CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 bij bijlage 2: Verkennend en nader bodemonderzoek - afdoening T26-034

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Bindend advies BOPA Noord 25 in Krimpen aan de Lek24.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK EN INDICATIEF ASBESTONDERZOEK Rapport:

Noord 25 Krimpen aan de Lek

Opdrachtgever:

De Haay Bouwwerken van Markenstraat 28 2941 BX Lekkerkerk

Projectnummer:

2500810

Rapportdatum: Status:

29 oktober 2025 Definitief

Auteur:

Jens Beekmans

Kwaliteitscontrole:

Guido Verheijen

Vestiging Middelbeers: Putstraat 9a 5091 TH Middelbeers Tel.: 0499 578 520

Vestiging Gouda: Marconistraat 72 2809 PE Gouda Tel.: 0182 585 503

Versie: 2

Silt Milieu B.V. Postbus 38, 5688 ZG Oirschot info@silt.nl www.silt.nl

K.v.K. 17182328 IBAN: NL25 RABO 0370 7175 03 BTW: NL8148.87.016.B01 BIC: RABONL2U

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................................................1 1 Inleiding ............................................................................................................................................2 1.1 Opdrachtvorming ........................................................................................................................ 2 1.2 Aanleiding en doel ...................................................................................................................... 2 1.3 Opzet van het bodemonderzoek ................................................................................................ 2 1.4 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage ............................................................................... 3 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................4 2.1 Inleiding en opzet vooronderzoek .............................................................................................. 4 2.2 Algemene gegevens en afbakening onderzoekslocatie ............................................................. 4 2.3 Voormalige, huidige en toekomstige (bedrijfs)activiteiten ..........................................................

5 2.3.1 Topografische gegevens ................................................................................................... 5 2.3.2 Bedrijfsactiviteiten .............................................................................................................. 5 2.4 Boven- en ondergrondse tanks .................................................................................................. 5 2.5 Overzicht milieukundige bodemonderzoeken ............................................................................ 6 2.6 Bodemkwaliteitskaart .................................................................................................................. 6 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................... 6 2.8 Terreinverkenning en asbest ...................................................................................................... 7 2.9 Overig ......................................................................................................................................... 7 2.10 Resultaten vooronderzoek .....................................................................................................

8 3 Hypothese en onderzoeksstrategie ...............................................................................................9 3.1 Verkennend bodem- en indicatief asbestonderzoek .................................................................. 9 3.1.1. Hypothese .............................................................................................................................. 9 3.1.2. Onderzoeksstrategie .............................................................................................................. 9 3.2 Nader bodemonderzoek ........................................................................................................... 10 3.1.1. Hypothese ............................................................................................................................ 10 3.1.2. Onderzoeksstrategie ............................................................................................................ 10 4 Verkennend bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek ............................................... 11 4.1 Grond ........................................................................................................................................ 11 4.2 Asbest .......................................................................................................................................

12 4.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden .................................................... 12 4.2.2 Visuele inspectie grove fractie ......................................................................................... 12 4.3 Grondwater ............................................................................................................................... 13 4.4 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002 ........................................................... 13 5 Nader bodemonderzoek .............................................................................................................. 14 5.1 Grond ........................................................................................................................................ 14 5.2 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocol 2001 .............................................................................. 15 6 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek ....................................................................... 16 6.1 Samenstelling en analyseparameters ...................................................................................... 16 6.2 Toetsingscriteria .......................................................................................................................

16 6.3 Verkennend bodem- en indicatief asbestonderzoek ................................................................ 19 6.4 Nader bodemonderzoek ........................................................................................................... 22 7 Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................................... 23 7.1 Conclusies ................................................................................................................................ 23 7.2 Resumé en aanbevelingen ....................................................................................................... 24 Bijlagen Bijlage 1: Regionale ligging locatie Bijlage 2: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Bijlage 5: Toetsingstabellen grond en grondwater Bijlage 6: Fotorapportage Bijlage 7: XRF-toetsing

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

Samenvatting Algemeen In opdracht van De Haay Bouwwerken is door Silt Milieu B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie gelegen aan de Noord 25 te Krimpen aan de Lek, gemeente Krimpenerwaard. De aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Grondwater wordt beoordeeld conform de Bkl (bijlage Vd). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie (VED-HE) is het bepalen van de kwaliteit van de bodem binnen een gebied of locatie met een heterogeen verdeelde belasting van de bodem. Naar aanleiding van de tijdens het verkennend bodemonderzoek aangetoonde (sterke) verontreinigingen met zink in de grond is een nader bodemonderzoek verricht. Het doel van het nader bodemonderzoek is de sterke grondverontreinigingen in horizontale en verticale richting in te kaderen en de omvang te bepalen van de verontreinigingen. Conclusies en aanbevelingen De resultaten op basis van de XRF en de in het laboratorium uitgevoerde analyses komen redelijk met elkaar overeen.

Op basis van de onderzoeksresultaten en de bekende historie van de locatie, waarbij onder meer ophogingen met slib hebben plaatsgevonden, wordt verwacht dat de verontreiniging zich over het volledige perceel uitstrekt tot een diepte van circa 1,70 m-mv. In de grondmengmonsters ASBMM01 en ASBMM02 zijn geen verhoogde gehaltes aan asbest aangetoond ten opzichte van de detectiegrens. Vervolgstappen In het kader van de herontwikkeling dient allereerst te worden vastgesteld of werkzaamheden plaatsvinden ter plaatse van de geconstateerde bodemverontreiniging. Wanneer dit duidelijk is volgt automatisch welke MBA (milieubelastende activiteit) van toepassing is en kan de melding gedaan worden via het omgevingsloket. Tevens kan dan vastgesteld worden welke overige uitvoeringsvoorwaarden van toepassing zijn.

1

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

1 Inleiding 1.1

Opdrachtvorming

In opdracht van De Haay Bouwwerken is door Silt Milieu B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie gelegen aan de Noord 25 te Krimpen aan de Lek, gemeente Krimpenerwaard. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. 1.2

Aanleiding en doel

De aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Grondwater wordt beoordeeld conform de Bkl (bijlage Vd). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie (VED-HE) is het bepalen van de kwaliteit van de bodem binnen een gebied of locatie met een heterogeen verdeelde belasting van de bodem. Naar aanleiding van de tijdens het verkennend bodemonderzoek aangetoonde (sterke) verontreinigingen met zink in de grond is een nader bodemonderzoek verricht. Het doel van het nader bodemonderzoek is de sterke grondverontreinigingen in horizontale en verticale richting in te kaderen en de omvang te bepalen van de verontreinigingen. Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die erop is gericht om te kunnen beoordelen of (mogelijke) bodemverontreinigingen aanwezig zijn, evenals het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond.

Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. 1.3

Opzet van het bodemonderzoek

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse normen NEN5740:2023, NEN5707+C2:2017 en NEN5897+C2:2017. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Het hierbij behorende procescertificaat (EC-SIK-02238, 14 maart 2025) en keurmerk van Silt Milieu B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Zoals in de betreffende protocollen wordt vereist, is tussen Silt Milieu B.V. en haar opdrachtgever geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit van Silt Milieu B.V. zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. Silt Milieu B.V. verklaart hierbij dan ook dat zij in geval van de geoffreerde werkzaamheden op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze gelieerd is aan de opdrachtgever. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN5725:2023 “Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek” en de NEN5740:2023 “Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”.

Evenals de NTA5755:2022 “Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging en is voor het indicatief asbestonderzoek aanleiding gezocht bij de NEN5707+C2:2017 “Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in de bodem en partijen grond” en de NEN5897+C2:2017 “Inspectie en

2

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat”. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.4

Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage

Silt Milieu B.V. is een onafhankelijk bureau dat naast NEN-EN-ISO 9001, NEN-EN-ISO 14001, VCA**, CO2-prestatieladder (trede 5), is gecertificeerd conform BRL SIKB 1000 (protocol 1001, 1002 en 1003), BRL SIKB 2000 (protocol 2001 en 2002) en BRL SIKB 6000 (protocol 6001 en 6003). De werkzaamheden zijn door Silt Milieu B.V. onder procescertificaat (EC-SIK-02238, 15 maart 2024) uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen: • 2001 (versie 7.0): “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”; • 2002 (versie 7.0): “Het nemen van grondwatermonsters”. De werkzaamheden uitgevoerd conform de NEN5897 (wanneer sprake is meer dan 50% bodemvreemde bijmengingen), zijn niet onder procescertificaat uitgevoerd. Dit als gevolg van het feit dat deze werkzaamheden in geen protocol zijn opgenomen. Ondanks het zorgvuldig, conform de normen, uitgevoerde onderzoek kan de representativiteit niet worden gegarandeerd: er blijft altijd een kans aanwezig dat een op locatie aanwezige verontreiniging niet wordt gedetecteerd als gevolg van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling bij het samenstellen van (meng)monsters. Lokale afwijkingen ten opzichte van de volgens de norm voorgeschreven steekmonsters kunnen nimmer worden uitgesloten.

Dit rapport is tot stand gekomen op basis van een overeenkomst van opdracht tussen Silt Milieu B.V. in kwaliteit van adviseur en haar opdrachtgever, op welke rechtsverhouding exclusief de DNR 2011 voorwaarden toepasselijk zijn. Silt Milieu B.V. is slechts in verhouding tot haar opdrachtgever verantwoording schuldig over de inhoud en wijze van totstandkoming van het rapport. Derden kunnen dan ook geen rechten ontlenen aan de inhoud van het rapport. Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en –strategie (hoofdstuk 3), de resultaten van het veldwerk (hoofdstuk 4) en analytisch onderzoek en de aan het onderzoek te verbinden interpretatie van de onderzoeksresultaten (hoofdstuk 5) en conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).

3

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

2 Vooronderzoek 2.1

Inleiding en opzet vooronderzoek

Het milieuhygiënisch vooronderzoek conform NEN 5725 is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijke onderzoek van de bodem (veld- en laboratoriumonderzoek). Het doel van het vooronderzoek is inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. De aanleiding voor het opstellen van onderhavig vooronderzoek sluit aan bij aanleiding A ‘Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie’. De resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij het vaststellen van de onderzoekshypothese en -strategie en kunnen worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. De belangrijkste door Silt Milieu B.V. geraadpleegde bronnen zijn in onderstaande tabel vermeld.

tabel 2.1 Vooronderzoek, openbare bronnen Bronnaam

Website / contactpersoon

Geraadpleegd

Opmerking

Provincie

https://www.zuid-holland.nl/

25 maart 2025

Stortplaatsenkaart, grondwaterbeschermingsgebieden

Omgevingsdienst

https://ozhz.nazca4u.nl/rapportage/

25 maart 2025

-

Gemeente

Krimpenerwaard

25 maart 2025

-

Kadaster

https://www.kadaster.nl/

25 maart 2025

Eigendomssituatie en topografie

Topografie

https://www.topotijdreis.nl/

25 maart 2025

Topografische gegevens uit verleden en heden

Bodemloket

https://www.bodemloket.nl/

25 maart 2025

Bekende bodeminformatie

Internet

https://www.ikme.nl/

25 maart 2025

NGE-gegevens

https://www.grondwatertools.nl/

25 maart 2025

-

Dino-loket

https://www.dinoloket.nl/

25 maart 2025

Geohydro-opbouw

Archieven Silt Milieu B.V.

-

25 maart 2025

Betreft tevens de archieven van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. en Bodex Milieu B.V.

In de navolgende paragrafen wordt de verkregen informatie uit het vooronderzoek nader toegelicht. 2.2

Algemene gegevens en afbakening onderzoekslocatie

Bebouwing Maaiveldtype Ligging Gebruik Omgeving Kadastrale aanduiding Oppervlakte kadastraal perceel Oppervlakte onderzoekslocatie Topografische veldcoördinaten

: Ja, een schuur : Verhard met stelconplaten en klinker én deels onverhard : Buitengebied Krimpen aan de Lek, westelijk gelegen van centrum van Krimpen aan de Lek : Bedrijfsterrein : Woningen, ten zuiden is watergang de sliksloot gelegen en ten noordoosten is een agrarische weide gelegen : Gemeente: Krimpen aan de Lek Sectie: A Nummer: 9915 : 887 m2 : 887 m2 : X 100.583 Y 434.890

4

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart en de situatietekening, welke zijn opgenomen als respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2. 2.3

Voormalige, huidige en toekomstige (bedrijfs)activiteiten

2.3.1 Topografische gegevens Uit topografische gegevens blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sinds circa 1960 een schuur aanwezig is. Sinds omstreeks 1989 is ten zuiden van de onderzoekslocatie een waterzuiveringsinstallatie aanwezig. In onderstaande figuren is de onderzoekslocatie op topografische kaarten uit meerdere tijdsperioden weergegeven. figuur 1: situatie omstreeks 1940

figuur 2: situatie omstreeks 1973

figuur 3: situatie omstreeks 1995

figuur 4: situatie omstreeks 2024

2.3.2 Bedrijfsactiviteiten Op de onderzoekslocatie heeft in de periode vóór 1979 een machinefabriek gestaan. Er zijn geen verdere gegevens bekend over deze bedrijfsactiviteit. In de periode van 1979 tot 1984 is de locatie in gebruik geweest als opslag van een loodgietersbedrijf. Vanaf 1984 is de onderzoekslocatie in bezit van een bouwbedrijf. 2.4

Boven- en ondergrondse tanks

Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving hiervan zijn voor zover bekend (ondergrondse) tanks aanwezig (geweest). tabel 2.2 Boven- en ondergrondse tanks Locatie

Soort tank

Bijzonderheden

Noord 23

Ondergrondse hbo-tank

Verwijderd in 1974.

