CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief ontwerp omgevingsprogramma Warmtetransitie

Oordeelsvorming R&F (RZ) 7 mei 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Presentatie en gelegenheid tot het stellen van technische vragen16.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

DEFINITIEF ONTWERP

Omgevingsprogramma Warmtetransitie 2024-2030

20 maart 2024

Inhoud Samenvatting

4

1.

6

2

3

4

Inleiding 1.1

Van pionieren naar opschalen in de warmtetransitie

7

1.2

Rol van de gemeente in de energietransitie

7

Conclusie Warmtevisie en (tussen)herijking van de koers. 2.1

Gemeentebrede contingenten aanpak

9

2.2

Herijking warmtevisie en - omgevingsprogramma in 2026

10

2.3

Wat doet de gemeente nu al om de warmtetransitie te versnellen?

10

Opzet en het proces van het opstellen van dit Omgevingsprogramma Warmtetransitie

11

3.1

Opzet

11

3.2

Het proces: ambtelijk en met externe belanghebbenden

11

Gemeentelijke doelstellingen warmtetransitie gebouwde omgeving tot 2030 4.1

5

8

Aardgasverbruik gebouwde omgeving door woningen het hoogst

12 12

4.2 Focus omgevingsprogramma: de doelstellingen voor woningen 4.2.1 Gemeentelijke aardgasreductiedoelen voor woningen 4.2.2 Doelen Nationaal Isolatieprogramma voor woningen 4.2.3 Gemeentelijke doelen woningen vertaald naar resultaten 4.2.4 Wat is er nodig om de doelen te halen?

14 14 15 16 18

4.3 De doelstellingen voor bedrijven en gemeentelijk vastgoed 4.3.1 Bedrijven 4.3.2 Gemeentelijk vastgoed

18 18 18

De Negen Actielijnen van het Omgevingsprogramma 5.1

20

Doelgroepgerichte en gebiedsgerichte aanpak

20

5.2 Actielijn 1: Grondgebonden koopwoningen met extra aandacht voor slecht scorende energielabels. 21 5.2.1 Ontwikkelen en uitvoeren Lokale Aanpak Isolatie Koopwoningen voor koopwoningen met slecht scorende energielabels. 21 5.2.2 Collectieve advies- en inkoopactie voor grondgebonden koopwoningen 21 5.2.3 Activeringscampagne (zie ook 5.11.2.1) 22 5.2.4 Financiële ontzorging woningeigenaar 22 5.2.5 Inzet Energiecoaches 23 5.3 Actielijn 2: Aanpak Energiearmoede 5.3.1 Stimuleren (kleine) energiebesparende maatregelen: 5.3.2 Energiecoaches 5.3.3 Inzet energiearmoede middelen voor lokale isolatiesubsidie 5.3.4 Samenwerking met woningcorporaties

24 25 25 25 25

Omgevingsprogramma Warmte | 2

5.4

Actielijn 3. Monumenten en beschermd stadsgezicht

26

5.5

Actielijn 4: Vereniging van Eigenaren (VvE)

29

5.6 Actielijn 5: Woningcorporaties 5.6.1 Opgave woningcorporaties 5.6.2 Acties

30 31 32

5.7

33

Actielijn 6: Particuliere verhuurders.

5.8 Actielijn 7: Bedrijven 5.8.1 Rolverdeling 5.8.2 Wetgeving 5.8.3 Servicepunt Energietransitie Bedrijven (SEB)

33 33 34 34

5.9 Actielijn 8: Maatschappelijk Vastgoed 5.9.1 Gemeentelijk maatschappelijk vastgoed (124 gebouwen) 5.9.2 Overig maatschappelijk vastgoed

35 36 37

5.10 Actielijn 9: Gebiedsgerichte aanpak 38 5.10.1 Kleinschalig collectieve warmteoplossingen 39 5.10.2 Netverzwaring en lokale afstemming van vraag en aanbod van energie 39 5.10.3 Aansluiten bij lokale dynamiek, belangen, wensen en mogelijkheden van de kernen en (buiten) gebieden 39 5.10.4 Verkennen van een gebiedsgerichte aanpak 40 5.11 Actielijn 0: Programmamanagement en scheppen randvoorwaarden 5.11.1 Programmamanagement 5.11.2 Scheppen randvoorwaarden 6

Organisatie van het omgevingsprogramma

41 41 41 47

6.1

Planning 2024

47

6.2

Opzet uitvoeringsorganisatie

47

6.3

Meerjarenbegroting omgevingsprogramma

48

6.4

Beschikbare middelen

49

Omgevingsprogramma Warmte | 3

Samenvatting Sinds de energiecrisis van 2021-2023 is de roep om een rechtvaardige energietransitie, die betaalbaar en zelfs financieel voordelig is voor iedereen, en die ons onafhankelijk(er) maakt van onbetrouwbare regimes, steeds sterker geworden. In dit omgevingsprogramma gaat het om de rol die de gemeente Krimpenerwaard wil gaan spelen in de Warmtetransitie van woningen en andere gebouwen. Concreet gaat het daarbij om de overgang van het gebruik van aardgas(systemen) voor het verwarmen (incl. warm water en koken) van woningen en gebouwen naar het gebruik van fossielvrije energiesystemen zonder uitstoot van CO2. Het omgevingsprogramma Warmtetransitie is een uitwerking van de Warmtevisie uit 2021, In de Warmtevisie zette de gemeente haar koers uit en stelde ze doelen vast voor de Warmtetransitie voor 2030. Dit omgevingsprogramma vertaalt die vastgestelde doelen in te behalen resultaten en in actielijnen per doelgroep. Conclusie Warmtevisie uit 2021 Bij het opstellen van de Warmtevisie in 2021 zijn verschillende alternatieven voor het verwarmen met aardgas onderzocht: elektrisch verwarmen, warmtenetten, groen gas en waterstof. Geconcludeerd is dat het meest haalbare alternatief voor aardgas tot 2030 de overstap is van een cvketel, naar het geheel of gedeeltelijk elektrisch verwarmen door middel van een warmtepomp of een hybride warmtepomp.

Tot 2030 heeft de gemeente Krimpenerwaard er daarom voor gekozen om in te zetten op het elektrisch verwarmen van woningen en gebouwen in combinatie met het stimuleren van energiebesparing door isolatie. Tussen-herijking koers warmtevisie 2023 Dat deze koers van elektrisch verwarmen de juiste is, is bevestigd in een onderzoek dat de gemeente in oktober 2023 heeft laten uitvoeren door een energieadviesbureau. Gemeentebrede doelstelling en -aanpak De gemeente heeft er in haar Warmtevisie voor gekozen een besparingsdoelstelling voor de hele gemeente te stellen, i.p.v. één of meerdere wijken in de gemeente in één keer aardgasvrij te maken. Verwacht wordt dat met een gemeente brede aanpak gericht op isolatie en efficiëntere verwarmingssystemen meer aardgas en CO₂ kan worden bespaard dan wanneer enkele wijken vóór 2030 volledig aardgasvrij worden gemaakt. Doelstelling en te behalen resultaten voor doelgroep woningen Het aardgasverbruik voor het verwarmen van woningen (koop en huur) is in 2030 met 30% verminderd t.o.v. 2021. Waarvan 20% door isolatiemaatregelen en 10% door de overstap van cv-ketel naar verwarmen met een (hybride) warmtepomp. Om deze doelstelling te halen is het nodig dat er tot 2030 jaarlijks zo’n 2.300 isolatiemaatregelen worden uitgevoerd en ca. 500 (hybride) warmtepompen worden geïnstalleerd.

Doelgroepgerichte actielijnen en verkennen van een gebiedsgerichte aanpak In het omgevingsprogramma zijn 9 actielijnen opgenomen. Voor elke doelgroep één en ook een gebiedsgerichte aanpak: 1. Grondgebonden koopwoningen met extra aandacht voor de slecht scorende energielabels 2. Aanpak energiearmoede, gericht op huishoudens in huur- en koopwoningen die het zwaarst getroffen worden door de hoge energielasten

Omgevingsprogramma Warmte | 4

3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Monumenten en beschermd stadsgezicht Vereniging van Eigenaren (VvE’s) Woningcorporaties Particuliere (ver)huurders, deze actielijn zal na 2025 worden uitgewerkt Bedrijven (Gemeentelijk) maatschappelijk vastgoed Verkennen gebiedsgerichte aanpak

Focus op doelgroep woningen Het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving door woningen is het hoogst. Binnen de doelgroep woningen zijn koopwoningen de grootste groep (grondgebonden en Vve’s). Daar valt het meeste impact te halen voor de beoogde aardgasreductie. Helder verhaal met handelingsperspectief voor iedere doelgroep: de roadmap of routekaart De gemeente zorgt voor een helder verhaal, een roadmap, voor alle doelgroepen. Doelgroepen worden uitgesplitst naar het duurzaamheidsniveau van de woning/ het gebouw. Per duurzaamheidsniveau wordt aangegeven welke stappen richting aardgasvrij haalbaar zijn (doel) en wat ervoor nodig is in communicatie, proces en financiering om de doelgroep in beweging te krijgen (aanpak).

