Bijlage 4d - Bijlage bij motivering 4. Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Zuidbroek 138 Bergambacht
Middelblok 191 Gouderak
R.J.S. Terlouw
IN OPDRACHT VAN
De Zwart – grondverzet B.V.
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Middelblok 191 Gouderak R.J.S. Terlouw
COLOFON:
© Bui-TeGewoon | groenprojecten ◊ publicatie 2023/21 Bergambacht, mei 2023 Auteur : R.J.S. Terlouw In opdracht van : De Zwart – Grondverzet B.V. Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. BUI-TEGEWOON | groenprojecten sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van BUI-TEGEWOON | groenprojecten en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
INHOUDSOPGAVE
1]
Inleiding en doel
3.
2]
Locatie plangebied
3.
3]
Doel en centrale vraagstelling
4.
4]
Criteria 4.1. Algemene criteria 4.2. Reikwijdte
4. 4. 5.
5]
Werkwijze
5.
6]
Voorgenomen ontwikkeling
7.
7]
Bureaustudie & veldonderzoek 7.1. Beschermde natuurwaarden 7.2. Soort bescherming 7.3. Raadpleging overige bronnen 7.4. Locatie bezoek
7. 7. 8. 9. 10.
8]
Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en –situaties 8.1. Algemeen 8.2. Habitat 8.3. Soorten en omstandigheden
13 13. 13. 14.
9]
Conclusies
17.
10]
Gebruikte bronnen
18.
BIJLAGEN. 1. 2.
Verantwoording ecologische deskundigheid – Bui-TeGewoon | groenprojecten Beknopte levering NDFF
1
2
1]. Inleiding en doel Op de locatie Middelblok 191 te Gouderak zijn een tweetal open schuren, erfverharding en een mestplaat aanwezig. De locatie zal opnieuw worden ingericht ten bate van het oprichten van een tweetal bedrijfsgebouwen. Hierbij wordt de westelijke schuur geheel sloopt. Van de oostelijke schuur blijft mogelijk een deel gehandhaafd. De erf verharding wordt aangepast en de mestplaat verwijderd. Het gehele terrein wordt heringericht. Voorafgaand aan een ruimtelijke procedure is ecologische informatie nodig om de voorgenomen ontwikkeling te onderbouwen. Hiervoor is het noodzakelijk om een QuickScan Wet Natuurbescherming op te stellen. De QuickScan moet inzicht geven in het mogelijk voorkomen van beschermde natuurwaarden op de te ontwikkelen locatie, alsmede of het ontwikkelingsplan effecten heeft op beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van de voorgenomen maatregel. Wanneer het aannemelijk is dat er beschermde soorten en/of situaties aanwezig zijn kan aanvullend onderzoek noodzakelijk blijken alvorens ontheffing kan worden aangevraagd.
Bij ruimtelijke ontwikkeling geldt dit voor soorten die zijn geplaatst in tabel 1 (beschermingsregiem soorten vogelrichtlijn), tabel 2 (beschermingsregiem soorten habitatrichtlijn) of tabel 3 (beschermingsregiem andere soorten) van de Wet Natuurbescherming of soorten en situaties die anderszins een vergelijkbare beschermde status hebben. Voor de verstoring of aantasting van beschermde natuurwaarden kan een ontheffing ex. artikel 3.3 van de Wet Natuurbescherming nodig zijn. Een QuickScan Wet Natuurbescherming heeft een verkennend karakter, dit houdt in dat bij mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten aanvullend onderzoek noodzakelijk kan zijn in de activiteit periode van de soort. Voor sommige soorten zijn hiertoe meerdere bezoeken noodzakelijk en/of is onderzoek in een vastgestelde periode van het jaar vereist. De Zwart-grondverzet B.V. heeft Bui-TeGewoon | groenprojecten verzocht een QuickScan Wet Natuurbescherming uit te voeren voor bovenvermelde locatie om de mogelijke aanwezigheid van soorten te verkennen en de effecten op beschermde gebieden te beoordelen. De onderhavige rapportage geeft de resultaten van deze QuickScan weer. 2]. Locatie plangebied Middelblok 191 te Gouderak valt in zijn geheel binnen het kilometerhok met nummer 107- 445 en is gelegen ten zuiden van de dijkweg Middelblok te Gouderak (gemeente Krimpenerwaard).
Aan de zuidzijde grenst het projectgebied aan NNN gebied Middelblok (onderdeel NNN Krimpenerwaard). De projectlocatie is weergegeven in onderstaand topografisch en kadastraal kaartbeeld.
Figuur 1. Ligging plangebied en kadastrale situatie
3
Een luchtfoto is opgenomen als figuur 2.
Figuur 2. Luchtfoto projectgebied (bron: Google earth)
3] Doel en centrale vraagstelling De QuickScan Wet Natuurbescherming wordt uitgevoerd om te bepalen of de geplande ontwikkeling passend kan worden uitgevoerd, of eventueel aanvullend onderzoek noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen eventueel moeten worden toegepast om tot een passende uitvoering te kunnen komen. De centrale vraagstelling is vierledig en luidt als volgt: · Zijn er voldoende ecologische gegevens beschikbaar omtrent het voorkomen van (zwaarder) beschermde flora en fauna in het projectgebied; Is er in het gebied habitat aanwezig waar (zwaarder) beschermde soorten voor kunnen komen; Heeft de voorgenomen ontwikkeling effect op beschermde gebieden in de invloedsfeer van het projectgebied; Zijn de beoogde werkzaamheden en maatregelen passend binnen de Wet natuurbescherming uitvoerbaar. 4] Criteria 4.1. Algemene criteria Op de onderhavige QuickScan zijn de volgende criteria van toepassing: Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een deskundige ecoloog die voldoet aan de hiervoor gestelde criteria.
Het onderhavige onderzoek is uitgevoerd door Bui-TeGewoon | groenprojecten, de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft ruim 30 jaar ervaring in verschillende functies als ecoloog en als regiohoofd terreinbeheer bij een natuur beherende organisatie (bijlage 1); Gegevens gebruikt ten bate van het onderzoek dienen objectief te zijn verkregen en uit betrouwbare bronnen voort te komen; De kwaliteit van het onderzoek dient aan de hand van de rapportage te kunnen worden beoordeeld door het bevoegd gezag; Omtrent de uitkomsten van het onderzoek dient begrijpbaar voor opdrachtgever en/of gebruiker te worden gerapporteerd; Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum.
4
4.2. Reikwijdte In deze ecologische Quick Scan wordt getoetst aan de soortbescherming en gebiedsbescherming van de Wet Natuurbescherming. Daarnaast wordt getoetst of er negatieve effecten zijn te verwachten op beschermde gebieden. Soortbescherming Onderzocht wordt of mogelijk verbodsbepaling uit de Wet Natuurbescherming worden overtreden bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden of gebiedsontwikkeling. De toetsing vindt plaats op vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1), habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5), andere soorten uit de wet Natuurbescherming (artikel 3.10) en het zorgplichtartikel (artikel 1.11). Gebiedsbescherming Er wordt onderzocht of er negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden. In de Wet Natuurbescherming gaat dat om Natura 2000-gebieden (artikel 2.7) of bijzondere nationale gebieden. Daarnaast wordt rekening gehouden met provinciaal beleid zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de provinciale verordening belangrijke weidevogelgebieden en strategische reservering natuur. Een wat grotere afstand tussen projectgebied en beschermd gebied betekent niet altijd dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op soorten die buiten een beschermd gebieden verblijven, de “externe werking” of effecten door depositie van stikstof.
