Bijlage 2 - Aanvraagformulier Uitgebreid Vangnetuitkering Participatiewet 2025
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: uitgebreid verzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.
Uitgebreid formulier Dit betreft het uitgebreide formulier. Een gemeente maakt gebruik van dit formulier wanneer één van de volgende situaties van toepassing is: -
-
Voor een aanvraag voor het uitgebreide vangnet, waarbij een eigenrisicodrempel van 5% geldt. Hiervoor dient een gemeente over 2022, 2023 en 2024 voor minimaal twee van die jaren een tekort te hebben gehad van minstens 5%. Voor een aanvraag voor het reguliere vangnet (eigenrisicodrempel van 7,5%). Hiervoor dient een gemeente over 2023 en/of 2024 een vangnetuitkering te hebben ontvangen.
Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in 2023 en/of in 2024 een vangnetuitkering is toegekend of wanneer een aanvraag wordt gedaan voor het uitgebreide vangnet.
Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.
Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025
1
De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden
2
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
3
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort In 2025 is er een tekort ontstaan op het BUIG-budget van € 1.426.465,- (budget was € 13.665.639,en de kosten € 15.092.104,-). Het tekort op het BUIG-budget laat zich verklaren door meerdere oorzaken, hieronder worden enkele belangrijke oorzaken genoemd: • Externe oorzaken als: Economische omstandigheden, de werkloosheid stijgt, inflatie meerdere jaren, arbeidsmarktdichtheid beperkt door het landelijke karakter van de gemeente.
De demografische samenstelling, de samenstelling van het klantenbestand laat een bovengemiddeld aantal echtparen zien en een aanzienlijke groep met leeftijd 55+ en een hoog aandeel statushouders met een bijstandsafhankelijk startpunt. Een ongunstige werking van het verdeelmodel, de schatting wijkt bij de meeste kenmerken af van de werkelijke aantallen. • Interne oorzaken als: Instroom stijgt ieder jaar en loopt verder uit op de uitstroom. Er is een toename van multiproblematiek, wat begeleiden naar uitstroom complex maakt. Door toename (complex) klantenbestand is er sprake van een grotere werklast. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Gemeente Krimpenerwaard kent al meerdere jaren een tekort op het BUIG-budget. De opgave is weerbarstig, dit maakt dat het pakket aan maatregelen om het tekort te reduceren divers van aard is, waarmee op meerdere gebieden ingezet wordt. Maatregelen houden verband met: • Inzetten op preventie van instroom en het voorkomen van langdurig bijstand ontvangen bij inwoners die direct beschikbaar zijn voor werk. • Aanpassen en verscherpen van de dienstverlening op de doelgroep en de regionale samenwerking geïntensiveerd. • Het vergroten van uitstroom door werk, waarbij volop ingezet wordt op loonkostensubsidie. 4
• Structureel rechtmatigheidsonderzoeken uitvoeren. • Debiteurenbeheer (invordering) op orde gebracht. • Handhavingsproces verbeterd. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen De maatregelen, als aanvulling op de effecten van reguliere inzet van trajecten en begeleiding, hebben als doel de kosten te reduceren. Maatregelen hebben een kwantitatieve doelstelling, daar waar dit onvoldoende mogelijk is heeft de maatregel een kwalitatief effect. In deze aanvraag wordt het beoogde effect van de maatregelen verder toegelicht.
5
Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen bij de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces De kadernota, de begroting.
x
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
x
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
6
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
7
A. Analyse van de oorzaken van het tekort In dit onderdeel dient het college een analyse op te nemen van de oorzaken van het tekort (A1). Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Ook dient het college een analyse op te nemen van de effecten van de getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Afkorting of begrip Armoedeval Bbz 2004 BUIG Doenvermogen
IPS IOAW IOAZ KiB LKS PW RBZ SCP SROI UWV Werkcentrum Midden-Holland WSP WW
Betekenis Een situatie waarin iemand die een uitkering ontvangt er financieel op achteruitgaat door te gaan werken of meer uren te maken. Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten is de capaciteit van mensen om regels, beleid of ingewikkelde situaties niet alleen te begrijpen, maar er ook daadwerkelijk naar te handelen en dit vol te houden, vooral onder druk of bij tegenslag. Individuele Plaatsing en Steun Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Klant in Beeld (rechtmatigheidsonderzoeken) Loonkostensubsidie Participatiewet Regionaal Bureau Zelfstandigen Rotterdam Sociaal en Cultureel Planbureau Social Return on Investment Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen Bestaat uit: UWV, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, VNO-NCW West, CNV, FNV, SBB, mbo Rijnland, MiddenHolland Onderneemt, VSO-PRO, Kernkracht, Promen, Ferm Werk. WerkgeverServicePunt Werkloosheid Wet
8
A1.
Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente
Uitgaven en inkomsten BUIG-budget 2022-2025 Hieronder wordt duidelijk gemaakt hoe de rijksbudgetten zich ten opzichte van de uitgaven hebben ontwikkeld in de afgelopen jaren. Over het jaar 2025 is er een negatief saldo van ruim 1,4 miljoen euro ontstaan ten opzichte van het ontvangen rijksbudget. Tabel 1: ontwikkeling BUIG-budget 2022 9.988.198 10.683.594 -695.396 0
Rijksbijdrage BUIG Uitgaven Saldo* Vangnetuitkering
2023 11.172.785 11.896.640 -723.855 0
2024 12.911.287 13.300.972 -389.685 0
2025 13.665.639 15.092.104 -1.426.465 401.542**
*Saldo wordt gefinancierd vanuit gemeentelijk budget. **Verwachting voor 2025.
Slechts een deel van dit tekort zal worden vergoed vanuit de uitgebreide Vangnetuitkering. Er is sprake van een getrapte vergoeding. Na aftrek van het debiteurensaldo en de financiële onzekerheden (die voor rekening van de gemeenten blijven), wordt het resterende tekort tussen 5% en 10% van het definitief toegekende rijksbudget voor de helft gecompenseerd. Het tekort boven de 10% van de definitief toegekende rijksbudget wordt volledig gecompenseerd. In de onderstaande tabel is aangegeven wat dit betekent voor de gemeente Krimpenerwaard. Tabel 2: Verwachte hoogte Vangnetuitkering 2025 2025 Tekort Verwachte hoogte Vangnetuitkering Tekort BUIG-budget € 1.426.465 € 401.542 Tekortdeel < 5% Tekortdeel 5% - 10% Tekortdeel > 10%
€ 683.282 € 683.282 € 59.901
€ 0 € 341.641 € 59.901
100% eigen risico 50% eigen risico 0% eigen risico
Gemiddelde uitkeringslasten Het BUIG-budget wordt via een objectief verdeelmodel verdeeld over gemeenten. In dit model wordt a.d.h.v. data o.a. vastgesteld hoeveel en type huishoudens er bijstand zouden ontvangen en de hoogte daarvan. Dit komt niet per definitie overeen met de daadwerkelijk aantal uitkeringen en type huishoudens. Tabel 3: gemiddelde lasten t.o.v. BUIG 2024-2025 BUIG-budget Gemiddelde uitkeringslasten Indexatie normen bijstand netto* Bijstandsgerechtigden totaal
2024 € 12.911.287 € 16.000 € 15.553,68 842
2025 € 13.665.639 € 17.000 € 16.287,06 905
Toename in % + 5,84% + 5,88% + 4,72% + 7,48%
*Ieder halfjaar stelt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de hoogte van de bijstandsnormen vast a.d.h.v. het minimumloon. In 2025 waren de normen netto 4,72% hoger dan in 2024. Voorbeeld in tabel is een alleenstaande, voor samenwonenden was er een gelijke toename.
9
Uit de tabel wordt duidelijk dat het percentage aantal bijstandsgerechtigden in negatieve zin afwijkt van het toegekende BUIG-budget. Dit zorgt voor een grotere afwijking tussen BUIG-budget en daadwerkelijke lasten t.o.v. eerdere jaren.
Mogelijke oorzaken van het tekort De mogelijke oorzaken van het tekort op het BUIG-budget zijn zowel extern als intern. De gemeente opereert in een context waarin zowel economische, demografische, politieke als financiële factoren deels buiten haar directe invloedsfeer liggen (extern). Er zijn ook factoren die (deels) binnen de invloedssfeer van de gemeente liggen, waarbij beleid en uitvoering een directe rol kunnen spelen (intern). Deze zijn opgesplitst in A. Extern en B. Intern. De context, onderbouwing en conclusie worden eronder puntsgewijs toegelicht. A. Externe (niet-beïnvloedbare) oorzaken Deze factoren liggen grotendeels buiten de directe invloed van gemeente: 1. Economische omstandigheden o Stijging werkloosheid in de regio; o Inflatie en hogere vaste lasten, men vreest voor een armoedeval; o Beperkte samenwerkingen mogelijk met werkgevers en UWV. 2. Demografische samenstelling o Samenstelling van het klantenbestand. Relatief hoog aandeel gehuwden / samenwonenden; o Hoog aandeel van statushouders met een bijstandsafhankelijk startpunt. 3. Verdeelmodel BUIG-budget o Afwijking tussen het landelijke verdeelmodel en de lokale werkelijkheid. A.1 Economische omstandigheden Stijging werkeloosheid in de regio. Voor het derde achtereenvolgende jaar is het aantal mensen met een WW-uitkering in de gemeente Krimpenerwaard gestegen.
