uitbrengt, dan zal dit advies betrokken worden in de motivering. De gemeente is echter uiteindelijk beslissingsbevoegd. Ondergrondse hoogspanningsverbindingen
2
Bouwactiviteiten in deze belemmerde strook zijn niet toegestaan op basis van de regels in het omgevingsplan. Het opnemen van een aparte regel in deze beleidsnotitie is daarom niet nodig. Aanpassing 3. Indiener 3 Samenvatting
Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de beleidsregels. Eerst zon, dan wind Zoals het college zelf ook al naar voren brengt, leeft ook van onze kant (en die van onze klanten) de wens om de voorwaarde eerst zon, dan wind los te laten. Zonnepanelen zorgen voor netcongestie, niet de windmolen. Een aantal van onze klanten heeft bezwaren tegen het aanschaffen van zonnepanelen. Het past niet in hun verbruiksprofiel. Het opwekken van stroom en het verbruik ligt niet op hetzelfde moment. Daarbij hebben deze klanten ook grote problemen met de mogelijk verhoogde kans op brand door zonnepanelen. Toch worden door veel klanten van ons de combinatie zon en wind gebruikt. Het in namelijk vaak wel die combinatie die zorgt voor voldoende stroom op het boerenbedrijf. Kortom, zonnepanelen zijn prima, maar niet als verplichting voor de realisatie van een windmolen. De locatie van de tweede windmolen op hetzelfde perceel Ten aanzien van het plaatsen buiten het bouwvlak/twee molens herkennen we ons niet in het beeld dat deze niet in lijn met het landschap gaan. In goed overleg is er veel mogelijk gebleken. De locatie van de windmolen, plaatsing buiten het bouwvlak Ook voor ons geldt dat we graag zien dat de molen onderdeel is van het boerenerf en dat we deze liever niet solitair in het landschap zien staan. Dat neemt niet weg dat ook de windopbrengst van belang is voor onze klanten.
Dat is soms een spanningsveld, maar heeft in Krimpenerwaard niet tot onoplosbare problemen geleidt. Uitbreiding bestaand bedrijf Bij het plaatsen van een windmolen is rekening houden met uitbreiding van het bedrijf een van de onderdelen. Concrete plannen in de nabije toekomst kunnen daarin worden meegenomen. Het op slot zetten van de uitbreiding door de locatie van de windmolen(s) is niet wenselijk voor de klant. Technisch is het verplaatsen van een molen goed mogelijk, wel moet een nieuwe heipalenfundering worden geplaatst. Dit heeft natuurlijk wel financiële gevolgen. We proberen bij plaatsbepaling van de molen(s) rekening te houden met mogelijke uitbreiding in de toekomst. De gemeente kan een voorwaarde (termijn) in de beschikking opnemen aan een locatie verbinden die gekozen is vanwege mogelijke uitbreiding. Het zou erg fijn zijn als het beleid iets gewijzigd wordt door de verplichting van zonnepanelen weg te nemen.
Beantwoording
Loslaten eerst zon, dan wind Om de druk op het landschap en de leefomgeving te beperken zet de gemeente eerst in op zonnepanelen op het dak. Dit sluit aan bij de in juli 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie en de interne richtlijnen zoals het college heeft vastgesteld in april 2022. Er zijn echter tal van redenen op te noemen die ertoe leiden dat zonnepanelen op het dak niet toereikend zijn of überhaupt tot de mogelijkheden behoren. In de praktijk blijkt nu dat deze druk niet wordt weggenomen door vast te houden aan de koppeling eerst zon, dan wind. Het elektriciteitsnet kan namelijk overbelast raken door de grote hoeveelheid stroom en niet elk dak is geschikt voor zonnepanelen. Daarnaast zijn zonnepanelen een grote investering en komt de terugleververgoeding te vervallen. Het blijkt dat een aantal potentiële aanvragers tegengehouden worden door deze voorwaarden. Dit is een onwenselijke situatie.
3
De gemeente wil initiatiefnemers blijven stimuleren om ook voor zonne-energie te kiezen, omdat bijvoorbeeld bij bedrijfsmatige percelen blijkt dat zowel zonneenergie als windenergie nodig is om een gelijkmatige stroomproductie te leveren. Om deze reden moeten de mogelijkheden van zonne-energie verkend zijn, voordat wordt overgegaan tot plaatsing van een windmolen. Zo kan goed worden afgewogen wat het meest toereikend zal zijn voor de initiatiefnemer. De koppeling zonnepanelen en windmolens wordt versoepelt. Voorop blijft staan dat zonnepanelen de voorkeur genieten maar de toetsing wordt ruimer. De locatie van de windmolen In de beleidsnotitie staat het uitgangspunt dat bij voorkeur de windmolen binnen het (agrarische) bouwvlak geplaatst wordt. Zo vormt de kleine windmolen een ruimtelijke eenheid met de bebouwing op het erf en wordt verrommeling tegengegaan. Hierbij zijn ook de zichtlijnen in het landschap vanuit huizen, wegen, paden en monumentale gebouwen belangrijk. Om de landschappelijke structuur te behouden en verrommeling tegen te gaan zal dit uitgangspunt niet veranderen in de beleidsnotitie. De mogelijkheid om in samenspraak met de gemeente een kleine windmolen buiten het bouwvlak te plaatsen blijft bestaan. Zo kan de gemeente ook maatwerk bieden bij de realisatie van kleine windmolens buiten het bouwvlak.
