CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Geamendeerd Integraal Beleidskader Sociaal Domein

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Integraal Beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-202518.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bron: burgerpeiling 2019 gemeente Krimpenerwaard, waarstaatjegemeente.nl, GGD monitor jeugd 2020, GGD monitor 2016

Minimabeleid wordt uitgevoerd binnen de uitgangspunten die zijn opgenomen in de verordening en beleidsegels Maatschappelijke Participatie, met een inkomensgrens van 120% van de geldende bijstandsnorm of een laag besteedbaar inkomen door schulden. In 2017 heeft de raad een scenario voor de doorontwikkeling van het minimabeleid vastgesteld, wat nog steeds het uitgangspunt vormt voor de uitvoering van het Minimabeleid. Daarnaast zetten we in op het bevorderen van basisvaardigheden (taal-, reken- en digitale vaardigheden) binnen de Krimpenerwaard. In het Taalakkoord is specifiek aandacht voor het bevorderen van taalvaardigheden en rekenvaardigheden. Het terugdringen van armoede en schulden is één van de speerpunten van het Rijk. Het hebben van schulden brengt immers grote financiële en maatschappelijke gevolgen met zich mee. Schulden vormen niet alleen een probleem voor de schuldenaar, maar ook voor zijn omgeving, de schuldeiser(s) en de maatschappij. Financiële problemen zijn voor inwoners een belemmering voor (volwaardige) participatie in de maatschappij en algeheel welzijn. Mensen met schulden leven van dag tot dag en ervaren vaak op meerdere levensgebieden problemen. Het is dan ook van belang om problematische schulden op te lossen en bij voorkeur te voorkomen.

Schulddienstverlening (SDV) vormt daarbij een belangrijk instrument (problematische schulden) samen met het preventieve financiële voorveld (voor risicovolle schulden), het Armoedebeleid en het Taalakkoord van de Krimpenerwaard. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) geeft de gemeente een zorgplicht op het terrein van schuldhulpverlening. In deze wet is geregeld dat de gemeenteraad periodiek, voor ten hoogste vier jaar, een beleidsplan vaststelt dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening. Dit IBK bevat de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen schulden aangaan die ze niet kunnen betalen. De verdere uitvoering wordt gespecificeerd in de Maatschappelijke Agenda van het Sociaal Domein. Als bijlage 3 van dit integraal beleidskader worden de uitgangspunten van Schulddienstverlening en hiermee de uitvoering van de Wgs opgenomen.

Kijkende naar de waarden gaan we uit van vertrouwen en benaderen we inwoners en partners vanuit een positieve insteek. Inwoners hebben zelf de regie over hun leven, daar waar nodig zal er ondersteuning plaats vinden om de inwoner mee te kunnen doen naar vermogen, veerkrachtig en (financieel) zelfredzaam zijn. We nemen de problemen van de inwoner niet over, maar faciliteren en stimuleren en activeren. Inwoners die vragen om (tijdelijke) financiële ondersteuning benaderen we vanuit positieve insteek, zonder vooroordelen. De geboden ondersteuning is resultaatgericht, met als uitgangspunt een duurzame oplossing zowel op het gebied van re-integratie, inkomen als schulden. Hierbij zoeken we de verbinding met maatschappelijke partners, onderwijs en het bedrijfsleven. Doelen • Meer inwoners kunnen zich naar wens en vermogen ontplooien • Meer inwoners hebben duurzaam betaald werk of participeren naar vermogen • Minder mensen ervaren financiële belemmeringen om mee te doen in de samenleving • Meer inwoners beheersen basisvaardigheden en hebben kennis van de Nederlandse samenleving. • Meer mensen maken gebruik van de minimaregelingen waar ze recht op hebben Subdoelen • Meer nieuwkomers gaan binnen 4 jaar aan het werk • Minder huishoudens in de Krimpenerwaard moeten rondkomen van een laag (minima)inkomen

Praktijkvoorbeeld Klik hier om het praktijkvoorbeeld te bekijken

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 19

4 4.2.3 Beleidsknoppen

Lichamelijke gezondheid Wat verstaan we onder lichamelijke gezondheid? Lichamelijk functioneren betreft het kunnen uitvoeren van dagelijkse lichamelijke activiteiten. Denk hierbij aan lopen, eten, aan- en uitkleden en boodschappentassen dragen. Moeilijkheden hiermee duiden we aan met ‘beperkingen’. Deze beperkingen kunnen te maken hebben met horen, zien en mobiliteit. Ontwikkelingen die invloed hebben? Lichamelijke beperkingen of chronische aandoeningen zijn van invloed op iemand lichamelijke gezondheid. Daarnaast spelen leeftijd en leefstijl een rol. Situatie in de Krimpenerwaard Krimpenerwaard heeft te maken met een dubbele vergrijzing. Het aantal ouderen stijgt tot 2030 met 36%. Deze vergrijzing heeft ook effect op het aantal mantelzorgers en de mate waarin zij belast worden. Daarnaast is de verwachting dat, mede door de vergrijzing, het aantal inwoners met een chronische aandoening stijgt. Inwoners uit de Krimpenerwaard beoordelen hun lichamelijke gezondheid gemiddeld met een 7,7 (landelijk cijfer 7,6; burgerpeiling 2019). Verder geeft 67% van de inwoners aan dat zij één keer per week of vaker bewegen. Door de Wereldgezondheidsorganisatie wordt geadviseerd een vaccinatiegraad van 95% na te streven. Landelijk gezien is de vaccinatiegraad 90,2%. De vaccinatiegraad in onze gemeente is 84,9%.

Daarmee zit gemeente Krimpenerwaard ruim onder de noodzakelijke grens van 95% om een mogelijke uitbraak van infectieziekten te voorkomen en gezond opgroeien te waarborgen. De vaccinatiegraad in onze gemeente daalt ten opzichte van de landelijke en regionale cijfers (regio Hollands Midden) harder.

Waar zetten we op in? - Speerpunten Wij zetten in op het faciliteren van een gezonde leefstijl door sport en bewegen laagdrempelig toegankelijk te maken voor alle inwoners. We zorgen voor een voorzieningennetwerk waarin mensen die dat nodig hebben hulp krijgen bij dagelijkse activiteiten, zoals het bieden van een maaltijdservice voor ouderen. We stimuleren het gebruik van bestaand aanbod hierin. Daarnaast wordt ingezet op een goed gebruik van de basisgezondheidszorg, zoals vaccinatieprogramma’s en de jeugdgezondheidszorg.

Waarden als eigen verantwoordelijkheid en verbinding spelen hier een belangrijke rol. We zorgen ervoor dat de basisgezondheidzorg toegankelijk is en inwoners de mogelijkheid hebben om te sporten en bewegen. Het is de verantwoordelijkheid van inwoners om voldoende te sporten en bewegen en daarmee de lichamelijk gezondheid te bevorderen. In verbinding met maatschappelijke partners, bedrijven en verenigingen zorgen we voor een voorzieningennetwerk voor diegene die hulp nodig hebben bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Doelen • Meer inwoners kunnen zo lang als mogelijk dagelijkse activiteiten uitvoeren • Meer inwoners maken gebruik van basisgezondheidszorg Subdoelen • De vaccinatiegraad binnen de gemeente neemt toe

Praktijkvoorbeeld Klik hier om het praktijkvoorbeeld te bekijken

Bron: burgerpeiling 2019 gemeente Krimpenerwaard, waarstaatjegemeente.nl, GGD monitor jeugd 2020, GGD monitor 2016

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 20

4

4.2.4 Zorggebruik Wat verstaan we onder zorggebruik? Hierbij gaat het om het gebruik van Jeugdhulp, Wmo en Participatiewet en Schulddienstverlening én de mate waarin inwoners ervaren dat de geboden zorg het gewenste effect heeft. Een stapeling van voorzieningen geeft een indicatie van de (soms veelzijdige) problematiek waarmee huishoudens te maken hebben. Wat is van invloed? Op het gebruik van jeugdhulp zijn een drietal maatschappelijke trends van invloed, te weten: prestatiedruk op scholen, (problematisch) gebruik social media en echtscheidingen. Als nieuwe ontwikkeling draagt COVID-19 niet positief bij aan deze trends. Voor het beroep op Wmo spelen de ambulantisering van de GGZ, vergrijzing (met eenzaamheid en dementie tot gevolg) en het abonnementstarief in negatieve zin een belangrijke rol. Hoe staat de Krimpenerwaard er voor? We zien verhoudingsgewijs de kosten harder stijgen dan het aantal cliënten. Problematiek in gezinnen/huishoudens wordt complexer en ingezette zorg specialistischer en intensiever.

