CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bolderkade - n.a.v. behandeling in de commissie: aanvullend vraag en antwoord 31 mei 21.pdf

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Stedenbouwkundig plan Bolderkade1.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vraag en antwoord document Bolderkade In vervolg op het Oordeelvormende vergadering Bolderkade (voormalig Avia-terrein) Ouderkerk aan den IJssel op 25 mei 2021 Documentdatum: 31 mei 2021 1. Korte geschiedenis van bodemsaneringen in Nederland In het dossieroverleg op 11 mei 2021 en de oordeelsvormende vergadering op 25 mei 2021 is gesproken over de positionering van het functioneel saneren en de positionering van de verschillende onderzoeken. Als kader is het van belang om te weten dat de aanpak van bodemsanering vanaf 1980 tot nu in verandering is. Het RIVM heeft een duidelijk beschrijving gegeven van de historie van bodemsanering. Zie deze link https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-mmk-bodemsanering/korte-geschiedenis en deze informatie is tevens opgenomen in bijlage 1. Samenvattend; In de jaren 90 van de twintigste eeuw is er een omslag gekomen in de aanpak van de overheid. Van volledig afgraven naar een realistische aanpak. De doelstelling is hierbij gewijzigd van multifunctioneel naar functiegericht. Quote van site RIVM:

Belangrijk instrumentarium om de saneringsmethode op grond van functie te kunnen bepalen is de Circulaire bodemsanering (2006/2009 gewijzigd in 2013). Tot 1 januari 2006 was in artikel 38 van de Wet Bodemsanering (Wbb) een multifunctionele saneringsdoelstelling vastgelegd. Op grond van het Besluit en de Regeling locatiespecifieke omstandigheden was het mogelijk om in afwijking van deze wettelijke doelstelling te kiezen voor functiegerichte sanering van immobiele verontreinigingssituaties in de bovengrond, en kosteneffectieve sanering van mobiele verontreinigingssituaties in de boven- en ondergrond. Vanaf 1 januari 2006 kan functiegericht en kosteneffectief saneren direct worden gebaseerd op het nieuwe artikel 38. 2. Wat is de status van het rapport uit 1990? Het inventariserende onderzoek uit 1990 - zie bijlage 2- over de verontreinigingen van 41 zellingen langs de Hollandse IJssel is een onderzoek, gebaseerd op de kennis eind jaren 80, dat gezien dient te worden als een startmoment voor de saneringen langs de Hollandse IJssel. Elke sanering is vanuit een uniek initiatief opgepakt in de jaren die daarop volgen. Veelal werd bij een daadwerkelijk initiatief een nieuw basisonderzoek uitgevoerd. Dit was het gevolg van de snelle kennisontwikkeling die tussen 1990 en 2010 plaatsvond en doordat in 1994 en 2006 (en daarna) de wetgeving is gewijzigd.

Het rapport van 1990 heeft een belangrijke functie gehad voor het opstarten van de schoonmaakactie van de Hollandse IJssel. Door het opstellen van nieuwere en inhoudelijkere rapporten per locatie is het rapport van 1990 als stuur- en toetsmiddel aan relevatie veel verloren. 3. Wat zegt het rapport uit 1990, mede in relatie tot het onderzoek in 2012? In de raadsvergaderingen is verschillende keren gerefereerd naar het rapport van 1990. Ook al heeft het rapport veel relevantie verloren en is het geen bindend rapport wordt onderstaand ter verduidelijking wel ingegaan op enkele passages. Bestudering van het rapport leert wat de aard van het rapport is en dat voor AVIA verschillende mogelijkheden worden benoemd. Het begeleidend schrijven geeft aan dat het rapport hoort bij de inventarisatiefase (blz 2 en 203, dit betreft de nummering van de pdf pagina’s).

1

-

-

Het rapport toont aan dat voor AVIA bij 4 van de 6 scenario’s wonen het beoogde gebruik na sanering is (blz 17, 203). Het rapport geeft aan dat er minimaal aanvullend onderzoek is uitgevoerd, de hoeveelheid informatie als basis voor het rapport is daardoor beperkt (blz 50, 203). De voorgestelde saneringstechniek is saneringssysteem B, dat houdt in zelling handhaven (niets afgraven) en door middel van een schil de veiligheids- en gezondheidsrisico borgen voor industrieel gebruik. Bij de huidige stand (in 1990) van de techniek is multifunctioneel gebruik niet mogelijk (blz 63,203). De zelling AVIA wordt op meerdere plaatsen benoemd met ‘wonen’ als gewenste eindsituatie (zie onder andere blz 17, 119, 120, 178 en 179 van het pdf document). Dat past in het beeld dat door nieuwe technieken, nieuwe visies en voortschrijdend inzicht de verwachting in 1990 reeds bestond dat wat toen nog onmogelijk leek later mogelijk zou gaan blijken te zijn.

