Bijlage bij mail dhr. Vriezen - 1990 Int.studie H.IJ.eindrapport 1990-deel-3.pdf
Tekst van het document
-117-
6.4
Groei "^scenario
6.4.1
Algemeen Bij het groei++scenario wordt in principe teruggeredeneerd vanuit het multifunctioneel scenario. Er is onderzocht welke zellingen in het groei+scenario alsnog naar een hoger kwaliteitsniveau dienen te worden gesaneerd om het ideaalbeeld uit figuur 4.16 te kunnen realiseren. Deze zellingen zijn aangegeven in tabel 6.3. Bij het 'watersysteem' wordt gesaneerd naar het hoogste kwaliteitsniveau. Binnen het groei++scenario kan dus, uitgaande van het ideaalbeeld, hetzelfde resultaat worden bereikt als in het multifunctioneel scenario. Belangrijk verschil tussen het groei++scenario en het multifunctioneel scenario is dat in het laatste geval op alle plaatsen een multifunctionele bodem wordt verkregen. Het voordeel van een multifunctionele bodem is, zoals reeds eerder vermeld, dat geen beperkingen worden opgelegd aan mogelijke veranderingen in het gebruik in de toekomst. Hiermee wordt voldaan aan de doelstelling uit de Leidraad bodemsanering (zie § 6.1). In tabel 6.3 zijn de zellingen aangegeven, die aanvullend op het groei+scenario worden gesaneerd, zodanig dat de bestemming die de betreffende zellingen in het ideaalbeeld hebben, wat betreft de milieuhygiënische situatie kan worden gerealiseerd.
-118-
Het optimale gebruik dat binnen dit scenario kan worden gerealiseerd is aangegeven in figuur 6.6. 6.4.2
Mast£egelejïpskk.e£
Bij dit scenario worden, als extra maatregelen ten opzichte van het groei+scenario, de vier in tabel 6.3 genoemde terreinen zodanig gesaneerd, dat een multifunctioneel gebruik van deze terreinen mogelijk wordt. Dit betekent een totale verwijdering van het verontreinigde materiaal met uitzondering van één locatie waarbij kan worden volstaan met het aanbrengen van een "gesloten" deklaagsysteem. In verhouding met het groei+scenario moet circa 125.000 m 3 extra verontreinigde grond en afvalmateriaal worden verwijderd. De totale kosten bestaan uit de saneringskosten voor de waterbodem en het oppervlaktewater uitgaande van maatregelen behorende bij het maximale doelstellingenniveau en voor de opgehoogde zellingen van de maatregelen voor het groei+scenario en de extra kosten uit tabel 6.3. De totale saneringskosten voor dit scenario bedragen derhalve globaal ƒ 1.250*106 a ƒ 1.400*106 afhankelijk van de be- en verwerking van het waterbodemmateriaal.
Tabel 6.3 Groei
Zelling
scenario
Bestemming Groei GroeiH
Saneringsdoelst. Groei Groei ++
Consequenties voor maatregelen Groei Groei ++
Extra te bergen materiaal m
Extra kosten ƒ
19 Boel e
industrie
recreatie
2
3
C dicht
A
41.400
7.150.000
20
Heuvel man
industrie
recreatie
2
3
C dicht
A
71.300
13.100.000
27
Watertoren
industrie
wonen+recr.
2
3
C open
C dicht
-
590.000
28
Werf I
industrie
recreatie
2
3
C dicht
A
10.400
1.580.000
-119-
7
EVALUATIE
In de voorgaande hoofdstukken zijn zes saneringsscenario's ontwikkeld op basis van de uitgewerkte milieuhygiënische en ruimtelijke ontwikkelingslijnen. In dit hoofdstuk wordt een beknopte evaluatie van de verschillende scenario's gegeven zonder daarbij tot een algemene conclusie te komen ten aanzien van de meest gewenste oplossingsrichting, aangezien daarbij niet alleen de milieuhygiënische, uitvoeringstechnische en financiële aspecten bepalend zijn, maar ook politieke en maatschappelijke aspecten (gewenste ontwikkelingsmogelijkheden in gebruik en (visuele) beleving).
De huidige situatie wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van verontreinigingsbronnen ter plaatse van de opgehoogde voormalige zellingen. Afhankelijk van het soort ophoogmateriaal en het gebruik van deze terreinen is er plaatselijk sprake van een zeer ernstige verontreinigingssituatie. Ook de waterbodem is zeer sterk verontreinigd, terwijl de waterkwaliteit van de Hollandsche IJssel slecht is. De directe en indirecte risico's die aan deze verontreinigingssituatie zijn verbonden voor mens, dier en milieu zijn zodanig, dat op relatief korte termijn saneringsmaatregelen moeten worden genomen. De risicofactoren betreffen contactrisico's, verspreidingsrisico's en risico's van herverontreiniging. Door de onderlinge beïnvloeding van de verschillende milieucompartimenten binnen het Hollandsche IJssel systeem is zodanig, dat een integrale benadering een essentiële voorwaarde is om tot evenwichtige en consistente oplossingsrichtingen te komen. Ten behoeve van de bepaling van de oplossingsrichtingen zijn, aan de hand van verschillende na te streven kwaliteitsniveaus voor de diverse milieucompartimenten saneringsdoelstellingen geformuleerd. De kwaliteitsniveaus zijn voor de afzonderlijke milieucompartimenten zodanig op elkaar afgestemd, dat de saneringsdoelstellingen per compartiment realiseerbaar zijn.
