Bijlage 2c: bijlage 1 bij regels - Beeldkwaliteitsplan Noordse Weide 8-4-26
Tekst van het document
Beeldkwaliteitsplan, Noordse Weide Stolwijk
Project Beeldkwaliteitsplan Noordse Weide, Stolwijk Projectnummer: SR250194
Opdrachtgever Stolwijds Ontwikkeling BV
Opsteller Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersoon: John van de Zand T
030 - 267 91 98
E
utrecht@buro-sro.nl
Datum en status 8 april 2026
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1
Aanleiding
5 5
1.2 Doel
5
1.3 Opzet BKP
5
1.4 Plangebied
5
2. Stedenbouwkundige schets
7
3. Beeldambitie
9
3.1
Inspiratie
9
3.2 Ambitie en sfeer
9
4. Beeldkwaliteitscriteria bebouwing 4.1
Grondgebonden woningen
11
4.2 Hofwoningen
14
4.3 Appartementen
16
4.4 Duurzaamheid
18
5. Beeldkwaliteitscriteria (openbare) buitenruimte 5.1
6.
11
Algemeen streefbeeld
19 19
5.2 Verharding
19
5.3 Parkeren
19
5.4 Groen en beplanting
19
5.5 Woonhof
21
5.6 Erfafscheidingen
23
5.7 Nutsvoorzieningen
23
Toekomstgericht bouwen en inrichten
25
3
Luchtfoto bestaande situatie (bron: Google.com)
4
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
1.3
Opzet BKP
Ten noorden van de kern van Stolwijk liggen
Dit
BKP
gronden langs de Bilwijkerweg die initiatiefnemer
stedenbouwkundige schets. Hoofdstuk 3 beschrijft
wil ontwikkelen naar woningbouw. Hiervoor is een
de algemene beeldambitie. Hoofdstuk 4 beschrijft
stedenbouwkundige schets gemaakt.
de beeldkwaliteit van de gebouwen en hoofdstuk
beschrijft
in
hoofdstuk
2
de
5 gaat in op de beeldkwaliteit van de onbebouwde Om
de
verschijningsvorm
van
zowel
de
toekomstige bebouwing als de buitenruimte van de
stedenbouwkundige
schets
te
(openbare) buitenruimte. Hoofdstuk 6 gaat specifiek in op toekomstgericht bouwen en inrichten.
waarborgen
is dit beeldkwaliteitsplan (hierna afgekort BKP)
1.4
Plangebied
opgesteld. Dit dient als aanvulling op de geldende
Het plangebied ligt in het landelijk gebied ten
‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit Krimpenerwaard 2017’
noorden van de kern Stolwijk. Het gebied wordt
van de gemeente Krimpenerwaard. Hierin zijn de
aan de oostzijde begrensd door de Bilwijkerweg.
richtlijnen voor de architectuur en de inrichting van
Aan de zuidzijde grenst het aan een watergang en
de openbare ruimte omschreven. Aangevuld met
de achtertuinen van de Korenbloemstraat. Aan de
referentiebeelden, geeft het kader de beoogde sfeer
westzijde grenst het gebied aan het weiland met
en beeldkwaliteit aan, maar is het dermate flexibel
verderop de achtertuinen van de woningen aan de
dat ontwerpers een eigen invulling aan de richtlijnen
Goudseweg.
kunnen geven.
1.2
Doel
Het
gebied
en
een
bestaat
aantal
poldersloten
en
is
volledig
voor
het
grootste
aan
de
uit
deel bestemd als ‘Agrarisch met waarden’ en
een
beschrijving
stedenbouwkundige
voor een klein deel als ‘Verkeer’. Voor een
schets,
van
de
referentiebeelden
Het
en
bestaat
richtlijnen
voor
klein
gedeelte,
aan
de
is
grasland
onbebouwd.
uitwerking.
gebied
uit
Het BKP is opgesteld om richting te geven verdere
Het
momenteel
noordoostzijde,
geldt
de architectonische uitwerking van de nieuwe
daarnaast de gebiedsaanduiding ‘overige zone -
woningen en de inrichting van de openbare ruimte.
beschermingszone eendenkooi’.
Dit
van
Het plangebied bestaat uit meerdere kadastrale
Krimpenerwaard vastgesteld en vormt daarmee
percelen (A-3523 en A-3524 ) en heeft een omvang
het
van ongeveer 2,1 hectare.
BKP
wordt
door
toetsingskader
de
voor
gemeenteraad
de
Gemeentelijke
Adviescommissie Omgevings Kwaliteit (GAOK) en voor de verdere planuitwerkingen.
