HISWA-RECRON over toeristenbelasting
Tekst van het document
L.S., Hierbij n.a.v. de gedeelde stukken alsnog een reactie vanuit ‘achterstand’. Eerder reageerde ik op het proces dat is gevolgd door de gemeente met de Klankbordgroep. Dat laat ik nu voor wat het is maar dat zal ik zeker benoemen in de inspraak, als dat nodig zou blijven. Ten aanzien van de documenten die u me toezond het volgende. Uit de presentatie en andere stukken die u me toezond blijkt niet wat nu de uitkomst is van de enquête die bij gasten is afgenomen (hoeveel, wat de vragen waren, wat de antwoorden waren en o.a. of de uitslag representatief is en hoe dit nu is meegenomen in de analyse). Ik heb bij iemand nagevraagd die bij de laatste bijeenkomst was, maar dat is daar niet besproken en duidelijk geworden. Behalve dat tussen de 21-25% van degenen die zijn benaderd hebben geantwoord. Zeker met de diversiteit aan mogelijkheden, bijvoorbeeld hoeveel nachten men er wanneer in het jaar is vraag ik me af of dit aantal representatief is. Gaarne een toelichting daarop. In de enquête worden mensen die er nooit overnachten niet meegewogen. Toine van Ierland zou hebben uitgelegd dat deze groep weg te strepen is tegen de enkeling die er heel veel verblijft. Bij de bijeenkomst in Lekkerkerk dit voorjaar is Toine van Ierland al de vraag gesteld hoe niet-overnachters meegenomen worden in het onderzoek. Toen legde hij uit dat deze niet worden meegenomen.
Daar is toen van gezegd dat het niet terecht is dat deze mensen geen onderdeel uitmaken van dit onderzoek omdat deze mensen net als alle anderen deze belasting ook zouden betalen. Toen kwam hij op zijn antwoord terug. Maar nu blijkt dat deze mensen toch niet zijn meegenomen (na een vraag tijdens de laatste bijeenkomst) maar vallen weg tegen de mensen die heel veel verblijven, aldus Toine van Ierland. Men denkt dat de te maken keuze de uitkomst beïnvloedt en dat het werkelijk gemiddelde van een vaste plaats er anders uitziet. Om dat inzichtelijk te maken zou nader moeten worden gevraagd hoeveel nachten vaste gasten verblijven. Dan de hoogte van het voorgestelde tarief. EUR 1,92 p.p.p.n is aan de hele hoge kant, zeker voor een camping. Als HISWA-RECRON hebben we vaker discussies met gemeenten. Daarin baseren we ons op standpunten van kennispartijen, zoals bijvoorbeeld het Kenniscentrum Kusttoerisme, een onderzoeksinstelling dat onderdeel uitmaakt van de Hogeschool Zeeland. Zij geven aan dat bij het bepalen van het toeristenbelastingtarief vooral moet worden gekeken naar de aard van het toeristisch aanbod in die gemeente en die onderling vergelijken, met gemeenten met een soortgelijk aanbod”. Dus niet alles op de grote hoop. Dus overwegend óf hotels óf verblijfsrecreatief/ toeristisch.
Niet zelden wordt er bij het vergelijken dan gegrepen naar de Coelo Atlas voor lokale heffingen, die alle lokale tarieven in den lande van alle lokale heffingen administreren en statistisch verwerken. Simpel omdat er niets anders is. Niet zelden grijpen gemeenten daarmee ‘mis’ als men naar het ‘landelijk gemiddelde’ grijpt terwijl zij gemeenten vragen wat het tarief is voor een hotelovernachting. Het gemiddelde dat zij in de Atlas publiceren is dus het gemiddelde tarief voor een hotelovernachting. In grote steden is dat een juiste benchmark, omdat daar overwegend hotels zijn, voor de zakelijke markt en in het geval van Amsterdam met een hoge prijs en veel gasten en een toeristenbelastingniveau waarmee de gemeenteraad ook de aantallen gasten hoopt te drukken. Daar zit politiek achter. Over het algemeen pleit HISWA-RECRON voor differentiatie. Maar het staat een ieder vrij daar wat van te vinden. In ieder geval matched het fenomeen het verschil in gast en accommodatie. Op het platteland is dat vaak heel anders. Nu is het lastig om gemeenten te vinden met een vergelijkbaar aanbod (hoewel dat in Zeeland wel is gelukt. Daar kan men op soort accommodatie per gemeente aantallen plekken en slaapplaatsen identificeren en onderling vergelijken). Toch heeft Coelo daar een praktische oplossing uit de statistiek voor. De Mediaan. De mediaan is de middelste
waarde in een groep van getallen. In een serie met 1, 7, 8, 11, 29, 44, en 59, is 11 is de mediaan. En die ligt landelijk – in de Coelo Atlas, dús op hotelprijsniveau, op EUR 1,60.!!! Een minder scherpe vergelijking dan gemeenten met een soortgelijk aanbod, maar toch. Nu heeft de gemeente Krimpenerwaard naar ik begrijp 4 hotels, 8 campings en rond de 30 B&B’s. Hoewel EUR 1,60 p.p.p.n. wellicht een beetje bij uw verwachtingen achterblijft is het wel de landelijke mediaan. Hoeveel overnachtingen in de logies resp. de verblijfsrecreatieve functie in uw gemeente zijn is mij niet op basis van de presentatie bekend. Zijn dat die 140.731 op slide 13? Maar in ieder geval is Krimpenerwaard geen grote stad. En bedrijven meer te laten heffen van hun gasten dan wat elders geldt (dat geldt dus zowel ten aanzien van uw campings als uw hotels) zou niet fair zijn. Ik heb begrepen dat wethouder Pannekoek tijdens de bijeenkomst de Krimpenerwaard ‘uniek’ noemde, en dat kennelijk bedoelde als een rechtvaardiging voor het hogere tarief. Pas daarmee op. Ik zou wel behoefte hebben aan een onderbouwing van de uniciteit van de Krimpenerwaard. Een plattelandsgemeente binnen relatieve afstand van een grote stad, in de nabijheid van rivieren. Daar zijn er toch wel meer van? Daarbij probeer ik niets lelijks te zeggen over de Krimpenerwaard.