-120-
De afzonderlijke saneringsmaatregelen, noodzakelijk om de saneringsdoelstellingen te realiseren zijn, volgens de in het voorgaande genoemde ontwikkelingslijnen, samengesteld tot een zestal scenario's met de volgende kenmerken.
Bij het basisscenario is sprake van een, uit milieuhygiënisch oogpunt, verantwoorde sanering. De verontreinigingen worden in principe geïsoleerd van de omgeving, waarbij het noodzakelijk is deze geïsoleerde situatie permanent te beheersen en te controleren. Het oppervlaktewater verbetert zodanig in kwaliteit, dat dit water integraal geschikt is voor gebruik als recreatiewater. Het gaat hierbij dan om recreatievormen als surfen en pleziervaart. Bepaalde zones zouden zelfs, met aanvullende maatregelen aan de waterbodem, geschikt zijn voor het gebruik als zwemwater. Naar verwachting zal de Hollandsche IJssel ook in de toekomst niet integraal en onbeperkt geschikt zijn als viswater. In principe kan worden gesproken van een "Bewaarscenario", waarbij ten aanzien van de verspreiding van de verontreinigingen niet in absolute zin wordt uitgegaan van het "Stand-still" principe, maar waarbij een beperkte verspreiding wordt geaccepteerd, zodanig dat geen negatieve effecten ontstaan op andere milieucompartimenten als gevolg van deze verspreiding. Uitgaande van het huidige gebruik van de opgehoogde zellingen zal in de toekomst rekening moeten worden gehouden met bepaalde beperkingen. Ten aanzien van de voortzetting van het gebruik in algemene zin en de continuering in de bedrijfsvoering in het bijzonder levert dit scenario op korte termijn (uitvoeringsfase) de minste problemen op.
In dit scenario zijn de ontwikkelingsmogelijkheden slechts gering, omdat de sanering wordt beperkt tot het weer mogelijk maken van de oorspronkelijke bestemmingen. Voor nieuwe, niet-industriële bestemmingen, die hogere eisen stellen aan de bodem, bestaan nauwelijks nieuwe mogelijkheden.
-121-
Het milieurendement kan als beperkt worden aangemerkt. Dit wordt veroorzaakt, doordat -weliswaar geïsoleerd- verontreinigingsbronnen binnen het gehele gebied aanwezig blijven, zowel langs de oever als in de rivier, terwijl toch een bergingslocatie moet worden gecreëerd voor zowel het verontreinigde waterbodemmateriaal als het verontreinigde materiaal van de landlocaties, indien geen gebruik kan worden gemaakt van bestaande stortlocaties. Wat dit laatste betreft bestaan naar verwachting bepaalde mogelijkheden buiten de regio. Aangezien reiniging niet mogelijk c.q. doelmatig wordt geacht is er sprake van een verplaatsing van het probleem, zonder dat daarbij het bestaande probleem definitief wordt opgelost. In de toekomst is blijvende zorg noodzakelijk ten aanzien van het beheer en het onderhoud van systemen, het herstel van ontstane gebreken of in geval van het falen van constructies of constructie-onderdelen
het vervangen daarvan. Te-
vens moet worden gerekend met herinvesteringen van isolatievoorzieningen op termijn. Bij een beëindiging van bestaande bedrijfsactiviteiten dient van elk individueel geval een heroverweging van de saneringsfilosofie plaats te vinden.
Voor de terreinen Zellingwijk, Zuiderijsseldijk en Werf III, die een woonbestemming hebben, geldt dat de woonfunctie tijdelijk is opgeheven. Het opnieuw in gebruik nemen van deze terreinen als woongebied, zonder dat tot een totale verwijdering van het verontreinigde materiaal is overgegaan kan op milieuhygiënische en sociaal-psychologische bezwaren stuiten. Bovendien zou kunnen worden gesteld, dat door de tijdelijke beëindiging van de woonfunctie reeds een aanzet is gegeven tot sanering conform de doelstellingen van het tussenniveau. De totale kosten van dit scenario zijn in tabel 7.1 weergegeven. Opgemerkt wordt dat deze kosten zijn opgebouwd uit zowel investeringskosten als exploitatie- en herinvesteringskosten over een periode van 50 jaar, uitgedrukt in een contante waarde.