Noord 25

Dieseltank

Geen gegevens bekend.

Noord 27

Onbekend

Geen gegevens bekend.

5

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

2.5

Overzicht milieukundige bodemonderzoeken

Bij de gemeente Krimpenerwaard en via de omgevingsrapportage zijn gegevens bekend van bodemonderzoeken en/of potentieel bodembedreigende activiteiten ter plaatse van en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. In onderstaande tabel zijn de bevindingen hiervan in het kort omschreven. tabel 2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken Locatie

Soort onderzoek (kenmerk, datum, auteur)

Analyseresultaten/conclusies Bovengrond

Ondergrond

Grondwater

Noord 25

Verkennend bodemonderzoek (160169315, november 1998, Oranjewoud)

Licht verontreinigd met zink, cadmium, kwik en lood. Matig verontreinigd met PAK.

Licht verontreinigd met PAK, zink, cadmium, kwik en lood. Sterk verontreinigd met lood.

Licht verontreinigd met chroom, zink, cadmium, tetrachlooretheen en minerale olie. Matig verontreinigd met zink.

Dijkversterking Krimpen

(Water)Bodemonderzoek inclusief asbest (0105039, 23 juli 2023, Grontmij Nederland B.V.)

Uit historisch onderzoek blijkt dat de zandige ophooglaag van traject 2 (gelegen ter hoogte van de onderzoekslocatie) sterk verontreinigd is met zware metalen. Verwacht wordt dat de plaatselijke sterke verontreiniging met minerale olie geen ernstig geval is. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met zware metalen. In dit onderzoek zijn analytisch licht verhoogde gehaltes aan kwik, lood, kobalt en PAK aangetoond in de ondergrond (1,45 – 2,50 mmv). Tevens is een matige verontreiniging met nikkel aangetoond.

2.6

Bodemkwaliteitskaart

Door de Omgevingsdienst Midden-Holland is een Bodemkwaliteitskaart (kenmerk: WAB021671.RAP001, d.d. 23 december 2022, door WSP) vastgesteld. De gegevens met betrekking tot onderhavige onderzoekslocatie worden in onderstaande tabel weergegeven. tabel 2.4 Bodemkwaliteitskaart Onderdeel Bodemkwaliteitskaart (kenmerk: WAB021671.RAP001, d.d. 23 december 2022, door WSP) Zones Bovengrond NEN-stoffen

B15 Dijkbebouwing Krimpenerwaard

Zones Ondergrond NEN-stoffen

B15 Dijkbebouwing Krimpenerwaard

Ontgravingskwaliteit bovengrond NEN stoffen

Industrie

Ontgravingskwaliteit ondergrond NEN stoffen

Industrie

Bodemfunctieklassenkaart

Wonen

Ontgravingskwaliteit bovengrond PFAS

Landbouw/natuur

Ontgravingskwaliteit ondergrond PFAS

Landbouw/natuur

Toepassingskaart generiek bovengrond NEN

Wonen

Toepassingskaart generiek ondergrond NEN

Wonen

Toepassingskaart gebiedspecifiek bovengrond en ondergrond NEN/PFAS

Wonen

2.7

Bodemopbouw en geohydrologie

De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in tabel 2.5. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en –samenstelling kunnen hiervan afwijken.

6

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

tabel 2.5 Geohydrologische bodemopbouw*

*

Diepte [m-mv]

Formatienaam

Lithologie

0,0 – 11,0

Holocene afzettingen

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand

11,0 – 22,0

Formatie van Kreftenheye

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

22,0 – 46,0

Formatie van Waalre

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind

Bron: Landelijk DGM model V1.3 – 2009, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones)

Het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater stroomt regionaal gezien in overwegend zuidoostelijke richting. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning c.q. een grondwaterbeschermingsgebied. 2.8

Terreinverkenning en asbest

Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is door Silt Milieu B.V. op 25 juni 2025 een terreinverkenning op de onderzoekslocatie uitgevoerd door de erkende veldwerker mevrouw L.A.A. Soontiëns. Tijdens deze verkenning is de locatie in ogenschouw genomen. Foto’s van de locatie zijn in bijlage 6 toegevoegd. Er zijn geen bijzonderheden opgemerkt ten opzichte van hetgeen verwacht kan worden op basis van de gegevens van het vooronderzoek. De locatie is daadwerkelijk in gebruik zoals in voorgaande paragraaf (paragraaf 2.2) omschreven. Er zijn tijdens de terreininspectie geen bijzonderheden (zoals verdachte plekken, artefacten of bodembeschermende voorzieningen, puin en/of asbest op het maaiveld, asbest beschoeiingen, verzakkingen, verhogingen, verkleuringen, brandplaatsen) geconstateerd, welke een aanwijzing zouden kunnen zijn voor een mogelijke bodemverontreiniging. In het terrein zijn geen duidelijke terpen, kuilen of glooiingen waargenomen en op het perceel zijn geen watergangen of waterpartijen aanwezig. De aanwezige schuur was in het verleden voor zien van asbesthoudende dakbedekking. Ten tijde van de terreinverkenning is geen asbesthoudende dakbedekking meer aanwezig. Rondom deze schuur is het maaiveld verhard. 2.9

Overig

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend geen sprake van een (voormalige) stortlocatie. Op het perceel zijn geen legger- of waterschapssloten gelegen. Explosieven De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. De onderzoekslocatie is gesitueerd in de zone ‘1e of Vordere Wasserstellung’. Dit is een Duitse verdedigingslinie die ten oosten van het Neue Landfront lag en een invasie vanuit de kuststreek moest vertragen. Dit betekent dat naast het gebouwde erfgoed zoals bunkers en tankversperringen archeologische resten kunnen worden verwacht, zoals de resten van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken e.d. Op de locatie zijn (mogelijk) ondergrondse kabels en of leidingen (in eigen beheer of NUTS) aanwezig. Voorafgaande aan de werkzaamheden is door Silt Milieu B.V. een KLIC-melding verricht.