De verkoop van het AVIA-terrein, de spoedeisendheid van de verontreiniging en de nieuw bestemming maakte een actualisatie van de verontreinigingssituatie noodzakelijk. Daarnaast is bodeminformatie van ruim 20 jaar oud niet meer actueel. De gewijzigde wetgeving is vervolgens uiteraard de leidraad geweest voor de variantkeuze (uitgewerkt in het saneringsplan). In 2012 is dit nieuw onderzoek gedaan en is er een nieuw rapport opgesteld dat niet 41 zellingen behandeld maar specifiek is gemaakt voor de zelling AVIA. Onderstaand zijn de onderzoeksvragen uit de rapportage weergegeven:

2

Geconcludeerd is:

Deze conclusie heeft geleid tot het uitgevoerde saneringsplan. Hierin is de beleidsmatige onderbouwing gegeven van deze variantkeuze.

4.

In de vergadering van 25 mei 2021 is de Zellingwijk in Gouderak benoemd als voorbeeld van problemen. woonwijk De Zellingwijk is niet vergelijkbaar met de locatie Bolderkade. De Zellingwijk is in de vijftiger van de vorige eeuw opgehoogd en de woningen zijn gerealiseerd tussen 1962 en 1969. De stortlaag was slecht afgedekt, geen leeflaag. Het stortmateriaal kwam tot in de kruipruimte van de woningen. Eind jaren 90 passeren ook isolatiemaatregelen de revue. Deze variant is in Gouderak geen populaire optie. De Zellingwijk is uiteindelijk in 2008- 2009 indertijd volledig ontgraven. Dit was toen al een uitzondering op de regel. Een volledige sanering van deze oude verontreinigingen is op dit moment niet meer aan de orde. 5. In de vergadering van 25 mei 2021 is de locatie Middelblok benoemd als voorbeeld van problemen. Dit betreft de woningbouwlocatie Middelblok 20-24 te Gouderak. Op 5 juli 2016 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan voor deze locatie vastgesteld. Het bestemmingsplan is onherroepelijk. In de toelichting van dit bestemmingsplan staat dat de locatie kan worden aangemerkt als Wbb-locatie. Hier is sprake van een potentieel geval van ernstige bodemverontreiniging (Wbb = Wet bodembescherming). Vervolgens zijn bodemonderzoeken uitgevoerd en is een saneringsplan opgesteld. In 2019 zijn verontreinigingen functiegericht en kosteneffectief gesaneerd.

Verder is een leeflaag van 1 m aangelegd en is geschikt gemaakt voor wonen met tuin. Geconcludeerd wordt dat met de sanering het beoogde doel bereikt is. Meer informatie staat in dit evaluatieverslag: https://geodocs.odmh.nl/data/2020132315.pdf 6. Wat is het risico van heien en is er al duidelijkheid over het palenplan? Het bestemmingsplan dient nog worden opgesteld, de omgevingsvergunning voor bouwen waaronder het palenplan dient nog opgesteld te worden. Voor nu is er nog geen palenplan beschikbaar en ook niet relevant. Het bevoegd gezag WBB (PZH, gemandateerd aan de ODMH) heeft in het besluit op het evaluatierapport grondsanering het volgende aangegeven: De toekomstige inrichting is nog niet bekend. Voorafgaand aan de nieuwe herontwikkeling zal moeten worden beoordeeld in hoeverre aanvullende saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn voor het nieuwe gebruik c.q.de nieuwe inrichting. De ontwikkelaar zal dus moeten aantonen dat de ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor de uitgevoerde sanering. Indien dit wel zo is zullen aanvullende sanerende maatregelen moeten worden genomen. De ODMH als gemandateerd bevoegd gezag Wbb zal deze toets uitvoeren. Er worden prefab beton palen toegepast, deze veroorzaken geen uitkomende grond. 7.

