CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Wijzigingstabel Verordening Jeugdhulp en Wmo 2026

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Verordening Jeugdhulp en Wmo 20265.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING Wijzigingstabel Verordening Jeugd en Wmo 2026 Wijzigingstabel Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026 (inhoudelijke wijzigingen) Artikel

Was

Wijziging

Intitulé

Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024 1.5.1 Algemene voorzieningen Wmo | Jeugdwet

Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026 Nummering leden (er staat nu 2x b opgenomen en sportaccommodaties en dorpshuizen waren niet gesplitst)

Artikel 1.5.1 Algemene voorzieningen

Een algemene voorziening is een dienst en/of product dat voor iedereen toegankelijk is of verkrijgbaar is. Er is geen indicatie of toets nodig en de inwoner ontvangt geen beschikking. De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. algemeen maatschappelijk werk (Kwadraad); b. WelZijn Krimpenerwaard b. bibliotheek;

1.5.1 Algemene voorzieningen Wmo | Jeugdwet Een algemene voorziening is een dienst en/of product dat voor iedereen toegankelijk is of verkrijgbaar is. Er is geen indicatie of toets nodig en de inwoner ontvangt geen beschikking. De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. algemeen maatschappelijk werk (Kwadraad);

c. consultatiebureau; b. WelZijn Krimpenerwaard d. vroeghulp; c. bibliotheek; e. jeugdactiviteiten door inwoners en vrijwilligers;

d. consultatiebureau;

f. jeugdondersteuner huisarts;

e. vroeghulp;

g. jeugdsozen;

f. jeugdactiviteiten door inwoners en vrijwilligers;

h. jongerenwerk; g. jeugdondersteuner huisarts; i. steunouders;

h. jeugdsozen; j. jongeren Ontmoetingsplekken (JOP’s); k. jeugdondersteuning op school (JOS);

i. jongerenwerk; j. steunouders;

l. MEE;

k. jongeren Ontmoetingsplekken (JOP’s);

m. opvoedbureau (Kwadraad) voor opvoedondersteuning- en advies;

l. jeugdondersteuning op school (JOS);

n. schoolmaatschappelijk werk (Kwadraad);

m. MEE;

o. verenigingen en stichtingen op het gebied van sport, spel en cultuur; p. vrijwilligerswerk;

n. opvoedbureau (Kwadraad) voor opvoedondersteuning- en advies; o. schoolmaatschappelijk werk (Kwadraad);

q. sportaccomodaties; dorpshuizen; s. toegang tot een vertrouwenspersoon.

p. verenigingen en stichtingen op het gebied van sport, spel en cultuur; q. vrijwilligerswerk; r. sportaccommodaties; s. dorpshuizen;

1.6 Eigen kracht en gebruikelijke hulp Wmo en Jeugd

t. toegang tot een vertrouwenspersoon. Het gehele artikel 1.6 vervangen door 2 leden. 1.6 Eigen kracht en gebruikelijke hulp 1.6.1 Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht) Jeugd 1. Jeugdigen of ouders komen in aanmerking voor een individuele voorziening wanneer de hulpvraag niet kan worden opgelost met de eigen pag. 2/23

mogelijkheden van de jeugdige of ouder, noch met de inzet en ondersteuning vanuit hun directe netwerk. Uitgangspunt is dat er samen gezocht wordt naar oplossingen die aansluiten bij de eigen kracht en samenredzaamheid van de inwoner en zijn omgeving. 2. Ouders worden geacht alle hulp te bieden die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij worden wettelijk namelijk verantwoordelijk gehouden (de artikelen 82 en 247 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) om de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de zorg/ hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de mogelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 3. Van ouders wordt verwacht dat zij hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen versterken door bijvoorbeeld (maar niet beperkt tot): a. De jeugdige, indien mogelijk, voltijds onderwijs te laten volgen; b. gebruik te maken van de opvang pag. 3/23

c.

d. e.

f. g.

h.

mogelijkheden van de Wet kinderopvang, zowel voor de jeugdige met een hulpvraag als voor eventueel andere kinderen; het sociaal netwerk in te zetten en te werken aan het vergroten van het sociaal netwerk; zorgverlof en andere soorten verlof in te zetten; het belang van hun kind voor het belang van de (werk)carrière te stellen; werktijden aan te passen; de eigen problematiek te verminderen, bijvoorbeeld door het inzetten van begeleiding en coaching trajecten vanuit het preventief aanbod, een beroep doen op de Zorgverzekeringswet voor behandeling e.d.; oorzaken van overbelasting waar mogelijk weg te nemen.

4. Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen wordt geacht voldoende aanwezig te zijn in de volgende situaties: a. De hulpvraag behoort tot de opvoedingsopgave en/of normale uitdagingen zoals omschreven door het Nederlands Jeugdinstituut in de uitgave ‘Opgroeien en opvoeden’, en waarvan het overzicht is opgenomen in bijlage 1 van deze verordening; b. de hulpvraag een periode van minder dan 3 maanden bedraagt,

pag. 4/23

met uitzondering van behandeling; c. de hulp wordt al geleverd door ouders; d. als ouders beroep kunnen doen op ondersteuning vanuit het sociale netwerk; e. als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Er wordt hooguit een aanvullende voorziening verstrekt voor het deel dat niet wordt vergoed. 5. Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen wordt geacht onvoldoende aanwezig te zijn in de volgende situaties: a. Er is sprake van overbelasting bij ouders; b. ouder(s) is langdurig ziek of langdurig afwezig in het gezin. Hierbij wordt het niet beschikbaar zijn door werk, niet meegenomen in de beoordeling. 6. De zorg voor een jeugdige kan zo zwaar worden dat er sprake is van overbelasting. Klachten en kenmerken die bij overbelasting horen, zonder dat van een stoornis in psychiatrische zin sprake hoeft te zijn, zijn: • Angst of gespannenheid: nervositeit, onrust, rusteloosheid, slecht slapen;

pag. 5/23

•

depressie: hopeloosheid, huilbuien, somberheid; • gedragsproblemen: negeren van normen en regels, onaangepast gedrag; • gecombineerd emotioneel en gedragsgestoord: depressie en/of angst • gecombineerd met een gedragsstoornis of onaangepast gedrag; • lichamelijke klachten, verminderde prestaties of concentratieproblemen. De gemeente kan – in principe kortdurende – jeugdhulp inzetten wanneer de ouder die hulp geeft overbelast is geraakt. Steeds moet duidelijk zijn hoe de overbelasting zich uit en wat deze inhoudt. De klachten van overbelasting moeten duidelijk worden beschreven. Naast de oorzaak en ernst van de overbelasting wordt ook onderzocht of deze komt doordat er iets met de ouder die hulp geeft zelf aan de hand is (draagkracht vermindering) en/of dat deze gevolg is van de ernst van de ziekte van de jeugdige of de partner (draaglast verhoging). De jeugdconsulent beoordeeld na onderzoek of er sprake is van overbelasting. 7. Bij overbelasting geldt nog het volgende: a. Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige; b. bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan

pag. 6/23

om die spanningen te verminderen; c. als de overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten, dan wordt dit eerst van de ouder verwacht; d. het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten, school/studie en werk; e. een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt niet afgegeven (of beëindigd) als er sprake is van overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen. 1.6.2 Eigen kracht en gebruikelijke hulp Wmo 1.Gebruikelijke hulp is de mate waarin de inwoner met behulp van gebruikelijke hulp het aanvaardbare niveau van zelfredzaamheid en participatie of het zich handhaven in de samenleving kan bereiken of behouden. Bij gebruikelijke hulp worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Personen binnen de leefeenheid van een bewoner zijn altijd zelf primair verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden, de zelfredzaamheid en de participatie of het zich

pag. 7/23

kunnen handhaven in de samenleving van de leden van die leefeenheid. b. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Het hoeft niet te betekenen dat de leefeenheid deze hulp zelf uitvoert. De gebruikelijke hulp kan door de bewoner ook aan derden uitbesteed worden of met eigen financiële middelen ingekocht worden. c. Voor gebruikelijke hulp wordt geen (aanvullende) ondersteuning geboden vanuit de Wmo. d. Bij uitval van een persoon wordt door andere personen binnen de leefeenheid, al dan niet naast fulltime (vrijwilligers)werk of opleiding, zorggedragen voor een herverdeling en overname van de (huishoudelijke) taken, zorg- en begeleidingsactiviteiten. e. De bijdrage die van kinderen wordt gevraagd is afhankelijk van de leeftijd. Van iedere volwassene van 23 jaar of ouder wordt in ieder geval verwacht naast een volledige baan of opleiding een meerpersoonshuishouden te kunnen voeren. Het hebben van een fulltimebaan of het volgen van een voltijdsopleiding staat het leveren van gebruikelijke hulp dus niet in de weg. Het bieden van gebruikelijke hulp gaat verder ook voor op andere