Dit is terug te zien in een stijging van de hoeveelheid inwoners die na een WW-uitkering een beroep doen op algemene bijstand. Tevens daalt het aantal inwoners dat uitstroomt naar betaalde arbeid uit dienstbetrekking. Tabel 4: Overzicht WW-uitkering in relatie tot instroom en uitstroom bijstand 2022 2023 Aantal WW1 323 328 Instroom bijstand vanuit WW 15 11 Uitstoom naar arbeid uit dienstbetrekking 59 45
1
2024 351 23 44
2025 397 28 32
Bron: Dashboard WW-uitkeringen UWV Dashboard WW-uitkeringen | UWV
10
Inflatie en hogere vaste lasten, men vreest voor een armoedeval Veel mensen die uitstromen komen terecht in flexibele of laagbetaalde banen met kortdurende (o-uren) contracten, meestal tegen het minimumloon. Lonen stijgen meestal langzamer dan de inflatie, terwijl de kosten voor energie, vervoer en kinderopvang toenemen. Als gevolg van de Inflatie van de afgelopen jaren (2022 10%, 2023 3,8%, 2024 3,3%, 2025 3,3%) en de stijging van de vaste lasten wordt het financiële verschil tussen bijstand en werk steeds kleiner. Het gevolg hiervan is dat de uitstroom uit de bijstand vertraagt. Bijstandsgerechtigden ontvangen vaak toeslagen en gemeentelijke regelingen, die bij werk (gedeeltelijk) vervallen. Het ingewikkelde toeslagensysteem en de vrees voor terugvorderingen creëert extra onzekerheid, waardoor werk financieel minder aantrekkelijk lijkt en bijstand meer inkomenszekerheid biedt. Beperkte samenwerkingen mogelijk met werkgevers en UWV. Regionaal wordt intensief samengewerkt om gezamenlijk afspraken te maken met werkgevers en het UWV. Door het landelijke gebied in combinatie met reisafstand en beperkt openbaar vervoer, zijn de mogelijkheden beperkt. Tevens bestaat de lokale arbeidsmarkt voor een groot deel uit kleine en middelgrote bedrijven, waarbij de mogelijkheden om extra personeel aan te nemen beperkt zijn.
Dit betekent echter niet dat er geen inspanningen worden geleverd; waar mogelijkheden zich voordoen, wordt actief gezocht naar passende kansen en deze worden waar mogelijk benut. A.2 Demografische samenstelling Samenstelling van het klantenbestand. Relatief hoog aandeel gehuwden / samenwonenden. Kenmerken van het bestand: • 52,84% is alleenstaand; • 12,26% is alleenstaande ouder; • 34,90% is gehuwd/samenwonend; • 25,41% is 55 jaar en ouder; • 12,82% is jonger dan 27 jaar, waarvan 24,14% een arbeidsbeperking heeft; • 21,78% van de uitkeringen wordt verstrekt aan statushouders; • 40,11% heeft langer dan 5 jaar een uitkering; • 20,99% heeft korter dan 1 jaar bijstand. Gemiddeld genomen heeft de gemeente Krimpenerwaard meer gehuwden / samenwonenden met een bijstandsuitkering ten opzichte van andere gemeenten2. Deze groep stroomt moeilijker uit de bijstand dan alleenstaanden3. Hiervoor zijn verschillende oorzaken: • • • • •
2 3
Statushouders, zij stromen later uit door o.a. de inburgeringsplicht, gebrek aan werkervaring op de Nederlandse arbeidsmarkt, taalbarrière en scholing. Hogere inkomensdrempel, een echtpaar moet samen boven een hogere norm komen om uit te stromen. Complexe huishoudsituaties, door zorg voor kinderen beperkte beschikbaarheid voor werk. Lagere arbeidsdeelname, geregeld werkt één partner niet of nauwelijks, waardoor één persoon het inkomen moet genereren wat boven de norm uit komt. Langduriger bijstandsafhankelijkheid = grotere afstand tot de arbeidsmarkt = verlaagde uitstroomkans.
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen 2025. Bron: Divosa: Alleenstaanden stromen makkelijker uit de bijstand | Divosa
11
Hoog aandeel van statushouders met een bijstandsafhankelijk startpunt. Uit onderzoek4 van de Algemene Rekenkamer blijkt o.a. dat werk moeilijk te combineren is met inburgeringsverplichtingen. In 2022 werkte slecht 28% van de statushouders na 3 jaar na huisvesting. Statushouders werken, als zij snel aan de slag gaan, vaak in banen met lager betaald werk, tijdelijke contracten en beperkte scholingseisen, zoals in de horeca, via uitzendbureaus (arbeidsbemiddeling), of als flitsbezorger. Door de taakstelling die is opgelegd aan de gemeente Krimpenerwaard is er een relatief hoog aandeel statushouders in de bijstand. Op peildatum 31 december 2025 worden 21,78% van de uitkeringen verstrekt aan statushouders. Ten aanzien van de doelgroep statushouders geldt dat rekening moet worden gehouden met een langere uitkeringsafhankelijkheid. De reden hiervan is hun hogere ondersteuningsbehoefte (taalonderwijs, begeleiding naar werk, cultuurafhankelijke factoren) voordat uitstroom naar werk mogelijk is. De verwachting is dat de taakstelling niet zal afnemen de komende jaren. A.3 Verdeelmodel BUIG-budget Afwijking tussen het landelijke verdeelmodel en de lokale werkelijkheid.
