BP Binnenstad Schoonhoven - deel 1 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Gemengd - Transformatiegebied Dika-terrein Het Dika-terrein krijgt een andere invulling met een poortfunctie. Het ligt naast belangrijke parkeerterreinen, waar een groot deel van de bezoekers van de binnenstad arriveert. Het Dikaterrein kan op maaiveld een dubbelfunctie krijgen als parkeerterrein, waardoor de parkeercapaciteit rondom het centrum wordt vergroot. Maar het wordt ook de plek waar bezoekers hun bezoek aan Schoonhoven kunnen beginnen; het moet het startpunt van de Zilveras worden. Dat betekent een mix van functies zoals met name wonen en dienstverlening. Daarvoor mag er een markant ensemble komen rond de te behouden schoorsteen.
Rho adviseurs voor leefruimte
193100.20150898
31
Gemengd - Transformatiegebied Spoorzone De Spoorzone in het noorden van de binnenstad zal een invulling als woongebied krijgen. Het uitgangspunt is een rustige en groene woonwijk, die goed aansluit op de bestaande bebouwing. Belangrijk is dat bij deze ontwikkeling de historische bebouwing (het oude station) behouden blijft en een nieuwe functie krijgt. De ontwikkelaar moet aantonen dat de ontwikkeling past in de bestaande omgeving. De Spoorzone ligt in de onderzoekszone van de Provinciale weg N210. In het kader van dit bestemmingsplan is een globaal akoestisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat voor een aantal woningen akoestische maatregelen nodig zijn. Verder moeten hogere grenswaarden verleend worden. Deze zijn door middel van zoneringen in dit bestemmingsplan opgenomen. Dat is mogelijk op basis van Artikel 7c Crisis en herstelwet. Transformatiegebied - Doelenplein Voor het Doelenplein en omgeving voorziet dit plan in een (organische) transformatie naar een maatschappelijk cluster; hier zijn functies op het gebied van onderwijs, gezondheid en welzijn in combinatie met wonen beoogd. Het is daarbij van belang dat het centraal gelegen Doelenplein een ontmoetingsfunctie krijgt voor de inwoners van Schoonhoven. Juist door deze functies nabij de Lopikerstraat en de Zilveras te leggen, wordt de reuring in het centrum en de ontmoetingsfunctie van het Doelenplein versterkt.
Wel is van belang dat bij invulling van het Doelenplein de functie als parkeerterrein behouden blijft (een voorwaarde voor het functioneren van de Lopikerstraat en de Zilveras). Ook de functie als marktplein moet behouden blijven, omdat deze een belangrijke (ontmoetings)functie voor Schoonhoven vervult. Transformatiegebied - Bastion Voor dit gebied biedt dit bestemmingsplan een signaalfunctie. De komende jaren wordt in dit gebied een transformatie voorzien. Daarbij is de historische betekenis (de structuur van de vestingwallen) een belangrijk uitgangspunt. De huidige functies (zoals het parkeren) moeten waar mogelijk ingepast worden. De bestemmingsregeling heeft een signaalfunctie in dit geval. Overigens zijn in dit plan ook de regels overgenomen van het recent vastgestelde bestemmingsplan voor het AZS terrein. 2.4.12 Toelichting op de algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is vast voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en dient in alle bestemmingsplannen te worden opgenomen. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld wanneer (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Om hiervan een voorbeeld te geven: binnen de bestemming Bedrijf mag een bepaald percentage van het bouwvlak worden bebouwd.
Indien het absolute oppervlak (uitgedrukt in m²) niet is bereikt, kan door het bijkopen van een stuk grond van het aangrenzend perceel extra bebouwing tot dit maximum worden gerealiseerd. De anti-dubbeltelregel voorkomt dat de overgedragen grond nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel van het erf kan worden betrokken. Algemene bouwregels De algemene bouwregels omvatten bouwregels die aanvullend op de bouwregels van toepassing zijn.
Rho adviseurs voor leefruimte
193100.20150898
32
Overschrijding bouwgrenzen Dit lid bevat een algemene regeling voor een geringe overschrijding van bouwgrenzen door ondergeschikte onderdelen van gebouwen. Het betreft in dit plan hoofdzakelijk de gebouwen waarvoor een bouwvlak (= bouwgrens) is opgenomen. De overschrijding van de bouwgrenzen dient wel beperkt te zijn. Bestaande maten In deze bepaling is opgenomen dat bestaande maten, die meer of minder bedragen dan in het bestemmingsplan is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden. Herbouw is uitsluitend mogelijk indien deze op dezelfde plaats plaatsvindt. Op de genoemde afwijkingen is daarnaast het overgangsrecht niet van toepassing. Algemene gebruiksregels Strijdig gebruik In het eerste lid zijn een aantal gebruiksactiviteiten opgenomen die in strijd zijn met de bepalingen in dit plan. Voorbeelden hiervan zijn de opslag van meer dan 10.000 kg vuurwerk (volgt uit het Vuurwerkbesluit), risicovolle inrichtingen (volgt uit het Bevi) en Wgh-inrichtingen (grote lawaaimakers). In Artikel 31.1 is opgenomen dat het gebruik van gronden en gebouwen als strijdig gebruik met de bestemming wordt beschouwd wanneer sprake is van een significant negatief effect op een Natura 2000-gebied door stikstofdepositie. In de begripsbepalingen onder 1.61 staat wat bedoeld wordt met het begrip stikstofdepositie.
