BV26-015 PK, Vier jaar werken aan starterswoningen in Ammerstol en nu dreigt alles opnieuw te moeten
Tekst van het document
BESTUURLIJKE RAADSVRAAG (art. 56) Nr: BV26-015 Datum: 20 april 2026 Indiener: Ad Struijs, Pro Krimpenerwaard Onderwerp: Vier jaar werken aan starterswoningen in Ammerstol … en nu dreigt alles opnieuw te moeten.
Toelichting bij en doel van de vragen: In Ammerstol ligt een concreet en uitgewerkt plan voor acht broodnodige starterswoningen aan de Capellelaan. Een plan dat na jaren van overleg met de gemeente, adviseurs en betrokken instanties uiteindelijk heeft geleid tot een verleende vergunning op 8 oktober 2025. Nu dreigt dit project alsnog vast te lopen. Niet omdat de woningen ruimtelijk onaanvaardbaar zijn, maar vanwege herstelbare tekortkomingen in de motivering van het besluit. Tegelijkertijd ligt er inmiddels een aangepast plan dat wél voldoet aan de parkeernormen. Het vooruitzicht dat na bijna vier jaar voorbereiding opnieuw vanaf nul begonnen moet worden, is moeilijk uit te leggen aan woningzoekenden en inwoners van onze gemeente. Juist in een tijd waarin de druk op de woningmarkt groot is en starters nauwelijks kansen krijgen. Daarom stellen wij de volgende vragen. Vragen: 1. Klopt het dat de bezwarencommissie heeft geconcludeerd dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd, maar niet dat het bouwplan zelf onaanvaardbaar is? Antwoord college: Nee, dat klopt niet. De Onafhankelijke Commissie voor de Bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard (hierna: de Commissie) heeft op 13 maart 2026 het college geadviseerd om de verleende omgevingsvergunning te herroepen. De Commissie concludeert dat de omgevingsvergunning niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd.
Ook in de bezwaarprocedure heeft het college, met de na de hoorzitting verstrekte reactie, de omgevingsvergunning niet van een toereikende motivering kunnen voorzien.
2.
Deelt het college de opvatting dat de geconstateerde gebreken in beginsel herstelbaar zijn binnen de bestaande procedure?
Antwoord college: Het college is momenteel in gesprek met de vergunninghouder over de inhoud van het advies van de Commissie. In het advies staat dat een aantal onderdelen van de omgevingsvergunning op dit moment onvoldoende zijn gemotiveerd, en dat volgens de Commissie voor deze onderdelen ook geen deugdelijke motivering kan worden gegeven. Het gaat daarbij met name om het voorzien in voldoende parkeergelegenheid en de praktische bruikbaarheid daarvan, evenals de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bouwplan in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het college heeft inmiddels van de aanvrager een aangepaste tekening ontvangen met betrekking tot het aantal benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein. Deze tekening is ter beoordeling voorgelegd aan het Ingenieursbureau Krimpenerwaard (hierna: IBKW). Hoewel het aantal benodigde parkeerplaatsen op de aangepaste tekening zijn ingetekend, is het van belang om te weten of deze in de praktijk ook daadwerkelijk bruikbaar zijn. Daarnaast stelt de Commissie dat het bouwplan niet ruimtelijk aanvaardbaar kan worden geacht wanneer het parkeren niet voldoet aan het gemeentelijke beleid. Ook blijkt uit de omgevingsvergunning niet hoe de belangen van omwonenden zijn meegewogen in de besluitvorming. Om die reden concludeert de Commissie dat geen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Om in deze situatie wél te kunnen spreken van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is een positief advies van het IBKW op de aangepaste tekening noodzakelijk. Daarnaast moet een nadere motivering worden gegeven waaruit blijkt dat het bouwplan niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Het college verwacht dat het bouwvolume van het plan leidt tot een parkeerbehoefte die niet volledig op eigen terrein kan worden opgevangen, of in elk geval tot problemen in de praktische bruikbaarheid daarvan. Dit zou resulteren in een onevenwichtige toedeling van functies aan locaties. Mocht de aangepaste tekening toch leiden tot een positief advies over het parkeren, dan blijft het college gehouden aan een aanvullende motivering waarom het bouwplan niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 3. Waarom wordt desondanks overwogen om de vergunning in te trekken en een volledig nieuwe procedure te starten? Antwoord college: Zoals hierboven aangegeven, verwacht het college niet dat met het huidige bouwplan kan worden voldaan aan het geldende parkeerbeleid. Mocht het IBKW tot een negatief advies komen, dan kan in samenspraak met de aanvrager worden gekeken naar een alternatief bouwplan dat wél voldoet aan het parkeerbeleid en resulteert in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Een dergelijk aangepast bouwplan zal vervolgens moeten worden beoordeeld via een nieuwe aanvraag voor een omgevingsvergunning. De beoordeling van een nieuwe aanvraag zal naar verwachting minder tijd in beslag nemen, omdat het gaat om een aangepast plan en niet om een volledig nieuwe ontwikkeling.