Verkennen gebiedsgerichte aanpak De gemeente gaat verkennen of en hoe op gebiedsniveau de warmte/energietransitie versneld kan worden in een participatief en integraal proces met inwoners. Zo ligt het voor de hand om daar waar een kleinschalige collectieve warmte-oplossing de beste oplossing blijkt te zijn, lokaal een participatief proces met inwoners aan te gaan. En ook is een gebiedsgerichte aanpak nodig om de vermogenspiek van het net te verlagen door bijvoorbeeld energieopslag en energie-uitwisseling op lokaal niveau. Bovendien zal het aansluiten bij de lokale dynamiek van de kernen en het meenemen van koppelkansen, naar verwachting bijdragen aan het versnellen van de transitie naar een efficiënt verwarmingssysteem zonder CO2 -uitstoot. Wat is er nodig om de doelen te halen? De hierboven genoemde te behalen resultaten zijn nodig maar op dit moment nog niet realistisch. De gemeente is voor het behalen van deze doelstelling afhankelijk van de actiebereidheid van de verschillende doelgroepen en van landelijke sturing. Verder zal een versnellings- en efficiencyslag moeten plaatsvinden in het verduurzamen van woningen. Om woningeigenaren te stimuleren te investeren in energiemaatregelen is een financiële tegemoetkoming nodig. Daarbij gaat het om inwoners die het financieel gezien het hardst nodig hebben en om woningen waar de meeste energiebesparing te behalen valt.

Met de specifieke uitkeringen van het rijk bedoeld voor deze huishoudens kunnen maar een beperkt aantal woningeigenaren gestimuleerd worden om isolatiemaatregelen te treffen. Tot eind 2026 gaat het in totaal om 724 woningen. Dat betekent dus dat er nog meer financiële middelen nodig zijn om de resterende groep van huishoudens over de streep te trekken/ mee te kunnen laten doen.

Omgevingsprogramma Warmte | 5

1 1.

Inleiding De gemeente Krimpenerwaard heeft in lijn met het Akkoord van Parijs (2015) en het Nationaal Klimaatakkoord (2019) zich als doel gesteld in 2050 klimaatneutraal en aardgasvrij te zijn.1 Klimaatneutraal betekent dat de uitstoot van broeikasgassen in 2050 niet hoger is dan wat er vastgelegd wordt, netto is de uitstoot van broeikasgassen nul. Hier kan energiebesparing en de overstap van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie een belangrijke rol in spelen wat betreft CO² reductie. Hier is een energietransitie voor nodig in de volgende sectoren: de gebouwde omgeving, het elektriciteitssysteem, de industrie, de landbouw en in de mobiliteit. 2 Door de aardbevingen in Groningen, de energiecrisis met als gevolg de stijging van de energieprijzen en de zichtbare effecten van klimaatverandering, is de overgang naar een duurzame (lokale) energievoorziening in een stroomversnelling gebracht. Om onder de 1,5-2 graden opwarming van de aarde te blijven en, minstens zo belangrijk, de betaalbaarheid en leveringszekerheid van energie veilig te stellen, moeten alle zeilen worden bijgezet. Daarbij is de roep om een rechtvaardige energietransitie, die betaalbaar en financieel voordelig is voor iedereen, steeds sterker geworden. In dit omgevingsprogramma gaat het om de rol die de gemeente Krimpenerwaard wil gaan spelen in de Warmtetransitie in de gebouwde omgeving.

Doel van het programma is handelingsperspectief te bieden aan de gemeentelijke organisatie door helder te maken wat de gemeente kan doen om bestaande woning- en gebouweigenaren stappen te laten zetten richting een duurzame warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. De overgang van het gebruik van aardgas(systemen) in woningen en gebouwen naar het gebruik van duurzame/fossielvrije energiebronnen en energiesystemen wordt de warmtetransitie genoemd. We hebben het dan over energiegebruik voor het verwarmen van woningen en gebouwen, het maken van warm kraanwater en voor het koken van eten.3 De gemeente Krimpenerwaard telt 12 kernen en circa 24.700 woningen waarvan zo’n 67% koopwoning, 26% sociale huurwoning en 7% particuliere huurwoning (CBS, 2023). Van de woningen is circa 80% eengezinswoningen en 20% appartementen. Het overgrote deel van de woningen staat in de dorpen (circa 88%) (ODMH, 2023). En het overgrote deel van de woningen betreft laagbouw. Ongeveer 10% (circa 2.674) van alle gebouwen in Krimpenerwaard zijn utiliteitsgebouwen (CBS, 2023). N.B. Energieverbruik voor industriële processen en elektriciteitsopwekking zal mee gaan tellen bij de clusters bedrijven en elektriciteit in het, nog te ontwikkelen, omgevingsprogramma energietransitie van de gemeente.

Warmtevisie Krimpenerwaard 2021 In 2050 zal de gebouwde omgeving volledig emissievrij moeten zijn. In het landelijke coalitieakkoord 2021 is afgesproken om voor alle sectoren samen in 2030 ten minste 55% CO2-emissies te verminderen ten opzichte van 1990 en om te programmeren op 60% CO2-reductie. 3 Bij het bepalen van de scope van het omgevingsprogramma Warmtetransitie is de lijn gevolgd van het landelijke Klimaatakkoord. 1 2

Omgevingsprogramma Warmte | 6

1 Het omgevingsprogramma is een uitwerking van de warmtevisie uit 2021, In de Warmtevisie zette de gemeente haar koers uit en stelde ze doelen vast voor de Warmtetransitie tot 2030. Dit Omgevingsprogramma Warmtetransitie vertaalt die vastgestelde doelen in te behalen resultaten en in actielijnen per doelgroep.

1.1 Van pionieren naar opschalen in de warmtetransitie Voor de uitvoering van het klimaatbeleid komen er extra taken af op de gemeente, die veel vragen van zowel ambtenaren als bestuurders. Daarom ontvangen gemeenten vanuit het rijk in ieder geval tot 2026 extra middelen voor het de uitvoering van klimaatbeleid. De extra middelen maken het mogelijk om vaart te maken en op te schalen met de realisatie van de klimaatdoelen voor 2030 en 2050. Met dit programma zorgt de gemeente ervoor dat de beschikbare middelen voor de uitvoering van klimaatbeleid zo efficiënt en gericht mogelijk ingezet worden.

1.2 Rol van de gemeente in de energietransitie Het is nog zoeken voor gemeenten naar de rol in de energietransitie. Hieronder volgt een opsomming van mogelijke rollen4: - Faciliterend (bijv. marktinitiatieven); - Activerend (via communicatie); - Stimulerend (bijv. financiële stimulering); - Regisserend: o.a. programmamanagement (o.a. dat er focus en ambitie is; zorgen dat er besloten en gedaan wordt; zorgdragen voor het ontstaan van samenwerking; zorgen dat (markt)partijen hun rol goed kunnen invullen); randvoorwaarden scheppen (o.a. dat inwoners onder acceptabele voorwaarden mee kunnen doen). - Uitvoerend: zelf het goede voorbeeld geven met het gemeentelijk vastgoed; - Controle en handhaving van wetgeving.

4 De rol van de gemeente binnen de Energietransitie - Euroforum Blog

Omgevingsprogramma Warmte | 7

22 Conclusie Warmtevisie en (tussen)herijking van de koers5. Bij het opstellen van de Warmtevisie in 2021 zijn verschillende alternatieven voor het verwarmen met aardgas onderzocht. Geconcludeerd is dat het meest haalbare alternatief voor aardgas tot 2030 de overstap is van een CV-ketel naar het geheel of gedeeltelijk elektrisch verwarmen door middel van een warmtepomp of een hybride warmtepomp. Tot 2030 heeft de gemeente Krimpenerwaard er daarom voor gekozen om in te zetten op het stimuleren van een (hybride) wamtepomp of een duurzaam alternatief in combinatie met het stimuleren van energiebesparing door isolatie. Dit heeft te maken met het feit dat de beschikbaarheid van groen gas en waterstof tot 2030 naar verwachting te klein is voor het verwarmen van gebouwen en met de energetische inefficiëntie van waterstof6. Bovendien zijn toekomstige ontwikkelingen van het aanbod van deze alternatieven te onzeker om een alternatief voor aardgas te kunnen zijn. Dit is opnieuw bevestigd in het recent gepubliceerde Nationaal Programma Energiesysteem en in een brief van minister de Jonge.7 8 In de gebouwde omgeving zal de toepassing van waterstof en groen gas beperkt zijn.