5
Stedenbouwkundige schets
6
2. Stedenbouwkundige schets De hoofdstructuur van de stedenbouwkundige schets
ruime afstand van de bestaande woonkern. Hierbij bestaat
gaat uit van een noord-zuid gerichte opzet. De historische
het westelijke appartementencomplex uit maximaal vijf
polderslagen met poldersloten en het open landschap
bouwlagen, waarbij de bovenste laag terugliggend is
zijn hiervoor het uitgangspunt geweest en blijven zoveel
(setback). Het andere wooncomplex bestaat uit maximaal
als mogelijk behouden. De eerste ‘polderslag’ ligt parallel
vier bouwlagen. Beide appartementencomplexen worden
aan en langs de Bilwijkerweg, de tweede ‘polderslag’ ligt
omringd door groen en water.
ten westen daarvan en grenst aan het open landschap. De bestaande poldersloten die behouden blijven en
Ten oosten van deze appartementen zijn rijwoningen
worden verbreed benadrukken de noord-zuid gerichte
voorgesteld. Deze bestaan uit twee bouwlagen met een
polderstructuur. Op enkele plekken wordt dit beeld
kap. De positie van deze blokken houdt rekening met de
versterkt door middel van een suggestieve brug. Ook
geurcontour van de rioolwaterzuivering. Hier is een deel
zorgen deze poldersloten voor ruimtebeleving en
van het benodigde parkeren voorzien.
aantrekkelijke ‘groene’ doorzichten. Het zuidelijke woonveld wordt ingevuld met hofwoningen Een drietal woonstraten doorbreekt deze ‘polder’structuur.
rondom een binnentuin. Deze woningen bestaan uit
Deze woonstraten liggen haaks op de polderslagen en
één bouwlaag met kap. Het woonhof grenst aan de
vormen de ontsluiting van het gebied op de Bilwijkerweg.
westzijde aan het open landschap. De zuidzijde krijgt
De straten delen het plangebied op in een drietal
een extra groene- en waterrijke inrichting en vormt zo
woonvelden. Het noordelijk woonveld vormt een open
een passende overgang en ruimtelijke buffer met de
en dorpse bebouwingsrand, die uit tweekappers en
bestaande woonomgeving.
vrijstaande woningen bestaat van twee bouwlagen met een kap. De bebouwing vormt zo een passende
Het plan voorziet in extra ruimte rondom de bestaande
overgang naar het open polderlandschap. De noordelijk
watergangen om zo aantrekkelijke randen te maken met
gelegen watergang wordt verbreed en voorzien van
natuurvriendelijke oevers.
natuurvriendelijke
oevers
en
gebiedseigen
(boom)
beplanting. Zo vormt de bebouwingsrand een fraaie
Het parkeren is evenwichtig verdeeld over het plan
(nieuwe) dorpsrand en een goede overgang naar het
en zoveel als mogelijk geclusterd. Daarmee ontstaan
polderlandschap. Daarbij is rekening gehouden met de
aantrekkelijke
aanwezige contour van het paalrecht van de nabijgelegen
auto’s. Parkeerplaatsen worden uitgevoerd met een
eendenkooi. Binnen deze contour wordt zo min mogelijk
halfopen groene bestrating afgewisseld met bomen.
bebouwing voorgesteld.
Parkeerkoffers worden waar mogelijk afgeschermd met
woonstraten
zonder
geparkeerde
een lage groenblijvende haag om het zicht op de auto te Het middelste woonveld voorziet in een tweetal
ontnemen. Langs de Bilwijkerweg wordt de bestaande
appartementencomplexen aan de westzijde van het
watergang verlegd. Hierdoor kan de Bilwijkerweg
plangebied. Een bewuste keuze om deze hogere
verbreed
elementen meer in de ‘vrije’ ruimte te plaatsen en op
aansluiten op de bestaande woonwijk.
worden
en
op
verkeersveilige
manier
7
3D-impressie stedenbouwkundige schets
8
3. Beeldambitie 3.1
Inspiratie
In dit hoofdstuk wordt de inhoudelijke basis gelegd
Voor de nieuwe woonbebouwing wordt er aansluiting
voor de beeldkwaliteit, zoals dit in het volgende
gezocht bij de beeldentaal en detaillering van
hoofdstuk nader wordt omschreven. Aan de hand
het landelijke architectuurbeeld en de bestaande
van karakteristieken van de bestaande bebouwde en
omgeving.
onbebouwde omgeving zijn de criteria opgesteldvoor
aantrekkelijke nieuwe woonbuurt, maar blijft ook de
de nieuwe bebouwing en inrichting van de buitenruimte
samenhang met de bestaande woonomgeving en het
van Noordse Weide.
landelijke gebied in stand.
Deze
beeldkwaliteitseisen
zijn
richtinggevend
en
3.2
Daarmee
ontstaat
niet
alleen
een
Ambitie en sfeer
geven de beoogde sfeer en kwaliteit aan, maar zijn
Het beoogde woonmilieu is een gevarieerde buurt met
dermate flexibel dat ontwerpers er een eigen invulling
een dorpse schaal, afgestemd op de ligging aan het
aan kunnen geven. De criteria zijn geen blauwdruk,
open agrarische landschap enerzijds en de bestaande
maar tippen principes (niet uitputtend) aan om tot
dorpsrand
de beoogde sfeer en ruimtelijke kwaliteit te komen.
eigentijdse Hollandse architectuur is daarbij passend.
Indien met andere principes hetzelfde wordt bereikt
Daarbij wordt gerefereerd aan het agrarische karakter
dan is dit ‘in de geest van deze beeldkwaliteitseisen’
van het gebied met een moderne twist en informeel
en wordt daarmee ook voldaan. Een hoogwaardiger
karakter. Dit kan worden gekenmerkt door onder
en sprekender architectonische uitwerking kan, ook
andere:
als dit iets afwijkt van dit beeldkwaliteitsplan, mits de
▪ Heldere massa’s;
samenhang binnen het plan behouden blijft.