7

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

2.10 Resultaten vooronderzoek Uit het vooronderzoek is informatie naar voren gekomen waaruit zou kunnen blijken dat op of in de directe nabijheid van de locatie (<25 meter) sprake is, of is geweest van (bedrijfsmatige) activiteiten welke een bedreiging voor de bodemkwaliteit zouden kunnen vormen. Op de onderzoekslocatie is uit eerder uitgevoerd bodemonderzoek gebleken dat sprake is van sterke verontreinigingen met zware metalen. Daarnaast zijn in de ondergrond puinhoudende fundatielagen aangetroffen, die derhalve als verdacht worden beschouwd met betrekking tot mogelijke asbestverontreiniging. Volgens de vergunningencheck van het Omgevingsloket wordt de onderzoekslocatie aangemerkt als waterbodem (oevergebied). Gezien het beoogde toekomstige gebruik is ervoor gekozen de locatie te onderzoeken als landbodem. Conform artikel 22.26 en 22.35 van het omgevingsplan (bruidsschat) geldt dat bij een vergunningplichtige bouwactiviteit een voorafgaand bodemonderzoek vereist is, uit te voeren volgens NEN 5725 en NEN 5740 (paragraaf 5.2.2 Bal).

8

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

3 Hypothese en onderzoeksstrategie 3.1

Verkennend bodem- en indicatief asbestonderzoek

3.1.1. Hypothese Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie ten aanzien van de grond en het grondwater als een ‘heterogeen diffuus verontreinigd gebied’ gekwalificeerd. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie, met betrekking tot de parameter asbest, grotendeels als ‘verdachte’ locatie gekwalificeerd. 3.1.2. Onderzoeksstrategie Grond en grondwater Bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie is de boor-, bemonsterings- en analysestrategie gehanteerd zoals beschreven in de NEN5740:2023 ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL). In deze wordt de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming voor een niet-lijnvormige locatie (VED-HENL) gehanteerd. De verdachte laag betreft de bovengrond. De verdachte parameters betreffen alle parameters uit de standaardpakketten. In het kader van dit onderzoek wordt tevens één grond(meng)monster van de ondergrond geanalyseerd. In onderstaande tabel zijn de uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden weergegeven. tabel 3.1 Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek (VED-HE-NL) Oppervlakte locatie A (m²)

Aantal boringen boring tot de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 m

boring met peilbuisa

bovengrond (verdachte laag) en ondergrond

Grondwaterb

5

1

1

4x NENG

1x NENW

500 < A ≤ 1.000 a

Aantal te analyseren (meng)monsters

boring tot 0,5 m in de verdachte laag

Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien het grondwater zich dieper dan 5 m-mv bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5 m-mv.

Analysepakketten: NENG standaardpakket voor landbodem en grond, bestaande uit: samplemate malen, droge stof- organische stof- en lutumgehalte, negen zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie G.C., polycyclische aromatische koolwaterstoffen en polychloorbifenylen; NENW standaardpakket voor grondwater, bestaande uit: negen zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie G.C., vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, trichloormethaan, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform).

Asbest De puinhoudende fundatielaag onder de aanwezige klinkerverharding wordt onderzocht op basis van de NEN5897+C2:2017. tabel 3.2 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden verkennend onderzoek asbest Deellocatie / oppervlak (m2)

Puinhoudende bodemlaag

asbestgaten

Veldwerk boringen

3 asbestgaten

-

grond- en/of puinmengmonsters 2 x NEN5898

9

Analyses plaatmateriaal -

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

3.2

Nader bodemonderzoek

3.1.1. Hypothese Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is de locatie ten aanzien van de grond als een ‘heterogeen diffuus verontreinigd gebied’ gekwalificeerd. 3.1.2. Onderzoeksstrategie Voor de onderzoekslocatie is bij het vaststellen van het onderzoeksprogramma uitgegaan van de richtlijn ‘Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek (NTA 5755 juli 2010)’.

10

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

4 Verkennend bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL-SIKB 2000, conform de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). 4.1

Grond

Het plaatsen van de boringen en het plaatsen van de peilbuis is door de erkende veldwerker mevrouw L.A.A. Soontiëns uitgevoerd op 25 juni 2025. De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. In tabel 4.1 zijn ten behoeve van het onderzoek de uitgevoerde werkzaamheden opgenomen. tabel 4.1 Uitgevoerde werkzaamheden Boring B07 B06* B05 B04 B02 B03 PB01 *Gestaakt

Diepte [m-mv] 0,50 0,70 1,00 2,10 2,30 2,40 3,80

Filterdiepte [m-mv] 2,80 – 3,80

De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,8 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand. Vanaf een diepte van circa 1,7 m-mv bestaat de bodem overwegend uit zwak zandig klei. De grond is plaatselijk humushoudend. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen en de peilbuis is opgenomen in bijlage 2. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. In de uitkomende grond zijn lokaal waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In tabel 4.2 volgt per monsternametraject een opsomming van de waargenomen afwijkingen. tabel 4.2 Waargenomen afwijkingen Boring B02

Diepte boring [m-mv] 2,30

B03 B04

2,40 2,10

B05

1,00

Traject afwijking [m-mv] 0,20 – 0,60 1,30 – 1,60 0,20 – 0,40 0,20 – 0,60 1,10 – 2,10 0,15 – 0,50

Grondsoort

Waargenomen afwijkingen

Zand Zand

Volledig puin Sterk slakhoudend, matig puinhoudend, resten ijzer Volledig puin Volledig puin Sterk puinhoudend, matig slakhoudend Sporen baksteen

Gradatie: Zwak : bij puin <5% Matig : bij puin 5-15% Sterk : bij puin 15-50% Uiterst : bij puin 50-80% Volledig : bij puin >80%

De uitkomende grond is per grondlaag van maximaal 50 cm bemonsterd. Eventuele afwijkende grondlagen zijn separaat bemonsterd. De grondmonsters zijn direct luchtdicht verpakt (volledig afgevuld) in glazen potten met polypropyleen deksel.

11

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

4.2

Asbest

Veiligheid De arbeidshygiënische maatregelen tijdens het uitvoeren van het onderzoek moeten voldoen aan de voorschriften uit het Arbeidsomstandighedenbesluit (hoofdstuk 4: afdeling 1 en 2). De maatregelen zijn uitgewerkt in de CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde grond”. Voorafgaand aan het onderzoek is een beoordeling uitgevoerd van mogelijke blootstellingrisico’s aan schadelijke stoffen. Indien het vochtpercentage in de bodem meer bedraagt dan 10%, zijn er geen risico’s aanwezig met betrekking tot het vrijkomen van asbestvezels. Voorafgaand aan de uitvoer van de veldwerkzaamheden is vastgesteld dat het bodemvochtgehalte meer dan 10% betrof. Tijdens de beoordeling van de locatie zijn geen blootstellingsrisico’s gedefinieerd. Derhalve zijn naast de standaard persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM: veiligheidsschoenen en handschoenen) geen aanvullende maatregelen getroffen c.q. PBM gebruikt. 4.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden De veldwerkzaamheden zijn door de erkende veldwerker mevrouw L.A.A. Soontiëns uitgevoerd op 25 juni 2025. De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd. Bij de uitgevoerde inspectie van het maaiveld zijn geen bodemvreemde materialen, kleuren e.d. aangetroffen, welke een aanwijzing zouden kunnen zijn voor een mogelijke bodemverontreiniging.