pag. 8/23

activiteiten van leden van de leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie. f. Fysieke afwezigheid van de huisgenoot belemmert het bieden van gebruikelijke hulp in principe niet. Van ieder (volwassen) mens wordt verwacht een volledige school- of werkweek (inclusief overwerk en reistijden) te kunnen combineren met huishoudelijke taken. Afwezigheid vanwege school- of arbeidsgerelateerde activiteiten kan er wel toe leiden dat de gebruikelijke hulpverlener de uitvoering van de taken moet plannen op momenten waarop hij/zij wel thuis is. g. Bij de beoordeling of en in welke mate er sprake is van gebruikelijke hulp worden in ieder geval de volgende aspecten gewogen: I. De aard van de benodigde ondersteuning. II. De mate van planbaarheid en uitstelbaarheid van de benodigde ondersteuning. III. De frequentie en omvang van de benodigde ondersteuning. IV. De duur van de benodigde ondersteuning. Is er sprake van een kortdurende situatie met uitzicht op herstel of een langdurende (chronische) situatie waarin extra ondersteuning nodig is. V. Gebruikelijke hulp is niet of in mindere mate van toepassing als uit objectief

pag. 9/23

-

2.3.4. Weigeringsgronde n (tweede lid)

De gemeente kan de hulp-op-maat ook weigeren als: b. de inwoner de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft voordat de melding is gedaan of de aanvraag is ingediend. Als de inwoner de gevraagde hulp heeft ingeroepen of aanschaft tussen de datum van de melding en de aanvraag weigert de gemeente de hulp ook, tenzij de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven of de noodzaak van de hulp alsnog kan vaststellen. Als die weigering betekent dat de

onderzoek blijkt dat personen binnen de leefeenheid niet in staat zijn om (een aantal) taken over te nemen vanwege: (langdurige) fysieke afwezigheid een beperking of een beperkte leerbaarheid. (dreigende) overbelasting, waarbij het evenwicht tussen draagkracht en draaglast onder spanning staat. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke hulp en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan het bieden van gebruikelijke hulp in principe niet in de weg staan. Bij (dreigende) overbelasting kan de indicatie van korte duur zijn om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen.

Schrappen b. de inwoner de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft voordat de melding is gedaan of de aanvraag is ingediend. Als de inwoner de gevraagde hulp heeft ingeroepen of aanschaft tussen de datum van de melding en de aanvraag weigert de gemeente de hulp ook, tenzij de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven. Als de weigering in de laatst genoemde situatie betekent dat de inwoner grote pag. 10/23

Artikel 2.7 versnelde aanvraag Wmo

2.7.2 Versnelde aanvraag jeugd

inwoner grote problemen zal krijgen (onevenredig nadeel ervaart), dan kan de gemeente besluiten om de hulp wel toekennen. Wordt vernummerd tot artikel 2.7.1. b. de aanvraag gaat over een bestaande voorziening die al is toegekend en het laatste ondersteuningsverslag is niet ouder dan 12 maanden; Invoegen

problemen zal krijgen (onevenredig nadeel ervaart), dan kan de gemeente besluiten om de hulp wel toe te kennen. Artikel 2.7.1 Versnelde aanvraag Wmo b. de aanvraag gaat over een bestaande voorziening die al is toegekend en het laatste ondersteuningsverslag is niet ouder dan 36 maanden; 2.7.2 Versnelde aanvraag Jeugd 1. De gemeente kan beslissen dat voor inwoners die voldoende bekend zijn bij de gemeente een versnelde aanvraag wordt toegestaan. Een versnelde aanvraag is in ieder geval mogelijk in de volgende gevallen: a. de aanvraag is een herindicatie voor jeugdhulp; b. de aanvraag gaat over een bestaande voorziening die al is toegekend en het laatste ondersteuningsverslag is niet ouder dan 12 maanden; of c. als volgens de gemeente een beschikking kan worden gegeven zonder nieuw uitgebreid onderzoek. 2. Een versnelde aanvraag is niet mogelijk als: a. de inwoner en de gemeente het niet eens zijn over de in te zetten hulp; b. de aanvraag om een pgb gaat; c. als het om een complexe situatie gaat; d. de inwoner behoefte heeft aan een gewone aanvraag, bijvoorbeeld omdat de versnelde aanvraag te ingewikkeld is, en een verslag wenst; of

pag. 11/23

e. als het om omvangrijke hulp gaat; 3. De gemeente kan altijd besluiten om in een andere situatie toch akkoord te gaan met een versnelde aanvraag, maar kan ook altijd besluiten om af te zien van een versnelde aanvraag. 2.7.1. Jeugdwet via arts e.a. wordt vernummerd tot 2.7.3. 3.1