Op grond van de Wmo 2015 is er sprake van een significante toename van de vraag naar (specialistische) begeleiding, dagactiviteiten en hulp bij huishouden vanuit de Wmo. Daarbij zien we een toename van het aantal jongvolwassenen dat zelfstandig woont met een forse begeleidingsvraag (o.a. na de overgang van Jeugdwet naar Wmo bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar). Huisvestingsproblematiek van jongeren/ jongvolwassenen is groot. De vraag naar woon-, rolstoel- en vervoersvoorzieningen is redelijk stabiel. Ook hierop is als gevolg van de vergrijzing in de toekomst een stijging te verwachten. Gemeten clientervaring is, zowel voor jeugdhulp als Wmo, over het algemeen positief te noemen. In Krimpenerwaard ontvangen, ten opzichte van het landelijk gemiddelde, relatief minder inwoners zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz). Van de inwoners met Wlz zorg woont ruim 35% thuis, meer dan het landelijk gemiddelde (30%). Meer dan het landelijk gemiddelde, maken inwoners van Krimpenerwaard gebruik van wijkverpleging. Het aantal inwoners met geestelijke gezondheidszorg ligt fors onder het landelijk gemiddelde (290 per 10.0000 verzekerden t.o.v. 394 per 10.0000 verzekerden).

Binnen de jeugdwet is sprake van een toename van het gebruik van GGZ-behandeling (en diagnostiek) voornamelijk in de basisschoolleeftijd. Daarnaast maken relatief veel jongeren in toenemende mate gebruik van zeer specialistische GGZ-zorg. Het lijkt eenvoudiger om het probleem en de oplossing bij het individu te leggen dan bij het gezin, het netwerk of de samenleving.

Bron: burgerpeiling 2019 gemeente Krimpenerwaard, waarstaatjegemeente.nl, GGD monitor jeugd 2020, GGD monitor 2016

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 21

4 Waar zetten we op in? - Speerpunten Naast het beïnvloeden van de lichtblauwe raderen van het radermodel, kunnen nog vijf minder inhoudelijke of beleidsmatige sturingsopties worden aangegrepen om het rader zorggebruik positief te beïnvloeden. Met het beschrijven van de vijf sturingsopties worden de volgende speerpunten benoemd. 1 Innovatie en adequate zorgverlening Bij een verandering staat leren voorop. Door ruimte te geven om zaken te proberen, in dialoog met maatschappelijke organisaties en zorgaanbieders, kan er daadwerkelijk vernieuwing op gang komen. Dit vraagt lef van ons zelf, en dat vragen we ook van onze externe partners en inwoners. In de komende vier jaar willen we dit stimuleren door budget vrij te maken voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie. Denk daarbij onder andere aan initiatieven in het kader van wonen & zorg om ambulantisering mogelijk te maken en het creëren van een doorgaande lijn bij gezinnen met een zorgintensief kind. Hierbij stellen we een aantal randvoorwaarden.

Het project of initiatief moet: - Aansluiten bij de visie en thema’s uit dit integraal beleidskader; - Een samenwerkingsverband vormen van meerdere organisaties of inwoners; - Evidence based zijn en/of geëvalueerd worden op basis van resultaten, doelen, evaluatiecriteria die door indieners en gemeente samen worden opgesteld waarbij een business case het uitgangspunt is; - Bijdragen aan het versterken van de samenhang binnen het sociaal domein.

2 Regionale samenwerking en inkoop In Krimpenerwaard kunnen inwoners die dat echt nodig hebben, rekenen op kwalitatief goede zorg en ondersteuning. Het bieden van adequate ondersteuning en zorg is leidend, de financiën zijn volgend – maar kent zijn grenzen. We zetten niet alleen in op kwalitatief goede zorg door blijvend te investeren in professionaliteit, onze gemeentelijke dienstverlening en het faciliteren van lokaal (preventief ) activiteitenaanbod. Kwalitatief goede zorg betreft ook de regionaal ingekochte jeugdhulp en maatwerkvoorzieningen Wmo. We organiseren de opgaven op het juiste niveau: lokaal waar dat kan en regionaal waar het meerwaarde heeft. Het lokale en regionale niveau zijn daarbij complementair en vereisen nauwe samenwerking. Waar de organisatiekracht van de regio Midden Holland te klein is, sluiten we ons aan bij andere bovenregionale samenwerkingsverbanden. Het is daarbij nodig dat de inspanningen op lokaal, regionaal, en bovenregionaal niveau goed op elkaar afgestemd en complementair zijn aan elkaar. In dit complexe veld vraagt dat om een voortdurende wisselwerking en samenwerking. Krimpenerwaard werkt voor de inkoop van jeugdhulp en maatwerkvoorzieningen Wmo samen met de gemeenten in Midden-Holland (Bodegraven Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas).

De gemeenten in Midden-Holland kiezen voor het blijven realiseren van kwalitatief goede ondersteuning en zorg, die betaalbaar en toegankelijk is voor wie dat echt nodig heeft. Een nadere afbakening, helder en steviger sturen door middel van het contractmanagement en het gezamenlijk optrekken met alle partijen is daarbij van belang. We willen in die regionale samenwerking op Wmo en Jeugdhulp de komende jaren alle aandacht zetten op toekomstgerichte opgaven en sturingsmogelijkheden optimaal benutten om tot beheersing van zorgkosten te komen waardoor zorg en ondersteuning beschikbaar en betaalbaar blijft. Parallel aan het opstellen van dit IBK wordt gewerkt aan het schrijven van een regiovisie jeugdhulp en wmo waarin een gezamenlijke visie en uitgangspunten worden vastgelegd. Daarnaast bevat de regiovisie een heldere verdeling van taken, kaders voor maatwerkondersteuning en sturing op kosten, gezamenlijke (toekomst)gerichte opgaven en de wijze waarop we als gemeenten samenwerken onderling, met zorgaanbieders en ketenpartners. De uitgangspunten in de regiovisie zullen zoveel mogelijk aansluiten op de uitgangspunten in dit IBK.

Bron: burgerpeiling 2019 gemeente Krimpenerwaard, waarstaatjegemeente.nl, GGD monitor jeugd 2020, GGD monitor 2016

3 Toegang tot zorg en ondersteuning Werken met 1 Gezin,1 Plan,1 Regisseur Het benutten van de eigen kracht van onze inwoners is een belangrijk uitgangspunt bij het creëren van een sterke basis. We kiezen als gemeente dan ook bij voorkeur voor een faciliterende rol. Als inwoners toch hulp nodig hebben, stimuleren we eigen regie om daarmee goed aan te sluiten bij de behoeften en wensen van onze inwoners. Om vervolgens te komen tot een faciliterende rol. Op die manier zijn de inwoner en omgeving medeverantwoordelijk voor de aanpak en de te bereiken resultaten. Dit draagt bij aan een duurzaam positief effect van ondersteuning en ingezette interventies. Het Loket Samenleving en Zorg ziet er op toe dat (professionele) ondersteuning ook geschikt is om de doelen van inwoners te bereiken. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar kwetsbare jongeren in de overgang naar volwassenheid en inwoners met hulpvragen op meerdere leefgebieden. We vinden het belangrijk dat jongeren hun netwerk versterken en mensen die belangrijk voor hen (kunnen) zijn bij hun leven betrekken. Om jongeren te helpen de regie over hun leven te krijgen op het moment dat zij volwassen worden, is het hebben van een ‘toekomstplan’ een belangrijk element. Inwoners met hulpvragen op meerdere leefgebieden benaderen we met een levensgerichte en persoonsgerichte aanpak.

