Eindverslag participatie Omgevingsprogramma Sociale basis en maatschappelijke voorzieningen
Tekst van het document
Eindverslag participatie Omgevingsprogramma Sociale basis en maatschappelijke voorzieningen Voor u ligt het participatieverslag van het participatietraject dat is uitgevoerd om te komen tot een Omgevingsprogramma Sociale basis en maatschappelijke voorzieningen. (oude titel: Nota Maatschappelijke Voorzieningen). Dit verslag beschrijft: 1. Het gevolgde participatieproces; 2. De opbrengsten van de participatie en de verwerking daarvan; 3. Evaluatie van het proces.
1. Gevolgde procedure Het participatieproces was opgedeeld in 2 fases. Waar in de eerste fase de inventarisatie van maatschappelijke voorzieningen centraal stond, richtte de tweede fase zich op het concept omgevingsprogramma Sociale Basis en maatschappelijke voorzieningen.
1e fase participatietraject De gemeente Krimpenerwaard is de totstandkoming van het omgevingsprogramma gestart met het uitvoeren van een inventarisatie naar de huidige maatschappelijke voorzieningen. In fase 1 zijn participanten bevraagd over de opbrengsten en gevraagd naar aanvullingen. Het doel van deze fase was om de opbrengsten van de inventarisatie te toetsen en te achterhalen of er nog elementen werden gemist. In co-creatie met enkele maatschappelijke partners zijn middelen ontwikkeld voor het ophalen van input. (Gro-up jongerenwerk, WelZijn Krimpenerwaard en de Bibliotheek). Het ophalen van de input heeft op de volgende manieren plaats gevonden: • Bewonersenquête • Via het participatieplatform • Raadsbijeenkomst • Gesprek met de Adviesraad Sociaal Domein (ARSD) • Interne sessies met betrokken ambtenaren vanuit verschillende beleidsterreinen • Bijeenkomst met de maatschappelijke instellingen uit de Krimpenerwaard • Input via bezoekers jongerenwerk, bezoekers Welzijnspunten, bezoekers van de Bibliotheek en bezoekers gemeentekantoren (Stolwijk en Bergambacht) In deze eerste fase van het participatietraject hebben er in totaal 633 inwoners, 25 instellingen en 15 collega’s, de ARSD en de gemeenteraad geparticipeerd.
2e fase participatietraject Op basis van de opbrengsten uit de eerste fase van het participatietraject is een concept omgevingsprogramma Sociale basis en maatschappelijke voorzieningen tot stand gekomen. Waar oorspronkelijk in het participatieplan gedacht was dat stakeholders in deze tweede fase zouden kunnen ‘adviseren’ over het op te stellen omgevingsprogramma, bleek het met de opbrengst van fase één mogelijk een vrij voldragen notitie te schrijven. Evaluatie van de eerste participatiefase heeft er dan ook toe geleid tot een bijstelling van ‘adviseren’ naar ‘raadplegen’ op het concept omgevingsprogramma Sociale basis en maatschappelijke voorzieningen. Op elk onderdeel van het programma is gevraagd naar tops, wensen en bedenkingen. Het betreft de onderdelen: Ambities, beoogd minimaal voorzieningenniveau, ontwikkelopgaven en rolneming gemeente. Daarnaast was er ruimte om nog overige opmerkingen te plaatsen. Het ophalen van de input heeft op de volgende manieren plaats gevonden: • Via het participatieplatform • Raadsbijeenkomst • Gesprek met de Adviesraad Sociaal Domein (ARSD) • Formeel advies van de Adviesraad Sociaal Domein (ARSD)
• Interne sessies met betrokken ambtenaren vanuit verschillende beleidsterreinen • Bijeenkomst met de maatschappelijke instellingen uit de Krimpenerwaard • Via de jongerenklankbordgroep In deze tweede fase van het participatietraject hebben in totaal ca. 60 vertegenwoordigers van instellingen, de Adviesraad Sociaal Domein Krimpenerwaard, de gemeenteraad, de jongerenklankbordgroep en ca. 25 collega’s geparticipeerd.
2. Opbrengst en verwerking Opbrengst en verwerking 1ste fase Op basis van de rapportage van de inventarisatie zijn stakeholders geraadpleegd over de uitkomsten. Aanvullingen en correcties die hieruit voortkwamen zijn verwerkt in de eindrapportage Inventarisatie Maatschappelijke Voorzieningen (april 2023) en verwerkt in het omgevingsprogramma in het hoofdstuk trends en ontwikkelingen. Een samenvatting van de input vindt u in bijlage 3 van het omgevingsprogramma.