▪ Traditionele bakstenen en/of houten architectuur;
anderzijds.
Een
afwisseling
in
een
▪ Toepassen van kappen; Het gebied ligt in het open polderlandschap en sluitaan
▪ Keramische dakpannen;
op het bestaande zuidelijk gelegen woongebied
▪ Gemetselde schoorstenen;
van Stolwijk. Dit woongebied is een traditionele
▪ Afwijkende kleur (bakstenen) rollaag;
woonwijk uit de jaren ‘60 en ‘70 en wordt gekenmerkt
▪ Verbijzondering in metselwerk;
door rijwoningen met sobere gevels van lichtbruine
▪ Deur- en raamlijsten;
baksteen en houten geveldelen (doorzonwoningen).
▪ Gootklossen, -lijsten en makelaars;
Aan de rand staan vrijstaande woningen opgetrokken
▪ Dakoverstek;
uit lichtbruine baksteen met dakoverstekken. In het
▪ Dakkapellen.
polderlandschap
staan
voornamelijk
vrijstaande
woningen en historische boerderijen. Deze kennen
Referentiebeelden
hun eigen landelijke en Hollandse architectuurbeeld
In dit beeldkwaliteitsplan wordt gebruik gemaakt van
en worden veelal gekenmerkt met een rijke detaillering
referentiebeelden. Met deze beelden wordt een mogelijke
van onder andere grote dakoverstekken, sierspanten,
uitwerking/sfeer
gevelmakelaars met windveren en verbijzonderingen in
letterlijke uitwerking dient te zijn.
weergegeven
zonder
dat
dit
een
het metselwerk.
9
Beeldkwaliteitscriteria grondgebonden woningen
10
Tweekappers en vrijstaande woningen twee bouwlagen met kap
(Optionele) dakkapellen meeontwerpen
Nokverdraaiing toepassen op prominente plekken
Geen blinde kopgevels d.m.v. entrees, raampartijen en/of overhoekse vensters
Gevels zijn van baksteen in combinatie met hout, dakpan of vergelijkbare natuurlijke materialen
Groene of mee-ontworpen erfafscheidingen
Passende detaillering bijvoorbeeld makelaar, overstekken, goten, entrees, etc.
Zonnepanelen evenwichtig en gelijkmatig verdelen over het dak oppervlak
4. Beeldkwaliteitscriteria bebouwing Doel
van
nadere
▪ De nokrichting is evenwijdig aan de (woon)
beeldkwaliteitscriteria voor de bebouwing mee te
straat. Waar stedenbouwkundig gewenst dient
geven. Dit in aanvulling op de Nota Ruimtelijke
een nokverdraaiing toegepast te worden;
Kwaliteit
dit
van
hoofdstuk
de
is
gemeente
om
de
Krimpenerwaard.
Daarmee vormen de criteria een kader voor de architectonische uitwerking van de bouwplannen.
▪ Lange
woonblokken
Grondgebonden woningen
Positie en oriëntatie
een
lichte
gevelsprong om de lengte te breken; ▪ Aan de voorzijde (straatzijde) wordendakkapellen mee-ontworpen
4.1
krijgen
en
ondergeschikt
aan
de
bouwmassa; ▪ De woningen krijgen een traditionele vormgeving
▪ De voorgevelrooilijn van de woningen ligt op minimaal 2 meter van de kant van de woonstraat. ▪ Op een enkele plek is een smalle verharde strook
met een moderne twist geïnspireerd op het agrarische karakter; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met
langs de voorgevel van het pand. Die is ingericht
royale
als een tussenvorm van een private stoep en een
oriëntatie.
gevelopeningen
afgestemd
op
de
voortuintje; ▪ De woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte waaraan ze grenzen;
Architectonische uitwerking ▪ De architectuur sluit aan bij het beeld en de
▪ Kopgevels van de woningen grenzend aan
kenmerken van de lokale landelijke bebouwing
het openbaar gebied dienen representatief te
met individuele panden zoals boerderijen en
worden uitgevoerd. Daarbij kan worden gedacht
schuren;
aan entrees, overhoekse vensters, etc.; ▪ Blinde kopgevels zijn niet toegestaan; ▪ Bijgebouwen achter op de woonkavel staan zoveel mogelijk uit het zicht vanaf de openbare ruimte en zijn ondergeschikt aan de woning; ▪ Langs de noordelijke woonstraat is een lichte
▪ De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig; ▪ Bouwmassa’s hebben een heldere en in de regel horizontale geleding; ▪ Fijne detaillering zorgt voor variatie in het gevelbeeld bijvoorbeeld
door
ramen
en
openslaande
wisselende rooilijn van maximaal 1,5 meter
deuren, dakoverstekken, verbijzonderingen in het
mogelijk;
metselwerk, subtiele kleurvlakken, rollaag rondom raampartijen, frans balkon, etc.
