Bijlage 7. Onderzoeksrapport potentie zonthermie Zuid-Holland, CE Delft, 2020
Tekst van het document
Rekening houdend met volloop bij warmtenetten gaat dergelijke redenering niet altijd op. In jaar 1 zit je bijvoorbeeld op 50% van de capaciteit, in jaar 2 op 65% enzovoort. Het duurt enkele jaren vooraleer je over de volledige nominale productie kan beschikken. Zonthermie staat als techniek achteraan de rij bij SDE Zonthermie wordt aanzien als een dure techniek, de goedkopere technieken gaan eerst.
62
200260 - Verkennend onderzoek zonthermie Zuid-Holland – November 2020
De afzet Bij zon-pv kunnen er altijd afnemers gevonden worden. Iedereen is immers aangesloten op het elektriciteitsnet. Bij zonthermie heb je echter maar 1 mogelijke afnemer, namelijk het warmtebedrijf. Er ontstaat dus een spanningsveld met weinig competitie of alternatieven tussen de aanbieder en de warmtenetuitbater in verband met de prijsstelling. Daarnaast wil je als aanbieder ook zekerheid dat de afnemers voldoende afnemen. Zeker in verband met volloop en geleidelijke ontwikkelingen van warmtenetten zorgt dit voor onzekerheid. Kortom, de hele keten is belangrijk. Draagvlak voor zonthermie is wisselend Het landschap zal er mede door de energietransitie anders uitzien en niet iedereen is daar nog aan toe. Het is begrijpelijk dat men niet blij is met een zonthermisch veld in anders open natuurlijk zicht. Langs de andere kant kan er in open ruimte in Nederland van alles ontwikkeld worden in plaats van een duurzame energieopwekking. Energie is maar één van de ontwikkelingen. Dubbel ruimtegebruik is maar beperkt mogelijk Baggerdepots, vuilstorten, dijken, et cetera bieden zeker kansen tot dubbel ruimtegebruik. De vraag is of er voldoende van dit soort locaties zijn om de benodigde hoeveelheid duurzame energie op te wekken. Dubbel ruimtegebruik op daken heeft ook zijn beperkingen.
Zonthermie is veel zwaarder dan zon-pv waardoor een groot systeem op dak is zo goed als onmogelijk is. In het algemeen is een groot deel van de dakeigenaren niet geïnteresseerd in zon op dak. Het levert niet genoeg op om de stap te zetten naar een zonproject op dak en ook praktisch is het niet zo eenvoudig te realiseren als het lijkt. De landbouwsector zal misschien samen met de transitie naar een duurzame toekomst ook moeten veranderen. Volgens schattingen is minder dan 1 procent van het landbouwareaal nodig voor duurzame opwek om de doelstelling te halen. Welke oplossingsrichtingen ziet u voor het oplossen van de huidige belemmeringen? Een verandering of verfijning van de SDE-methodiek voor zonthermie. Een verdere opdeling naar verschillende categorieën van zonthermie afhankelijk van de levering biedt mogelijkheden. Zo kan een categorie meer toegespitst worden op zonthermie in warmtenetten op verschillende temperaturen. Daarnaast zal er met verloop van tijd maatschappelijke draagvlak voor dit soort systemen in het landschap moeten komen. Men zal eraan moeten wennen dat dit niet anders kan als we de doelstellingen van duurzame energieopwekking willen bereiken.
Hoe kunnen provincies ondersteuning bieden voor de ontwikkeling van zonthermie? Door een positieve grondhouding tegenover zonthermie en de techniek als een serieuze optie te bekijken in warmteplannen, transitievisies en wijkuitvoeringsplannen. De bekendheid kan verder gestimuleerd worden bij ambtenaren en besluitvormers in verband met het bepalen van de bronnenstrategie van warmtenetten. Hiertoe ook de realisatie van voorbeeldprojecten ondersteunen. Daarnaast kan een provincie duidelijk en ruimtelijk weergeven wat geschikte plekken zijn voor zonthermische warmteopwekking. Wat betreft vergunningverlening voor de ondergrond kan duidelijk aangegeven worden waar men MTO en HTO aquiferopslagsystemen kan toepassen.
63
200260 - Verkennend onderzoek zonthermie Zuid-Holland – November 2020
B Belemmeringen B.1
Bekendheid TNO — Zonnewarmte is vaak onbekend bij het publiek en wordt verward met zon-pv. De techniek is tevens niet opgenomen in de leidraad als strategie en ondervertegenwoordigd in andere energiemodellen. Zonnewarmte wordt vaak vergeten op beslismomenten zoals vervangingsmomenten van warmtetechnieken en renovatie. — Zonnewarmtesysteemconcepten zijn onvoldoende duidelijk. Maak een duidelijke schets van gasloze concepten inclusief zonnewarmte zodat zonnewarmte duidelijk in klimaatneutrale concepten meegenomen wordt, zowel kleinschalig als grootschalig. Hocosto — In Nederland heerst er veel nadruk op all electric en zon-pv. Vraag aan een pv-installateur over zonthermie en die kent de techniek niet. Holland solar — Zonnewarmte is een ondergeschoven kindje van zon-pv. Zonnewarmte heeft zich gepositioneerd als ‘de zonneboiler’, waar het maar in een klein deel van de warmtevraag van een woningen voorziet, namelijk de helft van de tapwaterwarmtevraag. — Consumenten moeten eerst technisch geadviseerd worden zodat de techniek duidelijk wordt en kunnen pas daarna kijken of de techniek al dan niet financieel rendabel is.
