BUCA Gemeentekantoor vragen SGP nav HEVO rapport_BeantwoordingCollege_def.pdf
Tekst van het document
BUCA Gemeentekantoor Vz, de SGP fractie is kritisch op het voornemen om te komen tot een nieuw gemeentekantoor. Of beter gezegd, om NU te komen tot een nieuw kantoor. Daarom hebben wij als een van de weinige fracties ook niet ingestemd met het vervolgonderzoek. Maar we hebben wel geprobeerd constructief mee te doen en hebben dus capaciteit geleverd voor de werkgroep in de persoon van onze financiële man Peter Klerk. Die inzet geeft mij de vrijmoedigheid om een flink aantal technische vragen af te vuren, 10 stuks om precies te zijn. De meeste vragen zijn weer vervolgvragen op de fractievragen die gesteld zijn. Overigens vinden wij dat de beantwoording en het hele rapport prettig leesbaar is en uitgebreid beschreven. Vragen: -
-
-
Vraag 1. Wat is de sanctie als een overheidsgebouw in 2023 niet duurzaam is? Dit geldt waarschijnlijk voor vele overheidsgebouwen. Antwoord College: Als een gebouw op 1 januari 2023 niet voldoet aan Label C, mag het niet meer worden gebruikt. Dit is geregeld in het Bouwbesluit 2012 en het Besluit energieprestatie gebouwen (bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Worden ze per direct gesloten of is er een overgangstermijn van enkele jaren in de wet? Antwoord College: De gebouweigenaar moet om directe sluiting te voorkómen kunnen aantonen dat hij het gebouw nog voor een periode van ten hoogste 2 jaar gebruikt (Bouwbesluit 2012 en Besluit energieprestatie gebouwen) en daarna in een duurzame oplossing heeft voorzien die voldoet. Hebben financieringstekorten door corona bij overheden wellicht effect op ingangsdatum wet? Zoals ook Omgevingswet aantal keren is uitgesteld. Antwoord College: Neen. Vraag 2. P. 14. Waarom is gerekend met 10% ziekteverzuim waar dit 4,3 is en waarom met veel te hoge salariskosten? Heeft dit de berekening nog beïnvloed? Antwoord College: De cijfers zijn alleen gebruikt bij de berekening van het onderdeel Reductie reistijdverliezen. Hierbij is wat betreft ziekteverzuim gerekend met dezelfde uitgangspunten als die van de gemeentelijke begroting.
Bij de salariskosten is rekening gehouden met een gemiddeld niveau dat past bij de functiegroepen die veel reisbewegingen maken (niet zijnde woonwerkverkeer). Op de uiteindelijke doorrekening van de exploitatielasten heeft dit geen invloed omdat de financiële gevolgen van reductie van reistijdverliezen niet zijn meegenomen in de exploitatielasten (zie sheet 44 en 46 van de buca HEVO). Vraag 3. P. 15. Waarom worden zoveel reisbewegingen gemaakt en is gekeken of dit in de huidige situatie al niet efficiënter kan? Antwoord College: Het antwoord op de laatste vraag is ja. De cijfers in de Buca wat betreft reistijdverliezen zijn gebaseerd op 6 jaar ervaring met werken, besturen en diensten verlenen vanuit 4 verschillende locaties. Efficiency is vanaf het begin onderdeel geweest van deze huisvestingsoplossing bijv. door afdelingen die veel met elkaar samenwerken in hetzelfde gebouw onder te brengen. Daarnaast ook door het zoveel mogelijk inperken van reizen door bodes tussen verschillende locaties. Zonder deze en andere oplossingen zoals zoveel mogelijk samen reizen als dat mogelijk is, zou het aantal reisbewegingen nog groter zijn
-
-
-
-
