CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Voorstel structureel sluitende begroting

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Kadernota 2027 en meerjarenraming27.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

-

60 -

Planning tot realisatie aanpassing van de subsidieverordening - Opstellen, communiceren en vaststellen wijziging subsidieverordening (Q2 tot Q4 2026) - In werking treden 1/1/2027 - Procesbeschrijving opstellen voor de interne afhandeling - Inhuurwerkzaamheden beëindigen Financiële planning

Taakveld: 5.5 Cultureel erfgoed

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

23.000

23.000

0

2027

60.000

60.000

.

2028

60.000

60.000

.

2029

60.000

60.000

.

-

61 -

VS22 - Energietransitie Beschrijving Door de bijdrage te versoberen wordt bespaard op (het stimuleren van) de energietransitie. Dit betreft dan bijvoorbeeld een bijdrage voor het Servicepunt Energietransitie Bedrijven (SEB), de inzet van Energiecoaches en de inzet van het Energieloket die hier nu uit worden betaald. Gevolgen Er wordt minder hulp aan de samenleving geboden om de energietransitie mogelijk te maken. De samenleving profiteert dan ook minder van de (energie)kosten die bespaard kunnen worden. Dit betreft bijvoorbeeld het wegvallen van of het versoberen van de bijdrage aan het Servicepunt Energietransitie Bedrijven (gericht op het stimuleren van 'zon op dak' bij ondernemers), de inzet van energiecoaches (gericht op advies voor het besparen van energie bij inwoners) en de inzet van het bestaande Energieloket. Toelichting wijzigingen De tekst is geactualiseerd. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen De versobering van de bijdrage kan ten koste gaan van initiatieven in de samenleving die ondersteuning nodig hebben. Denk aan het stimuleren van pilots, het ondersteunen van energiecoaches en de inzet van een Servicepunt Energietransitie Bedrijven (SEB) die inzet op het ondersteunen van ondernemers, onder andere op het gebied van Zon op dak en slim omgaan met energie via Energiehubs.

Dit kan zorgen voor een vertraging op het gebied van (ondersteuning in) de energietransitie in de gemeente. Planning tot realisatie Q3 2025 Q3 - Q4 2025 Q1 2026 2026

- Definitief Raadsbesluit over de mogelijkheden in de Meerjarenbegroting - Voorbereiden bijstellen (bestaande) regelingen en/of plannen - Regelingen en/of plannen intrekken en/of bijstellen - Lopende zaken afwikkelen

Financiële planning

Taakveld: 7.4 Milieubeheer

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

55.000

55.000

.

2027

55.000

55.000

.

2028

55.000

55.000

.

2029

55.000

55.000

.

-

62 -

VS25 - Klimaatadaptatie Beschrijving Niet-water gerelateerde initiatieven binnen het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie worden verlaagd. Bij deze versobering gaan we ervan uit dat we maatregelen met betrekking tot het thema Hitte (voorkomen van hittestress) niet meer uitvoeren. Toelichting: Via een landelijke aanpak wordt Nederland voorbereidt op de gevolgen van klimaatverandering. Dit gebeurt vanuit 2 programma’s: de Nationale Adaptatie Strategie (NAS) en het Delta Programma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). In het DPRA (onderdeel van het nationale deltaprogramma) is afgesproken dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht en bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers ontstaat voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Vanuit de hiervoor door u vastgestelde Klimaatadaptatiestrategie (Raad 21 december 2021) is het Uitvoeringsagenda opgesteld die als bijlage 4 in het eveneens door u vastgestelde Programma Riolering & Klimaatadaptatie 2023-2027 (Raad 30 mei 2023) is opgenomen. Bij de gevolgen hebben we nader aangegeven welke onderdelen we niet meer uitvoeren.

Gevolgen Geen uitvoering van niet-water gerelateerde initiatieven uit de Uitvoeringsagenda die in het Programma Riolering & Klimaatadaptatie 2023-2027 zijn opgenomen, met name: Maatregel 3.9 "Opstellen hitteplan"; voor dit al opgestelde plan waarmee betrokkenen weten te handelen bij hitte is jaarlijks € 25.000 gelabeld om hittestress gerelateerde projecten te bekostigen. In relatie tot deze vervalt eveneens maatregel 2.3 "Klimaatadaptatie op scholen", die vanuit voornoemd budget wordt bekostigd. Maatregel 5.3 "Bij aanpassingen in openbare ruimte: hitte-eiland effect verminderen"; voor de cyclusperiode van 5 jaar is een investeringsbudget van € 500.000 beschikbaar om IBOR-projecten meer klimaatadaptief in te richten. Gebaseerd op 5 IBOR-projecten per jaar is jaarlijks een bedrag van € 100.000 beschikbaar. 10% is hiervan (€ 10.000) is beschikbaar voor hitte gerelateerde maatregelen. Maatregel 5.4 "Bij aanpassingen in openbare ruimte: versterken natuur en biodiversiteit"; voor de cyclusperiode van 5 jaar is een investeringsbudget van € 500.000 beschikbaar om IBOR-projecten meer klimaatadaptief in te richten. Gebaseerd op 5 IBOR-projecten per jaar is jaarlijks een bedrag van € 100.000 beschikbaar. 10% is hiervan (€ 10.000) is beschikbaar voor biodiversiteit gerelateerde maatregelen.

Door het structureel uitstellen van het aanpakken van hittestress gerelateerde projecten kan bij langdurige hitteperioden de gezondheidsrisico's van kwetsbare doelgroepen worden overschreden. Toelichting wijzigingen Van de klimaatthema's vallen de uit te voeren maatregelen voor de thema's Wateroverlast, Overstroming en Droogte binnen het door u op 30 mei 2023 vastgesteld Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 (PR&K). De maatregelen voor het thema Hitte zijn niet-water gerelateerd en mogen niet vanuit het PR&K worden gedekt. Deze maatregelen worden daarom vanuit de Algemene middelen bekostigd. -

63 -

Om een directe bezuiniging door te kunnen voeren kunnen alleen de maatregelen met betrekking tot het thema Hitte worden betrokken. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Het structureel uitstellen van het aanpakken van hittestress gerelateerde projecten zal bij langdurige hitteperioden leiden tot gezondheidsrisico's bij kwetsbare doelgroepen. De schade als gevolg van Hitte loopt op. In de Klimaatschadeschatter, zie bijlage (www.klimaatschadeschatter.nl) is een schatting gemaakt van de kosten voor het thema Hitte in de periode 2018-2050. Hierin zijn de kosten berekend voor 2 situaties: 1. Het huidige klimaat verandert niet verder, het blijft ongewijzigd. Voor het ongewijzigde klimaat is een grove schatting gemaakt van de kosten voor ziekenhuisopnames en bestrijding van de eikenprocessierups. 2. Het klimaatscenario waarin het klimaat sterk verandert: het WH-scenario. Voor dit scenario is een grove schatting gemaakt van de kosten voor sterfte, ziekenhuisopnames en vermindering van arbeidsproductiviteit. N.B.: De onder punt 1. genoemde aspecten zijn de thema’s waarvoor de kosten in de Klimaatschadeschatter (KSS) berekend zijn. Maar er zijn meer hitte-effecten te verwachten. In deze versie van de KSS zijn dus nog niet alle schades opgenomen, daarom zullen de werkelijke kosten voor alle situaties hoger zijn. Planning tot realisatie Direct per 1-1-2027 Financiële planning

Taakveld: 7.4 Milieubeheer

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

0

2027

26.000

26.000

.

2028

26.000

26.000

-6.000.

