Bijlage A bij NvU: Voorlopig ontwerp natuurgebied
Tekst van het document
Datum: 2025
Projectnummer: 206517
Voorlopig ontwerp natuurontwikkeling en EVZ (14 ha) Krimpenerwaard
Legenda Algemeen plangrens totaal plangrens 3 ha
Bebouwing
Natuurtypen Natuurontwikkeling 11 ha
Legenda Legenda Algemeen
Toelichting ontwerp 11 ha natuurontwikkeling
Onverhardpad Dubbelgebruik beheer en recreatie
Bestaande watergang (Waterschappen oppervlaktewateren IM
plangrens 3 ha
ERAS N05 .0
K RU I DE
U TU NA
VRIENDELIJK EO
Onverhardpad Dubbelgebruik beheer en recreatie
VELD N12.0 IGTE 6 RU
2 4.0 N0
Bestaande watergang (Waterschappen oppervlaktewateren IMWA)
HA A
ZOET EP LA S
N12.02
Aan de westzijde van Bergambacht wordt 11 hectare Aangepaste watergang flauwe oever (3 ha en 8 ha) onderscheidende natuur ontwikkeld die zowel leefgebied vormt voor belangrijke doelsoorten als deels recreatieve waarde oplevert voor de inwoners Nieuwe watergang van Bergambacht. Daarnaast biedt het een toonaangevend voorportaal van het nieuwe gemeentehuis. Aan de hand van vier thema’s wordt toelichting gegeven op Nieuwe poel / zoete plas (N10.02) het huidige voorlopig ontwerp.
Bebouwing
N05.03 ER
VEE
O NM
EV
GRASLAND RIJK A UN -FA
3
N
plangrens totaal
K EU GB
SSENBOS N EN E 14
.03
Begrenzing natuur / recreatie
Aangepaste watergang flauwe oever
Nieuwe watergang
Nieuwe poel / zoete plas (N10.02)
Begrenzing natuur / recreatie
Begrenzing hondenvrijezone / hondenlosloopgebied
DW
Doelsoorten Natuurontwikkeling 11 ha GV ER
Beheerzone
U LEERM IS
GE K
TVOGEL SPO
DE ROODSTAA RT AG A R
Dempen/ verlanden watergang
NNN herbegrenzing
RANSU IL Plek om de natuur te beleven
Beplanting
A
Haagbeuk essenbos (N14.03) Haagbeuk, gewone es, esdoorn, gladde iep
AA
UIS ITSM SP ER
WA T
ALAMANDE R MS A K
Struweel Schietwilg, grauwe wilg, vlier
Ruigte (N12.06)
GRO TE M
RK R DE OD
kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) Met vochtigere en drogere soorten
MOERA SSP RI
R KE
Natuurvriendelijke oevers <5 m breed (N05.03)
N KH
HEI KI
N AA
K
UIPER
Natuurvriendelijke oevers 5 m breed (N05.03)
Optioneel: natuurvriendelijke oever particulier terrein
Haagbeuk-essen laan
Nieuw te planten elzen
Bestaande populieren
M
N RAS 05.03
TUUVRIENDE NA LIJ
VE E N
OE
2. Landschap Het slagen- en veenweidelandschap kenmerkt zich cultuurhistorisch door rechtlijnige optrekkende slagenverkaveling met watergangen, open graslanden en af en toe opgaande groenstructuren(singels). De natuurontwikkeling die wordt ontwikkeld is zoals gezegd (kopje 1) onderscheidend vanwege de toevoeging van het bos, poelen en deels gedempte watergangen. Echter geeft het ontwerp voldoende ruimte om naast deze onderscheidende natuur ook het cultuurhistorische slagenlandschap te kunnen beleven door op enkele plekken meer openheid en rechtlijnige watergangen te behouden. Vanuit het gemeentehuis is bijvoorbeeld de openheid richting het gebied grotendeels behouden en ligt het zwaartepunt van opgaande groenstructuren aan de zuidkant van het gebied dichtbij de kern van Bergambacht. De ontwikkeling van de poelen, veenmoeras (nvo) en bos is een ontwikkeling die aansluit bij het landschap voordat de mens deze in cultuur heeft gebracht. Dit ontwerp maakt het mogelijk zowel onderscheidende natuur te ontwikkelen als karakteristieken van het cultuurhistorische slagenlandschap te behouden.
