CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Binnenstad Schoonhoven - deel 4 - Bijlagen bij Toelichting - deel 3 - 12, deel 1.pdf Advies nota Cultuurhistorie

Raadsvergadering 14 juli 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven30.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

CHW10

Polders zuid Zevender en Willige Langerak Feiten 1. Waardering: Middelhoog 2. Thema: Middeleeuwse Ontginningen 3. Ligging: Nassaukade/Zevender, gemeentegrens, Lekdijk oost, Populierenlaantje 4. Datering: Middeleeuwen 5. Architect / Opdrachtgever: Niet bekend Cultuurhistorische waardering De polders zuid Zevender en Willige Langerak liggen beiden ten zuiden van de Zevender en worden van elkaar gescheiden door de Broedijkerwetering (CHW20). Ze zijn waarschijnlijk al in de 11e eeuw ontgonnen. In deze periode werd gestart met het ontginnen van de veen- en klei-op-veen en de veengronden in het Hollands-Utrechts gebied. Zo ontstaat de kenmerkende landschappelijk inrichting van het gebied met de rechte sloten en de lange opstrekkende kavels. Bij de ontginningen van dit relatief grote gebied is ook de Achterwetering (CHW11) aangelegd en vormt daarmee het centrum van de ontginning Willinge Langerak. De boerderijen en daglonerswoningen werden op de koppen van de kavels aan de Tiendweg (CHW12) gebouwd. De kavels waren door hun ligging droger dan het meer landinwaarts gelegen gebied. Daardoor werden deze dicht bij de weg gelegen kavels ook vaker gebruikt voor een bouwland of een boomgaard. De binnenlanden van de polder, tussen Zevender en huiskavels werden overwegend gebruikt voor wei- en hooilanden. Slechts een enkel perceel was ingericht als bos ten behoeve van het hakhout.

Hierdoor is het karakteristieke open en geometrisch ingericht weidelandschap achter de huiskavels tot stand gekomen. Aan de noordzijde van de zuid Zevenderpolder t.p.v. van de Nassakaude was een kade en een weg gelegen. De weg die deels was voorzien van hakhout, voorzag in de mogelijkheid schepen te jagen over de Zevender. De kade is nog steeds herkenbaar in het landschap als een door weteringen geflankeerde landstrook. In de huidige situatie is het hakhout zo goed als verdwenen. Ook is het jaagpad onderbroken door 20e eeuwse bebouwing. Ten zuiden van de Tiendweg zag de inrichting van het landschap er anders uit. Direct onder het dijklichaam van de Lekdijk gelegen, is dit gebied meer gebruikt voor bouwland, hakhoutbos en boomgaarden dan de overige delen van de polder. In het huidige inrichting van de polder is dat nog steeds zichtbaar. Op verschillende plekken staat langs de rand van een perceel nog steeds hakhout, maar ook meer beboste of met fruitbomen beplantte percelen komen binnen dit gebied voor. Op de kavels zijn de boerderijen en bijgebouwen op karakteristieke wijze gegroepeerd, waarbij de positionering van gebouwen in noordzuid- en oostwestrichting elkaar afwisselen

afhankelijk van de functie. Het hoofdgebouw staan altijd noord-zuid georiënteerd. Het landschap wordt geleed door kleinschalige toevoegingen van bruggen en hekwerken. In de polder is al veel gebouwd en zullen in de komende periode (2014) meer ontwikkelingen gaan plaatsvinden. Derhalve heeft deze polder een lagere waardering. Ruimtelijke karakteristieken - Rechte sloten en noordzuid georiënteerde opstrekkende kavels; - Beperkte aanwezigheid van hekwerken en bruggen als ontsluiting van het landschap; - Aanwezigheid kade en jaagpad ter plaatse van en in het verlengde van de Nassaukade; - Bebouwing op de koppen van de kavels, binnen de kavels sprake van kenmerkende positionering van gebouwen als een boerderij-ensemble; - Huiskavels afgewisseld met beplantte kavels met zoals boomgaarden en hakhout; - Tussen Tiendweg en Lekdijk, verzwaring van de aanwezigheid van beplanting in de vorm van boombeplanting op de randen langs en boomgaarden op opstrekkende kavels. - Bebouwing bestaande uit één bouwlaag onder een kap (haaks op de weg). CHW11

Achterwetering Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Middeleeuwse Ontginningen 3. Ligging: Tussen gemeentegrens Lopik en Populierenlaan. 4. Datering: Middeleeuwen 5. Architect / Opdrachtgever: Niet bekend Cultuurhistorische waardering De Achterwetering is een middenas van de ontginning Willige Langerak. Deze infrastructurele wetering had naast zijn functie als waterberging tevens een vervoersfunctie voor de boeren in het gebied. Hierdoor is de wetering een belangrijk onderdeel van de landschappelijke structuur van deze polder. Ruimtelijke karakteristieken - Gegraven veenafwatering in strakke lijn door het landschap - Afgekalfde oevers, waardoor breedte varieert. - Soms overbrugt door eenvoudige betonnen brugelementen.