Indien negatieve effecten op beschermde gebieden niet uitgesloten kunnen worden, is vervolg onderzoek nodig, zoals een ‘voortoets’ of ‘NNN-toetsing’. Deze nadere toetsing maakt geen onderdeel uit van deze Quick Scan. Ook het aanvragen van een ontheffing maakt geen onderdeel uit van een ecologische Quick Scan. Beoordeling Indien negatieve effecten op beschermde soorten of gebieden niet uitgesloten kunnen worden, wordt in eerste instantie beoordeeld of deze kunnen worden gemitigeerd of gecompenseerd. Ook wordt beoordeeld of effecten kunnen worden voorkomen door de werkzaamheden onder een ecologisch protocol uit te voeren. Hiervoor worden adviezen verstrekt die ter beoordeling kunnen worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk wordt geacht wordt dit vermeldt, de criteria waaraan dit dient te voldoen worden hierbij benoemd. Eventueel nader onderzoek maakt geen onderdeel uit van de onderhavige Verkenning Wet Natuurbeheer. Ook het aanvragen van een ontheffing maakt hier geen onderdeel van uit. 5]. Werkwijze Ten bate van de Quick Scan heeft zowel een bureauonderzoek als locatieonderzoek plaatsgevonden. Nadat een opdracht tot QuickScan is verkregen wordt in een oriënterend gesprek met bewoner en/of opdrachtgever de voorgenomen ontwikkeling verkend en worden plandocumenten als bijvoorbeeld aanwezige bouw- en inrichtingstekeningen ingezien.
Aansluitend vindt een bureaustudie plaats waarbij het gebied wordt verkend aan de hand van topografische atlassen, de websites “OpenTopo” en “Google Earth”. Gelet wordt op aanwezige gebieden, elementen en habitats als kleine landschapselementen, watergangen, en structuren als bijvoorbeeld bomenrijen, die aanwijzingen kunnen geven voor mogelijk gebiedsgebruik door fauna. Aan de hand van de bodemkaart en de website van het waterschap worden o.a. drooglegging, vigerend waterpeil en bodemsituaties beoordeeld. Speciale aandacht wordt besteed aan de aanwezigheid van mogelijk ingraafbare bodem als stroomruggen en zandopduikingen, die bijvoorbeeld in verband met het voorkomen van rugstreeppad kunnen worden gebracht en gebieden met een geringe drooglegging of extensief grondgebruik die habitat kunnen bieden aan beschermde flora en fauna. Om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden effect kunnen hebben op beschermde natuurgebieden, wordt gekeken of het projectgebied planologisch beschermd is en of er beschermde gebieden rond het projectgebied aanwezig zijn. De ligging wordt bepaald door gebruik te maken van de kaartmachines van het ministerie van Economische Zaken m.b.t. wettelijk beschermde gebieden en het raadplegen van de websites van de provincie.
5
Om de mogelijke aanwezigheid van (beschermde) flora en fauna te beoordelen wordt bij aanvang standaard een zogenaamde “beknopte levering” bij het NDFF geraadpleegd. Naast de beknopte levering wordt via verschillende zoekfuncties gericht gezocht naar mogelijke inventarisaties en rapportages van natuur en landschap uit het recente verleden. De website waarneming.nl wordt gecheckt op vermelde waarnemingen van soorten uit de Habitat- en Vogelrichtlijn alsmede Rode lijst soorten voor een periode tot vijf jaar terug. Verspreidingsatlassen van gegevens verzamelende organisaties worden geraadpleegd waarbij er rekening mee wordt gehouden dat de onderzoeksperiode van deze atlassen, voorafgaand aan publicatie, veelal leidt tot gegevens ouder dan 5 jaar die in sommige situaties als onvoldoende recent moeten worden beoordeeld. In diverse archieven en zoekmachines wordt gezocht naar relevante informatie met betrekking tot natuur en landschap in de afgelopen vijf jaar. De resultaten worden benut voor het opstellen van een checklist met mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of situaties. De op deze wijze verkregen lijst van mogelijk aanwezige soorten wordt vergeleken met de vermelde aantallen per soortgroep uit de beknopte levering NDFF.
Bovenstaande activiteiten leidt tot de definitieve lijst met mogelijk aanwezige soorten en habitats die als checklist wordt gehanteerd bij het locatiebezoek. Op basis van de volgens bovenstaande systematiek opgestelde lijst van (mogelijk) aanwezige soorten wordt een locatiebezoek gepland en uitgevoerd waarbij rekening wordt gehouden met tijdens het bureauonderzoek gevonden specifieke aandachtsvelden. Het terreinbezoek wordt opgesplitst in twee delen. In het eerste deel wordt de feitelijke situatie van het projectgebied en de aanwezige habitat gekarteerd. Hierbij worden (indien aanwezig) aantekeningen gemaakt van breedte en diepte van watergangen, aanwezige vegetatietypen waarbij, indien relevant, ook de kruidenrijkdom van graslanden, de botanische kwaliteit van oevervegetaties en de aanwezigheid van watervegetaties wordt beoordeeld. Aanwezigheid van bomen en houtopstanden en hier binnen eventuele aanwezigheid van holte bomen (als mogelijke verblijfplaats voor fauna) of lijnvormige structuren (migratieroute voor vleermuizen) worden eveneens geregistreerd. Nadat het projectgebied is verkend op basis van de aanwezige habitat wordt een tweede ronde door het projectgebied gemaakt. Tijdens deze rondgang wordt op voor beschermde soorten geschikt beoordeelde locaties/habitats, gericht naar tabel 1, 2 en 3 soorten volgens de Wet Natuurbescherming, gezocht.
Opstallen en kunstwerken als bijvoorbeeld bruggen worden gecheckt op muurplanten, holten en aanwezige nesten (bijv. voor huismussen geschikte daken, boerenzwaluwen onder bruggen, etc.) en bereikbare / inkruipbare ruimten als (plafonds / spouwmuren) en aanwezigheid van sporen van bijvoorbeeld vleermuizen en vogels (mest/ braakballen/prooiresten/etc.). Houtopstanden worden gecheckt op (jaarrond) beschermde nesten en geschiktheid als broedhabitat. Holte bomen worden met een spiegellamp of boomcamera gecontroleerd. Indien watergangen onderdeel uitmaken van de ontwikkelingslocatie wordt de geschiktheid voor beschermde soorten visueel beoordeeld. Indien watergangen waarin mogelijk beschermde soorten aanwezig kunnen zijn tot het projectgebied behoren, wordt met behulp van een standaard steeknet een eerste proefbemonstering uitgevoerd conform de hiervoor geldende protocollen van RAVON (amfibieën & vissen) en mollusken (Stichting Anemoon). Hierbij worden o.a. specifiek geschikte habitats voor beschermde vissoorten en platte schijfhoren bemonsterd. Van gevonden schijfhorenslakken wordt thuis een monster met behulp van een binoculair (10-30x) gedetermineerd om eventuele aanwezigheid van bijvoorbeeld platte schijfhoorn vast te kunnen stellen. Graslanden en oevervegetaties worden beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde plantensoorten en als broedhabitat.