-122-
Tabel 7.1 Recapitulatie saneringskosten en multifunctionele gebruiksmogelijkheden landlocaties
scenario's
globale kosten excl. BTW
extra multifunctionele
in contante waarde
gebruiksmogelijkheden t.o.v. basisscenario
Basisscenario
ƒ 750*106 a ƒ 830*106
Basisscenario
ƒ 820*106 a ƒ 900*106
Koudasfaltfabriek, Gouderaksedijk, Blok, Onderneming, Avia, Werf II, Ketensedijk, Ouderkerk-centrum
Groeiscenario
ƒ 1.050*106 a ƒ 1.200*106 Zellingwijk, Albatros-gedeeltelijk, Zuiderijsseldijk, Werf III, Ouderkerk-centrum
Groei+scenario
ƒ 1.075*106 a ƒ 1.225*106 alle terreinen genoemd onder Basis+scenario en groeiscenario
Groei++scenario ƒ 1.250*106 a ƒ 1.400*106 Boele, Heuvelman, Watertoren, Werf I en alle terreinen behorend tot het Groei+scenario Multifunctioneelscenario
ƒ 1.500*106 a ƒ 1.650*106 alle terreinen waar maatregelen noodzakelijk zijn
-123-
Voor het basis+scenario geldt ten aanzien van het oppervlaktewater en de waterbodem hetzelfde als voor het basisscenario. Voor de landlocaties daarentegen geldt een verruiming van de gebruiksmogelijkheden met name in de stads- en dorpskernen. Bij dit scenario wordt een achttal terreinen naar een hoger doelstellingenniveau gesaneerd, zodanig dat een woonfunctie aan deze terreinen kan worden gegeven en vier terreinen zodanig dat een recreatief gebruik mogelijk is. Ten aanzien van de landlocaties kan worden gesproken van een positief milieurendement, aangezien het aantal locaties waarvoor geldt dat multifunctioneel gebruik in de toekomst mogelijk is, wordt verhoogd van acht naar zestien stuks (zie tabel 7.2). Bij deze locaties zullen, door de totale verwijdering van de verontreinigingen, in de toekomst verspreidingsrisico's volledig worden uitgesloten. De extra kosten ten opzichte van het basisscenario blijven beperkt tot ruim ƒ 70*10 . In vergelijking met het basisscenario komt ruim 190.000 mJ extra stortmateriaal en verontreinigde grond vrij, dat definitief moet worden opgeslagen. Als gevolg van deze extra hoeveelheid dient in het basis+scenario rekening te worden gehouden met de noodzaak van een speciaal voor dit materiaal in te richten monodeponie binnen de regio van de Hollandsche IJssel-gemeenten.
De totale hoeveelheid te storten verontreinigd materiaal bedraagt 500.000 m , hetgeen in vergelijking met de overige scenario's een relatief geringe hoeveelheid is. Deze hoeveelheid is echter wel zodanig, dat moet worden uitgegaan van een mer-procedure inzake de realisatie van een monodeponie.
Voor het groeiscenario geldt, dat er in milieuhygiënisch opzicht sprake is van een zodanige verbetering van de kwaliteit van het systeem, dat het gebruik van de Hollandsche IJssel als recreatiewater mogelijk wordt. Ook kan de gehele rivier als zwemwater worden gebruikt indien wordt voldaan aan, in de Wvo gestelde, eisen ten aanzien van het doorzicht en de hoedanigheid van het water (geen vreemde kleur of geur). Wanneer het water tevens voldoet aan aanvullende eisen voor diverse soorten vissen, is de rivier tevens geschikt als viswater voor consumptief gebruik.
-124-
Hierdoor ontstaat een zeer duidelijk positief effect op de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebruik aangezien sprake is van aanzienlijke verruiming in de gebruiksmogelijkheden. De meerkosten van de waterbodemsanering ten opzichte van het basisscenario blijven beperkt tot slechts 10 a 15% bij het onbehandeld bergen van dit materiaal. Dit wordt veroorzaakt doordat isolatievoorzieningen in de vorm van aanvulmaatregelen op de waterbodem achterwege kunnen blijven. Afhankelijk van de kwaliteitsontwikkeling van het instromende water uit de Nieuwe Maas is het niet ondenkbaar dat het watersysteem in de toekomst geschikt zal zijn voor een multifunctioneel gebruik.
Voor de landlocaties met een woonbestemming geldt, dat na sanering een multifunctioneel gebruik mogelijk wordt als gevolg van een totale verwijdering van de verontreinigingen ter plaatse. In totaal gaat het om acht terreinen, hoofdzakelijk gelegen in stadsen dorpsgebieden en een gedeelte van het Albatrosterrein. Het totaal aantal terreinen waarvan geldt dat multifunctioneel gebruik mogelijk is bedraagt bij dit scenario 16 stuks exclusief het gedeelte van het Albatrosterrein (zie tabel 7.2). Door de totale verwijdering van de verontreinigingen zullen alle potentiële risico's na sanering volledig zijn uitgesloten.
Voor de overige terreinen geldt, dat een vergelijkbaar gebruik ten opzichte van de huidige situatie in de toekomst mogelijk zal zijn. De hoeveelheid vrijkomend verontreinigd materiaal van de landlocaties is zodanig (820.000 m 3 ) , dat moet worden uitgegaan van een monodeponie in de regio. Deze monodeponie kan worden gecombineerd met een onderwaterbergingslocatie in de directe omgeving van de monodeponie. Zowel vanuit ruimtelijk-landschappelijke overwegingen als vanuit technische overwegingen bestaan er duidelijke voorkeuren voor een gecombineerde realisatie van de bergingslocaties, waarbij met name voor de onderwaterberging geldt, dat een situering in de directe omgeving van de rivier zeer veel aanbeveling verdient. Voor de realisatie van deze bergingslocatie is een mer-procedure noodzakelijk. De totale meerkosten ten opzichte van het basisscenario bedragen ruim 40%.