CHW12

Structuur Tiendweg Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Middeleeuwse Ontginningen 3. Ligging: Tiendweg 4. Datering: Middeleeuwen 5. Architect / Opdrachtgever: Niet bekend Cultuurhistorische waardering De tiendwegen hadden als functie twee waterhuishoudingen van laagveenpolders gescheiden te houden en kunnen daarmee gezien worden als een vorm van bedijking (evenals de landscheiding en de houtkade). De tiendwegen liggen vaak halverwege een poldersysteem. In dit geval is dat de ontginning Willige Langerak. De Tiendweg is een iets verhoogd in het landschap gelegen dijklichaam dat aan weerszijden is geflankeerd door een wetering. Op het dijklichaam is hakhout aangeplant in de vorm van wilgen. Later zijn hier enkele essen en platanen aan toegevoegd. De wegbermen waren in percelen verdeeld en deze waren in particulier eigendom van verschillende mensen uit de omgeving. De opstrekkende kavels staan niet allemaal haaks op de weg. Aan de zijde van de Lekdijk staat een groot deel van de kavels enigszins schuin op de Tiendweg. Op de kavels staat overwegend als boerderij-ensemble gegroepeerde bebouwing. Dit bestaat uit een haaks op de weg gelegen boerderij en enkele bijgebouwen die op verschillende wijzen zijn gepositioneerd op het erf, maar die altijd haaks staan ten opzichte van elkaar.

De bebouwde kavels worden afgewisseld met onbebouwde kavels, waardoor doorzichten naar het achtergebied ontstaan. Ruimtelijke karakteristieken - Lang, verhoogd in het landschap gelegen dijklichaam met weg, geflankeerd door

-

CHW13

weteringen; Begroeiing in de vorm van hakhout in de wegbermen; Haaks en enigszins schuin op de weg gelegen opstrekkende kavels; Overwegend haaks op de weg gelegen bebouwing in de vorm van boerderijensembles; Bebouwing maximaal één bouwlaag onder een kap. Afwisseling van bebouwde en onbebouwde kavels waardoor ruime doorzichten ontstaan

Structuur Lekdijk oost Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Waterbeheer 3. Ligging: Lekdijk oost 4. Datering: Vanaf Middeleeuwen 5. Architect / Opdrachtgever: Lokale bewoners, later waterschappen. Cultuurhistorische waardering De Lek kende getijden en daarnaast vele overstromingen in de seizoenen. Het ontgonnen landschap en het ‘gewone’ hoogwater van de Lek lagen bijna op gelijke hoogte. Ieder jaar trad de rivier minimaal één keer buiten zijn oevers. Ter bescherming van landerijen werd al voor 1150 een lage kade aangelegd die ervoor moest zorgen dat de rivier de landerijen en de boomgaarden niet zou overspoelen. Deze kades liepen net als nu niet als een rechte lijn langs de rivier. Dit is het gevolg van het gebruik van de bestaande oeverwallen, die door de Lek waren opgeworpen. Deze waren ook niet recht en lagen, afhankelijk van de loop van de bedding en het hoogteverschil in het landschap, dichter naar of verder weg van de rivierbedding. De kades, die zijn opgehoogd tot de huidige dijk, hadden daardoor ook nu nog een natuurlijke vorm. Het ophogen gebeurde met klei die vlak bij de waterkering werd uitgestoken. Deze kleilagen werden vervolgens aangestampt. In de periode rond 1300 waren de kades langs de Lek slechts 1.40 meter hoog, aan het eind van de 17e eeuw een ruime 3 meter en in de huidige situatie circa 6 meter.

Het landschap aan weerszijden van de Lekdijk oost is duidelijk lager gelegen. De dijk zelf is onbebouwd. Op dit deel van de Lekdijk staan alleen hekken ter begrenzing van de weilanden en hectometerpalen. Ten westen van de G.J. van Heuven Goedhartweg heeft de Lekdijk oost een meer besloten karakter. De begroeiing aan weerszijden van de dijk is zwaarder. De functie van dit deel als fietspad, met slechts een smalle wegstrook draagt bij aan deze ruimtelijke ingetogenheid.

