Concept Beeldkwaliteitsplan Het Polderland Krimpen ad Lek
Tekst van het document
Concept Beeldkwaliteitsplan Het Polderland Krimpen a/d Lek
Colofon Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Wissing B.V. en naamsvermelding. Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend.
Titel document:
Opdrachtgever:
Beeldkwaliteitsplan Het Polderland Krimpen aan de Lek
Van Wijnen Projectontwikkeling West BV
Projectnaam: Het Polderland, Krimpen aan de Lek
Projectnummer: 0735-004
Auteur(s): Karine Schenkeveld, Lotte Wiegers & Jeroen Goes
Contactpersoon: Bent van Nierop
Versie: 01
Status: concept
Wijzigingsdatum: 11 juni 2026
Dit beeldkwaliteitsplan is tot stand gekomen in een samenwerking tussen Wissing, Van Wijnen en Deltavormgroep
Wissing B.V. Middenbaan 108, 2991 CT, Barendrecht Postbus 37, 2990 AA, Barendrecht
T + 31 (0)180 61 31 44 www.wissing.nl
Inhoud
1. Hoofdpunten en samenvatting 4 2. Inleiding 6 3. Plangebied en omgeving 8 4. Stedenbouwkundige schets 10 5.
Ter inspiratie: Participatie over de beeldkwaliteit 14
6.
Ter inspiratie: Krimpenerwaards kookboek
16
7. Ambitie beeldkwaliteit 18 8. Stedenbouwkundige criteria 24 9. Criteria bebouwing 26 10.
Criteria openbare ruimte 32
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
3
1. Inleiding Ten westen van de kern Krimpen aan de lek, aan de Tiendweg, liggen gronden die Van Wijnen wil ontwikkelen naar woningbouw. Op 11 januari 2024 is een intentie-overeenkomst met de gemeente Krimpenerwaard getekend om de haalbaarheid van woningbouw op deze locatie genaamd ‘Het Polderland’ te onderzoeken. Om tot een passende ontwikkeling te komen, heeft Wissing in opdracht van Van Wijnen een stedenbouwkundige schets voor de locatie opgesteld. Deze schets is verder toegelicht in een Nota van Uitgangspunten. (Gemeente Krimpenerwaard, juli 2025) De gemeenteraad van de Krimpenerwaard heeft, onder de voorwaarden, ingestemd met de verdere uitwerking van dit plan ten behoeve van de planologische procedure.
Om de ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling zorgvuldig te borgen, is daarom dit beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld. Het BKP wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Krimpenerwaard. Daarmee fungeert het als toetsingskader voor de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (GAOK) en als leidraad voor de verdere planuitwerking.
Leeswijzer Dit BKP beschrijft in hoofdstuk 2 het plangebied. In hoofdstuk 3 de stedenbouwkundige schets en de onderliggende stedenbouwkundige uitgangspunten. Hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 zijn inspiratie als bedoeld. Er wordt ingegaan in op de uitkomsten vanuit de participatie over beeldkwaliteit en een beleidsstuk van de gemeente over de identiteit van de Krimpenerwaard. Deze teksten zijn richtinggevend, maar zijn geen toetsbare criteria. In hoofdstuk 6 wordt de ambitie voor de beeldkwaliteit voor de woningbouw en openbare ruimte inclusief Het Polderpark beschreven. In dit hoofdstuk worden ook de ambities ten aanzien van duurzaamheid, natuurinclusief ontwikkelen, en klimaatadaptatie behandeld. Hoofdstuk 7 behandelt de criteria voor beeldkwaliteit voor de stedenbouw en in hoofdstuk 8 wordt de architectonische uitwerking van de bebouwing toegelicht. Daarbij komen zowel stedenbouwkundige criteria, zoals situering, bouwmassa, bouwhoogte en oriëntatie aan bod, als de architectonische criteria ten aanzien van vormgeving en kleur- en materiaalgebruik. Hoofdstuk 9 behandelt de richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte van het woongebied en van Het Polderpark.
Beeldkwaliteitsplan Op basis van het stedenbouwkundig schetsplan is voorliggend beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld. Het BKP geeft richting aan de verdere uitwerking van het plan en omschrijft de gewenste ruimtelijke kwaliteit. In het BKP wordt de ambitie van de beeldkwaliteit van het plan omschreven, aangevuld met criteria voor de stedenbouwkundige uitwerking, de architectuur van de woningen en de inrichting van de openbare ruimte. Deze criteria borgen de samenhang en kwaliteit van het plan en bieden tegelijkertijd voldoende ruimte voor ontwerpers om binnen de gestelde kaders een eigen invulling te geven.
Nota ruimtelijke kwaliteit De Nota Ruimtelijke Kwaliteit Krimpenerwaard 2017 vormt het toetsingskader en bevat de uitgangspunten voor het waarborgen en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van bebouwing en inrichting, afgestemd op het karakter van het landschap en de dorpen binnen de gemeente. Het plangebied ligt in het landelijk gebied (gebied 2E) en kent het welstandsniveau ‘gewoon’. De voorgenomen woningbouwontwikkeling wijkt echter af van de bestaande ruimtelijke structuur en schaal van dit gebied. Voor dergelijke grotere (her)ontwikkelingen biedt de geldende Nota Ruimtelijke Kwaliteit geen specifieke toetsingscriteria.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
4
Het plangebied gezien vanaf de noordelijk gelegen Tiendweg. Achter de bomenrij de bestaande jaren ‘70 uitbreidingswijk van Krimpen aan de Lek.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
5
2. Plangebied en omgeving der-één-kapwoningen. De afwisseling in oriëntatie van voor- en kopgevels in combinatie met de aanwezige bomen, zorgt hier voor een gevarieerde overgang van het dorp naar het veenweidegebied. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door een sloot met daaraan ruime privé-kavels, wat bijdraagt aan een open en groen karakter van deze rand.
Het plangebied voor Het Polderland ligt in het landelijk gebied ten westen van de kern Krimpen aan de Lek, in het buitengebied van de Krimpenerwaard. Het bestaat uit drie smalle slagen in een open polderlandschap aan de westkant van het dorp. De locatie wordt gekenmerkt door vier verschillende randen, elk met een eigen karakter. Aan de noordzijde ligt een historisch polderlint: de Tiendweg, terwijl aan de westzijde het open slagenlandschap direct aansluit op het plangebied.
Het plangebied bestaat uit meerdere kadastrale percelen (574 en 577 ) en heeft een omvang van ongeveer 4 hectare. 2,7 hectare daarvan wordt ingezet voor het ontwikkelplan. De resterende gronden (1,3 ha) worden naar een bovenwijkse groen- en recreatiegebied getransformeerd.
De oostzijde grenst aan de bestaande dorpsrand. Van noord naar zuid verandert deze rand geleidelijk: van een langgerekt woonblok van drie lagen en achterkanten naar een zone met volwassen bomen en daarachter voorgevels van de jaren ’70-wijk. Deze wijk bestaat voornamelijk uit rijwoningen, met aan de randen, grenzend aan het plangebied, twee-on-
Conclusie: De vrije ligging in het veenweidelandschap biedt de mogelijk om een woonbuurt te maken met een eigen, op zichzelfstaande kwaliteit.
Het plangebied gezien vanaf de noordelijk gelegen Tiendweg. Achter de bomenrij de jaren ‘70 uitbreidingswijk van Krimpen aan de Lek.
Het plangebied aan de rand van het dorp en aan het open landschap. Aan de bovenzijde ligt de Tiendweg.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
6
Woningen aan de rand van de locatie zijn verschillend georiënteerd
De Tiendweg is een echte polderroute; een lange lijn in het landschap Beleving van het landschap vanuit het dorp
Krachtig landschap met lange sloten. Bestaande dorpsrand met grote bomen
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
7
3. Stedenbouwkundige schets Stedenbouwkundige opzet
rijbaan en zichtlijn, geïnspireerd op de open zichtlijnen van de poldersloten die in dezelfde richting lopen.