Indien soorten als bijvoorbeeld ringslang, rugstreeppad, vleermuizen, groene glazenmaker, waterspitsmuis, etc. mogelijk voorkomen op de ontwikkelingslocatie kan aanvullend onderzoek worden geadviseerd. Wanneer het voorkomen van beschermde soorten of situaties wordt aangetoond of niet valt uit te sluiten, worden afhankelijk van de bevindingen voorstellen opgesteld voor aanvullend onderzoek of de aanvraag van een ontheffing. Ook kan het treffen van mitigerende maatregelen of uitvoering volgens een ecologisch werkprotocol worden geadviseerd. Dit kan zowel gericht zijn op soorten, situaties als het type van de werkzaamheden.
6
6]. Voorgenomen ontwikkeling Vanuit de opdrachtgever is de voorgenomen ontwikkeling toegelicht. Onderstaande informatie is hierbij verkregen: “De Zwart – Grondverzet B.V. dient de huidige bedrijfslocatie te verlaten als gevolg van de voorgenomen bouw van een woonwijk ten oosten van de kern Gouderak (gemeente Krimpenerwaard). Als alternatieve locatie is de huidige projectlocatie in beeld gekomen. Omtrent de verplaatsing heeft meerdere malen overleg met de gemeente Krimpenerwaard plaatsgevonden. Op de projectlocatie zijn een tweetal voormalige stallen/ schuren, erfverharding en een mestplaat aanwezig. De locatie zal opnieuw worden ingericht ten bate van het oprichten van een tweetal bedrijfsgebouwen. Mogelijk wordt een deel van de oostelijke opstal heringericht en zal niet worden gesloopt. De erf verharding wordt aangepast en de mestplaat verwijderd. Het gehele terrein wordt heringericht”.
7]
Bureaustudie en veldonderzoek 7.1] Beschermde natuurwaarden Gebiedsbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt o.a. de bescherming van natuurgebieden in Nederland. Het gaat daarbij om de bescherming van gebieden van nationaal belang (de Beschermde Natuurmonumenten) en van internationaal belang (Natura 2000). In een groot aantal gevallen overlappen de Beschermde Natuurmonumenten de gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000gebied. De waarden die behoren bij het Beschermd Natuurmonument zijn dan meegenomen in het Natura 2000 ontwerp of concept aanwijzingsbesluit. Beschermde Natuurmonumenten in de zin van de wet in de directe omgeving van de projectlocatie betreft N2000 Reeuwijkse plassen en polder Stein op circa 4.570 meter in noordelijke richting. Overige N2000 gebied liggen allen op meer dan 10 kilometer afstand van de projectlocatie (figuur 3). Het aangrenzende gebied heeft geen functie als foerageergebied zoals bedoeld op basis van de ‘externe werking’ voor doelsoorten uit de Reeuwijkse plassen. Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling worden geen effecten verwacht op N2000 gebieden. Nationaal Natuur Netwerk Het meest nabij gelegen NNN-gebied betreft de NNN polder Middelblok wat deel uitmaakt van het grote NNN gebied Krimpenerwaard. Het is gelegen op circa 50 meter ten zuiden van de projectlocatie.
Het aangrenzende deel van NNN polder Middelblok is begrenst voor de natuurbeheertypen Kruiden- en Faunarijkgrasland (N12.02). Het natuurbeheertype Vochtig weidevogelgrasland (N13.01) ligt op circa 400 meter ten zuiden van de projectlocatie. De activiteiten op de heringerichte projectlocatie krijgen een groene invulling die aansluit bij erfbeplantingen en inrichting in het aangrenzende bebouwingslint. De nieuwe inrichting leidt niet tot vergroting van het ruimte gebruik en blijft tevens binnen de afstand waarin het huidige bebouwing lint momenteel effect veroorzaakt op weidevogelbroedgebieden Op iets grotere afstand is één van de deelgebieden uit NNN Oevers Hollandse IJssel gelegen. Het betreft Oeverland Moordrecht op circa 1040 meter in noordwestelijke richting. Dit NNN gebied heeft de natuurbeheertype riviernatuur (N02.01), rietland (N05.02). Tussen de projectlocatie het NNN gebied is de dijkweg Middelblok gelegen en een aangesloten bedrijventerrein waardoor effecten op dit NNN gebied vanuit de projectlocatie zijn uitgesloten. De afstand tot en aard & omvang van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wordt door ons beoordeeld als geen effect veroorzakend op de doelstellingen van genoemde NNN gebieden.
Begrenzing leefgebied open grasland Graslandgebieden door de provincie Zuid-Holland begrenst als leefgebied open grasland en opgenomen in de provinciale verordening waardevol weidevogelgebied zijn niet op korte afstand van de projectlocatie aanwezig. Er zal geen effect optreden op vanuit de provinciale verordening Zuid-Holland beschermde situaties. Zie voor kaartbeeld figuur 4. Als gevolg van de aard en omvang van de werkzaamheden en de bestaand aanwezige verstoringszone van het aangrenzende gebied voor weidevogels, die niet wordt versterkt of vergroot, wordt geen effect van de voorgenomen ontwikkeling op weidevogels of andere natuurdoelen verwacht.
7
Figuur 3. Ligging projectgebied ten opzichten van beschermde natuurgebieden
7.2] Soort bescherming Beknopte levering NDFF Via het raadplegen van het Natuurloket m.b.v. de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) is beoordeeld welke informatie over het voorkomen van beschermde soorten aanwezig is en met welke volledigheid soorten in het gebied zijn onderzocht. De geleverde gegevens hebben betrekking op het voorkomen van soorten gedurende de periode 2012–2022. De NDFF rapportage van kilometer hok 107- 445 waarbinnen de projectlocatie is gelegen betreft de levering d.d. 14 april 2023 en laat zien dat het gebied voor vaatplanten, broedvogels, wintervogels, dagvlinders en libellen als goed onderzocht wordt beoordeeld. Als redelijk onderzocht wordt de soortgroep vleermuizen gemeld in de beknopte levering. Alle overige soortgroepen scoren een slechte of onbepaalde onderzoekintensiteit. Op basis hiervan moet de beschikbare ecologische informatie van het atlasblok waar binnen de projectlocatie is gelegen als redelijk tot matig onderzocht worden beoordeeld. Uit de groep van de vleermuizen worden drie soorten uit de Habitatrichtlijn voor het atlasblok vermeld. Voor de ‘Wet Natuurbescherming-andere soorten’ worden landzoogdieren (5) gemeld. Voor de vogelrichtlijn zijn 68 soorten broedvogels en 134 soorten wintervogels vastgesteld.
Als rode-lijst soorten worden vaatplanten (4), paddenstoelen (1), vleermuizen (1), landzoogdieren (3), broedvogels (14) dagvlinders (1) en sprinkhanen en krekels (1) soorten vermeld. De resultaten van de beknopte levering zijn samengevat in tabel 1. De rapportage is integraal opgenomen als bijlage 2.