Tabel 7 . 2 : V e r g e l i j k i n g van de gebruiksmogelijkheden van de z e l l i n g e n binnen de zes scenario's Groeiscenario aantal opp.(ha)
-
industrie
16,5
87,5
16,5
87,5
-
-
10,7
72,8
9,2
64,6
5,2
50,9
-
recreatie/natuur
9,3
33,9
9,3
33,9
-
-
8,8
32,4
9,3
33,9
9,3
33,9
wonen/mul t i f u n c neel
15,2
47,9
15,2
47,9
41
169,3
21,5
64,1
22,5
70,8
26,5
84,5
Totaal
41
169,3
41
169,3
41
169,3
41
169,3
41
169,3
41
169,3
ƒ 345 x 10 6
ƒ 515 x 16 6
ƒ 815 x 10 6
Basis* scenario aantal opp.(ha)
Groei-1-1" scenario aantal opp.(ha)
Basisscenario aantal opp.(ha)
Globale kosten voor de sanering van de zelligen
Multifunctionee! scenario aantal opp.(ha)
Groei+ scenario aantal opp.(ha)
Gebruiksmogelijkheden
ƒ 415 x 10 6
ƒ 540 x 10 6
ƒ 565 x 10 6
-125-
Onzekerheden zijn er in dit verband met betrekking tot de noodzakelijke aanpassingen en de technische mogelijkheden daartoe van de AWZI's. Voor het groeiscenario geldt, dat zeven terreinen extra worden gesaneerd conform het multifunctionaliteitsprincipe (tabel 7.2). Bij deze terreinen is sprake van een totale verwijdering van de aanwezige verontreinigingen dan wel van een zodanige verwijdering in combinatie met een isolatie dat contact- en verspreidingsrisico's volledig worden uitgesloten. Bij dit scenario kan, wat betreft de landlocaties in grote lijnen dezelfde ruimtelijke ontwikkeling worden gerealiseerd als bij het basis+scenario, echter met het verschil dat de gebruiksmogelijkheden van het watersysteem in belangrijke mate zijn verruimd. De totale meerkosten van dit scenario ten opzichte van het groeiscenario blijven beperkt tot ƒ 25*10 . In het groei++scenario worden ten opzichte van het groei+scenario vier terreinen extra gesaneerd conform het multifunctionaliteitsprincipe. Bij dit scenario zijn derhalve na sanering 28 terreinen geschikt voor multifunctioneel gebruik inclusief een gedeelte van het Albatrosterrein (zie tabel 7.2). Hiermee kan het ruimtelijke ideaalbeeld worden gerealiseerd. Ten opzichte van het groei+scenario blijven de meerkosten voor de aanvullende sanering van de landlocaties beperkt tot ƒ 25*106,-.
Voor de waterbodem en het oppervlaktewater geldt, dat ongeacht de kwaliteitsontwikkelingen van het totale systeem, gesaneerd wordt conform het multifunctionaliteitsprincipe. De rivier kan in dit geval optimaal als aangrijpingspunt voor de ontwikkeling van het wonen en recreëren binnen het gebied worden benut. Met het aanvullend saneren van de waterbodem en het oppervlaktewater gaan echter aanzienlijke kosten gepaard. De meerkosten ten opzichte van het basisscenario bedragen circa 65 a 70%. Of de verhoging van het milieurendement zodanig is, dat daarmee de extra saneringskosten kunnen worden gemotiveerd, is sterk afhankelijk van de autonome kwaliteitsontwikkeling van het watersysteem uitgaande van een sanering conform de doelstellingen van het groeiscenario.
-126-
Bij het multifunctioneel scenario worden alle verontreinigingsbronnen binnen het gebied gesaneerd conform het multifunctionaliteitsprincipe. Hierbij is sprake van een volledige verwijdering van alle verontreinigingsbronnen. Het milieurendement is voor het gebied maximaal, aangezien geen restverontreinigingen achterblijven. Nazorg is in de toekomst niet noodzakelijk. De kosten daarentegen zijn erg hoog. Ten opzichte van het basisscenario is sprake van 100% meerkosten. Voor een realisatie van het ruimtelijke ideaalbeeld is multifunctionaliteit van alle landlocaties en daarmee een dergelijke hoge investering niet noodzakelijk.
Bij het aangeven van de meerwaarde van een scenario wat betreft de gebruiksmogelijkheden, dient te worden opgemerkt dat hierbij geen rekening is gehouden met planologische en financieel-economische beperkingen. Naarmate wat betreft de milieuhygiënische situatie meer gebruiksmogelijkheden ontstaan spelen deze beperkingen een steeds belangrijkere rol. Naarmate het gebied naar een hogere kwaliteitsdoelstelling wordt gesaneerd, dus wanneer een 'hoger' scenario wordt gekozen, komt een grotere hoeveelheid verontreinigd materiaal vrij. Bij het realiseren van een bergingslocatie in de regio wordt de invloed op het huidige gebruik en het huidige beeld van het gebied beduidend groter. Dit negatieve aspect van de 'hogere' scenario's dient in de afweging te worden betrokken.