Bouwmassa ▪ Woningen
▪ Zonnepanelen zijn
per
woonblok
individueel,
onderling afwisselend en hebben een eenvoudige
gelijkmatig
op
het
dakvlak
verdelen. Installaties zijn vanaf openbaar gebied uit het zicht geplaatst.
tot gedifferentieerde opbouw; ▪ Alle grondgebonden woningen bestaan uit maximaal twee bouwlagen met een verplichte (overstekende) kap;
11
Referentiebeelden grondgebonden woningen
Woningen goriënteerd op de straat
Traditionele vormgeving geënt op een modern agrarisch karakter
Woningen bestaan uit 2 bouwlagen met een verplichte kap
Gevels met verbijzonderingen waaronder houten geveldetaillering
12
Kopgevels zijn representatief, voorzien van baksteen, hout of een combinatie
Detaillering d.m.v. dakoverstek en makelaar
Materiaal- en kleurgebruik grondgebonden woningen
Kleur- en materiaalgebruik ▪ Materialen
en
kleuren
zijn
degelijk
en
terughoudend en aan voorkanten in samenhang met het straatbeeld; ▪ Alle
gebouwen
kennen
een
terughoudend
kleurgebruik met een warme uitstraling en zijn duidelijk familie elkaar; ▪ Gevels in
zijn
in
combinatie
hoofdzaak met
hout,
dakpan,onderhoudsvriendelijke
van
baksteen keramische
materialen
Rood-bruine gemeleerde baksteen, oranje en antraciete keramische dakpannen en witte detaillering
of
vergelijkbaar; ▪ Kleur baksteen afstemmen op de omgeving. Passende kleuren zijn een mix van donkere tot lichte aardtinten. Kleuren baksteen worden gemêleerd toegepast; ▪ Kappen voorzien van keramische dakpannen in tinten donkeroranje en antraciet per woonblok; ▪ Bergingen voorzien van een ‘groen’ (sedum)dak; ▪ De
detaillering
en/of
verbijzonderingen
zijn
passend bij het hoofdgebouw uitgevoerd in een
Kleurgebruik baksteen van donkere tot lichte aardetinten
witte of lichtgrijze kleur; ▪ Installaties op de daken zoveel als mogelijk beperken en uit het zicht vanaf de openbare ruimte; ▪ Aandacht voor hemelwaterafvoer (HWA) en overige materialisering.
Detaillering in witte of lichtgrijze kleur
13
Beeldkwaliteitscriteria hofwoningen
4.2
Hofwoningen
Positie en oriëntatie ▪ De voorgevelrooilijn van de hofwoningen ligt op minimaal 1 meter van de kant van de woonstraat.; ▪ Woningen liggen met hun voordeur aan de openbare ruimte. Terrassen/achtertuinen zijn georiënteerd op de (gezamenlijke) binnentuin. ▪ Kopgevels van de woningen grenzend aan het openbaar gebied dienen representatief te worden
Het woonhof wordt als een duidelijke eenheid ontworpen van maximaal 1 laag met een kap
uitgevoerd. Daarbij kan worden gedacht aan entrees, overhoekse vensters, etc.; ▪ Blinde kopgevels zijn niet toegestaan; ▪ Bergingen worden inpandig opgelost.
Bouwmassa ▪ Hofwoningen bestaan uit maximaal één bouwlaag met een verplichte (overstekende) kap; ▪ De nokrichting is evenwijdig aan de (woon)straat. Waar
stedenbouwkundig
gewenst
dient
Nokverdraaiing toepassen op prominente plekken
een
nokverdraaiing toegepast te worden; ▪ Aan de voorzijde (straatzijde) wordendakkapellen mee-ontworpen
en
ondergeschikt
aan
de
bouwmassa; ▪ De woningen krijgen een traditionele en moderne vormgeving geïnspireerd op het agrarische karakter; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie. Passende detaillering bijvoorbeeld makelaar, overstekken, goten, entrees, etc.
Architectonische uitwerking ▪ De architectuur sluit aan bij het beeld van de andere grondgebonden woningen; ▪ De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig; ▪ Bouwmassa’s hebben een heldere en in de regel horizontale geleding; ▪ Fijne detaillering zorgt voor variatie in het gevelbeeld bijvoorbeeld
door
ramen
en
openslaande
deuren, dakoverstekken, verbijzonderingen in het metselwerk, subtiele kleurvlakken, rollaag rondom raampartijen, frans balkon, etc. 14
Groene en mee-ontworpen binnentuin
▪ Zonnepanelen gelijkmatig op het dakvlak verdelen. Installaties zijn vanaf openbaar gebied uit het zicht
Materiaal en kleurgebruik hofwoningen
geplaatst.
Kleur- en materiaalgebruik ▪ Materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan voorkanten in samenhang met het straatbeeld; ▪ Alle
gebouwen
kennen
een
terughoudend
kleurgebruik met een warme uitstraling en zijn duidelijk familie elkaar; ▪ Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen in combinatie met hout, keramische dakpan,onderhoudsvriendelijke materialen of vergelijkbaar;
Kleurgebruik baksteen van donkere tot lichte aardtinten
▪ Kleur baksteen afstemmen op de omgeving. Passende kleuren zijn een mix van donkere tot lichte aardtinten. Kleuren baksteen worden gemêleerd toegepast; ▪ Kappen voorzien van keramische dakpannen in tinten donkeroranje en antraciet per woonblok; ▪ De detaillering en/of verbijzonderingen zijn passend bij het hoofdgebouw uitgevoerd in een witte of lichtgrijze kleur; ▪ Installaties op de daken zoveel als mogelijk beperken en uit het zicht vanaf de openbare ruimte; ▪ Aandacht voor hemelwaterafvoer (HWA) en overige materialisering.