Door middel van de genoemde bepalingen worden significante negatieve effecten op Natura-2000 gebieden uitgesloten.
Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt omschreven in welke gevallen bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels. Het gaat hier om de overschrijding van de bouwgrenzen, voor zover deze afwijkingen niet onder de regel 'algemene bouwregels' vallen. Dit betreft bijvoorbeeld de bevoegdheid om af te wijken van de voorgeschreven maten en percentages. Afwijken is overigens alleen mogelijk wanneer hiermee geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan aspecten als gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen. Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuur kan worden afgeweken van het verbod tot toename van stikstofdepositie met een significant effect indien voor die ontwikkeling een natuurbeschermingsvergunning is verleend dan wel een verklaring van geen bedenkingen is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag. In het geval de vergunning of verklaring van geen bedenkingen nog niet onherroepelijk zijn zal door een passende beoordeling moeten worden aangetoond dat de stikstofdepositie voor relevante gebieden niet significant toeneemt. 2.4.13 Toelichting op de overgangs- en slotregels Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht geregeld voor situaties dat gebruik en/of bouwen in strijd zijn met het bestemmingsplan.
De Wet ruimtelijke ordening schrijft voor wat in de overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik in bestemmingsplannen moet staan. Kort samengevat zijn hieronder de belangrijkste punten vermeld. Voor bouwwerken die aanwezig zijn op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan of die nog gebouwd kunnen worden op basis van een omgevingsvergunning voor het bouwen en die afwijken van het bestemmingsplan geldt, dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd.
Rho adviseurs voor leefruimte
193100.20150898
33
De overgangsbepalingen voor bouwwerken bevatten verder een calamiteitsregeling en een regeling op grond waarvan het dagelijks bestuur eenmalig met maximaal 10% kan kan afwijken bij het vergroten van de inhoud van een bouwwerk dat onder de overgangsbepalingen valt. De overgangsregels voor het gebruik bepalen dat het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, mag worden voortgezet. Het met het bestemmingsplan strijdige gebruik mag niet worden veranderd in een ander strijdig gebruik, tenzij daardoor de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het strijdige gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten. De overgangsbepalingen zijn niet van toepassing op bestaande bouwwerken die zijn gebouwd zonder vergunning en bestaand gebruik in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Slotregel De slotregel beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
193100.20150898
34
Rho adviseurs voor leefruimte
193100.20150898
35
Hoofdstuk 3
3.1
Uitvoerbaarheid
Wat staat er in dit hoofdstuk?
In dit hoofdstuk leest u over de uitvoerbaarheid van het plan. De uitvoerbaarheid is gestoeld op: de conclusies uit het onderzoek naar de toepasselijkheid en inpassing in de relevante beleidskader vanuit rijk, provincie en gemeente; de conclusies uit het onderzoek naar de relevante sectorale omgevingsaspecten; de maatschappelijke impact en het draagvlak van het plan; de economische uitvoerbaarheid van het plan.
3.2
Toetsing aan ruimtelijk beleid
In Bijlage 1 van deze toelichting is het plan getoetst aan het geldende beleid van de Rijksoverheid, de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Krimpenerwaard. Hieruit blijkt dat op rijks- en provinciaal niveau kaders worden gesteld aan (het stroomvoerend deel van) het rivierbed van de Lek. Dit is in het bestemmingsplan vertaald met een specifieke dubbelbestemming. Het plan is daarnaast in lijn met verschillende gemeentelijk beleidsdocumenten. Het plan is daarnaast in lijn met de gemeentelijk beleidsdocumenten.
3.3
Toetsing aan omgevingsaspecten
In bijlage 2 van deze toelichting is het plan getoetst aan de omgevingsaspecten. Geconcludeerd wordt dat alle sectorale belangen (zoals milieu) goed zijn geborgd in dit bestemmingsplan.