K R EVE
2 4.0 N0
RUI GT EV
EL 12 .0 DN
ZOET EP LA S
N05.03
N12.02 K
JKGRASLAND ARI N U -FA
EO
RU ID EN
Natuurtypen EVZ 3 ha
6
Ecologische verbindingszone (EVZ) 3 ha
Doelsoorten EVZ 3 ha WA T
D
Een gedeelte van Dunea grond en (mogelijk) het aangrenzende perceel (particulier grondeigenaar) wordt ingezet voor de ontwikkeling van de ecologische verbinding tussen de Lek en het natuurgebied (11 ha). De ecologische verbinding wordt ingericht voor de doelsoorten: heikikker, otter, kamsalamander, modderkruiper en waterspitsmuis bestand uit de natuurtype: ruigteveld N12.06, kruiden- en faunarijk grasland N12.02, zoete-plas N04.02 en (NVO) veenmoeras N05.03. Hiervoor worden ook deels de noordelijke oevers van de Nieuwe Wetering (op grond van Dunea) ingericht als natuurvriendelijke oever (5 m), dit volgens het profiel van het waterschap. Van noord naar zuid wordt aan de westzijde van de huidige watergang een natuurvriendelijke oever ontwikkeld (4,5 m) en wordt 1 poel ontwikkeld van circa 700 m2 met struweel. Dit ligt op grond van Dunea. Tussen de dubbele populieren rij worden elzen aangeplant voor aanvullende natuurwaarde en voor het moment waarop de populieren uitvallen. Over de situering van de meest zuidelijke poel (50 m2) moeten nog nadere afspraken worden gemaakt. Deze poel biedt mogelijk leefgebied voor de heikikker en de kamsalamander. Ten oosten van de populierenrij wordt een beheerpad aangelegd en een 4,5 meter brede natuurvriendelijke oever ingericht.
De ecologische verbinding biedt hiermee leef- en foerageergebied voor de genoemde doelsoorten en verbindt de Lek en de natuurontwikkeling (11 ha). Er wordt onderzocht of de natuurvriendelijke oever voor een gedeelte naar de oostzijde van de watergang kan worden gespiegeld (particulier grondeigenaar).
UIS ITSM SP ER
SALAMA KAM N
ER GR
EM OT R ODDE KRUIPER
Oppervlaktes Aanleg wandelpaden (met grasbetonsteen rand) Aanleg onderhoudspad/toegangsweg Dempen watergang Verlanden watergang Graven watergang Graven poel Natuurvriendelijke oever 2 m breed Natuurvriendelijke oever 5 m breed Natuurvriendelijke oevers (2-5 m breed) Aanplant bos met struiklaag Aanplant singels Aanplant struweel Kruidenrijk grasland Aanplant bomenrij
HEI KI
KK
ER
OTTE R
Plangebied 3 ha 2225 m2 0 1291 m2 0 386 m2 1310 m2 1900 m1 0
Plangebied 8 ha 4425 m2 250 m2 559 m2 2250 74 m2 2190 m2 1400 m1 2170 m1
2560 m2 2550 m2 2500 m2 12940 m2 0
26340 m2 4200 m2 1100 m2 27060 m2 0
plangebied totaal 11 ha 6650 m2 250 m2 1850 m2 2250 m2 460 m2 3500 m2 3300 m1 2170 m1 17800 m2 28900 m2 6750 m2 3600 m2 40000 m2
EVZ 3 ha
840 870 3400
1400 7200 23
3. Recreatief gebruik en beleving Het natuurgebied is deels recreatief te gebruiken doormiddel van wandelpaden die verbonden zijn met de nieuw te ontwikkelen parkeerplaats (drie entrees) aan de oostzijde van het terrein. De recreant kan de verschillende natuurtypen van bosschages, poelen, natuurvriendelijke oevers en kruiden- en faunarijke graslanden allemaal ervaren. Tegelijkertijd is ook op enkele plekken de cultuurhistorische slagenverkaveling als structuur ervaarbaar gehouden. De opgaande struweel- en boomstructuren en bosschages zorgen voor gelaagdheid in het landschap en voorkomen dat drukte binnen het recreatiegebied wordt ervaren. Aansluitend op het Lekweidepad is het gebied deels honden losloopgebied. Het overgrote deel is echter hondenvrij vanwege de doelstellingen voor flora en fauna. Het gebied ten oosten van het wandelpad is het hondenlosloopgebied en ten westen van het pad is de honden vrije zone (verboden voor honden). Het wandelpad vormt hiermee dus de begrenzing van beide zones. De wandelpaden zijn (half)verhard (b.v. leempaden), geleidelijk opgehoogd (max. 50 cm t.a.v maaiveld) en rolstoeltoegankelijk. De routing is divers en er kunnen verschillende rondjes worden gelopen, zowel vanuit Bergambacht als vanuit het gemeentehuis.
Bewust is er alleen in het voorste gedeelte van het bos een wandelpad aangelegd zodat een groot deel van het bos geen verstoring ondergaat. De buitenste twee percelen (westzijde) van het gebied zijn niet recreatief te gebruiken zodat ook hier de natuur ongestoord zich kan ontwikkelen. Om dit deel wel beleefbaar te maken voor de recreant wordt (in latere planvorming) een belevingsplek ontwikkeld in het midden van het gebied.