Het BUIG-verdeelmodel verdeelt budget op basis van statistisch verwachte bijstandsbehoefte, berekend uit demografische, sociaaleconomische, woning- en arbeidsmarktindicatoren, maar kan structureel tekortschieten als de lokale werkelijkheid afwijkt van het landelijke gemiddelde waarop het model is gebaseerd. Het is een statistisch model, geen maatwerkmodel. Het model houdt geen rekening met hoeveelheid sociale huurwoningen, beperkte (arbeids)mobiliteit en hoeveelheid langdurige bijstandsverstrekkingen. In Krimpenerwaard leidt dit tot een onderschatting van de bijstandsbehoefte. Uit het verdeelmodel blijkt dat op meerdere onderdelen de werkelijke bijstandsbehoefte in negatieve zin afwijkt van de voorspelling o.b.v. objectieve factoren. Degene die eruit springen zijn: aantal huishoudens, huishoudsamenstelling en woonsituaties. Dit resulteert in een nadeel van – 357 ten opzichte van + 30 kenmerken in het voordeel van objectieve kenmerken5. Dit (-357) betekent dat de werkelijke bijstandsbehoefte in de gemeente hoger ligt dan de berekening op basis van objectieve kenmerken en gemiddelden en het BUIG-budget te laag wordt vastgesteld. Het college voert- en werkt een doelmatig en rechtmatig Participatiewetbeleid uit, gericht op beperken instroom, re-integratie, uitstroom en handhaving.
Echter kan door bepaalde externe factoren zoals arbeidsmobiliteit en beschikbare banen in combinatie met het profiel van de bijstandspopulatie niet voldoen aan de indicatoren van het verdeelmodel. De gemeente Krimpenerwaard wordt structureel geconfronteerd met een tekort op het BUIG-budget. Dit tekort doet zich meerjarig en herhalend voor en is daarmee van structurele aard.
4
Bron: Onderzoek Algemene Rekenkamer ‘Onbenut potentieel’ Onbenut potentieel - Gebrek aan resultaten taalverwerving en arbeidsparticipatie bij inburgering | Algemene Rekenkamer 5 Bron: rekentool SEO verdeelmodel bijstandsbudgetten van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rekentool bijstand.
12
B. Interne (beïnvloedbare) oorzaken Deze factoren zijn (deels) te sturen door gemeentelijke beleid en uitvoering: 1. Instroom en uitstroom o Lagere uitstroom naar regulier werk; o Complexe problematiek bij inwoners; o Re-integratiemiddelen beter benutten. 2. Handhaving en rechtmatigheid o Beperkt ruimte voor structurele heronderzoeken. 3. Loonkostensubsidies o Hoge inzet op loonkostensubsidie, resulteert niet altijd in uitstroom. B.1 Instroom en uitstroom Inleiding Uitstroom leidt niet per definitie tot een besparing van € 17.000, - (gemiddelde uitkeringslasten), doordat dit afhangt van het moment van uitstroom. Naarmate de uitstroom later in het jaar plaatsvindt, zijn de besparingen in dat jaar later. Tabel 5: Ontwikkeling klantenbestand 2022 – 2025, peildatum 31-12-2025 2022 2023 Aantal PW, IOAW, IOAZ uitkeringen 658 668 Aantal PW, IOAW, IOAZ gerechtigden incl. partners 795 809
2024 702 842
2025 753 905
2024 199 182
2025 266 199
Tabel 6: Instroom en uitstroom bijstand Instroom bijstand Uitstroom bijstand
2022 194 183
2023 195 181
Lagere uitstroom naar regulier werk In tabel 4 onder A.1 is te zien dat de uitstroom naar regulier werk afneemt. Dit heeft gedeeltelijk te maken met de arbeidsmarkt, maar ook met de samenstelling van het klantenbestand. Een groot deel van het klantenbestand heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt, 40,11% heeft langer dan 5 jaar bijstand. De redenen van langdurige bijstand variëren en het heeft vaak te maken met de complexiteit van de problematiek die er speelt. Complexe problematiek bij inwoners. Het wordt zichtbaar dat inwoners die bijstand ontvangen of zich melden voor bijstand vaak te maken hebben met complexe problematiek in vergelijking met niet-bijstandsgerechtigden. Veel van deze inwoners kampen met multiproblematiek en de beschikbare hulpbronnen zijn beperkt. Om deze inwoners effectief te begeleiden naar een passende werkplek is zowel meer tijd als extra middelen nodig. Door de multiproblematiek doen zich vaak problemen voor op meerdere leefgebieden, waardoor
13
meerdere instanties betrokken moeten zijn bij de ondersteuning. Voor een deel van deze doelgroep is het onduidelijk of er in de toekomst zicht zal zijn op inkomstenverbetering6. Voor 2 groepen is toewerken naar uitstroom complex. De eerste is de groep bijstandsgerechtigden die 55+ zijn, dit betreft 25,41% van het bestand. De tweede groep zijn de bijstandsgerechtigden die langer dan 5 jaar bijstand ontvangen, dit betreft 40,11% van het bestand. Een groot deel van deze doelgroepen zal niet meer aan het werk gaan. Dit kan veroorzaakt worden door multiproblematiek, plaats op de arbeidsmarkt voor oudere werknemers, werknemers met grote afstand tot de arbeidsmarkt of het doenvermogen wat beperkt is. Voor deze groepen moeten andere vormen van zinvolle dagbesteding worden gevonden. Kijkend naar de huidige instroomcijfers valt op dat deze doelgroepen ook vanuit andere gemeenten instromen. Re-integratiemiddelen beter benutten. In 2025 is het proces rond re-integratie verbeterd en zijn er extra re-integratieconsulenten aangetrokken. De effecten hiervan zijn (nog) niet zichtbaar in het aantal uitstroom bijstand, dit kost tijd. De inzet is gericht op het begeleiden naar duurzame uitstroom, zodat voorkomen wordt dat mensen na korte tijd weer terugvallen op bijstand. Verwacht wordt dat hierdoor in de komende jaren, onder voorbehoud van externe factoren, de uitstroom toeneemt.