De voorwaarden voor plaatsing buiten het bouwvlak wordt niet verruimd. De locatie van de tweede windmolen op hetzelfde perceel Het uitgangspunt in de beleidsnotitie is dat bij plaatsing van meerdere windmolens deze achter elkaar worden geplaatst in lijn met de hoofdinrichting van de huidige bebouwing en het landschap. Als er twee kleine windmolens geplaatst zijn, dan staan deze vaak in lijn met de weg. De gemeente wil daarom in de beleidsnotitie de mogelijkheid bieden om de kleine windmolens naast elkaar in lijn met de weg te plaatsen. Uitbreiding bestaand bedrijf Bij de beoordeling van de locatiekeus voor de kleine windmolen houdt de gemeente rekening met realistische plannen voor bedrijfsuitbreiding, zoals verwoord in de beleidsregels. Koerswijzigingen op de langere termijn zijn uiteraard niet uitgesloten maar dit behoort tot het bedrijfsrisico van een ondernemer. Aanpassing
Deze inspraakreactie leidt wel tot aanpassing van de beleidsregels.
In voorwaarde 5.1 onder a wordt geschrapt: ‘Indien het voorzien in de eigen energiebehoefte door middel van zonnepanelen, niet mogelijk dan wel niet toereikend is, is het in beginsel toegestaan een windmolen te plaatsen;’ Voorwaarde 5.1 onder c wordt geschrapt, onder hernummering van de opvolgende voorwaarden. Geschrapt wordt: Een combinatie van zonnepanelen op dak en windmolen(s) om de optimale opwek te genereren is in beginsel toegestaan. Voorwaarde 5.1 onder e wordt aangevuld met: ‘of naast elkaar in lijn met de weg.’ 4. Indiener 4 Samenvatting
4
Kleine windmolens huurhuizen Het idee wordt geopperd om de huurhuizen waar nog geen zonnepanelen op (kunnen) liggen in duurzame stroom te voorzien door middel van het plaatsen van kleine windmolens in speeltuinen en open plekken.
Beantwoording
Kleine windmolens huurhuizen De beleidsnotitie kleine windmolens richt zich op de plaatsing van kleine windmolens bij (agrarische) bedrijven, bedrijventerreinen en woningen buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Woningen binnen de dorpskernen vallen niet onder de scope van deze beleidsregels. Het idee dat geopperd wordt is zeer sympathiek en nemen wij mee bij toekomstige ontwikkelingen.
Aanpassing 5. Indiener 5 Samenvatting
Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de beleidsregels. Maximale as-hoogte Allereerst is het fijn dat er beleid is voor kleine windmolens, echter is het wel belangrijk dat het beleid ook praktisch te gebruiken is. Het belangrijkste probleem waar wij met dit beleid tegenaan lopen is de maximale as-hoogte van 15 meter. We hebben inmiddels ruim 250 kleine erfmolens geplaatst, waarbij de windsnelheid op locatie het belangrijkste is om het rendabel te kunnen maken. We zien dat in de kuststreken (vooral noord en west Friesland, het noorden van Groningen en Zeeland) een 15 meter as-hoogte prima voldoet, mits de erfmolen niet te dicht op bebouwing en beplanting staat. Wat verder op het land, zoals ook in de Krimpenerwaard is dat helaas minder rendabel, waardoor veel potentiële klanten afhaken. Hierdoor zullen ze eerder voor zonnepanelen kiezen, wat weer problemen geeft in verband met de capaciteit van het net en zoals benoemt het onder druk staan van de terugleververgoeding en extra kosten. Een hogere as-hoogte zal er voor zorgen dat er eerder voor een erfmolen gekozen zal worden, daarmee zullen de netproblemen veel minder worden. Dit met name door de opwek op andere momenten en minder snel de keuze voor extra zonnepanelen (die het probleem alleen maar groter maken).
Verder is benoemd dat er de wens is dat initiatiefnemers de windmolen graag zover mogelijk van de bestaande bebouwing willen plaatsen. Dit komt met name door de te lage as-hoogte, waardoor bebouwing veel meer invloed heeft op de wind (opbrengst van de molen). Door de as-hoogte te verhogen naar bijvoorbeeld 20 meter of het liefst 25 meter, zal het iets dichter plaatsen op bebouwing minder problemen geven. Het zal echter afhankelijk zijn ook van de hoogte van de bebouwing en erfbeplanting. Ook is door het college aangegeven dat als er 2 molen geplaatst worden dit in lijn met de weg moet. Bij een hogere as-hoogte, is er de mogelijkheid een iets zwaardere molen te plaatsen (zal nu hoofdzakelijk 1 leverancier zijn), waardoor de kans heel klein is dat er 2 windmolens geplaatst hoeft te worden. Bijvoorbeeld onze BestWatt 45 zal een opbrengst geven van 60 a 80.000kWh per jaar, wat 2 a 3 keer zoveel is als de kleinere windmolens. Kortom, denken wij dat een hogere as-hoogte de 3 aandachtspunten (elektriciteitsnet, buiten bouwvlak en 2 windmolens) al grotendeels zijn opgelost.