4. Uitvoering en beheer De natuurtypen vragen met wisselende frequentie en intensiteit om beheer en onderhoud. Om in het gebied op alle nodige plekken te kunnen komen worden de recreatiepaden zo ingericht dat naast de 2 meter brede (half)verharding ook aan weerskanten 0.5 m betonraster wordt gemaakt. Het gedeelte dat recreatief niet bereikbaar is, is via een dam aan de zuidzijde toegankelijk, of vanaf de kant van Dunea. Ook zijn er beheerzones (4-5 m breed) aangegeven tussen opgaande groenstructuren en langs de nvo’s, deze zones moeten begaanbaar en toegankelijk blijven voor het uitvoeren van beheermaatregelen.
Doorsnede
A
1. Natuurtypen en doelsoorten Het gebied wordt grotendeels ingericht met Begrenzing onder-hondenvrijezone / hondenlo scheidende natuur, waarbij bewust is gekozen voor het ontwikkelen van bosstructuren, poelen in combinatie Beheerzone met (deels) behoud van openheid en cultuurhistorische slagenstructuren. Het wordt een meer besloten en gevarieerd natuurgebied binnen het open en weidDempen/ verlanden watergang se veenweide landschap. Dit is geen nieuwe ontwikkeling, van oudsher maken bosjes al onderdeel uit van dit gedeelte van de Krimpenerwaard waarmee het geen NNN herbegrenzing weidevogel gebied is. Daarnaast geeft de ontwikkeling van bos kans om bij te dragen aan de gestelde doelstellingen binnen de bossenstrategie. Op basis hiervan en Plek om de natuur te beleven de resultaten en adviesstukken van de LESA (landschap ecologische systeem analyse, ATKB 2024) worden 5 verBeplanting schillende natuurtypen gerealiseerd binnen het plangebied, te kennen: haagbeuken- essen bos N14.03, ruigHaagbeuk essenbos (N14.03) Haagbeuk, gewone es, esdoorn, gladde teveld N12.06, kruiden- en faunarijk grasland N12.02, zoete-plas N04.02 en veenmoeras (nvo’s) N05.03. Het haagbeuken-essenbos wordt hoofdzakelijkStruweel in het Schietwilg, grauwe wilg, vlier zuidelijk deel ontwikkeld dicht tegen de kern van Bergambacht.
Dit sluit aan bij de van oudsher aanwezige Ruigte (N12.06) bosstructuren die door de tijd heen deels verdwenen zijn. De overige opgaande boom- of struweelstructuren sluiten aan op de optrekkende slagenstructuren. kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) De bomenstructuur aan de oostzijde (langs Met devochtigere par- en drogere soorten keerplaats) biedt een aaneengesloten vliegroute voor de dwergvleermuis. De bosstructuren wordenNatuurvriendelijke aan de oevers 5 m breed (N0 randen opgebouwd met een struweel en ruigtelaag (onbeheerd grasland) voordat het overgaat in het kruiNatuurvriendelijke oevers <5 m breed (N den- en faunarijk grasland. Deze gradiënt (kern-mantelzoom) zorgt voor een bio-divers habitat waarin microklimaten specialistische soorten kunnen voorkomen en Optioneel: natuurvriendelijke oever parti tegelijkertijd een habitat wordt gecreëerd voor generalistische (algemene) soorten. De doelsoorten die zijn gekoppeld aan deze natuurontwikkeling zijn deHaagbeuk-essen dwerg- laan vleermuis, ransuil, spotvogel en gekraagde roodstaart. Maar ook de heikikker en waterspitsmuis hebben baat bij het toevoegen van de struweelstructuur enNieuw ruigte te planten elzen laag, mits deze in nabijheid zijn van waterrijk gebied.
Binnen het gebied worden poelen ontwikkelt op de laBestaande populieren ger gelegen delen, de omvang van de poelen varieert tussen de 400-1000 m2, hebben een maximale diepte van 150 cm en een maximale onderlinge afstand van 300 m. Dit is van belang voor het creëren van leef- en voortplantingswater van de doelsoort kamsalamander. De poelen zijn bewust ‘geïsoleerd’ en niet in verbinding gebracht met het oppervlaktewater van slotenstructuren ter voorkoming van aanwezigheid van roofvissen. Zowel de poelen als alle watergangen hebben natuurvriendelijke oevers (veenmoeras). De natuurvriendelijke oevers zijn belangrijke leef- en voortplantingsgebieden voor de heikikker, moerassprinkhaan en waterspitsmuis. Het gehele gebied biedt foerageer- en leefgebied voor deze genoemde doelsoorten. Echter, door de kleinschaligheid van het gebied worden geen grote populaties verwacht. Met het ontwerp wordt voldaan aan de vereisten van het waterschap. Met de ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers (volgens richtlijnen waterschap) en de ontwikkeling van poelen is er geen afname in wateroppervlak en wordt zelfs extra waterberging ontwikkeld (zie oppervlaktes). In de vervolgfase wordt het watersysteem nog nader uitgewerkt.
AA definitieve VO maart 2025