Het te bereiken effect staat voorop, denk bijvoorbeeld aan het bereiken van (financiële) zelfredzaamheid, waardoor de ondersteuning ook samenhang vraagt van bijvoorbeeld inkomen en zorg. Daarbij worden beschikbare financiële middelen voor ondersteuning ontschot ingezet. Inwoners mogen geen hinder ervaren van verschillende potjes en budgetten in het Sociaal Domein. Samenwerking ketenpartners en formele verwijzers We hechten veel waarde aan de signalerende rol van onze ketenpartners als scholen, kerken en sportverenigingen. We zetten daarom in op een goede samenwerking met hen en met andere toegangspoorten tot (professionele) zorg en ondersteuning zoals huisartsen, gecertificeerde instellingen en het preventieteam. We gaan duurzame samenwerkingsrelaties aan en werken vanuit vertrouwen gezamenlijk aan de gemeentelijke visie, doelen en beoogde effecten van dit IBK. Indien een partner niet mee kan of wil bewegen in de richting die we voor ogen hebben, nemen we afscheid van elkaar. We benadrukken de regiefunctie van de gemeente om het aantal betrokken zorginstanties per cliënt/gezin te beperken als dit mogelijk is. Dit ter voorkoming van een zogenoemde ketenkluwen.

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 22

4 Met behulp van kleinschalige, wijkgerichte zorg sluiten we aan bij de bestaande structuren en netwerken rondom de cliënt/gezin. Ook leggen we de regie over de hulpverlening zoveel als mogelijk bij de personen of hulpverleners die langdurig en structureel betrokken zijn bij het gezin of het huishouden. Hiermee versterken we de eigen veerkracht en stimuleren we de beweging van ‘’zorgen voor’’ naar ‘’zorgen dat’’ Professionele dienstverlening en het preventieteam als verbinder De gemeente heeft het bieden van professionele dienstverlening hoog in het vaandel. Onze dienstverlening moet effectief, snel, laagdrempelig en transparant zijn. Je kunt als inwoner geen ‘verkeerde deur’ nemen. De eerste toegang waar een inwoner zich meldt, is altijd de ‘juiste’. Inwoners worden altijd te woord gestaan, ontvangen een adequaat antwoord of een warme verwijzing. Voor inwoners is duidelijk waar je terecht kunt met een hulpvraag. De beschikbaarheid van onafhankelijke clientondersteuning voor alle inwoners, tijdens alle ondersteuningsfasen en over alle levensdomeinen, is daarbij helpend. Het preventieteam in oprichting zorgt voor een logische verbinding tussen het ‘gewone leven’, het algemeen welzijnswerk, het individueel gerichte maatschappelijk werk, waarbij inwoners al dan niet tijdelijk ondersteuning nodig hebben om regie te krijgen op hun leven en het veld van maatwerkvoorzieningen.

De synergie tussen het aanbod van de verschillende partners van het preventieteam moet leiden tot een toegankelijk sociaal domein voor inwoners met een innovatief en passend aanbod van voorzieningen, tot optimale inzet van de beschikbare basisvoorzieningen in het voorliggend veld, tot een verschuiving van zware zorg naar basisvoorzieningen en tot een doelmatiger inzet van de organisaties van de samenwerkende partners. 4 Preventie en voorliggend veld In het zorggebruik is terug te zien dat maatwerkvoorzieningen nog veelvuldig worden ingezet als oplossing voor een hulpvraag. In plaats hiervan zijn andere kwalitatieve en duurzame oplossingen te vinden binnen het eigen netwerk en de beschikbare voorliggende voorzieningen. Het is van belang voor inwoners dat het voorliggende aanbod van voorzieningen voor hen vindbaar en bereikbaar is en/of beter bereikbaar wordt gemaakt, zodat het gebruik hiervan toeneemt. Het stimuleren en directer inspelen op de ondersteuningsbehoefte van inwoners maakt hier onderdeel vanuit.

Bron: burgerpeiling 2019 gemeente Krimpenerwaard, waarstaatjegemeente.nl, GGD monitor jeugd 2020, GGD monitor 2016

Juist bij de inzet van vroegsignalering en preventie moeten zoveel als mogelijk drempels tot hulp en/of ondersteuningsvragen worden weggenomen. Dat willen we bereiken met een ‘preventieteam’. Het ‘preventieteam’ heeft een spilfunctie in het voorliggend veld, met informatie/advies, ondersteuning en doorgeleiding als belangrijke kerntaak. Daarnaast gaat het aan de slag met het organiseren van vraaggericht preventief en collectief aanbod. Dit aanbod richt zich op het normaliseren van hulpvragen, het versterken van het netwerk en van ouderschap, of dat een laagdrempelige oplossing biedt bij beginnende klachten of complicaties helpt te voorkomen. 5 Controle en toetsen Tot slot is controle en toetsen een sturingsknop om het zorggebruik te beïnvloeden. Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het toezicht op de Wmo zoals verankerd is in de wet. De Participatiewet beschrijft de gemeentelijke taak ten aanzien van naleving en handhaving en ook de Jeugdwet ziet een rol voor gemeenten in de bestrijding van ten onrechte ontvangen voorzieningen, misbruik en oneigenlijk gebruik. Een mix van instrumenten en inspanningen wordt ingezet voor een rechtmatige besteding van middelen.

Zo worden er onder andere interne controles en themacontroles uitgevoerd en ziet een regionale toezichthouder toe op de kwaliteit en rechtmatigheid van de door zorgaanbieders te leveren zorg op grond van de Wmo en Jeugdwet.

Onze dienstverlening is professioneel. We kijken zonder vooroordeel naar de situatie en doen wat we zeggen en zeggen wat we doen. We hebben waardering voor de kwaliteiten van onze inwoners en onze partners die zorg en ondersteuning bieden. We vragen tegelijkertijd ook dat mensen omzien naar elkaar en hebben vertrouwen dat mensen zelf of samen tot duurzame oplossingen kunnen komen. Het bieden van lichtere vormen van ondersteuning in het preventief domein vraagt om verbinding. Verbinding van ons met onze maatschappelijke partners en tussen partners onderling om ervoor te zorgen dat mensen tijdig de meest passende hulp krijgen. Doelen • Meer inwoners maken gebruik van alternatieven voor professionele ondersteuning • Meer inwoners ervaren goede kwaliteit in combinatie met (financiële) doelmatigheid bij de inzet van zorg en ondersteuning

Of voorzieningen (financieel) doelmatig worden ingezet controleren we binnen de gemeentelijke toegang. Door het regelmatig onderhouden van (persoonlijk) contact en het voeren van procesregie wordt toegezien of de ingezette voorzieningen wel bijdragen aan het beoogde doel. Een financiële doelmatige besteding van middelen speelt hierbij een rol, maar bovenal of onze inwoners ook werkelijk geholpen zijn met de ingezette ondersteuning of zorg. Indien daar onvoldoende sprake van is, sturen we bij. De naleving en handhaving is een wettelijke taak voor gemeenten. Hierbij ziet de gemeente deze wettelijke taak binnen het uitgangspunt van de menselijke maat en kijkt men naar het doel van de regels. Medewerkers krijgen maximaal ruimte om binnen het wettelijk kader de menselijke maat te zoeken.

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 23

5 Doelenboom In de cirkels zijn alle doelen beschreven uit het integraal beleidskader. De kleuren verwijzen naar de verschillende raderen uit het model. In de tweede versie van de figuur is een aantal subdoelen weergegeven. Aan elk doel kunnen meerdere subdoelen worden gekoppeld en andersom draagt een subdoel bij aan meerdere doelen. De subdoelen worden in gesprek met de maatschappelijke partners verder ingevuld. Dit komt tot stand in de maatschappelijke agenda. Dit start in Q2 2021 na het vaststellen van het integraal beleidskader.