2029

26.000

46.800

0,2

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

64 -

VS30 - Inrichtingskwaliteit groen Beschrijving Om de kosten te verlagen, beperken we de inrichtingskwaliteit tot de onderdelen bomen en beplanting. Bomen: We stappen over op het aanplanten van kleinere plantmaat van de nieuwe bomen: in plaats van aanplanten van boommaat 20/25, verlagen we de maat naar 16/18. Beplanting: In plaats van volledige renovatie van de beplanting, vullen we de bestaande plantvakken aan met nieuwe beplanting. Gevolgen De maatregelen zullen leiden tot een minder verzorgd, groen straatbeeld, door minder dichtgegroeide beplanting en kleinere bomen. Dit kan resulteren in meer meldingen over de openbare ruimte en een afname van de bewonerstevredenheid Door het aanplanten van kleinere bomenmaat duurt het langer voordat de bomen volwassen zijn en een volwaardige kroon ontwikkelen. Dit heeft als gevolg dat het langer duurt voordat de bomen schaduw kunnen bieden en hittestress kunnen voorkomen. Bovendien dragen bomen en beplantingen bij aan het afvangen van fijnstof, het vastleggen van CO2. Kleinere bomen bieden minder schuilgelegenheid voor vogels en insecten. Doordat het langer duurt dat bomen groot zijn is de straat minder aantrekkelijk - de woonomgeving is minder groen; Het effect van een groene woonomgeving op de gezondheid en het welzijn van mensen is bewezen.

Bij een minder groene woonomgeving verwachten we dat dit effect ook minder is Doordat we de volledige beplanting renoveren en slechts enkele planten behouden, waarbij de verjonging gefaseerd wordt uitgevoerd, blijft er toch enigszins een groene uitstraling aanwezig, wat leidt tot een gevarieerd beeld. In het Handboek Openbare Ruimte is omschreven dat standaard de boommaat 20-25 wordt gekozen. Als de boommaat wordt verlaagd naar 16/18, dient het handboek aangepast te worden. Toelichting wijzigingen De tekst is gewijzigd, omdat het niet helder en concreet was omschreven. Snelgroeiende bomen hoeven niet per definitie goedkopere bomen te zijn, maar het aanschaffen van bomen in een kleinere maat is wel goedkoper in de aanschafprijs. Daarom hebben we dit in de tekst aangepast. De bezuinigingsmaatregel om geen Tiny Forest (T23-106) aan te leggen, is komen te vervallen, omdat hierover al een collegebesluit is genomen en de voorbereidingen al ver gevorderd zijn. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Kleinere bomen zijn gevoeliger voor vandalisme en periodes van droogte, waardoor de kosten van inboet toe kunnen nemen. Doordat de plantvakken niet volledig opnieuw worden aangeplant, kan de nieuwe beplanting die -

65 -

tussen de bestaande planten wordt gezet, minder goed aanslaan, wat leidt tot meer uitval en een hoger inboetpercentage. Afhankelijk van weersinvloeden door extreem droge of natte seizoenen kan er meer beplanting uitvallen en is meer inboet nodig en renovatie van plantvakken. De keuze voor kleinere bomen kan leiden tot ontevredenheid bij bewoners, vooral wanneer zij de bomen liever niet willen verwijderen. Bovendien wordt er een kleine boom teruggeplant, die langer nodig heeft om dezelfde grootte te bereiken als de boom die er oorspronkelijk stond. Planning tot realisatie In het Handboek Openbare Ruimte is omschreven dat standaard de boommaat 20-25 wordt gekozen. Als de boommaat wordt verlaagd naar 16/18, dient het handboek aangepast te worden. Is het jaar daarop gerealiseerd. Doordat wij zelf de bomen aankopen en aangeven welke plantvakken gerenoveerd dienen te worden, kunnen deze maatregelen in de huidige doorlooptijd van het bestek worden doorgevoerd, zonder gevolgen voor de planning. Financiële planning

Taakveld: 5.7 Openbaar groen en (openlucht)recreatie

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

9.000

95.000

.

2027

95.000

95.000

.

2028

95.000

95.000

.

2029

95.000

95.000

.

-

66 -

VS26 - Kostendekkendheid havengelden Beschrijving Deze mogelijkheid gaat uit van het verhogen van de tarieven havengelden met 5%. De opbrengst van de havengelden wordt gebruikt om de kosten te betalen die ontstaan door het gebruik van de havens en de diensten die daar worden aangeboden. De opbrengst mag niet hoger zijn dan de kosten. De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn. Gevolgen De havengelden komen grotendeels ten laste van mensen die niet staan ingeschreven in onze gemeente en beperkt ten laste van onze inwoners. Door een hoger tarief betalen ze (meer) mee aan de voorzieningen in onze havens. Toelichting wijzigingen N.v.t. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Dit kan leiden tot minder bezoeken aan de havens (in Ouderkerk aan den IJssel beroepsvaart en in Schoonhoven cruiseschepen) en daardoor tot minder mensen die geld besteden bij de horeca en detailhandel. Dit kan leiden tot minder bezoeken aan de havens en daardoor tot minder inkomsten aan havengelden (lager percentage kostendekkendheid). Dit was in het verleden niet het geval, ook niet bij een extra tariefstijging (boven de inflatie). Partijen hebben het recht om zich te kunnen voorbereiden op het verhogen van belastingen. Zorgvuldige en tijdige communicatie met de belastingplichtigen is een vereiste. Er is bezwaar en beroep mogelijk.

Planning tot realisatie Om de invoering te realiseren dienen de volgende stappen genomen te worden: Q3 2025: voorlopig besluit tot extra verhoging van de tarieven havengelden (Kadernota) Q3/Q4 2025: communicatie over extra verhoging van de heffing Q4 2025: vaststelling van de verordening door de raad (Begrotingsraad) Financiële planning

Taakveld: 2.4 Economische havens en waterwegen

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

3.800

3.800

.

2027

.

3.00.

3.800

.

2028

.

3.800

3.800

.

2029

.

3.800

3.800

.

-

67 -

VS05 - Invulling Kabinetszaken Beschrijving Er wordt gericht invulling gegeven aan Kabinetszaken door meer bijeenkomsten gezamenlijk vorm te geven en een andere rol te vervullen bij bijvoorbeeld 4 en 5 mei en Veteranendag. Daarnaast wordt de nieuwjaarsreceptie minder uitbundig georganiseerd. De mogelijkheid is uitgewerkt als versobering in plaats van het geheel laten vervallen van bijdragen aan de activiteiten. De opbrengst is daarom lager dan de eerdere prognose. Gevolgen Er is sprake van minder directe nabijheid, betrokkenheid en zichtbaarheid van het college. De gevoelde waardering staat meer op afstand. Door een meer sobere uitvoering van evenementen ervaren inwoners, ondernemers, werknemers, veteranen en vrijwilligers minder waardering. Toelichting wijzigingen De mogelijkheid is uitgewerkt als versobering: financiele bijdragen aan de activiteiten worden verlaagd maar niet geschrapt. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen

Planning tot realisatie Keuze raad Q2 2025 Opstellen nieuwe opzet voor genoemde evenementen Q4 2025 Nieuwsreceptie vanaf 1/1/2027 in het nieuwe gemeentehuis. Financiële planning

Taakveld: 0.1 Bestuur

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

5.000

5.000

.

2027

10.000

10.000

.

2028

10.000

10.000

.

2029

10.000

10.000

.