Beantwoording
Maximale as-hoogte Het beleid is gericht op kleine windmolens, waarbij voor de definitie een maximale as-hoogte van 15 meter is gehanteerd. Hierbij is aangesloten bij het provinciale beleid waarbij kleine windmolens ook een maximale as-hoogte van 15 meter mochten hebben. De Provincie onderzoekt momenteel de landschappelijke impact van hogere ‘kleine’ windmolens. Voor de Krimpenerwaard houden wij vooralsnog vast aan de as-hoogte van 15 meter.
Aanpassing 6. Indiener 6 Samenvatting
Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de beleidsregels.
5
Eisen voor grondwaterbeschermingszones Omdat deze evaluatie ook een tussenresultaat zal opleveren voor toekomstig beleid, merken we op dat een deel van de gemeente Krimpenerwaard binnen grondwaterbeschermingszones valt. In deze gebieden, die bestaan uit waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boring vrije zones en
aanvullende strategische grondwatervoorwaarden, gelden strenge regels om de kwaliteit en veiligheid van het grondwater als bron voor de drinkwatervoorziening te garanderen. Dit betekent onder andere dat in deze gebieden paalfunderingen voor windmolens, moeten voldoen aan de eisen zoals deze door de provincie zijn verwoord in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). Voorbeelden van deze eisen zijn onder andere dat alleen gladde, prefab palen mogen worden toegepast. Ook gelden eisen voor bodemonderzoek, boringen en sonderingen ter bescherming van de grondwaterkwaliteit; Wij stellen het zeer op prijs dat deze bepalingen ook in de toekomst onder de aandacht worden gebracht van de initiatiefnemers. Beantwoording
Eisen voor grondwaterbeschermingszones Indien nodig, zal de gemeente deze bepalingen onder de aandacht brengen bij de initiatiefnemer. In het Omgevingsplan zijn diverse beschermingszones ogenomen, waardoor de bescherming van de te dienen doelen geborgd is.
Aanpassing 7. Indiener 7 Samenvatting
Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de beleidsregels. Erfmolens en het energiesysteem U constateert in uw brief dat het elektriciteitsnet net is berekend op een al te grote toename van het aantal extra zonnepanelen. Dat probleem hangt specifiek samen met zon op dak waarbij in sommige gevallen een piekvermogen is geïnstalleerd dat veel groter is dat het verbruik op locatie. Dergelijke grote dakinstallaties zijn vaak gerealiseerd als energieproject, ze krijgen SDE++ subsidie en hebben een eigen aansluiting. Het kenmerk van erfmolens is juist de gelijktijdigheid tussen opwek en verbruik. De erfmolens ontvangen geen exploitatiesubsidie zoals de SDE++ regeling en hebben geen eigen aansluiting. (SCE-subsidie is in theorie mogelijk maar in praktijk niet omdat de vergoeding te laag is). Erfmolens worden aangesloten achter de meter. De dimensionering is zodanig dat zoveel mogelijk stroom op het bedrijf wordt gebruikt en zo min mogelijk stroom wordt teruggeleverd op de bestaande aansluiting. Daarmee ontstaat ook geen belasting op het net. Sterker; lokale opwek achter een bestaande aansluiting zorgt voor ontlasting van het elektriciteitsnet en verergert daarmee niet de congestieproblematiek en leidt niet tot situaties waarin niet meer kan worden teruggeleverd (zoals bij zon wel steeds vaker het geval is).
Het is van belang dat dit wordt benadrukt in het beleid voor kleine windmolens. Eerst zon, dan wind Indieners zijn van begin af aan sceptisch geweest over de oneigenlijke koppeling die is aangebracht tussen zon op dak en erfmolens. In artikel 5.1 van de algemene voorwaarden van de beleidsnotitie is onder a opgenomen dat zon op dak de voorkeur heeft en dat de mogelijkheden daarvoor eerste moeten worden verkend. Het verzoek is om deze koppeling te schrappen. Het is aan een initiatiefnemer om te bepalen op welke wijze hij/zij in met eigen opwek in haar energiebehoefte wil voorzien. Er kunnen namelijk redenen zijn voor bedrijven om te kiezen voor erfmolens en niet voor zon op dak: - Het is mogelijk dat een bedrijf een verbruiksprofiel heeft dat in het geheel niet aansluit op het opwekprofiel van zon. De zonnepanelen geven immers in de wintermaanden een opwek per maand die in de vroege zomer op één dag wordt geleverd. Gemeente zou zich daar niet mee moeten bemoeien en de keuze voor een bron of een combinatie ervan aan de initiatiefnemer moeten laten. - Het komt voor dat bedrijven vanwege de eigendomssituatie of financieringsconstructie geen verzekering kunnen krijgen voor een zonnestroominstallatie op het dak of vanwege principiële overtuigingen geen bedrijfsverzekering hebben, die kunnen/willen ook geen verzekering afsluiten voor een zonnedak.