Inwoners doen mee naar vermogen Inwoners zijn zelfredzaam

Inwoners doen mee naar vermogen Inwoners ervaren een goede kwaliteit van leven

Inwoners zijn samenredzaam

Inwoners zijn zelfredzaam

Inwoners ervaren een goede kwaliteit van leven

Inwoners zijn samenredzaam

Meer kinderen maken een kansrijke start Meer kinderen maken een kansrijke start

Oplossingen worden meer binnen het gezin Oplossingen en eigen netwerk worden meer gezocht binnen het gezin en eigen netwerk gezocht

Meer inwoners maken gebruik van alternatieven Meer inwoners voor professionele maken gebruik ondersteuning van alternatieven voor professionele ondersteuning

Meer inwoners met een hulpvraag zijn in staat om op eigen hun Meerkracht inwoners eigen huishouden met een hulpvraag te in organiseren zijn staat om op eigen kracht hun eigen huishouden te organiseren

Meer inwoners ervaren goede kwaliteit van Meer inwoners ondersteuning ervaren goede kwaliteit van ondersteuning

Meer inwoners maken gebruik van informele Meer inwoners en sociale steun maken gebruik van informele en sociale steun

Meer inwoners zijn in staat om met stress en Meer inwoners tegenslagen zijn in staat om om te gaan. met stress en tegenslagen om te gaan.

Meer kinderen groeien op in een gezonde Meer kinderen omgeving groeien op in een gezonde omgeving

Meer inwoners hebben een gezonde levensstijl en een Meer inwoners gezond gewicht hebben een gezonde levensstijl en een gezond gewicht

Meer inwoners maken gebruik van basis Meer inwoners gezondheidszorg maken gebruik van basis gezondheidszorg

Meer inwoners kunnen zo lang als mogelijk Meer inwoners dagelijkse kunnen zo lang activiteiten als mogelijk uitvoeren dagelijkse activiteiten uitvoeren

Meer inwoners hebben een goede mentale Meer inwoners gezondheid hebben een goede mentale gezondheid

Meer inwoners leven in een veilige leefomgeving Meer inwoners leven in een veilige leefomgeving

Meer bedrijven zetten zich in voor kwetsbare Meer bedrijven inwoners zetten zich in voor kwetsbare inwoners

Inwoners wonen in een gezonde en cultuurrijke Inwoners wonen leefomgeving in een gezonde en cultuurrijke leefomgeving

Meer inwoners voelen zich verbonden met Meer inwoners elkaar en de voelen zich Krimpenerwaard verbonden met elkaar en de Krimpenerwaard

Meer inwoners vinden elkaar sneller en Meer inwoners makkelijker vinden elkaar voor hulp in hun sneller en omgeving makkelijker voor hulp in hun omgeving

Meer inwoners wonen zo lang en zelfstandig Meer inwoners mogelijk in de wonen zo lang en eigen omgeving zelfstandig mogelijk in de eigen omgeving

Voorzieningen zijn voor iedereen fysiek Voorzieningen toegankelijk zijn voor iedereen fysiek toegankelijk

Meer inwoners kunnen zich naar wensen en vermogen Meer inwoners ontplooien kunnen zich naar wensen en vermogen ontplooien

Minder inwoners ervaren financiële Minder drempels om mee inwoners te doen in de ervaren financiële samenleving drempels om mee te doen in de samenleving

Meer inwoners hebben duurzaam betaald werk of Meer inwoners participeren hebben duurzaam betaald werk of participeren

Meer inwoners beheersen basisvaardigheden en hebben Meer inwoners kennis van de beheersen Nederlandse basisvaardigheden samenleving en hebben kennis van de Nederlandse samenleving

Veerkracht

Leefstijl

Mentale gezondheid

Sociale leefomgeving

Fysieke leefomgeving

Sociaal economische status

Lichamelijke gezondheid

Zorggebruik

Veerkracht

Leefstijl

Mentale gezondheid

Sociale leefomgeving

Fysieke leefomgeving

Sociaal economische status

Lichamelijke gezondheid

Zorggebruik

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 24

5 Meer ouders vinden het niet goed dat jongeren alcohol drinken Minder jongeren drinken alcohol

Meer inwoners hebben een gezond gewicht Meer inwoners bewegen voldoende

Meer inwoners zijn sociaal en maatschappelijk actief

Meer kinderen maken een kansrijke start

Oplossingen worden meer binnen het gezin en eigen netwerk gezocht

Meer inwoners maken gebruik van alternatieven voor professionele ondersteuning

Meer inwoners met een hulpvraag zijn in staat om op eigen kracht hun eigen huishouden te organiseren.

Meer inwoners ervaren goede kwaliteit van ondersteuning

Meer inwoners maken gebruik van informele en sociale steun

Meer inwoners zijn in staat om met stress en tegenslagen om te gaan

Meer kinderen groeien op in een gezonde omgeving

Meer inwoners hebben een gezonde levensstijl en een gezond gewicht

Meer inwoners kunnen zo lang als mogelijk dagelijkse activiteiten uitvoeren

Meer inwoners maken gebruik van basis gezondheidszorg

Meer inwoners participeren bij een maatschappelijke organisatie Minder mantelzorgers voelen zich overbelast

Minder inwoners ervaren angst- en depressie

Meer kinderen groeien op in een veilige leefomgeving

Minder inwoners ervaren eenzaamheid

Minder kinderen ervaren huiselijk geweld

Meer inwoners hebben een goede mentale gezondheid

Meer inwoners leven in een veilige leefomgeving

Meer bedrijven zetten zich in voor kwetsbare inwoners

Inwoners wonen in een gezonde en cultuurrijke leefomgeving

Meer inwoners voelen zich verbonden met elkaar en de Krimpenerwaard

Meer inwoners vinden elkaar sneller en makkelijker voor hulp in hun omgeving

Meer inwoners wonen zo lang en zelfstandig mogelijk in de eigen omgeving

Voorzieningen zijn voor iedereen fysiek toegankelijk

Meer inwoners kunnen zich naar wensen en vermogen ontplooien

Minder inwoners ervaren financiële drempels om mee te doen in de samenleving

Meer inwoners hebben duurzaam betaald werk of participeren

Meer inwoners beheersen basisvaardigheden en hebben kennis van de Nederlandse samenleving

De vaccinatiegraad binnen de gemeente neemt toe

Meer inwoners ervaren de fysieke omgeving als positief

Minder huishoudens in de Krimpenerwaard moeten rondkomen van een laag (minima) inkomen

Meer nieuwkomers gaan binnen 4 jaar aan het werk

Meer mensen maken gebruik van de minimaregelingenwaar ze recht op hebben

Veerkracht

Leefstijl

Mentale gezondheid

Sociale leefomgeving

Fysieke leefomgeving

Sociaal economische status

Lichamelijke gezondheid

Zorggebruik

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 25

6 Hoe gaan we verder? Maatschappelijke agenda Dit integraal beleidskader vormt het uitgangspunt voor de maatschappelijke agenda (MAG). In deze MAG worden de uitdagingen waarvoor we staan en de beoogde doelen uitgewerkt in concrete inspanningen. Het behalen van de gestelde doelen in dit beleidskader vraagt samenwerking met onze inwoners en (maatschappelijke) organisaties. We vormen immers samen het sociaal domein. In samenspraak met inwoners en (maatschappelijke) partners wordt de MAG opgesteld als vervolg op dit IBK. Aan de inspanningen/activiteiten uit de MAG worden prestatie indicatoren gekoppeld waardoor we kunnen volgen of onze inspanningen ook het gewenste effect hebben. Datagedreven sturing We willen ontwikkelingen in het sociaal domein beter leren begrijpen en daarop kunnen inspelen. Op een zo effectieve en efficiënt mogelijke manier. We hebben daarvoor data nodig die ons daarbij helpt. Daarbij vullen tellen en vertellen elkaar aan. We willen niet alleen de cijfers weten, maar ook het verhaal achter de cijfers. Met behulp van deze data wordt het mogelijk om datagedreven te werken en sturen binnen het sociaal domein. Het ontwikkelen van monitorings- en sturingsinformatie zal in de eerste plaats gericht zijn op de te realiseren doelen en de door de raad geformuleerde maatschappelijke effecten zoals opgenomen in dit IBK en de uitgangspuntennotitie van de raad.