-

68 -

BIJ11a - Recreatie en toerisme Beschrijving We bouwen in 3 jaar de subsidie aan de marketingorganisaties met ca 35% af. De huidige subsidie (€ 175.000,-) is beschikt tot en met 2025. Jaarlijks bouwen we deze subsidie af met 15.000,- / jaar in 2026, 2027, 2028 en 2029. Daarnaast bouwen we de meerjarige subsidies af, deze lopen met een bedrag van € 6.608,- tot en met 2027 (Zilverdag en natuurmarathon). We trekken ons terug uit alle regionale verbanden op het gebied van Recreatie en Toerisme, behalve die van het Groene Hart en doen geen onderzoeken meer voor beleid. We blijven de taken doen die voortvloeien uit de omgevingswet. Het taakveld kan dan van 1,17 fte naar 0,67 fte afgebouwd worden, een besparing van 0,5 fte. Gevolgen - Er is minder aandacht voor gebiedsmarketing en de promotie van ons gebied. Dit kan gevolgen hebben voor het aantal bezoekers aan de Krimpenerwaard en daarmee met de inkomsten uit toeristenbelasting. Ook kan het gevolgen hebben voor de inkomsten voor de horeca, detailhandel en musea. - Onzeker is of alle activiteiten die vanuit de marketing worden ondersteund en geregeld zoals de Zilverdag, Open Monumentendag, folderdistributie, evenementenagenda, website www.indekrimpenerwaard.nl, promotie en actualisatie van wandel- en fietsroutes blijven bestaan. - Onze invloed in , Cheese Valley en de Oude Hollandse Waterlinie stopt.

- Het is onzeker of de opgebouwde brede samenwerking tussen de ondernemers in de gehele Krimpenerwaard, bijvoorbeeld door de Krimpenerwaard cadeaubon en de "koop-lokaal"acties in stand blijft. - De marketingorganisatie ontvangt ook nu nog een reeele bijdrage voor haar activiteiten, maar moet op zoek naar alternatieve inkomsten, bijvoorbeeld door verbreding van haar activiteiten naar andere gebieden/gemeenten; Toelichting wijzigingen In deze mogelijkheid is uitgegaan van een besparing van 60.000,- op het budget van de marketingorganisatie en 25.000 op beleid en deelname in regionale samenwerkingsverbanden Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen In de aanpak is rekening gehouden met extra inzet, 0,2 fte, op goed (voor) overleg, stapsgewijs afbouwen van de subsidie en aanpassing van het beleid. Bij de realisatie van de besparing op de formatie is uitgegaan van een proces van natuurlijk verloop, herplaatsing en werk-naar-werkbegeleiding, gericht op het realiseren van de besparing in 2029. Planning tot realisatie 1. Q3 2025 - Budgetkaders vaststellen 2. Q3 2025 - Bespreken kaders en gevolgen ervan met de marketingorganisaties 3. Q4 2025 - Bespreken kaders en gevolgen niet meer deelnemen aan regionale organisaties 4. Q1 2026 - Vertaling ervan in een nieuw jaarplan en aanpassing subsidiebeleid 5. Q3 2026 - Afspraken maken rond taken medewerkers recreatie en toerisme 6.

2026 2027 2028 - Afbouw budgetten in stappen

-

69 -

Financiële planning

Taakveld: 3.4 Economische promotie

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

30.000

30.000

-30.000

2027

45.000

45.000

.

2028

70.000

70.000

-15.000

2029

85.000

137.000

0,5

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

70 -

VS37 - Zwembaden in eigendom gemeente Beschrijving De tarieven van buitenzwembad 't Wilgerak en zwembad De Hofstee worden verhoogd met 10%. De gemeente is gedeeltelijk aandeelhouder van exploitatie b.v. Waterbos. In het omgevingsprogramma Sociale basis en maatschappelijke voorzieningen is als gewenste situatie opgenomen het behoud van het huidige aantal zwembaden wetende dat er relatief lage kosten mee gemoeid zijn en de maatschappelijke meerwaarde groot is. In 2024 is 10% tariefverhoging doorgevoerd bij zowel buitenzwembad 't Wilgerak als zwembad De Hofstee. In 2025 is een tweede verhoging van 6% doorgevoerd. Deze verhogingen zijn iets hoger dan de reguliere indexatie geweest omdat de tarieven van De Hofstee en 't Wilgerak laag te noemen zijn. Zij zijn nu net aan markt conform. De extra inkomsten hiervan wegen niet op tegen de extra kosten waar zwembaden mee te maken krijgen voor energie en personeel. Per saldo is hierdoor geen sprake van een bezuiniging geweest. In dit bezuinigingsvoorstel wordt opnieuw een tariefsverhoging van 10% voorgesteld voor buitenzwembad 't Wilgerak en binnenzwembad De Hofstee .

Gevolgen Het is lastig om te bepalen wat het kantelpunt is tussen meer inkomsten vanuit tariefsverhoging en inkomstenderving door afname van bezoekersaantallen. Opnieuw een tariefsverhoging van deze omvang leidt mogelijk tot minder bezoekers. Dit draagt niet bij aan de gezondheids- en bewegingsdoelstellingen van de gemeente.

Toelichting wijzigingen De recente ontwikkelingen rond de tarieven van het zwembad zijn toegevoegd. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen De tariefstijging kan bij inwoners vaker leiden tot de keuze om niet te gaan zwemmen. Daardoor draagt het zwembad minder bij aan gezondheids- en bewegingsdoelstellingen. Door stijging van energie en personeelskosten boven inflatieniveau kunnen kosten toenemen. Planning tot realisatie Voor 't Wilgerak kunnen de tarieven na collegebesluit direct worden toegepast. Bij De Hofstee geldt dat na een collegebesluit dit nog moet worden vastgesteld door de Algemene vergadering Aandeelhouders. Beide zouden dus vanaf 2026 gerealiseerd kunnen worden.

-

71 -

Financiële planning

Taakveld: 5.2 Sportaccommodaties

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

23.000

23.000

.

2027

.

23.000

23.000

.

2028

.

23.000

23.000

.

2029

.

23.000

23.000

.

-

72 -

VS06 - Kanalen voor dienstverlening Beschrijving De kanalen die we gebruiken zijn volgend aan wat er in de samenleving gebruikelijk is (voor nu de huidige kanalen, in de toekomst aangepast aan nieuwe ontwikkelingen, bijv. AI i.p.v. chatbot, BeReal i.p.v. Facebook). De komende jaren ontwikkelen we niet mee in nieuwe kanalen. We zijn bereikbaar, meestal op de wijze waarop onze inwoners contact met ons willen hebben. Deze kanalen onderhouden wij door o.a. inzet techniek en iets minder inzet personele capaciteit, doordat we minder ontwikkelen. Gevolgen Naar de inwoners toe betekent het dat we niet beschikbaar zijn voor de nieuwste kanalen, terwijl de inwoner dit wellicht wenselijk zou vinden. Toelichting wijzigingen N.v.t. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Over een aantal jaar lopen we mogelijk veel achter op ontwikkelingen, waardoor er dan extra geïnvesteerd moeten worden om een goede dienstverlening te kunnen blijven aanbieden. Huidige kanalen, zoals Facebook gaan wellicht over op een nieuw kanaal. Hier kunnen we dan niet in meedoen, omdat we niet mee kunnen ontwikkelen en er geen formatie is om dat kanaal te beheren. Planning tot realisatie Dit betreft een besparing op de formatie. We gaan daarbij uit van een proces van natuurlijke verloop, herplaatsing en evt werk-naar-werk begeleiding, gericht op het realiseren van de besparing (uiterlijk) in 2029.

Financiële planning

Taakveld: 0.4 Overhead

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

0

.

2027

.

0

.

2028

.

0

-8.100

2029

.