B.2 Handhaving en rechtmatigheid Beperkt ruimte voor structurele heronderzoeken. Er is een proces ingericht genaamd ‘Klant in Beeld’ (KiB) wat gericht is op het structureel uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoeken. Rand voorwaardelijk hiervoor is voldoende bezetting om deze onderzoeken uit te voeren. Met de huidige arbeidsmarkt is moeilijk om het juiste personeel hiervoor te vinden. Tegelijkertijd zien we dat de omvang van het klantenbestand in 2025 fors is toegenomen. Dit heeft geleid tot een verhoogde werklast bij uitvoering, waardoor de rechtmatigheidsonderzoeken onder de druk zijn komen te staan, maar ook de inzet op preventieve maatregelen om onrechtmatige bijstandsverlening te voorkomen. In hoofdstuk B.1 (interne maatregelen) is opgenomen met welke maatregel we deze oorzaak willen aanpakken. In 2023 is er geïnvesteerd in het handhavingsproces Dit heeft ertoe geleid dat dat onnodige instroom aan de poort (instroom) kon worden voorkomen. B.3 Loonkostensubsidies Hoge inzet op loonkostensubsidie, resulteert niet altijd in uitstroom. Onderdeel van het BUIG-budget is de verstrekking van loonkostensubsidies (LKS) aan werkgevers die garantiebanen realiseren, als aanvulling op de feitelijke loonwaarde van mensen met een doelgroepverklaring. Daarnaast wordt er loonkostensubsidie verstrekt aan mensen met een beschutte werkplek.
De huidige praktijk laat zien dat loonkostensubsidie voor de overgrote meerderheid wordt verstrekt voor niet-uitkeringsgerechtigden met een doelgroepverklaring. Dit betekent dat de uitgaven op het BUIG-budget toenemen, terwijl het aantal uitkeringen niet afneemt.
6
Bron: Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) ‘Een brede blik op bijstand’ Een brede blik op bijstand | Sociaal en Cultureel Planbureau.
14
Tabel 7: percentage verstrekte loonkostensubsidies ten opzichte van BUIG-budget: 2022 2023 2024 Percentage t.o.v. BUIG-budget 8,49% 9,41% 10,34 Verschil t.o.v. vorig jaar +0,89%* +0,92% +0,93 Aantallen (garantiebaan + beschut werk) 86 101 106 Totale lasten LKS 847.678 1.051.857 1.335.330
2025 10,43% +0.09% 113 1.425.076
*percentage in 2021 was 7,6%
A2.
Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren
Ondanks alle inspanningen ziet het college dat een gewenste daling van het klantenbestand niet is behaald. Door een relatief hoge uitstroom door verloop (denk aan behalen AOW leeftijd, overlijden, verhuizen buiten de gemeente, aangaan relatie) is het aantal uitstroom hoger dan de jaren ervoor, maar door de hoge instroom is het totale klantenbestand en aantal uitkeringen gestegen. Door de hoge instroom (zeer beperkt beïnvloedbaar) is het totale klantenbestand en aantal uitkeringen gestegen. De uitstroomfactor waarop we het meeste kunnen sturen, namelijk de uitstroom naar werk, wordt gestimuleerd. Echter is door de ontstane onderbezetting in het team en het invullen van formatie dat moeizaam verliep vanwege de krapte op de arbeidsmarkt nog onvoldoende resultaat geleverd in 2025 als het gaat om deze uitstroomfactor. De gemiddelde prijs per uitkering ligt relatief hoog in verhouding tot vergelijkbare gemeenten. Die kosten worden grotendeel beïnvloed door de gezinssamenstelling (niet beïnvloedbaar), er is sprake van een bovengemiddeld aantal echtparen/samenwonenden. B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie.
Onder een externe maatregel wordt verstaan: een maatregel die tot stand is gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente). Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Indien maatregelen tot stand komen zonder inbreng van externen worden deze als intern aangemerkt. Bij B1 (beschrijving getroffen interne maatregelen) en B2 (Beschrijving getroffen externe maatregelen) mag het college ingaan op eerder getroffen maatregelen die in 2025 zijn voortgezet. Ook kan het college ingaan op maatregelen die na evaluatie zijn stopgezet en op maatregelen die vanaf 2025 nieuw zijn getroffen. Het college dient bij B1 minimaal één interne maatregel en bij B2 minimaal één externe maatregel te benoemen. Vereiste hierbij is dat deze maatregelen vóór 15 augustus 2026 zijn getroffen.