Rood-bruine gemeleerde baksteen, oranje of antraciete keramische dakpannen en witte of lichtgrijze detaillering
Detaillering in witte of lichtgrijze kleur
15
Beeldkwaliteitscriteria appartementen
4.3
Appartementen
Positie en oriëntatie ▪ Woongebouwen worden in een groene ruimte geplaatst; ▪ Woongebouwen zijn alzijdig georiënteerd en ook zo vormgegeven.
Bouwmassa ▪ De vormgeving is traditioneel modern en duidelijk
Het woongebouw alzijdig ontwerpen en staat op een groene voet
familie van de grondgebonden woningen; ▪ Woongebouwen zijn maximaal vier tot vijf bouwlagen hoog. Bij een vijfde bouwlaag dient deze in verhouding voldoende terug te liggen om de massa te verzachten; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; ▪ Balkons en buitenruimtes zijn nadrukkelijk onderdeel van het gevelbeeld en de architectuur;
5e bouwlaag terugliggend (setback)
▪ Sterke repetitie in gevelbeeld voorkomen; ▪ Bergingen inpandig oplossen, waarbij de begane grond zo representatief mogelijk dient te zijn.
Architectonische uitwerking ▪ De vormgeving is traditioneel modern, niet seriematig en duidelijk familie met de grondgebonden woningen; ▪ De gevelindeling is niet symmetrisch, rustig en eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie;
Goed vormgegeven en duidelijke entree
▪ Hoogwaardige architectuur met voldoende vorm en dieptewerking in de gevels; ▪ Duidelijk vormgegeven en aantrekkelijke entrees; ▪ Balkons en galerijen dienen een hoogwaardige vormgeving te krijgen en maken onderdeel uit van de architectuur; ▪ Buitenruimte
op
de
begane
grond
worden
nadrukkelijk meeontworpen met de groene ruimte rondom en in aansluiting bij de oevers langs de watergangen;
16
Hoogwaardig vormgegeven inpandige of uitkragende balkons
▪ Zonnepanelen gelijkmatig verdelen op het dakvlak en installaties zoveel als mogelijk uit het zicht plaatsen, vanaf openbaar gebied.
Materiaal en kleurgebruik appartementen
Kleur- en materiaalgebruik ▪ Materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan voorkanten in samenhang met het straatbeeld; ▪ Alle
gebouwen
kennen
een
terughoudend
kleurgebruik met een warme uitstraling; ▪ Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen in combinatie met hout, keramische dakpan, onderhoudsvriendelijk materialen of vergelijkbaar;
Duidelijk vormgegeven entree
▪ Kleur baksteen afstemmen op de omgeving. Passende kleuren zijn een mix van donkere tot lichte aardtinten. Kleuren baksteen worden gemeleerd toegepast. ▪ Gevels van de appartementen visueel verkleinen/ verzachten en kunnen variëren in kleur; ▪ Zonweringen van de appartementen zijn uniform in kleur en vormgeving en passend bij de materialisatie; ▪ De detaillering en/of verbijzonderingen zijn passend bij het hoofdgebouw uitgevoerd in een witte of lichtgrijze kleur; ▪ Installaties op de daken zoveel als mogelijk beperken en uit het zicht vanaf de openbare ruimte; ▪ Aandacht voor HWA en overige materialisatie.
De vijfde bouwlaag dient terugliggend te zijn (setback)
Detaillering in witte of lichtgrijze kleur
Uitkragende balkons met hoogwaardige afwerking in stijl bij het gebouw 17
Duurzaamheid
4.4
Duurzaamheid
▪ Alle
gebouwen
dienen
zo
energieneutraal
mogelijk te zijn ontworpen en maximaal in te spelen op natuur-inclusief bouwen; ▪ Toe te passen materialen dienen zo duurzaam mogelijk te zijn. Daarbij wordt onder andere gedacht aan: ▪
hergebruik van materialen;
▪
lokaal geproduceerde materialen;
▪
duurzame houtsoorten;
▪
gerecyclede materialen;
▪ Toepassen van mogelijkheden van nieuwe energievormen
en
waterbesparende
maatregelen;
Nestgelegenheid in gevels
▪ Platte daken voorzien van een ‘groen’ (sedum) dak; ▪ Streven is om hemelwater zo lang mogelijk vast te houden o.a. door middel van een water- of groendak; ▪ Hemelwater direct afvoeren op aanliggend groen of openbare ruimte;
Afkoppelen hemelwater
▪ Gebouwen worden voorzien van maatregelen om
zo
de
biodiversiteit
te
stimuleren
en
nestgelegenheid/onderkomen te bieden zoals: nestkasten aan/in de gevel en het toepassen van groene gevels.
Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen voor de gebouwen dient duurzaamheid nader vorm te krijgen.
Toepassen groen (sedum) dak
Toepassen van groene gevels 18
5. Beeldkwaliteitscriteria (openbare) buitenruimte 5.1
Algemeen streefbeeld
passende kleurnuance.
Het gehele plangebied wordt als eenheid ingericht,
▪ Wandelpaden krijgen een informele parkachtige
waarbij het een verzorgde en groene uitstraling krijgt
uitstraling en zijn voorzien in halfverharding. Daar
en in materialen afgestemd is op de directe omgeving.
waar sprake is van een calamiteitenontsluiting
Het toegepaste groen is streekeigen (inheemse bomen
liggen (deels) stroken met versterkt gras of
en struiken die van nature in dit gebied voorkomen) en
grasbetontegels;
robuust.
▪ Materialen die worden toegepast dienen zo duurzaam mogelijk te zijn;
De verharding wordt uitgevoerd met betonstraatstenen
▪ Parkeervakken worden zoveel als mogelijk ‘groen’
met een kleurechte kwaliteit in een neutrale uitstraling
uitgevoerd bijvoorbeeld in grasbetonstenen of
met subtiele kleurverschillen. Het geheel moet een
vergelijkbaar.
‘dorpse en landelijke’ uitstraling krijgen en aansluiten bij de directe (woon)omgeving.
5.3
Parkeren
▪ Alle parkeerplaatsen in het openbaar gebied Inrichtingselementen als verlichtingsmasten, afvalbakken,
worden uitgevoerd als haaksparkeervakken. Bij
speelgelegenheden en hekwerken krijgen over het
‘groene’ parkeerplaatsen wordt de maatvoering
gehele gebied een uniforme vormgeving en uitstraling,
aangepast aan de materiaalkeuze.
conform de eisen van de gemeente Krimpenerwaard.
▪ Parkeerkoffers worden waar mogelijk omlijst
Uitgangspunt is een rustig, neutraal en eigentijds beeld,
met een groenblijvende haag om het beeld van
waarbij deze elementen zich onopvallend schikken in hun
geparkeerde auto’s te verzachten;
groene en bebouwde context.
▪ Rijlopers van de parkeerkoffers worden bij voorkeur uitgevoerd als karrespoor in dikke
5.2
Verharding
▪ De inrichting van de (openbare) buitenruimte dient
betontegels i.v.m. voldoende draagkracht. ▪ Wanneer
zo min mogelijk verharding te krijgen;
de
parkeervakken
niet
kunnen
afwateren in het groen worden molgoten en
▪ De inrichting van de (openbare) buitenruimte dient
straatkolken toegepast.
aan te sluiten bij de bestaande beeldsfeer van Stolwijk;
5.4
Groen en beplanting
▪ Voor de materialisering van rijbanen, trottoirs,
De groeninrichting van de openbare ruimte draagt
etc. is het streven naar een rustig en eenduidig
in belangrijke mate bij aan de sfeer en leefbaarheid
beeld, uitgevoerd met hoogwaardige kleurvaste
van de buurt en dient zo groen mogelijk te zijn om
bij voorkeur gebakken klinkers;
maximaal bij te dragen aan klimaatadaptatie en
▪ De straten worden geflankeerd door informele
biodiversiteit. De keuze voor beplanting is dat het
trottoirs op hetzelfde niveau als de rijbaan. Hier
enerzijds een robuuste (groene) sfeer uitstraalt
wordt een zelfde kleurvaste steen gebruikt als
en anderzijds zoveel als mogelijk aansluit bij het
de rijloper met een ander legverband en/of een
(polder)landschap.
19
20
Streefbeeld Woonhof
In de openbare ruimte worden hagen rondom de parkeerkoffers toegepast met streekeigen soorten van circa 0,6 meter hoog. Dit om het directe zicht op de auto’s te verzachten. Boomspiegels worden beplant met robuuste vaste planten of lage heesters.
Uitgangspunten voor de beplantingskeuze zijn: ▪ ecologische waarden; ▪ voorkeur voor inheems; ▪ onderhoudsvriendelijk; ▪ ziekteresistent; ▪ geen overlast met luis ‘drup’; ▪ jaarrond aantrekkelijk.
Bij de aanplant van de bomen moet rekening gehouden worden met voldoende bewortelbare ruimte en het plantvak dient verbeterd te worden met bomengrond.
Oevers van de watergangen worden zoveel als mogelijk voorzien van natuurvriendelijke oevers. Dit versterkt het groene beeld en draagt bij aan de biodiversiteit. Daar waar oevers grenzen aan privé-tuinen dient de voorkeur uit te gaan naar bebouwingsvrije zones waar vlonders niet zijn toegestaan.
5.5
Woonhof
Het woonhof krijgt een gezamenlijke binnentuin. Deze dient een zo groen mogelijke inrichting te krijgen eventueel gecombineerd met een moestuin, jeu de boules baan, etc. Terrassen en/of tuinen van het woonhof worden als één ontworpen samen met de binnentuin, zodat er een eenduidige uitstraling ontstaat.