3.4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voorontwerp Dit bestemmingsplan heeft een specifieke opbouw. Daarom is in het voortraject meerdere keren gesproken met de inwoners van Schoonhoven. Het plan is naar aanleiding van deze bijeenkomsten gereed gemaakt als voorontwerp. Dit heeft conform de gemeentelijke inspraakverordening van 10 juli tot en met 10 september 2019 ter inzage gelegen. Tevens is het voorontwerp bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg toegezonden naar de wettelijke overlegpartners. Gedurende deze periode zijn inspraak- en overlegreacties ingekomen. Deze zijn beantwoord in de Nota inspraakreacties en vooroverlegreacties (bijlage 3 bij dit bestemmingsplan). Eventuele aanpassingen zijn verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. Ontwerp bestemmingsplan Het bestemmingsplan is van 21 september 2020 tot en met 2 november 2020 als ontwerp ter inzage gelegd. Tijdens deze periode zijn zienswijzen ingediend. Deze zijn beantwoord in de bijgevoegde Nota van beantwoording zienswijzen. Aan het slot van deze nota zijn de wijzigingen vermeld die naar aanleiding van de ingediende zienswijzen en ambtshalve zijn aangebracht.
Rho adviseurs voor leefruimte
193100.20150898
36
3.5
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 lid 2 Wet ruimtelijke ordening (hierna: 'Wro') bepaalt dat de gemeenteraad, als er sprake is van één of meerdere aangewezen bouwplannen, verplicht is een exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van grondexploitatie niet anderszins is verzekerd; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in Artikel 6.13, eerste lid, onder c 4°, respectievelijk 5° Wro noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in Artikel 6.13, tweede lid, respectievelijk b, c of d Wro noodzakelijk is. Binnen het plangebied zijn percelen in eigendom bij verschillende particuliere eigenaren waarmee de gemeenten geen anterieure overeenkomst van grondexploitatie heeft gesloten. Het bestemmingsplan kan bouwplannen mogelijk maken die in het geldende bestemmingsplan nog niet direct mogelijk zijn waardoor in beginsel de plicht bestaat tot kostenverhaal. Op basis van artikel 7c, lid 10, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet maakt de gemeente gebruik van de mogelijkheid om het opstellen van een exploitatieplan uit te stellen tot het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor het kostenverhaal niet anderszins verzekerd is.
Dit betekent dat indien er op het moment van aanvraag omgevingsvergunning geen anterieure overeenkomst is gesloten met de betreffende grondeigenaar, het college van B&W kan overgaan tot het vaststellen van een exploitatieplan. Uitgangspunt blijft het sluiten van anterieure overeenkomsten. In de anterieure overeenkomst dan wel het exploitatieplan wordt het verhaal van kosten van de grondexploitatie, inclusief gebiedsoverstijgende kosten, gewaarborgd. In de tweede plaats worden eisen opgenomen met betrekking tot de werken en werkzaamheden (bouw- en woonrijp maken) en de fasering. Ten slotte worden kwaliteitseisen opgenomen om de wijze waarop de werken en werkzaamheden moeten worden uitgevoerd te waarborgen. Voor de transformatiegebieden is in de regels als voorwaarde opgenomen, dat kostenverhaal geborgd moet zijn. Dat betekent dat bij vergunningverlening een anterieure overeenkomst moet zijn gesloten of dat een exploitatieplan wordt opgesteld.
Rho adviseurs voor leefruimte
193100.20150898
37
Hoofdstuk 4
4.1
Handreiking participatie
Inleiding
Het verkrijgen van draagvlak is in het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voor de binnenstad van Schoonhoven als doelstelling opgenomen. Draagvlak kun je creëren met behulp van participatie. 4.1.1 Wat is participatie? De Omgevingswet treedt waarschijnlijk in 2022 in werking. Met deze wet wordt participatie veel belangrijker. Met participatie wordt bedoeld dat wanneer iemand een idee heeft (de initiatiefnemer) hij of zij de mensen in de omgeving over het plan informeert. Daarnaast kan de omgeving meedenken bij het maken van het plan. Door met elkaar samen te werken wordt rekening gehouden met elkaar en sluit het plan meer aan op de behoeften van de omgeving. Heeft u een bouwplan, een idee voor een evenement of wilt u iemand anders gebruik laten maken van uw pand? Dan is het aan u als initiatiefnemer om de omgeving actief te informeren over uw plan en te proberen draagvlak te krijgen voor uw idee /plan, voordat u het plan indient bij de gemeente. 4.1.2 Waarom is participatie belangrijk? Wanneer u uw omgeving (buren, omwonenden, maatschappelijke instanties, overheden en bedrijven) vroegtijdig bij uw plan betrekt, zorgt u er met elkaar voor dat het plan beter aansluit bij de verschillende behoeften uit de omgeving. Door met elkaar te overleggen krijgt u waarschijnlijk meer steun vanuit de omgeving.