B.2
Ervaring TNO — In Denemarken zijn er reeds vele zonthermieprojecten gerealiseerd, in Nederland is de ervaring met zonthermie eerder beperkt. — Beperkte ervaring met seizoensopslagsystemen. Geldende wettelijke beperkingen MTO en HTO aquiferopslag. Gebrek individuele seizoensopslag. — Zonnewarmte werkt in combinatie met andere technieken in een compleet energieconcept. Dit leidt tot complexe systeemregeling. Hocosto — In Nederland is zonthermie te onbekend. In Finland, Duitsland, Frankrijk, Denemarken zijn er veel projecten gaande en reeds gerealiseerd. Holland Solar — Weinig ervaring met collectieve zonwarmtenetten. De SDE-aanvragen > 200 m² zijn erg beperkt in aantal. De investering om een zonwarmteveld te plaatsen is immers groot. Bovendien is de kennis en ervaring om dit zelf te kunnen maken in Nederland nog beperkt. De interesse in het verhaal is er, de expertise kan nog verder groeien.
64
200260 - Verkennend onderzoek zonthermie Zuid-Holland – November 2020
B.3
Ruimte TNO — Individuele woning: installatie en opslagvat binnen nemen veel ruimte in. Dit kan beter geïntegreerd worden (met andere functies, onbenutte waardeloze ruimte, ...). — Grootschalige collectieve voorziening: veel ruimte nodig en beleid sluit veel gebieden uit. Solarfields — Dubbel ruimtegebruik is maar beperkt mogelijk. Baggerdepots, vuilstorten, dijken, et cetera bieden zeker kansen tot dubbel ruimtegebruik. De vraag is of het genoeg is. Is er voldoende? Dubbel ruimtegebruik op daken heeft ook zijn beperkingen. Zonthermie is veel zwaarder dan zon-pv waardoor een groot systeem op dak is zo goed als onmogelijk is. In het algemeen is een groot deel van de dakeigenaren niet geïnteresseerd in zon op dak. Het levert niet genoeg op om de stap te zetten naar een zonproject op dak en ook praktisch is het niet zo eenvoudig te realiseren als het lijkt. — De landbouwsector zal misschien samen met de transitie naar een duurzame toekomst ook moeten veranderen. Volgens schattingen is minder dan 1 procent van het landbouwareaal nodig voor duurzame opwek om de doelstelling te halen. Maatschappelijke integratie van zonthermiesoort systemen in het landschap. Leren accepteren dat dit niet anders kan als we de doelstellingen van duurzame energieopwekking willen bereiken.
B.4
Financieel TNO — Aardgas is te goedkoop. — Relatief hoge investeringskosten en hoge inpassingskosten. Kleine markt met weinig concurrentie. Holland Solar — Collectieve inkoop doet enorm veel met de prijs van de zonwarmtesystemen. — Zonnewarmtesystemen vragen een specifieker ontwerp dan zonnepanelen. De systemen die gelden in Nederland doen het niet in Griekenland en andersom. Dit staat massaproductie in de weg, waardoor schaalvoordeel en prijsverlaging waarschijnlijk relatief beperkt zullen blijven. — Gasprijs is te laag of CO2-taks ontbreekt. Fossiele brandstoffen zijn heel erg goedkoop, maar veroorzaken veel verborgen kosten die we nu met hernieuwbare energie betalen. Bijvoorbeeld 800.000 mensen met astma (mogelijks t.g.v. stikstof en CO2), CO2-schade in het klimaat en andere externe kosten. Deze kosten betalen we nu met hernieuwbare energie. TNO — De effectiviteit van het stimuleringsregime is niet hoog genoeg: zonnewarmte is (nog) te duur, andere technieken krijgen te veel steun. De meerwaarde van verschillende product-marktcombinaties dient beter op elkaar afgestemd te worden. — Zonnewarmte moet nog verder ontwikkeld worden. Innovatieve benaderingen rondom warmtenetten, gericht op meerdere schaalgroottes zodat zonnewarmte kansen krijgt. — Zonnewarmte niet inzetbaar bij HT-warmtenetten (grote meerderheid van de bestaande warmtenetten).
