CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BV26-009 antw PK, Toezicht, transparantie en rechtsbescherming binnen de gemeentelijke jeugdzorg

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college1.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESTUURLIJKE RAADSVRAAG (art. 56) Nr: BV26-009 Datum: 13 maart 2026 Indiener: Ad Struijs, Pro Krimpenerwaard Onderwerp: Toezicht, transparantie en rechtsbescherming binnen de gemeentelijke jeugdzorg

Pro Krimpenerwaard heeft signalen ontvangen van ouders en betrokkenen over mogelijke tekortkomingen in het toezicht op de uitvoering van jeugdzorg binnen de gemeente. Ouders geven aan dat zij bij vragen of zorgen over de uitvoering van jeugdzorg of jeugdbescherming regelmatig worden terugverwezen naar de uitvoerende organisaties zelf, terwijl de gemeente op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk is voor zowel de financiering als het toezicht op de uitvoering. Daarnaast bereiken ons signalen dat ouders onvoldoende inzicht hebben in de totstandkoming van risicotaxaties en besluiten die grote gevolgen kunnen hebben voor gezinnen en dat de positie van vrijwillige hulpverlening in de praktijk beperkt zou zijn wanneer trajecten richting een gedwongen kader worden ingezet. Gelet op de verantwoordelijkheid van de gemeente voor een zorgvuldige uitvoering van de jeugdzorg stelt Pro Krimpenerwaard de volgende vragen aan het college: 1. Kan het college toelichten hoe de gemeente Krimpenerwaard concreet invulling geeft aan haar wettelijke verantwoordelijkheid voor toezicht op de uitvoering van jeugdzorg door gecontracteerde organisaties? Antwoord college: De invulling van het toezicht op de uitvoering van jeugdzorg is in Nederland belegd op verschillende niveaus.

Het toezicht op de kwaliteit van jeugdhulp ligt bij het Rijk, terwijl gemeenten verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de rechtmatigheid en een signalerende rol hebben ten aanzien van kwaliteit en veiligheid. 1. Landelijk toezicht – Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt namens het Rijk toezicht op de kwaliteit en veiligheid van jeugdhulpaanbieders. 2. Gemeentelijk toezicht op rechtmatigheid en contractmanagement De verantwoordelijkheid voor toezicht op de rechtmatige besteding van middelen ligt bij de gemeente, maar is in de regio Midden-Holland belegd bij de GR JW Midden-Holland (GR JW). Binnen dit kader wordt: 

Toezicht uitgevoerd door onafhankelijke toezichthouders, op basis van een controleplan Jeugdwet;

Actief contractmanagement gevoerd op gecontracteerde aanbieders, waarbij wordt gestuurd op naleving van afspraken, kwaliteit, rechtmatigheid en continuïteit.

3. Aanvullende gemeentelijke rol De gemeente heeft een signalerende en regisserende rol en brengt signalen vanuit de lokale praktijk in bij de GR. Waar nodig worden signalen opgeschaald of doorgezet naar de IGJ. 2. Welke instrumenten en controlemechanismen gebruikt de gemeente om te toetsen of uitvoerende organisaties zorgvuldig handelen bij risicotaxaties, interventies en besluitvorming richting gezinnen? Antwoord college: Zorgaanbieders moeten vooraf voldoen aan vastgestelde kwaliteitseisen en certificeringen, waarin processen zoals risicotaxatie, dossiervorming en evaluatie zijn geborgd. Het contractmanagement en de monitoring van gecontracteerde aanbieders in de regio zijn belegd bij de GRJW Midden-Holland. Vanuit deze rol worden prestaties gemonitord, gesprekken gevoerd met aanbieders en evaluaties uitgevoerd. Indien daar aanleiding toe is, worden signalen betrokken bij nadere toetsing of regionaal toezicht. De gemeente heeft hierbij een signalerende rol. 3. In hoeverre is er sprake van onafhankelijk toezicht wanneer klachten of zorgen betrekking hebben op organisaties die door de gemeente zelf zijn gecontracteerd? Antwoord college: De gemeenten van de regio Midden-Holland hebben regionale toezichthouders aangesteld die hun taken onafhankelijk uitvoeren van beleidsafdelingen, contractmanagement en financiën.