8
Soort groepen
Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Land zoogdieren Vleermuizen Vogels - broedvogels -
wintervogels
Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen en krekels Over. ongewervelden
Onderzoek status NDFF
Wet Natuurbescherming
Rode lijst
Habitat richtlijn
Vogelrichtlijn
goed niet slecht onbepaald slecht redelijk goed
3 0 0 0 2 1
0 0 0 0 6 0
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 3
4
goed niet slecht niet goed slecht slecht goed onbepaald niet
0
0
31
0
0
105
0
1 0 0 0 0 0 0 0 0
5 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
2 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel 1. Voorkomen van beschermde soorten per soortgroep in kilometer hok 107-445 volgens NDFF
7.3.] Raadpleging overige bronnen Naast het beoordelen van de beknopte levering is de website Waarnemingen.nl bezocht en is gericht gezocht op voor het plangebied relevant geachte soorten voor de periode 01 januari 2016 tot heden. Voor de soortgroepen broedvogels, zoogdieren, vleermuizen, vissen en amfibieën zijn de verspreidingskaarten op de websites van RAVON, SOVON, VZZ, Vleermuisnet & EIS-Nederland beoordeeld en zijn de verspreidingsatlassen van deze soorten geraadpleegd. Opgemerkt wordt dat de periode van gegevens verzamelen voor veel publicaties en atlassen langer dan vijf jaar terug is geweest. Via gerichte zoektermen is actief gezocht naar publicaties en rapporten met betrekking tot inventarisaties en soorten uit het gebied. Door RAVON is in opdracht van provincie Zuid-Holland de verspreiding van ringslang, heikikker en rugstreeppad in beeld gebracht (Struijk R.P.J.H., Leeningen R.A. & Wagensveld T. van, 2020). Voor de aangrenzende polder Middelblok wordt sedert 1986 hoog frequent een BMP inventarisatie weidevogels uitgevoerd (Groen F.M. van 2018 & 2020; Terlouw R.J.S.,1986 tot 2021 & SOVON BMP- database ). Met betrekking tot vleermuizen is een rapportage uit 2021 aangetroffen van een locatie op circa 500 meter ten oosten van de projectlocatie, waarbij tevens een omgevingsscan is gemaakt (Terlouw R.J.S., 2021 / BTG.RAPP.2021/57).
Daarnaast zijn er meerdere karteringen beschikbaar van migratie routes van meer vleermuizen afkomstig uit de voortplantingslocatie langs de Gouwe ten zuiden van Waddinxveen die het Stroomkanaal en de Hollandse IJssel als foerageergebied gebruiken (o.a. Terlouw R.J.S., 2017-BTG.ARCH.nr.562 & Zwart N. de, 2019).
Ten slotte is het natuurarchief van Bui-TeGewoon | groenprojecten geraadpleegd. In dit archief bevinden zich registraties van waarnemingen, inventarisaties & onderzoek en natuurrapportages uit de periode 1969 tot heden in het bijzonder m.b.t. de Krimpenerwaard en Vijfheerenlanden. Relevante onderwerpen die werden aangetroffen betreffen: Een huismussen onderzoek langs het Middelblok uit 2021 (Terlouw R.J.S. 2021 / BTG.RAPP.2021/57), een boerenzwaluw kartering uit 2017 (Terlouw R.J.S., 2017-territorium kaart BTG.ARCH.nr. 505) en registraties van krabbenscheer en groene glazenmaker (Terlouw R.J.S., 2022 BTG.RAPP.2022/57). Van de soorten veenmol en ringslang, als mede van vele andere soorten zijn tientallen waarnemingen uit de directe omgeving opgenomen in de natuurregistraties van Buisman en Terlouw (Natuurregistraties Buisman en Terlouw, 1969-heden). Tenslotte is een landschap- ecologische beschrijving van polder Middelblok beschikbaar uit 2021 (Terlouw R.J.S., 2021 – BTG.ARCH-nr. 1050)
9
7.4.] Locatie bezoek Op 20 april 2023 heeft een omgevingsbezoek plaatsgevonden in de ruime omgeving van de projectlocatie om te beoordelen of mogelijke effecten van het ontwikkelingsplan op natuurwaarden binnen het projectgebied en/of in de directe omgeving kunnen optreden. Aansluitend is de projectlocatie bezocht, waarbij de betrokken locatie en opstallen, zowel in- als uitwendig, zijn geïnspecteerd en beoordeeld op aanwezige of mogelijk aanwezige soorten en habitats. A – Opstallen De beide opstallen en de mestopslag worden afzonderlijk van elkaar beschreven in de onderhavige rapportage. Om de locaties inzichtelijk te maken zijn deze van een locatie nummering voorzien die is opgenomen als figuur 4.
Figuur 4. Nummercodering van de betrokken opstallen, beplantingen, etc. t.b.v. beschrijvingen
Opstal 1 betreft een voormalige veestal. De wanden zijn enkele jaren terug door de voormalig eigenaar verwijderd waardoor het een geheel open constructie met staalplaten dak betreft. De vloer bestaat uit beton. Het geheel heeft ruime invloed van weeromstandigheden en biedt geen beschutte ruimten. Op de spanten is mogelijkheid tot het bouwen van een nest door bijvoorbeeld duiven. De gehele opstal is geïnspecteerd er zijn geen sporen van (recent) gebruik door dieren aangetroffen.
Figuur 5. Foto impressie opstal nr. 1 – voormalige stal zonder wanden
10
Opstal 2 staat direct in het verlengde van opstal 1 en is van iets latere bouwdatum. Het betreft eveneens een voormalige veestal. Ook hier zijn de wanden enkele jaren terug door de voormalig eigenaar verwijderd waardoor het een geheel open constructie met staalplaten dak betreft. De vloer bestaat uit beton. Het geheel heeft ruime invloed van weeromstandigheden en biedt geen beschutte ruimten. Op de spanten is mogelijkheid tot het bouwen van een nest door bijvoorbeeld duiven. De gehele opstal is geïnspecteerd op sporen van (recent) gebruik door dieren. Tegen de zuidelijke kopgevel werd een roestplaats van de soort torenvalk aangetroffen. Er zijn geen geschikte omstandigheden om te broeden. De locatie wordt daardoor niet aangemerkt als jaarrond beschermde nestlocatie. Er zijn voldoende alternatieven voor de soort torenvalk in de ruime omgeving voor slaapplaatsen beschikbaar. Om de soort te faciliteren wordt geadviseerd om een nestkast voor de toprenvalk op het terrein te plaatsen. Een fotobeeld is weergegeven als figuur 6.
Opstal 1 Figuur 6. Foto impressie opstal nr.2
Opstal 3 is direct verbondne met opstal 4. Het betreft het voormalige tanklokaal van de melkinstallatie en een als schuur/werkplaast gebruikt deel van de oostelijk geplaatste opstal. Aan de noordzijde is d eopstal geslotem met metselwerk en een garagedeur. Inpandig loopt het geheel in een opverbinding door in opstal 4, een voormalige melkstal. Aan de westzijde is geen deur meer aanwezig, van de achterliggend e stal die in open verbbinding staat zijn door de voormalige eiegenaar de stalen wandplaten enkele jaren terug verwijderd. Het geheel is door open waardoor weerinvloeden vrij spel hebben. Er is veel tocht en de ruimte is erg licht. Er zijn geen aanhechtingsplaatsen of in of onderkruipbare delen aanwezig. De opstal is geheel geinspecteerd op de aanwezigheid van dieren en/of sporen die op recent gebruik door dieren wijzen. Deze zijn niet aangetroffen. Een fotobeeld is weergegeven als figuur 7.