Aanbevolen wordt om voor alle milieucompartimenten aanvullend kwaliteitsonderzoek uit te voeren ten behoeve van de concretisering van de probleemanalyse. Op deze wijze wordt het mogelijk om in de vervolgfase een meer gefundeerde onderbouwing te geven aan de voorgestelde saneringsmaatregelen en tevens om deze maatregelen te kunnen concretiseren. Aanvullend onderzoek is eveneens noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de autonome kwaliteitsontwikkeling van het watersysteem vanaf heden tot het saneringsmoment.
BIJLAGE 2
SAMENSTELLING BEGELEIDINGSGROEP HOLLANDSCHE IJSSEL
drs. R.H. van Otterloo
RWS, directie Zuid-Holland (voorzitter)
ing. A, Broekhuizen
RWS, directie Zuid-Holland
P.C.M, van Zundert
RWS, directie Zuid-Holland
ir. L.C. de Jonge
Provincie Zuid-Holland (vice voorzitter)
drs. G.H.F. Timmermans
Provincie Zuid-Holland
ing. J. Taal
Hoogheemraadschap van Schieland
J.F. Lansbergen
Gemeente Nieuwerkerk a/d IJssel
ir. J.H.J. van der Gun
Grontmij nv (projectleider G.B.B.)
mw. ir. P.C. Deul
Grontmij nv
mw. dr, G.H.P. Arts
Grontmij nv
mw. ir. A.H.M, van Bergen
Grontmij nv
ir. B.G.M. Strootman
Grontmij nv
Bijlage 3 Samenvatting verricht onderzoek en stand van zaken (sept. '89) Locatie (nr.)
Zuiderijsseldijk Goejanverwelledijk 1
ALGEMEEN oppervlakte (ha) dikte s t o r t 1 ) volume s t o r t (m ) d i k t e afdeklaag (m) ophoog materiaal huidige gebruik
VERONTREINIGINGSSITUATIE2) cyanide zware metalen fenolen minerale o l i e v l u c h t i g e aromaten eocl v l u c h t i ge gechl.kwst chloorfenol en pak's pesticiden pcb's
STATUS VAN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN/MAATREGELEN3 ) oriënterend onderzoek aanvullend/nader onderzoek saneringsonderzoek/plan partiële saneringsmaatregelen
Koudasfaltfabriek
Gouderaksedijk
3
4
5
2,8
2,0 1-3,5 20.000
1,2
2
6,3
0,9 5 40.000 1-1,5 b e d r i j f s - en chemisch afval woningen
grond
Oriehoek
g.water
grond
klei
baggerspecie?
park begraafplaats g.water
bedrijven café
baggerspecie? fabrieksafval bedrijven bedrijven
scheepswerf woni ngen
grond
grond
grond
g.water
g.water
baggerspeci e?
g.water
Schielandsche hogezeedijk 6
Mi ddelblok-groot
13,5 1-3 44.000 1-4 baggerspecie, bedrijfsafval bedrijven
14,8 1-5 20.000-40.000? 0-1 baggerspecie (huis)vuil bedrijven woni nge
grond
grond
g.water XX
XX*
XXX
XXX
XXX
XXX XXX
XXX
X
XXX
X
X
XX
XX
**
+ + + +/A
1)
stort = gestort afval en/of verontreinigd ophoogmateriaal
? 2)
vermoedelijk ( ) niet onderzocht gehalte(n) beneden de A-waarde * hoogste gehalte(n) tussen de A- en de B-waarde ** hoogste gehalte(n) tussen de B- en de C-waarde *** hoogste gehalte(n) boven de C-waarde
XX
3)
+ A
uitgevoerd aanbevol en
g. water
Bijlage 3 vervoigblad 1 Locatie <nr.)
Middelblok- - k l e i n S
Zellingwijk 9
Moordrecht -centrum 10
Gei tenwei 11
Ui terwaard/Voetbalve>ld 12
Schanspolder 13
Kortenoord 14
ALGEMEEN
oppervlakte (ha) dikte stort volume s t o r t (m ) d i k t e afdeklaag (m) ophoog materiaal
baggerspec ie?
