CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2f: bijlage 3 Plan-mer-beoordeling Noordse Weide

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) TAM-omgevingsplan Noordse Weide, Stolwijk2.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan-mer-beoordeling Noordse Weide in Stolwijk 05-11-2025

Leeswijzer In deze notitie wordt allereerst ingegaan op het project Noordse Weide in Stolwijk. Vervolgens wordt een toelichting gegeven op de aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling: waarom is dit in dit geval van toepassing? Daarna worden alle relevante onderdelen voor een plan-mer-beoordeling behandeld in een tabel. Plangebied Noordse Weide In de ‘Woonvisie gemeente Krimpenerwaard 2023-2028’ van de gemeente is de ambitie opgenomen om 4.000 woningen toe te voegen tot 2040, waarvan een deel aan de randen van bestaande dorpskernen. Deze woningbouw is nodig om de gemeente in de toekomst vitaal en leefbaar te houden. De locatie Noordse Weide in Stolwijk is één van de gebieden waar woningbouw kan worden gerealiseerd. De 'Noordse Weide' is een uitbreidingslocatie aan de noordkant van de kern Stolwijk ten westen van de Bilwijkerweg. Hier kunnen circa 95 woningen worden gebouwd voor verschillende doelgroepen van beleid, waaronder 30% in de sociale huursector, 37% betaalbare koopwoningen en 33% in de dure koopsector.

Figuur 1: Plangrens project Noordse Weide in Stolwijk. Plangebied rood gestippeld omkaderd.

Waarom een plan-mer-beoordeling? De wetgeving omtrent het milieueffectrapport (mer) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Om het voorgenomen project mogelijk te maken wordt een TAM-omgevingsplan procedure doorlopen. In artikel 16.36, eerste lid, van de Omgevingswet is opgenomen dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan een milieueffectrapport wordt opgesteld als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten, Of sprake is van een kaderstellend plan voor een mer-(beoordelings)plichtige activiteit blijkt uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Tevens maakt het bevoegd gezag een milieueffectrapport als bij de voorbereiding van het plan een passende beoordeling moet worden gemaakt (artikel 16.36, tweede lid). Indien sprake is van een klein gebied op lokaal niveau of voor kleine wijzigingen van een plan maakt het bevoegd gezag een milieueffectrapport als dat plan aanzienlijke milieueffecten kan hebben (artikel 16.36, derde lid).

In de jurisprudentie is bepaald dat van een klein gebied sprake is bij projecten die kleiner zijn dan 1% van het totale grondgebied van een gemeente (zie bijvoorbeeld Bestemmingsplan N65 Vught, ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL: RVS:2022:3910). Om tot deze conclusie te komen beoordeelt het bevoegd of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, in een zogeheten plan-mer-beoordeling. Het bevoegd gezag houdt bij het besluit over de beoordeling van de milieueffecten rekening met de criteria van bijlage II van de smb-richtlijn (artikel 16.36, vijfde lid). Daarnaast raadpleegt het bevoegd gezag de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister voor Natuur en Stikstof, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of in plaats van de betrokken minister een door hem aangewezen bestuursorgaan. Relatie tot ontwikkeling Het bevoegd gezag zal per specifiek geval moeten nagaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Voor de beoogde ontwikkeling wordt een TAM-omgevingsplan opgesteld, wat een plan in de zin van artikel 2 van de SMB-richtlijn betreft. Het plangebied omvat een omvang van 20.744 m² ten opzichte van het grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard 161.310.000 m². Het plangebied is circa 0,01% van het totale grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard en daarmee klein te noemen in verhouding tot het totale grondgebied.

Vanwege het feit dat het plangebied kleiner is dan 1% van het gemeentelijke grondgebied, is het doorlopen van de plan-mer-beoordeling noodzakelijk. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn in 1 lijst zowel de mer-plichtige als de merbeoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten. In het Besluit milieueffectrapportage waren dat nog 2 lijsten (onderdelen C en D in de bijlage bij dat besluit). Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten is het volgende opgenomen in het bijlage V van het Omgevingsbesluit:

Tabel 1: Bijlage V bij de artikelen 11.6, 11.7 en 11.8 van het Omgevingsbesluit Projecten Gevallen waarin de Gevallen waarin de mer- Besluiten als mer-plicht geldt beoordelingsplicht bedoeld in artikel (artikel 16.43, geldt (artikel 16.43, 11.6, derde lid, eerste lid, aanhef eerste lid, aanhef en onder c, van het en onder a, van de onder b, van de Omgevingsbesluit Omgevingswet) Omgevingswet) J11 Stedelijk Niet van toepassing Aanleg, wijziging of Het omgevingsplan ontwikkelingsproject uitbreiding met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen

