Bijlage 2l: bijlage 9 ecologisch onderzoek Bilwijkerweg, Stolwijk
Tekst van het document
Colofon Titel
Ecologisch Onderzoek
Status rapport
Definitief
Projectnummer
25A051
Datum uitgave
november 2025
Samengesteld door
Pim Leber, adviseur Watersnip Advies Quinn van Etten, adviseur Watersnip Advies Brigit van Dam, senior adviseur Watersnip Advies
Foto’s
Watersnip Advies
Naam en adres opdrachtgever
IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen
Contactpersoon opdrachtgever
Dhr. W. Kaandorp
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. De inhoud van dit advies is met uiterste zorg samengesteld. Watersnip Advies sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die onverhoopt zou kunnen voortvloeien uit of verband houdt met het gebruik van dit document.
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ................................................................................................. 3
2
LOCATIEBESCHRIJVING ............................................................................. 6 2.1 2.2
3
Huidige situatie.............................................................................................6 Plannen .......................................................................................................6
TOETSINGSKADER ..................................................................................... 7 3.1 3.2
Europese richtlijnen .......................................................................................7 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving ................................................................7
3.2.1 3.2.2 3.2.3
4
RESULTATEN ONDERZOEK ....................................................................... 14 4.1 4.2 4.3
Methode .................................................................................................... 14 Flora ......................................................................................................... 14 Fauna ....................................................................................................... 14
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7
5
Vogels ............................................................................................................ 14 Vissen ............................................................................................................ 15 Amfibieën ....................................................................................................... 15 Reptielen......................................................................................................... 16 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................ 16 Vleermuizen .................................................................................................... 16 Overige soorten ............................................................................................... 17
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 18 5.1 5.2 5.3 5.4
6
Omgevingswet 2024 .......................................................................................... 7 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................. 10 Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland ................. 12
Conclusies en aanbevelingen ........................................................................ 18 Algemene Zorgplicht ................................................................................... 19 Specifieke zorgplicht ................................................................................... 19 Natuur-inclusief bouwen .............................................................................. 20
BRONNEN................................................................................................ 21
Watersnip Advies
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
Watersnip Advies
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
1 Inleiding Stolwijds Ontwikkeling B.V. doet onderzoek naar de mogelijkheid voor woningbouwontwikkeling van ongeveer 100 woningen aan de Bilwijkerweg in Stolwijk. Het huidige plangebied bestaat uit grasland. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: • Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing flora- en fauna-activiteiten Omgevingswet); • Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden. Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden (toetsing flora- en fauna-activiteiten Omgevingswet); • Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (toetsing flora- en fauna-activiteiten Omgevingswet); • Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland).
Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden. Dit gebeurt middels een bureaustudie en veldonderzoek naar de aanwezige flora en fauna. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een deskundige op het gebied van ecologie. In juni 2025 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Tevens worden enige aanbevelingen gedaan t.b.v. de zorg voor de biodiversiteit.
Watersnip Advies
3
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
Conclusies en aanbevelingen In onderstaand schema volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen uit hoofdstuk 5. Daarin wordt aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen gevolgen zijn voor beschermde natuurgebieden of verbodsbepalingen worden overtreden. Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen
- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening §3.2.3 Soortgroep H.4 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5
Flora §4.2 Jaarrond beschermde nesten §4.3.1 Vissen §4.3.2 Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7
Watersnip Advies
Gevolgen De Natura 2000-gebieden ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’, ‘Uiterwaarden Lek’ en ‘Donkse Laagten’ liggen op 4,6 km, 9,3 km en 9,5 km afstand van het plangebied. De combinatie van deze afstanden en de omvang van het project maakt dat er een stikstofdepositieberekening uitgevoerd moet worden. Deze berekening is tevens uitgevoerd. Nee Nee Nee, mits de specifieke zorgplicht wordt nageleefd t.a.v. de Rode lijstsoorten (§5.3). Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Rosse woelmuis, Wezel en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Omgevingswet door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen vergunning aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
4
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
Soortgroep H.4 Vogels §4.3.1
Amfibieën §4.3.3
Watersnip Advies
Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Omgevingswet wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Omgevingswet hanteert echter geen standaardperiode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.
