Bijlage 5: memo achtergrond dossier Westeinde 30 Berkenwoude - uitspraken diverse procedures
Tekst van het document
Memo achtergrond dossier Westeinde 30, Berkenwoude 1995 – van agrarisch naar wonen In dit memo wordt in een notendop de geschiedenis over de locatie Westeinde 30 in Berkenwoude toegelicht. Tot 1995 was er een agrarisch bedrijf gevestigd op dit perceel. Dit perceel is rond 1995 verkocht na beëindiging van het bedrijf. In 1995 is met een artikel 19, eerste lid Wet ruimtelijke ordening procedure medewerking verleend aan de bouw van een burgerwoning. Tot die tijd was er op het perceel een agrarisch bedrijf gevestigd. Tegelijkertijd is er een sloopvergunning verleend voor de sloop van diverse opstallen op het perceel. Van de sloopvergunning is geen gebruik gemaakt. De betreffende opstallen staan er nog steeds. De destijds verleende sloopvergunning gaf slechts een recht om te mogen slopen, maar geen verplichting. In de bouwvergunning is niets opgenomen over sloop van opstallen. Tegen deze verleende vergunningen is geen bezwaar gemaakt. 2009 – BP Buitengebied van kracht Op 27 januari 2009 is het bestemmingsplan “Buitengebied” door de gemeenteraad vastgesteld. Tijdens de planperiode van dat bestemmingsplan is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden, waarin de standaardisering en digitalisering van bestemmingsplannen is geregeld.
In de invoeringswet van de Wro was aangegeven, dat ontwerpbestemmingsplannen die voor 1 januari 2009 ter inzage waren gelegd, niet hoefden te voldoen aan de eisen van standaardisering en digitalisering. Destijds is er voor gekozen om het bestemmingsplan niet om te zetten conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2008) en niet te digitaliseren. De gemeente heeft wel altijd de intentie gehad om het bestemmingsplan na vaststelling alsnog om te zetten. Het nu nog geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2011“ betreft het omgezette bestemmingsplan. In het bestemmingsplan “Buitengebied 2011” is de woning met een gedeelte van het perceel bestemd voor "Wonen". Het gedeelte gelegen aan de oostzijde van de woning Westeinde 30 en het gedeelte direct achter de daarnaast gelegen schuurkerk heeft onbedoeld de bestemming “Agrarisch met waarden” behouden. Het is een omissie geweest dat dit gedeelte niet ook de bestemming “Wonen” heeft gekregen. Eigenlijk mag er geen gebruik gemaakt worden van het toegangspad naar de woning om de woning te kunnen bereiken, omdat dit niet ten dienste is van de agrarische bestemming. 2015 – Inititiatiefnemer komt wonen op locatie en brengt wijzigingen aan. In 2015 is initiatiefnemer komen wonen op de locatie. De familie heeft het perceel, dat in verouderde staat was, opgeknapt en duurzaam gemaakt.
De familie bestaat uit 3 generaties en leeft autarkisch (zelfvoorzienend en onafhankelijk, niet afhankelijk zijn van anderen voor het produceren van goederen, diensten of energie). De bewoners van de Groene Zoom kijken vanuit hun tuin op de locatie. Bij iedere wijziging die op het perceel aangebracht wordt, klagen de buren van de Groene Zoom. Hierbij dienen zij klachten in bij de gemeente. De gemeente voert dan een inspectie uit en indien noodzakelijk wordt de benodigde vergunning aangevraagd. Tegen de verleende vergunningen werden, en worden, rechtsmiddelen ingezet. Het betreft verleende omgevingsvergunningen voor de door initiatiefnemer aangelegde moestuin achter op het perceel, het aanbrengen van oppervlakteverharding, het aanbrengen van oeverbeschoeiing, het verbouwen van een varkensstal, het aanplanten van knotwilgen langs de watergang waarop de bewoners van de Groene Zoom op uitkijken, en de aanleg van een natuurvriendelijke oever. Het naastgelegen perceel Westeinde 32/34 is inmiddels ook door initiatiefnemer aangekocht. In de afgelopen jaren is de relatie tussen de buren helaas onder druk komen te staan.