21
Streefbeeld (openbare) buitenruimte
Wandelpaden krijgen een informele parkachtige uitstraling
Grasbetontegels voor parkeerplaatsen
Informeel woonpad
Bij voorkeur inpandige nutsvoorzieningen
Groene erfafscheiding staafmat- of gaashekwerk in de kleur antraciet
Hoogwaardige erfafscheiding op hoeken
22
Lage groene erfafscheiding aan voorzijde
Groene en duurzame parkeerkoffers
5.6
5.7
Erfafscheidingen
Nutsvoorzieningen
Erfafscheidingen vormen als verplicht element de
Nutsvoorzieningen dienen op een evenwichtige wijze
overgang tussen de woonkavels en de openbare
ingepast te worden om het beeld van de openbare
buitenruimte.
het
ruimte zo min mogelijk aan te tasten. Daarbij dienen
straatbeeld. Voortuinen van de grondgebonden
nutsgebouwen zoveel als mogelijk inpading te worden
woningen krijgen een lage haag van maximaal 1
opgenomen. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dienen
meter hoog. Bij voorkeur gemengde hagen van
nutsgebouwen in materialisatie te worden afgestemd
streekeigen
op de directe omgeving. Bij trafo’s worden deze
Deze
zijn
inheemse
beeldbepalend
in
(groenblijvende)
hulst,
liguster, meidoorn etc. toepassen.
ommetseld in hetzelfde materiaal en/of kleurstelling als nabijgelegen woongebouwen.
Voor de achtertuinen van de grondgebonden woningen, waarbij de privéruimtes aansluiten op het openbaar gebied of de achterpaden, is het belangrijk om één soort erfafscheiding toe te passen, zodat deze ruimtes een rustige en groene uitstraling krijgen. Zij- en achtertuinen worden vanaf 3 meter achter de voorgevel afgeschermd met een staafmat- of gaashekwerk in de kleur antraciet/ zwart van 1.80 meter hoog, begroeid met hedera. Waar nodig wordt een toegangspoort ingepast.
Direct rondom de appartementencomplexen wordt voor een eenduidige inrichting gekozen voor wat betreft
de
erfafscheiding.
Beplantingsstroken
gecombineerd met lage hagen is hierbij het uitgangspunt. Daar waar gevels direct in of aan het water staan vormt dit de overgang.
23
Streefbeeld (openbare) buitenruimte
Zoveel als mogelijk groen ingerichte woonstraten
Groen en duurzaam ingerichte speelplek
Inheemse boom- en plantsoorten
Natuurvriendelijke oevers
Materiaal en kleurgebruik bestrating
Rijbaan betonstraat stenen, rood, kruisingen betonstraat stenen, grijs
24
Trottoir (betontegels, grijs, halfsteensverband)
Parkeerplaatsen grasbetonstenen (grijs).
6. Toekomstgericht bouwen en inrichten Duurzaamheid, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen gaan veel verder dan energiebesparing alleen.
als groendaken; ▪ Waar
groendaken
aanwezig
zijn,
woningen,
ook
bij
Het draait om een integrale aanpak waarbij we zorgen
grondgebonden
gevelgroen
voor mens, milieu én biodiversiteit. Denk aan het
toepassen die als ecologische verbinding naar
gebruik van duurzame, milieuvriendelijke materialen
de daken dienen;
die veilig en gezond zijn voor bewoners en bezoekers.
▪ Groendaken bestaan uit een kruidenmengsel (en
Ook de buitenruimte kan een ecologische meerwaarde
evt. heesters) dat aantrekkelijk is voor insecten
krijgen door ruimte te bieden aan natuur, slim om
en vogels;
te gaan met regenwater en hittestress zoveel als
▪ Ingebouwde nestkasten voor huismus bij de
mogelijk te beperken. Zo dragen we niet alleen bij
grondgebonden woningen op het noorden of
aan klimaatadaptatie, maar ook aan het welzijn en
oosten voorzien;
de gezondheid van iedereen en alles wat er leeft.
▪ Inzetten
op
(ingebouwde)
nestkasten
voor
gierzwaluw en vleermuizen bij de appartementen; In deze paragraaf worden inspirerende maatregelen meegegeven die bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving, verdeeld over verschillende thema’s.
▪ (Ingebouwde) nestkasten voor insecten op het zuiden of westen voorzien; ▪ Erfafscheidingen uitvoeren in gemengde hagen of een vorm van natuurlijke erfafscheiding waar
Natuurinclusieve wijk
bij voorkeur ruimte is voor fauna om te verblijven
Noordse Weide ligt in een groene, natuurlijke
zoals takkenrillen of boomstronken;
omgeving waar al veel waardevol groen en diverse
▪ Inzetten op diverse inheemse planten- en
diersoorten aanwezig zijn. Die kwaliteit koesteren
bomensoorten die bijdragen aan de lokale fauna.
en versterken we. Binnen het plangebied wordt
▪ Aangepaste verlichting voor nachtdieren als
bewust ruimte gemaakt voor (extra) biodiversiteit.
standaard hanteren.
