CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief procesbegeleiding en toelichting 30 mei 2022.pdf

Raadsvergadering 8 juni 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Actualiteitendebat2.090 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VOF Melkgeitenbedrijf MooiMekkerland

LOCATIE: Stolwijk

DOCUMENTNUMMER: 860822

BEHANDELD DOOR:

UW BRIEF:

ZAAKNUMMER: 1931165851

TELEFOON: 14 0182

UW KENMERK:

BIJLAGE(N):

E-MAIL: info@krimpenerwaard.nl VERZENDDATUM: 30 mei 2022

ONDERWERP: Vervolg na uitspraak Raad van State / aanvullen aanvraag OBM

Geachte vennoten, Inleiding Op 20 maart 2016 en op 21 april 2016 heeft u een aanvraag om omgevingsvergunning eerste fase respectievelijk tweede fase ingediend. De aanvragen zien in hoofdzaak op het legaliseren van het bestaand aanwezig aantal geiten met bijbehorende gebouwen en bouwwerken op het perceel Koolwijkseweg 6 en 6a in Stolwijk. Deze aanvragen konden niet eerder verleend worden dan na het van Gedeputeerde Staten van de provincie verkrijgen van een ontheffing van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De gevraagde ontheffing is echter geweigerd. Hiertegen is door de gemeente en door u (hoger) beroep ingesteld. Uitspraak Raad van State d.d. 26 april 2022 Op 26 april 2022 heeft de Raad van State uitspraak gedaan over (o.a.) de weigering van Gedeputeerde Staten een ontheffing van de Omgevingsverordening Zuid-Holland te verlenen. Deze weigering is in stand gebleven. Het besluit is onherroepelijk (onaantastbaar). De uitspraak heeft gevolgen voor uw bedrijf. Met deze brief informeren wij u daarover. Last onder dwangsom 5 april 2018, het aantal te houden geiten Bij besluit van 5 april 2018 hebben wij aan u een last onder dwangsom opgelegd die strekt tot het moeten terugbrengen van het aantal te houden geiten tot 812. Discussiepunt in het door u ingestelde (hoger) beroep was (o.a.) of handhaving onevenredig zou zijn tot de daarmee te dienen belangen.

De Raad van State heeft geoordeeld, dat: "de rechtbank terecht geoordeeld heeft dat het niet gaat om een overtreding van geringe aard of ernst. De rechtbank heeft verder op juiste gronden overwogen dat de gestelde omstandigheid dat naleving van de last het voortbestaan van de geitenhouderij bedreigt, geen aanleiding geeft voor het oordeel dat handhavend optreden niettemin onevenredig is. Door het aantal geiten uit te breiden voordat u over de vereiste vergunning beschikte, heeft u, zoals de rechtbank heeft overwogen, het risico genomen dat hiertegen handhavend zou worden opgetreden. De rechtbank heeft geen grond gevonden voor het oordeel dat handhavend optreden in dit geval onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen." Uw (hoger) beroep tegen de last is ongegrond verklaard. De Raad van State heeft de uitspraak van de rechtbank, en daarmee de last onder dwangsom, in stand gelaten en heeft de begunstigingstermijn verlengd. Dit betekent dat u het aantal geiten boven de 812 moet verwijderen binnen drie maanden na verzending van de uitspraak van (en door) de Raad van State. Concreet is dit uiterlijk vóór 27 juli 2022. Indien u op 27 juli 2022 de geiten niet tot het aantal van 812 hebt teruggebracht verbeurt u van rechtswege (automatisch) een dwangsom van € 90.000,00 per controle met een maximum van € 450.000,00. Tussen de controles zal minimaal twee weken zitten.

gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl

Last onder dwangsom van 3 december 2018, illegale bebouwing Op 3 december 2018 is aan u een last onder dwangsom opgelegd voor overtredingen die toen al niet legaliseerbaar waren. Voor diverse andere overtredingen hebben wij destijds concreet zicht op legalisatie aangenomen. Tegen dit besluit zijn rechtsmiddelen aangewend. Met de uitspraak van de Raad van State is het eerder door ons aangenomen concrete zicht op legalisatie komen te vervallen. De geweigerde ontheffing van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is in stand gebleven. Dit betekent dat wij een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen en met inachtneming van de uitspraak (nader) handhavend moeten optreden. Wij gaan hiervoor aan u een aangepaste last onder dwangsom opleggen. Wij zien geen mogelijkheden om de bouwwerken te legaliseren ten behoeve van een ander gebruik dan een geitenhouderij. Agrarische bedrijfsgebouwen, waaronder mede begrepen bedrijfswoningen, mogen namelijk uitsluitend worden gebouwd indien de continuïteit van de agrarische bedrijfsvoering deze noodzakelijk maakt en de omvang ervan is afgestemd op de gewenste/noodzakelijke bedrijfsomvang.