Figuur 7. Foto impressie opstal 3 – voormalig tanklokaal en werkplaats
Opstal 4 betreft de voormalige melkstal. Ook hier zijn in enkele jaren terug de staalplaten wanden door de vorige eigenaar verwijderd, waardoor een open constructie is achtergebleven waar weer invloeden vrij spel hebben. Ook deze locatie is erg licht en heeft geen in of onderkruipbare ruimten waar dieren kunnen verblijven. De opstal is geheel geinspecteerd op de aanwezigheid van dieren en/of sporen die op recent gebruik door dieren wijzen. Deze zijn niet aangetroffen. Een fotobeeld is weergegeven als figuur 8.
Figuur 8. Foto impressie opstal nr. 4.
11
B] - Erf De erf verharding bestaat volledig uit betonmaterialen als stelconplaten, betonklinkers en gestort beton. Aan de achterzijde van de voormalige stalruimten gaat het perceel direct over in grasland. Dit betreft graslanden die steeds kort zijn gemaaid of begraasd en die voortkomen uit een agrarisch gebruik met gangbare mestgiften en maaisneden. De percelen betreffen een productie grassenmix met beperkte aanwezigheid van algemene kruiden. Er zijn geen beschermde planten aangetroffen. Op het achterdeel is een voormalige mestplaats aanwezig die nu in gebruik is voor de berging van snoei afval uit een naburige tuin, opslag van bestratingsmateriaal en opslag van grond. De locatie is in de huidige vorm geschikt als verblijfplaats voor kleine zoogdieren en als winterslaap gebied voor soorten als egel en ringslang. Ruimen van het opgeslagen groenafval en de grondhoop dient hierdoor plaats te vinden buiten de winterrustperiode die op basis van potentieel soortspectrum wordt gesteld op 1 oktober - 15 maart Binnen het projectgebied dis geen opgaande beplanting aanwezig. Er worden geen watergangen gedempt of anderszins beïnvloed vanuit de voorgenomen ontwikkeling.
Figuur 9. Impressie erf en mestplaat
C.] - Omgeving De projectlocatie is gelegen in een open lintbebouwing langs dijkweg Middelblok in Gouderak. Aan de overzijde van de dijkweg zijn loodsen van een bedrijventerrein gevestigd. De lintbebouwing van het Middelblok heeft een verspreid een redelijke tot goede bezetting van soorten uit de erffauna gemeenschap op de meer open delen met weinig beplanting zoals ter hoogte van de projectlocatie is de bezetting van erffauna beperkt aanwezig (Natuurregistraties Buisman en Terlouw, diverse jaren). Zie figuur 10.
Figuur 10. Omgeving projectlocatie
12
8]
Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en situaties 8.1.] Algemeen In het projectgebied en de directe omgeving (beïnvloeding aspecten) worden op basis van uitgevoerd bronnenonderzoek, archiefmateriaal, de regionale ligging, de aanwezige habitats en het migratiegedrag van diersoorten, een aantal beschermde soorten of situaties mogelijk aanwezig geacht. Deze tijdens de Quick Scan te onderzoeken soortgroepen en soorten zijn met een korte onderbouwing weergegeven in tabel 2 en vormde de basis voor het onderzoeksplan tijdens het locatie bezoek.
Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Zoogdieren land vleermuizen Vogels broedvogels wintervogels Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen/krekels Over. ongewervelden Algemene Zorgplicht
Onderzoek status NDFF
Check uitvoeren
goed niet slecht onbepaald slecht redelijk goed goed niet slecht niet goed slecht slecht goed onbepaald niet
ja niet niet niet ja ja ja niet ja ja niet niet niet niet niet niet niet ja
Mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of omstandigheden op basis van landschapstypen (laagveen en rivierengebied) Let ook op muurplanten Geen wet NB soorten te verwachten Geen wet NB soorten te verwachten Geen wet NB soorten te verwachten Check op verblijfsplaatsen Check op verblijfs-, paar-, voortplantings-, foerageer- en migratiehabitat Check opstallen en begroeiingen op broedvogels en beschermde nesten Geen NB soorten te verwachten Let op overwinteringshabitat Let op potentiële verblijfplaatsen ringslang die bekend is uit het gebied Geen water in projectplan betrokken Geen habitat beschermde soorten aanwezig
Geen water in plangebied betrokken; geen habitat imago’s aanwezig Geen geschikt habitat aanwezig Uitsluitend platte schijfhoren relevant in omgeving; geen water in project gebied; Vast onderdeel QuickScan Wet Natuurbescherming Tabel 2. Onderzoeksplan bij locatie bezoek mogelijk aanwezige beschermde soorten en situaties
Op basis van deze analyse is tijdens het bureauonderzoek gericht gezocht naar aanvullende informatie en waarnemingen uit de periode 01-01-2015 tot heden via de website Waarneming.nl. Uit deze check is geen aanvullende informatie of informatie anders dan vermeld in paragraaf 7.3. vermeld verkregen. Tijdens het locatiebezoek is, naast het totaal beeld, extra gelet op habitat en/of omstandigheden waarbij mogelijk aanwezige soorten uit deze soortgroepen zouden kunnen voorkomen. 8.2.] Habitat Zoals beschreven in paragraaf 7.2 tot 7.5 zijn onderstaande biotopen niet in het projectgebied aanwezig of worden niet door de voorgenomen ontwikkeling beïnvloed: Rietlanden en ruigten; Water en watergerelateerde soorten (vissen, larven amfibieën & libellen, platte schijfhoren); Sprinkhanen (geen schrale en bloemrijke vegetaties aanwezig); Dagvlinders, libellen (geen habitat aanwezig).
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen effect zal hebben op soorten uit bovengenoemde soortengroepen of die zijn gebonden aan genoemde habitats. De aanwezige habitat waar mogelijk effecten kunnen optreden bij de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten en situaties vanuit de Wet natuurbescherming betreffen vaatplanten (vegetaties & muren), winterschuilplaatsen (amfibieën, ringslang, vleermuizen, landzoogdieren), broedvogels (beplantingen, gebouwen) en vleermuizen (foerageer-, migratie-, paar-, verblijfs- & voortplantingshabitat) Deze soorten, soortgroepen en de habitat van deze soorten zijn meer specifiek beoordeeld tijdens de onderhavige QuickScan Wet natuurbescherming.
13
8.3.] Soorten en omstandigheden In de onderhavige paragraaf worden alleen de resultaten van soorten en omstandigheden nader beschreven die op basis van bovenstaande onderzoeken mogelijk aanwezig kunnen zijn, het betreft: Vaatplanten Aan de muren van de betrokken opstallen zijn geen muurplanten aangetroffen. Een groot deel van de projectlocatie is van beton verharding voorzien. Randzones hebben een graslandvegetatie. Dit betreft steeds grasdominante vegetaties vanuit een voormalig agrarisch gebruik. De grasvegetatie bestaat uit een mix van productiegrassen met verspreid enkele algemene kruiden in lage dichtheid. Er zijn geen (beschermde) planten of vegetaties aangetroffen. De aangetroffen vegetaties zijn niet karakteristiek voor beschermde plantensoorten. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel vaatplanten zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Landzoogdieren Het terrein is niet geschikt voor zwaarder beschermde soorten landzoogdieren. Algemene soorten zoogdieren als muizen, mol en bruine rat zullen naar verwachting aanwezig kunnen zijn binnen de projectlocatie. Voor niet zwaarder beschermde, maar als kwetsbaar beoordeelde, soorten biedt het terrein mogelijk habitat aan de soort egel, in het bijzonder het opgeslagen tuin snoeihout kan een overwinteringsplek vormen.