Opbrengst en verwerking 2de fase Op basis van het door het college vastgestelde concept omgevingsprogramma Sociale basis en maatschappelijke voorzieningen heeft een raadpleging plaatsgevonden. Op elk onderdeel van het programma is gevraagd naar tops, wensen en bedenkingen. Dit heeft circa00 reacties opgeleverd. Bij deze reacties is individueel afgewogen of deze tot een aanscherping of aanpassing in het omgevingsprogramma leiden. Deze afweging is voorgelegd aan de betrokken portefeuillehouders. Onderstaande punten kwamen meerdere keren terug maar zijn niet overgenomen in het omgevingsprogramma en de reden daarvan staat vermeld. Opmerking Openbaar vervoer wordt gemist
Bibliotheekvoorziening voor Vlist en Berkenwouden wordt gemist.
Musea wordt gemist als basisvoorziening
Diverse opmerkingen op detail/uitvoeringsniveau
Reden tot niet overnemen We zien openbaar vervoer als randvoorwaarde voor het behoud dan wel realisatie van vitale voorzieningen en vitale kernen. Echter zien we openbaar vervoer niet als maatschappelijke voorziening op zichzelf. We zijn van mening dat de bibliotheekvoorzieningen in naastgelegen kernen voldoende passend zijn. Voor inwoners van Vlist zijn dat bijvoorbeeld de voorzieningen in Schoonhoven en Haastrecht. Voor inwoners van Berkenwoude zijn dat Stolwijk en Bergambacht. Het college ziet musea weliswaar als voorzieningen die bezoekers en gemeenschappen verrijken maar ziet deze niet als basisvoorziening. Deze opmerkingen worden opnieuw betrokken bij de uitwerking van dit omgevingsprogramma.
De onderstaande punten kwamen meerdere keren terug en zijn overgenomen in het omgevingsprogramma. Opmerking Cultuur verdient stevigere plek
Plek voor ontmoeting van kwetsbare doelgroepen Duidelijke definiëring in tabel basisvoorzieningen (o.a. gericht op sportvoorzieningen en buurtkamer) Gebruik van vakjargon ‘Tenzij’ in ambitie over gemeente is geen beheerder, roept vragen op
Wijze van verwerking Het belang van culturele maatschappelijke voorzieningen als ontmoetingsplek is op diverse plekken extra aangestipt in balans met andere type voorzieningen. Deze specificering is verwerkt in de formulering van de ambitie over laagdrempelige ontmoeting. De tabel is hiero aangepast.
Er is een begrippenlijst toegevoegd Er is een verwijzing gemaakt naar de uitleg van de ‘tenzij’ in het stuk.
De opbrengsten en wijze van verwerking wordt gedeeld met de participanten. De communicatie over het inspraak- en participatietraject wordt afgestemd met de afdeling communicatie.
3. Evaluatie De betrokkenheid vanuit maatschappelijke organisaties, de Adviesraad Sociaal Domein en de ambtelijke organisatie is tijdens het participatietraject groot geweest. Tijdens de eerste fase van het participatietraject is er ook veel respons geweest vanuit inwoners vanuit de bewonersenquête. Het onderwerp sociale basis en maatschappelijke voorzieningen leeft breed, en veel belanghebbenden en betrokkenen hebben hier een mening over. Tijdens het participatietraject hebben we veel waardevolle input opgehaald. Tegelijkertijd moeten we ook concluderen dat een dergelijk traject veel ambtelijke capaciteit kost. Dit heeft er ook mede voor gezorgd dat de oorspronkelijke planning voor het opstellen van dit omgevingsprogramma niet is gehaald. In die planning hadden we in eerste instantie geen rekening gehouden met een participatietraject volgens de Participatieverordening. De organisatie bleek ook niet ingericht te zijn op ondersteunende tools zoals een platform. Een automatiseringsslag voor de verwerking van de input is voor komende trajecten wenselijk. Het is daarbij raadzaam om samen met de adviseur burgerparticipatie te kijken naar de mogelijke middelen/tools op de markt om input op te halen en direct te analyseren (digitaal). Momenteel vind er al een verkenning plaats door de adviseur burgerparticipatie naar mogelijkheden voor een digitaal platform.
Aandachtspunt daarbij is om er bij de werkvormen van participatiebijeenkomsten op te letten dat dit wel toegankelijk moet blijven, ook voor minder digitaal vaardigen. Bijvoorbeeld door gespreksleiders input te laten noteren (digitaal), indien nodig. Daarnaast werd de gevraagde input in de tweede fase als zeer omvangrijk ervaren en doorspekt van veel ambtelijk jargon. Voor komende trajecten is dit een aspect om rekening mee te houden en in afstemming met de afdeling communicatie en de adviseur burgerparticipatie een toegankelijke vorm voor de bedenken.