Mogelijk biedt het gebruik van waterstof en groen gas lokaal uitkomst voor monumentale of historische panden die niet goed geisoleerd kunnen of mogen worden en dus op een hogere temperatuur verwarmd moeten worden of voor woningen in het buitengebied die niet zijn aangesloten op het gasnet. Ook warmtenetten zijn in de gemeente Krimpenerwaard voorlopig niet haalbaar. Dat is een gevolg van het hoge aandeel laagbouwwoningen in de gemeente, kleine kernen en de lintbebouwing. Hierdoor zijn de kosten voor de aanleg van een warmtenet omgerekend per woning relatief hoog. Daarnaast speelt het ontbreken van omvangrijke (rest)warmtebronnen in de gemeente een belangrijke rol. In het zuidelijk deel van de gemeente zijn als gevolg van grondwaterbeschermingszones bovendien geen mogelijkheden voor ondergrondse opslag van warmte of het winnen van warmte uit de bodem. Welk type warmtepomp het meest aantrekkelijk is om te plaatsen in een woning is afhankelijk van de specifieke situatie. De huishoudens die kiezen voor een hybride warmtepomp zullen na 2030 nog een extra stap moeten maken om hun woning daadwerkelijk aardgasvrij te maken.

Indien er geen of onvoldoende betaalbaar duurzaam gas beschikbaar komt, zullen woningeigenaren richting 2050 alsnog verder maatregelen moeten treffen om middels elektrische Midden- of Laagtemperatuur warmtepompen of andere aardgasvrije oplossingen, hun woning te verwarmen.

Uit een tussen-herijking uitgevoerd door energieadviesbureau Merosch is de in de warmtevisie uitgezette koers van all-electric bevestigd. De tussen-herijking geeft ook aan dat het net de komende jaren verzwaard zal moeten worden, niet alleen vanwege de all-electric warmteinfrastructuur (extra vraag), maar ook vanwege de

Herijking koers warmtetransitie Krimpenerwaard, oktober 2023, Merosch Om hetzelfde aantal gebouwen te verwarmen met waterstof zijn 6 keer zoveel windmolens nodig in vergelijking met een een warmtepomp. Herijking koers warmtetransitie Krimpenerwaard, okt. 2023, Merosch. 7 https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiesysteem/nationaal-plan-energiesysteem 8 Uit Brief Minister de Jonge aan college van B&W d.d. juli 2023: ‘Het is belangrijk om te benadrukken dat waterstof én groen gas, zelfs na 2030, slechts in beperkte mate beschikbaar zullen zijn voor het verwarmen van gebouwen. Mocht u groen gas of waterstof als transitiestrategie in uw Transitie Visie Warmte (TVW) hebben opgenomen, dan adviseren wij u dit voornemen waar mogelijk te wijzigen in een andere duurzame bron.’ 5 6

Omgevingsprogramma Warmte | 8

toename van het aantal laadpalen (vraag en ook opslag) en zon PV panelen (aanbod). Deze toename in vraag en aanbod op het net leidt tot hogere vermogenspieken, omdat de toegenomen vraag en opwek op andere momenten op de dag en in het jaar plaatsvinden. Om deze vermogenspieken te verlagen zijn er verschillende mogelijkheden zoals bijvoorbeeld energieopslag en energie-uitwisseling op gebiedsniveau. De daadwerkelijke netverzwaring wordt pas duidelijk na een uitgebreide doorrekening van de plannen door de netbeheerder.

2.1 Gemeentebrede contingenten aanpak De gemeente heeft er in haar Warmtevisie voor gekozen een besparingsdoelstelling voor de hele gemeente te stellen, i.p.v. een of meerdere wijken in de gemeente in één keer aardgasvrij te maken. 9 Verwacht wordt dat met een gemeente brede (evt. regionale) aanpak gericht op isolatie en efficiëntere verwarmingssystemen voor 2030 meer aardgas en CO₂ kan worden bespaard dan wanneer enkele wijken voor 2030 volledig aardgasvrij worden gemaakt. De opgave wordt gemeente breed, eventueel regionaal en doelgroepgericht opgepakt, zodat vergelijkbare woningen (qua type en bouwjaar) in verschillende gebieden van de gemeente dezelfde benadering krijgen. De benodigde duurzaamheidsoplossing en aanpak hangt immers af van het type woning, het bouwjaar, de gezinssamenstelling en levensfase waarin bewoners zich bevinden. Zo kan een aanpak opgezet worden gericht op een vergelijkbaar contingent aan woningen (zgn. contingentenaanpak10) aan wie een vergelijkbaar aantrekkelijk aanbod gedaan kan worden. Door acties te richten op een zo groot mogelijk aantal gelijksoortige woningen in de gemeente is het bereik groter en kan de uitvoering efficiënter. Daarmee gaan de kosten van de uitvoering omlaag.

Ook kunnen de acties van de gemeente dan aansluiten bij een groter aantal woningeigenaren die op dat moment goede uitgangspunten kennen om maatregelen te nemen om het aardgasgebruik te verminderen of te beëindigen zoals de beschikbaarheid over financiering of spaargeld en de aanwezigheid van natuurlijke momenten zoals verhuizingen en verbouwingen.

Jan 2021 is een Burgerpanel gevraagd naar mening over warmtetransitie. 628 van 979 inwoners vulden de enquête in. Uitkomsten: -belangrijkste randvoorwaarden voor alternatief voor aardgas: betaalbaarheid; duurzaamheid en dat er keuzevrijheid is. Op de vraag te kiezen tussen 2 opties, koos 58% voor 1. Gemeente brede aanpak gericht op isolatie en energiebesparing en 22% had een voorkeur voor optie 2. Het aardgasvrij maken van geselecteerde wijken. 10 Versneld naar klimaatneutrale gebouwde omgeving | TNO 9

Omgevingsprogramma Warmte | 9

2 2.2 Herijking warmtevisie en - omgevingsprogramma in 2026 Uiterlijk eind 2026 stellen alle gemeenten hun zgn. Transitie Visie Warmte 2.0 vast. Daarin maken ze een planning voor het aardgasvrij maken van de woningen en gebouwen en geven ze inzicht in de mogelijke warmteopties. In het ontwerp Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (per 1 jan. 2024) wordt deze Transitie Visie wettelijk verankerd als een verplicht programma onder de Omgevingswet. Dat warmteprogramma zal een belangrijke onderbouwing zijn voor de wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van de energietransitie in de gebouwde omgeving. In het omgevingsplan wordt dan het gekozen alternatief voor aardgas als warmtebron opgenomen. Het wetsvoorstel biedt verder de mogelijkheid om in het gemeentelijke omgevingsplan regels te stellen die het gebruik van gas als warmtevoorziening uitsluiten. Omdat alle betrokken partijen, waaronder netbeheerders, woningcorporaties en gebouweigenaren, tijd nodig hebben om zich voor te bereiden op het duurzame alternatief zal in het omgevingsplan een redelijke termijn gesteld moeten worden tussen de aanwijzing van het gebied in het omgevingsplan en het moment dat het gebied daadwerkelijk van het aardgas gaat. Als richtlijn wordt 8 jaar gehanteerd.

2.3 Wat doet de gemeente nu al om de warmtetransitie te versnellen? In de afgelopen jaren zijn al stappen gezet om de gebouwde omgeving te verduurzamen. -

-

-

•

•

Zo organiseert de gemeente collectieve advies- en inkoopacties, waardoor mensen met een grondgebonden koopwoning een laagdrempelig aanbod van isolatiemaatregelen en zonnepanelen ontvangen en ontzorgd worden. Dit leidt tot 100-200 opdrachten per actie; Ook is er een duurzaamheidslening voor huiseigenaren om energiemaatregelen voor de woning te financieren. Dit heeft tot ruim 100 leningen geleid van in totaal zo’n 1.5 mln. Euro; Daarnaast zijn er Energieklussers ingezet met gratis kleine energiebesparende maatregelen en bespaaradvies aan mensen in zowel huur als koopwoningen die het financieel het hardst nodig hebben. Hierdoor zijn i.s.m. woningcorporaties meer dan 1200 mensen geholpen; De gemeente heeft 11 VvE’s op weg geholpen met een gratis energiescan; Zowel mensen met een huur- als koopwoning kunnen gebruik maken van het advies van een energiecoach om hun woning energiezuiniger en comfortabeler te maken; Voor alle 6 de buitenbaden in de Krimpenerwaard is in 2022 een adviesrapport opgesteld met verduurzamingsmogelijkheden en de financiële opgave. 2 Stichtingen met in totaal 3 buitenzwembaden hebben een aanvraag gedaan voor de stimuleringslening van de gemeente en zijn aan de slag gegaan met verduurzaming.