Een volledig overzicht van de effecten en doelen is verwerkt in de vorm van een doelenboom. Soms zijn in dit IBK al subdoelen (indicatoren) benoemd ter verduidelijking van een beoogd effect of doel. Deze zijn eveneens opgenomen in de doelenboom. Bij het opstellen van de MAG wordt de doelenboom aangevuld met concrete (meetbare) indicatoren. Daarvoor benutten we de deskundigheid van onze partners. Eigenaarschap voor het behalen van de doelen wordt hiermee verdeeld tussen gemeenten en partners.

Beleidsmonitor In de P&C cyclus worden de resultaten verantwoord op het niveau van de doelen. Zoals aangegeven vullen tellen en vertellen elkaar aan binnen datagedreven sturing. Naast de voortgang in P&C cyclus leveren we jaarlijks een beleidsmonitor/kwaliteitsmonitor aan, waarin beschikbare data wordt geduid en de samenhang tussen de beschikbare data in beeld wordt gebracht. Op het moment van schrijven van dit IBK is nog geen geschikte (BI) tool voorhanden om alle gewenste data aan elkaar te koppelen. Een eerste kwaliteitsmonitor kan na het vaststellen van de maatschappelijke agenda door de gemeenteraad worden verwacht. Deze kwaliteitsmonitor vervangt afzonderlijke voortgangsrapportages binnen het sociaal domein. Financiële kaders voor de komende jaren In de huidige programmabegroting is het taakveld sociaal domein opgenomen, waarin het grootste gedeelte van de beschikbare budgetten wordt weergegeven. Echter zijn er ook uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld sport en cultuur die in andere taakvelden zijn opgenomen. Net als heel veel andere gemeenten in Nederland kampt de gemeente Krimpenerwaard met oplopende financiële tekorten binnen het sociaal domein o.a. door een toenemend zorggebruik en prijsstijgingen. Om de lastenstijging te beïnvloeden zijn in de Programmabegroting 2021 maatregelen opgenomen (versterken procesregie/ doelmatigheid en praktijkondersteuner huisarts (POH).

Daarnaast is de verwachting dat er (aanvullende) keuzes gemaakt moeten gaan worden. Het IBK geeft de kaders en de richting voor de doorontwikkeling van het sociale beleid in gemeente Krimpenerwaard. Belangrijke maatschappelijke opgaven en ambities voor de komende jaren zijn benoemd en zijn helpend bij het maken van financiële keuzes, het uitwerken van scenario’s en gestalte te geven aan de noodzakelijke transformatie binnen het sociaal domein.

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 26

Bijlagen

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 27

1 Notitie gemeenteraad 1. Stelselverandering in het sociale domein De afgelopen jaren hebben in het teken gestaan van grote stelselveranderingen in het sociale domein: de invoering van de Participatiewet, de decentralisatie van de jeugdzorg (en de invoering van passend onderwijs) (Jeugdwet) en de overgang van een groot deel van taken uit de AWBZ naar de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor taken die zij voorheen niet hadden en hebben (veel) vrijheid bij de keuzes die zij maken om deze ondersteuning vorm te geven. De decentralisaties zijn in eerste instantie ingezet om zorg en ondersteuning voor burgers beter en overzichtelijker te regelen. Daarnaast wordt hiermee invulling gegeven aan de maatschappij die zich ontwikkelt van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij. De gedachte dat alles wordt geregeld door de overheid verschuift naar de overtuiging dat meer eigen regie en meer eigen verantwoordelijkheid bij de burger uiteindelijk beter is voor die inwoner en samenleving. En verder was er een financiële reden voor verandering – er is minder budget dan voorheen beschikbaar. 2. Van transitie naar transformatie Met deze transities kreeg de gemeente als meest nabije overheid de verantwoordelijkheid voor bijna de hele maatschappelijk ondersteuning aan haar inwoners.

Voor de gemeente Krimpenerwaard lag de focus in de beginperiode met name op het goed borgen van de transitie (de nieuwe taken) van de WMO, Jeugdwet en Participatiewet. Doel van deze transitie was om snellere en betere ondersteuning aan kwetsbare inwoners te leveren, waardoor mensen zoveel mogelijk mee kunnen doen in de maatschappij en zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. De eerste jaren is vooral ingezet op continuering van de zorg.

De transformatie die in het kader van deze wetten ook moet plaatsvinden ziet op de noodzakelijke cultuurverandering (in houding en gedrag) rondom zorg en hulpvragen van inwoners. Het programma ‘Iedereen kan meedoen’ heeft daartoe een eerste aanzet gedaan. Het programma is inmiddels beëindigd en lopende projecten zijn ondergebracht in de lijnorganisatie (project Preventieteam (voorheen Integrale Ingang) en project Kanswaard).

Het college legt periodiek verantwoording af aan de raad. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een kwaliteitsmonitor waarin meetbare indicatoren zijn opgenomen die zijn afgeleid van beleidsmaatregelen. De uitgangspunten en kaders bieden een houvast voor toetsing en een houvast voor het gesprek met het college over de voortgang op de realisatie van die maatregelen. Die rolverdeling staat in onderstaand plaatje uitgewerkt.

Kern van de transformatie is dat er een verandering wordt bewerkstelligd van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ door samen met partners in het sociaal domein te zoeken naar manieren om het gewone leven te versterken en naar meer preventieve en lichte vormen van ondersteuning als alternatief voor specialistische zorg. De raad beschouwt het opzetten van een Preventieteam als een belangrijk middel hierbij.

Kern opdracht

3. Rollen van de raad In deze notitie geeft de raad de uitgangspunten en kaders weer waaraan het college nadere uitwerking kan geven in een integraal beleidskader Sociaal Domein. Daarmee geeft de raad vooraf sturing en richting. Die sturing is op hoofdlijnen. De raad pakt daarmee zijn rol als opdrachtgever conform de aanbevelingen van de Raad voor het openbaar bestuur. De concrete keuzemogelijkheden worden door het college uitgewerkt. Vanzelfsprekend laat de raad zich op afgesproken tijden informeren over enerzijds die keuzes en anderzijds de uitvoering in de praktijk om haar controlerende taak goed te kunnen uitvoeren. Daarvoor laat ze zich ook informeren door betrokken partners in het uitvoeringsproces en door inwoners die een zorg- of hulpvraag hebben dan wel client zijn.

Wat willen we: Maatschappelijk effect Raad

Kernwaarden

Waarvoor staan we: Uitgangspunten

Wat moeten we doen: Aanpak en hoe meten we dat

Strategie

College KPI’s / doelstellingen

Resultaten

Mensen

Middelen

Scenario’s / Actieplannen

Structuur

Cultuur

Ketens

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 28

1

4. Totstandkoming Deze notitie is tot stand gekomen in overleg tussen de woordvoerders sociaal domein van de verschillende fracties en weerspiegelt de consensus die daarin bereikt kon worden.

B. Professioneel: er is sprake van veilige, professionele ondersteuning met aandacht voor maatwerk; de houding van professionals is transparant, vraaggericht, invoelend, flexibel, integraal en communicatief.

5. Kaders/Uitgangspunten en Voorwaarden Voor de raad zijn onderstaande kaders, uitgangpunten en voorwaarden leidend voor de totstandkoming van een Integraal Beleidskader Sociaal Domein voor de gemeente Krimpenerwaard.

De raad ziet dit uitgangspunt graag vertaald in beleid dat zorgt voor korte doorlooptijden, duidelijke communicatie en samenhang (één gezin, één plan, één regisseur). De uitdaging zit erin dat we van professionals vragen om te doen wat nodig is en zich niet te verschuilen/laten beperken door wet- en regelgeving. Dit vraagt dat vertrouwen en creativiteit centraal staan en niet de protocollen. Uiteraard moet de professional zich houden aan protocollen en convenanten, waarin privacy en samenwerkingen zijn vastgelegd. De professional moet zich gesteund weten in zijn keuzes op de werkvloer om maatwerk te bieden waar dat nodig is; regels moeten niet knellen. Doen wat we zeggen en zeggen wat we doen in resultaatgerichte hulpverlening!