4. Is het college het met ons eens dat een dergelijke stap, na een traject van circa vier jaar, disproportioneel is? Antwoord college: Een bezwaarprocedure is op grond van artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht bedoeld voor een volledige heroverweging van het bestreden besluit en biedt de mogelijkheid om eventuele gebreken te herstellen. In sommige gevallen leidt deze heroverweging tot de conclusie dat het besluit niet in stand kan blijven en dat herstel neerkomt op het alsnog weigeren van de aangevraagde vergunning. Het college is daarom van mening dat in dit geval geen sprake is van een disproportionele stap. 5. Klopt het dat inmiddels een aangepast plan voorligt waarin wordt voldaan aan de geldende parkeernormen? Antwoord college: Zie hierboven. 6. Op welke wijze weegt het college deze aanpassing mee in de besluitvorming? Antwoord college: Zie hierboven. 7. Is het college bereid om primair in te zetten op een herstelbesluit, waarbij: o de motivering wordt aangevuld, en o waar nodig aanvullende voorschriften worden opgenomen? Antwoord college: Zie hierboven. 8.
Hoe verhoudt een eventuele intrekking van de vergunning zich tot de gemeentelijke ambitie om juist meer starterswoningen te realiseren? Antwoord college: Hoewel het college inzet op het realiseren van starterswoningen, moeten dergelijke bouwplannen onverminderd voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. 9. Welke concrete gevolgen heeft een nieuwe procedure voor de planning en realisatie van deze woningen? Antwoord college: Indien wordt besloten tot intrekking van de verleende omgevingsvergunning en het indienen van een nieuwe aanvraag, betekent dit dat opnieuw een formele vergunningprocedure moet worden doorlopen. Dit heeft tot gevolg dat de realisatie van de woningen wordt vertraagd. Daarbij geldt echter dat het gaat om een aangepast bouwplan op een bekende locatie, waarvoor reeds veel voorbereidend werk is verricht. De beoordeling van een nieuwe aanvraag zal zich daarom met name richten op de aangepaste onderdelen en naar verwachting minder tijd in beslag nemen dan een volledig nieuwe ontwikkeling. Desondanks leidt een nieuwe procedure onvermijdelijk tot vertraging ten opzichte van het oorspronkelijke tijdpad.
10. Kan het college vóór het geplande overleg van 30 april duidelijkheid geven over de gekozen koers? Bovendien verzoeken wij het college om een spoedige beantwoording gezien de impact op de woningbouwopgave en de betrokken initiatiefnemer. Antwoord college: Het college hoopt voor het overleg van 30 april een advies van het IBKW te hebben ontvangen. Betreffend advies is leidend voor het verdere verloop.
Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester, J. Hennip
ir. J. Beenakker