Door slim in te spelen op de bestaande natuur, creëren we een leefomgeving waarin nog meer planten- en
Klimaatadaptieve wijk
diersoorten zich thuis kunnen voelen. Groene zones,
Het klimaat verandert en dat vraagt om slimme
bloemrijke randen, nestgelegenheden en natuurlijke
oplossingen
overgangen zorgen voor een rijker ecosysteem. Zo
leefomgeving
bouwen we aan een gebied waar mens én natuur in
bij het ontwerp van gebouwen en de openbare
harmonie samenleven. Dit wordt bereikt door onder
ruimte bewust rekening met extreme neerslag,
andere:
langdurige
droogte
en
Door
op
vangen
▪ Hemelwater
opvangen
in
sloten
en
water
in
de
manier
inrichten.
te
waarop
Daarom
we
onze
houden
we
toenemende waar
het
hitte. valt,
waterbergingen die als waterbron kunnen dienen
ruimte te geven aan groen en te kiezen voor
voor lokale flora en fauna;
verkoelende materialen en schaduwrijke plekken,
▪ Zoveel mogelijk uitvoeren van platte daken (minimaal bij de appartementen en bergingen)
maken
we
klimaatstress.
het Zo
gebied
beter
voorkomen
bestand
we
tegen
wateroverlast,
25
Energie beperken we hittestress en zorgen we voor een
Naast het toepassen van materialen en diverse
comfortabele, gezonde leefomgeving voor iedereen.
maatregelen in de openbare ruimte kunnen ook de
Een
woningen inspelen op verduurzaming. Dit wordt
klimaatbestendige
noodzakelijk,
het
inrichting
maakt
een
is
niet
alleen
woongebied
ook
bereikt door onder andere:
aantrekkelijker, groener en toekomstgericht. Dit wordt
▪ Nieuwbouw bij voorkeur NoM (Nul-op-de-Meter);
bereikt door onder andere:
▪ Waar mogelijk gebruik maken van zonnepanelen,
▪ Het
maaiveldniveau
te
verhogen
om
overstromingen te voorkomen;
warmtepompen en andere maatregelen voor duurzame energie;
▪ Hemelwater lokaal op te vangen waardoor de
▪ Hellende daken zijn bij uitstek geschikt voor
waterlopen/riolering minimaal wordt belast tijdens
energieopwekking
zware/piek regenval en kan worden gebruikt in
zonnecollectoren e.d.;
tijden van hitte en droogte;
en/of
beperkt
zonnepanelen,
▪ Slim omgaan met de indeling van de gevel en de
▪ Verharding wordt bij voorkeur zoveel als mogelijk waterdoorlatend
door
in
omvang
woningplattegrond ten opzichte van de zon, om zo optimaal gebruik te maken van zonne-energie.
uitgevoerd; ▪ De woningen voorzien van goede isolatie tegen kou en hitte;
Mobiliteit Met duurzame mobiliteit wordt ingezet op een
▪ Veel (grote) bomen zorgen voor zoveel mogelijk
toekomstbestendige manier van vervoer, waarbij
schaduwval en voorzien in verkoeling van de
verplaatsingen een beperkte invloed hebben op het
openbare ruimte;
milieu en minder CO2-uitstoot wordt veroorzaakt.
▪ Ruimte voor groen (zowel in openbaar gebied als op daken en gevels) voorzien in verkoeling.
▪ Bij openbare parkeerplaatsen diverse laadpunten voor elektrische auto’s voorzien; ▪ Inzetten op openbare ruimte met een fijnmazig
Duurzame materialen
netwerk van routes zodat het fietsen en lopen
Het zowel efficiënt omgaan met materialen (o.a.
gestimuleerd wordt.
circulair bouwen) als het toepassen van duurzame bouwmaterialen.
langzaamverkeersverbindingen en aantrekkelijke
▪ Gebruik maken van natuurlijke en hernieuwbare
routes maken naar OV-haltes.
bouwmaterialen die mooi verouderen zoals: hout, hennep, vlas, kurk, riet, bamboe, kokos, katoen, schapenwol en stro; ▪ Gebruik maken van ecologische materialen van mineralen zoals gebakken klei, baksteen en leem; ▪ Gebruik maken van herwonnen materialen zoals gerecycled ijzer en aluminium.
26
▪ Zoveel als mogelijk aansluiten op de bestaande
Circulaire economie Een circulaire economie zet in op het verlengen van de levensduur van grondstoffen. Dit door in te zetten op delen, herstellen en recyclen waardoor zo min mogelijk nieuwe grondstoffen moeten worden aangewend. Dit kan door: ▪ Binnen Noordse Weide ruimte te voorzien om afval gescheiden in te zamelen; ▪ Inzetten op circulair bouwen met duurzame materialen.
3-30-300 regel In het plan is voorgesorteerd op de 3-30-300 regel. Met deze vuistregel meet je drie dingen. Eerst of je vanuit elke woning drie bomen kunt zien. Dan of 30% van een wijk in de schaduw van een boom valt. Daarna of er vanuit elke woning op 300 meter afstand een verkoelend parkje of andere groene koele plek is. Met de groene inrichting van het plan dient hieraan zoveel als mogelijk te worden voldaan.
27
buro - sro.nl stedenbouw + ruimtelijke ordening + ontwikkelingsmanagement