A. Inwoner staat centraal De transformatie is gebaseerd op meer betrokkenheid en inbreng van alle inwoners: het zelfoplossend vermogen en de zelfredzaamheid (bv ‘in eigen kring’ of op wijkniveau) worden ondersteund, juist om te voorkomen dat de inwoner client wordt. Tegelijkertijd beseffen we dat niet iedere inwoner in staat zal zijn om zelf initiatief te nemen. Voor deze groep inwoners is extra aandacht en begrip. Om dichtbij de inwoner te blijven is kleinschaligheid, wijkgericht werken en een laagdrempelige toegang essentieel. Ook als er zorg wordt ingezet, moet het streven erop gericht zijn om bij langdurige zorg de regie te beleggen bij één persoon (bijv. JIM-methodiek) of hulpverlener (huiarts/poh, wijkverpleegkundige, welzijnsmedewerker, medewerker sociaal team/maatschappelijk werk) die structureel bij de client betrokken is en in diens netwerk een plaats heeft of krijgt. Specialistische zorg is tijdelijk en ligt buiten dit structurele netwerk en dient derhalve bij voorkeur niet de regie te hebben. De raad vraagt het college met maatregelen te komen die dit realiseren dan wel bevorderen. Waarden: Respect, Verbinding, Eigen verantwoordelijkheid

Waarden: Betrouwbaar, Resultaatgerichtheid, Vertrouwen C. Samen werken: gemeente en partners werken structureel en opbouwend samen – naar buiten gericht met oog voor verschillen, denkend vanuit oplossingen.

onderling en tussen instellingen en klanten. Belangrijk is dat er minder strakke regels en protocollen zijn om optimale dienstverlening te bieden. Wees kritisch op de ‘keten kluwen’ en doe wat nodig is! En ook: voorkom overlap in aanbod van de verschillende partners. Waarden: Vertrouwen, Verbinding D. Basis op orde: processen en beleid zijn op orde. Conform wettelijke vereisten zijn zaken in instellingen en bij zorgaanbieders op papier en processen en beleid in orde (denk aan: scholing, certificering, klachtenregeling, meten van resultaten, contracten wetmatig etc.) Dat lijkt vanzelfsprekend, maar te vaak is het dat niet. De raad verwacht maatregelen en beleid om willekeur te voorkomen en te zorgen dat de overheid als betrouwbare en consistente partner beschouwd wordt. We willen meten wat er gebeurt en of het goed gebeurt. Daarom vraagt de raad het college met een kwaliteitsmonitor te komen waarmee de raad op inhoud (worden resultaten bereikt en wordt vooruitgang geboekt) en op proces (verlopen de stappen conform planning) zijn controlerende rol kan uitoefenen. Waarde: Betrouwbaar

De raad geeft mee dat ze van het college regie verwacht om te zorgen dat de ketenpartners niet tegenover elkaar (komen te) staan, maar gezamenlijk aan dezelfde opgaven werken. Het mag niet zo zijn dat inwoners de dupe worden van onvoldoende afstemming en van het kastje naar de muur worden gestuurd. Het gaat hier om samenwerking op meerdere niveaus: tussen ambtenaren onderling, tussen ambtenaren en instellingen, instellingen of zorgaanbieders/hulpverleners

E. Balans tussen adequate ondersteuning en draagkracht van de samenleving. De zelfstandigheid en het meedoen wordt begrensd door redelijkheid en wenselijkheid; zowel gezien vanuit de client als de samenleving. Wat je van de rest van de samenleving kunt vragen (zowel qua inzet als qua financiering) is immers niet oneindig. Op individueel niveau geldt dat er sprake is van rechten én plichten. Waarde: Realistisch

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 29

1

F. Het bieden van adequate ondersteuning en zorg is leidend binnen de afgesproken en nader af te spreken financiële grenzen De raad meent dat bij integraal werken past dat het (voor het sociale domein) beschikbare budget ontschot wordt ingezet. Dat betekent dat afhankelijk van behoefte en noodzaak er geschoven kan worden tussen beleidsterreinen; er geschoven kan worden tussen investeren in eigen kracht, preventieve inzet, toegang en ondersteuning en maatwerkvoorzieningen. De wetgeving laat dat ook toe.

6. Maatschappelijk effecten De raad ‘droomt’ ervan te zien dat het ‘bruto nationaal geluk’ van de inwoners van de Krimpenerwaard groter wordt. Dat betekent concreet voor het sociaal domein het volgende:

Meer inzetten op signaleren, preventie en collectief aanbod kan bv leiden tot minder gebruik van maatwerkvoorzieningen en dat is meestal goedkoper.

Inwoners zijn zelfredzaam, dat betekent voor de raad: - Méér inwoners zijn in staat om op eigen kracht in hun levensonderhoud te voorzien - Méér inwoners zijn in staat op eigen kracht hun huishouden te organiseren - Méér inwoners hebben vaardigheden om te kunnen omgaan met sociale, fysieke en emotionele problematiek - Méér inwoners kunnen zich naar wens en vermogen ontplooien

Op individueel niveau zijn de financiën volgend, tegelijkertijd ligt er een opgave om de financiën op beleidsniveau onder controle te houden. De raad vraagt het college om een aantal ambitieniveaus met bijbehorende streefbedragen uit te werken en als keuze aan de raad voor te leggen. De hoogte van het gekozen streefbedrag is – op de afgesproken momenten in de P&C cyclus- onderwerp van gesprek tussen college en raad.

Inwoners doen mee naar vermogen, dat betekent voor de raad: - In iedere buurt, wijk of dorp doen inwoners mee van betaald werk tot maatschappelijke participatie - Het probleemoplossend vermogen van inwoners verbetert (minder inwoners/cliënten tussen wal en schip)

Waarde: Resultaatgerichtheid G. Kaders veranderen mee Verantwoordelijkheden, wetsuitleg en budgetten veranderen in snel tempo – aan gemeenten om deze verantwoord, efficiënt en effectief te laten landen en in te spelen op verwachtingen en wensen. Kaders veranderen mee. In financieel opzicht betekent dit ook dat verdere ontwikkeling nodig blijft: inzetten op verschuiving van maatwerkvoorzieningen naar collectieve activiteiten, sterke inzet op preventie en vroegsignalering, afspraken maken over resultaatgerichte ondersteuning en efficiencywinst bereiken door goede samenwerking met partners.

Inwoners zijn zoveel mogelijk zelfredzaam en samen-redzaam, dat betekent voor de raad: - Inwoners vinden elkaar sneller en makkelijker voor hulp in hun omgeving - Ze leven en wonen langer gezond en veilig in hun eigen omgeving De raad wil de voortgang op het bereiken van deze maatschappelijke effecten kunnen volgen via de kwaliteitsmonitor als beschreven in paragraaf 5 en verwacht dat het college extra aandacht zal geven aan trends en problemen die kenmerkend zijn voor de gemeente in de uitwerking van het integraal Beleidskader Sociaal Domein.

Jeugdigen hebben gelijke kansen voor een optimale ontwikkeling, dat betekent voor de raad: - Jongeren kunnen genieten van hun jeugd - Voelen zich thuis veilig - Groeien op in een kindvriendelijke woonomgeving - Voelen zich verbonden met buurt, wijk of dorp door participatie in het verenigingsleven - Leren om te gaan met sociale, fysieke en emotionele problematiek 7. Integraal betekent.. Een beleidskader sociaal domein gaat verder dan alleen WMO, Jeugdwet en Participatiewet. Het sociaal domein gaat over alles wat inwoners in directe bestaan raakt. Dus college: haak aan bij en zoek de samenhang met gezondheid, fysieke leefomgeving, wonen, onderwijs, sport, cultuur en veiligheid. Door deze benadering hanteert de gemeenteraad één overkoepelend beleidskader. Afzonderlijke nota’s op deelbeleidsvelden zijn daardoor niet altijd meer nodig. 8. College aan zet De raad verzoekt het college deze uitgangspunten kaders uit te werken in het Integraal Beleidskader Sociaal Domein (IBK SD) en deze ter instemming aan de raad voor te leggen. Daarbij is, wat de raad betreft, ook ruimte voor regionale afstemming en/of samenwerking. De visie die de raad in deze notitie neerlegt is vaak nog algemeen of abstract – dat is deels eigen aan ‘sturen op hoofdlijnen’.