4.1.1 Geschikte woning (zesde lid) Wmo

4.1.2 Een schone en leefbare woning Wmo

Wijziging van nummering van de leden. Artikel heeft lid 4, 5 en 6 

Wijzigen naar lid 1, 2 en 3

Lid 6. Alle bedragen die in dit artikel worden genoemd gelden op 1 juli 2023. Voor actuele tarieven kan de inwoner terecht op de website van de gemeente.

Lid 6. De actuele tarieven worden gepubliceerd in de nadere regelgeving van de gemeente Krimpenerwaard.

Invoegen

Lid 4. Definitie van het resultaat: Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne- eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Lid 5. De afbakening van de ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft: De inwoner moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap/overloop.

pag. 12/23

Lid 6. De afbakening van activiteiten die onder de voorziening vallen en welke niet: Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maakt geen onderdeel uit van de ondersteuning bij het huishouden. Lid 7. De normering van de voorziening: Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp, maken we gebruik van het meest recente Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning HHM. Lid 8. Maatwerk, ondersteuning op maat: Het normenkader ziet op maatwerk voor de individuele inwoner. In het normenkader is aangegeven hoeveel tijd nodig is als sprake is van volledige overname van het huishouden bij de omschreven ‘gemiddelde cliëntsituatie’ (ofwel ‘ijk-cliënt’) en op grond waarvan minder als mogelijk of meer als nodig ondersteuning wordt geboden Lid 9. Uitgangspunten bij het vaststellen van het aantal minuten bij de voorziening schoon en leefbaar huis a. Meer inzet wordt alleen geïndiceerd indien het huisdier een begeleidend karakter heeft, zoals een hulphond en de noodzakelijkheid daarvan is getoond. b. De inrichting van de woning is niet van invloed op de hoogte van de indicatie en er wordt standaard geen

pag. 13/23

4.2.3 Voorwaarden mantelzorgwaarde ring (derde lid) Wmo

4.2.3 lid 3 De mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd in de periode tussen 1 maart en 1 december van het lopende jaar.

4.7

4.7 lid 8 Een vervoersvoorziening voor een jongere is noodzakelijk als ouders en/of de jongere niet in staat zijn op eigen kracht, of met behulp van hun sociaal netwerk, vervoer te organiseren naar de locatie van de jeugdhulp.

Vervoersvoorzieni ng (achtste lid) Wmo/Jeugdhulp

extra aantal minuten (meer inzet) afgegeven. c. De bewerkelijkheid van de woning is niet van invloed op de hoogte van de indicatie en er wordt standaard geen extra aantal minuten (meer inzet) afgegeven. d. De omvang van de woning is niet van invloed op de hoogte van de indicatie en er wordt standaard geen extra aantal minuten (meer inzet) afgegeven. e. Strijkvrije kleding is een voorliggende voorziening en/ of algemeen gebruikelijke voorziening en daardoor bestaat er geen noodzaak voor een strijkvoorziening. f. De boodschappendienst (o.a. digitale bezorgingsdienst supermarkten) is een voorliggende en/of algemeen gebruikelijke voorziening en daardoor bestaat er geen noodzaak voor een boodschappen voorziening. g. Het aantal minuten wordt naar boven afgerond naar 5 hele minuten. 4.2.3 lid 3 De mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd in de periode tussen 1 maart en 1 november van het lopende jaar. 4.7 lid 8 Een vervoersvoorziening voor een jeugdige is noodzakelijk als ouders en/of de jeugdige niet in staat zijn op eigen kracht, of met behulp van hun sociaal netwerk, vervoer te organiseren naar de locatie van de jeugdhulp. pag. 14/23

Om te beoordelen of hier gebruik van kan worden gemaakt, wordt er gebruik gemaakt van een berekeningsformule. Deze is opgenomen in de nadere regels.