Een maximum van twee turbines achten wij overigens een redelijk beleidsuitgangspunt.
6
De locatie van de tweede windmolen op hetzelfde perceel De discussie over het ‘achter elkaar’ of ‘naast elkaar’ zetten van windturbines is naar mening van indieners een merkwaardige discussie. Landschapsdeskundigen zien graag opstellingen ‘in lijn met het landschap’ maar om opstellingen te definiëren (‘naast elkaar’ of ‘achter elkaar’) hanteert u een standpunt vanaf de weg! Wij adviseren om de beleving vanaf de openbare weg net zo zwaar te laten meewegen als beleving vanuit andere standpunten. Vanaf de weg vormt een ensemble een hele logische opstelling die vaak de hoeken van een agrarisch bouwblok markeert. Wij steunen van harte de overweging van het college om beide opties open te laten in het beleid en per situatie de meest gewenste opstelling af te wegen tegen overige situatieafhankelijke factoren. Wij geven daarbij mee dat de locatie niet uitsluitend op landschappelijke gronden tot stand kan komen. Energieopbrengst en ecologische risico’s spelen ook een rol. Ecologische effecten kunnen worden verkleind als ruimte afstand worden aangehouden tot landschapselementen die een functie kunnen hebben voor vleermuizen (zoals bomenrijen en houtsingels). Nu inmiddels enkele erfmolens in gebruik zijn vragen wij ons of het nog steeds nodig is om een landschappelijk inpassingsplan te leveren voor nieuwe erfmolens.
Inmiddels is toch wel duidelijk wat de ruimtelijke impact is? Zie ook onze opmerking onder ‘onderzoekslasten’. Afstand tot bouwvlak/bebouwing Wij brengen u onder de aandacht dat de verhouding tussen bouwvlak en bestemmingsplan varieert per bestemmingsplan en niet in alle gevallen voldoende ruimte is binnen het bouwvlak. Wij zijn dan ook tevreden met het handhaven van de mogelijkheid om af te wijken van het bouwvlak. De voorwaarde dat een windturbine op maximaal 1x tiphoogte van bestaande bebouwing moet worden geplaatst is dan echter weer belemmerend en zou moeten komen te vervallen. Er zijn situaties waarin de gebouwinvloeden zodanig zijn dat bij een dergelijke korte afstand een aanzienlijk opbrengstverlies optreedt. In tegenstelling tot wat in de raadsinformatiebrief wordt gesteld is het verplaatsen van een windturbine zeer theoretisch. In de Krimpenerwaard moeten erfmolens namelijk altijd worden voorzien van een paalfundering, vanwege de slappe bodem. Die fundering kun je niet eenvoudig verplaatsen. Ook kun je niet zomaar een haspel uitrollen om de windturbineweer aan te sluiten. Wij verzoeken om bij de verlening van vergunningen als uitgangspunt te hanteren dat de windturbine niet wordt verplaatst en alleen wordt verwijderd als de kosten van onderhoud niet meer opwegen tegen de opbrengsten.
Maximale afmetingen kleine windmolens In de beleidsnotitie is een maximale ashoogte van 15 m aangehouden, waarbij wordt gesteld dat deze afmeting ook in het provinciaal beleid als uitgangspunt wordt gehanteerd. Dat is echter niet volledig juist. Op pagina 3 is namelijk vermeld dat op grond van de Omgevingsvisie, als dit past bij de lokale situatie, een ashoogte tot 45 m is toegestaan. Zo is het ook verwoord in de recente wijziging van de Provinciale Omgevingsverordening, module energietransitie. Daarin is vermeld dat gemeente haar eigen afwegingen kan maken, vanuit het lokale effect op de energieopwekking en ruimtelijke impact. Uiteraard moet daarbij rekening worden gehouden met het provinciaal ruimtelijk belang. Indieners verzoeken om in het beleid een ashoogte tot 20 m mogelijk te maken (desnoods via een flexibiliteitsbepaling) en over het beleid de provincie te raadplegen. Een ashoogte tot 20 m kan namelijk op sommige locaties nodig zijn in verband met de aanwezigheid van bomen of bouwwerken met grote negatieve invloed op de energieopbrengst. Onderzoekslasten De businesscase van erfmolens staat onder druk vanwege toegenomen prijzen van grondstoffen en daarmee de prijzen van leveranciers van erfmolens. Dure onderzoeken en hoge leges zetten de businesscase verder onder druk en vormen een bedreiging voor de toepassing van erfmolens. Ondanks dat in het beleid is 7
gesteld dat maatwerk mogelijk is en alleen de voor de situatie noodzakelijk geachte onderzoeken op te vragen, verzoeken wij om voor enkele aspecten te werken waar mogelijk te werken met standaardinformatie, zoals richtafstanden voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid en informatie over effecten op ecologie. Zo blijkt uit akoestische berekeningen voor erfmolens dat richtafstand tot woningen van derden, i.c. 100 m, volstaat om in alle gevallen aan de grenswaarde 47 dB Lden en 41 dB Lnight te voldoen. Op deze afstand wordt tevens aan de grenswaarde voor bewegende slagschaduw van 6 u per jaar te voldaan. Natuurtoets Een natuurtoets is niet nodig als de turbine op ruime afstand van landschapselementen wordt geplaatst die betekenis hebben voor foeragerende vleermuizen. Vogels zijn uitstekend in staat om de erfmolens te ontwijken, de molens zijn over het algemeen goed zichtbaar net als overige bebouwing en installaties. Er is geen reden om aan te nemen dat een grotere aanvaringskans optreedt ten opzichte van overige bouwwerken in het buitengebied. Zie tevens natuuronderzoek naar kleine windmolens dat heeft plaatsgevonden in de provincie Gelderland (gemeente Bronkhorst). Het is niet nodig om per locatie opnieuw een beoordeling uit te voeren, dat geeft geen nieuwe relevante informatie over ecologische effecten en leidt tot onnodige administratieve lasten.
