CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BKP Noordse Weide

Beeldvorming R&F (vergaderzaal 1.6) 24 februari 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Beeldkwaliteitsplan Noordse Weide4.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beeldkwaliteitsplan, Noordse Weide Stolwijk

Project Beeldkwaliteitsplan Noordse Weide, Stolwijk Projectnummer: SR250194

Opdrachtgever Stolwijds Ontwikkeling BV

Opsteller Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersoon: John van de Zand T

030 - 267 91 98

E

utrecht@buro-sro.nl

Datum en status 5 februari 2026 - Concept

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1

Aanleiding

5 5

1.2 Doel

5

1.3 Opzet BKP

5

1.4 Plangebied

5

2. Stedenbouwkundige schets

7

3. Beeldambitie

9

3.1

Inspiratie 

9

3.2 Ambitie en sfeer

9

4. Beeldkwaliteitscriteria bebouwing  4.1

Grondgebonden woningen

11

4.2 Hofwoningen

14

4.3 Appartementen

16

4.4 Duurzaamheid

18

5. Beeldkwaliteitscriteria (openbare) buitenruimte 5.1

6.

11

Algemeen streefbeeld

19 19

5.2 Verharding

19

5.3 Parkeren

19

5.4 Groen en beplanting

19

5.5 Woonhof

21

5.6 Erfafscheidingen

21

5.7 Afval 

23

5.8 Nutsvoorzieningen

23

Toekomstgericht bouwen en inrichten

25

3

Luchtfoto bestaande situatie (bron: Google.com)

4

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

1.3

Opzet BKP

Ten noorden van de kern van Stolwijk liggen

Dit

BKP

gronden langs de Bilwijkerweg die initiatiefnemer

stedenbouwkundige schets. Hoofdstuk 3 beschrijft

wil ontwikkelen naar woningbouw. Hiervoor is een

de algemene beeldambitie. Hoofdstuk 4 beschrijft

stedenbouwkundige schets gemaakt.

de beeldkwaliteit van de gebouwen en hoofdstuk

beschrijft

in

hoofdstuk

2

de

5 gaat in op de beeldkwaliteit van de onbebouwde Om

de

verschijningsvorm

van

zowel

de

toekomstige bebouwing als de buitenruimte van de

stedenbouwkundige

schets

te

(openbare) buitenruimte. Hoofdstuk 6 gaat specifiek in op toekomstgericht bouwen en inrichten.

waarborgen

is dit beeldkwaliteitsplan (hierna afgekort BKP)

1.4

Plangebied

opgesteld. Dit dient als aanvulling op de geldende

Het plangebied ligt in het landelijk gebied ten

‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit Krimpenerwaard 2017’

noorden van de kern Stolwijk. Het gebied wordt

van de gemeente Krimpenerwaard. Hierin zijn de

aan de oostzijde begrensd door de Bilwijkerweg.

richtlijnen voor de architectuur en de inrichting van

Aan de zuidzijde grenst het aan een watergang en

de openbare ruimte omschreven. Aangevuld met

de achtertuinen van de Korenbloemstraat. Aan de

referentiebeelden, geeft het kader de beoogde sfeer

westzijde grenst het gebied aan het weiland met

en beeldkwaliteit aan, maar is het dermate flexibel

verderop de achtertuinen van de woningen aan de

dat ontwerpers een eigen invulling aan de richtlijnen

Goudseweg.

kunnen geven.

1.2

Doel

Het

gebied

en

een

bestaat

aantal

poldersloten

en

is

volledig

voor

het

grootste

aan

de

uit

deel bestemd als ‘Agrarisch met waarden’ en

een

beschrijving

stedenbouwkundige

voor een klein deel als ‘Verkeer’. Voor een

schets,

van

de

referentiebeelden

Het

en

bestaat

richtlijnen

voor

klein

gedeelte,

aan

de

is

grasland

onbebouwd.

uitwerking.

gebied

uit

Het BKP is opgesteld om richting te geven verdere

Het

momenteel

noordoostzijde,

geldt

de architectonische uitwerking van de nieuwe

daarnaast de gebiedsaanduiding ‘overige zone -

woningen en de inrichting van de openbare ruimte.

beschermingszone eendenkooi’.

Dit

van

Het plangebied bestaat uit meerdere kadastrale

Krimpenerwaard vastgesteld en vormt daarmee

percelen (A-3523 en A-3524 ) en heeft een omvang

het

van ongeveer 2,1 hectare.

BKP

wordt

door

toetsingskader

de

voor

gemeenteraad

de

Gemeentelijke

Adviescommissie Omgevings Kwaliteit (GAOK) en voor de verdere planuitwerkingen.