4.7 Vervoersvoorzieni ng (negende lid)

4.7 Vervoersvoorzieni ng (elfde lid)

4.7.1 Scootmobiel

4.7 lid 9 Als er sprake is van recht op een vervoersvoorziening op basis van het achtste lid en de zorgaanbieder het vervoer niet organiseert, dan kan de jongere of zijn ouders een beroep doen op een vervoersvoorziening. Dit kan zijn een kilometervergoeding op basis van de belastingvrije kilometervergoeding of een vergoeding op basis van het tarief Openbaar Vervoer. Ook kan de gemeente taxivervoer regelen en betalen.

4.7 lid 11 Als blijkt dat begeleiding tijdens vervoer naar en van de jeugdhulplocatie noodzakelijk is, worden de reiskosten van één begeleider vergoed voor de ritten waarbij de jongere aanwezig is.

Scootmobiel 7.1 Scootmobiel Wmo

Om te beoordelen of hier gebruik van kan worden gemaakt, doet de consulent onderzoek naar de mogelijkheden in het sociaal netwerk en de eigen kracht. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er onvoldoende mogelijkheden zijn in de eigen kracht en het sociaal netwerk, wordt gebruik gemaakt van een berekeningsformule. De berekeningsformule is opgenomen in de nadere regels Jeugd, onder bijlage 1. 4.7 lid 9 Als er sprake is van recht op een vervoersvoorziening op basis van het achtste lid en de zorgaanbieder het vervoer niet organiseert, dan kan de jeugdige of zijn ouders een beroep doen op een vervoersvoorziening. Dit kan zijn een kilometervergoeding op basis van de belastingvrije kilometervergoeding of een vergoeding op basis van het tarief Openbaar Vervoer. Voornoemde vergoedingen worden alleen berekend over de kilometers daarbij jeugdige vervoerd wordt. Ook kan de gemeente taxivervoer regelen en betalen. 4.7 lid 11 Als blijkt dat er naast een chauffeur extra begeleiding tijdens vervoer naar en van de jeugdhulplocatie noodzakelijk is, worden de reiskosten van één begeleider vergoed voor de ritten waarbij de jeugdige aanwezig is. De ritten waarbij de jeugdige niet aanwezig is worden niet vergoed. 7.1 Scootmobiel Wmo De gemeente kan aan de inwoner een scootmobiel verstrekken. pag. 15/23

De gemeente kan aan de inwoner een scootmobiel verstrekken. Hierbij geldt het volgende: a. een scootmobiel is ter vervanging van de loop- en/of de fietsfunctie; b. de inwoner is in staat om zelfstandig op en van de scootmobiel te stappen; c. de inwoner heeft een vervoersbehoefte in de directe woonomgeving van de woning binnen de gemeente of woonkern; d. er moet een stallingsruimte, voorzien van een geaard stopcontact van 220 volt, aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden. De scootmobiel dient gestald te worden in een daarvoor geschikte, overdekte, geventileerde ruimte (alleen bij natte accu's); en e. de inwoner is in staat om – na instructie - op veilige wijze gebruik te maken van een scootmobiel.

4.7.2 Handbike

4.7.2 Handbike Wmo De gemeente kan aan de inwoner een handbike verstrekken. Hierbij geldt het volgende:

Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. een scootmobiel is ter vervanging van de loop- en/of de fietsfunctie; b. de inwoner is in staat om zelfstandig op en van de scootmobiel te stappen; c. de inwoner heeft een vervoersbehoefte in de directe woonomgeving van de woning binnen de gemeente of woonkern; d. er moet een stallingsruimte, voorzien van een geaard stopcontact van 220 volt, aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden. De scootmobiel dient gestald te worden in een daarvoor geschikte, overdekte, geventileerde ruimte (alleen bij natte accu's); en e. de inwoner is in staat om – na instructie - op veilige wijze gebruik te maken van een scootmobiel. Invoegen: f. indien de inwoner gebruik kan maken van de hulpmiddelenpool van Stichting WelZijn Krimpenerwaard, wordt er geen scootmobiel of driewielfiets verstrekt. g. indien de inwoner in een doelgroepen- of appartementengebouw woont, wordt er geen stalling verstrekt door de gemeente. Dit is de verantwoordelijkheid van de woningeigenaar, VVE en of woningcorporatie. 4.7.2 Handbike Wmo De gemeente kan aan de inwoner een handbike verstrekken.