Gelet op hetgeen u heeft aangevraagd, welke vergunning wij dienen te weigeren, en de adviezen van de Agrarische beoordelingscommissie staat voor ons vast dat de gebouwen niet noodzakelijk kunnen worden geacht voor een bedrijfsomvang van 812 geiten (in vergelijking met het aangevraagde aantal van circa 2.500 geiten). Lopende aanvragen Op de volgende aanvragen om omgevingsvergunning moet nog een besluit genomen worden: nummer SXO20211324 SXO20160138 SXO20172440

aanvraag het veranderen en vergroten van een bijgebouw MooiMekkerland (eerste fase, bouw en gebruik) (ingekomen op 20 maart 2016) het uitbreiden van een agrarisch bedrijf door het bouwen van een stal voor kleinvee en de hiervoor noodzakelijke vergroting van het bouwvlak (tweede fase) (ingekomen op 21 april 2016) het bouwen van een schuur: uitbreiding achter de wagenberging (na stillegging) (ingekomen op 30 augustus 2017)

Vanwege de door Gedeputeerde Staten van de provincie geweigerde ontheffing van de Omgevingsverordening en het vorenstaande dienen wij - dat op grond van de wet en vanwege de uitspraak van de Raad van State deze aanvragen te weigeren. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning zijn leges verschuldigd. Bij weigering van een omgevingsvergunning wordt een teruggaaf verleend van 50% van de basisleges. Indien de aanvragen ingetrokken worden wordt er teruggaaf verleend van 50% van alle in rekening te brengen leges. Indien u de aanvragen intrekt bent u dus minder leges aan ons verschuldigd. Wij verzoeken u dan ook om binnen twee weken na dagtekening van deze brief de lopende aanvragen in te trekken. Indien u niet (tijdig) tot het intrekken van de aanvragen overgaat dan zal een ontwerpbesluit tot het weigeren van de gevraagde vergunningen bekend worden gemaakt en ter inzage worden gelegd. Bouwstop en verbeurde dwangsom Op 4 augustus 2017 is aan u een bouwstop en last onder dwangsom opgelegd voor het bouwen van een wagenberging. U heeft de bouwstop en de last overtreden. Op 8 augustus 2017 is geconstateerd dat het bouwwerk gerealiseerd is. Hierdoor heeft u een dwangsom verbeurt van € 25.000,00. De last en het invorderingsbesluit zijn reeds onherroepelijk (onaantastbaar).

Bovendien geldt dat de rechtbank Den Haag op 8 september 2020 heeft geoordeeld dat wij terecht ons besluit van 10 april 2018, waarbij de invordering tijdelijk werd opgeschort, hebben herroepen. U heeft uw hoger beroep tegen die uitspraak ter zitting van de Raad van State ingetrokken. Derhalve is ook dit besluit onherroepelijk. Dit betekent dat wij tot invordering zullen moeten overgaan en dat u deze dwangsom aan ons moet betalen. U ontvangt hiervoor binnenkort weer een aanmaning. Indien u het bedrag dan niet tijdig betaalt, dan zal het bedrag daadwerkelijk worden ingevorderd. Omgevingsvergunning beperkte milieutoets en melding Activiteitenbesluit Op 9 mei 2022 heeft u een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) en een melding Activiteitenbesluit voor het houden van 2.000 geiten aangevraagd. Naar uw mening staat de zogenaamde ‘geitenstop’ van de provincie Zuid-Holland niet in de weg aan het verlenen van de gevraagde vergunning en het gebruiken daarvan. Deze mening delen wij niet. Dit lichten wij hieronder toe.

pag. 2/4

In artikel 2.1, lid 1, aanhef onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) staat: “Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet,” Artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) luidt: "Bij of krachtens een verordening als bedoeld in het eerste lid kunnen regels worden gesteld die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat in de verordening begrepen gronden of bouwwerken minder geschikt worden voor de verwezenlijking van het doel van de verordening zolang geen bestemmingsplan of beheersverordening als bedoeld in het tweede lid in werking is getreden. Bij de verordening kunnen regels worden gesteld met inachtneming waarvan bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van bij die verordening aan te geven krachtens dit lid gestelde regels." Artikel 3.226 van de Omgevingsverordening (verbod geitenhouderij) luidt: "1. Het is verboden om: a. een geitenhouderij te vestigen als hoofdtak of als neventak; en b.