5

Stedenbouwkundige schets

6

2. Stedenbouwkundige schets De hoofdstructuur van de stedenbouwkundige schets

ruime afstand van de bestaande woonkern. Hierbij bestaat

gaat uit van een noord-zuid gerichte opzet. De historische

het westelijke appartementencomplex uit maximaal vijf

polderslagen met poldersloten en het open landschap

bouwlagen, waarbij de bovenste laag terugliggend is

zijn hiervoor het uitgangspunt geweest en blijven zoveel

(setback). Het andere wooncomplex bestaat uit maximaal

als mogelijk behouden. De eerste ‘polderslag’ ligt parallel

vier bouwlagen. Beide appartementencomplexen worden

aan en langs de Bilwijkerweg, de tweede ‘polderslag’ ligt

omringd door groen en water.

ten westen daarvan en grenst aan het open landschap. De bestaande poldersloten die behouden blijven en

Ten oosten van deze appartementen zijn rijwoningen

worden verbreed benadrukken de noord-zuid gerichte

voorgesteld. Deze bestaan uit twee bouwlagen met een

polderstructuur. Op enkele plekken wordt dit beeld

kap. De positie van deze blokken houdt rekening met de

versterkt door middel van een suggestieve brug. Ook

geurcontour van de rioolwaterzuivering. Hier is een deel

zorgen deze poldersloten voor ruimtebeleving en

van het benodigde parkeren voorzien.

aantrekkelijke ‘groene’ doorzichten. Het zuidelijke woonveld wordt ingevuld met hofwoningen Een drietal woonstraten doorbreekt deze ‘polder’structuur.

rondom een binnentuin. Deze woningen bestaan uit

Deze woonstraten liggen haaks op de polderslagen en

één bouwlaag met kap. Het woonhof grenst aan de

vormen de ontsluiting van het gebied op de Bilwijkerweg.

westzijde aan het open landschap. De zuidzijde krijgt

De straten delen het plangebied op in een drietal

een extra groene- en waterrijke inrichting en vormt zo

woonvelden. Het noordelijk woonveld vormt een open

een passende overgang en ruimtelijke buffer met de

en dorpse bebouwingsrand, die uit tweekappers en

bestaande woonomgeving.

vrijstaande woningen bestaat van twee bouwlagen met een kap. De bebouwing vormt zo een passende

Het plan voorziet in extra ruimte rondom de bestaande

overgang naar het open polderlandschap. De noordelijk

watergangen om zo aantrekkelijke randen te maken met

gelegen watergang wordt verbreed en voorzien van

natuurvriendelijke oevers.

natuurvriendelijke

oevers

en

gebiedseigen

(boom)

beplanting. Zo vormt de bebouwingsrand een fraaie

Het parkeren is evenwichtig verdeeld over het plan

(nieuwe) dorpsrand en een goede overgang naar het

en zoveel als mogelijk geclusterd. Daarmee ontstaan

polderlandschap. Daarbij is rekening gehouden met de

aantrekkelijke

aanwezige contour van het paalrecht van de nabijgelegen

auto’s. Parkeerplaatsen worden uitgevoerd met een

eendenkooi. Binnen deze contour wordt zo min mogelijk

halfopen groene bestrating afgewisseld met bomen.

bebouwing voorgesteld.

Parkeerkoffers worden waar mogelijk afgeschermd met

woonstraten

zonder

geparkeerde

een lage groenblijvende haag om het zicht op de auto te Het middelste woonveld voorziet in een tweetal

ontnemen. Langs de Bilwijkerweg wordt de bestaande

appartementencomplexen aan de westzijde van het

watergang verlegd. Hierdoor kan de Bilwijkerweg

plangebied. Een bewuste keuze om deze hogere

verbreed

elementen meer in de ‘vrije’ ruimte te plaatsen en op

aansluiten op de bestaande woonwijk.

worden

en

op

verkeersveilige

manier

7

3D-impressie stedenbouwkundige schets

8

3. Beeldambitie 3.1

Inspiratie

In dit hoofdstuk wordt de inhoudelijke basis gelegd

Voor de nieuwe woonbebouwing wordt er aansluiting

voor de beeldkwaliteit, zoals dit in het volgende

gezocht bij de beeldentaal en detaillering van

hoofdstuk nader wordt omschreven. Aan de hand

het landelijke architectuurbeeld en de bestaande

van karakteristieken van de bestaande bebouwde en

omgeving.

onbebouwde omgeving zijn de criteria opgesteldvoor

aantrekkelijke nieuwe woonbuurt, maar blijft ook de

de nieuwe bebouwing en inrichting van de buitenruimte

samenhang met de bestaande woonomgeving en het

van Noordse Weide.

landelijke gebied in stand.

Deze

beeldkwaliteitseisen

zijn

richtinggevend

en

3.2

Daarmee

ontstaat

niet

alleen

een

Ambitie en sfeer

geven de beoogde sfeer en kwaliteit aan, maar zijn

Het beoogde woonmilieu is een gevarieerde buurt met

dermate flexibel dat ontwerpers er een eigen invulling

een dorpse schaal, afgestemd op de ligging aan het

aan kunnen geven. De criteria zijn geen blauwdruk,

open agrarische landschap enerzijds en de bestaande

maar tippen principes (niet uitputtend) aan om tot

dorpsrand

de beoogde sfeer en ruimtelijke kwaliteit te komen.

eigentijdse Hollandse architectuur is daarbij passend.

Indien met andere principes hetzelfde wordt bereikt

Daarbij wordt gerefereerd aan het agrarische karakter

dan is dit ‘in de geest van deze beeldkwaliteitseisen’

van het gebied met een moderne twist en informeel

en wordt daarmee ook voldaan. Een hoogwaardiger

karakter. Dit kan worden gekenmerkt door onder

en sprekender architectonische uitwerking kan, ook

andere:

als dit iets afwijkt van dit beeldkwaliteitsplan, mits de

▪ Heldere massa’s;

samenhang binnen het plan behouden blijft.