5
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
2 Locatiebeschrijving 2.1
444
Huidige situatie
Het plangebied ligt in het kilometervak met de Amersfoortse coördinaten: 112, 443. Het plangebied is gelegen naast de Bilwijkerweg en de kern van Stolwijk. Het plangebied bestaat uit opengrasland. Langs dit grasland loopt een sloot. 2.2
Plannen 443
Stolwijds Ontwikkeling B.V. doet onderzoek naar de 112 113 mogelijkheid voor woningbouwontwikkeling van ongeveer Figuur 1 Het plangebied (rode contour) 100 woningen aan de Bilwijkerweg in Stolwijk. Het huidige plangebied bestaat uit grasland.
Figuur 2 overzichtsfoto plangebied
Figuur 3 overzichtsfoto plangebied
Figuur 4 overzichtsfoto plangebied
Figuur 5 overzichtsfoto plangebied
Watersnip Advies
6
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
3 Toetsingskader 3.1
Europese richtlijnen
Binnen de Europese Unie vormen de Natura 2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. De richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet is geïmplementeerd in de overkoepelende Omgevingswet. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2024. 3.2
Landelijk natuurbeleid- en wetgeving
3.2.1 Omgevingswet 2024 Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. De Wet Natuurbescherming is opgenomen in de Omgevingswet. Onder de noemer ‘flora- en fauna-activiteiten’ wordt getoetst of ingrepen of activiteiten van invloed zijn op beschermde gebieden, planten en diersoorten. Natura 2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura 2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura 2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningplichtig. Stikstofdepositie Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. In mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit programma niet meer gebruikt mag worden.
In Provincie Zuid-Holland is afhankelijk van de omvang van het initiatief een stikstofdepositieberekening nodig. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht geworden. Hierin worden resultaatverplichtingen voor stikstofreductie genoemd voor 2025, 2030 en 2035. In deze wet gold een bouwvrijstelling. Deze gold voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. In november 2022 heeft de Raad van State uitspraak gedaan betreffende de vrijstelling van de bouwfase. Deze vrijstelling voldoet niet aan het Europese Natuurbeschermingsrecht. In projecten dient zowel de bouwfase als de gebruiksfase berekend te worden. Aan de hand van het ‘Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie’ kan bepaald worden of de berekening voor het betreffende initiatief noodzakelijk is.
Watersnip Advies
7
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Omgevingswet worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een vergunning moet worden aangevraagd (aanvraag flora- en fauna-activiteit). De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of vergunning zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten.
Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een vergunning te worden aangevraagd. Vergunningen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of vergunning zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een vergunning wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het tijdig integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een vergunningsaanvraag mogelijk voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade. Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige. In het kader van de Omgevingswet zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd.
Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten worden vijf categorieën onderscheiden: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.6 en 1.7) Voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet Watersnip Advies
8
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing omgevingswet – Natura 2000 activiteit Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of bijzonder provinciaal natuurgebied. De Natura 2000-gebieden ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’, ‘Uiterwaarden Lek’ en ‘Donkse Laagten’ liggen op 4,6 km, 9,3 km en 9,5 km afstand van het plangebied (figuur 6). Doelsoorten van het Natura 2000-gebied ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ zijn: Bittervoorn, Kleine modderkruiper, Platte schijfhoren, Kleine Zwaan, Krakeend, Slobeend en Smient.
De doelsoort voor het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ is: de Kamsalamander. Doelsoorten van het gebied het Natura 2000-gebied ‘Donkse Laagten’ zijn: Brandgans, Kleine Zwaan en Kolgans. Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura 2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient, Krakeend, Brandgans, Slobeend, Kleine zwaan en Kolgans foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura 2000-gebied. Het plangebied is geschikt voor deze wetlandsoorten als foerageergebied. Echter is er in de omgeving van het plangebied voldoende alternatief foerageergebied aanwezig, waardoor er geen schade aan de gunstige instandhouding van deze soorten ontstaat. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura 2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde.
Watersnip Advies
9
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
Figuur 6 Ligging Natura 2000-gebieden t.o.v. plangebied (bron: www.pzh.nl)
Stikstofdepositie Het initiatief betreft de bouw van 100 woningen. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied is 4,6 km. Het aantal woningen is hoger dan de grenswaarde. Er is een stikstofdepositie berekening voor de aanlegfase en gebruiksfase nodig, deze is tevens uitgevoerd (Voortoets effecten stikstofdepositie Project realisatie 100 woningen ter plaatse Bilwijkerweg Stolwijk (Zuid-Holland)). Hierin wordt geconcludeerd dat het voorgenomen project niet zal leiden tot significant negatieve effecten op de omliggende Natura 2000gebieden. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Krimpenerwaard. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht in het kader van de Omgevingswet is daarom niet aan de orde. Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden; Watersnip Advies
10
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
• bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgens agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied (figuur 7). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied.