De stedenbouwkundige opzet is gebaseerd op een noordzuid gerichte hoofdstructuur die voortbouwt op het historische polderlandschap. De bestaande smalle polderslagen en poldersloten vormen daarbij het uitgangspunt. Deze blijven zoveel mogelijk behouden.
Haaks hierop wordt het zicht vanuit de omliggende woningen richting het polderlandschap zoveel mogelijk behouden en versterkt. Brede zichtlijnen – de zogenoemde ‘vizieren’ – worden langs de ontsluitingswegen gemaakt en bestaan uit groen en water. Deze vizieren maken de opdeling in drie eilanden duidelijk leesbaar. Bestaande bomen worden waar mogelijk gehandhaafd en ingepast in het ontwerp.
De eerste polderslag ligt parallel aan de westelijke dorpsrand. Hier ligt een kabel- en leidingentracée. Om deze reden, en om de wens een afstand te creëren tussen de bestaande dorpsrand en de nieuwe ontwikkeling, wordt de eerste slag als groen-blauwe buffer ingericht. Hiermee ontstaat een recreatieve parkstrook, ‘Het Polderpark’. Deze sluit aan op de bestaande wijk en biedt ruimte aan recreatie voor de bestaande en nieuwe buurt en waterberging. De tweede en derde slagen liggen verder westwaarts, waarbij de laatste direct grenst aan het open agrarisch landschap. De poldersloot tussen de tweede en derde slag wordt deels gedempt om bouwvelden van voldoende omvang te creëren. Het oorspronkelijke doorzicht over de lengte van de gedempte sloot blijft wel behouden. Hier komt de ontsluitingsweg te liggen. De overige poldersloten worden verbreed, waardoor de noord-zuid gerichte structuur zichtbaar blijft en de ruimtelijke beleving van het water wordt versterkt.
Drie eilanden Op de eilanden worden kleinschalige woonclusters gerealiseerd. Elk eiland heeft een gevarieerd woningaanbod rondom een woonstraatje dat ontmoeting en sociale samenhang bevordert. Dat betekent een mix van vrijstaande woningen, tweekappers, rijtjes met kleine gezinswoningen en rijtjes seniorenwoningen per eiland. De woningen zijn afwisselend georiënteerd op het landschap of op het woonstraatje. Door de wisselende oriëntatie van de woningen ontstaat geen harde rand, maar een geleidelijke en landschappelijk overgang naar het omliggende gebied. Het toepassen van groene oevers, rietkragen en vlonders aan het water draagt bij aan de gewenste zachte overgang. De opzet van het noordelijke ’eiland’, georiënteerd aan de Tiendweg, doet denken aan een agrarisch ensemble met hoofdwoning en schuur op een erf. De hoofdwo-
Binnen deze hoofdstructuur is het plan opgezet als drie afzonderlijke eilanden. Deze eilanden worden met elkaar verbonden door de noord-zuidgerichte
Het plangebied bestaat uit drie slagen agrarische grond
De eerste slag blijf groen, als overgang van bestaand naar nieuw
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
Transformatie naar twee woonslagen en een groene slag
8
Woonslagen samengevoegd, maar voormalige watergang blijft zichtlijn
tussen het bestaande dorp en de nieuwe ontwikkeling. Naast waterberging biedt het park ook ruimte voor recreatief gebruik zoals ontmoeten, verblijven en spelen. Het fungeert als een aantrekkelijke fiets- en wandelverbinding richting de Tiendweg en het recreatiegebied Krimpenerhout. Daarnaast wordt rekening gehouden met de ligging van bestaande kabels en leidingen in de eerste slag; deze blijven behouden en de bijbehorende vrijwaringszones worden gerespecteerd.
ning wordt gevormd door een vrijstaande woningen aan het lint. In de ‘schuur’ zijn de sociale huurappartementen gesitueerd. Het erf wordt landschappelijk ingepast aan de Tiendweg, en vormt zo een knipoog naar de boerderijvolumes elders aan historische linten in de Krimpenerwaard. Daarachter komen tweekappers en korte rijtjes woningen van één of twee bouwlagen met een kap. Het middelste ’eiland’ voorziet in een meergeneratiehof, dat bestaat uit een aantal levensloopbestendige - en starterswoningen rondom een gemeenschappelijke tuin die grenst aan het Polderpark. Gemeenschappelijk beheer van de (moes)tuin en indien mogelijk een gemeenschappelijke kas of schuur als ontmoetingsruimte vervult een rol in de sociale cohesie van de wijk. Het zuidelijke ‘eiland’ is het kleinste van de drie en sluit op een landschappelijk goed ingepaste wijze aan op de grotere kavels ten zuiden van het plangebied.
Conclusie Deze vrije ligging van de nieuwe wijk vormt een belangrijk uitgangspunt voor de gekozen beeldkwaliteit: een woonmilieu omgeven door groen, met ruimte voor gebiedseigen beplanting die aansluit op het karakter van het veenweidelandschap. Deze context biedt de kans om een woonbuurt te realiseren met een eigen, herkenbare en op zichzelf staande kwaliteit. De bebouwing langs de woonstraatjes draagt bij aan een intieme, dorpse sfeer. Tegelijkertijd vormen de groene zichtlijnen tussen de eilanden in een zachte, afwisselende dorpsrand en een geleidelijke overgang naar het open landschap.
De oost-west gelegen vizieren vanuit het dorp worden voorzien van natuurvriendelijke oevers en gebiedseigen beplanting. De privé-tuinen krijgen veelal vlonders en natuurvriendelijke oevers. Dit gebeurt door de oevers in twee niveaus aan te leggen en in stand te houden
Bouwhoogtes en oriëntatie De verschillende woningtypes variëren van één- en twee lagen met kap. De voorgevels richten zich afwisselend op naar binnen op de eilanden en afwisselend op de het landschap. Het appartementengebouw bestaat uit 34 woningen, verdeeld over drie woonlagen en staat als agrarisch volume aan de Tiendweg. De bovenste, derde, laag wordt ingepast in een kap.
Woontypologieën In totaal worden er circa 98 woningen voorgesteld in diverse typologieën. Zo kan worden ingespeeld op diverse doelgroepen, waaronder starters en ouderen.