▪ Traditionele bakstenen en/of houten architectuur;

anderzijds.

Een

afwisseling

in

een

▪ Toepassen van kappen; Het gebied ligt in het open polderlandschap en sluitaan

▪ Keramische dakpannen;

op het bestaande zuidelijk gelegen woongebied

▪ Gemetselde schoorstenen;

van Stolwijk. Dit woongebied is een traditionele

▪ Afwijkende kleur (bakstenen) rollaag;

woonwijk uit de jaren ‘60 en ‘70 en wordt gekenmerkt

▪ Verbijzondering in metselwerk;

door rijwoningen met sobere gevels van lichtbruine

▪ Deur- en raamlijsten;

baksteen en houten geveldelen (doorzonwoningen).

▪ Gootklossen, -lijsten en makelaars;

Aan de rand staan vrijstaande woningen opgetrokken

▪ Dakoverstek;

uit lichtbruine baksteen met dakoverstekken. In het

▪ Dakkapellen.

polderlandschap

staan

voornamelijk

vrijstaande

woningen en historische boerderijen. Deze kennen

Referentiebeelden

hun eigen landelijke en Hollandse architectuurbeeld

In dit beeldkwaliteitsplan wordt gebruik gemaakt van

en worden veelal gekenmerkt met een rijke detaillering

referentiebeelden. Met deze beelden wordt een mogelijke

van onder andere grote dakoverstekken, sierspanten,

uitwerking/sfeer

gevelmakelaars met windveren en verbijzonderingen in

letterlijke uitwerking dient te zijn.

weergegeven

zonder

dat

dit

een

het metselwerk.

9

Beeldkwaliteitscriteria grondgebonden woningen

10

Tweekappers en vrijstaande woningen twee bouwlagen met kap

(Optionele) dakkapellen meeontwerpen

Nokverdraaiing toepassen op prominente plekken

Geen blinde kopgevels d.m.v. entrees, raampartijen en/of overhoekse vensters

Gevels zijn van baksteen in combinatie met hout, dakpan of vergelijkbare natuurlijke materialen

Groene of mee-ontworpen erfafscheidingen

Passende detaillering bijvoorbeeld makelaar, overstekken, goten, entrees, etc.

Zonnepanelen evenwichtig en gelijkmatig verdelen over het dak oppervlak

4. Beeldkwaliteitscriteria bebouwing nadere

▪ De nokrichting is evenwijdig aan de (woon)

beeldkwaliteitscriteria voor de bebouwing mee te

straat. Waar stedenbouwkundig gewenst dient

geven. Dit in aanvulling op de Nota Ruimtelijke

een nokverdraaiing toegepast te worden;

Doel

van

Kwaliteit

dit

van

hoofdstuk

de

is

gemeente

om

de

Krimpenerwaard.

Daarmee vormen de criteria een kader voor de architectonische uitwerking van de bouwplannen.

▪ Lange

woonblokken

Grondgebonden woningen

een

lichte

gevelsprong om de lengte te breken; ▪ Aan de voorzijde (straatzijde) wordendakkapellen mee-ontworpen

4.1

krijgen

en

ondergeschikt

aan

de

bouwmassa; ▪ De woningen krijgen een traditionele en moderne

Positie en oriëntatie ▪ De voorgevelrooilijn van de woningen ligt op minimaal 2 meter van de kant van de woonstraat. ▪ Op een enkele plek is een smalle verharde strook

vormgeving geïnspireerd op het agrarische karakter; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met

langs de voorgevel van het pand. Die is ingericht

royale

als een tussenvorm van een private stoep en een

oriëntatie.

gevelopeningen

afgestemd

op

de

voortuintje; ▪ De woningen zijn georiënteerd op de openbare

Architectonische uitwerking ▪ De architectuur sluit aan bij het beeld en de

ruimte waaraan ze grenzen; ▪ Kopgevels van de woningen grenzend aan

kenmerken van de lokale landelijke bebouwing

het openbaar gebied dienen representatief te

met individuele panden zoals boerderijen en

worden uitgevoerd. Daarbij kan worden gedacht

schuren;

aan entrees, overhoekse vensters, etc.; ▪ Blinde kopgevels zijn niet toegestaan; ▪ Bijgebouwen achter op de woonkavel staan zoveel mogelijk uit het zicht vanaf de openbare ruimte en zijn ondergeschikt aan de woning; ▪ Langs de noordelijke woonstraat is een lichte

▪ De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig; ▪ Bouwmassa’s hebben een heldere en in de regel horizontale geleding; ▪ Fijne detaillering zorgt voor variatie in het gevelbeeld bijvoorbeeld

door

ramen

en

openslaande

wisselende rooilijn van maximaal 1,5 meter

deuren, dakoverstekken, verbijzonderingen in het

mogelijk;

metselwerk, subtiele kleurvlakken, rollaag rondom raampartijen, frans balkon, etc. ▪ Zonnepanelen

Bouwmassa ▪ Woningen

zijn

per

woonblok

individueel,

onderling afwisselend en hebben een eenvoudige

gelijkmatig

op

het

dakvlak

verdelen. Installaties zijn vanaf openbaar gebied uit het zicht geplaatst.