18.090

0,27

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

73 -

NBZ42 - Kostendekkendheid commerciële evenementen Beschrijving Een deel van de raad heeft gevraagd de volgende mogelijkheid uit te werken: Kostendekkendheid leges commerciële evenementen verhogen. Bij voorkeur door het verlagen van kosten, en indien nodig ook het verhogen van baten/leges. Dit hebben we als volgt uitgewerkt: De legesopbrengst wordt gebruikt om (een deel van) de gemaakte kosten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning en/of ontheffing te dekken. De opbrengst mag hooguit kostendekkend zijn. In de praktijk spreekt men van maximaal kostendekkende tarieven. Bij geen enkele gemeente is er sprake van kostendekkende tarieven. Op dit moment worden er jaarlijks circa 70 vergunningen voor kleine evenementen en circa 6 vergunningen voor middelgrote evenementen aangevraagd. Gezien de tarieven in de regio zouden onze tarieven verdubbeld kunnen worden. De opbrengst van een tariefsverdubbeling is circa € 2.500 en niet significant in het kader van de mogelijkheden. Daarnaast worden de kosten die verband houden met het organiseren van een evenement nu niet doorberekend aan de aanvrager van het evenement. Het gaat om het leveren van dranghekken, kliko's en bebording t.b.v. verkeersmaatregelen en het opruimen van zwerfvuil. Het is mogelijk om deze materialen niet meer of tegen een vergoeding beschikbaar te stellen.

De kosten kunnen in rekening gebracht worden bij de aanvrager van de evenementen, maar niet via de leges of een andere belasting. In de berekening is ervan uitgegaan dat we als gemeente geen activiteiten meer ondernemen rondom de commerciële evenementen en daarmee ook geen aanvullende inkomsten genereren via deze mogelijkheid. Gevolgen De organisatoren van deze evenementen zullen hun (extra) kosten verhalen op ondernemers en/of bezoekers. Door een hoger tarief wordt meer betaald voor de door de gemeente verleende dienst(en). De organisatoren van deze evenementen kiezen wellicht voor een andere locatie/gemeente voor hun evenement, waardoor de beoogde verhoging van de kostendekkendheid alsnog niet behaald wordt. Toelichting wijzigingen De raad heeft voorgesteld om de kostendekkendheid van de leges voor commerciële evenementen te verhogen. Dit voorstel is uitgebreid met het voorstel om de levering van materialen en afvalbakken door de gemeente (UOR) bij commerciële evenementen niet meer of tegen een vergoeding beschikbaar te stellen. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Hogere tarieven kunnen leiden tot minder aanvragen en daardoor tot minder inkomsten aan leges (lager percentage kostendekkendheid).

De kans bestaat dat commerciële partijen de aanvraag laten indienen door een stichting of vereniging, omdat die nu onder voorwaarden vrijgesteld zijn van leges bij het aanvragen van o.a. evenementenvergunningen. Er is bezwaar en beroep mogelijk.

-

74 -

Planning tot realisatie De prognose opbrengst (€ 600.000) kan niet verhaald worden op de beperkte aantallen vergunningaanvragen. Om de verhoging van legestarieven te realiseren dienen de volgende stappen genomen te worden: Q3 2025: voorlopig besluit tot extra verhoging van deze legestarieven (Kadernota) Q3/Q4 2025: communicatie over extra verhoging van de tarieven Q4 2025: vaststelling van de legesverordening door de raad (Begrotingsraad) In 2026 zal er een nieuw evenementenbeleid worden opgesteld. Daarbij kan het tegen vergoeding beschikbaar stellen van materialen uitgewerkt worden. Hiervoor dienen de volgende stappen genomen te worden: 2025 Q4 - Overleg met organisatoren 2026 Q1 - Voorlopig besluit tot wijziging van de legestarieven voor evenementenvergunningen (Kadernota) 2026 Q1/Q2 - Vaststellen nieuw evenementenbeleid (o.a. definiëren van commerciële evenementen) 2026 Q3/Q4 - Communicatie over (mogelijke) wijziging legestarieven 2026 Q4 - Vaststelling legesverordening 2027 door de raad (Begrotingsraad) Financiële planning

Taakveld: 5.7 Openbaar groen en (openlucht)recreatie

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

2.500

2.500

.

2027

.

2.500

2.500

.

2028

.

2.500

2.500

.

2029

.

2.500

2.500

.

-

75 -

VS16 - Projecten Samen Veilig Ondernemen Beschrijving De gemeente komt alleen op uitnodiging nog naar de overleggen van de Samen Veilig Ondernemen (SVO) groepen. Het initiëren en organiseren van de vergaderingen wordt overgelaten aan het initiatief van de groepen zelf. Het trekkerschap van de groepen moet hiervoor binnen de groepen zelf worden belegd. Het aantal groepen zal hierdoor waarschijnlijk in de toekomst afnemen, zeker als er geen bereidheid in de groep is om het trekkerschap op zich te nemen. De gemeente blijft, nu in de rol van deelnemer, verantwoordelijk voor alle onderwerpen die door de gemeente moeten worden opgepakt. De acties die hieruit voortkomen worden niet meer gemonitord. Gemeente heeft niet meer de mogelijkheid om in te zetten op organisatie van veiligheidsevenementen ter verbetering van de weerbaarheid en veiligheid van de inwoners en ondernemers. Gevolgen * Het is onduidelijk welke partij de zaken rondom de SVO projecten gaat organiseren. * Het is zeer waarschijnlijk dat niet alle projecten blijven bestaan. * Iedere deelnemer in een SVO project zit daar namens het eigen netwerk. Als de gemeente als deelnemer aansluit dan zal men verantwoordelijk blijven voor alle onderwerpen die door de gemeente opgepakt moeten worden.

* Inwoners en ondernemers krijgen, zeker als het gaat om cyberveiligheid en ondermijning, minder inzicht in de veiligheidsissues en maatregelen. · In een aantal kernen is de SVO-werkgroep de enige vorm van samenwerking tussen ondernemers. Als een SVO-werkgroep stopt verdwijnt er ook een platform voor de gemeente om onderwerpen (ook uit andere teams dan Openbare Orde en Veiligheid) lokaal met ondernemers te bespreken. · Het loslaten van de SVO- structuur maakt de gemeente minder dienstverlenend richting ondernemers en inwoners. Uit vergaderingen komen veel actiepunten. Deze kunnen nu vaak in korte tijd worden opgelost en/of er wordt tijdens de vergadering uitleg gegeven waarom iets niet kan of niet gelijk kan. Dit geeft positief effect heeft op het beeld wat ondernemers hebben van de gemeente. · Met name bedrijventerreinen en het buitengebied zijn vatbaar voor ondermijnende criminaliteit. Een goed werkende SVO- werkgroep helpt ondernemers om aandacht te hebben voor de signalen van ondermijnende criminaliteit. * Met het stoppen van de coördinatie van SVO projecten en de contacten met het Platform Veilig Ondernemen (PVO) zal ook onze rol als regionaal voorbeeld en trekker voor dit soort projecten en onderwerpen stoppen.

Toelichting wijzigingen Zie voorgaande Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen * Er liggen voor bedrijventerreinen en één winkelgebied meerjarige contractuele afspraken vast. Met deze afspraken moet rekening gehouden worden bij de afbouw. · Door het wegvallen van de relatie met het Platform Veilig Ondernemen (PVO) zal de financiële en personele ondersteuning wegvallen, voor activiteiten, trainingen voor ondernemers & preventieve veiligheidsprojecten zoals de Knock & Talk gesprekken in het buitengebied. * Doordat de aandacht voor schoon, heel en veilig via de werkgroepen afneemt kan er meer -

76 -

verloedering en onveiligheid ontstaan. Dat trekt vervolgens weer meer criminele activiteiten, extra verloedering aan. Kosten voor herstel van bijv. vandalisme kunnen hierdoor toenemen. * bij de besparing op de formatie zijn we uitgegaan van een proces van natuurlijk verloop, herplaatsing en werk-naar-werk begeleiding gericht op realisatie van de besparing in 2029; Planning tot realisatie 1. In beeld brengen van de afspraken bedrijventerreinen en één winkelgebied en het daarop aanpassen van communicatie en planning. (Q4 2025) 2. Informeren van Platform Veilig Ondernemen (PVO) over het stopzetten van het contact en het in beeld brengen van de gevolgen hiervan voor de SVO werkgroepen (Q4 2025) 2. Informeren van werkgroepen over wegvallen van coördinatiefunctie, maken van afspraken over wijze van samenwerking en uitwerking hiervan. (2026) 3. Verdere afbouw werkzaamheden SVO Werkgroepen bedrijventerreinen en het betreffend winkelgebied (vanaf 2028/2029) Financiële planning

Taakveld: 1.2 Openbare orde en veiligheid

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

0

.