Zo ontstaat er een beter plan en wordt de kans op slagen van uw project vergroot. 4.1.3 Hoe organiseert u participatie? Participatie is maatwerk. Daarom geven we u graag een handreiking en schrijven we niet voor wanneer en hóe de participatie moet plaatsvinden. Hoe en hoeveel u participeert met uw omgeving hangt af van de grootte van het plan en waarover het plan gaat. Hoe groot zijn de ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen op de directe omgeving? Wie hebben er voordeel bij het plan? En wie mogelijk nadeel? De volgende paragraaf bevat een handreiking voor participatie. De handreiking geeft tips hoe u uw omgeving kunt bereiken. De tips zijn voor uw specifieke plan waarschijnlijk niet één op één toepasbaar. Pas de tips naar eigen inzicht toe en laat u daarbij inspireren door de vele praktijkvoorbeelden van participatiemogelijkheden op het internet. Om een compleet beeld van de mogelijke belanghebbenden voor uw plan te krijgen, kunt u rondvragen bij direct omwonenden en de gemeente.
4.2
Handreiking
U heeft een idee, een plan of activiteit waardoor een aanpassing van de fysieke leefomgeving nodig is. 1.
Wat houdt uw plan in? Maak duidelijk welke invloed uw idee heeft op de omgeving. Is het een permanente ruimtelijke invloed, zoals het slopen of bouwen van een huis. Of is het tijdelijk, zoals het organiseren van een evenement.
2.
Wie merkt er wat van uw plan? Maak een overzicht van partijen die wat merken van uw project en bekijk wat hun voordeel daarbij is. Denk hierbij aan directe buren en overburen, overige
Rho adviseurs voor leefruimte
193100.20150898
38
omwonenden, bedrijven, instellingen, verenigingen (op het gebied van sport, natuur, historische- en buurtbelangen), overheden (gemeente, waterschap, provincie, rijk). U kunt zich ook laten inspireren door dezelfde soort projecten op internet op te zoeken en zo de lijst van mogelijke betrokkenen compleet te maken. 3.
Kunt u tegemoet komen aan eventuele wensen en eisen van andere belanghebbenden? Bedenk of het plan ruimte biedt voor aanpassingen.
4.
Hoe en wanneer gaat u uw omgeving betrekken bij uw plan? Kies een participatievorm die past bij de grootte van uw plan en de invloed die het plan heeft:
5.
6.
a.
In geval van kleinere ingrepen aan uw huis bijvoorbeeld, is het voldoende om uw buren tijdig te informeren over uw gewenste eindresultaat én uw aanpak om tot het eindresultaat te komen. Maak ook afspraken over hoe u met elkaar communiceert tijdens de realisatie van uw plan.
b.
Grotere projecten hebben wellicht meerdere keukentafelgesprekken of informatieavonden nodig om uw omgeving te informeren. Wanneer uw omgeving mee kan denken en meebeslissen over uw plan, kunt u met interactieve bijeenkomsten (zoals workshops en planvorming ateliers) werken om de belangen, bezwaren en wensen van de omgeving te verwerken in uw plan.
c.
Erg ingewikkelde projecten met grote invloed op de omgeving hebben vaak een uitgebreidere (meer professionele) participatieaanpak nodig: voor, tijdens en na de realisatie van het project. Verschillende professionals kunnen u bijstaan. Denk aan mediators, communicatiedeskundigen en (juridisch) advies- en ingenieursbureaus op het gebied van ruimtelijke plannen. Bekijk de Inspiratiegids Participatie. Deze helpt u om uw participatie vorm te geven. Denk bijvoorbeeld aan werkvormen voor een grote bijeenkomst met meerdere partijen, manieren om veelvoorkomende 'problemen op te lossen of een aanpak voor het benaderen van laaggeletterden. U vindt de Inspiratiegids Participatie op www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl/participatiegids. Ook de gemeente denkt graag met u mee.
Maak een participatieverslag voor de vergunningaanvraag. Dit verslag is vormvrij. Maar als suggestie geven wij u mee in dit verslag in ieder geval de volgende zaken op te nemen. a.
Hoe heeft u de participatie tot en met de vergunningaanvraag aangepakt?
b.
Hoe regelt u tijdens de fasen na de vergunningaanvraag de participatie?
c.
Wat is de invloed van uw initiatief op de omgeving? Wie heeft daar profijt of last van?
d.
Hoe heeft u iedereen betrokken bij uw plan? Wat heeft u met hun eventuele wensen en bezwaren gedaan, hoe heeft u die teruggekoppeld aan hen?
e.
Hoe houdt u mensen op de hoogte en betrokken na de vergunningverlening?
Dan is nu het moment bereikt waarop u formeel een vergunning kunt aanvragen bij de gemeente. Gebruik hiervoor het digitale omgevingsloket (www.olo.nl) en denk eraan het participatieverslag bij de aanvraag te voegen. Succes!!
Rho adviseurs voor leefruimte
193100.20150898