2021 –Herziening bestemmingsplan aangehouden Om tot een oplossing te komen, het verkrijgen van de juiste (woon)bestemming op de gronden en aanduidingen voor de moestuin en bouwwerken die al geruime tijd (meer dan 45 jaar) aanwezig zijn, is er door de initiatiefnemers voor gekozen om in 2020 een herziening van het bestemmingsplan aan te vragen. Dit bestemmingsplan zou een actuele planologische regeling opleveren die aansluit bij de bestaande gebruikssituatie. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 10 maart 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Door omwonenden zijn diverse zienswijzen ingediend. Op 7 december 2021 is het bestemmingsplan ter vaststelling besproken in de raadscommissie.
2022-2023 – Mediationtraject en concrete afspraken Tijdens de behandeling is op verzoek van de raadscommissie het voorstel teruggenomen. Op 14 april 2022 heeft er dossieroverleg met de raad plaatsgevonden. Afgesproken is dat er mediation toegepast moet worden alvorens het voorstel weer voor vaststelling aangeboden kan worden aan de raad. In september 2022 is dat verzoek opgepakt en de eerste individuele gesprekken met de deelnemers hebben in het voorjaar van 2023 plaatsgevonden. Nadien zijn er 5 gezamenlijke gesprekken gevoerd met de externe mediator. Het laatste gesprek op 12 mei 2025. Ook hebben er 2 bijeenkomsten plaatsgevonden bij de betreffende familie op het perceel Westeinde 30 waarbij nogmaals een toelichting gegeven is op de plannen aan een grotere groep omwonenden. Voor deze bijeenkomsten is een indiener van een zienswijze, op initiatief van initiatiefnemer zelf, niet uitgenodigd. Deze persoon heeft in de voorlaatste gesprek aangegeven niets te zien in een minnelijk oplossing: “er moet voldaan worden aan de geldende regels. Er staat teveel bebouwing”. De mediation heeft wel geleid tot concrete afspraken. Dit betreft een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan, te weten een wijziging van het achterste gedeelte van het terrein. Deze krijgt een aanduiding waarbinnen geen houtopstanden zijn toegestaan.
Bebouwing is reeds uitgesloten, omdat er geen bouwvlak is en de bestemming “Agrarisch met waarden” is. De vergunning voor de knotwilgen zal door de bewoners van Westeinde 30 worden ingetrokken en de bomen weggehaald onder voorwaarde dat de beroepsprocedures hiertegen ingetrokken worden. Deze afspraken zijn nog niet nagekomen. 2025 – Opnieuw bij de raad Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan stond na afronding van de mediation geagendeerd voor de Oordeelsvormende Commissie Ruimte en Financiën op 14 oktober 2025, maar is uiteindelijk niet in die vergadering besproken, in afwachting van de beslissing van de Raad van State en de Rechtbank op een aantal lopende rechtszaken (acht stuks). Dit laatste werd besproken en besloten in een dossieroverleg met de raad op 7 oktober 2025. 2026 – Uitspraken Raad van State en Rechtbank Zoals op 7 oktober 2025 gedeeld is met de gemeenteraad tijdens het dossieroverleg, zijn er drie beroepen in behandeling bij de Raad van State en vijf (toen zes, inmiddels is er één ingetrokken) in behandeling bij de rechtbank Den Haag. Op 25 februari 2026 heeft de Raad van State uitspraak gedaan. Op 6 maart 2026 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan. Hieronder volgt een korte samenvatting van de uitspraken en welke relatie deze uitspraken hebben met het voorstel over de vaststelling van het bestemmingsplan “Westeinde 30, Berkenwoude”.