Tot slot achten wij het relevant dat uw gemeenteraad een amendement voor het opnemen van een natuurtoets in het beleid heeft afgewezen (A23-005, 31-012023). Wij zijn daarom verbaasd dat in het beleid überhaupt nog naar een natuurtoets wordt verwezen. Participatie Onder de algemene voorwaarden in paragraaf 5.1 is onder i vermeld dat een participatieverslag bij de aanvraag gevoegd moet worden. Nu is er niets mis met het informeren van buren bij plannen voor het plaatsen van erfmolens maar deze voorwaarde verdraagt zich niet met de Omgevingswet. Het is bij de voorbereiding van een omgevingsvergunningaanvraag immers aan de aanvrager om al dan niet inspanningen te verrichten op het gebied van participatie en een participatieverslag bij de aanvraag te voegen. Uitsluitend bij omgevingsvergunningaanvragen voor een BOPA kan de gemeente, nadat de gemeenteraad daarover een besluit heeft genomen en erfmolens als gevallen heeft aangewezen als bedoeld in artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet, participatie verplicht stellen. Het heeft overigens de voorkeur om erfmolens rechtstreeks mogelijk te maken in het nieuwe Omgevingsplan, desnoods met een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, zodat de buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet nodig is. Beantwoording
Eerst zon, dan wind Zie voor de beantwoording de reactie onder het kopje ‘Eerst zon, dan wind’ bij indiener 3. De locatie van de tweede windmolen op hetzelfde perceel Zie voor de beantwoording de reactie onder het kopje ‘De locatie van de tweede windmolen op hetzelfde perceel’ bij indiener 3. Afstand tot bouwvlak/bebouwing Zie voor de beantwoording de reactie onder het kopje ‘De locatie van de windmolen’ bij indiener 3. Maximale afmetingen kleine windmolens Zie voor de beantwoording de reactie onder het kopje ‘Maximale as-hoogte’ bij indiener 5. Onderzoekslasten
8
De gemeente probeert de onderzoekslasten voor initiatiefnemers zo laag mogelijk te houden. Locatiespecifiek zal daarom zorgvuldig afgewogen worden wat minimaal gewenst is om de beoordeling van de aanvraag te kunnen uitvoeren. Toetsing van vergunningaanvragen vindt plaats op basis van de Omgevingswet. De Omgevingswet bepaalt dat in alle gevallen sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen is een (locatiespecifieke) ruimtelijke motivering noodzakelijk. Natuurtoets Zie beantwoording bij indiener 1 en hierboven onder onderzoekslasten. Participatie De initiatiefnemer moet aangeven of hij aan participatie heeft gedaan. De wijze waarop is vormvrij. De gemeente kan informatie uit participatie nodig hebben voor de motivering van het besluit. De beleidsregels voor de kleine windmolens zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het Bopa-beleid. In het Bopa-beleid zijn algemene bepalingen over participatie opgenomen (hoofdstuk 10). De specifieke participatieverplichting in hoofdstuk 4 wordt daarom geschrapt. Dit betekent niet dat geen participatie benodigd is. Wij raden initiatiefnemers ten zeerste aan te participeren en de resultaten hiervan aan de gemeente ter beschikking te stellen. Een en ander conform hoofdstuk 10 van het Bopa-beleid gemeente Krimpenerwaard. Aanpassing
Deze inspraakreactie leidt wel tot aanpassing van de beleidsregels. Voorwaarde 5.1 onder i wordt geschrapt: Er is sprake geweest van participatie: door initiatiefnemer is met direct belanghebbenden overleg gevoerd over de plannen. Een verslag van de participatie moet bij de aanvraag gevoegd worden en de resultaten daarvan aan de gemeente ter beschikking gesteld worden;
8. Indiener 8 Samenvatting
Eerst zon, dan wind Wij hebben een melkveehouderij en een kalverhouderij, en hebben geen interesse meer om in zonnepanelen te investeren. Zonne-energie opwekken bij een dan al overspannen stroomnet heeft geen zin, geen houdbaarheid. Windenergie heeft een constantere opwek, wij melken met 2 melkrobots en willen graag een windmolen plaatsen. Doordat wij 24 uur per dag met robots melken zal er weinig of niets van het opgewekte stroom het net op gaan. Wij vragen u om de voorwaarde eerst zon dan windenergie te schrappen. De locatie van de windmolen: Gezien de huidige snelle ontwikkeling met de regelgeving: wasplaats kuilplaatverharding enz en de al aanwezige stroom en watervoorziening voor algemeen belang die door ons bouwblok lopen, is het zeer gewenst om de windmolen ruim buiten het bouwblok te plaatsen. Het heeft als voordeel ook: meer wind en verplaatsen kan technisch wel mogelijk zijn, maar moeten we ons inziens niet willen, het moet ook allemaal wel weer betaald worden! Wij vragen u om beleidsnotitie zo op te stellen dat windmolen ruim buiten bouwblok is toegestaan.