En er zijn 2 zwembaden die al langer met verduurzamen bezig zijn en zelfstandig de puntjes op de i zetten; De gemeente heeft in de zomer van 2023 bij alle voetbalverenigingen de conventionele veldverlichting door ledverlichting vervangen (waar dat nog niet was gebeurd).

Om de doelen uit de warmtetransitie te halen zal nog meer inzet nodig zijn van de gemeente en andere partijen. Dit omgevingsprogramma laat zien wat er nodig is om de doelen uit de Warmtevisie in praktijk te brengen.

Omgevingsprogramma Warmte | 10

33 Opzet en het proces van het opstellen van dit Omgevingsprogramma Warmtetransitie In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet van dit omgevingsprogramma en het proces van de totstandkoming ervan.

3.1 Opzet •

•

•

• • •

Hoofdstuk 4: De doelen uit de Warmtevisie voor woningen worden vertaald naar te behalen resultaten. Omdat in de gebouwde omgeving het aardgasverbruik in woningen het hoogst is, wordt de doelstelling voor deze doelgroep uitgewerkt in te behalen resultaten. Hoofdstuk 5 (5.1): Er is gekozen voor een doelgroepgerichte benadering. Er zijn verschillende doelgroepen te onderscheiden. De gemeente is voor het behalen van de doelen afhankelijk van de actiebereidheid van deze doelgroepen. Iedere doelgroep vraagt een andere benadering of aanpak. Hoofdstuk 5 (5.2-5.11): Actielijnen bundelen activiteiten gericht op een bepaalde doelgroep. Met de uitvoering van activiteiten binnen een actielijn worden belangrijke stappen gezet om de gewenste doelen te behalen. Dat is altijd in samenwerking met andere teams binnen de gemeente en met externe partijen. De gemeente kan het niet alleen. Daarbij zal waar wenselijk de aansluiting worden gezocht met bijvoorbeeld ruimtelijke en sociale maatschappelijke opgaven. Gestart is met het opnemen van activiteiten voor de jaren 2024 en 2025. In 2026 zal het programma worden geëvalueerd en bijgestuurd. Hoofdstuk 6: Een organisatieoverzicht geeft een beeld van de organisatie van de uitvoering van het programma.

Hoofdstuk 7: In een meerjarenbegroting wordt aangegeven wat de activiteiten gaan kosten en hoe de beschikbare middelen voor de warmtetransitie ingezet worden. Bijlage met Begroting en planning: Een globale planning van 2024 geeft aan het wat en wanneer. Eind 2024 wordt een planning voor 2025 gemaakt.

3.2 Het proces: ambtelijk en met externe belanghebbenden Een omgevingsprogramma staat of valt met een goede samenwerking, zowel ambtelijk als met externe partijen. Daarom is dit omgevingsprogramma in afstemming met collega’s en de volgende externe belanghebbenden opgesteld: Woningcorporatie, Stedin, WaardZaam, de Ondernemerskring Krimpenerwaard, Servicepunt Energietransitie Bedrijven (SEB) en LTO. Daarnaast zijn de Raadswerkgroep Energietransitie, de zgn. Meedenkersgroep van Inwoners, en de Klankbordgroep Jongeren geconsulteerd. In een inventarisatie ronde is in kaart gebracht wat de doelen zijn, welke doelgroepen/actielijnen en welke activiteiten. Hiertoe zijn zowel ambtelijk als met externe belanghebbenden gesprekken gevoerd. In twee consultatierondes zijn collega’s en genoemde externe belanghebbenden gevraagd om feedback te geven op concepten van het omgevingsprogramma.

Omgevingsprogramma Warmte | 11

4 4 Gemeentelijke doelstellingen warmtetransitie gebouwde omgeving tot 2030 In dit hoofdstuk worden de doelen van de landelijke overheid en die van de gemeente Krimpenerwaard benoemd, geprioriteerd en onderbouwd. In de Krimpenerwaard is het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving door woningen het hoogst. Daar kan dus de meeste impact behaald worden. In het nationale Klimaatakkoord is bepaald dat gemeenten de regie krijgen bij het aardgasvrij maken van woningen. Gemeenten krijgen vanuit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) een uitkering (tot in ieder geval 2030) voor het ontwikkelen van een lokale isolatie-aanpak voor koopwoningen. Ook ontvingen gemeenten middelen voor een energie-armoedeaanpak voor koop- en huurwoningen (tot uiterlijk eind 2025 te besteden). Dat zijn de redenen waarom de gasreductie-doelstelling in dit omgevingsprogramma, net als in de Warmtevisie, is uitgewerkt voor de doelgroep woningen. Hierna wordt een onderbouwing gegeven op die focus op de aardgasreductie bij woningen.

4.1 Aardgasverbruik gebouwde omgeving door woningen het hoogst Een belangrijke reden voor de focus in de warmtevisie op de aardgasreductie van woningen is dat woningen verreweg het grootste aandeel hebben in het totale energieverbruik in de gebouwde omgeving van de gemeente en het grootste aandeel in het gasgebruik in de gebouwde omgeving. Een gemiddelde bestaande woning gebruikt ongeveer vier keer meer energie voor verwarming in de vorm van aardgas dan voor verlichting en apparaten in de vorm van elektriciteit. Hieronder wordt dit met een aantal grafieken toegelicht. Voor aanvullende informatie in grafieken wordt verwezen naar de bijlage met data en doelen. Hiernaast is de CO2 uitstoot per sector in de gemeente Krimpenerwaard weergegeven. Te zien is dat de gebouwde omgeving verantwoordelijk is voor 46% van de CO2 -uitstoot en dat daarvan 30% wordt veroorzaakt door aardgas verbruik in gebouwen.

CO2-uitstoot per sector, Krimpenerwaard, 2021 (kton) 20.6, 9%

71.3, 30%

105.2, 45%

4

36.3, 16%

In

grafiek

2

is

het

Grafiek 1. Bron: Klimaatmonitor, 2023. Industrie = industriële processen. Gebouwde omgeving= woningen + utiliteitsbouw.

Gebouwde omgeving - aardgas

Gebouwde omgeving - elektriciteit

Mobiliteit

Industrie

Omgevingsprogramma Warmte | 12

energieverbruik in de gebouwen in Krimpenerwaard verdeeld naar energieverbruik per sector. Woningen hebben verreweg het grootste aandeel in het energieverbruik in de gebouwde omgeving van de gemeente.

Energieverbruik gebouwde omgeving, Krimpenerwaard 1600 1400 1200

TJ

1000 800 600 400 200 0

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Publieke dienstverlening

Woningen (niet temp. gecorrigeerd)

Commerciële dienstverlening

Woningen (temp.gecorrigeerd)

2021

Grafiek 2. Bron: Klimaatmonitor 2023

Het gasverbruik door woningen, bedrijven en publieke dienstverlening is in onderstaande grafiek te zien. Te zien is dat veruit het meeste gasgebruik in woningen plaatsvindt.

Gasverbruik gebouwde omgeving, Krimpenerwaard 40 35

miljoen m3

30 25 20 15 10 5 0

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Woningen (niet temp.gecorrigeerd)

Woningen (temp.gecorrigeerd)

Commerciële Dienstverlening

Publieke Dienstverlening

2021

Grafiek 3. Bron: Klimaatmonitor 2023

Omgevingsprogramma Warmte | 13

4 4.2 Focus omgevingsprogramma: de doelstellingen voor woningen 4.2.1 Gemeentelijke aardgasreductiedoelen voor woningen In de Warmtevisie is de doelstelling voor de doelgroep woningen als volgt vastgelegd: •

Het aardgasverbruik van woningen (koop en huur) in 2030 met 30% verminderen t.o.v. 2021.