In de uiterwaarden van de Lek is een natuurlijke begroeiing aanwezig van bomen en struiken. Deze buitendijkse gebieden werden oorspronkelijk door de bewoners in de regio gebruikt voor wei- en hooilanden, hakhoutbos en rietlanden. In de huidige situatie is dit niet direct meer herkenbaar. Ruimtelijke karakteristieken - Hoog gelegen, bochtig dijklichaam; - Onbebouwde dijk met wijde uitzichten over de rivier en landschap ten oosten van de G.J. van Heuven Goedhartweg; - Meer besloten karakter van de Lekdijk-Oost ten westen van de G.J. van Heuven Goedhartweg. - Natuurlijke begroeiing van de uiterwaarden. CHW14

Moordenaarslaantje Feiten 1. Waardering: Middelhoog 2. Thema: Middeleeuwse ontginningen 3. Ligging: Waterstructuur tussen Nassaukade en Lopikerplein, wegstructuur ter plaatse van Borghleenpad en Halve Maan 4. Datering: Vanaf Middeleeuwen 5. Architect / Opdrachtgever: onbekend. Cultuurhistorische waardering Het Moordenaarslaantje, ook Moordenaarssteeg of Lollaardsteeg, is op oude kaarten herkenbaar als een rechte infrastructuur bestaande uit een wetering en een landweg. Waarschijnlijk is hier ook sprake van een polderkade, want in de Bloise rekeningen wordt het genoemd als de begrenzing van één van de kampen van het land in de restontginning de Nesse. Het vormde een verbinding tussen de Lopikerweg en de De Montignylaan. Vanwege de ouderdom is de laan een belangrijk ruimtelijk structuurelement in Schoonhoven. Het moordenaarslaantje is niet meer in originele staat aanwezig. Het eerste deel tussen Nassaukade en Lopikerplein is enkele jaren geleden verdwenen. Alleen de noordzuid lopende waterstructuur is nog aanwezig. Ter plaatse van het Borghleenpad / Halve maan bestaat de structuur alleen nog uit een pad en is de waterstructuur verdwenen. Ruimtelijke karakteristieken - Rechte lopende, noordzuid – georiënteerde ruimtelijke structuur.

CHW15a

Verbinding Willige Langerak, Schoonhoven, Lekdijk- oost Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Nederzettingen, stadsontwikkeling en bebouwing 3. Ligging: Stadhuisstraat, Carmelietenstraat, Meent, het Bastion 4. Datering: Pre-stedelijk, voor 13e eeuw 5. Architect / Opdrachtgever: niet van toepassing Cultuurhistorische waardering Deze verbinding is van pre-stedelijke oorsprong en niet nauwkeurig te dateren. Het vormde de verbinding tussen de nederzetting Schoonhoven en de kerk van Willige Langerak. Gedurende de middeleeuwen en ook nog daarna werd het oostelijke gedeelte van deze weg aangeduid als 'de kerklaan naar Willige'. Dit tracé is herkenbaar in de stad door de afwijkende, vrijere loop. Deze is tevens bepalend geweest voor de positionering van de huizen en erven aan de Haven. Bij de aanleg van de oostelijke stadsgracht in de tweede helft van de 14e eeuw werd deze structuur doorsneden. Deze structuur is een essentieel onderdeel van het stedelijk patroon van Schoonhoven. Door de afwijkende vorm en duidelijke verwijzingen naar de aanwezigheid van deze structuur voor de ontwikkeling van de stad heeft deze een bijzondere plaats binnen het verder overwegend geometrische stratenplan. Langs deze structuur staan voornamelijk traditioneel gebouwde woningen en pakhuizen uit de 19e en vroege 20e eeuw. Dichter naar het centrum in de Stadhuisstraat zijn nog enkele oudere panden te vinden.

De woningen zijn perceelsgewijs gerealiseerd en over het algemeen opgetrokken in twee bouwlagen onder een lijstgevel of één à twee bouwlagen onder een haaks op de weg gelegen zadeldak. Deze worden sporadisch afgewisseld met gebouwen met een langskap of schilddak. Binnen deze gehele zone moet rekening gehouden worden met de mogelijkheid van bouwhistorische waarden in de kern van gebouwen. N.B. Deze structuur is gelegen binnen het rijksbeschermde stadsgezicht Schoonhoven. Ruimtelijke Karakteristieken - Afwijkende structuur binnen het historisch centrum van Schoonhoven met schuin verloop en enkele slingerende bewegingen; - Perceelsgewijze bebouwing; - Eén à twee bouwlagen onder een lijstgevel of haaks op de weg gelegen zadeldak; - Traditionele baksteenarchitectuur.