De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de bouw van de woningen zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.
Figuur 7: Ligging NNN-gebieden t.o.v. het plangebied (rode markering; bron: www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl)
Watersnip Advies
11
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
3.2.3 Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden (geconsolideerd 1 april 2023). In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de Omgevingswet die 1 januari 2024 in werking is getreden. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En ook is het doel een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie te realiseren. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan.
GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatiebeginsel natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld. Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); • de belangrijke weidevogelgebieden; • de recreatiegebieden om de stad; • strategische reservering natuur; • de karakteristieke landschapselementen. Voor Rode lijstsoorten met een nationaal belang (bijlage IX van het besluit activiteiten leefomgeving (BAL)) of een vogel van de vogelrichtlijn gelden specifieke beschermingsregels. Toetsing Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland Bovenstaande elementen zijn in en rond het plangebied niet in de directe omgeving aanwezig (figuur 8). Er zal daardoor geen schade ontstaan door de geplande werkzaamheden. Er zijn mogelijk wel Rode lijstsoorten aanwezig binnen het plangebied. Deze soorten worden in hoofdstuk 4 beschreven.
Watersnip Advies
12
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
Figuur 8 Ligging bijzondere natuur t.o.v. het plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl)
Watersnip Advies
13
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
4 Resultaten onderzoek 4.1
Methode
Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Soorten die op een afstand van 0 tot 5km zijn waargenomen, worden in dit rapport behandeld. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op dinsdag 20 mei 2025 datum hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. 4.2
Flora
Tijdens de veldinventarisatie zijn in de omgeving van het plangebied verschillende plantensoorten aangetroffen, een aantal van deze planten soorten zijn Harig wilgenroosje, Wilg, Gele Lis, Riet, Kruipende boterbloem, Engels raaigras en Grote brandnetel. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3
Fauna
4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Kauw, Kokmeeuw, Scholekster, Tjiftjaf en Ooievaar. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Omgevingswet. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Er zijn geen broedende vogels aangetroffen. In het plangebied zelf zijn geen bomen aanwezig. In de directe omgeving van het plangebied is wel vegetatie aanwezig waar vogels gebruik van zouden kunnen maken voor het realiseren van hun nesten. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Gierzwaluwen en huismussen maken gebruik van menselijke bebouwing bij het realiseren van hun nesten, Ze nestelen hierbij voornamelijk onder dakpannen of in scheuren in de muur. In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig. Nestlocaties van gierzwaluwen en huismussen kunnen worden uitgesloten. Het plangebied is niet geschikt voor andere vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals roofvogels en uilensoorten. In de omgeving van het plangebied zijn geen hoge bomen aanwezig waar roofvogels of uilen hun nesten zullen realiseren.
Watersnip Advies
14
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten van uilen en/of roofvogels aangetroffen. Jaarrond beschermde nesten van deze soorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde vissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied. Mocht er een deel van de sloot gedempt worden om zo toegang tot het plangebied te verlenen, dan moet er rekening met de zorgplicht gehouden worden. Dit voorkomt schade aan vissen, amfibieën en overige soorten. 4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad en Kleine watersalamander (allen andere soorten) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-5 km). Voor deze soorten geldt in het kader van de Omgevingswet een algemene vrijstelling in de provincie Zuid-Holland. Deze soorten staan wel op de Rode Lijst. De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied kan niet worden uitgesloten. In de specifieke zorgplicht worden maatregelen opgenomen ter bescherming van deze soorten (zie paragraaf 5.3).
Uit de bureaustudie blijkt Heikikker (hrl/ Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en Rugstreeppad (hrl/ Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomen in de omgeving van het plangebied (0-5 km) De Heikikker komt voor in o.a. vochtige heidegebieden en hoog- en laagveengebieden. Hij geeft de voorkeur aan schrale omstandigheden. Voor de voortplanting is hij afhankelijk van ondiep zuur (pH 4 – 5,5) water met oevervegetatie. Verder moet er voldoende ruige en structuurrijke vegetatie aanwezig zijn waar deze kikker kan schuilen tegen predatoren. Het gewenst schrale, voedselarme habitat voor de Heikikker is niet aanwezig in het plangebied. Het voorkomen van de Heikikker in het plangebied kan worden uitgesloten. De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Ook overgangen in het landschap als dijktaluds en de grenzen tussen bovenland en droogmakerij vindt de Rugstreeppad aantrekkelijk als leefgebied. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven.