geweest. Tot slot is de buca najaar 2020 aangepast naar de verwachte post-Coronasituatie. Daarbij zijn de verwachtingen voor het aantal reisbewegingen bijgesteld door (1) de verwachte nieuwe balans tussen kantoor- en thuiswerk en (2) verwachte toename van digitaal overleg bij het werken op verschillende locaties (wat een afname van het aantal reisbewegingen betekent in de scenario’s 1, 2 en 4). Het verschil tussen de scenario’s met meerdere en het scenario met één locatie is duidelijk kleiner geworden (zie sheet 70 en 71 van de rapportage van HEVO). Vraag 4. P. 16. Multifunctioneel gebruik. Mijn fractie heeft daar sterk voor gepleit, ga eerst op zoek naar partners in medegebruik. Dat heeft inderdaad een prijs maar zou ook zomaar veel geld op kunnen leveren als een instantie graag centraal zit en daardoor op vrijkomende grond nieuwbouwwoningen zou kunnen realiseren. Is dat iets wat voor de volledigheid meegenomen had moeten worden? Antwoord College: Onderzoek naar invulling geven aan multifunctioneel gebruik is onderdeel van het door het college voorgestelde verkenningstraject (zie hiervoor het raadsvoorstel). Als er zich nu al partners aandienen, kan hiermee rekening worden gehouden. Daarnaast krijgt dit invulling door de nieuwe huisvesting voldoende aanpasbaar en flexibel in te richten. D.w.z.
het mogelijk maken dat kantoorwerkplekken en vergaderruimten ook door andere organisaties kunnen worden gebruikt mocht die mogelijkheid zich later gaan aandienen. Vanzelfsprekend zal in de vervolgfase bekeken moeten worden in hoeverre een extra ruimtevraag door partners binnen de huidige kaders voor flexibiliteit en aanpasbaarheid opgevangen kan worden of dat er – indien de ruimtevraag van een partner groot is – er aanvullende ruimte gerealiseerd moet worden (waarbij die partner daaraan financieel bijdraagt). Vraag 5. P. 19. Vraag 2. Risico’s van budgetoverschrijdingen. Deze vraag wordt niet echt beantwoord, er wordt gesteld dat je er zelf bij bent en dus op moet letten. Logisch maar ons overheden een beetje kennende vind dat niet geruststellend. Bouwprojecten als deze kennen vaak hele grote overschrijdingen. We kunnen wel uitgaan van het veiligste scenario: 15% overschrijding. Hoe ziet het plaatje er dan uit? Antwoord College: Rekenkundig gezien nemen dan in alle scenario’s de éénmalige investeringen en de exploitatielasten met 15% toe. De kans op overschrijdingen, zo leert de ervaring met bouwprojecten hier en elders, zal groter zijn ingeval van verbouw van bestaande gebouwen dan bij nieuwbouw. Oorzaken zijn dan vooral verschuivingen in ambities en uitgangspunten, vertragingen in tijd en besluitvorming.
Risicobeheersing blijft daarom vooral een kwestie van er bij blijven en sturen op afgesproken uitgangspunten. Dit laatste gaat ook gebeuren. Graag neemt het college hierbij de aanbevelingen in acht vanuit de Rekenkamercommissie. Vraag 6. P. 19 vraag 3. Kamphuis heeft forse bedenkingen bij verkoopbaarheid huidige gebouwen zeker na corona. Is er rekening gehouden met veel minder opbrengst of zelfs leegstand? Antwoord College: Ja, met beide is rekening gehouden. Je kunt daarnaast uitgaan van de mogelijkheid van herontwikkeling van de bestaande locaties en hier is ook, zij het behoudend, door HEVO aan gerekend. Gemeente is als eigenaar hierbij in regie, ook omdat zij zelf bepaalt wat een toekomstige bestemming zal zijn. Ondanks dat is het herontwikkelingspotentieel nu conservatief doorgerekend en voorzichtigheidshalve niet als opbrengst opgenomen in de financiën van de nieuwe huisvesting. Vraag 7. P. 19. Vraag 4. Door de centralisatie kunnen fte’s vervallen. Hoe hard is dit, is het meegenomen in berekening? Zo nee, waarom niet?