Ruimen van het snoeihout voorafgaand aan het verwijderen van de voormalige kuilplaat dient buiten het overwinteringsseizoen plaats te vinden. Het vrijwaringsseizoen wordt bepaald op 1 oktober- 15 maart. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er bij uitvoering van het ontwikkelingsplan geen belemmeringen vanuit het onderdeel zoogdieren in de Wet natuurbescherming optreden. Vanuit het zorgvuldigheidsbeginsel Wet natuurbescherming wordt geadviseerd het snoeihout op de voormalige kuilplaat/mestplaat buiten het overwinteringsseizoen (1 september- 15 maart) te ruimen. Vleermuizen Voor het atlasblok waar binnen de projectlocatie is gelegen worden drie soorten vleermuizen gemeld in de NDFF documentatie. Vanuit eerder uitgevoerde vleermuisonderzoeken op verschillende plaatsen langs het Middelblok zijn vijf vleermuissoorten bekend (o.a. Terlouw R.J.S., 2017, -BTG.ARCH.nr. 562, Terlouw R.J.S., 2021, BTG.RAPP. 2021/57 & Zwart N. de 2019). Het betreft de soorten: laatvlieger, gewone- en ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. De bij de projectontwikkeling betrokken opstallen zijn geïnspecteerd op aanwezigheid van vleermuizen, sporen die op (recent) verblijf wijzen als keutels, afgebeten vleugels van prooidieren, etc. en/of geschikte locaties voor vleermuizen om zich te vestigen.
Er zijn tijdens dit bezoek geen vleermuizen, sporen van vleermuizen of mogelijke verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. De opstallen zijn volledig open, wind, neerslag en daglicht hebben vrij spel. Er zijn geen geschikte inof onderkruipbare ruimten aanwezig Wij sluiten de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in of om de projectlocatie op basis van onze waarnemingen uit. Langs het bebouwingslint van de Middelblok zijn op verschillende plaatsen voor vleermuizen geschikte opstallen aanwezig. Daarnaast zijn delen van het bebouwingslint geschikt als foerageergebied en vliegroute. Langs de in de nabijheid gelegen Hollandse IJssel met de aftakking naar zowel het Stroomkanaal naar de Gouwe als het gekanaliseerde deel richting Gouda wordt door meerdere soorten vleermuizen regelmatig gefoerageerd (o.a. Boer E.J.F de, C. Heunks & R. van Eekelen, 2007 & Zwart N. de 2019). Ter plaatse van de projectlocatie is vrijwel geen beplanting aanwezig die als geleiding voor vliegroutes of foerageer habitat kan functioneren. Om verstoring van migrerende en foeragerende vleermuizen te voorkomen dient bij de ontwikkeling terughoudend met bouwplaats verlichting te worden omgegaan. Indien bouwplaats verlichting noodzakelijk is, dient te worden gewerkt met gerichte lichtbronnen zonder uitstraling effect.
Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat de betrokken opstallen ongeschikt zijn als winter-, kraam- & paarverblijfplaats of anderszins geschikt zijn voor verblijvende vleermuizen; Foerageerhabitat en vliegroutes zijn in de directe omgeving aanwezig. Op basis van afstand tot de dijkweg en ongeschiktheid van de projectlocatie als vliegroute en/of foerageergebied zal geen effect op vleermuizen optreden.
14
Broedvogels en jaarrond beschermde nesten De opstallen zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van sporen die wijzen op het gebruik door vogels. In opstal 2 werd een regelmatig gebruikte slaapplaats van de soort torenvalk vastgesteld. Overwogen kan worden een torenvalken nestkast te plaatsen aan de nieuwbouw of op een paal op het achtererf. Er is geen mogelijkheid voor het bouwen van een nest door jaarrond beschermde soorten. Sporen van broeden de vogels zijn niet aangetroffen. Mogelijk kunnen algemene niet jaarrond beschermde vogels de overkapping gebruiken om een nest te bouwen. Gedacht moet worden aan duiven. Voor boerenzwaluwen is de locatie te veel door daglicht beïnvloed. Geadviseerd wordt voor het slopen een vogelcheck uit te voeren. Bij het aantreffen van inheemse soorten broedvogels dienen de werkzaamheden te worden uitgesteld tot de nestlocatie geheel buiten gebruik is. Op het erf zijn een geen beplantingen aanwezig. De locatie bevindt zich in de nabijheid van de rivier de Hollandse IJssel. Op circa 1000 meter naar het noorden, in de ecologische zone ten westen van de wijk Westergouwe, is een oeverzwaluwkolonie gevestigd. Deze beide aspecten vergroten de kans dat wanneer ten bate van de bouw ontgraven grond of zandige bouwmaterialen in depot worden gezet tijdens het broedseizoen oeverzwaluwen zich kunnen vestigen.
Om vestiging van oeverzwaluwen te voorkomen wordt geadviseerd om geen grond- of zandig materiaal in hopen op te slaan in de periode begin april – eind juli. Indien opslag van grond/zand noodzakelijk is dient dit in een flauw taludhelling (<45 graden) of in een laag depot te worden afgewerkt. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen ontheffing aanvraag voor het onderdeel broedvogels en jaarrond beschermde nesten noodzakelijk is, mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt en of voorafgaand aan werkzaamheden een broedvogelcheck op de te bewerken locaties wordt uitgevoerd. Als preventieve maatregelen worden de volgende maatregelen geadviseerd: o Op hopen geplaatste bouwmaterialen als zand, grind en grond in de periode april- juli dienen te worden voorkomen. Indien materialen in deze periode moeten worden geplaatst dienen ze in flauw talud of als laag depot te worden afgewerkt. Amfibieën en ringslang Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van geschikte habitat voor amfibieën en ringslang. Er is geen water in het projectplan betrokken. Larvale stadia van amfibieën kunnen daardoor worden uitgesloten. De landhabitat is als ongeschikt beoordeeld voor amfibieën. Ingraafbare bodem of onderkruipbare funderingen voor overwinteren zijn niet aanwezig. Het enige reptiel dat in de Krimpenerwaard wordt aangetroffen betreft de ringslang.
Polder Middelblok bevindt zich in het hart van het verspreidingsgebied van de soort. De ringslang kan dan ook in het gebied als algemeen en wijd verbreidt worden gekenschetst (Buisman & Terlouw, diverse jaren). Van de ringslang is recent vastgesteld dat het niet de inheemse ringslang (Natrix helvetica), maar de Oostelijke ringslang (Natrix natrix persa) betreft die zich door riettransport uit Oost-Europa door een bedrijf aan het Middelblok heeft weten te vestigen. Op basis hiervan dient de ringslang in de Krimpenerwaard als exoot te worden beoordeeld (Struijk R.P.J.H, etal in RAVON-tijdschrift 78, september 2020). Omdat duidelijkheid van het bevoegd gezag omtrent het al dan niet aanmerken van de ringslangpopulatie in de Krimpenerwaard als exoot vooralsnog ontbreekt, is de ringslang als inheemse fauna beoordeeld voor de projectlocatie. Gebleken is dat er een mogelijk overwinteringshabitat voor de soort ringslang aanwezig is op de projectlocatie in de stapel opgeslagen stenen en het opgeslagen snoeihout. Deze materialen dienen buiten het overwinteringsseizoen van de ringslang te worden verwijderd. De periode waarin deze materialen niet kunnen worden verwerkt of uitgenomen betreft 1 oktober- 15 maart.