2027

20.000

20.000

.

2028

20.000

20.000

-9.000

2029

20.000

51.200

0,3

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

77 -

NBZ30 - Invoeren forensenbelasting Beschrijving Een deel van de raad heeft verzocht de volgende mogelijkheid uit te werken: het invoeren van forensenbelasting. Forensenbelasting is een belasting voor mensen die niet in de gemeente wonen, maar wel meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning beschikbaar hebben voor zichzelf of hun gezin. Dit zijn mensen met een tijdelijk verblijf in de gemeente die geen officiële inwoner zijn. We hebben dit als volgt uitgewerkt: Er zijn twee soorten forensenbelasting: 1. een belasting voor mensen die zonder in de gemeente te wonen, meer dan 90 keer per jaar in de gemeente overnachten (zgn. slaapforensen) ; en 2. een belasting voor mensen die zonder in de gemeente te wonen, meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning beschikbaar hebben voor zichzelf of hun gezin (zgn. woonforensen). De opbrengst komt in de algemene middelen van de gemeente. Gevolgen De forensenbelasting komt niet ten laste van onze inwoners, maar van mensen die geen ingezetene van de gemeente zijn en er relatief veel verblijven. Via deze belasting betalen eigenaren van tweede woningen mee aan de algemene voorzieningen in onze gemeente. De opbrengst uit de forensenbelasting is op macroniveau laag. De aanslag voor een individueel huishouden of bedrijf kan echter aanzienlijk zijn.

Bij het heffen van deze belasting hoort ook handhaving/toezicht om te zorgen dat iedereen gelijk wordt behandeld. Toelichting wijzigingen N.v.t. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen De opbrengst is afhankelijk van de te kiezen tarifering. Partijen hebben het recht om zich te kunnen voorbereiden op het invoeren van een nieuwe belasting. Zorgvuldige en tijdige communicatie met de belastingplichtigen is een vereiste. Daarom wordt een ingroeimodel geadviseerd. Er is bezwaar en beroep mogelijk. Er zijn wettelijke vrijstellingen (verblijf voor verpleging of verzorging, verblijf op last van de overheid (kazerne, gevangenis en i.v.m. functie in een algemeen vertegenwoordigend orgaan). Er is bezwaar en beroep mogelijk. Tevoren is een investering nodig in onderzoek en inventarisatie. Planning tot realisatie Dit kan in principe per 1 januari 2026 worden ingevoerd. Om de invoering te realiseren dienen de volgende stappen genomen te worden: Q3 2025: voorlopig besluit tot invoering van de heffing (Kadernota) Q3/Q4 2025: communicatie over (mogelijke) invoering van de heffing Q4 2025: vaststelling van de verordening door de raad (Begrotingsraad) -

78 -

Q4 2025/Q1 2026: inventarisatie objecten die in de heffing betrokken gaan worden Q2 2026: inrichting administratie SVHW Q2 2026: start aanslagoplegging Financiële planning

Taakveld: 3.4 Economische promotie

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

-155

5.000

4.845

5.000

2027

-155

10.000

9.845

.

2028

-155

10.000

9.845

.

2029

-155

10.000

9.845

.

-

79 -

NC01 - Budgetbeheer Wmo overhevelen naar voorliggend veld/budgetbeheer regulier Beschrijving Inwoners met schulden hebben moeite met het beheren van hun eigen financiën of hebben weinig zicht op hun administratie. Begeleiding vanuit de Wmo kan hier ondersteuning bij bieden. De begeleiding richt zich op het aanleren en verstevigen van vaardigheden om de zelfredzaamheid te vergroten. Daarnaast wordt er vanuit de Wmo al jaren gewerkt met het product Budgetbeheer van Kwintes. Dit wordt door Kwintes aangeboden vanuit het product ‘begeleiding specialistisch’. Indicaties hiervoor zijn indicaties van 30 min/week (uurtarief begeleiding specialistisch is €84,-) Het voorstel is om ondersteuning bij budgetbeheer niet meer uit te laten voeren door een gecontracteerde zorgaanbieder voor specialistische begeleiding maar door verschillende organisaties voor budgetbeheer binnen het preventief domein. Voor ondersteuning van deze budgetbeheerders is geen beschikking van de gemeente nodig. Vanuit Participatie en Schulddienstverlening zijn er mogelijkheden voor compensatie in de kosten vanuit bijzondere bijstand voor de kosten van budgetbeheer. Met onze strategie willen we de visie uit het Integraal Beleidskader (IBK) verwezenlijken.

Daarom zetten we ons in op (1) versterken van de sociale basis (2) normaliseren (3) algemeen toegankelijk maken van (maatwerk) voorzieningen (collectiveren) en (4) afbakening/inperken van gemeentelijke regelingen om de toegang tot maatwerkvoorzieningen te versmallen. Dit voorstel sluit aan bij de strategie gericht op normaliseren. Gevolgen · Inwoners die ondersteuning nodig hebben bij budgetbeheer ontvangen dit op een zo normaal mogelijke manier in plaats van via specialistische begeleiding. · De druk op de specialistische zorg wordt beperkt, waardoor deze beschikbaar blijft voor de mensen die dat daadwerkelijk nodig hebben. · Voor een deel van de huidige kosten voor budgetbeheer op grond van de Wmo, betekent het een verschuiving van kosten van Wmo naar Participatie (bijzondere bijstand). - Voor inwoners die momenteel gebruik maken van budgetbeheer via Kwintes (middels een beschikking), moet na afloop van deze beschikking budgetbeheer volgens de nieuwe afspraken worden georganiseerd. Toelichting wijzigingen geen Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen - Het is onduidelijk of en welke contractafspraken er zijn met Kwintes over het product budgetbeheer. Kwintes werkt met een (of meer) medewerker(s) die speciaal wordt ingezet op deze dienst.

- Risico is dat inwoners geen gebruik maken van regulier budgetbeheer (zorg mijden) als zij de kosten zelf moeten betalen (bijzondere bijstand is afhankelijk van hoogte inkomen). - De druk op budgetbeheerders in het preventief domein neemt hiermee toe. De vraag is of -

80 -

budgetbeheerders in de regio die toenemende vraag aankunnen. - De druk op de uitvoerende teams Schulddienstverlening en Participatie neemt toe. - Het betreft een kwetsbare doelgroep. Er zijn ook minder betrouwbare budgetbeheerders op de markt. Deze doelgroep dient ondersteuning te krijgen van betrouwbare budgetbeheerders. Hiervoor kan een lijst gemaakt worden met budgetbeheerders die voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen (bijvoorbeeld of ze zijn aangesloten bij Aegis). Dat heeft mogelijk invloed op het uurtarief. - Cliënten zonder Wmo indicatie én die geen bijzondere bijstand ontvangen, zijn buiten beeld van de gemeente. Dit is een risico gezien de kwetsbaarheid van de doelgroep. Planning tot realisatie Mei – sep 2025: Uitzoeken bestaande contractafspraken Kwintes. Sep – dec 2025: Verkennende gesprekken partners sociale basis. Jan – juli 2026: Inregelen nieuwe werkwijze in werkprocessen en afspraken. Juli en verder: Start nieuwe werkwijze Financiële planning

Taakveld: 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

22.500

22.500

.

2027

45.000

45.000

.

2028

45.000

45.000

.

2029

45.000

45.000

.