-
-
-
-
-
Antwoord College: Ja dit is meegenomen (zie onderdeel Reductie effecten bedrijfsvoering, sheet 44 en 47 van de buca HEVO) als hard uitgangspunt. Vraag 8. P. 20. Vraag 6. Er is uitgegaan van maximale verduurzaming. Is dit een eis, kan het ook met iets minder toe? Antwoord College: Een optimaal duurzaam kantoorgebouw is nu nog geen harde wettelijke eis, wel in lijn met de ambities in het college-akkoord én de Klimaatwet 2019 die in stappen, te beginnen bij 2030, dergelijke duurzaamheidsprestaties afdwingt. Om je heen zie je steeds meer dat kantoorgebouwen optimaal duurzaam en energieneutraal worden gebouwd, ook vanwege zakelijke overwegingen. Het terugverdieneffect op de energierekening maakt dergelijke investeringen interessant, ook in onze situatie. Vraag 9. P. 21. Vraag 14. Hoe kan het dat bestaande kantoren duurzaam maken bijna even duur is als nieuwbouw? Dat is toch bijna niet voor te stellen? Antwoord College: De ervaring leert dat verbouw van bestaande panden, zeker als er sprake is van oude en deels monumentale panden zoals in onze situatie, kostbaar is. Immers, om te voldoen aan de eisen op het gebied van duurzaamheid én de eisen van een moderne, functionele én gezonde kantooromgeving zijn ingrijpende verbouwingen van de bestaande kantoren noodzakelijk (isolatie van de gebouwschil, vervanging installatietechniek, bouwkundige aanpassingen t.b.v. herinrichting).
Dit leidt er inderdaad toe dat het investeringsniveau van scenario 1 op ca. 70% van dat van nieuwbouw ligt. Daarnaast is het risico van overschrijding bij verbouw groter dan nieuwbouw, vanwege ‘onaangename verrassingen’ die je kunt tegenkomen als je eenmaal bezig bent. Is er in de berekeningen geprobeerd de oude gebouwen 100% duurzaam te krijgen waardoor het extreem duur wordt? Antwoord College: In de berekeningen is er rekening mee gehouden hoe je op een realistische manier bij verbouw rekening kunt houden met duurzaamheid. 100% duurzaam blijkt bij verbouw, anders dan bij nieuwbouw, niet mogelijk. De voorgestelde investeringen in de bestaande gebouwen leiden niet tot 100% CO2-neutrale gebouwen, iets wat ook niet haalbaar geacht wordt. Zie hiervoor de eindscore voor duurzaamheid van de diverse varianten (sheet 36 en 38 van de Buca HEVO). Is dat ook een harde noodzaak? Of voldoen we ook met een iets lager %? Antwoord College: Je kunt nu nog kiezen. Voor dit moment is alleen label C per 1 januari 2023 bekend als harde wettelijke eis. Een iets lager % duurzaamheidsinvestering is lastig te bepalen. Maar stel dat je dat zou doen dan is het effect hiervan op het bedrag van de uiteindelijke investering beperkt. Dit omdat dit bedrag voor het grootste bestaat uit de zg. bouwkundige (niet duurzaamheid gerichte) kosten. Vraag 10. P. 24 Vraag 35.
Hoe moet ik dit antwoord precies lezen? Kunnen we voor 2 mlj de bestaande gebouwen 5 jaar in stand houden volgens energielabel C? Is dan de harde deadline van 2023 niet heel hard meer? Antwoord College: In de 2 miljoen is rekening gehouden met het voldoen aan label C binnen de harde wettelijke termijn waarbinnen dit moet gebeuren. Daarnaast is in het bedrag van 2 miljoen rekening gehouden met het noodzakelijkerwijs langer gebruiken van de panden als de pandemie nog langer voortduurt.