CHW15b

Verbinding Schoonhoven, Willige Langerak, Lekdijk oost Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Nederzettingen, stadsontwikkeling en bebouwing 3. Ligging: De Montignylaan 4. Datering: Pre-stedelijk, voor 13e eeuw 5. Architect / Opdrachtgever: niet van toepassing Cultuurhistorische waardering Deze pre-stedelijke infrastructuur ligt in het verlengde van het tracé Stadhuisstraat – Carmelietenstraat – Meent (CHW15a) en was voor de aanleg van de oostelijke stadsgracht verbonden met deze structuur. Dit deel werd aangeduid als “kerklaan naar Willige”. De laan vormt een intermediair tussen het historisch centrum van de stad Schoonhoven en het nabijgelegen dorp Willige Langerak. Dit komt tevens tot uiting in de ruimtelijke karakteristieken van de laan. Deze heeft nog steeds een zekere mate van landelijkheid behouden. De bebouwing is vrijstaand op ruime groene erven. De bebouwing laat zich typeren als (kleine) boerderijen en arbeiderswoningen. Het betreft traditioneel gebouwde laat 19e - en vroeg 20e-eeuwse gebouwen van één à twee bouwlagen onder een kap. De oudere bebouwing heeft overwegend haaks op de weg gelegen kappen. In het deel tussen de kerk van Willige en de Lekdijk-Oost zijn de 20e eeuw grote villa’s gerealiseerd. De laan wordt begeleidt door een lage haag. Deze structuur is een essentieel onderdeel van het stedelijk patroon van Schoonhoven.

Door de afwijkende vorm en duidelijke verwijzingen naar de aanwezigheid van deze structuur voor de ontwikkeling van de stad heeft deze een bijzondere plaats in binnen de ontwikkelingsgeschiedenis. Halverwege sluit het Moordenaarslaantje (CHW14) aan op de De Montignylaan. Ruimtelijke Karakteristieken - Gebogen stedelijke structuur in het verlengde van het tracé Stadhuisstraat – Carmelietenstraat – Meent (CHW15a); - Landschappelijk karakter als gevolg van de ruime groene erven rondom de bebouwing; - Ruimtelijke eenheid door aanwezigheid groene haag langs de weg; - Afwisselend haaks en evenwijdig op de weg gelegen bebouwing, typologie van arbeiderswoningen en (kleine) boerderijen; - Bebouwing maximaal twee bouwlagen onder een kap; - Traditionele baksteenarchitectuur.

CHW16

Structuur stadsgracht en Bolwerken

Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Verdediging van Stad en Land / Historisch groen 3. Ligging: Groene Singel, Spoorsingel, Nieuwe Singel, Lopikersingel, Langerakkerweg, Wal, oostzijde begraafplaats 4. Datering: laat 16e, 17e en 18e eeuw 5. Opdrachtgever/ architect: Stad Schoonhoven en Staten van Holland / mr. Adriaan Anthonisz. van Alkmaar (1541-1620) Cultuurhistorische waardering De in de Middeleeuwen aangebrachte stadsmuur bleek tijdens de Tachtigjarige oorlog onvoldoende te zijn. In 1582 werd gestart met de aanleg van nieuwe en betere versterkingen. In deze jaren werd het Orangebolwerk (t.p.v. de huidige alg. begraafplaats), het Blockbolwerk, het kruittorenbolwerk en de tussengelegen omwalling aangelegd. De uitbreiding van de andere bolwerken aan de noord en westzijde van Schoonhoven vond plaats naar aanleiding van het rampjaar 1672 en werden in 1673 voltooid. In het jaar 1672 kreeg Schoonhoven een vestingfunctie toebedeeld in de (Oude) Hollandse Waterlinie. Eind 17e eeuw waren de vestingwerken afgerond, maar aan de ravelijnen, die daarbuiten lagen is nog tot ver in de 18e eeuw gewerkt. De vesting is aangelegd volgens het OudHollands stelsel. Reeds aan het einde van de 19e eeuw is gestart met de ontmanteling van de vestingwerken en het dempen van delen van de gracht. Dit heeft zich tot het begin va de 20e eeuw doorgezet.