-

81 -

NBZ28 – Minder onkruidbeheer op verharding Beschrijving Een deel van de raad heeft verzocht om de volgende mogelijkheid uit te werken: Terugdraaien van het nieuwe aanvullende budget voor ‘onkruidbestrijding op verharding’. Als gevolg van met name stijgende energieprijzen vroeg het college hiervoor tijdens de 1e tussentijdse rapportage 2024 (p. 5) structureel 200.000 euro aan. We hebben dit als volgt uitgewerkt: De hogere bijdrage voor onkruidbestrijding is destijds het gevolg geweest van een nieuwe aanbesteding van het contract rond onkruidbestrijding. Als hierop bespaard moet worden gaat dit dan om het bijstellen van de contractwerkzaamheden op dit onderwerp. De afgesproken contractduur is 2 x 3 jaar, het contract kan in 2027 worden bijgesteld of opgezegd. Dat betekent concreet: - We verlagen het beeldniveau binnen het contract onkruidbeheersing - We ruimen niet of minder het blad in het najaar binnen het contract onkruidbeheersing. We gaan (deels) over op uitvoering van deze werkzaamheden in eigen beheer. - We vegen straten minder vaak schoon binnen het contract en doen dit (deels) in eigen beheer. De gemeente zal in dit kader meer risico-gestuurd moeten gaan werken. Dit is te realiseren door deels meer in eigen beheer uit te voeren. We moeten hiervoor investeren in een veegwagen en de formatie uitbreiden met 1 fte.

Dat betekent concreet: - We verlagen het niveau van onkruidbestrijding - We ruimen niet of minder het blad in het najaar. We gaan (deels) over op uitvoering van deze werkzaamheden in eigen beheer. - We vegen straten minder vaak schoon en doen dit (deels) in eigen beheer. De gemeente zal in dit kader meer risico-gestuurd moeten gaan werken. Dit is te realiseren door meer in eigen beheer uit te voeren. Werk op basis daarvan uitbesteden is contractueel nog niet goed te beheersen. Tijdens de 1e tussentijdse rapportage 2024 (p. 5) vroeg het college structureel 200.000 euro aan hiervoor. Gevolgen Onkruid De algehele kwaliteit van de openbare ruimte gaat sterk achteruit. Inwoners zullen meer en hoger onkruid tussen het straatwerk aantreffen. Deze maatregel terugdraaien zou erg duur zijn als je weer terug wilt naar het oude kwaliteitsniveau. Het onkruid zal zich meer manifesteren boven, maar ook onder het straatwerk. Dit maakt bestrijding in de toekomst lastiger. Heet waterbestrijding is het meest effectief op jong onkruid. Een lagere beeldkwaliteit vraagt om minder onderhoudsrondes. De kosten per ronde nemen echter fors toe. Dit komt doordat meer heet water nodig is, en sommige gevallen voorbehandeling (maaien/branden). Daardoor zal de netto besparing gering zijn. Door minder onderhoudsrondes krijgt het aanwezige onkruid meer de kans om uit te zaaien. -

82 -

Het huidige aantal meldingen (nu ca. 400 in de periode april-oktober) zal naar verwachting toenemen. Een lagere beeldkwaliteit heeft effect op leefbaarheid en betrokkenheid. Wanneer onkruid langer kan groeien worden kieren tussen tegels groter. Dit betekent dat de kans op ongevallen toe kan nemen. Ook nemen de kosten op onderhoud wegen toe. Straatvuil / Blad vegen De algehele kwaliteit van de openbare ruimte gaat sterk achteruit. Inwoners zullen meer blad op straat aantreffen. Het niet of minder ruimen van blad geeft risico op gladheid bij regen en vorst. Een toename van blad belemmert de afwatering bij straatkolken waardoor op bepaalde locaties meer/langer wateroverlast kan zijn. Niet geruimd blad hoopt op waarop in het voorjaar onkruid makkelijker kan groeien op die plekken. Een dikke laag blad die niet wordt verwijderd kan gras of beplanting verstikken, vooral op schaduwrijke plekken. Toename van meldingen en klachten. Negatief imago van openbare ruimte. Slecht beeldkwaliteit draagt bij aan gevoel van verwaarlozing, wat effect heeft op leefbaarheid en betrokkenheid.

Toelichting wijzigingen N.v.t. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Het contract 'onkruidbeheersing op verharding' bevat drie hoofdonderdelen. Het beheersen van onkruid op verharding: Voor risico’s zie gevolgen. Als we met dit contractonderdeel volledig stoppen zijn er geen eenmalige investeringskosten om te komen tot een volledige besparing. Wanneer we deels besparen d.m.v. een uitgekleed contract moeten we eenmalig kosten maken voor een nieuwe aanbesteding (ca. € 30.000,-). Het verwijderen van blad in het najaar: Voor risico’s zie gevolgen. Als we met dit contractonderdeel volledig stoppen zijn er geen eenmalige investeringskosten om te komen tot een volledige besparing. Wanneer we deels besparen d.m.v. een uitgekleed contract moeten we eenmalig kosten maken voor een nieuwe aanbesteding (ca. € 30.000,-). Het verwijderen van blad hotspots in het najaar + vegen van straatvuil:

-

83 -

Voor risico’s zie gevolgen Bij dit contractonderdeel zijn geen eenmalige investeringskosten om te komen tot een volledige besparing. Deze besparing kunnen we opvoeren zonder financiële gevolgen. Planning tot realisatie Q3 2025 Geld aanvragen nieuwe veegwagen (kadernota 2026) Geld aanvragen minimaal 1 fte extra schaal 5 (2e tussentijdse rapportage) Q3 2025 Proces aanbesteding nieuw (uitgekleed) contract opstarten Q4 2025 Overleg met aannemer over lopend contract Q2 2026 Starten met eigen dienst hotspots blad/veegvuil Of starten met nieuw contract enkel onkruidbeheersing (niveau B of C) Of stoppen met alle contractonderdelen

Financiële planning

Taakveld: 2.1 Verkeer en vervoer

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

.

.

2027

.

.

30.000

2028

32.000

32.000

.

2029

32.000

32.000

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

84 -

VS15 - Invulling van toezicht/handhaving openb.ruimte Beschrijving De gemeente heeft 6 BOA's in dienst, in plaats van 7. Gevolgen Er is minder tijd beschikbaar om toezicht te houden op straat, waardoor veiligheid en het "schoon heel en veilig houden" op straat minder aandacht krijgt. Door beperkingen in de capaciteit kan niet meer kerngericht worden gewerkt. De projectmatige aanpak staat onder druk, hierdoor zijn er bijvoorbeeld minder controles rondom scholen, minder afvalcontroles etc. Andere taken die onder druk komen te staan zijn de inzet bij integrale ondermijningscontroles, horeca controles en bijv. onderzoek naar afval dumping. Er is sinds kort een extra taak bijgekomen (toezicht op de exploitatievergunning). Gevolg is dat deze taak minder secuur kan worden uitgevoerd. Toelichting wijzigingen N.v.t. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen nvt Planning tot realisatie We gaan bij verlaging van de formatie uit van een periode van 3 jaar voor herplaatsing en werk-naarwerktrajecten om zo de besparing voor 2029 te kunnen realiseren en zorgvuldig om te gaan met het personeel. Financiële planning

Taakveld: 1.2 Openbare orde en veiligheid

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

0

.

2027

.

0

.

2028

.

0

-30.000

2029

.