In bijlage 2 is de situering van de betreffende materialen weergegeven. Als meer dan 25% van het maaiveld niet zichtbaar is, moeten objecten en vegetatie die de inspectie hinderen worden verwijderd. Het verwijderen van vegetatie moet zodanig geschieden dat geen asbestverdachte materialen worden beschadigd en zodoende asbestvezels in de lucht worden gebracht. In onderstaande tabel zijn de gegevens van de maaiveldinspectie opgenomen. tabel 4.3 Maaiveldinspectie Visuele maaiveldinspectie Weersomstandigheden Gesteldheid maaiveld Grondsoort Inspectie-efficiëntie Aanwezigheid asbestverdacht materiaal maaiveld

Zicht: > 50 m Neerslag: < 10 mm (droog) Waterplassen: < 25% (geen) Vegetatie: < 25 % Vegetatie verwijderd: nee Zand Circa 70-90% Nee

4.2.2 Visuele inspectie grove fractie Op basis van de opgestelde onderzoeksstrategie is een drietal inspectiegaten gegraven (G02 t/m G04). Voor de uiteindelijke situering van de inspectiegaten, verwijzen wij naar bijlage 2 van deze rapportage. In bijlage 3 zijn de boorprofielen weergegeven. In bijlage 6 zijn relevante foto’s toegevoegd. De uitkomende bodemmaterialen zijn naast het inspectiegat uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen >20 mm aangetroffen. Vervolgens is de grond gezeefd met een grove zeef (maaswijdte 20 mm). Ook hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Wel zijn asbestverdachte materialen aangetroffen in de vorm van bodemvreemde lagen zijnde puin, zie tabel 4.4. Van de fijne fractie zijn vervolgens twee mengmonsters samengesteld.

12

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

Tabel 4.4 Waargenomen afwijkingen Inspectiegat G02

Diepte inspectiegat [m-mv] 2,30

G03 G04

1,30 2,10

4.3

Grondwater

Traject [m-mv] 0,20 – 0,60 1,30 – 1,80 0,20 – 0,40 0,20 – 0,50 1,10 – 2,10

Grondsoort

Afwijking

Zand

Volledig puin Sterk slakhoudend, matig puinhoudend, resten ijzer Volledig puinhoudend Volledig puinhoudend Sterk puinhoudend, matig slakhoudend

De peilbuis is, na inachtneming van de geldende rustperiode van minimaal een week, door de erkende veldwerker de heer B.H.A.M. van de Sande bemonsterd op 4 juli 2025. De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van protocol 2002. Na de grondwaterstand gemeten te hebben is de voorgeschreven hoeveelheid water uit de peilbuis afgepompt, hierna heeft de monstername van het grondwater plaatsgevonden. Tijdens de bemonstering van het grondwater is het elektrisch geleidend vermogen (EGV), de zuurgraad (pH) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De gemeten zuurgraad en het elektrisch geleidend vermogen zijn niet afwijkend ten opzichte van de natuurlijke situatie. De gemeten troebelheid is relatief hoog. De gemeten waarden zijn weergegeven in tabel 4.5. tabel 4.5 Peilbuisgegevens Peilbuis

Filterdiepte [m-mv]

Grondwaterstand [m-mv]

pH [-]

EGV [µS/cm]

Troebelheid [NTU#]

PB01

2,8 – 3,8

1,90

6,47

1915

187

# Tijdens de monstername van het grondwater wordt de troebelheid van het grondwater in NTU (Nephelometric Turbidity Unit) gemeten. Verondersteld wordt dat het grondwater in de bodem van nature een troebelheid van 0 tot 10 NTU heeft. Het meten van een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk maar kan bij de interpretatie van de analyseresultaten worden gebruikt.

4.4

Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van de BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002.

13

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

5 Nader bodemonderzoek Naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is een nader bodemonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van zink in de grond. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL-SIKB 2000, conform het protocol 2001 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). 5.1

Grond

Het plaatsen van de boringen van het nader bodemonderzoek is door de erkende veldwerker de heer J.B. Schoonhoven uitgevoerd op 9 september 2025. De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. In tabel 5.1 zijn ten behoeve van het onderzoek de uitgevoerde werkzaamheden opgenomen. tabel 5.1 Uitgevoerde werkzaamheden Boring Inkadering verontreiniging PB01 B01H B01A en B01C B01B en B01D B01I B01G B01F Inkadering verontreiniging B03 B03E* B03A t/m B03D Inkadering verontreiniging B04 B04A B04C B04F en B04G B04B en B04E B04D *Gestaakt

Diepte [m-mv]

Filterdiepte [m-mv]

0,50 1,00 1,10 1,20 1,50 1,70

-

0,90 1,50

-

0,50 0,85 1,00 1,10 1,20

-

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is gebruik gemaakt van de XRF meter. Röntgenfluorescentiespectrometrie (XRF) is een techniek om de chemische samenstelling van een grondmonster te kunnen bepalen. Deze meet online de gehalten zware metalen met een aanzienlijke nauwkeurigheid (maximaal circa 20% afwijking). Naar aanleiding van deze meter zijn in het veld steekproefgewijs grondmonsters gemeten. Op basis hiervan is uiteindelijke de definitieve situering van de verrichte boringen bepaald. In bijlage 7 zijn de resultaten opgenomen. De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 1,70 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand. Plaatselijk bestaat de bodem overwegend uit zwak zandig klei. De grond is plaatselijk humushoudend. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen is opgenomen in bijlage 2. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. In de uitkomende grond zijn lokaal waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In tabel 5.2 volgt per monsternametraject een opsomming van de waargenomen afwijkingen.

14

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

tabel 5.2 Waargenomen afwijkingen Boring

Diepte boring [m-mv] Inkadering verontreiniging PB01 B01C 1,00 B01E 1,00 B01F 1,70 B01H 0,50 B01I

1,20

Inkadering verontreiniging B03 B03A 1,50 B03B 1,50 B03C

1,50

B03D 1,50 B03E 0,90 Inkadering verontreiniging B04 B04B 1,10 B04C 0,85 B04D 1,20 B04E 1,10 B04F

1,00

Traject afwijking [m-mv]

Grondsoort

Waargenomen afwijkingen

0,50 – 0,80 0,50 – 0,75 0,50 – 0,90 0,00 – 0,25 0,25 – 0,50 0,00 – 0,50 0,50 – 0,80

Klei Zand Klei Klei Klei Klei Klei

Matig baksteenhoudend Zwak puinhoudend Matig baksteenhoudend Matig baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend, sporen puin Zwak baksteenhoudend Matig baksteenhoudend, sporen puin