Beantwoording
Eerst zon, dan wind Zie voor de beantwoording de reactie onder het kopje ‘Eerst zon, dan wind’ bij indiener 3. De locatie van de windmolen Zie voor de beantwoording de reactie onder het kopje ‘De locatie van de windmolen’ bij indiener 3.
Aanpassing 9. Indiener 9 Samenvatting 9
Deze inspraakreactie leidt wel tot aanpassing van de beleidsregels. Zie onder 3. Vogels en vleermuizen
Wij vragen uw aandacht voor de sterfte van vogels en vleermuizen als gevolg van kleine windmolens. De provincies Groningen en Fryslân lieten in 2022 onderzoek uitvoeren naar het aantal vleermuizen en vogels die overleden zijn door een aanvaring met kleine windmolens. Aanleiding voor het onderzoek waren de uitkomsten van een pilot uit 2019 waaruit bleek dat er soms veel vogels en vleermuizen in de buurt van de molens vlogen. In 2022 zijn op tien Groningse locaties onder 13 windmolens in totaal 38 slachtoffers gevallen: 26 vogels en 12 vleermuizen. Gemiddeld komt dit neer op ongeveer 2 vogels en 1 vleermuis per windmolen per jaar. Het aantal slachtoffers per locatie varieert echter tussen 0 en 6. De locatie van de windmolen in het landschap lijkt hierbij een belangrijke rol te spelen. Om meer informatie te verzamelen is besloten het onderzoek in 2023-2024 verder uit te breiden. Dit vervolgonderzoek moet meer duidelijkheid geven over de factoren die invloed hebben op het veroorzaken van slachtoffers onder vogels en vleermuizen bij een kleine windmolens. Daarom wordt nu ook gekeken naar verschillende typen landschappen, een grotere steekproef en meer diversiteit van locaties op het erf, en naar de bebouwing, watergangen en beplanting op het erf.
Het tweede onderzoeksjaar wordt gefinancierd door acht provincies (Groningen, Fryslân, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Holland) samen met producenten van kleine molens (E.A.Z. Wind en Windmolens op Maat) en de eigenaren van de deelnemende kleine molens. Dat er een reële kans is op sterfte van vogels en vleermuizen als gevolg van kleine windmolens wordt wel duidelijk nu acht provincies reden zien om vervolgonderzoek te financieren. Wij verzoeken u om in afwachting van de rapportage van voornoemd vervolgonderzoek de beleidsnotitie kleien windmolens in te trekken en voor zulke windmolens geen vergunning meer te verlenen, en om de besluitvorming over de evaluatie van de beleidsnotitie kleine windmolens aan te houden totdat de uitkomst van het vervolgonderzoek naar de sterfte van vogels en vleermuizen als gevolg van kleine windmolens bekend is. Beantwoording
Vogels en vleermuizen Zie voor de beantwoording de reactie onder het kopje ‘Vogelslachtoffers’ bij indiener 1.
Aanpassing 10. Indiener 10 Samenvatting
Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de beleidsregels. Windturbines en gezondheid Uit wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat er een duidelijke relatie bestaat tussen het geluidniveau van windturbines en hinder. Lange termijn effecten van geluid op de gezondheid kunnen direct zijn, maar ook indirect door hinder en een verstoorde slaap. De mate waarin hinder of overlast van windturbines wordt ervaren kan van persoon tot persoon verschillen. Zo zijn persoonlijke en contextuele factoren belangrijk, zoals geluidgevoeligheid en de houding van iemand ten aanzien van windturbines. Om de hinder bij omwonende zoveel mogelijk te beperken is het, ook voor kleine windturbines, belangrijk om rekening te houden met zowel akoestische als niet-akoestische factoren. De meeste gezondheidswinst kan behaald worden wanneer tegelijkertijd rekening gehouden wordt met de aspecten, geluidbelasting, visuele factoren en participatie (RIVM, 2023). Op dit moment werkt het Rijk (het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) aan nieuwe landelijke milieunormen voor windturbines op land. GGD gezondheidskundig advies: Geluidbelasting o De GGD adviseert een maximale geluidbelasting van 45 dB Lden op de gevel bij gevoelige gebouwen, conform de WHO-advieswaarde. o Beperk nachtelijke geluidbelasting zoveel als mogelijk.