Ontsluiting en parkeren De nieuwe ontwikkeling wordt ontsloten via twee aansluitingen op de bestaande wijkstructuur en één aansluiting op de Tiendweg. Parkeren is in kleinere clusters en dichtbij de woning georganiseerd. De groene slag: Het Polderpark Het Polderpark vormt een ruime groen-blauwe buffer Door het plan in drie eilanden op te delen ontstaan kleine woonclusters en brede doorzichten ter plaatse van de entrees. Het woongebied is aan alle zijden omringt door bestaand en nieuw groen.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
9
3d beelden van het schetsplan
10
Tiendweg De beschreven structuur principes
vertaald in de
Tiendweg
stedenbouwkundige schets
1001
vb
Tiendweg
N N N
A
Tiendweg
N N N N N N
N N N N N N
N N N
N N N
N N N
27-28
23-24
N N
N N
21-22 19-20
03 03 03
B
74-
25-26
N N N
N N N
B B
31 29-30
veld
03 03
17-18
03 03
B
03
roos
03 03
veld
03
roos
03 03
Klap
15-16
03 03 03 03 03
C
50
Klap
03 03 03 03 03 03 03
13-14
48-
03 03 03 03
C
03
11-12
46-47
03 03 03 03
44-45
C
03
9-10
03 03 03 03
C
03
C
42-43 7-8
C
03 03 03
40-41
03 03
5-6
C
03 03 03
38-39
03
C
3-4
36-37
03 03 03 03
03
03 03 03
03
1-2
03 03
03
34-35
03
C
03
15
13
Kore
nblo
emst
raat
stra
tra
at
11
03
C
9
7
5
C
03
S S
at
32-33
ras
loem
Flo
enb
03
C
ras tra a
C
03
C
03
C
Flo
Kor
03
C
t
03
C
3
1
34.0028
68
17
A
1 9 21
Bot
02 02 02
02 02 02
er b l
02
02 02
Bote
rbloe
mstr
aat
02
02
o em
02
C
02 02
C
C
C
66
23
str a
25
27
64
29
31 62
at
12
33.0435
60
02 02 02 02 02 02 02 02 02 02
t tr a a
21
mstr
aat
8
rbloe
Bote
r b lo B o te
19
50
aat
C C C
52
6
17
straa
Bote
rbloe
02
02
02
C
02
r b lo aat
02
02
02
02 02
02
15
C
02
02
C
C
02
mstr
13
02
11
Flora
tr a a
13 38
t
40 42
44
23
9 7
C
02
21
5
3
C
S S
em s
46
Flor
B o te
02
C
1
19 36
17
34
01
01
01
01 01
01
at
m st
aat
b lo e
31
11 28
at
stra
29
stra
loem
27
Flora
01 01 01
C
C
01
C
01
C
terb
25
raat
Flor
C
01
S S
C
C
01
C
ster
Pinks
13
30
23
astr
21
Pink
15
32
19
9
26 7
24
12
5 3
01
01
22 11
20
1
01
C
01
01
C
10
18
01
C
8
9
1
6
C C
4
01
2
01 01 01 01
2
01 01 01
at
m st
raat
11
9
7
5
1
12 3
10
4 6
32
11
37 35
at stra Tuins
traat
33
Tuin
39
31 29
astr
aat
9
t
straa
Flora
Flor
11 13
16
15 18
17 14
19 12
35
20 18
14
16
45
22
12
49
43
24
5 7
10
2
20
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek 41
24 22
51 47
28 26
53
8
28 26
3
2
6
55
2
16
4 30
12
14
8
34
4
8
1
1
36
at
10
b lo e
15 13
6
5
hof
B
stra
t
of
B
ster
loem
straa
verh
terb
Lelie
Papa
A
Pinks
4
3
01
Pink
stra
5
3
7
Lelie
aver
B
7
Pap
B
27b
Ka
17
27a
29
t
C
15
02
C
31
48
astr
4
B
54
2
C
56
23
em s
C C
B B B
58
10
10 8
Klav
erst Klave
rstra
at
raat
6 4 2
4. Ter inspiratie: Participatie over de beeldkwaliteit De participatie levert goed inzicht op wensen, zorgen en aandachtspunten van de omgeving en van de verschillende belangen die er zijn:
Stedenbouw en landschap: • •
Waardering voor het behoud van zichtlijnen, lage dichtheid en groene buffers. Er is draagvlak voor een kleinschalige, natuurlijke opzet met drie eilanden en hofstructuren.
Architectuur: •
•
Voorkeur voor een landelijke, warme uitstraling met aardetinten en natuurlijke materialen die aansluit bij de bestaande bebouwing; Zorgen over onderhoud en samenhang worden meegenomen in de vervolgfase.
Groen en openbare ruimte: •
Sterke wens voor een groen, biodivers en toegankelijk Polderpark met natuurlijke paden, water, zitplekken en ruimte voor ontmoeting
In de afbeeldingen op de pagina hiernaast zijn enkele in de participatiebijeenkomsten getoonde beelden voorzien van een reactie van de delnemers. e
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
12
Levensloopbestendige woningen, met een groenstrook voor de woningen
Natuurlijke speelaanleiding en toepassing paden van halfverharding in de buurt van de woning
Warme kleuren en natuurlijke materialen in de architectuur
De ongedwongen sfeer van de openbare ruimte spreekt aan _ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
13
5. Ter inspiratie: Krimpenerwaards kookboek Het landschap van Krimpenerwaard is het fundament onder bestaande en nieuwe plannen. Het is rijk aan elementen uit verschillende perioden: oeverwallen, donken, veenstromen, dijk- en polderlinten, tiendwegen, achterkaden, zijdwendes, eendenkooien, geriefbosjes, hennepakkertjes, boomgaardjes, vestingsteden, bokpalen. Tezamen maken deze elementen het verhaal van de Krimpenerwaard leesbaar. Op de locatie is de slagenverkaveling het meest in het oog springend, met de Tiendweg als kenmerkende route door het landschap. In het Kookboek worden “Ingrediënten en kruiden” benoemd die toegepast kunnen worden zodat een nieuwe ontwikkeling zich op vanzelfsprekende wijze in het slagenlandschap voegt. De ingrediënten vormen structuurelementen voor de opzet van de buurt en bebouwing. Voor de ontwikkeling van Het Polderland zijn drie ingrediënten gebruikt: 1. 2.
3.
Verkavelingspatroon: leidend in het plan. Doorzichten naar het landschap: Dit wordt gerealiseerd door de nieuwe ontwikkeling juist niet tegen het dorp aan te ‘plakken’. Door een open ruimte te houden blijft hier sprake van een doorzicht. Het laatste ingrediënt, maat en schaal, komt expliciet terug in het beeld aan de Tiendweg met een afwisseling van een groot en klein volume, maar ook daarachter is er een afwisseling van groottes.
In aanvulling op de ingrediënten kunnen de in het kookboek benoemde ‘kruiden’ toegepast worden. Vele zullen in het plan terugkomen zoals: • • • • • •
Hagen als erfafscheiding bij de woningen Leibomen zijn mogelijk toe te passen op specifieke plekken Knotbomen langs de watergangen. Eenvoudige bruggen over het vele water in het plan t.b.v. voetgangers Watergangen met natuurlijke oever Riet
Met de toepassing van de genoemde ingrediënten en kruiden voegt het plan zich zorgvuldig in het landschap Ingrediënten, bron Krimpenerwaards Kookboek
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
14
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
15
6. Ambitie beeldkwaliteit In dit hoofdstuk wordt - mede geïnspireerd op de analyse uit het Krimpenerwaards kookboek - de inhoudelijke basis gelegd voor de beeldkwaliteit. Doel is een samenhangend plan te maken, waarbij ingespeeld wordt op de ligging aan de historische Tiendweg en de ‘vrije’ ligging van het plangebied in het groene veenweidelandschap.
Het hele plangebied wordt opgevat als één langgerekt erf aan de Tiendweg. Langs de Tiendweg staan al enkele grote agrarische volumes. Met de toevoeging van dit plan krijgt de Tiendweg het karakter van een polderlint, terwijl de openheid van het landschap behouden blijft. De kop van het plan ,aan de Tiendweg, vormt het gezicht van de ontwikkeling en krijgt daarom een bijzondere uitwerking. Hier wordt aangesloten bij het beeld van een traditioneel agrarisch erf, met een ensemble van een hoofdwoning aan de weg en een langgerekte schuur waarin de appartementen zijn opgenomen. De de overige woonblokken liggen als losse ‘erfgebouwen’ verspreid in het plan.
Beeldkwaliteit van de bebouwing Vrijliggend in het polderlandschap Gezien van oost naar west is de vrije ligging van de buurt, tussen het Polderpark en het open veenweidelandschap, een belangrijk uitgangspunt voor de beeldkwaliteit. Hier ligt een kans om een woonbuurt te maken met geheel eigen sfeer en identiteit die past in de landschappelijke context.
Het veenlandschap als inspiratie Ook in de architectonische uitwerking wordt aangesloten bij het beeld van verspreid liggende (historische) boerderijen in het veenlandschap met een herkenbare landelijke uitstraling. De landelijke en dorpse sfeer wordt versterkt door het gebruik van warme, natuurlijke materialen.