huidige gebruik '
autospuiteir i j
VERONTREINIGINGSSITUATIEZ) cvanide cyanide zware metalen fenol en minerale o l i e v l u c h t i g e aromaten eocl v l u c h t i g e gechl.kwst chloorfenol en pak's pesticiden pcb's
grond -
1,0
-
STATUS VAN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN/MAATREGELEN3 ) oriënterend onderzoek aanvullend/nader onderzoek saneri ngsonderzoek/pl an partiële saneringsmaatregelen
g.water -
3,2 5-7 192.000 nvt bedrijfsafval chemisch afval huisvuil onbebouwd, asf al t
grond
g.water
2,6 5-6 121.000 0,1-0,7 bedrijfsafval chemisch a f v a l
6,9
onbekend, k l e i
bedrijven woningen
grond -
1 woning, 80% braak
g.water -
grond *
g.water
5,4
baggerspeci e
woning , voetbalveld braak
grond
g.water
7,5 5-9 525.000 0-1,0 bedrijfsafval chemisch a f v a l huisvuil 1 woning, bedrijven 70% braak grond
g.water
4,6 4-8 260.000
bedrijfsafval chemisch a f v a l huisvuil bedrijven
grond
g.water
X *
XXX
XXX
XX
X * *
XX
XXX
X X *
XXX
XXX
X X *
XXX
*xx
XXX
XXX
XXX
XXX
xxx
XXX
XX
XXX
XXX
XXX
XXX
XXX
X *
XXX
XX
XXX
XX
XX
X * *
XXX
XXX
*** ***
-
X X *
XXX
XXX
XXX
XXX
XXX
XXX
XXX
XX
XXX
XX
XXX
+ + + +/A
1)
s t o r t = g e s t o r t afval en/of v e r o n t r e i n i g d ophoogmateriaal
? 2)
vermoedelijk ( ) ni e t onderzocht gehalte(n) beneden de A-waarde * hoogste gehalte(n) tussen de A- en de B-waarde ** hoogste gehalte(n) tussen de B- en de C-waarde *** hoogste gehalte(n) boven de C-waarde
+ + A A
3)
+ A
uitgevoerd aanbevolen
+ +/A A A
B i j l a g e 3 vervolgblad 2 Locatie (nr.)
IJssellaan 15
Blok 16
Onderneming 17
Klein-Hi t l and 18
Boel e 19
Heuvel man 20
0,3
4,5
3,5 2
2,4 2 2.000 1
0,6 5-6 33.000 1-1,5
3,4 2-5 70.000 1-2
ALGEMEEN oppervlakte (ha) dikte stort volume s t o r t (m ) d i k t e afdeklaag (m) ophoog materiaal
baggerspecie
baggerspecie
baggerspecie stadsvuil?
bouw- en sloopbedrijfsafval afval, baggerspecie chem. afval
huidige gebruik 1)
woningen
bedrijven
bedrijven
braak
VERONTREINIGINGSSITUATIE2) cyanide
grond g.water
grond g.water
grond g.water grond g.water
7
1
bedrijf grond g.water
zware metalen fenolen
De dikke boom 21
1,5 1-6 50.000 1-3 baggerspeci e chemi sch afval
0,5
-
baggerspecie? baggerspecie bouw- en sloopafval, bedrijfsafval houthandel woning
grond
g.water grond
g.water
bedrijven
grond
XX* XXX
***
pak's
XXX
pesticiden pcb's
XX
STATUS VAN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN/MAATREGELEN3 > oriënterend onderzoek aanvul 1 end/nader onderzoek saneri ngsonderzoek/pl an partiële saneringsmaatregelen
? 2)
vermoedelijk ( ) niet onderzocht * ** ***
gehalte(n) beneden de A-waarde hoogste gehalte(n) tussen de A- en de B-waarde hoogste gehalte(n) tussen de B- en de C-waarde hoogste gehalte(n) boven de C-waarde
g.water
XX*
***
minerale o l i e v l u c h t i g e aromaten eocl v l u c h t i g e gechl.kwst chloorfenol en
1) stort = gestort afval en/of verontreinigd ophoogmateriaal
Avia 22
+ +
A A 3)
+ A
uitgevoerd aanbevolen
+
+
+A
+/A A
B i j l a g e 3 vervolgfalad 3 Locatie
Groot-Hit!and
<nr.)
23
24
25
3 1-2
1,3 2-3 3.000 0 baggerspecie, bouw- en sloo| woningen houthandel
0,3
ALGEMEEN oppervlakte (ha) dikte stort volume s t o r t (m ) d i k t e afdek!aag (m) ophoog materiaal huidige gebruik '
VERONTREINIGINGSSITUATIE2' cyanide zware metalen fenol en minerale o l i e v l u c h t i g e aromaten eocl v l u c h t i g e gechl.kwst chloorfenol en pak's pesticiden pcb's
?
0 baggerspecie, puin, huisvuil bedrijven
Ouderkerk-centrum
grond g . water grond g. water
STATUS VAN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN/MAATREGELEN3 ) oriënterend onderzoek aanvullend/nader onderzoek saneri ngsonderzoek/plan partiële saneringsmaatregelen
X *
XXX
X *
Omon
Groot-Hiltl andStrekdam 26
3,2
wom ng bedrijven
braak, weiland
grond g.water grond g. water
Watertoren
27
Kerf I
Capelle Jachthaven
28
29
9,0 0,5-1,0 40.000 0 baggerspecie
0,65 1-5 18.000 0 divers afval
1,5 4-5 50.000 0,2-1,0 bedrijfsafval
bedrijven
braak
braak, jachthaven
grond g. water
grond
g.water
grond
g. water
_ *
XX* XXX
_
XX*
__
X
-
**x
XXX
**
XXX
XXX
X X *
XXX
XXX
***
« X X
X
XXX
XX
xxx
XX
X
xxx
XXX
XX
+ +A
1)
stort = gestort afval en/of verontreinigd ophoogmateriaal
? 2)
vermoedelijk/onbekend ( ) n i e t onderzocht gehalte(n) beneden de A-waarde * hoogste gehalte(n) tussen de A- en de B-waarde ** hoogste gehalte(n) tussen de B- en de C-waarde *** hoogste gehalte(n) boven de C-waarde
+ A
3)
+ A
uitgevoerd aanbevolen
Bijlage 3 vervolgblad 4 Locatie (nr.)