15
B1.
Beschrijving getroffen interne maatregelen
Instroombeperkende maatregelen Als een inwoner een bijstandsaanvraag doet, wordt direct beoordeeld wat de arbeidsmogelijkheden zijn. Indien dit het geval is, wordt de inwoner direct aangemeld bij het WerkgeversServicepunt voor bemiddeling naar een betaalde werkplek. Er wordt gestuurd op een werkwijze waarbij een adviseur van het Werkgeversservicepunt bij een intake wordt uitgenodigd om op deze manier meteen de mogelijkheden te kunnen bespreken. Gezien de complexiteit van de doelgroep gaat dit slechts om zeer geringe aantallen. Het is een nieuwe werkwijze die mogelijk meer effect om de verblijfsduur in de uitkering te verkorten en daarmee sneller uitstroom te genereren. Uitstroom bevorderende maatregelen Dienstverlening is aangepast aan de veranderende doelgroep: • Een gerichte klantgroepindeling zorgt voor meer focus en inzet van de juiste instrumenten passend bij de betreffende klantgroep. • De inkoop van re-integratie instrumenten wordt nauwkeurig afgestemd met het uitvoeringsteam zodat inzet gericht is op daadwerkelijke behoeften. • Er is extra aandacht voor groepen waarvan het aantal toeneemt, met speciale trajecten en
begeleiding zoals de inzet van jongerencoaches of het aanbieden van trajecten gericht op statushouders. •
Mocht een extra traject nodig zijn, wordt hierover overleg gevoerd met beleid en effectief actie op ondernomen.
Handhaving Klant in Beeld - KiB Bijstandsgerechtigden weer in beeld krijgen en in beeld houden. Weten wat er speelt op het gebied van rechtmatigheid. Eerder signaleren wanneer er vermoedens zijn van kwetsbare / schrijnende situaties of wanneer er sprake is van oneigenlijk gebruik van publieke middelen. Ten slotte wordt in kaart gebracht of de bijstandsgerechtigde de weg naar de gemeente kent en de (juiste) regelingen/ inkomensondersteuning ontvangt. Waar nodig wordt de bijstandsgerechtigde geïnformeerd over de wijze waarop deze aangevraagd kunnen worden. Waar nodig worden de rechten en plichten behorende bij het ontvangen van een bijstandsuitkering aan de bijstandsgerechtigde (opnieuw) uitgelegd. Deze maatregel in combinatie met het stijgende klantenbestand zorgt voor een structurele uitbreiding van de werklast van consulenten. Er is daarom verzocht om extra formatie van 2 fte in de kadernota die wordt behandeld in juli 2026. Terugvordering en verhaal Debiteurenbeheer heeft een nieuwe vorm gekregen. Er is een specialist aangetrokken, die de gehele administratie in kaart heeft gebracht en de processen rond debiteuren heeft verbeterd. De resultaten met betrekking tot terugvordering en verhaal laten een positieve stijgende lijn zien. Het aantal ontvangen vorderingen nam toe in 2025.
De incassoratio (de verhouding tussen het teruggevorderde bedrag en de openstaande vorderingen) heeft zich als gevolg hiervan positief ontwikkeld. In 2025 ligt dat op 49% (in 2021 was dit nog 26%). De Benchmark laat zien dat het aantal debiteuren is gedaald naar 480 in 2025, wat in 2022 nog 633 was en het percentage debiteuren in verhouding tot het bestand is van 93% gedaald naar 65%. 16
B2.
Beschrijving getroffen externe maatregelen
Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Instroombeperkende maatregelen Een preventieve maatregel om de instroom in de bijstand te beperken, is de regionale inzet op ’vanwerk-naar-werk'-activiteiten en van WW naar bijstand. In totaal zijn in de Krimpenerwaard in 2025 16 personen vanuit de WW naar werk begeleid. Inwoners die bedreigd worden met werkloosheid kunnen terecht bij het Werkcafé voor ondersteuning op het gebied van loopbaanadvies, omscholingsmogelijkheden of directe bemiddeling. In totaal zijn er in 2025 61 bezoekers geweest bij het Werkcafé op de locatie Bergambacht. Ook worden er banenmarkten en open dagen bij bedrijven georganiseerd. a) De externe betrokkenen waren Werkcafé en WSP. b) Het inzicht dat is verkregen is dat de Regionale samenwerking de dienstverlening versterkt. c) Dit heeft geleid tot de implementatie Werkcentrum Midden-Holland.