Wat is een mer-beoordeling? Voor elk besluit of plan dient te worden onderzocht of een milieueffectrapport moet worden uitgevoerd. Hierin wordt onderzocht of er aanzienlijke milieueffecten kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, wordt de term plan-mer-beoordeling gehanteerd. Deze plan-mer-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapport noodzakelijk; • Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapport worden gemaakt. Een plan-mer-beoordeling dient in beginsel te worden doorlopen aan de hand van de criteria van bijlage II van de smb-richtlijn: 1. Kenmerken van plannen; 2. Kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed. Echter gesteld kan worden dat, vanwege er sprake is van een ‘relatief klein gebied op lokaal niveau’, de 2 criteria uit bijlage II van de SMB-richtlijn vergelijkbaar zijn met de drie criteria uit bijlage III bij de MER-richtlijn. Om deze reden geeft toetsing aan de criteria uit bijlage III bij de MER-richtlijn voldoende inzicht of het plan leidt tot aanzienlijke effecten voor het milieu. Toetsing project aan bijlage V van het Omgevingsbesluit Op basis van het plan zelf (het toevoegen van circa 95 woningen) kan worden gesteld dat er geen sprake is van een project met aanzienlijke milieugevolgen.

Voor de ontwikkeling van onderhavig project zijn milieuonderzoeken uitgevoerd (verkeerskundig onderzoek, geuronderzoek, bodemonderzoek, akoestisch onderzoek, archeologisch onderzoek ecologisch onderzoek en stikstofberekeningen). Deze onderzoeken zijn gebruikt om de milieueffecten te beoordelen voor deze mer-beoordeling. Conclusie Bij de ontwikkeling voor het oprichten van circa 95 woningen in het plangebied van Noordse Weide ten westen van de Bilwijkerweg aan de noordzijde van de kern Stolwijk zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. Gelet op het “nee, tenzij” principe kan daarom worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport.

Plan-mer-beoordeling Projectnaam: Noordse Weide in Stolwijk Tabel 1: mer-beoordeling: overzicht gevolgen voor het milieu Kenmerken van het project Omvang van het project

In het plangebied worden circa 95 woningen toegevoegd. Het plangebied is nu als weiland in gebruik. De fysieke wijziging is te beperkt voor een volwaardig milieueffectrapport.

Cumulatie met andere projecten

Dit project heeft geen relatie met andere projecten in Stolwijk. Er zijn geen andere projecten in Stolwijk voorzien. De ontwikkeling valt echter onder het voorgenomen Woningbouwprogramma van gemeente Krimpenerwaard en is opgenomen in de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland 2024. In totaal wil de gemeente Krimpenerwaard 4.000 woningen bouwen tot 2040. Deze toename kan significante cumulatieve gevolgen hebben voor onder andere de fysieke leefomgeving. De effecten zijn hoofdzakelijk gerelateerd aan de toename van wegverkeer. Hierbij moet worden gedacht aan milieuaspecten wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit en stikstof. Voor deze drie zaken zijn de cumulatieve effecten onderzocht. Uit de resultaten blijkt dat er geen sprake is van aanzienlijke cumulatieve milieugevolgen. De hiervoor uitgevoerde omgevingsonderzoeken zijn opgenomen in bijlage 1 van deze Plan-mer-beoordeling.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

Bij de bouw van de nieuwe woningen wordt voornamelijk gebruik gemaakt van de natuurlijke hulpbronnen hout, grond en baksteen. Deze hulpbronnen zijn niet schaars en kunnen gemakkelijke aangewend worden.

Productie afvalstoffen

Bij de realisatie van de nieuwe woningen wordt bouwafval geproduceerd (o.a. beton, staal, hout, verf etc.). Dit afval is eenmalig. Er is dus geen sprake van een continue productie van afval als gevolg van dit bouwproject. Het bouwafval wordt hergebruikt daar waar mogelijk. Het overige afval wordt afgevoerd naar de daarvoor bestemde milieudepots (bv. Milieustraat).

Verontreiniging en hinder

Er is mogelijk sprake van hinder tijdens de aanleg en het gebruik van de nieuwe woningen: Aanlegfase: verkeer, bouwwerkzaamheden en daardoor geluidhinder.