Hieronder is de hierboven genoemde doelstelling voor woningen, zoals vastgesteld in de warmtevisie van de gemeente Krimpenerwaard, verder toegelicht en uitgewerkt. In 2009 was het aardgasverbruik van woningen 38,4 miljoen m³ aardgas. In 2020 was dat gedaald naar 32,1 miljoen m3 (temperatuur gecorrigeerd) met name door steeds zuinigere Cv-ketels en isolatie. Dat betekent een daling van 6,3 miljoen m3 ofwel 16% in 11 jaar tijd.11 Deze besparing is vergelijkbaar met de landelijke trend van ca. 12% daling tussen 2010 en 2020. Nu is de ambitie om in 9 jaar tijd in 2030 te komen tot een aardgasreductie van 9,6 miljoen m3 (30%) t.o.v. het gebruik in 2021. Dit betekent een versnelling van de aardgasreductie. In Nederland is in 2022 een kwart minder gas verbruikt dan in 2021 (bron: CBS, 2023). De cijfers voor 2022 laten daarmee het laagste energieverbruik in 50 jaar zien als gevolg van energiecrisis en stijging in aantal huishoudens in energie-armoede. Een belangrijke aantekening hierbij is dat een deel van deze sterke daling daarom ongewenst en tijdelijk is. Het PBL verwacht dat 5 procentpunt van deze daling structureel is vanwege aanhoudend hogere energieprijzen tot 2030 (bron: KEV, 2023)

Trend gasverbruik Krimpenerwaard 40 35

miljoen m3

30

2009-2021: -16%

25 20 15 10

2021-2030: -30%

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

0

2011

5

Aardgasgebruik woningen Krimpenerwaard (temp. gecorrigeerd) Huidige trend 2010-2021 doorgezet Gewenste trend tot 2030 Figuur 1. Bron Klimaatmonitor, 2023. Bewerking: ODMH, 2023.

11 Klimaatmonitor: DASHBOARD - Energieverbruik Gebouwde omgeving - Krimpenerwaard (databank.nl)

Omgevingsprogramma Warmte | 14

4 De aardgasreductiedoelstelling 2030 voor woningen is als volgt opgesplitst in de Warmtevisie:

en

1. Het aardgasbruik voor het verwarmen van woningen in de gemeente voor 2030 met 20% verminderen t.o.v. 2021, door het verbeteren van de isolatie (zowel koop- als huurwoningen).12 2. Het aardgasverbruik voor het verwarmen van woningen met 10% te verminderen door de

overstap, van verwarmen met een Cv-ketel naar verwarmen met een (hybride) warmtepomp (zowel koop- als huurwoningen).13 Ad. 1. Het economische besparingspotentieel van alle woningen in de Krimpenerwaard, zowel huur als koopwoningen, is in de Warmtevisie berekend op gemiddeld 20,8%. Dit besparingspotentieel is een grove inschatting op basis van een aanname in energielabelsprong en bijbehorend energieverbruik. Dit doel kan worden bereikt door woningen beter te isoleren. Ad 2. Een Cv-ketel heeft een levensduur van gemiddeld circa 15 jaar. Tot 2030 zal naar verwachting circa 60% van de Cv-ketel vervangen moeten worden. Een deel van de woning- en gebouweigenaren zal hierbij de overstap maken van verwarmen met een Cv-ketel naar verwarmen met een (hybride) warmtepomp. Zeker als vanaf 2026 de overstap op een (hybride) warmtepomp, of een ander duurzaam alternatief, de standaard wordt. 14 De overstap van Cv-ketel naar verwarmen met een volledig elektrische warmtepomp leidt tot een vermindering van het aardgasverbruik van 100%. De overstap van verwarmen met een Cv-ketel naar verwarmen met een hybride warmtepomp leidt gemiddeld tot een vermindering van het aardgasverbruik tot 60%.

4.2.2 Doelen Nationaal Isolatieprogramma voor woningen Het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) voorziet tot 2030 in een meerjarige aanpak en middelen om woningen sneller, slimmer en socialer te isoleren. Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma is om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode tot en met 2030, met de nadruk op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (label E, F en G). Daarbij is het de bedoeling om elke woning één of meerdere stappen te laten zetten richting de standaard15 voor woningisolatie.

In de Warmtevisie werd als haalbaar doel geacht om in 2030 90% van het economisch besparingspotentieel van 20,8 te hebben gerealiseerd. Dit betekende een besparing op het aardgasgebruik van woningen van 18,7% ten opzichte van 2021. Het economische warmtebesparingspotentieel van alle woningen in de Krimpenerwaard is in de RESvoortgangsrapportage 2023 berekend op 23%. Vandaar dat nu 20% aardgasbesparing als doel is gesteld. 13 Warmtevisie: Indien tot 2030 5% van de woningeigenaren overstapt op verwarmen met een warmtepomp en 10% op 12

verwarmen met een hybride warmtepomp, dan leidt dit tot een vermindering van het aardgasgebruik van 10%. Deze besparingsdoelstelling is in de warmtevisie vervolgens bepaald voor de hele doelgroep woningen, dus zowel koop als huurwoningen. 14 Vanaf 2026 is wetgeving aangekondigd om een (hybride) warmtepomp of een ander duurzaam alternatief de standaard te maken voor woningen waar de Cv-ketel vervangen moet worden en waar dit technisch haalbaar is. Daarbij geldt een uitzondering voor monumenten, voor gestapelde bouw, voor wijken waar een warmtenet wordt gepland en voor woningen waar sprake is van een terugverdientijd van langer dan 7 jaar. 15 Sinds 2021 zijn er landelijke Standaard en Streefwaarden voor woningisolatie. De Standaard is een toekomst vaste standaard die aangeeft welke isolatie nodig is om de woning klaar te maken voor een aardgasvrije warmtevoorziening. De Streefwaarden zijn technische waarden die voor verschillende bouwdelen aangeven wanneer deze bijdragen aan het behalen van de Standaard.

Omgevingsprogramma Warmte | 15

4 Deze aanpak is hierbij in vier verschillende trajecten gedeeld: 1. Lokale aanpak: isoleren van 750.000 koopwoningen (incl. gemengde VvE's) met D, E, F of G- label, i.s.m. gemeenten (gemeenten ondersteunen kwetsbare eigenaar-bewoners). 2. Isoleren van 1 miljoen huurwoningen door verhuurders; 3. Versneld isoleren van 750.000 koopwoningen op eigen initiatief; 4. Samen energie besparen: laagdrempelige maatregelen. Voor trajecten 1 en 4 ontvangt de gemeente een Specifieke Uitkering van het Rijk. In onderstaande tabel zijn de aantallen koopwoningen te zien waarvoor in 2023 en 2024 middelen beschikbaar zijn gesteld voor actielijn 1, de Lokale Aanpak. Deze aantallen moet de gemeente in ieder geval voor einde 2026 halen, om de ontvangen NIP-middelen voor de Lokale Aanpak te behouden. De gemeente Krimpenerwaard moet als onderdeel van de nationale doelstelling voor het einde van 2026 ervoor hebben gezorgd dat 724 koopwoningen 1 of meer isolatiemaatregelen (of ventilatiemaatregelen) heeft getroffen. In onderstaand overzicht is dit aantal gesplitst over de jaren ’23 en ’24, voor de jaren daarna zijn nog geen gegevens bekend.

NIP-doelen Aantal koopwoningen dat 1 of meer isolatieof ventilatiemaatregelen heeft getroffen.

2023

2024

Totaal

547 (vóór einde 2026)

177 (vóór einde 2026)

724

Het NIP is onderdeel van een breder Programma Verduurzaming Gebouwde Omgeving (PVGO). Daarin staat beschreven hoe het rijk werkt aan de randvoorwaarden voor de versnelling. Het gaat om een combinatie van financiële steun2 (zowel subsidie als leningen) en regels, zogenaamde normering, prestatieafspraken, communicatie via een online platform en beleidsmaatregelen voor warmtealternatieven. Er is een landelijk Programma Hybride Warmtepomp met als doel om voor 2030 één miljoen hybride warmtepompen te installeren in Nederland. Het Rijk maakt afspraken met installatiebedrijven en fabrikanten om de installatiecapaciteit uit te breiden en de kosten te verlagen. Ook breidt het Rijk subsidieregelingen uit om de hybride warmtepomp te stimuleren. 16

4.2.3 Gemeentelijke doelen woningen vertaald naar resultaten Om gericht toe te werken naar het behalen van de doelen uit de warmtevisie voor de doelgroep woningen, zijn deze uitgewerkt in per jaar te behalen resultaten en het te behalen eindresultaat in 2030. Het overzicht op de volgende pagina geeft weer hoeveel isolatiemaatregelen en hoeveel hybride en elektrische warmtepompen in totaal benodigd zijn om de doelstelling uit de warmtevisie van de gemeente in 2030 te halen17. Hierbij staat één maatregel gelijk aan één woningdeel zoals dak, vloer of gevel.