Uitstroombevorderende maatregelen Dienstverlening is aangepast aan de veranderende doelgroep
•
•
•
•
De re-integratie en participatie instrumenten zijn opgenomen in de regionale online EVAinstrumentengids en gekoppelde aan de onderliggende begeleidingsmethodiek. Hierdoor krijgen consulenten inzicht in en toegang tot het beschikbare aanbod van instrumenten van regiogemeenten en kunnen daarmee gerichter het meest passende instrument inzetten. Sociaal ontwikkelbedrijf Promen heeft de routes aangepast naar een activatieroute en een talentenplein. Deze routes vormen een noodzakelijk tussenstation en passen beter bij de groep bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De focus ligt bij deze trajecten op activering en ontwikkeling van werknemers- en vakvaardigheden. Hiermee maken inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt stappen die en op termijn bemiddelbaar maken voor de arbeidsmarkt. Er worden IPS-trajecten (Individuele Plaatsing en Steun) ingezet voor inwoners met psychische kwetsbaarheid die in behandeling zijn bij een GGZ-instelling. Deze langdurige trajecten (2 of 3 jaar) worden uitgevoerd door GGZ-instellingen. De trajecten worden volledig gefinancierd door het rijk. De ingezette re-integratiemethode is bewezen effectief. In 2025 namen 12 inwoners deel aan het traject. Gezien de duur van het traject zijn er nog geen uitstroomresultaten bekend.
Regionaal is er eind 2025 een pilot gestart voor inzet forfaitaire loonkostensubsidie voor inwoners met grote afstand tot de arbeidsmarkt. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, lukt het een groep inwoners niet om zelfstandig aan het werk te komen. Een groot deel van deze groep is niet arbeidsbeperkt in (klassieke) termen van de Participatiewet, maar ervaart één of meer belemmeringen om (duurzaam) aan de slag te kunnen, bijvoorbeeld door onvoldoende 17
•
beheersing van de (Nederlandse) taal of langdurig niet gewerkt te hebben is er sprake van (tijdelijk) verminderd loonvermogen in een baan. Doel van de pilot is om te onderzoeken of met de inzet van forfaitaire loonkostensubsidie er meer uitstroom gerealiseerd wordt naar duurzaam werk. Het Werkgeversservicepunt wordt per maart 2026 omgevormd tot een Regionaal Werkcentrum. In het Werkcentrum bundelen verschillende organisaties hun krachten om de arbeidsmarkt te versterken. Via één centraal punt biedt het Werkcentrum mensen en bedrijven toegang tot relevante kennis en dienstverlening van partners in ons netwerk. Er bestaan korte lijnen tussen het Regionaal Werkcentrum en het beleid- en uitvoeringsteam van de Krimpenerwaard. a) De externe betrokkenen waren EVA (VNG), Promen, GGZ-instellingen, WSP en regiogemeenten. b) Het inzicht dat is verkregen is dat de Regionale samenwerking de dienstverlening versterkt. c) Dit heeft geleid tot de implementatie Werkcentrum Midden-Holland en transitie Sociaal Ontwikkelbedrijf Promen.
Regionale samenwerking is geïntensiveerd
De regionale samenwerking is geïntensiveerd door het aangaan van een samenwerkingsconvenant met de kernpartners binnen de regionale arbeidsmarkt. Dit is bestuurlijk vormgegeven in een regionaal beraad en op inhoud met een strategische meerjarenagenda en uitvoeringsagenda met concrete activiteiten. Hiermee werkt de arbeidsmarktregio Midden-Holland aan een wendbare, inclusieve en toekomstbestendige arbeidsmarkt. Door structurele krapte, vergrijzing en een groeiende mismatch tussen vraag en aanbod is versterking van samenwerking, scholing en innovatie essentieel. De regio bouwt voort op bestaande initiatieven en zet in op samenhang, duurzame inzetbaarheid en passende ondersteuning voor inwoners en werkgevers. De meerwaarde zit vooral in de gezamenlijke aanpak van betrokken partijen. De bestaande samenwerking omvatte onder andere: • Bemiddeling naar werk door het WerkgeversServicepunt (WSP): in totaal zijn in 2025 49 inwoners uit onze gemeente door het WSP aan het werk geholpen; • Om inwoners te ontwikkelen heeft het WSP samen met werkgevers diverse leerlijnen opgezet. • Banenmarkten en Binnen Kijken bij Bedrijven zorgen voor directe interactie tussen werkgevers en werkzoekenden en versterken de regionale netwerkvorming.
Het totale aantal bezoekers betrof 743; • Er wordt meer ingezet op kennis- en informatiesessies voor werkgevers om hen een actievere rol toe te bedelen in arbeidsmarktinitiatieven. Dit is nodig omdat de arbeidsmarkt zodanig veranderd dat structurele oplossingen nodig zijn, boven het enkel uitzetten van vacatures. Werkgevers worden meer meegenomen in de aard van de doelgroep en hoe hierop in te spelen; • Werkcafé: middels wekelijkse openstelling hebben alle burgers in de regio toegang tot scholingsen loopbaanadvies. De dienstverlening van het Werkcafé wordt met ingang van 1 maart 2026 voortgezet in het regionaal Werkcentrum met twee locaties in onze gemeente, in Bergambacht en in Lekkerkerk; • Start van de functie Regionaal verbinder statushouders waardoor de brug wordt geslagen tussen statushouders en de lokale arbeidsmarkt, onderwijs en maatschappelijke voorzieningen. Het doel is dat deze groep zo goed mogelijk kan integreren in de samenleving en werk of scholing kan vinden; 18
•
SROI (Social Return on Investment): advies en dienstverlening op het gebied van SROI is regionaal vormgegeven waardoor we de voordelen van expertise en schaalvergroting kunnen benutten. Werkgevers met een SROI-verplichting worden proactief geadviseerd door de coördinator Social Return, werkzaam in het team Werkcentrum Midden-Holland. Het gehele team van het Werkcentrum kan werkzoekenden voorstellen op SROI-functies. In 2025 heeft dit geresulteerd in 22 contracten, waarvan 8 contracten met loonkostensubsidie, 10 leerwerkplekken en 4 reguliere contracten. a) De externe betrokkenen waren Werkcafé en WSP. b) Het inzicht dat is verkregen is dat de Regionale samenwerking de dienstverlening versterkt. c) Dit heeft geleid tot de implementatie Werkcentrum Midden-Holland.