Gebruiksfase: Het bestemmingsverkeer neemt toe. Deze toename leidt echter niet tot overschrijdingen van de normen voor geluidhinder en luchtkwaliteit, zoals dat is aangetoond in het uitgevoerde omgevingsonderzoek naar geluid van wegverkeerslawaai. Het verkeer wordt ontsloten op de Bilwijkerweg. Het effect van de toename van het aantal verkeersbewegingen van de woningen gaat op in de al aanwezige verkeersstromen zoals dat is aangetoond in het verkeerskundig onderzoek. Verder staan de woningen op voldoende afstand van de oostelijk gelegen rioolzuiveringsinstallatie zoals dat is aangetoond in het geuronderzoek. Risico voor ongevallen

Door de aanleg en het gebruik van de woningen is er geen toename van het risico op ongevallen te verwachten. Er worden namelijk geen gevaarlijke stoffen geproduceerd door het bouwen van de nieuwe woningen die risico op ongevallen met zich mee brengt. Tijdens de bouw wordt voldaan aan de wettelijke vereisten van de Arbowet om de veiligheid van de medewerkers in de bouw te garanderen.

Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik

Het plangebied heeft de functie weidegebied.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn en onmisbaar zijn voor de levenskwaliteit van de mens. Natuurlijke hulpbronnen zijn: - niet hernieuwbare hulpbronnen zoals mineralen, ertsen en fossiele brandstoffen; - hernieuwbare hulpbronnen zoals hout, rubber en biomassa, die steeds opnieuw worden aangemaakt, mits het gebruik niet hoger is dan de natuurlijke aanwas; - milieuvoorraden: water, lucht, ruimte en de bodem en biodiversiteit. De natuurlijke hulpbron van het gebied is groen. In de nieuwe situatie blijft er groen aanwezig.

Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

Er zijn geen Natura 2000-gebieden op of in de directe omgeving van het plangebied. Het Natura 2000-gebied, “Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein” ligt op circa 3,7 km afstand van het plangebied. Dit gebied is momenteel nog niet stikstofgevoelig, maar wordt mogelijk binnenkort wel aangewezen als stikstofgevoelig gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied is ‘Uiterwaarden Lek’. Dit gebied ligt circa 10,1 km ten zuidoosten van het plangebied. Het Natura2000-gebied

‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ ligt op circa 14,3 km van het plangebied. In verband hiermede zijn er stikstofberekeningen uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase. Hieruit is gebleken dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot significante negatieve effecten. Er is geen vergunning op grond van de Aanvullingswet natuur. Binnen het plangebied worden geen bijzonder beschermde soorten verwacht waarvoor aanvullend ecologisch onderzoek zou moeten worden uitgevoerd. Voor het plangebied geldt een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Uit de resultaten van het archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen beperkingen zijn.

Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)

Het effect van bestemmingsverkeer is lokaal en is daardoor een geografisch beperkt. De ontsluiting vindt plaats vanaf drie nieuwe ontsluitingen op de (te verbreden) Bilwijkerweg. Qua grootte van de getroffen bevolking blijkt dat het effect op de bestaande functies nihil is.

Grensoverschrijdend karakter

Er is geen grensoverschrijdend effect. Het project speelt zich niet af nabij de grens van Nederland.

Orde van grootte en complexiteit effect

Het effect van het bouwen van circa 95 nieuwe woningen is beperkt en niet complex. Ook het effect van het gebruik van de woningen is beperkt en niet complex.

Waarschijnlijkheid effect

De effecten zullen beperkt zijn.

Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

Tijdelijke effecten tijdens aanleg: Door bouwverkeer kan er geluidhinder voor de omgeving optreden. Dit is een omkeerbaar effect. Permanente effecten van het gebruik: Bestemmingsverkeer zal in geringe mate toenemen waardoor ook geluid en lucht emissies toenemen. Het bestemmingsverkeer brengt een bepaalde geluidbelasting met zich mee, het verkeer gaat echter direct op in de aanwezige verkeersstromen op de Bilwijkerweg richting de woonkern naar de N207. Er is geen sprake van een significante toename. Op het gebied van luchtkwaliteit wordt ook geen overschrijding van de normen verwacht.

CONCLUSIE De realisatie in het projectgebied leidt op deze locatie niet tot aanzienlijke milieueffecten waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

Bijlage 1 overzicht omgevingsonderzoeken woningbouw Krimpenerwaard • • • •

Verkeersonderzoek Woningbouw Krimpenerwaard, kenmerk 018755.20250424.R1.02, d.d. 22 mei 2025, opgesteld door Goudappel BV. Akoestisch onderzoek Woningbouw Krimpenerwaard, projectnummer 0501445.100 revisie 01, d.d. 19 september 2025 opgesteld door Antea Group. Luchtkwaliteitsonderzoek Woningbouw Krimpenerwaard, projectnummer 0501445.100 revisie 01, d.d. 11 september 2025 opgesteld door Antea Group. Onderzoek stikstofdepositie Woningbouw Krimpenerwaard, projectnummer 0501445.100 revisie 01, d.d. 18 september 2025, opgesteld door Antea Group.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=cc3c3155-5ee6-4a4c-a48d-7474b0dd7994