CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5a bij de Toelichting - Beoordelingsbesluit m.e.r.

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Vaststelling bestemmingsplan 'Dorpsstraat 1, Berkenwoude'1.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

M.e.r.-beoordelingsbesluit Bestemmingsplan Dorpsstraat 1, Berkenwoude 1. Aanleiding In verband met de voorgenomen bestemmingswijziging van de Dorpsstraat 1 te Berkenwoude hebben wij beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld in het kader van het vaststellen van een plan bedoelt in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het wijzigingen van de bedrijfsbestemming en het vestigen van een aannemers- en hoveniersbedrijf. Op grond van de aanmeldnotitie m.e.r. beoordelen wij of, voorafgaand aan de besluitvorming het plan, een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

2. Besluit Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit, dat bij de voorbereiding van het plan voor hierboven genoemde ontwikkeling door de initiatiefnemer geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. De toelichting van het plan (kenmerk NL.IMRO.1931.BP1903BG013-VG01) en de aanmeldnotitie (kenmerk 66.90.24, d.d. 2 mei 2025) maken onderdeel uit van dit besluit.

3. Rechtsmiddelen Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft. In de bestemmingsplanprocedure kan door een ieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht. De zienswijzen kunnen ook betrekking hebben op dit voorbereidingsbesluit.

4. Procedure De voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit milieueffectrapportage daaraan stelt.

5. Overwegingen De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag:

5.1 Toetsingskader De aangevraagde activiteit komt voor in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport, namelijk onder D 11.2. In kolom 2 van D 11.2 is de m.e.r-beoordelingsdrempel opgenomen: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, ook voor activiteiten die beneden de m.e.r-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en of al dan niet een MER opgesteld dient te worden. Dit dient te gebeuren aan de hand van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU). Deze criteria omvatten: - de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); - de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); - soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid).

Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben.

5.1.1. De kenmerken van het project De omvang van het project Het plan betreft de wijziging van een bedrijfsbestemming, zowel in het te vestigen bedrijfstype als in oppervlakte. Het plan staat een aannemers- en hoveniersbedrijf toe, gericht op dienstverlening voor de (openbare) buitenruimte zoals weginspectie en onderhoud, groenvoorziening, onkruid/ongediertebestrijding, winterdiensten, verkeersincidentmanagement, reinigingswerk en schadeherstel. Deze werkzaamheden vinden hoofdzakelijk plaats op locaties elders. Op de bedrijfslocatie in het plangebied wordt het wagen- en machinepark onderhouden en vindt opslag en stalling plaats van het wagen- en machinepark. Op grond van het nieuwe bestemmingsplan nemen de bouwmogelijkheden met maximaal 500 m² toe en wordt het terrein aan de achterzijde vergroot. Omdat het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ aan weerszijden en aan de voorzijde wordt verkleind neemt de oppervlakte van de bedrijfsbestemming per saldo af; van 1,14 ha naar 0,89 ha. De cumulatie met andere projecten Er zijn in de directe omgeving geen woningbouwprojecten of andere ruimtelijke ontwikkelingen die plaatsvinden in dezelfde periode en samen met onderhavig project wel significante milieueffecten kunnen veroorzaken. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Er worden reguliere natuurlijke bouwmaterialen gebruikt tijdens de bouw. Bijzondere effecten zijn hierbij niet te verwachten.

Verontreiniging en hinder Bij de bouw/realisatie wordt beperkte hinder en/of verontreiniging van de omgeving verwacht. Risico van ongevallen Het plan veroorzaakt geen risico op zware ongevallen en/of rampen, alsmede risico’s voor de menselijke gezondheid.

5.1.2 De plaats van het project Het bestaande grondgebruik het perceel Dorpsstraat 1 was voorheen een handelsbedrijf in siervissen en siervogels met detailhandel gevestigd. Deze activiteiten zijn inmiddels beëindigd. Aan de voorzijde van het perceel staat de bedrijfswoning met een privé-berging en een boenhok. Daarachter bevinden zich drie bedrijfsgebouwen. De voorzijde en oostzijde van het perceel zijn groen ingericht met onder andere bomen. Tussen de bebouwing is het perceel verhard. De rest van het perceel is in gebruik als grasland. Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het plangebied grenst aan het dorp Berkenwoude in de Krimpenerwaard. Het plangebied is niet aangewezen als Natura 2000-gebied en maakt geen onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland of grondwaterbeschermingsgebied. Wel is het in de provinciale verordening aangemerkt als stiltegebied en als ‘Kroonjuweel cultureel erfgoed’. Ten aanzien van het stiltegebied wordt aan de streefwaarde van 40 dB(A) voldaan. Het plan wordt zodanig ingepast dat de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het veenweidelandschap, het verkavelingspatroon, het watersysteem en het lint behouden blijven Het opname vermogen van het natuurlijke milieu Het natuurlijke milieu ter plaatse heeft een voldoende opnamevermogen voor de voorgenomen ontwikkeling.

De ontwikkeling leidt niet tot een significante toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden.

5.1.3 Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking) Het effect van aanlegfase en de gebruiksfase van dit plan beperkt zich tot de lokale omgeving. Grensoverschrijdend karakter De effecten van de voorgenomen ontwikkeling hebben geen grensoverschrijdend karakter. Orde van grootte en complexiteit effect De effecten zijn beperkt en niet complex van aard. Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Het effect van het gebruik van het bedrijf is langdurig. Het project kan (in theorie) worden teruggebracht naar het huidige gebruik.

5.2 Conclusie Gelet op bovenstaande overwegingen kan worden uitgesloten dat het project aanzienlijke effecten voor het milieu heeft. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig. Stolwijk, 31 maart 2026 Burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard, De gemeentesecretaris, De burgemeester,

J. Hennip

ir. J. Beenakker

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=48a15ac5-56ec-4f77-a119-2351f7356d2c