Knotwilgen De beroepen bij de Raad van State die zien op de verleende omgevingsvergunning voor het aanplanten van de knotwilgen zijn ongegrond verklaard. Dit betekent concreet dat de verleende omgevingsvergunning voor de knotwilgen onherroepelijk is geworden. De knotwilgen mogen dus in principe aanwezig zijn op het perceel. Echter de bewoners willen uitvoering geven aan de gemaakte afspraken en zullen de knotwilgen verwijderen. Dit is ook in lijn met het vast te stellen bestemmingsplan. Met de aanduiding “Openheid” op het achterste gedeelte is het niet mogelijk om de gronden te beplanten. Kaasmakerij, varkensstal en mestsilo Het beroep bij de Raad van State gericht op het verzoek om handhaving van een kaasmakerij, een varkensstal/pinkenstal, en een mestsilo is ongegrond verklaard. In de bouwvergunning uit 1995 voor de bouw van een woning staat geen verplichting tot sloop voor diverse opstallen. De bouwwerken zijn op de paardenstal na legaal aanwezig. Het gebruik van de bouwwerken is in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan.
Er is een omgevingsvergunning verleend voor de herbouw van de varkensstal. In bezwaar is geconcludeerd dat eiser geen belanghebbende is bij dit besluit. De rechtbank heeft het beroep hiertegen ongegrond verklaard. De paardenstal Het beroep bij Raad van State gericht op het verzoek om handhaving van de paardenstal is ook ongegrond verklaard. Alhoewel de paardenstal niet legaal aanwezig is, is het onevenredig om daartegen handhavend op te treden. Voor de paardenstal was er sprake van concreet zicht op legalisatie ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar. Het is niet gebleken dat op dat moment op voorhand duidelijk was dat het ontwerpbestemmingsplan geen rechtskracht zou verkrijgen. Er is ook bij de rechtbank gevraagd om handhaving van de paardenstal, zowel de aanwezigheid als het gebruik van het bouwwerk. Dit verzoek om handhaving hebben wij afgewezen, omdat handhaving onevenredig is. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Gevolgen van de uitspraken: Voor de paardenstal is een aanduiding op de planverbeelding opgenomen. Op basis daarvan is het mogelijk een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor bouwwerken te verlenen. Hiermee wordt de aanwezigheid van dit bouwwerk legaal. Moestuin Het beroep bij Raad van State tegen de afwijzing handhavend op te treden is gegrond ten aanzien van de moestuin.
De moestuin is niet in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan. Om die reden hadden wij niet mogen afzien van handhaving. Er is een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van een moestuin. Wij zijn van mening dat een moestuin passend is binnen het bestemmingsplan. De rechtbank deelt deze mening niet in navolging van de uitspraak van de Raad van State. Er zal een nieuw besluit op bezwaar genomen worden. Er kan vooruitlopend op de vaststelling van het voorliggend bestemmingsplan medewerking verleend worden aan de aanleg van de moestuin. Op de planverbeelding behorend bij het ontwerpbesluit is een aanduiding ‘moestuin’ opgenomen. Ook op de planverbeelding behorend bij dit voorstel is deze aanduiding opgenomen. Daarnaast zal er duidelijkheid gegeven moeten worden op grond van welke beoordelingscriteria wij overgaan tot vergunningverlening van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Het bestemmingsplan geeft hiervoor geen criteria. Gevolgen uitspraak Raad van State: Doordat de moestuin op dit moment strijdig is met de regels van het bestemmingsplan zal er een nieuwe beslissing op bezwaar genomen moeten worden ten aanzien van het verzoek om handhaving. In bezwaar kan het verzoek om handhaving afgewezen worden vanwege het concrete zicht op legalisatie.