Handhaving Handhavingsproces en handhavingsplan Sinds 2023 wordt het proces rond handhaving verbeterd en is het aantal uren voor handhaving uitgebreid. In 2025 is het ‘Handhavingsplan Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025-2029’ opgesteld. Het plan heeft als doel om naleving en handhaving binnen de sociale zekerheid te versterken. In lijn met landelijke ontwikkelingen, zoals de Participatiewet in Balans, biedt dit programma ruimte voor maatwerk en versterking van de menselijke maat. Onze inzet is om preventie en naleving hand in hand te laten gaan. We zetten sterk in op preventieve maatregelen, zoals voorlichting, begeleiding en eenvoud in processen. Wanneer er toch sprake is van niet-naleving, hanteren we proportionele sancties om de rechtmatigheid te herstellen. In het plan is opgenomen deze jaarlijks te evalueren, zodat tijdig aanpassingen gedaan kunnen worden als het plan niet passend is bij de uitvoering. Uit de Divosa Benchmark blijkt dat 2,4% van de uitstroom komt door handhaving. Wanneer aan de voorkant d.m.v. preventie het proces sterker is, neemt de uitstroom met als reden handhaving af. Bijstandsgerechtigden zijn goed op de hoogte van hun rechten en plichten, dit voorkomt het oneigenlijk gebruik van gemeenschapsmiddelen. a) De externe betrokkenen waren ingehuurde handhavers, inhuur beleidsadviseur voor handhavingsplan en resultaten Benchmark voorgaande jaren.
b) Het inzicht dat is verkregen is de noodzakelijkheid van een handhavingsplan dat aansluit bij de huidige wet- en regelgeving. De onderdelen en training die ontbrak op het onderwerp handhaving werd duidelijk. c) Vaste formatie voor handhaving en het opstellen van een handhavingsplan met instemming van de Adviesraad Sociaal Domein en Cliëntenraad Participatiewet.
19
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen wordt gemonitord (C2). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). Indien het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk is, kan het college volstaan met een kwalitatieve toelichting. C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. Tabel 8: resultaten van de ingezette maatregelen 2025 Maatregel Resultaat Instroombeperkende maatregelen • Regionale inzet op ’van-werk-naar-werk'-activiteiten en van WW naar bijstand 16 inwoners; • Gemiddeld percentage herinstroom binnen 6 maanden is 5% (is beneden gemiddeld = positief); • Werkcafé voor ondersteuning ontving 61 bezoekers. Uitstroombevorderende maatregelen • Voor een IPS-traject zijn 12 inwoners aangemeld; • De banenmarkten en Binnen kijken bij Bedrijven evenementen leverde 743 bezoekers totaal op; • Toename LKS t.o.v.
eerdere jaren, 113 inwoners ontvangen LKS waarvan slechts 9 inwoners nog aanvullende bijstand ontvangen; • SROI resultaten zijn 22 contracten, waarvan 8 contracten met loonkostensubsidie, 10 leerwerkplekken en 4 reguliere contracten; • De grootste groep uitstroom hebben langer dan 60 maanden bijstand (23% t.o.v. 19,5% landelijk gemiddeld). Handhaving • De incasso ratio is gestegen naar 49%; • Aantal debiteuren is gezakt naar 480 (nov 2025). In 2022 waren dit er 633; • Aantal debiteuren gerelateerd aan bijstandsvolume is 65% (nov 2025). In januari 2022 was dit 93%; • 2,4% van de uitstroom is het gevolg van handhaving.
Tabel 9: Beoogde resultaten 2026 Maatregelen Uitstroom naar werk Aantal debiteuren t.o.v. bijstandsvolume
Beoogde resultaten Percentage uitstroom van 24% naar 31% brengen. Percentage van 65% laten dalen naar gemiddelde van 60%. 20
C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Het effect van de maatregelen worden op verschillende wijze gemonitord: - Evaluatie uitvoeringsplannen - Kwaliteitsmonitor - Divosa Benchmark Werk & Inkomen
21
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard verklaart dat het vóór 15 augustus 2026 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: 2 juni 2025 De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: J. Hennip De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ir. J. Beenakker
22
2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2026 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Krimpenerwaard stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ir. J. Beenakker De griffier,
Naam van de ondertekenaar: S. van Dijk 23