Gezien vanaf het landschap heeft het buurtje een rustige en ‘landelijke’ uitstraling. Dit wordt versterkt door het overwegend toepassen van langskappen in de richting van het slagenlandschap. Centraal op de eilanden heerst een dorpse sfeer, gekenmerkt door variatie en kleinschaligheid. Afwisselingen in rooilijnen, een incidenteel dwars geplaatst bouwblok en een subtiele knik in het straatprofiel zorgen voor een informele en ontspannen uitstraling.
De kleurstelling van het metselwerk is geïnspireerd op de tinten van de onderliggende veenbodem, waardoor het plan stevig wordt verankerd in zijn omgeving. De gekozen tinten zijn warm en natuurlijk en variëren van leem-antraciet tot warm-rood, waarbij subtiel wordt verwezen naar de aanwezigheid van ijzer in de bodem.
Een knipoog naar een traditioneel erf In noord-zuidrichting is het plan geïnspireerd op de traditionele erven in de Krimpenerwaard. In het Krimpenerwaardse kookboek wordt een toelichting gegeven over de historische erven aan polderlinten en de tiendwegen, die juist aan de achterzijde van de ontginningskavels lagen: ‘In en aan het polderlint was het landgebruik het meest intensief. Hier lagen de boerderijen, de stallen, de moestuinen, boomgaardjes en hennepakkers. Achter het lint lagen eerst de intensiever begraasde weilanden, die verder naar achteren overgingen in de extensieve weides. Daar lagen ook kleine hakhoutcomplexen en eendenkooien. In de loop der tijd is ook het gebruik verder achter op de kavels geleidelijk geïntensiveerd, maar nog altijd is het contrast tussen de ‘drukke voorkant’ en de ‘rustige achterkant’, tussen ‘autowegen’ en ‘Iandwegen’ tussen ‘cultuurlint’ en ‘natuurlint kenmerkend.”
Vrijliggend ensemble in het landschap (AI gegenereerd)
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
16
De veenbodem als inspiratie voor het kleurpalet van het metselwerk
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
17
Beeldkwaliteit openbare ruimte
een hennepakker bij het meergeneratiehof. Aan de zuidrand wordt de beplanting extensiever en wordt gerefereerd naar de hooilanden, een geriefbosje of eendenkooi die in historisch gebruik achterop de kavel lagen.
Voor de onderbouwing van de gekozen ambitie en sfeer voor de inrichting van de openbare ruimte geldt het Krimpenerwaards kookboek als een goede basis. In dit BKP zijn enkele uitgangspunten overgenomen.
Openbare ruimte Het Polderpark Tussen de bestaande wijk en de nieuwe ontwikkeling wordt het Polderpark gerealiseerd: een langgerekt park dat één volledige polderslag beslaat. Binnen het Polderpark is ruimte gereserveerd voor waterberging en -compensatie, waarmee het park ook een belangrijke rol speelt in de klimaatadaptieve inrichting van de wijk. Het park vormt zo een groene en waterrijke zone en fungeert als belangrijk uitloopgebied voor bewoners van de bestaande en de nieuwe wijk. Het heeft een eigen sfeer die past bij het open en landschappelijke karakter van het veenweidelandschap, met een rustige en groene, maar ook zeer waterrijke uitstraling.
Openbare ruimte De Eilanden Ook bij de inrichting van de openbare ruimte wordt aangesloten op het principe van het ‘cultuurlint’ naar het ‘natuurlint’ zoals omschreven op de inzet op de vorige pagina. De drie eilanden worden volgens dit principe ingericht in drie verschillende ruimtelijke sferen: van drukke voorkant aan het lint naar rustige achterkant. Het onderscheid wordt echter niet door de architectuur gemaakt, maar door de landschappelijke inrichting van de openbare ruimte. Vanaf de Tiendweg, waar de beplanting en erfinrichting formeler zijn, verloopt het beeld geleidelijk naar een meer natuurlijk en extensiever karakter richting het zuidelijk gelegen eiland. Kortom, door de toe te passen beplanting verandert het beeld langzaam van kleur richting het zuidelijk eiland.
De materiaalkeuze en beplanting zijn afgestemd op de directe omgeving. Er wordt gebruikgemaakt van streekeigen, robuuste beplanting met inheemse bomen en struiken die passen bij de bodem- en watercondities van het gebied. Hiermee wordt niet alleen aangesloten op het bestaande landschap, maar wordt ook de biodiversiteit versterkt.
Op de kop van het plan, aan de Tiendweg, is de beplanting formeler en doet deze denken aan de landschappelijke inrichting van een agrarisch erf met een haag, (noten) boom en een siertuin. In het midden van het plan is ruimte voor een moestuin of verwijzing naar
Verschillende aanleghoogtes maaiveld Binnen
het
plangebied
wordt
gewerkt
met
ver-
De Tiendweg
Notenboom en siertuin
Moestuin, hennepakker
Hooilanden, een geriefbosje of eendenkooi
Zuidelijk eiland Van cultuurlint aan de Tiendweg naar natuurlint in het zuidelijk eiland
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
De beplanting in de openbare ruimte verkleurt van formeel aan de Tiendweg via een moestuin naar extensiever op het zuidelijk eiland
18
schillende maaiveldhoogtes. De woongebieden op de eilanden worden beperkt opgehoogd om te voldoen aan de minimale drooglegging en een goede gebruikskwaliteit te waarborgen. Om bodemdaling te beperken wordt de openbare ruimte in de groenzones, en de privékavels deels niet overal opgehoogd tot het niveau van de woningen. Hierdoor blijven vochtigere omstandigheden behouden, wat bijdraagt aan biodiversiteit en kansen biedt voor een gevarieerde flora en fauna. De subtiele hoogteverschillen die hierdoor ontstaan zorgen bovendien voor een natuurlijke, speelse inrichting en vormen een belangrijke basis voor de verdere uitwerking van de deelgebieden. Het Polderpark blijft in zijn geheel laag liggen en behoudt het karakter van het bestaande landschap, met ruimte voor waterberging en recreatie De padenstructuur bestaat uit een combinatie van vlonderpaden over het water, toegankelijke paden van halfverharding en enkele informele graspaden door het groen. Deze opzet zorgt voor een goede toegankelijkheid voor onder andere kinderwagens, rolstoelgebruikers en scootmobiels, terwijl tegelijkertijd een natuurlijke beleving- voor wie wil- behouden blijft.
De openbare ruimte en een aantal privé kavels worden minimaal opgehoogd en in twee niveaus aangelegd: natuurinclusive overgangen naar waterkant
Binnen het polderpark, liggen waar mogelijk, lagere zones met een plasdrasmilieu. Natuurinclusieve oevers versterken de biodiversiteit en het plasdrasmilieu helpt bodemdaling te beperken.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
19
Duurzaamheid, en klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen Duurzaamheid, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen gaan veel verder dan energiebesparing alleen. Het draait om een integrale aanpak waarbij we zorgen voor mens, milieu en biodiversiteit. Denk aan het gebruik van duurzame, milieuvriendelijke materialen die veilig en gezond zijn voor bewoners en bezoekers. Ook de buitenruimte kan een ecologische meerwaarde krijgen door ruimte te bieden aan natuur, slim om te gaan met regenwater en hittestress zoveel als mogelijk te beperken. Zo wordt niet alleen bijgedragen aan klimaatadaptatie, maar ook aan het welzijn en de gezondheid van iedereen en alles wat er leeft. In deze paragraaf worden inspirerende maatregelen meegegeven die bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving, verdeeld over verschillende thema’s.