Indien tijdens de bouw, bijvoorbeeld ten bate van het ontgraven van de funderingen, grond in depot wordt geplaatst of bouwmaterialen als los gestort materiaal worden opgeslagen dient te worden voorkomen dat zich hierin amfibieën of ringslangen vestigen voor de overwinteringsperiode. Het plaatsen van een amfibieënscherm rondom eventueel aanwezige grond- of zandhopen om vestiging van amfibieën of ringslangen te voorkomen gedurende de periode oktober-maart wordt als preventieve maatregel geadviseerd.
15
Geconcludeerd is dat er geen belemmeringen zijn van uit de soortgroep amfibieën en reptielen met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden, mits de opgeslagen steen materialen en het snoeihout buiten het overwinteringsseizoen worden verwijderd. Deze periode is bepaald op 1 oktober- 15 maart; Als preventieve maatregel dient de aanwezigheid van ingraafbare bodem tijdens de overwinteringsperiode van amfibieën en ringslangen te worden voorkomen door geen materialen in bulk op te slaan of een amfibieën scherm om deze situaties te plaatsen in de periode oktober- begin maart). Algemene zorgplicht voor wilde flora- en fauna Conform de Wet natuurbescherming geldt voor alle soorten een zorgplicht (artikel 1.11). Voor de voorgenomen werkzaamheden worden geen andere situaties verwacht dan bij de beoordeling van soortgroepen en situaties is beschreven. Er is dan ook geen aanleiding om extra maatregelen vanuit de algemene zorgplicht te treffen anders dan hierboven vermeld. Wel is het steeds raadzaam om tijdens de bouwactiviteiten alert te zijn op de aanwezigheid van fauna en indien dieren worden gesignaleerd deze zorgvuldig te verplaatsen naar een veilige locatie in de omgeving en advies in te winnen bij een ecoloog.
Als algemene beschermende en mitigerende maatregelen voor het onderhavige projectgebied worden de volgende onderdelen geadviseerd: Het steeds voorhanden hebben van enkele emmers of kuipen om eventueel aangetroffen dieren apart te kunnen zetten. Indien dieren tijdelijk worden opgeslagen dienen deze binnen maximaal één uur na de vondst te worden uitgezet op een geschikte locatie voor de soort buiten het projectgebied. Eventueel opgeslagen dieren in kuipen dienen op een beschutte en schaduwrijk plaats te worden bewaard; Het laten uitvoeren van een broedvogelcheck indien wordt gesloopt in de periode 1 maart – 1 augustus; Het op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij aantreffen van mogelijk beschermde situaties m.b.t. de Wet Natuurbescherming.
16
9] Conclusie De ontwikkelingslocatie gelegen aan de Middelblok 191 te Gouderak (gemeente Krimpenerwaard), gelegen op het kadastrale perceel Gouderak sectie B nummer 4805 gedeeltelijk is zowel administratief als door middel van veldonderzoek beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en situaties in het kader van de Wet Natuurbescherming en op de ligging ten opzichte van Beschermde Natuurgebieden. Gebleken is dat er geen effecten zullen optreden die van invloed zijn op beschermde gebieden. M.b.t. soortbescherming leiden de bevindingen niet tot de noodzaak voor het aanvragen van een ontheffingen en of een specialistisch vervolg onderzoek, mits aan mitigerende en compenserende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan. De conclusies zijn onderstaand tabelmatig samengevat, aanbevelingen ten bate van preventieve of mitigerende maatregelen zijn bij de betreffende soortgroepen puntsgewijs weergegeven. Samenvattende tabel QuickScan Middelblok 191 Gouderak Soortgroep (beschermde soorten) Vaatplanten
- algemeen - muurvegetaties Mossen & korstmossen
Habitat geschikt
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Ontheffing
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee N.v.t.
Nee N.v.t.
Nee Nee
Nee Nee
- algemeen
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Nee
- jaarrond beschermd - vliegroute - foerageergebied - kraamverblijven
Nee
Nee Nee Nee Nee
Nee
Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
- winterverblijven
Nee
Nee
Nee
Nee
Grondgebonden zoogdieren
Nee
Nee
Nee
Nee
Amfibieën
Nee
Mogelijk
Nee
Nee
Reptielen
Nee
Mogelijk
Nee
Nee
Vissen
Nee
Nee
Nee
Nee
Vlinders & libellen
N.v.t.
N.v.t.
Nee
Nee
Overige ongewervelden
Nee
Nee
Nee
Nee
Broedvogels
Vleermuizen
Opmerkingen
Slopen van de opstallen buiten het broedseizoen 1 maart – 1 augustus of na vrijgave vanuit een vogelcheck door een ecoloog; Geen opslag van grond en zandhopen in het broedseizoen of afwerken in taludhelling < 45 graden;
Geen opslag van grond en zandhopen in de periode dat amfibieën en ringslangen de overwintering locatie betrekken of afschermen met een amfibieënraster in de periode oktober –begin maart;
Algemene zorgplicht Wnb
Algemene zorgplicht flora & fauna Ja
Gebiedsbescherming Natura 2000 Programmatische aanpak Stikstof (PAS) Natuur Netwerk Nederland Weidevogelkerngebied
Algemene zorgplicht voor flora en fauna geldt voor alle in het wild levende planten en dieren in Nederland (art 1.11 Wnb). Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient dan ook steeds rekening te worden gehouden met flora en fauna. Bij aantreffen van dieren dienen deze voorzichtig buiten de projectlocatie op een geschikte plaats te worden gebracht. Bij twijfel dient ecologisch advies te worden ingewonnen. Geadviseerd wordt relevante genoemde maatregelen onder de paragraaf algemene zorgplicht toe te passen.
Afstand tot
Ingreep verstorend
Vergunning plichtig
4.5670 m n.v.t. 75 m n.v.t.
Nee n.v.t. Nee Nee
Nee Nee Nee Nee
Opmerkingen
Overige relevante zaken N.v.t.