De toezichthouders hebben geen rol in het contractbeheer, er is een transparante scheiding van taken en er vindt geen beïnvloeding plaats door politieke of bestuurlijke belangen. Dit is geborgd door de positionering van de toezichthouders binnen de GR JW en specifiek buiten de teams voor contractmanagement, contractbeheer, inkoop en beleid. Daarnaast beschikken de toezichthouders over professionele autonomie en kunnen zij zonder beïnvloeding een eigen werkplan opstellen. Klachten van ouders worden in eerste instantie, waar passend, bij de aanbieder neergelegd. Bij zorgen over veiligheid, kwaliteit of structurele tekortkomingen wordt opgeschaald naar de gemeente of de IGJ. Ouders worden hierbij ondersteund door cliëntondersteuning en kunnen terecht bij onafhankelijke instanties zoals een vertrouwenspersoon. 4. Klopt het dat ouders met zorgen over de uitvoering van jeugdzorg regelmatig worden doorverwezen naar de betreffende uitvoerende organisatie? Zo ja, acht het college dit passend binnen de toezichthoudende rol van de gemeente? Antwoord college: Ja, het klopt dat ouders met klachten of onvrede over de uitvoering van jeugdzorg meestal in eerste instantie worden doorverwezen naar de betreffende aanbieder. Dit is passend, omdat aanbieders wettelijk en contractueel verplicht zijn een klachtenregeling te hebben en samen te werken met een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Klachten over praktische of relationele kwesties, zoals planning, bereikbaarheid, het niet verschijnen van een begeleider of een mismatch met een hulpverlener horen primair thuis in deze reguliere klachtenafhandeling. Het college maakt echter nadrukkelijk onderscheid tussen dergelijke klachten en zorgelijke signalen. Wanneer signalen raken aan veiligheid, deskundigheid, continuïteit of mogelijk onprofessioneel handelen, is terugverwijzen naar de aanbieder niet passend. In die gevallen pakt de gemeente het signaal zelf op en wordt, indien nodig, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd betrokken of ondersteuning geboden bij het organiseren van passende vervolgzorg. Ouders worden daarnaast gewezen op de mogelijkheid om ondersteuning te krijgen van onafhankelijke partijen, zoals de vertrouwenspersoon jeugdzorg. 5. Op welke wijze wordt geborgd dat ouders met gezag voldoende inzicht krijgen in risicotaxaties, rapportages en besluitvorming die betrekking hebben op hun gezin?

Antwoord college: Artikel 7.3.1 van de jeugdwet regelt recht op inzage, afschrift en toelichting van een eigen verklaring op het eigen dossier. De gemeentelijk consulent vult de ARIJ in (veiligheids- en risicotaxatie instrument). De conclusie hiervan neemt zij op in het ondersteuningsverslag. Het ondersteuningsverslag wordt altijd gedeeld met ouders. Bij situaties waar sprake is van grote risico’s op onveiligheid, is de consulent meestal nauw betrokken bij het gezin (procesregie). Er zijn dan meestal ook veiligheidsafspraken gemaakt en de zorgen die leven, worden met ouders gedeeld. Ouders hebben ook te allen tijde recht op inzage van het dossier, mits volgens procedure is aangevraagd. 6. Hoe wordt binnen de gemeente gecontroleerd dat een traject richting een gedwongen kader alleen wordt ingezet wanneer aantoonbaar blijkt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende mogelijkheden biedt? Antwoord college: Opschaling naar een gedwongen kader gebeurt alleen wanneer vrijwillige hulpverlening onvoldoende toereikend is gebleken. Dit wordt zorgvuldig afgewogen door professionals en betrokken ketenpartners, op basis van geldende wettelijke kaders en professionele standaarden. De gemeente heeft hierin geen directe rol ten aanzien van de besluitvorming. Trajecten richting een gedwongen kader lopen via daartoe bevoegde professionals of ketenpartners.

In een deel van de gevallen is de gemeente hierbij betrokken, maar het komt ook voor dat een traject wordt ingezet zonder directe betrokkenheid of voorafgaande kennis van de gemeente. 7. Op welke wijze wordt gecontroleerd dat feiten, signalen en risicotaxaties die worden vastgelegd in dossiers zorgvuldig zijn onderbouwd en dat er sprake is van een eerlijke en volledige weergave van de situatie van gezinnen? Antwoord college: Dossiervorming wordt geborgd via interne controles zoals het vierogenprincipe, betrokkenheid van gedragsdeskundigen en methodische werkbegeleiding. Regionale toezichthouders richten zich op rechtmatigheid en doen geen inhoudelijk dossieronderzoek. 8. Welke maatregelen neemt de gemeente om ervoor te zorgen dat ouders en jongeren goed geïnformeerd zijn over hun rechten, bezwaarprocedures en klachtmogelijkheden binnen het jeugdzorgsysteem? Antwoord college: Ouders en jongeren worden geïnformeerd via beschikkingen en correspondentie over hun rechten, bezwaarprocedures en klachtmogelijkheden. Zij kunnen gebruikmaken van cliëntondersteuning en onafhankelijke vertrouwenspersonen. Zorgaanbieders zijn contractueel verplicht een goede klachtenregeling te hebben en rapporteren hierover jaarlijks.