tot gedifferentieerde opbouw; ▪ Alle grondgebonden woningen bestaan uit maximaal twee bouwlagen met een verplichte (overstekende) kap;

11

Referentiebeelden grondgebonden woningen

Woningen goriënteerd op de straat

Traditionele vormgeving geënt op een modern agrarisch karakter

Woningen bestaan uit 2 bouwlagen met een verplichte kap

Gevels met verbijzonderingen waaronder houten geveldetaillering

12

Kopgevels zijn representatief, voorzien van baksteen, hout of een combinatie

Detaillering d.m.v. dakoverstek en makelaar

Materiaal- en kleurgebruik grondgebonden woningen

Kleur- en materiaalgebruik ▪ Materialen

en

kleuren

zijn

degelijk

en

terughoudend en aan voorkanten in samenhang met het straatbeeld; ▪ Alle

gebouwen

kennen

een

terughoudend

kleurgebruik met een warme uitstraling en zijn duidelijk familie elkaar; ▪ Gevels in

zijn

in

combinatie

hoofdzaak met

hout,

dakpan,onderhoudsvriendelijke

van

baksteen keramische

materialen

Rood-bruine gemeleerde baksteen, oranje en antraciete keramische dakpannen en witte detaillering

of

vergelijkbaar; ▪ Kleur baksteen afstemmen op de omgeving. Passende kleuren zijn een mix van donkere tot lichte aardtinten. Kleuren baksteen worden gemêleerd toegepast; ▪ Kappen voorzien van keramische dakpannen in tinten donkeroranje en antraciet per woonblok; ▪ Bergingen voorzien van een ‘groen’ (sedum)dak; ▪ De

detaillering

en/of

verbijzonderingen

zijn

Kleurgebruik baksteen van donkere tot lichte aardetinten

passend bij het hoofdgebouw uitgevoerd in een witte of lichtgrijze kleur; ▪ Installaties op de daken zoveel als mogelijk beperken en uit het zicht vanaf de openbare ruimte; ▪ Aandacht voor hemelwaterafvoer (HWA) en overige materialisering.

Detaillering in witte of lichtgrijze kleur

13

Beeldkwaliteitscriteria hofwoningen

4.2

Hofwoningen

Positie en oriëntatie ▪ De voorgevelrooilijn van de hofwoningen ligt op minimaal 1 meter van de kant van de woonstraat.; ▪ Woningen liggen met hun voordeur aan de openbare ruimte. Terrassen/achtertuinen zijn georiënteerd op de (gezamenlijke) binnentuin. ▪ Kopgevels van de woningen grenzend aan het openbaar gebied dienen representatief te

Het woonhof wordt als een duidelijke eenheid ontworpen van maximaal 1 laag met een kap

worden uitgevoerd. Daarbij kan worden gedacht aan entrees, overhoekse vensters, etc.; ▪ Blinde kopgevels zijn niet toegestaan; ▪ Bergingen worden inpandig opgelost.

Bouwmassa ▪ Hofwoningen

bestaan

uit

maximaal

één

bouwlaag met een verplichte (overstekende) kap; ▪ De nokrichting is evenwijdig aan de (woon)

Nokverdraaiing toepassen op prominente plekken

straat. Waar stedenbouwkundig gewenst dient een nokverdraaiing toegepast te worden; ▪ Aan de voorzijde (straatzijde) wordendakkapellen mee-ontworpen

en

ondergeschikt

aan

de

bouwmassa; ▪ De woningen krijgen een traditionele en moderne vormgeving geïnspireerd op het agrarische karakter; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale

gevelopeningen

afgestemd

op

de

Passende detaillering bijvoorbeeld makelaar, overstekken, goten, entrees, etc.

oriëntatie.

Architectonische uitwerking ▪ De architectuur sluit aan bij het beeld van de andere grondgebonden woningen; ▪ De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig; ▪ Bouwmassa’s hebben een heldere en in de regel horizontale geleding; ▪ Fijne detaillering zorgt voor variatie in het gevelbeeld bijvoorbeeld

door

ramen

en

openslaande

deuren, dakoverstekken, verbijzonderingen in het 14

Groene en mee-ontworpen binnentuin

Materiaal en kleurgebruik hofwoningen metselwerk, subtiele kleurvlakken, rollaag rondom raampartijen, frans balkon, etc. ▪ Zonnepanelen

gelijkmatig

op

het

dakvlak

verdelen. Installaties zijn vanaf openbaar gebied uit het zicht geplaatst.

Kleur- en materiaalgebruik ▪ Materialen

en

kleuren

zijn

degelijk

en

terughoudend en aan voorkanten in samenhang Rood-bruine gemeleerde baksteen, oranje of antraciete keramische dakpannen en witte of lichtgrijze detaillering

met het straatbeeld; ▪ Alle

gebouwen

kennen

een

terughoudend

kleurgebruik met een warme uitstraling en zijn duidelijk familie elkaar; ▪ Gevels in

zijn

in

combinatie

hoofdzaak met

hout,

dakpan,onderhoudsvriendelijke

van

baksteen keramische

materialen

of

vergelijkbaar; ▪ Kleur baksteen afstemmen op de omgeving. Passende kleuren zijn een mix van donkere tot lichte aardtinten. Kleuren baksteen worden

Kleurgebruik baksteen van donkere tot lichte aardtinten

gemêleerd toegepast; ▪ Kappen voorzien van keramische dakpannen in tinten donkeroranje en antraciet per woonblok; ▪ De

detaillering

en/of

verbijzonderingen

zijn

passend bij het hoofdgebouw uitgevoerd in een witte of lichtgrijze kleur; ▪ Installaties op de daken zoveel als mogelijk beperken en uit het zicht vanaf de openbare ruimte; ▪ Aandacht voor hemelwaterafvoer (HWA) en overige materialisering.