Tabel 3. Samenvatting bevindingen QuickScan Wet Natuurbescherming Middelblok 191 Gouderak
17
10]
Gebruikte bronnen
Locatie specifieke literatuur Boer E.J.F de, C. Heunks & R. van Eekelen [2007]: Bepaling compensatie opgave natuur N207 Zuidwestelijke Randweg Gouda Bureau Waardenburg, rapp. nr. 06-129 Boogaard B. van den, R.G. Verbeek & J.D. Buizer [2019]: Icoonsoorten Zuid-Holland, projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de provincie Zuid-Holland Bruijnzeel L.W. & L.G.M. Schotman [2011]: Onderbouwing verstoringsafstanden voor weidevogelpopulaties. A&W rapport 1642/Alterra rapport 2184 Buisman D. & R.J.S. Terlouw, [diverse jaren]: Kartering territoria boomvalk in de Krimpenerwaard Buisman, D. & R.J.S. Terlouw [1969-heden]: Natuurregistraties in de Krimpenerwaard e.o. Archief Bui-TeGewoon| groenprojecten BIJ12 [2012]: Soort inventarisatie protocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017; Dietz Chr., O von Helversen & D. Hill [2009]: Vleermuizen van Europa en Noordwest Afrika – VZZ, Nederland Dietz Chr. & A. Kiefer [2017]: Veldgids vleermuizen van Europa – KNNV uitgeverij Emond D., J. van Zundert & P.J. de Gier [2017]: Natuurverkenning krachtige IJsseldijken. Bureau Waardenburg B.V. rapport nr. 2017-004 Gemeente Krimpenerwaard [2016]: Gemeentelijk bomen beleidsplan 2016 Groen F.M. van [2018 & 2020]: Weidevogels in Zuid-Hollan.
Goes & groot rapport 2018-99 & 2020-202 Hoogheemraadschap van Rijnland [2016]: Advies natuurwaarden IJsseldijk Gouda (Veerstal) - BügelHajema 2016 Knoops D.F. [2020]: QuickScan Wet natuurbescherming Middelblok 209 te Gouderak. Blom Ecologie B.V. 2020 Natuur en vogelwerkgroep Krimpenerwaard (2022): Uilen nieuwsbrief 2022 Programmabureau Veenweiden Krimpenerwaard (2018): Inrichtingsplan Krimpenerwaard, 2018. Programmabureau Veenweiden Krimpenerwaard Ridder, R. de& A. Bijlmer [2013]: Versnipperingsgevoelige soorten behouden in de Krimpenerwaard Analyse van de effecten van herijkingsopties. Dienst Landelijk gebied. Struijk R.P.J.H., Leeningen R.A. & Wagensveld T. van [2020]: Actualisatie verspreiding kamsalamander, rugstreeppad en heikikker ZH RAVON – rapport 2018-49 Struijk R.P.J.H. et al [2020]: gestreepte ringslangen in Nederland – RAVON tijdschrift jrg.22, nr. 3 september 2020 pag. 54-57 Terlouw R.J.S. [1986-2021]: weidevogel inventarisaties BMP polder Middelblok -Archief Bui-TeGewoon|groenprojecten & SOVON-database Terlouw R.J.S. [2017]: Inventarisaties Vleermuizen “Landgoed Middelblok” Gouderak. – BTG.ARCH.nr. 562 Terlouw R.J.S. [2017: Kartering boerenzwaluw territoria langs het Middelblok te Gouderak – BTG.ARCH.nr. 505 Terlouw R.J.S. [2021]: Aanvullend onderzoek Wnb Huismus en Vleermuizen Middelblok 205 Gouderak –BTG.RAPP.2021/57 Terlouw R.J.S.
[2021] polder Middelblok, landschap ecologische beschrijving BTG.ARCH.nr. 1250 Terlouw R.J.S. [2022]: QuickScan Wnb Middelblok 187a Gouderak. BTG.RAPP.2022/41 Terlouw R.J.S. [2022]: Krabbenscheer en groenen glazenmaker inventarisatie t.b.v. NNN Krimpenerwaard 2022. BTG.RAPP.2022/57 SOVON Vogelonderzoek Nederland [2018]: Atlas van de Nederlandse vogels. - SOVON-vogelonderzoek Nederland, 2018 Spijker R.R. [2018]: Soortgericht onderzoek Middelblok 37-39 Gouderak. Aqua-Terra Nova rapport nummer 2180120/AQT 309 FF/RaS Zwart N. de [2019]: Vleermuisdetectie langs Hollandse IJssel bij Gouda. Brief Rapport N. de Zwarte 15 augustus 2019 Geraadpleegde websites: www.ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ahn4 www.bodemdata.nl www.boerenbunder.nl www.boerenlandvogelsnederland.nl www.bom.services.geodesk.nl/bom_2018/index. www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap www.collectiefkrimpenerwaard.nl www.eis.nl www.googleearth.nl
www.hhsk.nl www.ndff.nl www.nvwk.nl www.kenniscentrumweidevogels www.atlas.odmh.nl/html5viewer www.opentopo.nl www.pdok/viewer.nl www.ravon.nl www.RUG/stikstofgevoeligenatuur
www.sovon.nl www.veenweidenkrimpenerwaard.nl www.vleermuisnet.nl www.vzz.nl www.waarneming.nl www.weidehofkrimpenerwaard.nl www.zuid-holland.nl/interactievekaarten/ www.zuidhollandslandschap.nl
18
BIJLAGEN BIJLAGE 1.
Verantwoording ecologische deskundigheid - Bui-TeGewoon | groenprojecten
Definitie deskundig ecoloog (Bron: Dienst Regelingen, van het Ministerie van Economische zaken). Het ministerie van Economisch zaken, verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis moet zijn opgedaan doordat de deskundige: Op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of Op MBO niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt de Flora- en faunawet, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of Als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau wat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Landschappen, Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied voor soortenmonitoring en/of bescherming.
Verantwoording deskundigheid Bui-TeGewoon, groenprojecten. De ecologische begeleiding namens de opdrachtgever is uitbesteed aan bureau Bui-TeGewoon | groenprojecten. Vanuit dit bureau zullen de werkzaamheden worden gecoördineerd en het ecologisch deel worden uitgevoerd door de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft specialisatie ontwikkeld in inrichting en beheer van natuur en landschap in het algemeen. Ten opzichte van flora en fauna heeft Terlouw kennis van vrijwel het gehele soortspectrum, waarbij specialisatie is ontwikkeld in vogels, amfibieën, zoogdieren en ongewervelden. Terlouw is aangesloten bij o.a. SOVON, Vogelbescherming Nederland, RAVON, VZZ, KNNV, EIS Nederland en Stichting Partner. Voor deze organisaties is hij actief als vrijwilliger, waarvan voor SOVON gedurende 26 jaar een districtscoördinatorschap is vervuld. Vanuit zijn basisprofessie als medewerker van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en een dienstverband van 22 jaar als regiohoofd bij de Stichting het Zuid-Hollands Landschap heeft hij vanaf 1988 kennis opgedaan m.b.t. natuurbeheer en inrichting van natuurterreinen. Sedert 2012 voert Terlouw een zelfstandig ecologisch advies- en onderzoeksbureau waarvoor inmiddels voor meer dan zestig opdrachtgevers opdrachten zijn uitgevoerd. Administratieve taken rondom de ecologische begeleiding worden verzorgd door mevrouw A.
Buisman van Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman heeft ruim 12 jaar ervaring in administratie, verpachting, cartografie en bureaustudies in natuur en landschap gerelateerde projecten, die zijn opgedaan tijdens een dienstverband bij de Stichting Het ZuidHollands Landschap en bij Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman is aangesloten en actief als vrijwillig inventarisatiemedewerker bij o.a. SOVON, voor welke organisatie zij 11 jaar als assistent districtscoördinator heeft opgetreden. Buisman is als mede-eigenaar verbonden aan Bui-TeGewoon | groenprojecten.
20
BIJLAGE 2. Beknopte levering NDFF
22
IN OPDRACHT VAN:
De Zwart-grondverzet B.V.