en waar mogelijk schaduwrijke routes. Verharding wordt beperkt en waar mogelijk waterpasserend uitgevoerd. De inrichting sluit aan op het veenweidelandschap en zorgt voor een aantrekkelijke, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Dit wordt bereikt door onder andere: • Op sommige delen wordt maaiveldniveau niet opgehoogd, bijvoorbeeld in Het Polderpark; • Hemelwater wordt lokaal opgevangen, zodat waterlopen en riolering bij piekbuien minimaal worden belast en water beschikbaar blijft in tijden van hitte en droogte; • Verharding wordt waar mogelijk beperkt en waterdoorlatend uitgevoerd, zodat infiltratie wordt gestimuleerd; • Ruimte voor groen (in de openbare ruimte, op daken en aan gevels) draagt bij aan verkoeling; • Veel (grote) bomen in gebiedseigen structuren zorgen voor schaduw en verkoeling van de openbare ruimte; • Bomen worden zodanig geplaatst dat ze geen belemmering vormen voor zonnepanelen op daken. • Langs watergangen en in bermen wordt natuurvriendelijk gemaaid, met aandacht voor doorstroming, taludstabiliteit en ecologische waarden. • Maaisel wordt, waar dit bijdraagt aan verschraling en biodiversiteit, afgevoerd. Het beheer wordt uitgevoerd op momenten dat de bodem voldoende draagkracht heeft, om schade aan de ondergrond te voorkomen.
• Uitgangspunt voor de het zuidelijk deel en het polderpark is een extensief en gefaseerd maaibeheer, waarbij niet alle vegetatie gelijktijdig wordt gemaaid. Door delen van het gras langer te laten staan, ontstaat variatie in hoogte en structuur en blijven schuilplekken voor fauna behouden.
Duurzame wijk •
• •
• •
•
Alle gebouwen dienen zo energieneutraal mogelijk te zijn ontworpen en maximaal in te spelen op natuur-inclusief bouwen; Toe te passen materialen dienen zo duurzaam mogelijk te zijn. Streven is om hemelwater zo lang mogelijk vast te houden o.a. door middel van een water- of groendak; Hemelwater direct afvoeren op aanliggend groen of openbare ruimte; Gebouwen worden voorzien van maatregelen om zo de biodiversiteit te stimuleren en nestgelegenheid/onderkomen te bieden zoals: nestkasten aan/ in de gevel en het toepassen van groene gevels. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen voor de gebouwen dient duurzaamheid nader vorm te krijgen.
Klimaatadaptieve wijk
Natuurinclusieve wijk
In Het Polderland wordt bij de inrichting van de openbare ruimte gestuurd op de gevolgen van het veranderende klimaat. De eilandenstructuur en het Polderpark vormt de basis voor een robuust en klimaatbestendig systeem. Bij het ontwerp wordt rekening gehouden met extreme neerslag, droogte en hitte. Water wordt zoveel mogelijk vastgehouden en geborgen binnen het gebied, onder andere in de watergangen en het Polderpark, dat fungeert als buffer en opvang. Groen draagt bij aan verkoeling en leefkwaliteit, met streekeigen beplanting, groene oevers
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
Het Polderland ligt in een groene, natuurlijke omgeving aan de rand van Krimpen aan de Lek. Binnen het plangebied wordt bewust ruimte gemaakt voor (extra) biodiversiteit. Doel is een leefomgeving te creëren waarin planten- en diersoorten zich thuis kunnen voelen. Groene zones, bloemrijke randen, nestgelegenheden en natuurlijke overgangen zorgen voor een rijk ecosysteem. Dit wordt bereikt door onder andere:
20
•
•
• •
Hemelwater opvangen in sloten en waterbergingen die als waterbron kunnen dienen voor lokale flora en fauna; Erfafscheidingen uitvoeren in gemengde (inheemse) hagen of een vorm van natuurlijke erfafscheiding waar bij voorkeur ruimte is voor fauna om te verblijven zoals takkenrillen Inzetten op diverse inheemse planten- en boomnsoorten die bijdragen aan de lokale fauna. Aangepaste verlichting voor nachtdieren als standaard hanteren.
3-30-300 regel In het plan is voorgesorteerd op de 3-30-300 regel. Met deze vuistregel meet je drie dingen. Eerst of je vanuit elke woning drie bomen kunt zien. Dan of 30% van een wijk in de schaduw van een boom valt. Daarna of er vanuit elke woning op 300 meter afstand een verkoelend park of andere groene koele plek is. Met de groene inrichting van het plan dient hieraan zoveel als mogelijk te worden voldaan. Aandachtspunt: De 30% schaduwregel is mogelijk in conflict met de ambitie om het veenweidegebied open te houden. Daarnaast stelt het waterschap eisen aan bomen i.v.m. onderhoud en waterkwaliteit. Dit vraagt zorgvuldige afstemming met de afdeling groen van de gemeente en het waterschap..
Enkele bomen zorgen voor schaduw, daarnaast een open landschap. De wisselwerking tussen deze twee vraagt om aandacht in het plan.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
21
7.
Stedenbouwkundige criteria
In dit hoofdstuk worden de algemene stedenbouwkundige criteria voor de beeldkwaliteit van de bebouwing, zowel grondgebonden als gestapeld, omschreven. Dit in aanvulling op de Nota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Krimpenerwaard.
Algemene criteria De belangrijkste stedenbouwkundige criteria staan hiernaast benoemd en in de schem a’s o p d e vo l g e n d e p a g i n a v e r b e e l d : 1. 2.
3.
4. 5.
6.
Ten allen tijden wordt het doorzicht van noord naar zuid over de drie eilanden in stand gehouden; Ter plekke van de entrees van de buurt is bij binnenkomst zicht op representatieve voorgevels. Op deze beeldbepalende plekken kunnen geen parkeerkoffers worden gesitueerd; De groen-blauwe vizieren bij de entrees vanuit de bestaande wijk bieden op ooghoogte doorzicht op het open landschap. Voorgevels richten zich op deze vizieren en begeleiden de zichtlijnen. Aan groen-blauwe vizieren kunnen geen parkeerkoffers zijn gesitueerd; De voorgevels zijn op de drie eilanden afwisselend op het binnengebied en op het polderpark gericht; De rooilijnen van de blokken verspringen in de woonstraat ten opzichte van elkaar ten behoeve van een ontspannen ‘dorpse’ sfeer; De overgang naar het omliggende landschap wordt ‘zacht’ en omkleed met groen vormgegeven.
Zicht op het plan vanaf de bestaande dorpsrand met ‘zachte’ overgang.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
22
1.Doorzicht van noord naar zuid
4.Oriëntatie afwisselend op het ‘dorpse’ binnengebied en op het omringende landschap.
2. Representatieve voorgevels. bij de entrees van de wijk
5. Verspringende rooilijnen, verschillen in kleur metselwerk per blok
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
23
3.Voorgevels richten zich op de groenblauwe vizieren en begeleiden de zichtlijnen
6. De overgang naar het omliggende landschap wordt ‘zacht’ en groen vormgegeven. De toe te passen soorten groen verkleurt van ‘formeler’ aan de Tiendweg naar ‘extensiever’ aan de zuidrand.
8.