Het deel bij de Grote Gracht (rijksmonument) is nooit gedempt. In de huidige situatie is de oude loop van de gracht nog steeds herkenbaar in de stedelijke infrastructuur. Deze volgt de lobben van de voormalige bolwerken. Deze infrastructuur is daarmee een belangrijk onderdeel van de stedelijke structuur en de afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis van Schoonhoven. Langs deze structuur staan bomenlanen als restanten van de verdedigingswerken. De singels werden in vredestijd beplant met opgaande bomen, die naast een versterkte functie voor de wallen, tevens als hakhout konden dienen. In de meeste gevallen werden deze in rijen aan weerszijden van een wandelpad gerealiseerd. Ter plaatse van de Groene Singel, Spoorsingel en Nieuwe Singel zijn deze bomenlanen nog grotendeels aanwezig. Ruimtelijke Karakteristieken - Infrastructurele lobbenstructuur die de buitenranden van de vesting volgt en afleesbaar maakt; - Directe relatie tussen structuur en de Grote Gracht;

CHW17

Groene begeleiding van de singels met opgaande bomen langs de infrastructuur.

Structuur Korte Dijk Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Waterbeheer 3. Ligging: Korte Dijk 4. Datering: Begin 15e eeuw, ca. 1420 5. Opdrachtgever: Stadsbestuur Schoonhoven en Dijkgraaf. Cultuurhistorische waardering De Korte Dijk, tot de jaren ‘ 30 van de 20e eeuw Korte Dam genaamd, is onderdeel van de bedijking langs de Lek. Deze structuur, die thans binnen de vesting is gelegen, ligt in het verlengde van de Lekdijk oost. De oude functie van deze straat is niet direct herkenbaar als dijklichaam in de stad. De hoge omwalling tussen de bolwerken die aan het einde van de 16e eeuw werd aangelegd, heeft dit deel van de bedijking overbodig gemaakt. De stedelijke inrichting van de Korte Dijk met pakhuizen, arbeiderswoningen en een reeks notabele herenhuizen bevestigd de gewijzigde rol van deze voormalige waterkering De bebouwingskarakteristiek sluit aan op karakteristiek van de historische kern en is daarmee niet specifiek eigen voor deze dijk. Als onderdeel van de Middeleeuwse waterkering is deze structuur cultuurhistorisch van belang. N.B. De Korte Dijk is gelegen binnen het rijksbeschermd stadsgezicht Schoonhoven. Ruimtelijke Karakteristiek - In het verlengde van de Lekdijk oost gelegen stedelijke structuur als onderdeel van de historische waterkering; - Stedelijke bebouwingskarakteristiek op de dijk met een aaneengesloten gevelwand.

CHW18

Botersloot, oorspronkelijk ‘Bottersloot’ Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Nederzettingen, stadsontwikkeling en bebouwing 3. Ligging: Direct ten oosten van het noordzuid lopende deel van de Opweg 4. Datering: ca. 12e eeuw 5. Opdrachtgever: Niet bekend.

Cultuurhistorische waardering De Botersloot, historisch aangeduidt als ‘Bottersloot’ aangeduid, is waarschijnlijk in de 12e eeuw gegraven door Hugo Botter die op de 12e juni 1119 een stuk land ontving om vanuit de Lek makkelijk naar Haastrecht te komen. De ‘Bottersloot’ was daarmee een verbinding tussen Lek en Vlist. In deze vroege nederzettingsfase is de aanleg van deze sloot van belang geweest voor de ontwikkeling van Schoonhoven. De sloot ligt in het verlengde van de Haven en de Oude Haven, waardoor een goede doorvoer vanaf de Lek mogelijk was. Hierdoor kon Schoonschoven haar positie als marktplaats versterken en bood het mogelijkheden te groeien. Aan het einde van de Botersloot tegenover Opweg 2 lag een kleine haven. Deze was tevens in gebruik door de Stad Schoonhoven als visserij. Hiermee is de Botersloot een belangrijk element in het ontwikkelingsbeeld van Schoonhoven in het algemeen en binnen de bedrijvigheid van Schoonhoven in het bijzonder. De Botersloot is een recht gegraven verbindingsstuk tussen Vlist en Oude Haven. Deze is vanwege de infrastructurele functie relatief breed ten opzichte van andere weteringen. De loop is kaarsrecht. De natuurlijke oevers zijn begroeit met rietkragen. Ook deze hadden een functie. Net als de hakhoutbosje werd het riet gebruikt voor het vervaardigen van voorwerpen die in het dagelijks leven werden gebruikt.