Vanaf 2026 is wetgeving aangekondigd om een (hybride) warmtepomp of een ander duurzaam alternatief de standaard te maken voor woningen waar de Cv-ketel vervangen moet worden en waar dit technisch haalbaar is. Daarbij geldt een uitzondering voor monumenten, voor gestapelde bouw, voor wijken waar een warmtenet wordt gepland en voor woningen waar sprake is van een terugverdientijd van langer dan 7 jaar. 17 Het aantal te treffen isolatiemaatregelen is berekend door de te behalen gasreductie doelstelling door isolatie uit de Warmtevisie te delen door de gemiddelde energiebesparing van een isolatiemaatregel (glas, vloer, gevel en dak). 16

Omgevingsprogramma Warmte | 16

4 Het gaat voor koop-en huurwoningen tot 2030 jaarlijks om de uitvoering van zo’n 2.300 isolatiemaatregelen en installatie van ca. 500 (hybride) warmtepompen.18

Doelen Warmtevisie gemeente Krimpenerwaard Aantal isolatiemaatregelen

Aantal (hybride) warmtepompen

Aantal zonnepanelensets (van 10 panelen)

Jaarlijks tot 2021- 2030

2.325

449

502

Totaal tot 2030

20.924

4.038

4.514

Koop en huurwoningen

In bovenstaande tabel staan ook een aantal zonnepanelensets benoemd. Dit aantal zonnepanelensets zou het extra elektriciteitsverbruik van de warmtepompen kunnen compenseren. Dit is geen onderdeel van de opgave in dit omgevingsprogramma maar slechts ter illustratie weergegeven.19 Deze getallen kunnen we verder specificeren door ze om te rekenen naar diverse subdoelgroepen van woningen, zoals in onderstaande staafdiagram te zien is.

Besparingsmaatregeldoelen per doelgroep 3500 3000

502

2500

449 321 287

2000 1500

2325

1000

1489

500 0

59

53 274

99

111 515

68

60 313

Alle woningen (ca. Koopwoningen (ca. Woningen in VvE Sociale Doelgroep lokale 24.700) 15.800) (ca. 2.900) huurwoningen (ca. aanpak NIP (ca. 5.500) 3.300) Aantal isolatiemaatregelen

Aantal (hybride) warmtepompen

Aantal zonnepanelensets

Overzicht van aantal isolatiemaatregelen en (hybride) warmtepompen benodigd per subdoelgroep woningen en per jaar, om in periode 2021-2030 gasbesparing van 30% te bereiken in gemeente Krimpenerwaard. Bron: ODMH, 2023. (Doelgroep Koopwoningen is excl. VvE. Doelgroep Lokale aanpak is ook onderdeel van doelgroep Koopwoningen.

18 Het aantal te installeren (hybride) warmtepompen is afgeleid van de aanname uit de Warmtevisie dat als 5% van de

woningeigenaren overstapt op verwarmen met een warmtepomp en 10% op verwarmen met een hybride warmtepomp, dit leidt tot een vermindering van het aardgasgebruik van 10%. Het aantal zonnepanelensets is berekend door het extra elektriciteitsgebruik als gevolg van de (hybride) warmtepomp te delen door de opgewekte stroom per paneel (uitgegaan is van 350 kWh opgewekte stroom per paneel per jaar). 19 Bron: ODMH, 2023.

Omgevingsprogramma Warmte | 17

4

Ter vergelijking: Om de landelijke doelstelling van een CO2-neutrale gebouwde omgeving te halen zijn 50.000 woningrenovaties op jaarbasis nodig, dat zijn 1500 woningrenovaties per dag.

4.2.4 Wat is er nodig om de doelen te halen? De hierboven genoemde doelen zijn op dit moment nog niet realistisch. De gemeente is voor het behalen van deze doelstelling afhankelijk van de actiebereidheid van de verschillende doelgroepen, zoals woningeigenaren en woningcorporaties en van landelijke sturing. Verder zal een versnellings- en efficiencyslag moeten plaatsvinden in het verduurzamen van woningen. Bijvoorbeeld door een zogenaamde contingentenaanpak20 waarbij een groep van woningen met eenzelfde set eigenschappen (zoals bouwjaar, ligging, woonwensen en gezinssamenstelling) gekoppeld wordt met een bewezen duurzaamheidsoplossing. Om de doelen te halen is het nodig om woningeigenaren financieel tegemoet te komen. Daarbij gaat het om inwoners die het financieel gezien het hardst nodig hebben en om woningen waar de meeste energiebesparing te behalen valt. Met de specifieke uitkeringen van het rijk bedoeld voor deze huishoudens kunnen maar een beperkt aantal woningeigenaren gestimuleerd worden om isolatiemaatregelen te treffen. Tot eind 2026 gaat het in totaal om 724 woningen. Dat betekent dus dat er nog meer financiële middelen nodig zijn om de resterende groep van huishoudens over de streep te trekken/ mee te kunnen laten doen.

4.3 De doelstellingen voor bedrijven en gemeentelijk vastgoed 4.3.1 Bedrijven Bedrijven worden door landelijke wetgeving al verplicht, vanaf een bepaald elektriciteits- en gasverbruik, energiebesparende maatregelen te nemen en maatregelen voor de productie van of de overstap op hernieuwbare energie(dragers). Als doelstelling voor bedrijven is gesteld dat bedrijven voldoen aan de geldende wetgeving (zie actielijn 7). De gemeente zal voor bedrijven een apart plan van aanpak opstellen voor de energietransitie.

4.3.2 Gemeentelijk vastgoed Gemeentelijk vastgoed heeft zijn eigen doelstelling welke wel in de warmtevisie is opgenomen: een 50% Lagere CO2 -uitstoot in 2030 voor de hele gemeentelijke organisatie t.o.v. 1990. In de gemeente Krimpenerwaard zijn 7.141 vestigingen van bedrijven en instellingen (bron: KvK Handelsregister, 2021). Deze verbruiken samen zo’n 12 miljoen m3 aardgas per jaar (bron: Klimaatmonitor, 2021). Twee derde hiervan is voor de verwarming van gebouwen21. In de gemeente Krimpenerwaard staan 407 gebouwen met een publieke functie (maatschappelijke instellingen). Daarvan heeft de gemeente zelf 317 gebouwen in bezit. Hiervan dienen 90 een doel voor onderwijs, welzijn, sport, cultuur of ambtelijke huisvesting (Republiq Routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed, 2023). De activiteiten die de gemeente gaat uitvoeren met en voor de verschillende doelgroepen om de gewenste resultaten te halen zijn in de actielijnen in het omgevingsprogramma verder uitgewerkt. De gemeente monitort de voortgang jaarlijks (toename aantal isolatiemaatregelen en (hybride)

20

Versneld naar klimaatneutrale gebouwde omgeving | TNO

21 Publieke en commerciële dienstverlening.

Omgevingsprogramma Warmte | 18

warmtepompen) en zal dan de aanpak bijsturen om zo steeds dichter bij het gewenste resultaat te komen.

Omgevingsprogramma Warmte | 19

5 5 De Negen Actielijnen van het Omgevingsprogramma 5.1 Doelgroepgerichte en gebiedsgerichte aanpak De actielijnen zijn gericht op specifieke doelgroepen en op (het verkennen van) een gebiedsgerichte aanpak. Ze zijn hierna toegelicht en uitgewerkt in acties voor de jaren 2024 en 2025. Bij elke actie is aangegeven welk team trekker is en met welke interne teams en externe partijen samengewerkt wordt. Doelgroepen zijn particuliere woningbezitters; inwoners in energie-armoede (met een hoge energierekening en laag inkomen); monumenten; VvE’s; woningcorporaties; particuliere (ver)huurders; bedrijven en (gemeentelijk) maatschappelijk vastgoed. Daarnaast wordt een gebiedsgerichte aanpak verkend. De doelgroep waar de meeste impact te behalen is voor de beoogde aardgasreductie is koopwoningen (grondgebonden en VvE). Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende doelgroepen/actielijnen.