Criteria bebouwing
In dit hoofdstuk worden de algemene criteria voor de beeldkwaliteit van de bebouwing, zowel grondgebonden als gestapeld, omschreven. Voor het ensemble aan de Tiendweg worden aanvullende criteria omschreven. Dit in aanvulling op de Nota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Krimpenerwaard. De criteria vormen een toetsbaar kader voor de architectonische uitwerking van de bouwplannen
Algemene criteria Heldere volumes in verschillende aardetinten in contrast met groene omgeving
Bouwmassa en hoogte • • • • •
•
•
•
Bouwmassa’s hebben een heldere en in de regel twee lagen met en kap. Het appartementengebouw aan de Tiendweg wordt 2,5 laag met kap. Kappen steken licht over, zowel in de langsgevels als op de kopgevel; De nokrichting ligt bij de rijwoningen in de lengte van het blok; Aan de buitenzijde, vanaf het landschap gezien, van het plan zijn alleen langskappen en een enkele keer een kopgevel te zien; Om aan het woonstraatje een dorpse sfeer te krijgen wordt aan de binnenzijde van het plan tuiten toegestaan. Dakkapellen, erkers en andere aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa vormgegeven. Ze doen geen afbreuk aan de heldere opbouw van de hoofdmassa. Uitbreidingen van woningen worden met de architectuur mee ontworpen.
Speelse dorpse uitbreiding
Positie, rooilijnen en oriëntatie •
•
• •
De woonblokken met daarin vier tot zes woningen zijn op ontspannen manier op de eilandjes gesitueerd. Ze liggen langs- en haaks op de straat; Om een ontspannen ‘dorpse’ sfeer in het woonstraatje te maken, wisselt de rooilijn van de verschillende blokken ten opzicht van elkaar; De woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte waaraan ze grenzen; Kopgevels van de woningen grenzend aan het openbaar gebied dienen representatief te worden uitgevoerd. Daarbij kan worden gedacht aan entrees, terugliggend metselwerk, een lichte kopgevel als accent etc. Blinde kopgevels zijn niet toegestaan;
Helder volume
Mogelijke materialen voor appartementen _ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
24
•
• • •
•
De voorgevelrooilijn van de woningen ligt nooit direct aan het openbaar gebied, minimaal 1,5 m van voorgevel tot openbaar gebied. Bij een woonpad kan deze afstand kleiner zijn, tot minimaal 60 cm (nader uit te werken) Bij toepassing voortuinen zijn deze voorzien van een haag van max.1 m hoog of vaste beplanting;. Hagen in de voortuin worden op privé grond gesitueerd vanwege het beheer en onderhoud hiervan (30 cm uit de band plaatsen) Woningen van het meergeneratiehof liggen met hun voordeur aan de openbare ruimte. Terrassen zijn georiënteerd op de (gezamenlijke) binnentuin.
Accenten met lichte kopgevel
Architectonische uitwerking •
•
• • •
• •
•
De architectuur sluit aan bij het beeld en de kenmerken van ‘landelijke dorpse’ bebouwing met eenvoudige en heldere volumes, uitgevoerd in één kleur metsewerk per blok; De bouwblokken worden als een samenhangende eenheid ontworpen. Het spiegelen van de entrees is daarbij een welkom ontwerpmiddel; De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie. Positie hemelwaterafvoer (HWA ) is onderdeel van de geleding van het bouwblok; Dakgoten worden ondergeschikt en terughoudend vormgegeven. Passend binnen de landelijke vormgeving. Omtimmerde goten in contrasterende kleur t.o.v. metselwerk of dakvlak zijn niet toegestaan; Dakkapellen zijn in hoogte en breedte ondergeschikt aan het dakvlak; Zonnepanelen zorgvuldig in een compact en rechthoekig vlak gelijkmatig op het dakvlak verdelen; Installaties zijn vanaf openbaar gebied waar mogelijk uit het zicht geplaatst.
Warme kleuren en natuurlijke materialen
Detaillering •
• •
•
Eenvoudige maar verfijnde detaillering: Geen overdadige ornamenten, wel aandacht voor bijvoorbeeld kozijnprofielen, dakranden, eventyueel voorzien van gootklossen, entrees bijvoorkerur voorzien van een subtiele luifel. Kiezen voor een aantal details en daarmee geen overvloed aan verschillende detaillering. Het metselwerk wordt op enkele plekken verbijzonderd door het toepassen van terugliggende vlakken tussen of onder raampartijen. Subtiele toepassing van rollaag boven of rondom grote raampartijen; We voegen accenten toe in het plan. Dit doen we bijvoorkeur door het toepassen van vlakken uitgevoerd in een lichtere kleur. Bijvoorbeeld een kopgevel, of een vlak in de gevel.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
In de gevel verbijzonderingen door verschillende metselverbanden
Zwarte kleur voor bijgebouwen contrastreert met groene omgeving
25
Overgang naar landelijk gebied /Polderpark •
•
•
Bij achtertuinen aan het agrarisch gebied worden tuinen en vlonders ingepast in rietvelden en overige streekeigen beplanting op eigen kavel. Aanvullend zie hoofdstuk 9, onderdeel erfafscheidingen
•
Containeropstelplaats/trafo
Bijgebouwen /ondergeschikte bouwdelen • •
•
•
Daar waar bijgebouwen grenzen aan het agrarisch landschap zijn bouwwerken, geen gebouw, hoger dan 1m niet toegestaan; ( Aanvullend zie hoofdstuk 9, onderdeel erfafscheidingen
•
zie hoofdstuk 9
Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa vormgegeven; De architectonische kwaliteit van bijgebouwen past bij de stijl, detaillering, materialisatie en kleurgebruik van het hoofdgebouw. Daar waar bijgebouwen grenzen aan de woonstraat of openbaar gebied worden deze architectonisch uitgewerkt bijvoorbeeld door onderlinge koppeling d.m.v. een pergola en/of een kap; Bij bijgebouwen, tuinhuisjes, garages en schuren met platte daken bij voorkeur een groen dak (bv. kruidenrijk sedum).
Elk blok volledig in één kleur(mix ) metselwerk uitvoeren
Overal voor- of geveltuinen toepassen
Dakgoot in terughoudende kleur.
Bergingen die grenzen aan de openbare straat zorgvuldig vormgeven met een pergola of gelijkwaardig. _ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
26
Aanvullende criteria Erf aan de Tiendweg
•
Positie, rooilijnen en oriëntatie • •
•
De hoofdwoning zich met de representatieve voorgevel op de Tiendweg; De nokrichting ligt onder een hoek aan de Tiendweg, in dezelfde richting als het slagenlandschap; De gebouwen zijn alzijdig vormgegeven. Ze staan vrij op de kavel en hebben rondom groen en een verzorgde uitstraling richting de openbare ruimte.
Bouwmassa en hoogte • •
•
De hoofdwoning is geïnspireerd op de massa van een boerderijtypologie van de Krimpenerwaard; De bouwmassa van het appartementengebouw is vormgegeven als een eigentijds agrarisch volume, geïnspireerd op boerderij- of schuurtypologie van de Krimpenerwaard; Het appartementengebouw heeft een hoogte van circa 2,5 bouwlagen plus een kap.
Detaillering •
Architectonische uitwerking •
De gevelindeling van het appartementengebouw is rustig en eenvoudig, met een heldere compositie; De verhoudingen in massa en gevelindeling sluit aan bij de (eigentijdse) agrarische architectuur en versterkt de herkenbaarheid van het erf; De gevel aan de planzijde is ondergeschikt aan de kopgevel aan de Tiendweg De begane grond heeft een representatieve uitstraling richting de openbare ruimte; Entrees zijn duidelijk vormgegeven en zorgvuldig ingepast, passend bij de agrarische architectuur. Balkons zijn integraal onderdeel van de architectuur. De positionering en vormgeving verstoren het rustige en samenhangende gevelbeeld niet; Zonwering/ screens mee ontwerpen met de architectuur van het gebouw.