Aanpassen bezonningsstudie conform TNO normen De toegevoegde bezonningstudie, die al in een zeer vroeg stadium in het ontwikkelproces is opgesteld om de omwonenden en de ontwikkelaar inzicht te geven in bezonning en schaduw, zal voor de fase bestemmingsplan

3

verder uitgewerkt worden conform de TNO normen. Dit wordt uitgevoerd en getoetst in het kader van het bestemmingsplan. 8. Hebben de woningen zelf wel voldoende zonlicht? Alle appartementen hebben een woonkamer en buitenruimte op de oost- of de westgevel. Dat houdt in dat alle woningen altijd voldoen aan de TNO normen. Dit zal ook worden getoetst bij de vergunningverlening. 9. Wat is het risico voor de gemeente? Het risico ligt bij de eigenaar van de grond, dus niet bij de gemeente. Het bevoegd gezag (ODMH namens Provincie Zuid-Holland) zal dan de eigenaar aanspreken wanneer daar aanleiding voor is. Die kan dat vervolgens wellicht privaatrechtelijk verhalen op de verkoper. De huidige eigenaar en ontwikkelaar van het project heeft toegezegd dat door middel van vooronderzoeken, de inzet van ter zake deskundige specialisten, het gebruik van geëigende methoden en materialen hij zich maximaal zal inspannen om gesaneerde situatie stabiel te houden. Het bevoegd gezag heeft door middel van een beschikking haar akkoord verbonden aan de eindevaluatie van doel 1 van de sanering. De raad heeft de mogelijkheid dit in de anterieure overeenkomst te laten borgen door het college. Het bevoegd gezag (ODMH namens Provincie Zuid-Holland) zal na de oeversanering een monitoringsperiode van minimaal 1 jaar verlangen.

De huidige eigenaar is verplicht de werkzaamheden te melden bij het bevoegd gezag (ODMH namens Provincie Zuid-Holland). De eigenaar initieert een monitoringsperiode van een half jaar na de uitvoering van het heiwerk, deze periode vraagt ook een formele goedkeuring van bevoegd gezag (ODMH namens Provincie ZuidHolland). Pas na deze goedkeuring is de grond overdraagbaar aan eventuele nieuwe eigenaren (verenigd in een VvE). De aanvang van de realisatie zal door de wijziging van bestemmingsplan en het verkrijgen van de omgevingsvergunning niet eerder dan een jaar na afronding van de oeversanering plaatsvinden. Er vangen daardoor geen onomkeerbare activiteiten aan voordat de monitoring van de oeversanering afgerond is. Op deze wijze wordt bewerkstelligd en geborgd dat de stabiele situatie na de sanering in stand blijft. Indien dit niet kan worden vastgesteld zal de monitoring moeten worden voortgezet en eventueel aanvullende maatregelen moeten worden genomen. Ten aanzien van de isolatie van de grond (leeflaag) zal na afloop van de grondwerkzaamheden worden beoordeeld of deze leeflaag nog volledig aanwezig is. Indien dit niet het geval is zal deze opnieuw moeten worden aangebracht/hersteld. Het gehele voorstel van monitoring inclusief acties en controle van de leeflaag zal voorafgaande aan de ontwikkeling aan de Provincie/ODMH ter goedkeuring worden voorgelegd. 10.

Momentum besluit i.r.t. afrondende sanering? Het is van belang om de twee saneringsdoelen helder te hebben en ook per stuk te bekijken. Doel 1 is een ontgraving en isolatie van de grondverontreiniging. Dat is uitgevoerd in 2014/2015. Het bevoegd gezag heeft door middel van een beschikking haar akkoord verbonden aan de eindevaluatie van doel 1 van de sanering. Doel 2 is de uitstroom van olie stoppen en de stabiliteit van het grondwater vaststellen. De uitstroom is door een aanvullende sanering op een groot deel van de oever sterkt teruggedrongen, nog maar een fractie van wat het was. De vaststelling dat dit deel van doel 2 gereed is, is nog niet aan de orde. Het bevoegd gezag bevestigd echter de conclusie van Arnicon dat de huidige uittreding van olie geen veiligheids- of gezondheidsrisico voor de ontwikkeling, realisatie en bewoning van de appartementen veroorzaakt. Uiteraard is een minimale olie-uittreding wel zeer wenselijk voor de ontwikkeling en blijft de 2 e doelstelling van de sanering ook bestaan. Ten aanzien van de stabiliteit van het grondwater heeft het bevoegd gezag door middel van een instemmingsbrief akkoord gegeven op deze stabiliteit. Een beschikking op het gehele deel 2 zal genomen worden als de uitstroom van het resterende deel van de oever is gestopt of tot een zeer geringe uittreding is teruggebracht. Hiervoor wordt nu nog aanvullend gesaneerd.

4

Voor de ontwikkeling en realisatie is al een voldoende veilige en gezonde situatie gecreëerd. Dat houdt in dat het niet noodzakelijk is de actuele uittreding van olie te koppelen aan de besluitvorming rondom het stedenbouwkundigplan Bolderkade met onderliggend de sanering.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=95c9c209-38cd-4e41-b9a8-ac8320582f40