CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Overzicht Water- en bodem sturend, waterhuishouding, duurzaamheid en klimaatadaptatie

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Nota van uitgangspunten Polderland938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 4: Overzicht Water- en bodem sturend, waterhuishouding, duurzaamheid en klimaatadaptatie Algemeen De risico’s van klimaatverandering vraagt om rekening te houden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering ten aanzien van: wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte en droogte. Daarbij wordt tevens gevraagd rekening te houden met de effecten van voorgenoemde risico’s in relatie tot het risico op bodemdaling die een rol spelen bij klimaatadaptief ontwikkelen, ontwerpen, bouwen en beheren. Hierbij kan als richtlijn worden gebruikt de recente Leidraad Klimaatadaptief Bouwen 2.0 en de aankomende Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving. Onderstaande uitgangspunten worden in de volgende fase nader uitgewerkt. Water(systemen) 1. Een robuust watersysteem: We verminderen het aantal peilvlakken zodat er een robuust watersysteem ontstaat. Het gebied heeft een gesloten watersysteem met een peilfluctuatie ten behoeve van waterberging en ecologie. 2. Grootschalige waterberging vindt in elk geval plaats als/met een robuuste waterbuffer. 3. Huidige watergangen dienen zoveel als mogelijk behouden te blijven. Dit voorkomt aanpassingen in het typische polderlandschap. Hiermee worden zichtlijnen behouden en behoud het gebied zijn eigen kenmerken 4.

Bij de uitbreiding van watergangen en waterpartijen is de bodemgesteldheid, specifiek opbarsting en welvorming een aandachtspunt. Dit moet worden voorkomen vanuit waterkwaliteitsoogpunt. 5. Verminderen van bodemdaling: Door de waterpeilen te verhogen wordt kwel beperkt, de waterkwaliteit verbeterd en bodemdaling verminderd. 6. Vasthouden hemelwater: Iedere druppel houden we zo lang mogelijk vast, om droogte en verzilting tegen te gaan. We houden regenwater vast en gebruiken dit in het gebied en gebouwen. 7. Wateroverlast voorkomen: (Piek)buien kunnen in het plangebied worden opgevangen. In situaties van extreme piekbuien is het watersysteem voldoende robuust voor afvoeren naar en zoveel mogelijk bergen in de buffergebieden in het Middengebied. Afvoer naar de gemalen rondom het gebied wordt zo lang mogelijk uitgesteld. 8. Inpassen van bestaande lintbebouwing: Voor de bestaande bebouwing aan de linten wordt voor wat betreft het waterpeil en in samenspraak met de eigenaren naar maatwerkoplossingen gezocht. In eerste opzet wordt gezocht naar inpassing van de bebouwing in aansluiting op het nieuwe waterpeil. Indien dit niet mogelijk is zal separaat bemalen, verwerven of ophogen in een integrale afweging worden bezien. 9. Ten aanzien van de waterhuishouding dient een waterhuishoudkundig plan te worden opgesteld.

Onder andere een goede doorstroming (geen doodlopende watergangen, duikers met een voldoende grote diameter). Ook dient er bij het ontwerp van de watergangen rekening te worden gehouden met het voorkomen van ophoping van drijfvuil. 10. Onderhoud aan de watergangen wordt door de toekomstige aangrenzende eigenaren uitgevoerd Water(veiligheid) 11. We anticiperen op zeespiegelstijging en calamiteiten: a. Schade voorkomen (<0,2m): bij overstromingen mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen (tenminste de N207) bereikbaar; b. Schadebeperking (<0,5m): er dienen maatregelen te worden genomen om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn; c. Beschermen vitale functies (<2,0m): bij overstromingen zijn vitale functies beschermd en blijven door functioneren, mits de maatregelen hiervoor doelmatig zijn gezien het regionaal en nationaal belang; d. Schuilen en evacueren (>0,5m): er moeten maatregelen getroffen worden om te evacueren in het geval van een overstroming en als de evacuatietijd te kort is, om veilig te schuilen door bijvoorbeeld verticale evacuatie. 12. Ten behoeve van de waterveiligheid geldt voor alle nieuwe woningen in het plangebied:

a. Maaiveld/wegpeil: raadpleeg het desbetreffende waterschap; b. Vloerpeil: raadpleeg het desbetreffende waterschap; c. Een droge eerste verdieping en bij 1/3 van de woningen een tweede verdieping met vluchtmogelijk (vluchtmogelijkheid bij falen Maeslantkering en Algerakering). 13. In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u). Bodem en droogte 14. De variatie in de natuurlijke draagkracht van de bodem is mede sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied. 15. Restzettingseis van 20 cm in 30 jaar (conform Handboek Openbare Ruimte). 16. Op gedempte watergangen wordt bij voorkeur geen openbare ruimte gesitueerd. Dit voorkomt bovenmatige inspanning in het beheer van de openbare ruimte. 17. Droogte minimaliseren. We proberen droogte zoveel mogelijk te voorkomen. Langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale / kwetsbare functies. 18. Groen tenzij: Daar waar mogelijk beperken we de hoeveelheid verharding op het maaiveld (privaat en publiek) ten gunste van hemelwaterinfiltratie en groen. 19. In het plangebied wordt 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd. 20.

Op privaatterrein wordt een groot deel van de neerslag (50 mm) van een hevige bui (70 mm/u) verwerkt op het terrein zelf of in daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied. Deze voorzieningen voeren het water de eerste 24 uur vertraagd af en zijn binnen 48 uur weer beschikbaar. 21. Stimuleren van de Steenbreekrichtlijn (15-20 regeling) voor particulieren tuinen. De richtlijn gaat er vanuit dat iedere tuin standaard voor 15 m² verhard mag zijn. Bijvoorbeeld voor de aanleg van een klein terras. De overige oppervlakte mag voor 20% verhard zijn. Hitte 22. Bestrijden van hittestress door toepassen van de 3-30-300 regel en de realisatie van 50% schaduwplek binnen verblijfsgebied en binnen 250m van bebouwd gebied (Schaduw wordt beoordeeld middels een analyse uitgaande van de zonnestand op 21 juni). 23. Tenminste 40% van de oppervlakten wordt warmtewerend en/of verkoelend ingericht mits dit geen negatief effect heeft op de gevoelstemperatuur op verblijfplekken en langzame verkeersroutes. 24. De koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de verblijfruimte in de directe omgeving. 25. Hittestress voorkomen: door groen en bomen nabij woningen, locatie waar kwetsbare inwoners wonen en bij speelplekken te plaatsen. Groeiplaatsen van bomen worden ingericht zoals beschreven in het Handboek Openbare Ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=1d179396-8078-4c92-b5db-0ccaa4dd283b