Woninggericht

Eigenaar- gericht

Gebiedsgericht

1. Grondgebonden Koopwoningen (met extra aandacht voor DEFGenergie labels)

4. Vereniging van Eigenaren (VvE)

9. Gebiedsgerichte aanpak

2. Aanpak energie-armoede (koop en huur)

5. Woningcorporaties

3. Monumenten en beschermd stadsgezicht

6. Particuliere verhuurders

7. Bedrijven 8. (Gemeentelijk) Maatschappelijk Vastgoed

Doelgroepen/actielijnen

0. Ondersteunende activiteiten

Omgevingsprogramma Warmte | 20

5 5.2 Actielijn 1: Grondgebonden koopwoningen met extra aandacht voor slecht scorende energielabels. Deze actielijn sluit aan op actielijnen 1 en 3 uit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en richt zich op isolatie en de overstap naar een (laagtemperatuur, midden temperatuur of hybride) warmtepomp bij bestaande22 koopwoningen, (behalve vve’s, en monumenten23) met extra aandacht voor woningen met slecht scorende energielabels24. Rol gemeente: faciliterend (energiecoaches), activerend (communicatie), stimulerend (financiële stimulans), regisserend.

5.2.1 Ontwikkelen en uitvoeren Lokale Aanpak Isolatie Koopwoningen voor koopwoningen met slecht scorende energielabels. Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma kan elke gemeente sinds 1 maart 2023 een Specifieke Uitkering (SPUK) Lokale Aanpak Isolatie aanvragen. Per gemeente zijn rijksmiddelen gereserveerd, rekening houdend met het aantal koopwoningen met laag scorende energie labels, gecombineerd met het aantal lage inkomens in de gemeente. Gemeenten ontvangen gemiddeld 1.460 euro per te verbeteren woning. Hieraan is een doelstelling gekoppeld in aantal woningen waar 1 of meer isolatiemaatregelen moeten worden getroffen. De gemeente Krimpenerwaard heeft NIP-middelen ontvangen waarmee vóór eind 2026 in 724 woningen 1 of meer isolatiemaatregelen getroffen moeten zijn. Deze middelen zijn bedoeld voor koopwoningen met een laag scorend energielabel. Minimaal 80% van de woningen moet een WOZ-waarde hebben dat onder het gemiddelde ligt (€382.000,-). Deze SPUK Lokale Aanpak Isolatie mag worden ingezet voor het uitvoeren van een of meer energiebesparende maatregelen. En voor het bieden van gerichte ondersteuning zoals energie of financieel advies of de organisatie van straat- of wijkgerichte aanpakken.

5.2.2 Collectieve advies- en inkoopactie voor grondgebonden koopwoningen De gemeente gaat het organiseren van collectieve advies- en inkoopacties van energiemaatregelen voor particuliere koopwoningen (excl. VvE’s) tot 2030 structureel voortzetten. Woningeigenaren worden verregaand ontzorgd in het proces van oriëntatie, keuze van de maatregelen, advies, offerteaanvraag en de uitvoering. Het aanbod van energiemaatregelen (isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepomp, isolerend glas, maar ook zonnepanelen) zal gericht zijn op alle 22 Voor alle nieuwbouw geldt dat de vergunningaanvragen sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna

Energieneutrale Gebouwen (BENG). 23 Voor VvE’s en monumenten zijn aparte actielijnen opgenomen in dit omgevingsprogramma. Slecht geïsoleerde woning: een woning met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn: a. de vloer en de bodem; b. de gevel, waaronder de spouwmuur; c. het dak en de zoldervloer en vlieringvloer; d. de ramen; 24

Omgevingsprogramma Warmte | 21

5 grondgebonden koopwoningen, met extra aandacht voor woningen met een label D of slechter (de lokale aanpak). Het aanbod van de advies- en inkoopactie zal ook aan andere huishoudens, die niet onder de doelgroep van de lokale aanpak vallen, worden gericht. Te denken valt aan de doelgroep van slecht geïsoleerde woningen met een relatief hoge WOZ. En ook aan woningen met relatief hoge energiekosten in het buitengebied (ca. 1600 woningen). Daar valt een hoge besparing te realiseren. Zo wordt met relatief weinig extra inspanning een grotere doelgroep en dus schaalvoordeel bereikt.

5.2.3 Activeringscampagne (zie ook 5.11.2.1) Er wordt gemeente breed een communicatieplan voor de warmtetransitie opgesteld. Het energieloket (huidige Duurzaambouwloket)25 speelt hierbij een belangrijke rol als centraal informatiepunt. Voor de doelgroep koopwoningen is er specifieke aandacht om mensen te activeren stappen te zetten in de verduurzaming. Diverse manieren van activering kunnen de impact van collectieve inkoopacties vergroten. Een brief aan huis en informatiebijeenkomsten zijn daarbij beproefde en effectieve communicatiemiddelen gebleken. Verder kunnen warmtescans die inzicht bieden in de isolatielekken in woningen mensen motiveren, kan een mobiele showroom op markten inwoners informeren en motiveren en nemen we deel aan de Duurzame Huizenroute waar inwoners elkaars woningen kunnen zien. De gemeente gaat een netwerk van koplopers en ambassadeurs opbouwen die een belangrijke rol kunnen spelen in de activering. Daarnaast zal bekendheid worden gegeven aan acties via (sociale) media en mogelijk ook in de buitenruimte. Zie ook actielijn 0, paragraaf 5.11.2 (Scheppen Randvoorwaarden: actie 0.3 Communicatie en activatieplan).

5.2.4 Financiële ontzorging woningeigenaar 5.2.4.1 Nationale regelingen Om energiebesparing voor iedereen mogelijk te maken zijn landelijk verschillende financieringsmogelijkheden opgezet. Met de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) kun je als woningeigenaar subsidie ontvangen voor isolatiemaatregelen zoals glasisolatie en vloerisolatie. Het Nationaal Warmtefonds biedt laagdrempelige leningen voor verduurzaming van de eigen woning. De uitkering vanuit het NIP is bedoeld om woningeigenaren tegemoet te komen bij de financiering van isolatiemaatregelen aan kwetsbare woningeigenaren met een laag inkomen en met D/E/F/Glabels. De gemeente gaat ook de Energie Armoede-gelden hiervoor inzetten. Deze extra bijdrage mag gestapeld worden met alle andere lokale en landelijke regelingen26 en mag gecombineerd worden met financieringen zoals de Energiebespaarlening.27 Het inregelen en uitkeren van deze extra financiële bijdrage aan huishoudens is als activiteit ondergebracht in deze actielijn en brengt

25 Duurzaam Bouwloket | Krimpenerwaard

26 Energiesubsidiewijzer: vind eenvoudig subsidies en leningen | Verbeterjehuis 27 Bij doe-het-zelf maatregelen is het echter niet mogelijk ISDE of SVVE subsidie aan te vragen.

Omgevingsprogramma Warmte | 22

5 uitvoeringskosten met zich mee. Daarnaast moet de subsidie gepromoot worden bij de doelgroep middels de activeringscampagne en geïntegreerd worden in de collectieve advies-en inkoopactie. Om de doelstelling uit de warmtevisie te halen zal voor een grotere groep inwoners een financiële tegemoetkoming noodzakelijk zijn. De gemeente gaat ook aanvullende financiële instrumenten onderzoeken, zoals een gemeentelijke subsidie of bijvoorbeeld een woningabonnement constructie waarbij de woningeigenaar de kosten van energiemaatregelen maandelijks afbetaalt met de kostenbesparing die met die maatregelen wordt gerealiseerd. 5.2.4.2 Gemeentelijke regelingen De in 2022 gestarte duurzaamheidslening wordt voortgezet om inwoners te helpen bij het financieren van duurzaamheidsmaatregelen tegen een gunstige rente.

5.2.5 Inzet Energiecoaches Energiecoaches helpen inwoners bij het verkrijgen van inzicht in de mogelijkheden van energiebesparing en verduurzaming van de woning. Een energiecoach kan ook doorverwijzen naar een inkoopactie voor hen die helemaal ontzorgd willen worden in de uitvoering. Via (sociale) media promoten we het gebruik van de energiecoaches. Daarnaast kunnen de energiecoaches gepromoot worden als onderdeel van de bredere activeringscampagne.

Actielijn 1: Koopwoningen met focus slechte energie labels 1.1

Ontwikkelen en uitvoeren SPUK lokale aanpak isolatie koopwoningen O.a. het inregelen en uitkeren van extra financiële bijdrage voor isolatiemaatregelen (Na 2026) Propaantanks bij woningen vervangen door duurzame alternatieven Gedeeltelijk natuurlijk en gedeeltelijk stimuleren. Gaat om circa 500 woningen.