0,35 – 0,65 0,30 – 0,35 0,35 – 0,45 0,25 – 0,40 0,40 – 0,50 0,35 – 1,50 0,25 – 0,40

Zand Zand -

Sterk puinhoudend Matig baksteenhoudend Sterk puinhoudend Matig baksteenhoudend Sterk puinhoudend Sterk puinhoudend Sterk baksteenhoudend

0,12 – 0,50 0,25 – 0,37 0,12 – 0,50 0,12 – 0,50 0,50 – 0,70 0,12 – 0,25 0,25 – 0,37

Zand Zand Zand -

Volledig puingranulaat Volledig beton Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Sporen puin Matig puinhoudend Volledig beton

Gradatie: Zwak : bij puin <5% Matig : bij puin 5-15% Sterk : bij puin 15-50% Uiterst : bij puin 50-80% Volledig : bij puin >80%

De uitkomende grond is per grondlaag van maximaal 50 cm bemonsterd. Eventuele afwijkende grondlagen zijn separaat bemonsterd. De grondmonsters zijn direct luchtdicht verpakt (volledig afgevuld) in glazen potten met polypropyleen deksel. 5.2

Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocol 2001

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van het BRL-SIKB 2000 protocol 2001.

15

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

6 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek 6.1

Samenstelling en analyseparameters

De grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn in het laboratorium van SGS Environmental Analytics te Rotterdam (door de RvA erkend) chemisch geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. De resultaten zijn getoetst aan de landbodem (T.101 en T.130) en waterbodem (T.103a) en weergegeven in bijlage 5. 6.2

Toetsingscriteria

Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) in werking getreden. Tegelijkertijd treedt ook de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022) in werking. 6.2.1 Overgangsfase omgevingsplan Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de gemeente door overgangsrecht een tijdelijk deel van het omgevingsplan (ook wel omgevingsplan van rechtswege genoemd). Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat voor het onderwerp bodem uit de volgende onderdelen: -

Bruidsschatregels voor bodem: Voor het thema bodem geeft het Invoeringsbesluit (aangevuld door het Aanvullingsbesluit) de zogenaamde bruidsschatregels mee aan het omgevingsplan. Het zijn tijdelijke regels die de gemeente zelf nog moet omzetten; de bodemfunctieklassenkaart en gebiedsspecifiek beleid voor het toepassen van grond of baggerspecie.

Gemeenten krijgen tot eind 2031 (of zoveel eerder als het gebiedsspecifieke beleid eerder de geldigheid verliest) de tijd om het tijdelijk deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld uit bestaande gemeentelijke verordeningen) om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. De gemeente heeft hiervoor een bepaalde beleidsvrijheid. Gemeenten kunnen afwijken van de algemene regels door maatwerk vast te stellen. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan de beleidsvrijheid. Zo moeten gemeenten voldoen aan de gestelde instructieregels. Om gemeenten te ondersteunen bij de voorbereiding op het maken van regels over bodem in het omgevingsplan zijn diverse hulpmiddelen beschikbaar. De omgezette regels moeten voldoen aan de eisen aan de Omgevingswet en zijn digitaal beschikbaar via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). 6.2.2 Rijksregels Voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) algemene rijksregels. Voor milieubelastende activiteiten waarbij bodemverontreiniging kan ontstaan, staan in het Bal maatregelen die de bodem beschermen. Hoofdstuk 3 van het Bal is de richtingaanwijzer. Hierin staat welke paragrafen van hoofdstuk 4 en 5 van het Bal gelden voor de milieubelastende activiteit.

In hoofdstuk 4 van het Bal staan regels om de bodem te beschermen tegen milieubelastende activiteiten die de bodem kunnen verontreinigen. Het Bal geeft daarnaast aan wanneer de modules eindonderzoek bodem en beschermende voorzieningen uit hoofdstuk 5 van toepassing zijn.

16

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

6.2.3 Toetsing Omgevingswet Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten getoetst aan bijlage IIA van het Bal en bijlage B, tabel 1, Regeling Bodemkwaliteit 2022 (interventiewaarde bodemkwaliteit voor grond) en bijlage Vd van het Bkl (signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering voor grondwater). De analyseresultaten zijn getoetst conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de analyseresultaten (de meetwaarden) zijn gecorrigeerd aan het in het laboratorium gemeten gehalte aan organische stof en lutum. 6.2.4 Kwaliteitseisen toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater Bij het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater gelden algemene kwaliteitseisen. Deze staan vermeld in artikel 4.1272 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende waterbodem bepaalt de toepassingseis. 6.2.5 Toetsing Omgevingswet Voor de toepassing van grond en bagger op landbodem geldt het toetsingskader op basis van het Besluit bodemkwaliteit. In de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit zijn normen opgenomen waaraan de kwaliteit van toe te passen grond of bagger of de kwaliteit van de ontvangende bodem kan worden getoetst.

De analyseresultaten zijn met behulp van het toetsingsinstrument BoToVa (Bodemtoets- en validatieservice) getoetst aan de toetsingswaarden van de Regeling bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit kent de volgende kwaliteitsklassen voor waterbodem: • niet verontreinigd (waterbodem) / algemeen toepasbaar (baggerspecie) • licht verontreinigd • matig verontreinigd • sterk verontreinigd De kwaliteitsklassen zijn begrensd door kwaliteitseisen in tabel 2 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022. In onderstaande figuren wordt de gebruikte terminologie voor grond en waterbodem weergegeven: Figuur 1: Kwaliteitsklassen voor landbodem en grond

Landbouw/natuur

Wonen

Industrie

Matig verontreinigd

Sterk verontreinigd

↑ (interventiewaarde bodem) Figuur 2: Kwaliteitsklassen voor waterbodem en baggerspecie

Niet verontreinigd (waterbodem) Algemeen toepasbaar (baggerspecie)

Licht verontreinigd

Matig verontreinigd

Sterk verontreinigd

↑ (interventiewaarde bodem)

De analyseresultaten zijn middels getoetst, conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de analyseresultaten (de meetwaarden) zijn gecorrigeerd aan het in het laboratorium gemeten gehalte aan organische stof en lutum. 6.2.6 Maatwerk kwaliteitseisen Artikel 4.1272 van het Bal stelt algemene kwaliteitseisen aan de grond of baggerspecie die in een functionele toepassing komen. Afwijken van die eisen is met een maatwerkregel of een maatwerkvoorschrift mogelijk. In artikel 4.1273 van het Bal staan de voorwaarden voor maatwerk. Soepelere eisen mogen alleen als de toe te passen grond of baggerspecie afkomstig is uit hetzelfde bodembeheergebied als waar ze weer worden toegepast. Het waterschap moet het 17