Ruimtelijke Karakteristieken - Brede, rechte gegraven wetering; - Natuurlijke oevers met rietkragen; - Verbreding tegenover Opweg 2a. CHW19

Structuur Oude Kerkweg Feiten 1. Waardering: Middelhoog 2. Thema: Nederzettingen, stadsontwikkeling en bebouwing 3. Ligging: Huidige C.G. Roosweg en Kerkweg. 4. Datering: ca. 13e eeuw 5. Opdrachtgever: Niet bekend. Cultuurhistorische waardering De huidige C.G. Roosweg volgt de loop van de Kerkweg tussen Bergambacht en Schoonhoven. De weg heeft een pre-stedelijke oorsprong en heeft waarschijnlijk dezelfde functie gehad als de tiendwegen in de ontginningen. Later werd deze weg vooral gezien vanuit het perspectief van de kerkgangers die naar de kerk in Bergambacht gingen. De weg heeft door de toename van het verkeer een metamorfose doorgaan en van de

oorspronkelijke inrichting is niet veel meer over. De verbreding van de weg vond al vroeg in de 20e eeuw plaats toen de trein- en tramverbinding naar Schoonhoven werd aangelegd. Deze volgde het tracé van de C.G. Roosweg. In de huidige situatie is de weg geflankeerd door twee wegsloten. In de berm zijn solitaire bomen (voorheen hakhout) opgenomen. De opstrekkende percelen die aan grenzen aan de weg zijn daardoor ontsloten via bruggen. De percelen langs de weg zijn bebouwd met (bijna) haaks op de weg gelegen bouwmassa’s in twee bouwlagen met een kap. Het betreft voornamelijk langhuisboerderijen en enkele evenwijdig aan de weg geplaatste villa’s. De oudere bebouwing ligt op de koppen van de opstrekkende kavels. De wat jongere bebouwing zoals de villa’s liggen verder naar achteren op de kavels. De bebouwde kavels worden afgewisseld met onbebouwde kavels. Van oudsher is er een afwisseling tussen hooi- en weilanden, boomgaarden en hakhoutbosjes. Ruimtelijke Karakteristieken - Langgerekte infrastructuur door het landschap geflankeerd door wegsloten; - Haaks op de weg gelegen opstrekkende kavels met daartussen rechte kavelsloten; - Bebouwing twee bouwlagen met een kap op de koppen van de kavels en overwegend haaks op de weg gelegen; - Afwisseling tussen bebouwde en onbebouwde kavels. CHW20

Broedijkerwetering Feiten 1. Waardering: Middelhoog 2. Thema: Waterbeheer 3. Ligging: Tussen M.A. Reinaldweg en Nassakade 4. Datering: onbekend 5. Opdrachtgever: Niet bekend. Cultuurhistorische waardering De Broedijkerwetering, ook aangeduid als Den Broeing of Broeik, vormt de afscheiding tussen de polders Zuid Zevender en Willige Langerak en ligt tussen de M.A. Reinaldaweg en de Nassaukade. Het betreft een natuurlijk veenriviertje. De scheidende functie is herkenbaar aan de oriëntatie van de opstrekkende kavels aan weerszijden van de wetering. Door de aanleg van de M.A. Reinaldaweg vlogt nog slechts een beperkt stuk de oorspronkelijke loop. De wetering is onderdeel van de waterhuishouding van de polders Zuid Zevender en Willige Langerak. Ruimtelijke karakteristieken - Schuin door het landschap lopende wetering;

CHW21

Opvallend ruimtelijk element in de scheiding van kleine ontginningen; Natuurlijke oevers.

Molenbiotoop Bon Repas Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Waterbeheer 3. Ligging: De molen ligt tussen Vlist en Bonrepas. De biotoop beslaat een groot deel van de het Hofland. 4. Datering: nvt 5. Opdrachtgever: nvt 6. Beleid: Verordening Ruimte Provincie Zuid-Holland, art. 16. Omschrijving De molen Bonrepas ligt in de gemeente Vlist en is gewaardeerd met de status rijksmonument. De molenbiotoop heeft echter ook gevolgen voor de gronden gelegen in de gemeente Schoonhoven. De molenbiotoop is een ruimtelijk instrument dat o.a. door de Provincie Zuid-Holland in het leven is geroepen om de vrije windvang en het zicht op historische molens te garanderen. Dit betekent dat beperkingen moeten worden gesteld aan de hoogte van bebouwing en beplanting. De molenbiotoop heeft een omvang van 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen. De veelheid aan obstakels (bebouwing en beplantingen) in de nabije omgeving van de molen maakt niet alleen dat de windtoevoer afneemt, maar ook dat de windtoevoer onregelmatig wordt waardoor zeilslag ontstaat. Onregelmatige wind leidt tot onevenredig grote krachten op de spil en de wieken van de molen, waardoor de molen ontzet kan raken, met alle kosten van dien. Het instrument dient tevens ter behoud van de molen.