Op dit moment zijn de biotoopeisen voor de Rugstreeppad niet aanwezig in het plangebied. De aanwezigheid van de Rugstreepppad kan worden uitgesloten. Op het moment dat er binnen het plangebied hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen en regenwater kan stagneren, wordt het gebied mogelijk wel aantrekkelijk als voortplantings- en overwinteringsgebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie. Voorzichtigheid gedurende de werkzaamheden is geboden, zodat er geen geschikte biotoop voor de Rugstreeppad ontstaat.
Watersnip Advies
15
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de bureaustudie blijkt dat de Ringslang (andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (0-5 km). De Ringslang is een watergebonden soort. Deze soort heeft rijk begroeide oevers nodig om in te jagen en om zich te kunnen verschuilen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van compacte broeihopen van takken, stro en bladeren. Het geschikte biotoop voor de Ringslang is niet aanwezig in het plangebied. Het voorkomen van de Ringslang in het plangebied kan worden uitgesloten. 4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere beschermde zoogdieren voorkomen in de omgeving van het plangebied, namelijk Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Rosse woelmuis, Wezel en Woelrat (0-5 km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Omgevingswet in de provincie Zuid-Holland. Deze soorten staan wel op de Rode Lijst. De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied kan niet worden uitgesloten. In de specifieke zorgplicht worden maatregelen opgenomen ter bescherming van deze soorten (zie paragraaf 5.3).
Tevens blijkt uit de bureaustudie dat Bever (hrl) en Waterspitsmuis (andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) voorkomen in de omgeving van het plangebied (0-5 km). De Bever komt voor in overgangsgebieden tussen land en water, o.a. in moerassen, langs beken, en rustige rivieren en meren. Langs het water moeten bossen aanwezig zijn, waar voldoende hout aanwezig is wat de Bever kan gebruiken om dammen van te maken. De biotoopeisen voor de Bever komen niet voor in de omgeving van het plangebied. Het voorkomen van de Bever in het plangebied kan worden uitgesloten. De Waterspitsmuis komt voor langs schone sloten die niet te voedselrijk zijn. De sloten dienen een goede watervegetatie te hebben en ruige oevers. De Waterspitsmuis is zeer schuw en kan zich letterlijk doodschrikken van een hard geluid. Het geschikte biotoop voor de Waterspitsmuis komt niet voor in het plangebied. Het voorkomen van de Waterspitsmuis in het plangebied kan worden uitgesloten. 4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (hrl). Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis (1-0 km).
Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Vleermuizen kunnen verblijven in boomholtes of in menselijke bebouwing. In het plangebied zelf zijn geen bomen aanwezig en de bomen in de directe omgeving van het plangebied Watersnip Advies
16
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
blijven ongemoeid. Schade aan verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is niet aan de orde. Vleermuizen die in gebouwen verblijven doen dit voornamelijk in spouwmuren of on de dakpannen. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in het plangebied kunnen worden uitgesloten. Vleermuizen kunnen tijdens het foerageren mogelijk gebruik maken van bomen. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten. De bomen in de omgeving van het plangebied blijven ongemoeid. Schade aan foerageergebied van vleermuizen is niet aan de orde. 4.3.7 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat Teunisbloempijlstaart (hrl / Rode lijst status ‘niet bedreigd’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (0-5 km). De Teunisbloempijlstaart is een nachtvlindersoort die zich de laatste jaren vanuit het zuiden steeds verder uitbreidt in Nederland. Belangrijke waardplanten voor de soort zijn (Harig) Wilgenroosje en verschillende soorten Basterdwederik en Teunisbloem. Waardplanten voor de Teunisbloempijlstaart zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. In het plangebied zelf zijn echter geen waardplanten voor de Teunisbloempijlstaart waargenomen. Het voorkomen van de Teunisbloempijlstaart in het plangebied kan worden uitgesloten.
Op basis van verspreidingsgegevens is bekend dat de Platte schijfhoren (hrl/ Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (circa 800 meter). De Platte schijfhoren leeft in water met een goed ontwikkelde watervegetatie en een goede waterkwaliteit. Het plangebied beschikt over oevervegetatie. De onderwatervegetatie is echter niet goed ontwikkeld. In het water is veel alg aanwezig wat duidt op een slechte waterkwaliteit. De aanwezigheid van de Platte schijfhoren in het plangebied kan derhalve worden uitgesloten.
Figuur 9 Oevervegetatie en water vol met alg
Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht.