De raad zou graag zien dat het college in de uitwerking de lokale inkleuring geeft waardoor een eigen Krimpenerwaardse aanpak tot stand komt gericht op het bereiken van resultaten in de uitvoering. Geamendeerd vastgesteld op 15 december 2020 Behorend bij raadsbesluit nummer 193118747/18752 Griffier, Burgemeester,

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 30

2 Waarden Vertrouwen Er is een positieve cultuur tussen inwoner en gemeente (en instellingen) met wederzijdse waardering en zonder vooroordelen. We hebben respect voor elkaar. Daarbij hoort ook vertrouwen dat de burger en haar /zijn netwerk zelf tot oplossingen (kunnen) komen. Wat merkt de inwoner hiervan? Ik word serieus genomen en ik neem de ander serieus. Er wordt naar mij geluisterd en ik luister naar de ander. Besluiten worden in samenspraak met mij genomen. Ik verwacht dat de ander handelt op een manier die mij niet benadeelt. Wat betekent het voor de organisatie? We luisteren onbevooroordeeld naar de inwoner. We zijn professioneel, geduldig, open en zonder oordeel (zie ook respect). We zetten in op relatie én inhoud. We laten behoeften en wensen van de inwoner leidend zijn bij het nemen van besluiten. Betrouwbaar De gemeente zegt wat ze doet en doet wat ze zegt. Een gemeente waarop je daadwerkelijk kunt vertrouwen en die haar afspraken nakomt. De gemeente, maatschappelijke partners/organisaties en de inwoner weten wat ze aan elkaar hebben. Ze kunnen ervan uit gaan dat de ander binnen zijn of haar vermogen naar oplossingen zoekt en veiligheid biedt. Wat merkt de inwoner hiervan? Afspraken worden nagekomen door mij en de ander binnen de afgesproken termijn. Als dit niet lukt, word ik daar tijdig over geïnformeerd.

Ik doe wat ik zeg, en ik zeg wat ik doe, en dat verwacht ik ook van de ander. Er wordt mij eerlijk verteld wat wel en niet mogelijk is. Ik heb zicht op mogelijkheden en het is voor mij duidelijk wat ik zelf kan/moet doen.

Bijlage 2 - Waarden

Wat betekent het voor de organisatie? We doen wat we zeggen, en we zeggen wat we doen. We komen onze afspraken na. Lukt dat niet, dan informeren we de inwoner tijdig hierover. We gaan integer om met informatie van de inwoner. We vertellen wat we gaan doen en wat de inwoner van ons kan verwachten. We geven de inwoner volledige informatie over wat wel en niet mogelijk is. We nemen de omstandigheden mee bij onze beslissingen. (eigen) Verantwoordelijkheid Inwoners hebben zelf regie over hun leven. Ze maken bepaalde keuzes in hun leven en zijn daar zelf verantwoordelijk voor (bijv: scheiding, beginnen van een wietplantage, etc). Ze zijn ook zelf verantwoordelijk voor de oplossing van hun problemen. Zo nodig krijgen ze daarbij ondersteuning vanuit het netwerk of gemeente/maatschappelijke instellingen. Het zelfoplossend vermogen en de zelfredzaamheid worden ondersteund. Die ondersteuning is altijd gericht op het (terug-)krijgen van die regie. Wat merkt de inwoner hiervan? Ik heb de regie bij het zoeken naar een oplossing voor mijn problemen, of word daarin (tijdelijk) ondersteund. Als ik ondersteuning krijg is deze gericht op het vergroten van mijn zelfredzaamheid en het terugkrijgen van de regie. Ik word aangesproken op mijn keuzes, taken en gedrag.

Ik krijg inzicht in duurzame (lange termijn) oplossingen voor mijn hulpvraag en weet wat ik moet doen en wie/wat ik nodig heb om tot die oplossingen te komen.

Resultaatgericht Niet alleen oplossing op korte maar ook op lange termijn: we gaan voor een duurzame oplossing. We maken het niet ingewikkelder dan nodig. De vraag staat centraal , “doen wat nodig is” en “maatwerk”. Acties en beslissingen richten op het bereiken van je doel, ondanks problemen, afleiding of tegenslagen. Wat merkt de inwoner hiervan? Het is voor mij duidelijk aan welke doelen ik werk, wat ik moet doen en wat anderen doen om mij te ondersteunen. Ik word niet van het kastje naar de muur gestuurd. Ik heb één goed bereikbare contactpersoon, die mij motiveert en ondersteunt in het verbeteren van mijn situatie en bereiken van mijn doelen. De doorlooptijden zijn kort en er is samenhang (een gezin, een plan). Wat betekent het voor de organisatie? Op basis van een gezamenlijk plan van inwoner, netwerk en betrokken professionals bepalen we gewenste doelen en resultaten, die concreet en haalbaar zijn. We spannen ons actief in om die resultaten en/of doelstellingen te halen. Bij tegenslagen geven we niet op en houden we de uitgezette lijn voor ogen. We monitoren het proces en sturen bij als dat nodig is. We maken hierbij gerichte en efficiënte keuzes.

Wat betekent het voor de organisatie? We luisteren naar de inwoner en maken samen een plan van aanpak. Daarbij staat centraal wat de inwoner heeft en kan. De wensen en behoeften van de inwoner zijn leidend. We bespreken met de inwoner de gevolgen van keuzes. Steeds kijken we naar de eigen bijdrage van de inwoner om haar of zijn situatie te verbeteren en nemen dat als uitgangspunt bij besluiten.

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 31

2

Verbinding Verbinding is nodig om ontwikkeling te realiseren en van betekenis te zijn. Verbinding ontstaat vanuit gedeelde waarden en een gezamenlijk doel. Verbinding met elkaar is ons veilig voelen bij elkaar en onszelf kunnen zijn. De inwoner, maatschappelijke partners en gemeente werken vanuit die verbinding samen in de ondersteuning van de inwoner. Zo ontwikkelen we optimaal en voegen we, ieder vanuit zijn eigen rol, waarde toe. Wat merkt de inwoner hiervan? Ik ervaar betrokkenheid van de ander bij mijn probleem. Er wordt naar mij geluisterd. Ik heb één aanspreekpunt en hoef maar één keer mijn verhaal te vertellen. Mijn contactpersoon zorgt dat mijn vraag op de goede plek komt. Ik weet wat ik moet doen en wat anderen gaan doen. Alle acties worden op elkaar afgestemd en dragen bij aan het bereiken van mijn doel(en). Wat betekent het voor de organisatie? We werken samen met de inwoner en instanties aan een oplossing. We delen informatie. We vertrouwen op elkaars expertise. We luisteren naar de inwoner en andere betrokkenen. We zijn nieuwsgierig naar elkaar, benaderen elkaar respectvol en bieden ruimte aan de ander. We zijn en blijven in gesprek met alle partijen die bij kunnen dragen aan het welzijn van de inwoner. We voelen ons gezamenlijk verantwoordelijk voor én betrokken bij het vinden van die oplossing.

Respect Waardering hebben voor de kwaliteiten, vaardigheden en/of prestaties van de ander. Vanuit gelijkwaardigheid en zonder oordeel naar situaties kijken. Omzien naar elkaar en vandaar uit rekening houden met de ander. Wat merkt de inwoner hiervan? Ik word serieus genomen op basis van gelijkwaardigheid. Er wordt geen oordeel over mij geveld. Ik krijg de kans om zelf ideeën en oplossingen aan te dragen. Wat betekent het voor de organisatie? We zijn professioneel, geduldig, open en zonder oordeel. We laten de ander in zijn waarde. De houding van de professionals is transparant, vraaggericht, invoelend, flexibel, integraal en communicatief. ook als we de opvattingen van de ander niet delen. We denken mee en sluiten aan bij de ideeën van de inwoner. De professional moet zich gesteund weten in zijn keuzes op de werkvloer om maatwerk te bieden waar dat nodig is.