1.2

Collectieve advies- en inkoopactie ● Voor isolatiemaatregelen, zonnepanelen en (hybride) warmtepompen ● Organiseren van klantreis van brief tot en met uitvoering (ontzorgingsaanpak) ● Uitvraag en selectie van lokale/regionale uitvoerende partijen ● Brief aan huis ● Informatieavond (live en/of online) ● Met speciaal aanbod, uit de middelen van de Lokale aanpak isolatie, aan woningen met slechte labels met extra financiële bijdrage voor isolatiemaatregelen. Randvoorwaarde: met Stedin wordt afgestemd over het te verwachten effect van deze actie in relatie tot vraag en aanbod op het elektriciteitsnet.

Team energietransitie i.s.m. team communicatie, uitvoerende marktpartij

Team energietransitie i.s.m. team communicatie, marktpartij

Omgevingsprogramma Warmte | 23

5 Actielijn 1: Koopwoningen met focus slechte energie labels 1.3

1.4

Communicatie- en activeringscampagne ontwikkelen en uitvoeren ● Mobiele showroom ● Warmtescans ● (Social) media en buitenruimtecampagne ● Duurzame huizenroute ● Inzetten koplopers als ambassadeurs Financiële ontzorging woningeigenaar •

Inzet en organisatie uitkering extra financiële bijdrage voor isolatie

Voortzetten Duurzaamheidslening Onderzoeken (en evt. ontwikkelen) gemeentelijk financieel instrumentarium. • Hulp bij aanvraag en uitkering ISDE-subsidie; hypotheekadvies; hulp bij aanvragen duurzaamheidslening gemeente en lening via warmtefonds. Opleiding van en advisering door energiecoaches

Team energietransitie i.s.m. team communicatie

Team energietransitie i.s.m. Financiën

• •

1.5

Team Energietransitie

5.3 Actielijn 2: Aanpak Energiearmoede De actielijn energiearmoede is aanvullend op actielijnen 1 en 5 en erop gericht om huishoudens in de doelgroep (in huur- en koopwoningen) te helpen bij het nemen van (kleine en grote) energiebesparende maatregelen. Met als doel om de energierekening te verlagen en om zo ook de doelgroep met minder eigen financiële middelen een kans te geven mee te doen in de energietransitie. Het Rijk voert momenteel beleid gericht op bestrijding van energiearmoede door snel de energierekening of het energieverbruik van huishoudens te verlagen. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol. De gemeente Krimpenerwaard heeft daarom nu driemaal een SPUK ontvangen inzake Energie Armoede, bedoeld voor eenvoudige kleinere maatregelen in woningen die snel energie besparen (zoals tochtstrippen en radiatorfolie). Deze budgetten moeten uiterlijk eind 2025 zijn besteed. Na 2025 zal bepaald moeten worden of er een structurele voortzetting uit eigen middelen moet worden bekostigd. Ook heeft de gemeente geld ontvangen om een energietoeslag uit te keren aan huishoudens met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum. Er is blijvend aandacht nodig hoe deze doelgroep rechtvaardig mee kan doen aan de energietransitie.

In deze actielijn zal nauw worden samengewerkt met Team Advies Sociaal Domein omdat een groot deel van deze doelgroep via het sociaal domein kan worden bereikt. In samenwerking kan ervoor gezorgd worden dat activiteiten uit dit programma goed aansluiten bij bestaande regelingen voor bijvoorbeeld minima. Rol gemeente: faciliterend (energieklussers en energiecoaches), stimulerend (isolatiesubsidie), regisserend (samenwerking bevorderen).

Omgevingsprogramma Warmte | 24

5 5.3.1 Stimuleren (kleine) energiebesparende maatregelen: In 2023 is er reeds ingezet op het treffen van kleine energiebesparende maatregelen met huishoudens die het zwaarst getroffen worden door de hogere energieprijzen. De besparingspotentie van een woning kan oplopen tot 10% van het aardgasverbruik, afhankelijk van de huidige energieprestatie en stookgedrag. Hiervoor zijn energieklussers ingezet. Energieklussers zijn mensen die worden ingehuurd en helpen met het benaderen van deze doelgroep en hen adviseren over energiebesparing (gedrag en kleine maatregelen) en helpen met het installeren en monteren van kleine besparende maatregelen. In 2023 werkte de gemeente samen met een externe uitvoerende partij die de klussers opleidde en aanstuurde. De gemeente betaalt het advies en de kosten voor de materialen. In totaal zijn 5100 woningen (huur en koop) aangeschreven waarvan ongeveer 23% gebruik heeft gemaakt van de klusdienst. In de verdere uitvoering van dit programma zal bekeken worden of er herhaling van deze actie komt of dat er andere acties opgezet worden voor deze doelgroep, zoals bijeenkomsten over energiebesparing en gedragsverandering. Het voortzetten van de energiecoaches kan hier een belangrijke rol in spelen. Dit zal in samenhang met de bredere communicatie-activiteiten worden bekeken.

5.3.2 Energiecoaches In 2022 en 2023 is er een groep lokale vrijwillige energiecoaches opgeleid. Deze energiecoaches kunnen langskomen voor advisering, zowel bij mensen die na een klusgesprek meer advies willen over energiebesparing (zowel gedrag als maatregelen aan hun woning), als bij alle andere inwoners, zowel in huur- als koopwoningen, die advies willen. Dit traject wordt voortgezet en onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn om deze ondersteuning zo goed mogelijk vorm te geven en aan te laten sluiten bij de behoefte van inwoners.

5.3.3 Inzet energiearmoede middelen voor lokale isolatiesubsidie Naast de kleine energiebesparende maatregelen en advisering gaat de gemeente de middelen van de SPUK-energiearmoede ook inzetten om te helpen bij het treffen van grote energiebesparende maatregelen in koopwoningen. Hierbij wordt een koppeling gemaakt met het Nationaal Isolatieprogramma en het ontzorgingstraject en subsidie voor isolatie gericht op de woningen met slechte energie labels (zie actielijn 5.2.1.).

5.3.4 Samenwerking met woningcorporaties Veel inwoners van de doelgroep energiearmoede wonen in een huurwoning van de woningcorporaties. De woningcorporaties spelen een belangrijke rol in het isoleren en verduurzamen van deze woningen naar betere energie labels. Hierover worden in de prestatieafspraken afspraken gemaakt. Het uitfaseren van de E-, F-, G- labels is hier een belangrijk onderdeel van. Er is driemaandelijks overleg tussen de gemeente en de woningcorporaties waarin de voortgang van de verduurzaming en de renovatieplannen worden besproken. Zie ook actielijn 5 ‘woningcorporaties’.

Omgevingsprogramma Warmte | 25

5 Actielijn 2. Energiearmoede 2.1 Stimuleren (kleine) energiebesparende maatregelen: Stimuleren energiebesparing via gedragsverandering en (kleine) energiebesparende maatregelen

2.2

Energiecoaches

2.3

Uitwerken inzet SPUK EA voor isolatiesubsidie lokale aanpak isolatie

2.4

Samenwerking met woningcorporaties Ten behoeve van de verduurzaming van corporatiewoningen.

Team energietransitie, Team sociaal domein, uitvoerende marktpartij, woningcorporaties Team energietransitie, Het Nieuwe Wonen Team Energietransitie, Uitvoerende marktpartij Team Energietransitie, Woningcorporaties

5.4 Actielijn 3. Monumenten en beschermd stadsgezicht In deze actielijn wordt gewerkt aan het versneld verduurzamen van monumenten d.m.v. een communicatiecampagne, beleidsontwikkeling, kennisontwikkeling van zowel gemeentelijke beleidsmedewerkers als eigenaren van monumenten in Krimpenerwaard. In de gemeente Krimpenerwaard zijn er 341 rijksmonumenten, ruim 180 gemeentelijke monumenten, molenbiotoop en kroonjuweel (Provinciale bescherming). In totaal zijn er vijf beschermde stads- en dorpsgezichten. Vier rijks beschermde dorps- en stadsgezichten: Haastrecht, Schoonhoven, Vlist en Bonrepas. Eén gemeentelijk beschermd dorpsgezicht: Lekkerkerk. Rol gemeente: activerend (communicatie), stimulerend (financieel), regisserend (beleidsontwikkeling, kennisdeling).

Actielijn 3: Monumenten en Beschermd stadsgezicht 3.1

Communicatiecampagne

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=c9407c8f-44f8-4ff3-a948-6dbdb71ec6aa