Detaillering in witte of lichtgrijze kleur

15

Beeldkwaliteitscriteria appartementen

4.3

Appartementen

Positie en oriëntatie ▪ Woongebouwen worden in een groene ruimte geplaatst; ▪ Woongebouwen zijn alzijdig georiënteerd en ook zo vormgegeven. Het woongebouw alzijdig ontwerpen en staat op een groene voet

Bouwmassa ▪ De vormgeving is traditioneel modern en duidelijk familie van de grondgebonden woningen; ▪ Woongebouwen zijn maximaal vier tot vijf bouwlagen hoog. Bij een vijfde bouwlaag dient deze in verhouding voldoende terug te liggen om de massa te verzachten; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; ▪ Balkons

en

buitenruimtes

zijn

nadrukkelijk

5e bouwlaag terugliggend (setback)

onderdeel van het gevelbeeld en de architectuur; ▪ Sterke repetitie in gevelbeeld voorkomen; ▪ Bergingen inpandig oplossen, waarbij de begane grond zo representatief mogelijk dient te zijn.

Architectonische uitwerking ▪ De

vormgeving

is

traditioneel

modern,

niet seriematig en duidelijk familie met de grondgebonden woningen; ▪ De gevelindeling is niet symmetrisch, rustig en

Goed vormgegeven en duidelijke entree

eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; ▪ Hoogwaardige architectuur met voldoende vorm en dieptewerking in de gevels; ▪ Duidelijk vormgegeven en aantrekkelijke entrees; ▪ Balkons en galerijen dienen een hoogwaardige vormgeving te krijgen en maken onderdeel uit van de architectuur; ▪ Buitenruimte op de begane grond worden nadrukkelijk meeontworpen met de groene ruimte

16

Hoogwaardig vormgegeven inpandige of uitkragende balkons

Materiaal en kleurgebruik appartementen

rondom en in aansluiting bij de oevers langs de watergangen; ▪ Zonnepanelen

gelijkmatig

verdelen

op

het

dakvlak en installaties zoveel als mogelijk uit het zicht plaatsen, vanaf openbaar gebied.

Kleur- en materiaalgebruik ▪ Materialen

en

kleuren

zijn

degelijk

en

Uitkragende balkons met hoogwaardige afwerking in stijl bij het gebouw

terughoudend en aan voorkanten in samenhang met het straatbeeld; ▪ Alle

gebouwen

kennen

een

terughoudend

kleurgebruik met een warme uitstraling; ▪ Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen in combinatie

met

hout,

keramische

dakpan,

onderhoudsvriendelijk materialen of vergelijkbaar;

Duidelijk vormgegeven entree

▪ Kleur baksteen afstemmen op de omgeving. Passende kleuren zijn een mix van donkere tot lichte aardtinten. Kleuren baksteen worden gemeleerd toegepast. ▪ Gevels van de appartementen visueel verkleinen/ verzachten en kunnen variëren in kleur; ▪ Zonweringen van de appartementen zijn uniform in kleur en vormgeving en passend bij de materialisatie; ▪ De

detaillering

De vijfde bouwlaag dient terugliggend te zijn (setback)

en/of

verbijzonderingen

zijn

passend bij het hoofdgebouw uitgevoerd in een witte of lichtgrijze kleur; ▪ Installaties op de daken zoveel als mogelijk beperken en uit het zicht vanaf de openbare ruimte; ▪ Aandacht voor HWA en overige materialisatie.

Detaillering in witte of lichtgrijze kleur

17

Duurzaamheid

4.4

Duurzaamheid

▪ Alle

gebouwen

dienen

zo

energieneutraal

mogelijk te zijn ontworpen en maximaal in te spelen op natuur-inclusief bouwen; ▪ Toe te passen materialen dienen zo duurzaam mogelijk te zijn. Daarbij wordt onder andere gedacht aan: ▪

hergebruik van materialen;

▪

lokaal geproduceerde materialen;

▪

duurzame houtsoorten;

▪

gerecyclede materialen;

▪ Toepassen van mogelijkheden van nieuwe energievormen

en

waterbesparende

Nestgelegenheid in gevels

maatregelen; ▪ Platte daken voorzien van een ‘groen’ (sedum) dak; ▪ Streven is om hemelwater zo lang mogelijk vast te houden o.a. door middel van een water- of groendak; ▪ Hemelwater direct afvoeren op aanliggend groen of openbare ruimte;

Afkoppelen hemelwater

▪ Gebouwen worden voorzien van maatregelen om

zo

de

biodiversiteit

te

stimuleren

en

nestgelegenheid/onderkomen te bieden zoals: nestkasten aan/in de gevel en het toepassen van groene gevels.

Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen voor de gebouwen dient duurzaamheid nader vorm te

Toepassen groen (sedum) dak

krijgen.

