CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bolderkade - vraag en antwoord 210521.pdf

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Stedenbouwkundig plan Bolderkade1.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vraag en antwoord document Bolderkade In vervolg op het Dossieroverleg Bolderkade (voormalig Avia-terrein) Ouderkerk aan den IJssel op 11 mei 2021 Documentdatum: 21 mei 2021

1.

Hoe gaan we om met parkeren? In het stedenbouwkundig plan is zichtbaar dat parkeren op eigen terrein wordt opgelost. Dit op het maaiveld en deels boven aan de dijk. In een noodzakelijke bestemmingsplanherziening voor het plan zal ook het uitgangspunt zijn dat op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd en zal dit in de planregels worden verankerd.

2.

Hoe gaan we om met ondergronds parkeren? Van ondergronds parkeren is geen sprake.

3.

Hoe gaan we om met overlast op de dijk, verkeerstoename op de dijk? In de noodzakelijke bestemmingsplanherziening zal (in de toelichting) moeten worden onderbouwd en gemotiveerd dat de verkeersgeneratie van het plan kan worden opgevangen en afgewikkeld op en over de IJsseldijk-Noord. Daarnaast zal moeten worden gemotiveerd dat het verkeer veilig het terrein op en af kan. Uit vooronderzoek blijkt dat de verkeersgeneratie van het plan op basis van de kencijfers van het CROW op 265 mvt/etmaal bedraagt. De IJsseldijk-Noord heeft voldoende capaciteit om deze extra verkeersbewegingen te verwerken. Hier worden dan ook geen knelpunten in verwacht. Er wordt gekozen overzichtelijke in- en uitritten, zodat de IJsseldijk veilig kan worden opgereden en verlaten.

4.

Uit een rapportage over de verontreinigingen van 41 langs de Hollandse IJssel (Rijkswaterstaat directie Zuid Holland, Eindrapportage integrale studie Hollandsche IJssel, 1990) blijkt dat het Avia terrein deel uit maakt van cluster 1: 5 zellingen. Hoe voorkomen we een Gouderak situatie met alsnog verontreinigingen en saneringen? En het advies was volgens dit rapport een volledige rapportage. Hoe verhoudt dit rapport zich tot de huidige aanpak en besluiten? In de jaren 90 werden er overheidsprogramma’s voor bodemsanering opgesteld, zo ook voor de zellingen van de Hollandse IJssel. Dit onderzoek moet in dit kader zijn opgesteld en heeft een inventariserend karakter om de verontreinigen te kunnen duiden. Mede gezien de financiële gevolgen van een dergelijk programma is bodemsanering in de loop van de jaren meer en meer overgelaten aan private partijen -conform de regels van het bevoegd gezag- , waarbij aansluiting werd gezocht bij de specifieke ontwikkelingen van de locatie. Dit zogenaamd ‘functioneel saneren’ met meewegen van de kosten werd min of meer de norm. Functioneel saneren houdt in dat de sanering wordt afgestemd op de (nieuwe) bestemming van de locatie, waarbij ten miste de bestaande risico’s moeten worden weggenomen en geen risico’s ontstaan voor de (nieuwe) bestemming.

Deze benadering is ook gekozen bij andere bekende zellingen langs de IJssel zoals Schanspolder te Ouderkerk en Middelblok te Gouderak. In 2012 (rapport 2-4-2012) is voorafgaande aan het opstellen van het saneringsplan nader bodemonderzoek uitgevoerd. Mede op grond van de uitkomsten van dit onderzoek en het toen geldende beleid is gekozen voor een functionele sanering. Het bevoegd gezag Wbb (ODMH namens Provincie Zuid-Holland) heeft met de variant ingestemd. Het “Hollandse IJssel” rapport is niet bij de saneringsafweging betrokken. Gezien het inventariserende karakter van dit onderzoek heeft dit onderzoek geen meerwaarde voor het in beeld brengen van de verontreiniging en de saneringsafweging. Voor het nemen van het besluit was het onderzoek uit 2012 tezamen met het saneringsplan afdoende. Overigens is ook al in deze rapportage uitgegaan van ontgraven in combinatie met isolatie voor de functie Wonen, zijnde een functionele variant.

5.

Wie is aansprakelijk en verantwoordelijk voor een eventuele nadere sanering? De VVE, de gemeente? Het bevoegd gezag (ODMH namens Provincie Zuid-Holland) zal dan de eigenaar aanspreken. Die kan dat vervolgens wellicht privaatrechtelijk verhalen op de verkoper. In de periode dat de huidige ontwikkelaar / eigenaar activiteiten zal ontplooien zal de eigenaar door middel van vooronderzoeken, inzet van ter zake deskundige specialisten, gebruik van geëigende methoden en materialen en zonodig monitoring nadien zorg dragen dat we het aanvaardbare risicoprofiel gehandhaafd blijft. Wanneer dat is vastgesteld zal het eigendom weer overdragen worden aan de opvolgende eigenaren die zullen zijn verenigd in een VvE.