Watersnip Advies
17
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarin wordt aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen gevolgen zijn voor beschermde natuurgebieden of verbodsbepalingen worden overtreden. In de onderste tabel staan de soortgroepen die aanvullende maatregelen vereisen. 5.1
Conclusies en aanbevelingen
Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen
- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening §3.2.3 Soortgroep H.4 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5
Flora §4.2 Jaarrond beschermde nesten §4.3.1 Vissen §4.3.2 Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7
Watersnip Advies
Gevolgen De Natura 2000-gebieden ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’, ‘Uiterwaarden Lek’ en ‘Donkse Laagten’ liggen op 4,6 km, 9,3 km en 9,5 km afstand van het plangebied. De combinatie van deze afstanden en de omvang van het project maakt dat er een stikstofdepositieberekening uitgevoerd moet worden. Deze berekening is tevens uitgevoerd. Nee Nee Nee, mits de specifieke zorgplicht wordt nageleefd t.a.v. de Rode lijstsoorten (§5.3). Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Rosse woelmuis, Wezel en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Omgevingswet door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen vergunning aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
18
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
Soortgroep H.4 Vogels §4.3.1
Amfibieën §4.3.3
5.2
Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Omgevingswet wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Omgevingswet hanteert echter geen standaardperiode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.
Algemene Zorgplicht
Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Omgevingswet de algemene zorgplicht (artikel 1.6 en 1.7). Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. 5.3
Specifieke zorgplicht
In het plangebied kunnen Rode lijstsoorten niet worden uitgesloten. Hierbij gaat het om vogels, amfibieën en zoogdieren. Voor deze soorten dienen specifieke maatregelen genomen te worden. Deze maatregelen zijn: - Het zoveel mogelijk behouden van al aanwezige bomen. Vogels kunnen hier gebruik van blijven maken tijdens en vooral na de werkzaamheden; - Het gebied in één richting te maaien. Hierdoor blijft een ontsnappingsroute voor zoogdieren en amfibieën aanwezig. - Tijdens het maaien voor iemand voor de maaimachine uit laten lopen. Deze persoon werkt als afschrikkend voor aanwezige diersoorten. Het verjagen van deze dieren voorkomt dat deze te laat kunnen reageren op de maaimachine; - Zo minimaal mogelijk dempen van de aanwezige sloot; - De eventueel te dempen stukken in de sloot rond het plangebied moeten voorafgaande aan het dempen met bak van de kraan beroerd, om aanwezige dieren te waarschuwen en de mogelijkheid te geven te vluchten.
Watersnip Advies
19
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
5.4
Natuur-inclusief bouwen
Stolwijds Ontwikkeling B.V. doet onderzoek naar de mogelijkheid voor woningbouwontwikkeling van ongeveer 100 woningen aan de Bilwijkerweg in Stolwijk. H Het is nodig natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit en in dit kader een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen: a. Voor de Huismus worden neststenen ingemetseld. b. Voor de Gierzwaluw worden holle inbouwstenen ingemetseld in de randen van de zijgevels. c. Voor vleermuizen worden kasten ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst. Aanbevolen wordt: voorzieningen voor de Gewone dwergvleermuis, voor de Laatvlieger en in beperkte mate voor de Ruige dwergvleermuis. Enkele aanbieders van producten zijn Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl Tips en verhalen voor natuur-inclusief bouwen zijn te vinden op www.bouwnatuurinclusief.nl
Figuur 9: Mogelijkheden plaatsing van vleermuiskasten in een gevel
Watersnip Advies
20
25A051 EO Bilwijkerweg Stolwijk
6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 2. Norren, E. van, J. Dekker en H. Limpens, 2020. Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Rapport 2019.026. Zoogdiervereniging, Nijmegen 3. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, Vleermuisprotocol 2021, januari 2021 4. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsvisie, Omgevingsbeleid Zuid-Holland, geconsolideerd vanaf 1 april 2023 5. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsverordening Zuid-Holland, geconsolideerd vanaf 1 april
2023 6. Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen woningbouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie, versie 7.1 februari 2023. 7. © NDFF - NDFF.nl, 12 juni 2025 Geraadpleegde internetsites: 8. www.iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/ 9. topokaartnederland.nl/ 10. www.rijksoverheid.nl 11. www.bij12.nl 12. www.regelink.net 13. www.ravon.nl 14. www.vleermuis.net 15. www.zuid-holland.nl 16. www.zoogdiervereniging.nl 17. www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ 18. www.arcgis.com/home/webmap/viewer.html 19. www.waarneming.nl
Watersnip Advies
21
Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info