Toepassen van groene gevels

18

5. Beeldkwaliteitscriteria (openbare) buitenruimte 5.1

Algemeen streefbeeld

passende kleurnuance.

Het gehele plangebied wordt als eenheid ingericht,

▪ Wandelpaden krijgen een informele parkachtige

waarbij het een verzorgde en groene uitstraling krijgt

uitstraling en zijn voorzien in halfverharding. Daar

en in materialen afgestemd is op de directe omgeving.

waar sprake is van een calamiteitenontsluiting

Het toegepaste groen is streekeigen (inheemse bomen

liggen (deels) stroken met versterkt gras of

en struiken die van nature in dit gebied voorkomen) en

grasbetontegels;

robuust.

▪ Materialen die worden toegepast dienen zo duurzaam mogelijk te zijn;

De verharding wordt uitgevoerd met betonstraatstenen

▪ Parkeervakken worden zoveel als mogelijk ‘groen’

met een kleurechte kwaliteit in een neutrale uitstraling

uitgevoerd bijvoorbeeld in grasbetonstenen of

met subtiele kleurverschillen. Het geheel moet een

vergelijkbaar.

‘dorpse en landelijke’ uitstraling krijgen en aansluiten bij de directe (woon)omgeving.

5.3

Parkeren

▪ Alle parkeerplaatsen in het openbaar gebied Inrichtingselementen als verlichtingsmasten, afvalbakken,

worden uitgevoerd als haaksparkeervakken. Bij

speelgelegenheden en hekwerken krijgen over het

‘groene’ parkeerplaatsen wordt de maatvoering

gehele gebied een uniforme vormgeving en uitstraling,

aangepast aan de materiaalkeuze.

conform de eisen van de gemeente Krimpenerwaard.

▪ Parkeerkoffers worden waar mogelijk omlijst

Uitgangspunt is een rustig, neutraal en eigentijds beeld,

met een groenblijvende haag om het beeld van

waarbij deze elementen zich onopvallend schikken in hun

geparkeerde auto’s te verzachten;

groene en bebouwde context.

▪ Rijlopers van de parkeerkoffers worden bij voorkeur uitgevoerd als karrespoor in dikke

5.2

Verharding

▪ De inrichting van de (openbare) buitenruimte dient

betontegels i.v.m. voldoende draagkracht. ▪ Wanneer

zo min mogelijk verharding te krijgen;

de

parkeervakken

niet

kunnen

afwateren in het groen worden molgoten en

▪ De inrichting van de (openbare) buitenruimte dient

straatkolken toegepast.

aan te sluiten bij de bestaande beeldsfeer van Stolwijk;

5.4

Groen en beplanting

▪ Voor de materialisering van rijbanen, trottoirs,

De groeninrichting van de openbare ruimte draagt

etc. is het streven naar een rustig en eenduidig

in belangrijke mate bij aan de sfeer en leefbaarheid

beeld, uitgevoerd met hoogwaardige kleurvaste

van de buurt en dient zo groen mogelijk te zijn om

bij voorkeur gebakken klinkers;

maximaal bij te dragen aan klimaatadaptatie en

▪ De straten worden geflankeerd door informele

biodiversiteit. De keuze voor beplanting is dat het

trottoirs op hetzelfde niveau als de rijbaan. Hier

enerzijds een robuuste (groene) sfeer uitstraalt

wordt een zelfde kleurvaste steen gebruikt als

en anderzijds zoveel als mogelijk aansluit bij het

de rijloper met een ander legverband en/of een

(polder)landschap.

19

20

5.6

Erfafscheidingen

In de openbare ruimte worden hagen rondom de

Erfafscheidingen vormen als verplicht element de

parkeerkoffers toegepast met streekeigen soorten

overgang tussen de woonkavels en de openbare

van circa 0,6 meter hoog. Dit om het directe zicht

buitenruimte.

op de auto’s te verzachten. Boomspiegels worden

straatbeeld. Voortuinen van de grondgebonden

beplant met robuuste vaste planten of lage heesters.

woningen krijgen een lage haag van maximaal 1

Deze

zijn

beeldbepalend

in

het

meter hoog. Bij voorkeur gemengde hagen van Uitgangspunten voor de beplantingskeuze zijn:

streekeigen

inheemse

(groenblijvende)

▪ ecologische waarden;

liguster, meidoorn etc. toepassen.

hulst,

▪ voorkeur voor inheems; ▪ onderhoudsvriendelijk;

Voor de achtertuinen van de grondgebonden

▪ ziekteresistent;

woningen, waarbij de privéruimtes aansluiten op

▪ geen overlast met luis ‘drup’;

het openbaar gebied of de achterpaden, is het

▪ jaarrond aantrekkelijk.

belangrijk om één soort erfafscheiding toe te passen, zodat deze ruimtes een rustige en groene

Bij de aanplant van de bomen moet rekening

uitstraling krijgen. Zij- en achtertuinen worden vanaf

gehouden worden met voldoende bewortelbare

3 meter achter de voorgevel afgeschermd met een

ruimte en het plantvak dient verbeterd te worden

staafmat- of gaashekwerk in de kleur antraciet/

met bomengrond.

zwart van 1.80 meter hoog, begroeid met hedera. Waar nodig wordt een toegangspoort ingepast.