6.

In het verificatieonderzoek worden metingen naar grotere diepte dan de leeflaag gemist. Zijn die metingen er en dient het verificatieonderzoek aangevuld te worden? Welke verontreinigingen zijn er op grotere diepte? Verificatieonderzoek had als doel de leeflaag te controleren op dikte en kwaliteit om zodoende vast te stellen of de functie Wonen op de locatie mogelijk is. In de conclusie van het verificatierapport staat dat onder de schone leeflaag een kleilaag (klasse wonen) is gelegen met een dikte van 0,2 tot 0,7 m. Daaronder is licht verontreinigde klasse industrie grond. De verontreiniging is voorafgaande aan de sanering opnieuw in beeld gebracht (2012). De grond (voornamelijk stortpakket) is verontreinigd met metalen, PAK, asbest, olie en aromaten. Het grondwater met olie, aromaten, (plaatselijk) VOCl en (in mindere mate) metalen. Direct contact met het sterk verontreinigde stortmateriaal is bij normaal gebruik van de locatie derhalve uitgesloten. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd, dat de hypothese "onverdacht" voor de leeflaag wordt bevestigd. De locatie wordt op basis hiervan geschikt geacht voor de bestemming. De eindsituatie is in het evaluatierapport schematisch als volgt weergegeven:

Toelichting maatstrepen per 0,5 m, aan de linkerzijde van NAP+4 m tot NAP-5,5 m laagopbouw van boven naar beneden: grijs: aangebrachte grond (AW) geel: aangebracht zand (AW) lichtgroen: aangebrachte klei erosieklasse 1 (AW) donkergroen: aangebrachte grond klasse industrie roze: stortlaag lichtblauw: ongeroerde oorspronkelijke bodem (vanaf 6,0 à 6,5 m-mv) 7.

Er zal moeten worden geheid. Hoe kan worden gecontroleerd of dit geen effect heeft op de verontreiniging en met name de stabiliteit? Het bevoegd gezag WBB (PZH, gemandateerd aan de ODMH) heeft in het besluit op het evaluatierapport grondsanering het volgende aangegeven: De toekomstige inrichting is nog niet bekend. Voorafgaand aan de nieuwe herontwikkeling zal moeten worden beoordeeld in hoeverre aanvullende saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn voor het nieuwe gebruik c.q.de nieuwe inrichting. De ontwikkelaar zal dus moeten aantonen dat de ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor de uitgevoerde sanering. Indien dit wel zo is zullen aanvullende sanerende maatregelen moeten worden genomen. De ODMH als gemandateerd bevoegd gezag Wbb zal deze toets uitvoeren. Er worden prefab beton palen toegepast, deze veroorzaken geen uitkomende grond.

8.

Toevoegen perspectief vanaf onder de dijk naar de beoogde bebouwing. Een perspectief vanaf en niveau onder aan de dijk is toegevoegd.

9.

Toevoegen bezonningsstudie voor het effect van de bebouwing op omwonenden. De bezonningstudie is al vroeg in het proces gemaakt en ook met directe omwonenden gedeeld. De bezonningsstudie d.d. 20 juli 2020 is bijgevoegd. In het beoogde bestemmingsplanherziening zal dit getoetst worden.

10. Verzoek is een duidelijkere tekening met parkeerkaart waarop de parkeerplaatsen telbaar zijn, ook de 8 parkeerplaatsen langs de dijk. Een tekening met verduidelijkt daarop de 8 parkeerplaatsen bereikbaar vanaf de dijk is bijgevoegd. 11. Verzoek is bij dwarsdoorsnedes ook de bouwhoogte op te nemen van de dijk en de bebouwing onder aan de dijk.

Een tekening met 3 doorsneden is bijgevoegd, tevens een overzicht op een google Maps-plattegrond met daarop de relevante objecten met de onderlinge afstanden. 12. Hoe zijn de directe buurtbewoners betrokken geweest in het participatieproces? Er zijn twee bijeenkomsten geweest. De eerste op donderdagavond 2 juli 2020 voor de directe omwonenden en op zaterdagmorgen 5 september 2020. Voor deze laatste zijn raad en college uitgenodigd en is er een advertentie geplaatst zodat alle inwoners van Ouderkerk aan den IJssel op de hoogte zijn gebracht van de informatiemorgen. Daarnaast zijn er aparte gesprekken gevoerd met de omwonenden, thuis of op de ontwikkellocatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=77450293-5db8-43b7-8968-3ef071421b40