Op 2 juni 2026 zal er een besluit genomen worden over de vaststelling van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is een aanduiding voor de moestuin opgenomen. Op grond van die regels is de moestuin daar toegestaan zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Gevolgen van de uitspraak van de rechtbank: De moestuin kan gelegaliseerd worden, maar niet vergoot worden. Er is geen afzonderlijke omgevingsvergunning voor nodig. De moestuin krijgt in het vast te stellen bestemmingsplan een aanduiding moestuin. De moestuin is direct gelegen achter de woonbestemming. Verder is de moestuin geen wezensvreemd gebruik in het landelijk gebied. Het is omkeerbaar, groen en vegetatie. Bovendien is in de moestuin geen verharding aangebracht. De moestuin heeft een open karakter. Er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Vooruitlopend op de vaststelling van het bestemmingsplan kan de aanvullende activiteit vergund worden. Er is dan sprake van een legale situatie. Erfverharding
Het beroep bij de Raad van State tegen de afwijzing handhavend op te treden is ook gegrond ten aanzien van de erfverharding. De erfverharding is legaal aanwezig. Echter het gebruik ten behoeve van parkeren door de eigenaren is niet in overeenstemming met de gebruiksregels van het bestemmingsplan. Er zal een nieuw besluit op bezwaar genomen moeten worden. De omgevingsvergunning voor de aanleg van verharding is in bezwaar ingetrokken. De rechtbank is met ons van mening dat de verharding onder het overgangsrecht valt en er dus geen omgevingsvergunning benodigd is voor het wijzigen van de verharding. Gevolgen van de uitspraak van de Raad van State: Het gebruik van de erfverharding ten behoeve van het parkeren door de bewoners van de locatie Westeinde 30 wordt gelegaliseerd door vaststelling van het bestemmingsplan. De grond krijgt dan de bestemming “Wonen”. Het parkeren is dan toegestaan. Het is om die reden ook onevenredig om nu handhavend op te treden als legalisatie in het vooruitzicht is. Gevolgen van de uitspraak van de Rechtbank: De bestemming ten oosten van de woning van “Agrarisch met waarden” wordt gewijzigd naar “Wonen”. De erfverharding krijgt daarmee de bestemming “Wonen”. Het huidige gebruik voor het parkeren door bewoners die op het perceel wonen wordt daarmee passend binnen de regels van het bestemmingsplan.
Volgens de uitspraak van de rechtbank zal er een nieuwe beslissing op bezwaar genomen moeten worden. Het gebruik van de erfverharding ten behoeve van het parkeren door de bewoners van de locatie Westeinde 30 wordt ook gelegaliseerd door vaststelling van het bestemmingsplan. De grond krijgt dan de bestemming “Wonen”. Het parkeren is dan toegestaan. Het is om die reden ook onevenredig om nu handhavend op te treden als legalisatie in het vooruitzicht is. Laurierhaag Er is een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een laurierhaag en een houtwal. Volgens de rechtbank hebben wij dit besluit onvoldoende gemotiveerd. Wij zullen een nieuw besluit moeten nemen in bezwaar en daarbij het gebrek herstellen. De motivering zal moeten zien op het aspect landschap. Er is niet zelfstandig beoordeeld dat voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel 3.6.3, aanhef en onder c van het bestemmingsplan “Buitengebied 2011 Inmiddels is gevraagd om een aanvullend landschapsadvies. Gevolgen van de uitspraak: De verwachting is dat dit advies positief zal zijn en de verleende omgevingsvergunning in bezwaar in stand zal blijven. Het bestemmingsplan kent geen vergunningplicht voor het beplanten van gronden binnen een woonbestemming. Dus bij vaststelling van het bestemmingsplan zijn de laurierhagen legaal aanwezig op het perceel.
Voor alle aspecten geldt: als het bestemmingsplan vastgesteld wordt, staan wij sterker in eventuele opvolgende beroepsprocedures.
Beeldmateriaal Hieronder volgt een aantal foto’s hoe het perceel ontwikkeld is vanaf 1980 tot nu.
Bestemmingsplan oud en nieuw
Plankaart Buitengebied 1982, van toepassing tot 2009.
Buitengebied 2011, geldend bestemmingsplan
Vast te stellen bestemmingsplan