Oevers van de watergangen worden zoveel als mogelijk voorzien van natuurvriendelijke oevers.

Direct rondom de appartementencomplexen wordt

Dit versterkt het groene beeld en draagt bij aan

voor een eenduidige inrichting gekozen voor wat

de biodiversiteit. Daar waar oevers grenzen aan

betreft

privé-tuinen dient de voorkeur uit te gaan naar

gecombineerd met lage hagen is hierbij het

bebouwingsvrije zones waar vlonders niet zijn

uitgangspunt. Daar waar gevels direct in of aan het

toegestaan.

water staan vormt dit de overgang.

5.5

de

erfafscheiding.

Beplantingsstroken

Woonhof

Het woonhof krijgt een gezamenlijke binnentuin. Deze dient een zo groen mogelijke inrichting te krijgen eventueel gecombineerd met een moestuin, jeu de boules baan, etc. Terrassen en/of tuinen van het woonhof worden als één ontworpen samen met de binnentuin, zodat er een eenduidige uitstraling ontstaat.

21

Streefbeeld (openbare) buitenruimte

Wandelpaden krijgen een informele parkachtige uitstraling

Grasbetontegels voor parkeerplaatsen

Aantrekkelijke binnenruimte bij de hofwoningen

Bij voorkeur inpandige nutsvoorzieningen

Groene erfafscheiding staafmat- of gaashekwerk in de kleur antraciet

Hoogwaardige erfafscheiding op hoeken

22

Lage groene erfafscheiding aan voorzijde

Groene en duurzame parkeerkoffers

5.7

Afval

Het afval wordt voor de grondgebonden woningen gescheiden opgehaald met huisvuil afvalcontainers. Bij

de

appartementen

en

opgehaald

in

wordt

diverse

het

verzameld

(semi-)ondergrondse

afvalcontainers. Hiervoor wordt ruimte voorzien nabij de appartementen die goed toegankelijk is voor vuilniswagens.

5.8

Nutsvoorzieningen

Nutsvoorzieningen dienen op een evenwichtige wijze ingepast te worden om het beeld van de openbare ruimte zo min mogelijk aan te tasten. Nutsgebouwen worden in materialisatie afgestemd op de directe omgeving en voorzien van hetzelfde materiaal en/ of kleurstelling. Bij voorkeur ommetseld met dezelfde gevelstenen als nabijgelegen woongebouwen.

23

Streefbeeld (openbare) buitenruimte

Zoveel als mogelijk groen ingerichte woonstraten

Groen en duurzaam ingerichte speelplek

Inheemse boom- en plantsoorten

Natuurvriendelijke oevers

Materiaal en kleurgebruik bestrating

Rijbaan betonstraat stenen, rood, kruisingen betonstraat stenen, grijs

24

Trottoir (betontegels, grijs, halfsteensverband)

Parkeerplaatsen grasbetonstenen (grijs).

6. Toekomstgericht bouwen en inrichten Duurzaamheid, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen gaan veel verder dan energiebesparing alleen.

als groendaken; ▪ Waar

groendaken

aanwezig

zijn,

woningen,

ook

bij

Het draait om een integrale aanpak waarbij we zorgen

grondgebonden

gevelgroen

voor mens, milieu én biodiversiteit. Denk aan het

toepassen die als ecologische verbinding naar

gebruik van duurzame, milieuvriendelijke materialen

de daken dienen;

die veilig en gezond zijn voor bewoners en bezoekers.

▪ Groendaken bestaan uit een kruidenmengsel (en

Ook de buitenruimte kan een ecologische meerwaarde

evt. heesters) dat aantrekkelijk is voor insecten

krijgen door ruimte te bieden aan natuur, slim om

en vogels;

te gaan met regenwater en hittestress zoveel als

▪ Ingebouwde nestkasten voor huismus bij de

mogelijk te beperken. Zo dragen we niet alleen bij

grondgebonden woningen op het noorden of

aan klimaatadaptatie, maar ook aan het welzijn en

oosten voorzien;

de gezondheid van iedereen en alles wat er leeft.

▪ Inzetten

op

(ingebouwde)

nestkasten

voor

gierzwaluw en vleermuizen bij de appartementen; In deze paragraaf worden inspirerende maatregelen meegegeven die bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving, verdeeld over verschillende thema’s.

▪ (Ingebouwde) nestkasten voor insecten op het zuiden of westen voorzien; ▪ Erfafscheidingen uitvoeren in gemengde hagen of een vorm van natuurlijke erfafscheiding waar

Natuurinclusieve wijk

bij voorkeur ruimte is voor fauna om te verblijven

Noordse Weide ligt in een groene, natuurlijke

zoals takkenrillen of boomstronken;

omgeving waar al veel waardevol groen en diverse

▪ Inzetten op diverse inheemse planten- en

diersoorten aanwezig zijn. Die kwaliteit koesteren

bomensoorten die bijdragen aan de lokale fauna.

en versterken we. Binnen het plangebied wordt

▪ Aangepaste verlichting voor nachtdieren als

bewust ruimte gemaakt voor (extra) biodiversiteit.

standaard hanteren.