De hoofdwoning aan de Tiendweg, als representatieve ‘kop’ van het plan, krijgt een hoogwaardige en zorgvuldig uitgewerkte gevel: Ambachtelijke detaillering, zoals royale dakoverstekken, sierspanten, gevelmakelaars met windveren en verfijnde metselwerkaccenten, versterken het karakter, De gevel heeft voldoende plasticiteit, met duidelijke vorm- en dieptewerking;
•
Het hoofdgebouw is rijker gedetailleerd dan de overige gebouwen in het plan. Details verwijzen naar de detaillering van historische boerderijvolumes uit de Krimpenerwaard; De overige gebouwen van het ensemble zijn iets eenvoudiger gedetailleerd, comform het niveau van het hele plan;
Berging en bijgebouwen •
Bijgebouwen zijn onderdeel van de vormgeving en materialisatie van het ensemble.
Afbeelding: Erfbebouwing aan de Tiendweg: Geïnspireerd op traditionele agrarische erven in de Krimpenerwaard, met een langgerekte erfstructuur, eenvoudige hoofdvormen en een sterke oriëntatie op het slagenlandschap.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
27
Kleur- en materiaal •
•
•
•
•
•
Alle blokken worden uitgevoerd in metselwerk in een warm en natuurlijk kleurenpalet. Het palet bestaat uit 5 à 6 warme ‘veen’ kleuren in een licht gemêleerde mix. Het palet aan stenen worden bemonsterd en ter goedkeuring voorgelegd aan de GAOK; Per blok wordt voor alle woningen één keramische gevel (bak)steen in een licht gemêleerde mix toegepast. Hierdoor ontstaat differentiatie tussen de blokken en blijft tegelijkertijd de samenhang behouden; Trasramen worden uitgevoerd in dezelfde baksteen als het gevelmetselwerk, eventueel afwijkend metselverband om een subtiel onderscheid in de plint te creëren. Om het geheel niet te zwaar te maken, worden langs de woonstraat accenten in licht gekleurd metselwerk of eternit bij de rijwoningen toegepast, bijvoorbeeld in de kopgevels Voor de vrijstaande en tweekappers is aanvullend hierop keimwerk mogelijk.
•
•
•
•
De kopgevels worden op een zorgvuldige wijze vormgegeven. Geïnspireerd op de architectuur van de Krimpenerwaard. _ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
28
Bij het appartementengebouw kan de gevel voor een deel in hout of eternit sidings in een terughoudende natuurlijke kleur worden uitgevoerd. De materialen hebben een verzorgd uiterlijk en blijven door de jaren heen kleurecht; Daken zijn gedekt met matte keramische dakpannen. Per blok wordt een keuze gemaakt tussen maximaal drie kleuren, van donkeroranje tot antraciet, passend bij de kleur van het metselwerk; Kozijnen en draaiende delen in de gevels aan het landschap in terughoudende en niet contrasterende kleuren, passend bij het gevelmetselwerk; Kozijnen en draaiende delen in de gevels aan de woonstraat en groene vizieren in lichte kleuren om aan te sluiten bij de dorpse sfeer alhier; Bergingen zijn van hout, in zwarte kleuren en bij voorkeur voorzien van een ‘groen’ (sedum)dak.
afbeelding: Kleurenpalet gevels en daken
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
29
9.
Criteria openbare ruimte
Algemene criteria Voor de inrichting van de openbare ruimte van het woongebied en het Polderpark wordt in beginsel uitgegaan van de eisen uit het handboek openbare ruimte (2026) van de gemeente Krimpenerwaard. Daar waar keuzes mogelijk zijn en/of een verdere toelichting nodig is gelden de volgende criteria. Bijvoorkeur naar de rand met groene berm meer open bestrating toepassen
Verharding, verkeer en parkeren De inrichting van de (openbare) buitenruimte dient zo min mogelijk verharding te krijgen; • De rijbaan wordt uitgevoerd met een hoogwaardige kleurvaste betonstraatsteen van 8 cm dik (HOR): . Het type is keiformaat en de kleur is rood.) • Aan minstens één zijde van de rijbaan is een groene berm voorzien. Aan de andere kant een trottoir. • Waar de groenstrook is onderbroken, wordt de woonstraat geflankeerd door een trottoir/ inrit dat op hetzelfde niveau als de rijbaan ligt; uitgevoerd in dubbelklinkers van 8 cm dik. (HOR) • Rijlopers van de parkeerkoffers worden gelijk aan de rijbanen uitgevoerd. • Bij voorkeur wordt de rijbaan en de rijloper van de parkeerkoffers naar de randen toe meer open, waardoor de waterpasseerbaarheid toeneemt. • Alle parkeerplaatsen in het openbaar gebied worden uitgevoerd als haaksparkeervakken. • Parkeervakken worden in grasbetontegels uitgevoerd. Als visuele scheiding wordt een witte toegepast. Voor herkenbaarheid wordt een P-tegel aangebracht. (HOR) • Parkeerkoffers worden waar mogelijk omlijst met een streekeigen groenblijvende haag van ca 0,6 tot 1 m hoog om het beeld van geparkeerde auto’s te verzachten. Deze hagen worden onderhouden en beheerd door de gemeente; • Voetpaden in het woongebied zijn gemaakt van betontegels (30x30x4,5 (HOR)).
• Wandelpaden in ‘Het Polderpark’ krijgen een informele parkachtige uitstraling en zijn voorzien in halfverharding. Daar waar sprake is van een calamiteitenontsluiting liggen (deels) stroken met versterkt gras of grasbetontegels; • In het polderpark is ruimte voor een graspad;
Trottoir op zelfde hoogte in ander verband, daar waar groene berm onderbroken wordt.
Terrassen over het water
Vlonderpaden over het water
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
30
•
Paden die over het water voeren worden uitgevoerd als vlonderpaden. Deze zijn van hardhout en hebben een anti slib behandeling. Dit vlonderpad wordt onderhouden en beheerd door de gemeente;
Groen en beplanting De groeninrichting van de openbare ruimte draagt in belangrijke mate bij aan de sfeer en leefbaarheid van de buurt en dient zo groen mogelijk te zijn om maximaal bij te dragen aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. De keuze voor beplanting is dat het enerzijds een robuuste (groene) sfeer uitstraalt en anderzijds zoveel als mogelijk aansluit bij het (polder) landschap. Uitgangspunten voor de beplantingskeuze zijn: • Ecologische waarden; • Voorkeur voor inheems; • Onderhoudsvriendelijk; • Ziekteresistent; • Geen overlast met luis ‘drup’; • Jaarrond aantrekkelijk.
In het polderpad ruimte voor een graspad
Bomen worden in een configuratie geplant die streekeigen is en hoort bij het soort boom • Op de kop bij het erf aan de Tiendweg notenbomen of vergelijkbaar; • Een goede mix tussen solitairen en rijtjes knotwilgen en elzen; • Daar waar mogelijk een verdichting van de bomen als verwijzing naar een ‘geriefbosje’ • In de groene ‘vizieren’ wordt geen bermbegroeiing geplant om het doorzicht vrij te houden; • Boomspiegels in de woonstraat worden beplant met robuuste streekeigen vaste planten.
natuurvriendelijke oeverinrichting
Watergangen en oeverinrichting •
•
•
Langs de watergangen worden oevers zoveel als mogelijk voorzien van natuurvriendelijke oevers. Dit versterkt het groene beeld en draagt bij aan de biodiversiteit. Houten beschoeiingen zijn niet toegestaan. Dit wordt vastgelegd in de koopovereenkomst. Daar waar oevers grenzen aan privé-tuinen wordt de oever natuurvriendelijk vormgegeven. De privé achtertuin wordt deels niet opgehoogd. Er is sprake van een hoogte verschil in de tuin, dat bijdraagt aan biodiversiteit en wateropvang. In de koopovereenkomst wordt een instandhoudingsplicht opgenomen. Wanneer vlonders aan het water worden gemaakt mag deze 40% van de breedte van de tuin breed zijn. De vlonders worden projectmatig aangeboden.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
Houten hekje naar een graspad
31
•
•
Delen van de groene vizieren en in het polderpark worden niet opgehoogd maar blijven laag. Hierdoor blijft deze grond natter en trekt het andere planten aan. In deze laagtes kunnen d.m.v. stapstenen speelaanleidingen gemaakt worden. Het maaibeheer wordt afgestemd op het open en landschappelijke karakter van de polder en draagt bij aan de biodiversiteit.