I J s s e l d i j k 109/111 30
Werf I I 31
Werf 32
III
0,63 3,5-4 25.000
3,4 15 0,39 5,6 1,5 3,0 25.000 18.000 1,5-2,2 huis,- bedrijfs- ?, baggerspecie baggerspecie, stort- zand, puin, afval materiaal slakken
Loswal I I I 33
IJsseldijk Z35/33S 34
Dorpstr. Vuyk 35
IJsseldijk 337/365 36
ALGEMEEN
oppervlakte (ha) dikte stort volume s t o r t (ra ) d i k t e afdeklaag (m) ophoog materiaal
0,2
puiinafval ?,
divers afval
huidige gebruik '
woningen
braak
VERONTREINIGINGSSITUATIE'2) cyanide zware metalen fenolen minerale ol i e
grond g. water
-
grond g. water XXX
XX
woningen
woningen, woningen, bedrijven recreatie braak bedrijven, HWZI braak
grond g.water
grond g. water
baggerspecie, kool as, bedrijfsafval bedrijven bedrijven woningen, braak woningen, begraafplaats
grond
g.water
grond
g. water
XX
xxx xxx
grond g. water
6,7
XX
XX
_xxx
XXX
vluchtige aromaten eocl
vluchtige gechl.kwst chloorfenol en pak's
XX
XX
pesticiden pcb's STATUS VAN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN/MAATREGELEN3 ) oriënterend onderzoek aanvul 1 end/nader onderzoek saneri ngsonderzoek/pl an partiële saneringsmaatregelen
XXX XXX XX
+ A
+ + A
1)
s t o r t = gestort afval en/of verontreinigd ophoogmateriaal
? 2)
vermoedelijk { ) niet onderzocht gehalte(n) beneden de A-waarde * hoogste gehalte(n) tussen de A- en de B-waarde ** hoogste gehalte(n) tussen de B- en de C-waarde *** hoogste gehalte(n) boven de C-waarde
3)
+ uitgevoerd A aanbevo!en
Bijlage 3 vervolgblad 5 Locatie (nr.) ALGEHEEN oppervlakte (ha) dikte stort volume stort (m ) dikte afdek]aag (m) ophoog materiaal
Ketensedi jk/Feensta 37
huidige gebruik '
2,0 0,1-0,5 6.000 1,5-2,5 huisvuil, bedrijfsafval? braak
VERONTREINIGINGSSITUATIE 2)
grond g.water
cyanide zware metalen fenolen mi neral e ol i e vluchtige aromaten eocl vluchtige gechl.kwst chloorfenol en pak's pesticiden pcb's UITGEVOERDE ONDERZOEKEN/ MAATREGELEN 3) oriënterend onderzoek aanvullend/nader onderzoek saneri ngsonderzoek/plan saneri ngsmaatregelen
7 ?
**
Albatros 41
8,7 3,5 215.000 0
2,8 2,6-4,2 divers
zand
onbebouwd, geïsoleerd
bedrijven
60% braak, scheepswerf
grond g.water
grond g.water
baggerspecie, onbekend bedrijven
grond g.water (op een klein gedeelte)
Nijverheidsstr. Vuyk 40
5,2 4-8 350.000 nvt zand
10,3 •>
XX
***
EMK 39
Zeilingstraat 38
grond g.water
X
XXX
XXX
XXX
XXX
**
**
XX
XXX
X*
XXX
XXX
XXX
XX
XXX
XXX
XX
XXX
XXX
X
XXX X
-
X
_
XX
XX
XXX
XXX
XXX
XX
XXX
XXX
-
+ + A
+ A
1)
s t o r t = gestort afval en/of verontreinigd ophoogmateriaal
? 2)
vermoedelijk/onbekend ( ) n i e t onderzocht gehalte(n) beneden de A-waarde * hoogste gehalte(n) tussen de A- en de B-waarde ** hoogste gehalte(n) tussen de B- en de C-waarde *** hoogste gehalte(n) boven de C-waarde
+ + + + 3)
+ ui tgevoerd A aanbevol en
+ + A A
+ + + A
BIJLAGE 4
RISICO-ASPECTEN ALS GEVOLG VAN DE AANWEZIGE VERONTREINIGINGEN
De aanwezige risico's, als gevolg van de ter plaatse van de Hollandsche IJssel aanwezige zeer ernstige verontreinigingen beperken zich niet tot de directe risico's van mens, plant en dier via (in-)direct contact. De risico's van herverontreiniging en de aanwezige verspreidingsrisico's uit de te onderscheiden verontreinigingsbronnen zijn daarbij eveneens zeer belangrijk. De aanwezige risico's kunnen in algemene zin als volgt worden samengevat.