Maar uniek – als in ‘enig in zijn soort’ – is wel wat hoog gegrepen. Dat wil niet zeggen dat mensen niet gericht naar de Krimpenerwaard komen. Maar dat doet men ook naar Zeeland, of de Friese meren, terwijl je elders ook strand en zee resp. meren hebt. Wel kunnen de kenmerken van de gemeente – en het karakter van het aanbod van het recreatiefproduct – elementen zijn waarin je je als gemeente tot een andere gemeente verhoudt, als die vergelijkbaar is, bijvoorbeeld bij rond de tarifering van toeristenbelasting. Wat vraagt men in zo’n gemeente of in de buurt zijn wezenlijke vragen. Deze zijn blijkens de presentatie en het verslag niet aan de orde geweest. Toch is het de uitkomst van de mediaan die voor mij reden was om bij de eerste bijeenkomst in het voorjaar aan de toen aanwezige wethouder van de gemeente te vragen of – als zou blijken dat de toeristenbelasting qua niveau in verhouding te hoog blijkt te zijn – de toeristenbelasting omlaag zou kunnen. Dat werd toen bevestigd. Dat is nu dus inderdaad mijn suggestie. Verlaag de toeristenbelasting tot EUR 1,60, m.i. het liefst gedifferentieerd, en kijk mede naar andere lokale heffingen, overigens ook i.o.m. de mediaan van de Coelo Atlas voor die heffingen. Tot slot de vraag of kinderen tot 12 jaar vrijgesteld moeten worden.
Toine van Ierland zou hebben uitgelegd dat het ook zonder vrijstelling mogelijk is om voor kinderen uit te sluiten van toeristenbelasting. Als er voor kinderen geen overnachtingskosten in rekening gebracht worden, mag er ook geen toeristenbelasting gerekend worden. Er moet alleen toeristenbelasting afgedragen worden voor betalende gasten. Dat is een sigaar uit eigen doos voor de recreatieondernemers. Als kinderen tot 12 gratis zijn, dan moet je voor de mensen >13jr of hoger een hoger tarief hanteren om dezelfde opbrengt te genereren en u hetzelfde te kunnen betalen? Dan prijst men zichzelf uit de markt t.o.v. buiten de gemeente. Slecht idee dus, behalve evt. voor een groepsaccommodatie. Daar zou het vrijstelling mogelijk terecht zijn, o.i. in ieder geval een sterk gedifferentieerd tarief, dat zou deze bedrijfsvorm accommoderen en stimuleren. Daarover lees ik niets in het stuk. En waarom nu dit verhaal? “Het wordt toch geheven van gasten” hoor ik vaak? Welnu, de elektriciteitskosten die substantieel zijn toegenomen, de inflatie, de loonsverhogingen, de kosten thuis maken dat omwille van prijselasticiteit en vrees voor het zichzelf de markt uit te prijzen ondernemers bescheiden zijn de prijzen zelf te verhogen om diezelfde lasten thuis ook te kunnen dragen. Zeker als daar een hoge toeristenbelasting bovenop komt.
Door prijzenstijgingen bescheiden te houden teert men dan al snel in op investeringscapaciteit. Waarmee het eigen toeristisch product op peil moet worden gehouden en daarmee hun vitaliteit. Spreidt daarom de lokale lasten, en zoom niet in op toeristen alleen.
Met vriendelijke groet, Mr. B.A. (Björn) Schutz Regiomanager Zuid-Holland & Zeeland