Door slim in te spelen op de bestaande natuur, creëren we een leefomgeving waarin nog meer planten- en

Klimaatadaptieve wijk

diersoorten zich thuis kunnen voelen. Groene zones,

Het klimaat verandert en dat vraagt om slimme

bloemrijke randen, nestgelegenheden en natuurlijke

oplossingen

overgangen zorgen voor een rijker ecosysteem. Zo

leefomgeving

bouwen we aan een gebied waar mens én natuur in

bij het ontwerp van gebouwen en de openbare

harmonie samenleven. Dit wordt bereikt door onder

ruimte bewust rekening met extreme neerslag,

andere:

langdurige

droogte

en

Door

op

vangen

▪ Hemelwater

opvangen

in

sloten

en

water

in

de

manier

inrichten.

te

waarop

Daarom

we

onze

houden

we

toenemende waar

het

hitte. valt,

waterbergingen die als waterbron kunnen dienen

ruimte te geven aan groen en te kiezen voor

voor lokale flora en fauna;

verkoelende materialen en schaduwrijke plekken,

▪ Zoveel mogelijk uitvoeren van platte daken (minimaal bij de appartementen en bergingen)

maken

we

klimaatstress.

het Zo

gebied

beter

voorkomen

bestand

we

tegen

wateroverlast,

25

beperken we hittestress en zorgen we voor een

Energie

comfortabele, gezonde leefomgeving voor iedereen.

Naast het toepassen van materialen en diverse

Een

alleen

maatregelen in de openbare ruimte kunnen ook de

ook

woningen inspelen op verduurzaming. Dit wordt

klimaatbestendige

noodzakelijk,

het

inrichting

maakt

een

is

niet

woongebied

aantrekkelijker, groener en toekomstgericht. Dit wordt

bereikt door onder andere:

bereikt door onder andere:

▪ Nieuwbouw minimaal EPC=0 (energieneutraal),

▪ Het

maaiveldniveau

te

verhogen

om

▪ Gebruik

overstromingen te voorkomen; ▪ Hemelwater lokaal op te vangen waardoor de waterlopen/riolering minimaal wordt belast tijdens zware/piek regenval en kan worden gebruikt in tijden van hitte en droogte;

en/of

beperkt

maken

in

omvang

uitgevoerd; ▪ De woningen voorzien van goede isolatie tegen

van

zonnepanelen,

warmtepompen en andere maatregelen voor duurzame energie waar mogelijk; ▪ Hellende daken zijn bij uitstek geschikt voor energieopwekking

▪ Verharding wordt bij voorkeur zoveel als mogelijk waterdoorlatend

maar bij voorkeur NoM (Nul-op-de-Meter);

door

zonnepanelen,

zonnecollectoren e.d.; ▪ Slim omgaan met de indeling van de gevel en de woningplattegrond ten opzichte van de zon, om zo optimaal gebruik te maken van zonne-energie.

kou en hitte; ▪ Veel (grote) bomen zorgen voor zoveel mogelijk

Mobiliteit

schaduwval en voorzien in verkoeling van de

Met duurzame mobiliteit wordt ingezet op een

openbare ruimte;

toekomstbestendige manier van vervoer, waarbij

▪ Ruimte voor groen (zowel in openbaar gebied als op daken en gevels) voorzien in verkoeling.

verplaatsingen een beperkte invloed hebben op het milieu en minder CO2-uitstoot wordt veroorzaakt. ▪ Bij openbare parkeerplaatsen diverse laadpunten

Duurzame materialen Het zowel efficiënt omgaan met materialen (o.a.

▪ Inzetten op openbare ruimte met een fijnmazig

circulair bouwen) als het toepassen van duurzame

netwerk van routes zodat het fietsen en lopen

bouwmaterialen.

gestimuleerd wordt.

▪ Gebruik maken van natuurlijke en hernieuwbare

▪ Zoveel als mogelijk aansluiten op de bestaande

bouwmaterialen die mooi verouderen zoals:

langzaamverkeersverbindingen en aantrekkelijke

hout, hennep, vlas, kurk, riet, bamboe, kokos,

routes maken naar OV-haltes.

katoen, schapenwol en stro; ▪ Gebruik maken van ecologische materialen van mineralen zoals gebakken klei, baksteen en leem; ▪ Gebruik maken van herwonnen materialen zoals gerecycled ijzer en aluminium.

26

voor elektrische auto’s voorzien;

Circulaire economie Een circulaire economie zet in op het verlengen van de levensduur van grondstoffen. Dit door in te zetten op delen, herstellen en recyclen waardoor zo min mogelijk nieuwe grondstoffen moeten worden aangewend. Dit kan door: ▪ Binnen Noordse Weide ruimte te voorzien om afval gescheiden in te zamelen; ▪ Inzetten op circulair bouwen met duurzame materialen.

3-30-300 regel In het plan is voorgesorteerd op de 3-30-300 regel. Met deze vuistregel meet je drie dingen. Eerst of je vanuit elke woning drie bomen kunt zien. Dan of 30% van een wijk in de schaduw van een boom valt. Daarna of er vanuit elke woning op 300 meter afstand een verkoelend parkje of andere groene koele plek is. Met de groene inrichting van het plan dient hieraan zoveel als mogelijk te worden voldaan.

buro - sro.nl stedenbouw + ruimtelijke ordening + ontwikkelingsmanagement

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=59db4f71-4b4b-49b5-bfe1-328a60a5567b