Windturbines zijn ’s nacht beter hoorbaar, vanwege het wegvallen van omgevingsgeluid zoals wegverkeer. Dit kan door windturbines een deel van de tijd uit te zetten of door het toerental ’s nachts te verlagen.
10
Hanteer de extra toeslag van 5dB bovenop de geluidsnorm voor totaal geluid zoals in het concept Besluit Windturbines Leefomgeving wordt geschreven. Een goed geproduceerde windturbine maakt geen duidelijk waarneembaar tonaal geluid, maar enkele windturbines in Nederland produceren wél laagfrequent tonaal geluid. o Houd rekening met de cumulatie van omgevingsgeluiden, zoals wegverkeer of industrie. Dit geldt ook bij de plaatsing van twee kleine windmolens op hetzelfde perceel. Visuele factoren o Hanteer maximaal 6 uur per jaar en maximaal 20 min per dag per slagschaduw op gevoelige gebouwen. o Zorg voor een goede landschappelijke inpassing. o
Participatie Zoals reeds wordt geschreven in 5.1i van de beleidsnotitie kleine windmolens, is het belangrijk om omwonenden vanaf de beginfase te betrekken. Bespreek met de omwonenden het soort, de plaats en het te verwachten extra geluid door de windturbine(s) op de omgeving. Bespreek ook de maatregelen die getroffen worden om hinder te beperken en maak afspraken over waar mensen terecht kunnen als toch hinder wordt ervaren na plaatsing. Beantwoording
Windturbines en gezondheid Het is bij de gemeente bekend dat er mogelijk gezondheidseffecten kunnen optreden. Voor geluid wordt aangesloten bij de normstelling uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. De toegelaten geluidsbelastingen zijn in een rustige omgeving in de open lucht duidelijk merkbaar. Wij zijn ons ervan bewust dat de wetgever de mogelijkheid biedt om middels een maatwerkvoorschrift voor geluid een strengere eis te stellen voor de geluidsbelasting. Omdat wij het belang van windmolens inzien zullen wij terughoudend zijn in het stellen van strengere eisen. We hebben wel een afstandsnorm tot aangrenzende woningen opgenomen, zodat zij op die manier extra bescherming genieten. In voorkomende gevallen wordt een aanvrager verplicht om deze effecten inzichtelijk te maken. De ODMH adviseert de gemeente hierbij. Ook de GGD kan om advies worden gevraagd. Participatie Zie beantwoording onder indiener 7.
Aanpassing 11. Indiener 11 Samenvatting
11
Deze inspraakreactie leidt wel tot aanpassing van het plan. Zie onder 7. Eerst zon, dan wind Wij hebben een melkveebedrijf in Berkenwoude met veel grasland en laten onze koeien indien mogelijk veel buiten weiden. Lange dagen! Soms ook ‘s nachts! Wij waren in gedachte om ook iets met duurzame energie te doen. We stelden ons de vraag wat de beste keus is… Zonne- energie of wind? Om de volgende redenen hebben we niet voor zonne- energie gekozen: 1) Zonne- energie kunnen wijzelf bijna niet benutten daar bij ons ca. 90% van ’t stroomgebruik plaatsvind ‘s ochtends en ‘s avonds tussen 6 en 9 uur. Dit ook i.v.m. de gebruikelijke weidegang. 2) In onze nabije omgeving al vele zonnepanelen zijn geplaatst en er in min of meerdere mate sprake is van netcongestie (bovengronds netwerk). 3) Wij met ons melkveebedrijf (levende dieren in de stallen) terughoudend zijn met zonnepanelen i.v.m. een wat grotere kans op brandgevaar. En de veel grotere gevolgen van brand in combinatie met zonnepanelen, denk aan die zeer kleine deeltjes van zonnepanelen verspreid over de polder. Naar ons inzien kwam de windmolen als een betere optie naar voren om daarmee een bijdrage te geven aan de opwekking van duurzame energie. Daar hebben we dan ook voor gekozen door een EAZ windmolen aan te schaffen. Wij staan ook
eventueel open voor een tweede molen op ons perceel om daarmee extra bij te dragen aan de lokale stroomvoorziening. Die windmolen bestaat uit houten wieken (milieuvriendelijk) en een stalen mast (dus geschikt voor recycling) . Hiermee dachten wij een goede keus gedaan te hebben welke helaas nog niet uitgevoerd kan worden doordat de gemeente Krimpenerwaard strikt omgaat met de eis van eerst zon, dan pas wind. Wij vragen hier dan ook om deze starre regel te versoepelen, dan wel te laten vervallen. Ons inziens meet de gemeente Krimpenerwaard hier met 2 maten daar ze voorgenoemde regel zo strikt hanteert en anderzijds zelf de regel van stroom voor eigen gebruik overtreed door wél vergunning af te geven voor een windmolen daar waar al overproductie van zonneenergie is. Beantwoording
Eerst zon, dan wind Zie voor de beantwoording de reactie onder het kopje ‘Eerst zon, dan wind’ bij indiener 3.