Het gaat hier om samenwerking op meerdere niveaus: tussen ambtenaren onderling, tussen ambtenaren en maatschappelijke organisaties, maatschappelijke organisaties onderling en tussen maatschappelijk organisaties en inwoners.

Bijlage 2 - Waarden

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 32

3 Uitgangspunten Schulddienstverlening – Wgs De gemeente voert regie Er is eenduidige en laagdrempelige toegang voor SDV. Alle inwoners kunnen in de gemeente Krimpenerwaard op één centrale plek terecht voor vragen over hun financiële situatie. Door SDV wordt geïnventariseerd wat een inwoner nodig heeft, wordt informatie en advies gegeven en regie gevoerd. Afhankelijk van de benodigde instrumenten worden inwoners doorgeleid naar lokale ketenpartner(s) voor aanvullende ondersteuning. Gezamenlijk wordt op een kwalitatieve manier in het volledige scala aan basisvoorzieningen op het gebied van SDV voorzien. Door begeleiding, preventie en vroegsignalering realiseren we een duurzaam effect Naast de technische instrumenten van een traject SDV zijn ook van belang: begeleiding, preventie en vroegsignalering. Begeleiding heeft altijd het doel om de klant te ondersteunen in zijn situatie, de zelfredzaamheid te bevorderen, vaardigheden aan te leren en duurzame gedragsverandering teweeg te brengen. Preventie is gericht op allerlei doelgroepen en gericht op het ontwikkelen van gezond financieel gedrag. Bij vroegsignalering doelen we op de periode tussen het moment van het ontstaan van de schulden en het moment dat de schuldsituatie echt problematisch is.

Wanneer de dreigende schuldenproblematiek eerder bekend is, kunnen huishoudens eerder bij hulpverleners in beeld komen, waardoor er sneller, effectiever en vaak ook goedkoper hulp kan worden geboden. De gemeente Krimpenerwaard richt zich op de vroegsignalering in de vaste lasten, startende in januari 2021. Integrale dienstverlening: we kijken naar alle levensdomeinen en passen maatwerk toe Het wegnemen van oorzaken en/of omstandigheden waardoor problematische schulden ontstaan, is (vaak) essentieel om de situatie van de inwoner structureel te verbeteren. Voor een groot deel van de schuldenaren is het puur technisch afhandelen van de schuldenproblematiek immers geen duurzame oplossing. Daarvoor dient de zelfredzaamheid van de schuldenaar te worden vergroot. Deze zelfredzaamheid

Bijlage 3 - Uitgangspunten Schulddienstverlening – Wgs

ontstaat niet van vandaag op morgen, maar is wel het duurzame einddoel van de SDV. Om op dat punt te komen zal in veel situaties ondersteuning nodig zijn, in de vorm van bijvoorbeeld cursussen, begeleiding en/of coaching en nazorg. Iedere inwoner die zich in de gemeente Krimpenerwaard voor SDV meldt krijgt dan ook een aanbod dat is toegespitst op zijn individuele situatie. De klantsituatie wordt bij de intake integraal bezien: er wordt niet alleen gekeken naar de financiële situatie, maar ook naar de andere leefgebieden en het gedrag. Autonomie is een belangrijk aspect binnen schulddienstverlening, er wordt gekeken naar oplossingen die ook passen bij de wensen van de klant. We zorgen voor een laagdrempelige toegang Door het oprichten van een Helpdesk geldzaken weten inwoners waar ze moeten zijn voor hun vragen over geldzaken. De Helpdesk geldzaken verricht een kort vooronderzoek, lost eenvoudige problematiek -waar mogelijk- meteen op of plant een intake in voor de consulent SDV. De intake met de consulent SDV vindt bij voorkeur binnen 5 werkdagen plaats, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijn van 4 weken. We leveren kwaliteit: deskundige dienstverlening en korte doorlooptijden Inwoners met problematische schulden verkeren veelal in een zeer kwetsbare positie. Een kwalitatieve dienstverlening is dan ook van groot belang.

Schulddienstverlening betreft complexe, juridische materie waarmee tal van wetten, regelgeving en samenwerkingspartners gemoeid zijn. Daarom worden voor de uitvoering van SDV medewerkers ingezet die over deze specifieke expertise beschikken en hier ervaring in hebben. Kwaliteit hangt samen met kennis, maar ook met doorloop- en afhandelingstijden. Als trajecten van schuldenaren onnodig lang blijven liggen, komen zij onherroepelijk dieper in de problemen. In de gemeente Krimpenerwaard streven we ernaar om de doorlooptijden zo kort mogelijk te houden.

Kwaliteitsborging De schulddienstverlening in de gemeente Krimpenerwaard wordt uitgevoerd conform de Wgs, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de intern vastgelegde werkprocessen. Deze werkwijze borgt een uniforme uitvoering en daarmee rechtszekerheid voor de inwoners .De gemeente Krimpenerwaard conformeert zich aan de richtlijnen en gedragscodes van de NVVK. Op uitvoerend niveau beschikt het team SDV over een kwaliteitsmedewerker. Deze bewaakt de kwaliteit en een uniforme werkwijze van de uitvoering. Gezinnen met minderjarige kinderen Zowel binnen het Minimabeleid als bij SDV gaat er speciale focus uit naar kinderen die opgroeien in armoede. Landelijk leeft bijna een op de acht kinderen in armoede. Opgroeien in een gezin met een lage sociaaleconomische status hangt samen met een verminderde werking van systemen voor taalverwerking, werkgeheugen, cognitieve controle, geheugen en ruimtelijk inzicht. Alle kinderen verdienen dezelfde kansen en hebben het recht om zo zorgeloos mogelijk op te groeien. Daarom stellen we in de gemeente Krimpenerwaard dat gezinnen met kinderen prioriteit hebben. Als een inwoner met financiële problemen zich meldt voor schulddienstverlening, wordt er direct gevraagd of er ook kinderen binnen het gezin woonachtig zijn.

Als dit het geval is, wordt er uiterlijk binnen 5 werkdagen contact opgenomen en een brede uitvraag gedaan naar de omstandigheden van het gezin. Daar waar de consulent de indruk heeft dat het CJG en/of AMW het gezin en de minderjarige kinderen in een dergelijke stressvolle tijd kan ondersteunen, zal deze ondersteuning direct worden aangeboden en met de ketenpartners georganiseerd. De aanvraag SDV zal parallel worden behandeld. Ook bekijkt de consulent welke regelingen vanuit het minimabeleid ingezet kunnen worden binnen dit gezin. Mocht dit niet voldoende zijn dan onderzoekt de consulent wat het gezin nog meer nodig heeft en wordt er maatwerk geboden.

Integraal beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 - 33

1 Praktijkvoorbeelden Stella Stella (7) woont samen met haar ouders en jongere zusje. Haar vader werkt doordeweeks buitenshuis. De moeder van Stella zorgt voor het huishouden en de opvoeding. Stella gaat vaak de discussie aan met ouders en weigert te doen wat er van haar wordt gevraagd. Ze kan buitenproportioneel reageren door te schreeuwen en te schelden. Op school en bij andere mensen laat Stella dit gedrag niet zien. De moeder van Stella ervaart de opvoeding van Stella als zwaar. Ze kampt ook met haar eigen problematiek, het verwerken van nare ervaringen uit het verleden. Veilig Thuis is in het verleden twee keer betrokken geweest in verband met het gedrag van moeder richting Stella. Door breed te kijken naar de situatie en te investeren in moeders veerkracht en het versterken van het netwerk wordt de draagkracht van moeder vergroot. Met de ouders van Stella wordt besproken wat ze zelf kunnen en waar ze hulp bij nodig hebben. Met het vergroten van de draagkracht van moeder wordt zij mogelijk ook gesterkt in haar rol als opvoeder. Wanneer er meer rust is en moeder zit beter in haar vel, kan gekeken worden wat er nodig is voor Stella.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=aee11180-3717-4d12-8b3b-81b674de974f