pag. 16/23

Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

4.11 Wat is de eigen bijdrage? Wmo

Lid 4: De hoogte van de eigen bijdrage voor de kosten van collectief taxivervoer bedraagt: € 2,70 voor de eerste zone, € 3,80 voor de tweede zone, € 5,00 voor de derde zone, € 6,20 voor de vierde zone, € 7,30 voor de vijfde zone en € 8,50 voor de zesde zone (prijzen per 1 januari 2023). Voor het actuele tarief kan de inwoner terecht op https://groeneharthopper.nl/tariev en/. Lid 5: Inwoners die gebruik maken van beschermd wonen als zorg in natura betalen de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Bij de berekening van de eigen bijdrage voor beschermd wonen telt ook het vermogen mee zoals spaargeld, beleggingen of een tweede woning. Het vermogen boven het toetsbedrag (€ 31.340 alleenstaand of € 62.680 met partner, bedragen per 1 juli 2023) telt mee voor de eigen bijdrage. Het CAK telt hiervan 4% (1 juli 2023) bovenop bij het inkomen. Voor de actuele bedragen en percentages kan de inwoner terecht op https://www.hetcak.nl/veelgesteld e-vragen/eigenbijdrage/toetsbedrag-vermogen/.

*overige blijft gelijk* Invoegen: Lid 4. De actuele hoogte van de eigen bijdrage voor de kosten van collectief taxivervoer kan de inwoner inzien op de website van de groeneharthopper: https://groeneharthopper.nl/tarie ven/ Lid 5. De actuele hoogte van de eigen bijdrage voor de kosten van collectief taxivervoer wordt jaarlijks vastgesteld en gepubliceerd in de nadere regels van de gemeente Krimpenerwaard. Lid 6. Inwoners die gebruik maken van beschermd wonen als zorg in natura betalen de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Bij de berekening van de eigen bijdrage voor beschermd wonen telt ook het vermogen mee zoals spaargeld, beleggingen of een tweede woning. Het vermogen boven het toetsbedrag alleenstaand of met partner telt mee voor de eigen bijdrage. Het CAK telt hiervan 4% bovenop bij het inkomen. Voor de actuele bedragen en percentages kan de inwoner terecht op de website van het CAK: https://www.hetcak.nl/veelgestel de-vragen/eigenbijdrage/toetsbedragvermogen/. Lid 7. Voor hulp uit de Jeugdwet geldt geen eigen bijdrage.

pag. 17/23

4.11. (derde lid)

Invoegen

De eigen bijdrage voor de Wmovoorziening kan op aanvraag van de inwoner gestopt worden. Het is de keuze van de inwoner dat hiermee ook de indicatie wordt gestopt. De hulp moet daarna opnieuw worden aangevraagd. Het is mogelijk de eigen bijdrage door te laten lopen en daarmee ook de indicatie. Indien de inwoner tijdelijk geen hulp wil of kan ontvangen moet de inwoner hier zelf afspraken over maken met de zorgaanbieder en de zorgaanbieder moet akkoord zijn.

4.12

Invoegen als nieuw artikel.

Indien er persoonlijke omstandigheden zijn, zoals een opname in een revalidatiecentrum, dan wordt de eigen bijdrage gestopt. De eigen bijdrage wordt geactiveerd wanneer de zorg weer wordt gestart. De indicatie blijft in dit geval wel doorlopen. Artikel 4.12 Tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken Wmo 1. Wettelijke grondslag Artikel 2.1.7 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 geeft de gemeente Krimpenerwaard de bevoegdheid om een financiële tegemoetkoming te verstrekken aan personen met beperkingen of chronische psychische of psychosociale problemen, die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben.

pag. 18/23

2. Meerkosten chronisch zieken en inwoners met een beperking Deze voorziening is er voor inwoners uit Krimpenerwaard met een laag inkomen die chronisch ziek zijn of een beperking hebben en hierdoor hoge ziektekosten hebben. De inwoner is 18 jaar of ouder en heeft een inkomen dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm geldt niet. Inwoners met een wettelijke- of minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen waar beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht. Er vindt geen vermogenstoets plaats. De consulent Werk en Inkomen voert deze voorziening met betrekking tot de tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken uit. 3. Deze regeling wordt verder uitgewerkt in de beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2024 5.1 Hulp in Natura (vijfde lid) Wmo/Jeugd

5.3.4 Hoogte en tarief pgb (tweede lid)

Lid 5. De maximale bedragen voor de hulp in natura kan de inwoner raadplegen via de website van de gemeente.