65
200260 - Verkennend onderzoek zonthermie Zuid-Holland – November 2020
Holland Solar — Ongelijk speelveld voor zonwarmte en zon-pv. Zonnepanelen zijn bekender, goedkoper en financieel rendabeler dan de zonwarmtesystemen. Salderen heeft zon-pv een enorme boost gegeven. Bovendien heb je bij zon-pv de back-up reeds voorhanden, namelijk het elektriciteitsnet. Gas is daarnaast ook een stuk goedkoper dan stroom in de woning, dus is warmte minder kostbaar. — In 2021 zullen isolatiemaatregelen en duurzame opwek uit hetzelfde budget worden gefinancierd. Men moet opletten dat subsidiebudgetten voor duurzame energieopwekking in stand gehouden worden. Solarfields — Het is uitdagend om de businesscase kloppend te krijgen. De SDE-subsidie heeft nog enkele verbeterpunten. De warmteopbrengst per investering waar SDE vanuit gaat is vaak hoger dan in de realiteit behaald wordt. Per MWh warmteopbrengst zijn er relatief meer kosten. Dit heeft enigszins ook te maken met het feit dat er in de SDE-berekening geen rekening wordt gehouden met de leveringstemperatuur van de warmte. Op hogere temperatuur wordt er minder warmte geproduceerd door eenzelfde collectorveld. Bij hogere temperaturen heb je minder vollasturen, maar een gelijke CAPEX. Hierdoor krijg je de businesscase niet rond. Voor lagere temperatuurlevering voor bijvoorbeeld een nieuwbouwwijk zou het wel kunnen. De SDE gaat ervan uit dat je vanaf jaar één over nominale levering en afzet beschikt.
Rekening houdend met volloop bij warmtenetten gaat dergelijke redenering niet altijd op. In jaar 1 zit je bijvoorbeeld op 50% van de capaciteit, in jaar 2 op 65% enzovoort. Het duurt enkele jaren vooraleer je over de volledige nominale productie kan beschikken. — Zonthermie staat als techniek achteraan de rij bij SDE. Zonthermie wordt aanzien als een dure techniek, de goedkopere technieken gaan eerst.
B.5
Regelgeving Hocosto — Alle projecten hebben een aanlooptijd van 2,5 en 3 jaar voor de start. De regelgeving omtrent thermische opslagsystemen is te complex en nog niet volledig. Omgevingsvergunning zonder beton of funderingen is in principe niet écht nodig, maar blijkt uiteindelijk toch steeds gewenst door de provincie. Ook is er een toelating nodig van het Waterschap. Bijvoorbeeld in Brabant is HoCoSto ook toegelaten in waterwingebied. Dit wil zeker niet zeggen dat dit ook in Zuid-Holland mag. Daarnaast is er ook nog vraag naar flora onderzoek, fauna onderzoek, …. Dit kost tijd en geld. — Voor warmteopslag houdt na een opslagvolume van 3.000 liter de normering op. Zonder normering is er geen certificaat. De overheid en de provincie hebben nog geen structureel kader. Het telkens opnieuw laten uitvoeren van onderzoeken voor ieder specifiek project kost veel geld en tijd.
B.6
Markt HoCoSto — Gebrek aan centrale regie in de transitie: 334 gemeenten hebben elk met een warmteplan waarin bepaald wordt welke vorm van energie/warmte ingezet zal worden en op welke manier. Nederland mist een overkoepelende architectuur in de energie- en warmtetransitie die kijkt of ieder plan in het grotere energiesysteem past. Er zijn zoveel verschillende aanpakken die slecht op elkaar zijn afgestemd. Dit zorgt voor veel onbegrip. Er is niet alleen regie op de warmtetransitie nodig is door de gemeenten,
66
200260 - Verkennend onderzoek zonthermie Zuid-Holland – November 2020
maar dat er hiervoor ook regie nodig is door de provincie (ruimte) en door het rijk (financieel en regelgeving) want warmte en elektra beïnvloeden elkaar. Holland Solar — Zonnewarmte vereist maatwerk op kleine schaal. In de huidige regionale warmteaanpak wordt er echt grof gekeken naar warmtevoorzieningsstrategieën: er wordt 1 oplossing gekozen voor buurten of wijken. We kijken momenteel in de uitwerking echt op grote schaal. Op kleine schaal zal verder gekeken moeten worden naar wat de combinatiemogelijkheden zijn. Zoals eerder is aangegeven is zonnewarmte een onderdeel van een concept. Het is en blijft steeds maatwerk afhankelijk van de specifieke situatie en karakter van de warmtevraag bijvoorbeeld bronnenstrategie in een collectief net, verwarming zwembad of sportaccommodatie, verwarming woning, et cetera. Solarfields — De afzet. Bij zon-pv kan je steeds een afnemer vinden. Iedereen is immers aangesloten op het elektriciteitsnet. Je hebt maar 1 afnemer, namelijk de warmtenetbeheerder. Er ontstaat dus een spanningsveld met weinig competitie of alternatieven tussen de aanbieder en de warmteleverancier in verband met de prijsstelling. Daarnaast wil je als aanbieder ook zekerheid dat de afnemers voldoende afnemen. Zeker in verband met volloop en geleidelijke ontwikkelingen van warmtenetten zorgt dit voor onzekerheid.
67
200260 - Verkennend onderzoek zonthermie Zuid-Holland – November 2020