CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Wijzigingen financiële verordening 2024 (was-wordt)

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Wijziging financiële verordening1.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingen financiële verordening 2024 (was-wordt) Hoofdstuk 3 Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 12% van de totale lasten van de gemeente, inclusief exclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan €100.000,- nader toegelicht. Artikel 11. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan.

Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Artikel 12 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investerings- en projectbudgetten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investerings- en projectbudgetten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde investeringsbudget. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het investeringsbudget, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Een overschrijding van de begroting (exploitatie en investeringen) wordt altijd als onrechtmatig beschouwd. Onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten en overschrijdingen van baten die niet tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig zijn gemeld aan de raad zijn tevens onrechtmatig. 5. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.

BegrotingsaAfwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. begrotingsafwijkingen die passen binnen het vastgestelde beleid van de raad en niet tijdig konden worden gesignaleerd; b. begrotingsafwijkingen waarover de raad via een raadsvoorstel, raadsinformatiebrief of op andere wijze is geïnformeerd; c. begrotingsafwijkingen die geheel of grotendeels (met een afwijking van maximaal 10% van het totaalbedrag) worden gecompenseerd door direct gerelateerde baten; d. begrotingsafwijkingen bij subsidie en/of openeinde regelingen en die niet tijdig konden worden gesignaleerd; e. begrotingsafwijkingen ten gevolge van interpretatieverschillen bij de uitleg van wet- en regelgeving en die zijn geconstateerd tijdens en na het verantwoordingsjaar;

f.

6.

7.

begrotingsafwijkingen als gevolg van een onttrekking aan een bestemmingsreserve op basis van realisatie voor zover deze onttrekking daarmee voor een gelijk bedrag overeenkomt met de realisatie van de (exploitatie)last, en de activiteit of het project nog niet is beëindigd en de resterende lasten volgen in het jaar na het verantwoordingsjaar. Is de activiteit of het project wel beëindigd en zijn de lasten definitief lager dan begroot, dan vindt de onttrekking overeenkomstig het gerealiseerde bedrag plaats en wordt de raad een voorstel, overeenkomstig het beleid zoals opgenomen in de Nota reserves en voorzieningen, tot nadere aanwending van de restantbestemmingsreserve gedaan. g. begrotingsafwijkingen als gevolg van de verplichte uitgaven als bedoeld in artikel 193 Gemeentewet, te weten: i. de renten en aflossingen van de door de gemeente aangegane geldleningen en alle overige opeisbare schulden; ii. de uitgaven die bij of krachtens de wet aan de gemeente zijn opgelegd; iii. de uitgaven die voortvloeien uit de van het gemeentebestuur gevorderde medewerking tot uitvoering van wetten en algemene maatregelen van bestuur, voor zover die uitgaven niet ten laste van anderen zijn gebracht; h. begrotingsafwijkingen die passen binnen de door de raad vastgestelde totale exploitatieopzet van een grondexploitatie.

Meldingen als bedoeld in artikel 12.4 en 12.5 worden als tijdig aangemerkt als deze worden gemeld en toegelicht in de jaarrekening. Als in artikel 12.4 benoemd “tijdig wordt bedoeld ‘Onderschrijdingen van lasten of investeringskredieten, en/of onderschrijding en/of overschrijding van de baten ten opzichte van de laatste in het verslagjaar door de raad geautoriseerde begrotingswijziging worden in het kader van begrotingsrechtmatigheid als tijdige melding aangemerkt als deze gemeld en toegelicht worden in de jaarrekening.’ De begrotingsafwijkingen als bedoeld in lid 12.45 worden, voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden, als afzonderlijk bedrag wel opgenomen in de Rechtmatigheidsverantwoording maar niet nader toegelicht in de Rechtmatigheidsverantwoording. Toelichting daarop vindt plaats bij de lasten van de afzonderlijke programma’s of in de paragraaf bedrijfsvoering.

Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. 3. Misbruik en oneigenlijk gebruik wordt enkel opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording voor zover het college niet zijn regeling voor misbruik- en oneigenlijk gebruik heeft toegepast.

Hoofdstuk 4 Financieel beleid Artikel 17 Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel

2.

3.

4.

5.

6.

stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee de kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. Voor de toerekening van de overheadkosten worden overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoording over de besteding toegerekend aan die activiteiten. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.

Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt het aandeel in de totale overheadkosten als volgt berekend. De totale geraamde lasten baten op het taakveld 0.4 Overhead worden gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel, uitgezonderd de taakvelden 0.1 Bestuur en ondersteuning en 0.4 Overhead. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.

Artikel 18 Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. 3. Bij het bepalen van de integrale kostprijs van door te berekenen inzet van uren kan de gemeente zowel een eigen berekening van de kostprijs per uur gebruiken als aansluiten bij landelijk gehanteerde richtlijnen met betrekking tot urentoerekening. 4. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 5.

Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.

6. Voor raadsbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in de

vorige leden verwijzen we naar het aanwijzingsbesluit economische activiteiten Wet markt en overheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=168c3572-c4cd-4992-8114-8e8e0d4c8515