67.000

1

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

85 -

VS20 - Economie Beschrijving De volgende activiteiten onderneemt de gemeente op het gebied van economie: - relatiebeheer bedrijven: organisatie bedrijfsinvesteringszones, het ondernemersloket, bedrijfsbezoeken en deelname aan evenementen als de Waardborrel en Ondernemersprijs MH - retail: actualiseren retailvisie en de lokale uitvoeringsagenda, ondersteunen winkeliersverenigingen; - bedrijventerreinen: begeleiding beter benutten, revitaliseren en organiseren nieuwe bedrijventerreinen - inzet voor regio Midden Holland: afstemming in de regio over het regionale beleid, waaronder ook de regionale afstemming nodig om de visies te realiseren; - samenwerking met onderwijs en ondernemers door middel van "Krimpenerwaard Werkt" (voorheen leerwerkbedrijf) Om de financiele doelstelling in deze variant te bereiken is het nodig om: - Minder aandacht te besteden aan de winkelgebieden. We laten dit meer over aan de lokale retailorganisaties en we stoppen met de subsidie voor het versterken van winkelgebieden. De huidige subsidie is beschikt voor 2024 en 2025 - Verlagen aantal onderzoeken/studies (overige middelen): €18.500 - De bijdrage aan "Krimpenerwaard Werkt" (voorheen: leerwerkbedrijf) te verminderen met een bedrag van €20.000 (vanaf 2029); Gevolgen Minder budget voor economische zaken in de retail heeft effect op de leefbaarheid van winkelgebieden en de ondernemers.

Dit heeft mogelijk effect op de toekomstige banen voor jongeren en daarmee op de vitaliteit van de gemeente. De winkeliersverenigingen worden minder ondersteund door de gemeente. De samenhang tussen winkeliers komt hierdoor onder druk te staan, waardoor er meer verpaupering / leegstand kan optreden. Er is minder budget beschikbaar voor projecten en activiteiten die zich richten op het versterken van de de aansluiting van het lokale voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs aan de lokale arbeidsmarkt. De gemeente is tot nu toe de ‘de aanjager’ en tegelijk ook samenwerkingspartner. Er is en wordt juist gewerkt aan een verdere opbouw van "Krimpenerwaard Werkt" in lijn met het collegeprogramma en het Toekomstperspectief Krimpenerwaard. Krimpenerwaard Werkt heeft minder financiele slagkracht, en wordt van ondernemers meer financiele dekking gevraagd. De kans is aanwezig dat hierdoor de aandacht voor maatschappelijke thema's en de bereidheid tot de vrijwillige samenwerking afneemt. De inzet van "Krimpenerwaard Werkt" op het binden en betrekken van jongeren en onderwijs bij de lokale werkgelegenheid vermindert. Dit heeft effect op de vitaliteit van de Krimpenerwaard. Een deel van de projecten onder "Krimpenerwaard Werkt" - bijvoorbeeld om de brug te slaan tussen onderwijs en lokaal bedrijfsleven - worden niet uitgevoerd volgens plan.

Het is daarmee onzeker dat Krimpenerwaard in de huidige vorm kan blijven voortbestaan.

Toelichting wijzigingen zie gevolgen hierboven

-

86 -

Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen - Bezuiniging op het initiatief KrimpenerwaardWerkt heeft als risico dat de zorgvuldig opgebouwde commitment met onderwijsinstellingen en ondernemers afbrokkelt/onder druk komt te staan. Uitgegaan is van afbouw per 2029.

- De winkeliersverenigingen worden matig ondersteund door de gemeente. De samenhang tussen winkeliers komt hierdoor onder druk te staan, waardoor er meer verpaupering / leegstand kan optreden. Dat heeft effect op de leefbaarheid; - Bij de vermindering van de formatie is (generiek) uitgegaan van een traject van natuurlijk verloop, herplaatsing en werk-naar-werk begeleiding gericht op het realiseren van de besparing in 2029. Planning tot realisatie Voor Krimpenerwaard Werkt: geen aparte besluitvorming ikv subsidie nodig. Investeringen vinden plaats via opdrachtverstrekking. Keuze raad ((Q2 2025) Communicatie en afstemming met Krimpenerwaard Werkt (Q2-Q3 2025) Verwerking in begroting (Q3 2025) vanaf 1/1/2026 Financiële planning

Taakveld: 3.1 Economische ontwikkeling

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

0

.

2027

38.250

38.250

.

2028

38.250

38.250

-6.000

2029

58.250

79.050

0,2

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

87 -

VS12 - Participatie Beschrijving Deze mogelijkheid gaat er van uit dat we – naast de wettelijk verplichte participatie – voor iniatiefnemers alleen op aanvraag diensten verlenen. We verwachten dan dat inwoners zelf op de hoogte blijven van wat er gebeurt. Op dit moment richten we onze Initiatievenparticipatie proactief in, maar dat verandert. Voortaan zullen we alleen reageren als inwoners erom vragen. Dan geven we verplichte communicatie, informatie en betrokkenheid en gaan we - tegen kostendekkende vergoeding - verder in onze dienstverlening. Initiatievenparticipatie betekent dat de gemeente initiatiefnemers helpt bij het organiseren van participatie, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een omgevingsvergunning. Dit zorgt ervoor dat omwonenden en belanghebbenden betrokken blijven en de impact van projecten beter begrijpen. De vrij beschikbare hulp en actieve informatieverstrekking van de gemeente rond het organiseren van participatie bij de aanvraag van een omgevingsvergunning vervalt daarmee. Gevolgen · De inwoners die niet vanuit zichzelf actief participeren worden niet meer bereikt en niet iedereen (vooral kwetsbare inwoners) kan nog meedoen. De kwaliteit van participatie hangt daarmee af van de situatie. · De verwachting van inwoners en wat de gemeente levert lopen verder uiteen.

Dat kan ertoe leiden dat het vertrouwen van de inwoners in de gemeente afneemt, ook al gaat het om participatie rond initiatieven van anderen. Inwoners verwachten dat de gemeente een rol speelt. · Door de bezuiniging kunnen we niet voldoen aan de groeiende vraag naar hulp bij participatie rond initiatieven. Toelichting wijzigingen "Actief op afroep" was bedacht voor de activiteiten in het kader van initiatievenparticipatie. Met de uitwerking van deze businesscase kwamen we tot de conclusie dat de beoogde besparing zeer minimaal is. Dit komt omdat we wat initiatievenparticipatie nog aan het begin staan van ontwikkeling en advisering. In plaats van de te verwachtten besparing van 50.000 komen we nu op maximaal 10.000 (0,1 fte). Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Minder goede participatieprocessen en minder inspraak leidt tot kwaliteitsverlies en tot meer ontevredenheid van inwoners over de uitkomsten van het initiatief. Daar waar het hun persoonlijke omstandigheden raakt leidt dit vermoedelijk tot meer bezwaar en beroepsprocedures en daarmee vertraging. Ook van bijvoorbeeld initiatieven tot woningbouw. Dit straalt ook op de gemeente af. Als de behoefte aan initiatiefnemersparticipatie toeneemt komt dat doordat er meer burgers zijn die initiatieven nemen. Risico is dat zonder ondersteuning deze initiatieven stranden.

Planning tot realisatie Het betreft een besparing op formatie. Daarbij gaan we uit van een aanpak via natuurlijk verloop, herplaatsing en werk-naar-werk begeleiding gericht op het realiseren van de besparing (uiterlijk) in 2029.

-

88 -

Financiële planning

Taakveld: 0.4 Overhead

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

0

.

2027

.

0

.

2028

.

0

-3.000

2029

.