nieuwe bebouwing op te richten of bestaande bebouwing in gebruik te nemen ten behoeve van een bestaande geitenhouderij, tenzij het aantal geiten niet toeneemt. 2. Het verbod geldt voor een locatie totdat voor die locatie een onherroepelijk omgevingsplan is of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit onherroepelijk is geworden in overeenstemming is met artikel 7.59 eerste lid, onder k." En in artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo staat: “Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2.10, tweede lid, en 2.11, tweede lid, draagt de aanvrager van een omgevingsvergunning er zorg voor dat de aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het betrokken project.

In afwijking van de eerste volzin en onverminderd artikel 2.5 kan, indien één van die onlosmakelijke activiteiten een activiteit is als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, voor die activiteit voorafgaand aan en los van de overige onlosmakelijke activiteiten een aanvraag om een omgevingsvergunning worden ingediend.” Gelet op de uitspraken van de rechtbank Den Haag en de voornoemde uitspraak daarover van de Raad van State, alsmede de tekst van artikel 3.226 van de Omgevingsverordening en de beoogde werking ervan, moeten wij ervan uit gaan dat de aangevraagde activiteit tevens kwalificeert als het in gebruik nemen van bestaande bebouwing ten behoeve van een geitenhouderij, waarbij het aantal geiten toeneemt. Over het "toenemen van het aantal geiten" heeft de Raad van State in de uitspraak van 26 april 2022 geoordeeld dat daaronder dient te worden verstaan “het toenemen van het toegelaten bestaande aantal geiten”. Het "bestaande aantal geiten" is volgens de Raad van State in dezen het houden van 812 geiten. Alles daarboven is volgens de Raad van State een ongeoorloofde toename in de zin van de Omgevingsverordening. Het artikel 3.266 van de Omgevingsverordening betreft een rechtstreeks werkende regel uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Een regel op grond van het hierboven geciteerde artikel 4.1, derde lid, van de Wro.

Het gevolg daarvan is dat de door u aangevraagde activiteit tevens betrekking heeft op een vergunningplichtige activiteit in de zin van artikel 2.1, lid 1, aanhef en onder c van de Wabo. Daarbij geldt dat dan sprake is van onlosmakelijke samenhang ingevolge het geciteerde artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo. Dat volgt ook uit de rechtspraak (o.a. de uitspraak van de AbRS van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:581). Dat betekent dat thans sprake is van een onvolledige aanvraag. Ten overvloede wijzen wij u erop dat hiermee de aanvraag van 9 mei 2022 bedoeld wordt. Daarom verzoeken wij u hierbij om

pag. 3/4

binnen twee weken na dagtekening van deze brief uw aanvraag aan te vullen met de activiteit ex artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Wij wijzen u erop dat indien deze (tijdige) aanvulling uitblijft wij op grond van artikel 4:5, eerste lid onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de aanvraag buiten behandeling laten. U krijgt dan dus niet de door u gevraagde vergunning. Voorts wijzen wij u op het volgende. Indien u de aanvraag tijdig zou aanvullen met de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, dan zal uw aanvraag wel in behandeling worden genomen, maar zal dat waarschijnlijk niet leiden tot de door u gewenste uitkomst. In dat geval is een verklaring van geen bedenkingen vereist (zowel voor het weigeren als voor het vergunnen) van Gedeputeerde Staten van de provincie. Gelet op het eerdere door de provincie ingenomen standpunt, valt niet aan te nemen dat de vereiste verklaring door de provincie zal worden verleend. Indien de verklaring zal worden geweigerd, dan moeten wij op grond van de wet de aangevraagde vergunning weigeren. Zulks geldt in de regel voor het geheel wat is aangevraagd.

Maar ook indien wij wel slechts de OBM zouden moeten verlenen bij ontbreken van een weigeringsgrond, dan zal het gebruikmaken ervan worden aangemerkt als het handelen in strijd met het verbod op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, waartegen wij in de regel handhavend moeten optreden en daar naar verwachting ook toe gedwongen zullen worden. Wij vertrouwen erop u hiermee, voor dit moment, voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de loco-burgemeester,

J. Hennip

L. Sleeuwenhoek

pag. 4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=d6040486-dfdc-4426-ac4f-e3ad7b5130b5