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

bodembeheergebied aanwijzen in de waterschapsverordening. Dit volgt uit een instructieregel uit het Bkl. Op deze manier zal de bodemkwaliteit binnen het beheergebied niet verslechteren. Dit wordt ook wel 'stand still' genoemd. Een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift kan de toepassing van sterk verontreinigde grond of sterk verontreinigde baggerspecie alleen toestaan als: • toe te passen grond of baggerspecie uit een locatie of gebied komt met diffuse bodemverontreiniging • grond of baggerspecie op een locatie komt waar de bodem al voor het toepassen diffuus sterk met de stof was verontreinigd In onderstaande figuren worden mogelijkheden voor maatwerk weergegeven: Figuur 3: Maatwerk opslaan van baggerspecie op landbodem

Algemeen toepasbaar

Licht verontreinigd

Matig verontreinigd Sterk verontreinigd

Ruimte voor maatwerk ↑ Kwaliteitseis Landbouw/ Natuur

↑ Kwaliteitseis licht verontreinigd

↑ interventiewaarde bodem

Het opslaan van sterk verontreinigde baggerspecie is vergunningplichtig. Dit is onderdeel van het toepassingsbereik. Daarop is geen maatwerk mogelijk. Voor het toepassen van grond, bagger en mijnsteen zijn de mogelijkheden voor maatwerk groter. Het is namelijk ook mogelijk om sterk verontreinigde grond, bagger of mijnsteen toe te passen (zie onderstaande figuren). Hier gelden wel aanvullende voorwaarden voor. Deze staan in het artikel 4.1273 en 4.1289 van het Bal. Voor de kwaliteitseisen bij de standaard saneringsaanpak ‘afdekken’, bij het saneren van de bodem, geldt dezelfde ruimte voor maatwerk als voor toepassen. Figuur 4: Maatwerk toepassen grond, baggerspecie en mijnsteen op landbodem

Landbouw/natuur

Wonen

Industrie

Matig verontreinigd

Sterk verontreinigd

Ruimte voor maatwerk ↑ Kwaliteitseis Landbouw/ Natuur

↑ Kwaliteitseis wonen

↑ Kwaliteitseis industrie

↑ interventiewaarde landbodem

Figuur 5: Maatwerk toepassen grond en baggerspecie in oppervlaktewater

Algemeen toepasbaar

Licht verontreinigd

Matig verontreinigd

Sterk verontreinigd

Ruimte voor maatwerk ↑ Kwaliteitseis Landbouw/ Natuur

↑ Kwaliteitseis licht verontreinigd

↑ interventiewaarde waterbodem

6.2.7 Asbest De landelijke normen voor asbest in grond, bodem en puingranulaat zijn vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen gehalte. Het gewogen gehalte is het serpentijngehalte vermeerderd met tienmaal het amfiboolgehalte. Deze waarde geldt zowel als interventiewaarde bodemkwaliteit, als kwaliteitseis bij het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen. De interventiewaarde bodemkwaliteit voor asbest in grond is opgenomen in bijlage IIA van het Bal.

18

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

In de NEN5897+C2:2017 is opgenomen dat indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de maximale samenstellingswaarde, het statistisch aannemelijk is dat ook in een nader onderzoekstraject de maximale samenstellingswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de maximale samenstellingswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. 6.3

Verkennend bodem- en indicatief asbestonderzoek

In onderstaande tabel 6.1, tabel 6.2 en tabel 6.3 is inzichtelijk gemaakt hoe de betreffende monsters (grond en asbest) zijn samengesteld (o.a. zintuiglijke waarnemingen en diepte geanalyseerde bodemlaag) en worden de resultaten vermeld. Tevens zijn in tabel 6.4 de resultaten van het grondwateronderzoek weergegeven. 6.3.1 Grond In tabel 6.1 zijn (indien van toepassing) alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de gehalten de betreffende toetsingswaarden overschrijden. tabel 6.1 Resultaten grondonderzoek (landbodem) (Meng) monster MM01

Deelmonsters [m-mv]

WO (T.101)

IND (T.101)

MV (T.101)

SV (T.101)

> IW (T.130)

B06 (0,00 – 0,50) B07 (0,00 – 0,50) PB01 (0,30 – 0,50)

Nikkel Koper Kwik Lood PAK

PCB Minerale olie Cadmium

-

Zink

Zink

Uitsplitsing MM01 B06-1 B06 (0,00 – 0,50) B07-1 B07 (0,00 – 0,50) PB01-2 PB01 (0,30 – 0,50)

Zink -

Zink -

-

Zink

Zink

MM02

-

PCB Minerale olie Nikkel Koper Cadmium Kwik Lood PAK

-

Zink

Zink

Cadmium

Zink Zink

-

Zink -

Zink -

Kobalt Lood

Minerale olie Nikkel Koper Zink Cadmium Kwik PAK

-

-

-

B03 (0,80 – 1,10) B04 (0,60 – 1,10)

Uitsplitsing MM02 B03-4 B03 (0,80 – 1,10) B04-3 B04 (0,60 – 1,10) MM03 B02 (1,10 – 1,30) B03 (1,30 – 1,80) PB01 (0,50 – 1,00) PB01 (1,00 – 1,50) MM04 B02 (1,80 – 2,30) B03 (2,00 – 2,40) PB01 (1,70 – 2,00)

(Meng) monster

Deelmonsters [m-mv]

B06 (0,00 – 0,50) B07 (0,00 – 0,50) PB01 (0,30 – 0,50 Uitsplitsing MM01 B06-1 B06 (0,00 – 0,50) B07-1 B07 (0,00 – 0,50) PB01-2 PB01 (0,30 – 0,50)

Klasse sterk verontreinigd

Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130) Overschrijding Interventiewaarde

Klasse wonen Klasse industrie Klasse sterk verontreinigd

Voldoet aan Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde Overschrijding Interventiewaarde

MM02 B03 (0,80 – 1,10) B04 (0,60 – 1,10) Uitsplitsing MM02 B03-4 B03 (0,80 – 1,10) B04-3 B04 (0,60 – 1,10)

Klasse sterk verontreinigd

Overschrijding Interventiewaarde

Klasse industrie Klasse sterk verontreinigd

Voldoet aan Interventiewaarde Overschrijding Interventiewaarde

MM03

Klasse industrie

Voldoet aan Interventiewaarde

Klasse industrie

Voldoet aan Interventiewaarde

MM01

MM04

B02 (1,10 – 1,30) B03 (1,30 – 1,80) PB01 (0,50 – 1,00) PB01 (1,00 – 1,50) B02 (1,80 – 2,30) B03 (2,00 – 2,40) PB01 (1,70 – 2,00)

Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (T.101)

19

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

6.3.2 Waterbodem In tabel 6.2 zijn (indien van toepassing) alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de gehalten de betreffende toetsingswaarden overschrijden. tabel 6.2 Resultaten grondonderzoek (T.103a) (Meng) monster MM01

