Bijlage 1: Bestuursovereenkomst Algeracorridor en langzaam verkeerverbinding versie 3.9 van 2 oktober 2023
Tekst van het document
BESTUURSOVEREENKOMST ALGERACORRIDOR EN LANGZAAM VERKEERVERBINDING versie 3.9 d.d. 02-10-2023
1
Partijen: De ondergetekenden: 1.
2.
3. 4. 5. En 6:
De Provincie Zuid-Holland, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de gedeputeerde F. Zevenbergen, gemachtigd door de Commissaris van de Koning en handelend ter uitvoering van het besluit van Gedeputeerde Staten d.d. 14 november 2023, hierna te noemen: Provincie; Metropoolregio Rotterdam Den Haag, in deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door portefeuillehouder de heer A. van de Laar, handelend op basis van het besluit van de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit d.d. 15 november 2023, hierna te noemen: MRDH; De gemeente Capelle aan den IJssel, in deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de daartoe gemachtigde wethouder D.B. van Woudenberg, hierna te noemen: Capelle aan den IJssel; De gemeente Krimpen aan den IJssel, in deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de daartoe gemachtigde wethouder J. Janson, hierna te noemen: Krimpen aan den IJssel. De gemeente Krimpenerwaard in deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder P.J.S. van der Hek, hierna te noemen: Krimpenerwaard; De gemeente Rotterdam;
De partijen 1 tot en met 6, hierna gezamenlijk te noemen: “Partijen”. Elke partij afzonderlijk, hierna te noemen: “Partij”. Overwegende dat: 1.
2.
3.
4. 5. 6.
7.
Partijen van mening zijn dat de Algeracorridor, de provinciale weg N210, vanaf het Kralingseplein richting de Krimpenerwaard, een belangrijke route is van en naar Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard. Door Partijen in het Bestuurlijk Overleg MIRT van 10 november 2022 een Voorkeursalternatief is vastgesteld, bestaande uit een maximale benutting van de bestaande wegcapaciteit van de Algerabrug met een extra autorijstrook op de Algeraweg in noordelijke richting en een ongelijkvloerse oplossing bij Capelseplein. De keuze voor het Voorkeursalternatief tot stand is gekomen middels een Startbeslissing (2018), een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (2020), een notitie Kansrijke Oplossingen (2021) en een (integraal) Verkenningenrapport en milieueffectrapport (2022). Het wenselijk is in deze bestuursovereenkomst de reeds gemaakte afspraken uit het Bestuurlijk Overleg MIRT op 10 november 2022 vast te leggen en nader uit te werken. Er een verkenning wordt uitgevoerd naar een verbinding voor langzaam verkeer over de Hollandse IJssel en optimalisaties aan de bestaande fietsroute over de Algerabrug.
De gemeenteraad van Capelle aan den IJssel een motie heeft aangenomen met nader te onderzoeken aspecten, en de gemeenteraad van Krimpen aan den IJssel een amendement heeft aangenomen; en dat onderzocht moet worden of elementen daarvan onder welke randvoorwaarden aan de scope zouden kunnen worden toegevoegd. De gemeente Rotterdam zich committeert aan de Bestuursovereenkomst, maar geen opdrachtgever kan zijn voor het wegbeheer van derden, en daarom via een bestuurlijke brief de afspraken wenst vast te leggen.
2
Komen overeen:
Artikel 1
Begrippen
a. Bijbestelling: Het verzoek van een of meerdere Partijen om extra onderdelen toe te voegen aan de scope van het project. b. Functionele heroverweging: Voorstel om een functioneel deel van het project niet te realiseren met het oog op kostenbesparing, waardoor een of meerdere doelstellingen van het project in mindere mate bereikt worden. c. MIRT: Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. In dit programma werkt de Rijksoverheid samen met provincies, gemeenten en de vervoerregio’s aan ruimtelijke projecten. d. Projectbeslissing: De Projectbeslissing kenmerkt de afronding van de planuitwerkingsfase, waarbij wordt besloten het project te gaan realiseren (de realisatiefase). e. Scopewijziging: Mutaties in de scope zoals vastgelegd in bijlage 1 bij deze overeenkomst, waarmee het referentiepunt voor wijzigingen wordt vastgelegd. f. Taakstellend budget: Het maximale budget dat door Partijen beschikbaar gesteld wordt voor het voorbereiden, begeleiden en realiseren van het project.
Artikel 2
Doel en werking overeenkomst
Doel van deze bestuursovereenkomst is om afspraken tussen Partijen vast te leggen. Dit betreft het proces voor het vervolg van het integrale Verkenningenrapport en milieueffectrapport, MIRTverkenning Oeververbindingen regio Rotterdam, alternatief 1B “accent”, verder te noemen Voorkeursalternatief. Daarnaast heeft deze overeenkomst als doel het proces van de verkenning naar een Langzaam Verkeerverbinding (LVV) te beschrijven.
Artikel 3 1.