Aanpassing 12. Indiener 12 Samenvatting
Deze inspraakreactie leidt wel tot aanpassing van de beleidsregels. Zie onder 3. In hoofdstuk 4 staat geschreven: “Enkele aandachtspunten uit wet- en regelgeving zijn: • … • NEN-EN-IEC 61400-2 (richtlijn technisch ontwerp voor windturbines met een rotordiameter van maximaal 16 meter);” Is dit een harde eis of slechts een aandachtspunt? Voor erfmolens met een grotere rotor dan 16 meter is deze NEN namelijk niet van toepassing. Enkele aanbieders vallen hier dus buiten, terwijl een molen met een iets grotere rotordiameter als snel 4 keer meer energie produceert dan een molen met een rotordiameter van maximaal 16 meter. Daarom zou ik u willen verzoeken dit aandachtspunt los laten.
Beantwoording
Harde eis of aandachtspunt? Zoals in hoofdstuk 4.4 aangegeven gaat het hier om een aandachtspunt. In dit hoofdstuk worden namelijk enkele aandachtpunten genoemd, omdat deze impact (kunnen) hebben op de omgeving en de inwoners. Zo wil de gemeente initiatiefnemers bewust maken van wet- en regelgeving die eventueel van toepassing zou kunnen zijn. Om deze reden willen we deze aandachtspunten behouden in de beleidsnotitie kleine windmolens. Het betreft geen beperking in mogelijkheden.
Aanpassing 13. Indiener 13 Samenvatting
Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de beleidsregels. Op verzoek wordt door de Veiligheidsregio advies gegeven over de reactie van indiener 12. De NEN-EN-IEC 61400-2 is inderdaad een harde eis voor erfmolens met een diameter tot 16 meter. Voor windmolens met een grotere diameter dan 16 meter is de NEN-EN-IEC 61400-1 van kracht. De beide normen worden direct aangestuurd van het Besluit Activiteit Leefomgeving (artikel 4.430.) en een korte toelichting is terug te vinden via deze link van het IPLO: https://iplo.nl/regelgeving/regelsvooractiviteiten/veiligheidsvoorschriften-windturbine/ Er wordt verzocht om dit aandachtspunt los te laten. Mijns inziens waarborgen de genoemde NEN normen het (constructieve) ontwerp, de levensduur en veiligheid van de turbines. Ik adviseer dan ook om naast de NEN-EN-IEC 61400-2 (voor kleine rotordiameters) ook de NEN-EN-IEC 61400-1 (voor grotere diameters) te hanteren en het aandachtspunt niet los te laten. Aan het advies wordt tevens toegevoegd:
12
De beleidsnotitie is behoorlijk omvattend en in dit stuk wordt in ieder geval gesproken over de externe veiligheid. Dit in tegenstelling tot andere gemeenten waar er vooral gekeken wordt naar de landschappelijke inpassing etc. In de beleidsnotitie wordt in beginsel gesproken over de afstand van minimaal 25 meter tot de gasinfrastructuur. Is het juist als ik hierbij ook uit ga van de LPG tanks die regelmatig aanwezig zijn bij boerderijen? Over de notitie heb ik verder geen opmerkingen. Wel is het zo dat het plaatsen van erfmolens soms maatwerk is. Het is uiteraard altijd mogelijk om ons een advies hierover te vragen, al dan niet bij een intake- of omgevingstafel. Vanuit het kennishouderschap zijn wij voornemens om een handreiking op te stellen over windturbines, maar dit zal nog enige tijd duren. Beantwoording
Wij brengen de opmerking over LPG-tanks onder de aandacht bij de vergunningverleners. In voorkomende gevallen nemen zij contact op voor verder advies.
Aanpassing
Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de beleidsregels.
13
B. Ambtshalve wijzigingen Paragraaf 6 - Onder zon en wind wijzigt de inhoud gewijzigd. De nieuwe tekst luidt: ‘(…) Wanneer het plaatsen van gebouwgebonden zonnepanelen niet mogelijk of wenselijk is (bijvoorbeeld doordat er een rieten dak is of aanpassing van de dakconstructie te veel kosten met zich meebrengt), om te kunnen voorzien in de energiebehoefte voor eigen gebruik, kan onder voorwaarden medewerking worden verleend aan het plaatsen van een windmolen. (…).’ - In het overzicht aan te leveren aanvullende stukken wordt toegevoegd: (…) Participatieverslag (toelichting of en hoe sprake is geweest van participatie); (…);
14