Ruimtelijke karakteristieken - Vrije ruimte zonder obstakels rondom de molen in een straal van 400 meter; - Vrij zicht op de molen Bonrepas.

CHW22

Structuur Opweg Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Nederzettingen, stadsontwikkeling en bebouwing/ Middeleeuwse ontginningen/ Historisch Groen

3. Ligging: Opweg 4. Datering: Middeleeuws, voor 12e eeuw 5. Opdrachtgever: nvt Cultuurhistorische waardering De Opweg is op te delen in twee delen: het noordzuid georiënteerde deel en het oostwest lopende deel. De Opweg heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de polder Bergambacht. Het noordzuid lopende deel lag direct naast de Botersloot en de oostelijke kade, begrenzing, van de polder Bergambacht. Het oostwest-lopende deel, ook wel de Bovenbergse Huisweg, is een belangrijk polderlint dat waarschijnlijk als tiendweg dienst heeft gedaan. Langs dit polderlint is al vroeg bewoning te constateren. Zowel langs de Botersloot als verderop langs de Opweg zijn enkele boerderijen en erven ingetekend in de oude kaartbeelden. De weg gaf toegang tot de stad via de Kruispoort. De ligging van de stadsherberg (ter plaatste van Opweg 2A) langs deze weg benadrukt ook de belangrijkheid van deze toegangsweg. De weg wordt geflankeerd door opgaand hakhout. De kadastrale onderlegger, behorend bij de minuut uit 1828, geeft voor de percelen langs de dan als Huisweg van Bergambacht aangeduide Opweg aan, dat deze bestemd zijn als wetering en bos. De percelen zijn in het bezit van andere eigenaren dan de achtergelegen landerijen. De eigenaren komen uit de buurt van Schoonhoven. In de huidige situatie is er nog steeds een grote hoeveelheid aan hakhoutbosjes aanwezig langs de weg.

Ook wisselen de bebouwde en onbebouwde percelen zich af. Op de onbebouwde percelen is een diversiteit te zien tussen wei- en hooilanden en hakhoutbossen. Ook dit is nu nog herkenbaar in het landschap langs de Opweg. De weteringen langs de weg zijn breed en geven alleen via een brug toegang tot de opstrekkende huiskavels. De bebouwing langs de Opweg staat van oudsher op de koppen van de kavels, haaks op de weg. De bouwmassa’s zijn overwegend één bouwlaag onder een zadeldak. Een enkele arbeiderswoning of villa van recenter datum staat evenwijdig aan de weg. Het noordzuid georiënteerde deel wijkt af van dit beeld. Langs de oostzijde van dit deel loopt Botersloot en langs de westzijde staan geschakelde villa’s uit de jaren ’20 tot en ’60 van de 20e eeuw. Hierdoor heeft dit deel van de Opweg de karakteristieke uitstraling van polderlint verloren. Ruimtelijke Karakteristieken - Iets verhoogd in het landschap gelegen, karakteristiek polderlint geflankeerd door relatief brede weteringen;

CHW23

Hakhoutbossages in de bermen en op de koppen van de opstrekkende kavels; Toegang tot huiskavels door middel van bruggen; Bebouwing langs de weg één bouwlaag met kap, haaks op de weg; Sporadisch (voornamelijk jongere) bebouwing evenwijdig aan de weg. Ruime doorzichten door afwisseling van bebouwde en onbebouwde percelen.