Jaarlijks wordt bij aanbieders een klachtenrapportage opgevraagd en zo nodig (bij meerdere klachten en of onvoldoende afhandeling) besproken binnen het periodieke contractmanagementgesprek. 9. Bestaat er binnen de gemeente een onafhankelijk en laagdrempelig meldpunt waar ouders of jongeren terecht kunnen wanneer zij zorgen hebben over de uitvoering van jeugdzorg of jeugdbescherming? Zo nee, is het college bereid dit te realiseren? Antwoord college: Er zijn al verschillende meldmogelijkheden, waaronder het regionale meldpunt en landelijke instanties. Daarnaast kunnen ouders terecht bij onafhankelijke vertrouwenspersonen en cliëntondersteuning.

10. Houdt de gemeente bij hoeveel klachten, meldingen of signalen er binnenkomen over de uitvoering van jeugdzorg door gecontracteerde organisaties? Zo ja, kan het college deze cijfers met de raad delen? Antwoord college: GR JW heeft inzicht in formele meldingen die via het regionale meldpunt binnenkomen over de kwaliteit van de Wmo en de rechtmatigheid binnen de Wmo en Jeugdhulp. Tegelijkertijd wordt onderkend dat informele signalen een belangrijk, maar minder zichtbaar onderdeel vormen. De monitoring en registratie van deze signalen worden daarom verder versterkt. GR JW en de gemeenten hebben geen inzicht in meldingen over de kwaliteit van Jeugdhulp die rechtstreeks bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd worden gedaan. Daarnaast leveren zorgaanbieders jaarlijks overzichten aan van ontvangen klachten. Met het oog op het vergroten van de meldingsbereidheid onder consulenten, aanbieders en inwoners, én het versterken van het vertrouwen in het toezicht op zorg en ondersteuning, werkt GR JW aan de ontwikkeling van openbaarmakingsbeleid. Transparantie wordt daarmee gezien als een belangrijke randvoorwaarde voor effectief toezicht. 11.

Is het college bekend met signalen van ouders dat zij zich onvoldoende gehoord voelen wanneer zij zorgen hebben over de uitvoering van jeugdzorg? Zo ja, welke verbetermaatregelen zijn naar aanleiding hiervan genomen? Antwoord college: Het college herkent dat dergelijke signalen voorkomen. De opvolging en eventuele verbetermaatregelen zijn afhankelijk van de aard en ernst van de signalen. Meldingen worden waar nodig opgepakt via contractmanagement van de GR JW of doorgezet naar de IGJ. 12. Is het college bereid te onderzoeken of het huidige systeem van toezicht, controle en rechtsbescherming binnen de gemeentelijke jeugdzorg in de praktijk voldoende functioneert? Antwoord college: Binnen de GR JW wordt gewerkt aan een nieuw beleidsplan toezicht. In dit beleidsplan worden diverse aandachtspunten ten aanzien van toezicht op kwaliteit, rechtmatigheid en signalering meegenomen, waaronder de verdere doorontwikkeling en versterking van het huidige toezicht- en controlesysteem. Het college volgt deze ontwikkeling binnen het regionale samenwerkingsverband en brengt signalen uit de gemeentelijke uitvoeringspraktijk in via de daarvoor ingerichte overleggen binnen de GRJW. Op deze manier wordt gewerkt aan continue verbetering van het toezicht binnen de gezamenlijke verantwoordelijkheden.

Op dit moment ziet het college binnen de eigen verantwoordelijkheden en het regionale samenwerkingsverband geen aanleiding om aanvullend een afzonderlijk onafhankelijk onderzoek te starten, omdat de doorontwikkeling van toezicht reeds onderdeel is van het lopende regionale beleidsproces. 13. Is het college bereid om indien blijkt dat er structurele zorgen bestaan, een onafhankelijke evaluatie of onderzoek te laten uitvoeren naar de werking van het toezicht op de uitvoering van jeugdzorg binnen de gemeente? Antwoord college: Op dit moment ziet het college geen aanleiding voor een onafhankelijk onderzoek. De verdere doorontwikkeling van het toezicht is belegd binnen de GR JW en maakt onderdeel uit van het lopende traject voor het nieuwe beleidsplan toezicht, waarin aandacht wordt besteed aan de versterking van toezicht op kwaliteit, rechtmatigheid en signalering.

Binnen de eigen verantwoordelijkheden brengt het college signalen vanuit de uitvoeringspraktijk in via de regionale overlegstructuren. 14. Is het college bereid de gemeenteraad hierover actief te informeren en eventuele verbetermaatregelen met de raad te bespreken? Antwoord college: Het nieuwe beleidsplan toezicht vanuit de GRJW wordt met de raden gedeeld.

Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester, J. Hennip

ir. J. Beenakker

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=bd183017-ea2f-4314-878b-06475c7ebe8a