Deelmonsters [m-mv] B06 (0,00 – 0,50) B07 (0,00 – 0,50) PB01 (0,30 – 0,50)

Uitsplitsing MM01 B06-1 B06 (0,00 – 0,50) B07-1 B07 (0,00 – 0,50) PB01-2 PB01 (0,30 – 0,50) MM02

B03 (0,80 – 1,10) B04 (0,60 – 1,10)

Uitsplitsing MM02 B03-4 B03 (0,80 – 1,10) B04-3 B04 (0,60 – 1,10) MM03 B02 (1,10 – 1,30) B03 (1,30 – 1,80) PB01 (0,50 – 1,00) PB01 (1,00 – 1,50) MM04 B02 (1,80 – 2,30) B03 (2,00 – 2,40) PB01 (1,70 – 2,00)

(Meng) monster MM01

Deelmonsters [m-mv]

B06 (0,00 – 0,50) B07 (0,00 – 0,50) PB01 (0,30 – 0,50) Uitsplitsing MM01 B06-1 B06 (0,00 – 0,50) B07-1 B07 (0,00 – 0,50) PB01-2 PB01 (0,30 – 0,50)

Licht verontreinigd (T.103a) Cadmium Nikkel Koper Kwik Lood PAK Minerale olie PCB

Matig verontreinigd (T.103a) Zink

Sterk verontreinigd (T.103a) -

Zink Zink -

Zink

-

Cadmium Nikkel Koper PCB Minerale olie

Kwik Lood Zink PAK

-

Cadmium Zink Cadmium Kobalt Koper Kwik Nikkel Minerale olie

Zink Zink -

-

Lood Zink PAK

-

Beoordeling kwaliteit van bagger bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam (T.103a) Klasse matig verontreinigd

Klasse licht verontreinigd Klasse licht verontreinigd Klasse matig verontreinigd

MM02 B03 (0,80 – 1,10) B04 (0,60 – 1,10) Uitsplitsing MM02 B03-4 B03 (0,80 – 1,10) B04-3 B04 (0,60 – 1,10)

Klasse matig verontreinigd

MM03

Klasse licht verontreinigd

MM04

B02 (1,10 – 1,30) B03 (1,30 – 1,80) PB01 (0,50 – 1,00) PB01 (1,00 – 1,50) B02 (1,80 – 2,30) B03 (2,00 – 2,40) PB01 (1,70 – 2,00)

Klasse matig verontreinigd Klasse matig verontreinigd

Klasse matig verontreinigd

6.3.3 Asbest In tabel 6.3 is een overzicht weergegeven van de totale gehalten aan asbest. In de tabel zijn per traject alleen de gemiddelde totaal gewogen gehalten opgenomen per (deel)locatie (lees: wanneer sprake is van een verkennend asbestonderzoek), wanneer is voldaan aan de homogeniteitstoets. tabel 6.3 Resultaten indicatief onderzoek asbest Monsternr.

Samenstelling en bodemlaag [mmv]

ASBMM01

G02 (0,20 – 0,60) G03 (0,20 – 0,40) G04 (0,20 – 0,60) G04 (1,10 – 2,10)

ASBMM02

Gewogen asbestconcentratie [mg/kg.ds] Grove fractie Fijne fractie Totaal n.a. 4,94 4,94

Toets

n.a.

--

<2

20

<2

-

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

+ +/--

Verklaring van de tekens: concentratie overschrijdt interventiewaarde (=grenswaarde) / samenstellingswaarde concentratie overschrijdt waarde voor nader onderzoek (1/2 interventiewaarde) concentratie lager dan de detectiegrens concentratie overschrijdt niet de helft van de grenswaarde

6.3.4 Grondwater In tabel 6.4 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende streefwaarden overschrijden. Tabel 6.4 Resultaten grondwateronderzoek Watermonster PB01-1-1

Signaleringsparameter Barium Nikkel

Watermonster PB01-1-1

T.1001 Grondwater Landelijk Overschrijding Signaleringsparameters

Verklaring van de tekens: * groter dan streefwaarde en kleiner of gelijk ½ (streefwaarde+I) waarde ** groter dan ½ (SW+I) waarde en kleiner of gelijk interventiewaarde *** groter interventiewaarde gehalte niet verhoogd t.o.v. streefwaarde dan wel detectiegrens

21

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Noord 25 te Krimpen aan de Lek Rapport: 2500810 versie 2, 29 oktober 2025

6.4

Nader bodemonderzoek

Om de omvang van de aanwezige verontreinigingen te kunnen bepalen is een nader bodemonderzoek uitgevoerd. In onderstaande tabel 6.4 is inzichtelijk gemaakt hoe de betreffende grondmonsters zijn samengesteld (o.a. zintuiglijke waarnemingen en diepte geanalyseerde bodemlaag) en worden de resultaten vermeld. tabel 6.1 Resultaten grondonderzoek (landbodem) (Meng) Deelmonsters [m-mv] monster Inkadering verontreiniging PB01 B01D-3 B01D (0,50 - 0,90) B01E-1 B01E (0,00 - 0,50) B01E-3 B01E (0,75 - 1,00) B01I-2 B01I (0,50 - 0,80) B01I-3 B01I (0,80 - 1,20) Inkadering verontreiniging B03 B03A-4 B03A (1,10 - 1,50) B03B-3 B03B (0,45 - 0,80) B03B-4 B03B (0,80 - 1,00) B03C-4 B03C (0,80 - 1,10) B03C-5 B03C (1,10 - 1,50) B03D-3 B03D (0,70 - 0,90) Inkadering verontreiniging B04 B04G-3 B04G (0,50 - 1,00) B04B-2 B04B (0,80 - 1,10) B04D-2 B04D (0,50 - 1,00) B04F-2 B04F (0,50 - 1,00) (Meng) monster

Deelmonsters [m-mv]

Inkadering verontreiniging PB01 B01D-3 B01D (0,50 - 0,90) B01E-1 B01E (0,00 - 0,50) B01E-3 B01E (0,75 - 1,00) B01I-2 B01I (0,50 - 0,80) B01I-3 B01I (0,80 - 1,20) Inkadering verontreiniging B03 B03A-4 B03A (1,10 - 1,50) B03B-3 B03B (0,45 - 0,80) B03B-4 B03B (0,80 - 1,00) B03C-4 B03C (0,80 - 1,10) B03C-5 B03C (1,10 - 1,50) B03D-3 B03D (0,70 - 0,90) Inkadering verontreiniging B04 B04G-3 B04G (0,50 - 1,00) B04B-2 B04B (0,80 - 1,10) B04D-2 B04D (0,50 - 1,00) B04F-2 B04F (0,50 - 1,00)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=3b4fe4a9-8829-4675-b7f5-6b5ea1dc2054