Polder Bergambacht Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Middeleeuwse ontginningen/ Historisch Groen 3. Ligging: Tussen Lek, gemeentegrenzen, gemeente Bergambacht en gemeente Vlist, Opweg en Groene Singel (uitgezonderd hierbinnen vallende woonwijken) 4. Datering: Middeleeuws, voor 12e eeuw 5. Opdrachtgever: nvt Cultuurhistorische Waardering De polder Bergambacht is de grootste ontginning binnen de gemeente Schoonhoven. De polder liep helemaal door tot aan de huidige Haven en Oude Haven. Deze vormen samen met de Opweg de oostelijke bekading van de polder. Opvallend is het strenge verkavelingspatroon binnen deze polder. Het deel boven de C.G. Roosweg werd ook wel Bovenberg genoemd en eronder Klein Tienhoven. De blokken hebben allemaal een breedte van ca. 30 m en een diepte van ca. 1500m. In de afgelopen eeuwen is er, op de aanleg van een woonwijk na, weinig veranderd aan de inrichting van het polderlandschap. Slechts de voormalige Kerkweg (huidige C.G. Roosweg) en de Bovenbergse Huisweg (Opweg) doorbreken van oudsher het landschap. De inrichting van het landschap bestaat nu grotendeels uit wei- en hooilanden ten behoeve van de veeteelt. Toch is dit niet altijd zo geweest. De aanwezigheid van braakhutten op de kadastrale minuut uit 1828 laat duidelijk zien dat er ook veel bouwland aanwezig zal zijn geweest.

Hierop zullen granen, vlas en hennep (vandaar de braakhutten) verbouwd zijn. Ook werd het bouw- en weiland in hogere mate dan nu afgewisseld met hakhout. Het hakhout is nu voornamelijk nog terug te vinden op de koppen en de lange zijden van de percelen en langs oprijlanen en wegen. Ten zuiden van de C.G. Roosweg lagen ook meerdere boomgaarden. Deze zijn nu nog op enkele plekken in het landschap herkenbaar. Aan de noordzijde van de polder, tegen de Vlist, was een kade gelegen die aangeplant was met hakhout en tevens diende als voetpad (mogelijk ook jaagpad voor boten over de Vlist). Deze kade is nog herkenbaar aan een direct ten zuiden van de Vlist gelegen en door een wetering begrensde landstrook.Langs de zuidzijde van deze kade zijn nog duidelijke sporen van het hakhout aanwezig in de vorm van enkele boomgroepen (essen).

De oevers van de Vlist zijn rijkelijk begroeid met riet. Aan de noordzijde van de Vlist zijn deze zelfs aangelegd in de vorm van rietlanden. Dit riet werd geteeld voor de productie van voorwerpen voor het dagelijks gebruik. De bebouwingstypologie in het gebied bestaat voornamelijk uit boerderijen van het langhuistype. Deze eenlaagse bebouwing staat op de koppen van de opstrekkende kavels en staat haaks op de weg. De erven zijn ingericht met meerdere bijgebouwen die in elkaar verlengde en evenwijdig aan elkaar staan op de smalle kavels. Veel boerderijen hebben vanuit de historische situatie leibomen voor de voorgevel staan. Ook is er in sommige gevallen sprake van (restanten van) windsingels rondom de huiskavels. Door deze verzwaring van de begroeiing zijn de polderlinten in het verder open landschap goed herkenbaar. In het weideland staan slecht beperk toevoegingen in de vorm van hekwerken en bruggen. N.B. Het gebied maakt onderdeel uit van de provinciale ‘Topgebieden’. Ruimtelijke Karakteristieken - Strak geordende, geometrische indeling van het landschap met noordzuid georiënteerde opstrekkende kavels en rechte sloten; - Oostwest lopende polderlinten, bestaande uit een weg met (restanten van) hakhoutbossages en geflankeerd door weteringen.

- Aanwezigheid van een kade met hakhoutbeplanting aan de zuidzijde van de Vlist; - Rietlanden en rietkragen langs de Vlist; - Bebouwing op de koppen van de kavels langs de polderlinten; - Boerderijensembles bestaande uit in elkaars verlengde en evenwijdig aan elkaar gelegen hoofd- en bijgebouwen; - Toegang tot de kavels langs de polderlinten door bruggen; - Verzwaring van de historische begroeiing in de vorm van (restanten van) windsingels, leibomen, boomgaarden en hakhout. - Toevoeging van hekwerken en bruggen aan het weidelandschap. - Overwegend eenlaagse bebouwing onder een zadeldak, haaks op het polderlint. CHW24

Structuur Lekdijk west – Voorhaven Feiten 1. Waardering: Hoog 2. Thema: Waterbeheer 3. Ligging: Lekdijk west – Voorhaven 4. Datering: Vanaf Middeleeuwen 5. Opdrachtgever: Lokale bewoners. Later waterschappen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=c76bf018-fb5d-4a77-adc5-38f2d4282668