10.400

0,1

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

89 -

NBZ13 - Lokale rekenkamer naar regionale rekenkamer Beschrijving Een deel van de raad heeft verzocht de volgende mogelijkheid uit te werken: Het voorstel is om de lokale rekenkamer op te heffen en de taken onder te brengen bij een regionale rekenkamer. Besparing: schaalvoordelen en gedeelde middelen kunnen leiden tot lagere kosten. Optimalisatie: Efficiëntere processen verbeteren de kwaliteit van onderzoeken. Lastenverzwaring: risico op minder maatwerk, afstand tot lokale politiek en mogelijke coördinatiekosten. Nader onderzoek kan de kosten, effecten en haalbaarheid verduidelijken. De mogelijkheid hebben we als volgt uitgewerkt: Met de toetreding van de gemeente Krimpenerwaard in de regionale rekenkamer ‘De Groene hart Rekenkamer’ (Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas) stopt het bestaan van de lokale ‘Rekenkamer Krimpenerwaard’. De Rekenkamer van de gemeente Krimpenerwaard bestaat uit *twee leden en één voorzitter en wordt door 0,33fte ondersteund door een secretaris-onderzoeker. In dienst is van de gemeente Krimpenerwaard. Per 1 januari 2024 moeten alle gemeenten een wettelijke rekenkamer hebben. Met deze overstap blijven we daaraan voldoen. Er zijn geen grote wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie. vergelijking rekenkamer Krimpenerwaard met Groene Hart Rekenkamer: Op dit moment wordt er in de Regio MH al op veel gebieden samengewerkt.

De samenwerking binnen de Rekenkamer zou een logische stap kunnen zijn. De rekenkamer is een onafhankelijk orgaan en bepaalt zelf zijn te onderzoeken onderwerpen. Bij beide rekenkamers wordt er wel een groslijst geïnventariseerd. De rekenkamers bepalen uiteindelijk altijd zelf welk onderwerp ze onderzoeken. Als we kijken naar de werkzaamheden van de Rekenkamer komen we tot de volgende inzichten: • Aantal onderzoeken , hier is geen onderscheid in te maken en verschilt niet van de huidige situatie. De rekenkamers leveren gemiddeld 2 grote en 1 kleiner onderzoek per jaar. • De adviesgroep in de Krimpenerwaard bestaat nu uit 4 raadsleden en vergadert 2 a 3 keer per jaar. De programmaraad bestaat uit 2 raadsleden per gemeente en vergadert 4 keer per jaar. De programmaraad is ingesteld om de verbinding met de vier gemeenteraden te borgen. Vanuit elke deelnemende gemeente zijn twee raadsleden vertegenwoordigd, de regionale rekenkamer vergadert elke kwartaal met de programmaraad. De ondersteuning (griffie) van deze programmaraad wisselt iedere twee jaar van gemeente. Het voorzitterschap van de programmaraad wisselt eveneens iedere twee jaar van gemeente. • De samenstelling van de leden van de rekenkamer is nu gelijk en bestaat uit één voorzitter en twee leden ondersteund door een secretaris.

• De mogelijkheid bestaat bij beide om tussentijds (indien gewenst) een extra onderzoek uit te voeren. Hiervoor moet wel extra budget beschikbaar worden gesteld bij beide rekenkamers. *Op dit moment zijn er binnen de Rekenkamer twee vacatures. Gevolgen Maatschappelijke effecten: Een regionale rekenkamer kan bijdragen aan betere kwaliteit en onafhankelijkheid van onderzoeken door bredere expertise. Dit kan leiden tot effectievere besluitvorming en een transparantere overheid. Tegelijkertijd bestaat het risico dat lokale belangen minder aandacht krijgen, wat de betrokkenheid van burgers en raadsleden kan verminderen. Schatting besparing: Door schaalvoordelen en gedeelde middelen kan een besparing worden -

90 -

gerealiseerd van circa €20.000 - €50.000 per jaar, afhankelijk van de huidige kostenstructuur en de afspraken binnen de regionale samenwerking. Toelichting wijzigingen De mogelijkheid is verder uitgewerkt. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen - Om aan te sluiten bij de regionale rekenkamer is het noodzakelijk om een formeel verzoek tot toetreding te doen bij de deelnemende gemeenten. Zij moeten allemaal een gelijk besluit nemen om de gemeente Krimpenerwaard toe te laten treden. - Doordat meer raden bij de onderzoeksresultaten betrokken zijn kan de publieke en politieke aandacht voor de resultaten toenemen, soms zonder constructieve intentie. Dat vraagt meer van de onderzoekers (wijze van presenteren en formuleren van conclusies) en inspanningen rond communicatie na publicatie. Planning tot realisatie Besluit kadernota Q2 2025 Verwerking in de begroting Q3 2025 Bij een keuze in Q2 2025 kan bij deze mogelijkheid worden uitgegaan van natuurlijk verloop. Financiële planning

Taakveld: 0.1 Bestuur

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

26.000

26.000

.

2027

26.000

26.000

.

2028

26.000

26.000

.

2029

26.000

26.000

.

-

91 -

NBZ41 - Bovenwettelijke taken, leerlingenvervoer Beschrijving Een deel van de raad heeft gevraagd de volgende mogelijkheid verder uit te werken: Een besparing realiseren op bovenwettelijke taken. Eerst een inventarisatie incl verwachte effecten welke taken/werkzaamheden bovenwettelijk zijn. Dit voorstel geldt voor alle thema's. We hebben dit als volgt uitgewerkt: Voor het onderzoek naar de mogelijkheden hebben we gebruik gemaakt van de eerder aan de raad aangeleverde thematische onderbouwing. De eerdere voorstellen betreffen immers al allen "bovenwettelijke mogelijkheden". We hebben daarom gekeken naar de taakvelden die nog niet zijn voorzien van bezuinigingsvoorstellen & waar er wel sprake is van: - (enige)beleidsvrijheid, - beinvloedbaarheid van kosten en - we in het vergelijk ongunstig naar voren komen ten opzichte van andere gemeenten; Uit deze analyse komen de volgende taakvelden naar boven: 7.2 Riolering 7.3 Afval 8.1 Ruimte en Leefomgeving 4.1 openbaar basisonderwijs 4.3 onderwijsbeleid en leerlingenzaken Voor de uitwerking hebben we 7.2 en 7.3 buiten beschouwing gelaten, omdat bezuinigen op deze posten geen directe bijdrage levert aan het tekort - kosten worden gedekt uit de riool en afvalstoffenheffing. Voor wat betreft 8.1 Ruimte en Ontwikkeling is er een voorstel in voorbereiding rond (bovenplans) kostenverhaal, gericht op het kostenverhaal rond ontwikkelingen.

In dit kader hebben we dit onderdeel hier niet verder uitgewerkt. Voor de overgebleven taakvelden is vervolgens gekeken naar de omvangrijkste bestedingen. De volgende mogelijkheden zijn bekeken: - 4.1: realistischer en minder optimistisch plannen van het Investeringsplan onderwijshuisvesting (IHP).Deze mogelijkheid is meegenomen bij het beoordelen van de technische mogelijkheden om verantwoord (met iets meer risico) te begroten. - 4.3: versobering van het leerlingenvervoer; 4.3: versobering van het leerlingenvervoer De gemeente heeft als wettelijke plicht zorg te dragen voor het leerlingenvervoer voor leerplichtigen bij ziekte, een handicap of gedragsproblemen. De gemeente bepaalt wie voor het leerlingenvervoer in aanmerking komen en stelt hiervoor (wettelijke plicht) een verordening op. Daarbij is ze ondermeer gebonden aan de Wet op het Primair Onderwijs. Het leerlingenvervoer richt zich op de vrijheid van onderwijs en op de zorg voor kinderen met een beperking. De gemeente heeft daarbij de vrijheid zelf te bepalen vanaf welke afstand leerlingen daarvoor in aanmerking komen en of er een eigen bijdrage wordt verwacht - tot een afstand van maximaal 6 km en ze kan daarbij ook in vervoer voorzien. De afstanden binnen de Krimpenerwaard zijn vaak groter: 15 km (Gouda, Capelle a/d IJssel) is geen uitzondering. In deze mogelijkheid onderzoeken we een striktere handelingswijze.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=4eb2dccf-a068-490d-a946-9620a58dcfe4