Lid 5. De maximale bedragen voor de hulp in natura kan de inwoner raadplegen via de website gemeenschappelijke Regeling Jeugd en Wmo Midden-Holland (GRJW). Invoegen: 2. Uitgangspunt is dat het tarief van een pgb niet hoger is dan de hoogte van het tarief van de zorg in natura. Indien er meerdere tarieven gehanteerd worden in dezelfde pag. 19/23

5.3.4 Hoogte en tarief pgb (derde lid)

5.3.4 Hoogte en tarief pgb (vijfde lid)

Lid 3. 3. Binnen de Wmo heeft de gemeente verschillende pgb tarieven voor de volgende vormen van hulp: a. hulp bij het huishouden: o de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief. o de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden zoals is opgenomen in de CAO VVT (specifiek voor hulp bij huishouden gecreëerde salarisschaal), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Lid 5. 5. Binnen de Wmo en Jeugdwet heeft de gemeente verschillende pgb tarieven voor de volgende vormen van hulp: a. individuele begeleiding: o de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief. o de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor

categorie van ingekochte zorg in natura, dan geldt het laagste CAO-tarief. Lid 3. 3. Binnen de Wmo heeft de gemeente verschillende pgb tarieven voor de volgende vormen van hulp: a. hulp bij het huishouden: o de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief. o de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan het wettelijke minimum uurloon, rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.

Lid 5. 5. Binnen de Wmo en Jeugdwet heeft de gemeente verschillende pgb tarieven voor de volgende vormen van hulp: a. individuele begeleiding: o de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief. o de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan het wettelijk minimum pag. 20/23

Vervangen artikel door uitgebreide tekst

ondersteunende begeleiding zoals is opgenomen in de CAO VVT (FWG 30), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren als het gaat om Wmo-begeleiding. 6.3.2 Voorkomen van fraude Jeugdwet | Wmo De gemeente stelt alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen.

uurloon inclusief vakantiegeld en vakantieuren als het gaat om begeleiding Jeugdhulp en Wmo.

Artikel invoegen: De gemeente treft de nodige maatregelen om de doelmatigheid en rechtmatigheid van de verstrekte hulp-op-maat en pgb’s te waarborgen en misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: 1. De gemeente informeert inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten, en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. 2. De gemeente zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; 3. De gemeente verricht zo nodig, al dan niet met tussenkomst van derden, onderzoek bij aanbieders die een subsidie- of contractrelatie met de gemeente Krimpenerwaard onderhouden; 4. De gemeente maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in pag. 21/23

8.4 Intrekken oude verordeningen

Gemeentewet De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: • Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Krimpenerwaard.

overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; 5. De gemeente beperkt waar nodig de looptijd van de indicaties en voert periodiek controles uit bij indicaties; 6. De gemeente bezoekt inwoners en locaties, waarbij door middel van een schouw een feitelijk onderzoek gedaan wordt naar de ervaringen met en de uitvoering van de geboden ondersteuning; 7. De gemeente monitort het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen; 8. De gemeente voert een grondige toets aan de voorkant uit bij de verstrekking van een pgb op: • de regiemogelijkheden van de inwoner of degene die de inwoner als vertegenwoordiger wenst in te schakelen; • de kwaliteit van de invulling van het door de inwoner te overleggen pgb-plan, mede met het oog op de te bereiken resultaten; • de kwaliteit van de door de inwoner in te schakelen hulpverlener. Gemeentewet De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze nieuwe verordening ingaat: • Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024.

pag. 22/23

8.5 Overgangsrecht

Gemeentewet • 1. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 8.4 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe, tenzij de Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024 gunstiger is voor de inwoner. • 2. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Krimpenerwaard en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld conform deze verordening.

Gemeentewet 1. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 8.4 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe, tenzij de Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026 gunstiger is voor de inwoner.

8.6 Ingangsdatum en naam

Ingangsdatum en naam Gemeentewet 1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.

Aanpassing in de gehele verordening Aanpassing in de gehele verordening

De woorden ‘jongere’ en ‘jongeren’ worden:

Ingangsdatum en naam Gemeentewet 1. Deze verordening en de bijlagen wordt genoemd: Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. Jeugdige en jeugdigen.

Het woord ‘cliënt’ wordt:

2. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van de Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026, worden afgehandeld conform de nieuwe verordening.

Inwoner

pag. 23/23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=32ffb99f-6966-4aa1-bde0-9dbdd8a98dea