CONTACTRISICO'S
Directe contactmogelijkneden via de mond en huid en indirect via de lucht, vormen het eerste potentiële risico van de verontreinigingen voor de mens. Door de sloop van de Zellingwijk in Gouderak en het voorlopig asfalteren van deze ernstige verontreinigde locatie, zijn hier de contactrisico's geëlimineerd. Door (tijdelijke) uitplaatsing op enkele andere zeer ernstige verontreinigde locaties en bij het huidige bedrijfsmatige of extensieve gebruik van de overige opgehoogde zellingen zijn ook hier de risico's aanvaardbaar. Wijzigingen in het gebruik, die contact met de verontreinigingen niet uitsluiten, zijn echter niet mogelijk zonder maatregelen te treffen. Bij rechtstreeks contact met de verontreinigde waterbodem is eveneens sprake van een verhoogd risico. Ook de kwaliteit van het water maakt de rivier ongeschikt als vis- en zwemwater. Zonder maatregelen kan de Hollandsche IJssel geen volwaardige schakel worden in de recreatieve vaarroute van IJsselmeer naar Zuidelijke Delta.
Indirect contact via de lucht, het drinkwater, voedingsgewassen en vis is een tweede risicofactor. Leidingen en kabels worden aangetast door de verontreinigingen. De consumptie van vis, met name paling en blankvoorn, wordt al geruime tijd ontraden. De verontreinigingen brengen niet alleen voor de mens risico's met zich mee. De natuur is ernstig aangetast. De flora en fauna van de waterbodem, de rivier en de oevers zijn sterk verarmd.
RISICO'S VAN HERVERONTREINIGING
De waterbodem, de opgehoogde zellingen en het rivierwater van de Hollandsche IJssel beïnvloeden in de eerste plaats elkaar. In het bovenstroomse deel is de rivier plaatselijk aanzienlijk verondiept. Scheepvaartactiviteiten leiden hier tot opwoeien van sterk verontreinigd slib. Door de opwoeling van dit slib wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater nog sterker aangetast. Sedimentatie van verontreinigde slibdeeltjes vindt vooral plaats op ondiepe stromingsloze delen van de rivier en als gevolg van de getijdebeweging nabij de monding. Deze cyclus van herverontreiniging en aantasting van natuurwaarden blijft doorgaan zolang geen mogelijkheden zijn gevonden voor het verwijderen van de grote hoeveelheden verontreinigd slib. De verspreiding van verontreinigingen uit de zellingen naar oppervlaktewater en waterbodem is beperkt. Plaatselijk kan zij, evenals de lozingen, de kwaliteit van waterbodem op oppervlaktewater sterk beïnvloeden. VERSPREIDINGSRISICO'S
Via grond- en oppervlaktewater verspreiden de verontreinigingen van de Hollandsche IJssel en oevers zich langzaam verder. Gouderak en Moordrecht zijn weliswaar door de rivier gescheiden, maar door zandbanen in de ondergrond bestaan er voor het grondwater wel contactmogelijkheden. Berekend is dat na een periode van circa 20 jaar na het ophogen van de zelling van Gouderak, de saneringsrichtwaarde voor benzeen in het diepe grondwater zal worden bereikt. Deze periode is op dit moment overschreden. Recent uitgevoerde waarnemingen geven een bevestiging van deze voorspellingen. Na dezelfde periode zal in het diepe grondwater ter plaatse van het centrum van Moordrecht de B-waarde worden bereikt. De B-waarde is de signaalwaarde voor nader onderzoek. De voorlopige maatregelen die in Gouderak zijn getroffen, houden dit proces op korte termijn niet tegen. De aanwezigheid van een zandbaan onder Schanspolder en Kortenoord, in combinatie met mobiele verontreinigende stoffen, vormt eveneens een verhoogd risico. Binnendijks van de Schanspolder is in de huidige situatie volgens berekeningen reeds sprake van beïnvloeding van het ondiepe grondwater. Bij andere, weliswaar ernstige verontreinigde locaties zijn de risico's van verspreiding van verontreiniging duidelijk geringer.
Voor het Albatrosterrein is bijvoorbeeld berekend dat, ondanks de zeer hoge gehalten aan arseen, in het ophoogmateriaal op relatief korte termijn geen ernstige beïnvloeding van het diepe grondwater zal optreden. Ook de beïnvloeding van het grondwater ten gevolge van verspreiding van stoffen uit de waterbodem is in het algemeen gering. De meeste anorganische (zware metalen) en organische verontreinigingen hechten zich namelijk goed aan het bodemmateriaal. Toch blijft het een min of meer continu proces. Verspreiding van verontreinigingen naar onder andere landbouwgronden in de aangrenzende polders vindt niet alleen plaats via het grondwater, maar ook door aanvulling van oppervlaktewater in (droge) zomerperioden. Met name in het bovenstroomse deel bij Gouda kan de kwaliteit van het (suppletie)water door opwoeien van verontreinigd slib en lozingen van tijd tot tijd eer slecht zijn. Via het Rijnlandgemaal verspreiden de verontreinigingen van de Hollandsche IJssel zich ook over grote delen van het Groene Hart van Holland. Uit andere studies is bekend dat de landbouw in het gebied en de toevloed van gebiedsvreemd water de belangrijkste oorzaken zijn van geleidelijke, verspreide verontreinigingen van dit gebied.
De verontreinigingssituatie van de Hollandsche IJssel en haar oevers is dermate ernstig, dat het noodzakelijk is op korte termijn maatregelen te nemen, die in ieder geval de risico's van herverontreiniging en verspreiding in sterke mate reduceren.