Kunstwerken • •
Auto ontsluiting d.m.v. duiker (nader uit te werken) Voetgangerspaden over water d.m.v. houten bruggen (nader uit te werken)
Hekwerk van kastanjehout
Erfafscheidingen Erfafscheidingen vormen de overgang tussen de woonkavels en de openbare ruimte en zijn daarmee beeldbepalend in zowel het straatbeeld als de relatie met het landschap. Uitgangspunt is een zachte, groene en natuurlijke overgang, die bijdraagt aan een rustig en samenhangend beeld. Hierbij wordt ingezet op informele en gebiedseigen oplossingen, zoals groenblijvende hagen, takkenrillen van wilgentenen en kastanjehouten schapenhekjes.
Takkenrillen van gevlochten wilgentenen
Bijna alle achter- en zijtuinen grenzen aan de openbare ruimte of aan het landschap, tevens de nieuwe westelijke rand van de kern. Het is daarom van groot belang dat deze overgangen zorgvuldig worden vormgegeven en gematerialiseerd. • Achter- en zijtuinen grenzend aan sloten van het veenlandschap krijgen een natuurlijke oever, in combinatie met een vlonder. Hekken op de insteek talud zijn niet toegestaan Indien toch noodzakelijk is een hekwerk van kastanjehout toegestaan op drie meter van de insteek talud. • Vlonders langs het water op privé kavels, worden max 40% van de breedte of lengte van de kavel. Daarnaast komt een natuurvriendelijke oever • Tuinen inclusief bergingen die grenzen aan het openbaar gebied/ parkeerplaatsen voorzien van een erfafscheiding zodat de individuele bewoners geen eigen (gamma) schuttingen gaan plaatsen. Als volgt uit te werken: Zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte worden uitgevoerd met takkenrillen van gevlochten wilgentenen o.g. Dit wordt projectmatig uitgewerkt. Ten behoeve van privacy worden op de eigen kavel achter de takkenrillen een stalen hek met begroeiing toegestaan. Houten en dichte schuttingen zijn niet toegestaan. Achtertuinen grenzend aan de woonstraat: bergingen worden onderling verbonden door pergola’s. Bergingen op deze plekken terughoudend van kleur/zwart uitvoeren
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
Natuurvriendelijke over met vlonder, hoogteverschil en hekwerk van kastanjehout
Ten behoeve van privacy worden op de eigen kavel achter de takkenrillen een stalen hek met begroeiing toegestaan.
32
-
•
Achter- en zijtuinen aan parkeerkoffers: Ten behoeve van privacy worden op de eigen kavel achter de groenblijvende hagen (projectmatig aangelegd en beheerd door de gemeente) een stalen hek met begroeiing toegestaan Achter- en zijtuinen aan achterpaden: een stalen hek met begroeiing tussen de bergingen in. Voortuinen krijgen een lage haag van maximaal 1 meter hoog op eigen kavel. Onderhoud door de bewoners. Bij voorkeur gemengde hagen van streekeigen inheemse (groenblijvende) hagen toepassen.
Straatmeubilair en Speelplekken De buitenruimte heeft als doel ontmoeting en spelen te faciliteren, voor jong en voor oud. Dicht bij de woningen komen de speelvoorzieningen voor de jonge kinderen ouderen. In het polderpark is het aanbod van spelen en zitgelegenheid voor een bredere doelgroep bestemd, waarbij ook de bewoners van de Florabuurt betrokken worden.
In de groene vizieren plek voor een ligstoel of openbare vlonder
Inrichtingselementen zoals verlichtingsmasten, afvalbakken, speelvoorzieningen en hekwerken krijgen binnen het plangebied een uniforme vormgeving en uitstraling. Grotendeels wordt aaneengesloten bij het Handboek Openbare Ruimte Krimpenerwaard (HOR) Daarnaast wordt gekeken naar de veranderende eisen van de tijd, zoals gerecyclede en biobased materialen. Natuurlijk ogend straatmeubilair is gewenst, bleek ook uit de participatie. Met name in het Polderpark. Materialisatie, kleurgebruik en detaillering sluiten aan bij het landelijke karakter. Het recreatiegebied Krimpenerhout/Loetbos dient hiervoor als inspiratie. Denk hierbij aan • Houten picknickbank • Enkele ligstoelen bij een uitzichtplek • Betonnen stapstenen als ludieke oversteek over een sloot • Jeu de boules baan; • Felgekleurde speeltoestellen zijn uitgesloten
Speelaanleiding aan de waterkant voor de oudere kinderen
Verlichting Voor de verlichting wordt in beginsel aangesloten bij de uitgangspunten uit de HOR. • Ter voorkoming van lichthinder richting het Polderpark wordt terughoudend omgegaan met verlichting langs perceelranden. Daar waar achterpaden direct grenzen aan het Polderpark, wordt de verlichting uitgevoerd en beheerd door de gemeente. • Binnen het Polderpark zelf wordt de verlichting afgestemd op de uitgangspunten van natuurinclusief ontwerpen, waarbij duisternis en ecologische waarden zoveel mogelijk worden gerespecteerd.
Natuurlijke materialen in rust en ontmoetingsplekken
Natuurlijke speelaanleidingen in plasdras gebieden _ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
33
Inzamelen huishoudelijk afval Bij het appartementengebouw wordt het afval verzameld en opgehaald in (semi-)ondergrondse afvalcontainers. Hiervoor wordt ruimte voorzien nabij de appartementen die goed toegankelijk is voor vuilniswagens*. Voor de grondgebonden woningen is het uitgangspunt dat het afval gescheiden wordt opgehaald. Daarvoor worden de volgende afval-inzamelmiddelen verstrekt: 1 restafval-, 1 papier-, en 1 GFT minicontainer per laagbouwwoning; Deze worden aangeboden op verzamelplaatsen op een daarvoor aangewezen parkeerplaats. Een belangrijk aandachtspunt is de opstelling van de containers bij de woning. Niet alle woningen hebben een achtertuin grenzend aan een achterpad. Een gevolg hiervan is dat individuele bewoners hun containers voor de voordeur gaan zetten . Dit is ongewenst. • In beginsel worden de minicontainers opgesteld in de achtertuin • Wanneer de berging niet in de tuin is gesitueerd maar aan de kop van het blok wordt in de voortuin een passende containersopstelplaats gemaakt. De containers worden ingepast in houten lage houten constructie in de voortuin. • OF: Wanneer de berging niet in de tuin is gesitueerd maar aan de kop van het blok wordt bij de bergingen, in de openbare ruimte een plek zorgvuldig ingericht voor de containers. • Deze opstelplaatsen kunnen niet aan de groene vizieren worden gesitueerd.
* Voorgesteld wordt om binnen dit plan de mogelijkheden voor ondergrondse containers voor de laagbouwwoningen te onderzoeken. De alzijdige opzet van het plan vormt hiervoor de belangrijkste aanleiding, omdat bovengrondse voorzieningen het ruimtelijk beeld sneller verstoren.
Nutsvoorzieningen Nutsvoorzieningen dienen op een evenwichtige wijze ingepast te worden om het beeld van de openbare ruimte zo min mogelijk aan te tasten. Nutsgebouwen worden in materialisatie afgestemd op de directe omgeving en voorzien van hetzelfde materiaal en/ of kleurstelling. Bij voorkeur ommetseld met dezelfde gevelstenen als nabijgelegen woongebouwen.
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
34
_ BKP Het Polderland, Krimpen aan de Lek
35