2.
3.
4.
Scope van deze overeenkomst
De scope van het project Algeracorridor is het Voorkeursalternatief zoals beschreven in het integrale Verkenningenrapport en milieueffectrapport, MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam, versie november 2022. Voor de nog uit te zoeken aspecten, welke in de motie Capelle en amendement Krimpen aan den IJssel zijn genoemd, is een kwartiermaker aangesteld. De onderzoeken LVV vallen buiten de werkzaamheden van de kwartiermaker. De conclusies worden afgehecht in bestuurlijke besluiten. De onderdelen van de scope worden uitgewerkt in de planuitwerking. Nadere afspraken over de uitwerking en realisatie van deze maatregelen vindt plaats in een realisatieovereenkomst. Besluitvorming over deze overeenkomst zal plaatsvinden wanneer de definitieve scope van alternatief 1b “accent” gereed is en een besluit is genomen over de haalbaarheid en effectiviteit van een LVV. In geval (een) Partij(en) de scope van het Project wensen(wenst) aan te passen middels een Scopewijziging, dient hiervoor de procedure gevolgd te worden zoals opgenomen in artikel 6.
3
5.
6.
De LVV behoort niet tot het Voorkeursalternatief en tot de projectscope. Er wordt een verkenning uitgevoerd naar een verbinding voor langzaam verkeer over de Hollandse IJssel en optimalisaties aan de bestaande fietsroute over de Algerabrug. De partijen onderkennen dat het Kralingseplein een knelpunt vormt in de toekomst, ook zonder de voorgenomen voorkeursalternatieven voor de A16 Van Brienenoordcorridor, Algeracorridor en Oeververbinding & OV. Het Kralingseplein valt echter buiten de scope van deze overeenkomst.
Artikel 4 1.
2.
De kwartiermaker dient uiterlijk 1 april 2024 de bevindingen met betrekking tot de aspecten van de motie en het amendement gereed te hebben, zodat bestuurlijke besluitvorming voor de zomer van 2024 plaats kan vinden. Het onderzoek naar de LVV dient uiterlijk 31 mei 2024 afgerond te zijn. Op basis van de resultaten besluiten Partijen in het Bestuurlijk Overleg over het vervolg.
Artikel 5 1.
2.
Planning
Financiële afspraken
Partijen houden gezamenlijk een budget van € 68 miljoen exclusief btw gereserveerd voor de Algeracorridor. Het Voorkeursalternatief plus een LVV is geraamd op € 63 miljoen exclusief btw, prijspeil 2022. Dit budget is taakstellend en wordt niet tussentijds geïndexeerd. Dit budget blijft gereserveerd tot er bestuurlijke besluitvorming is over de planuitwerking en de haalbaarheid van de LVV. De verdeling tussen Partijen: 2.1. Provincie € 32 miljoen 2.2. MRDH € 13 miljoen 2.3. Capelle aan den IJssel € 8 miljoen 2.4. Krimpen aan den IJssel € 8 miljoen 2.5. Krimpenerwaard € 4 miljoen 2.6. Rotterdam € 3 miljoen
3.
Partijen maken nadere bekostigingsafspraken voor de aanpassingen op de Algeracorridor voor € 31 miljoen exclusief btw, prijspeil 2022 (Voorkeursalternatief exclusief LVV). Hierbij worden de kosten naar rato verdeeld op basis van de reserveringen die zijn gedaan. Dat betekent concreet een verdeling tussen Partijen: 3.1. Provincie € 14,6 miljoen 3.2 MRDH € 5,9 miljoen 3.3. Capelle aan den IJssel € 3,6 miljoen 3.4. Krimpen aan den IJssel € 3,6 miljoen 3.5. Krimpenerwaard € 1,8 miljoen 3.6. Rotterdam € 1,4 miljoen
4.
De studiekosten voor de verkenning LVV worden gelijkelijk verdeeld tussen MRDH en Provincie. De kosten voor de kwartiermaker en de nog uit te zoeken aspecten van de motie en het amendement, worden ten laste van het beschikbare budget naar rato over de deelnemende partijen verrekend.
4
5. 6.
Partijen zullen zich in de aanpak en organisatie van het project inspannen om de kosten aan niet-compensabele btw tot een minimum te beperken. Om de scope van het project en het gereserveerde budget in evenwicht te houden, worden de risico’s actief gemanaged. Onvermijdbare kostenstijgingen, die niet op verantwoorde wijze kunnen worden opgevangen door de risicoreserves, worden besproken in het Bestuurlijk Overleg waarbij oplossingen langs de volgende principes gezocht worden: a. het optimaliseren binnen scope en budget; b. indien a. geen gewenst effect oplevert, het aanpassen van de scope (binnen budget); c. en als dat niet genoeg financiële ruimte oplevert faseren, uitstellen of stopzetten van onderdelen van het project.
Artikel 6
Scopewijzigingen en of budgettaire wijzigingen
In het Bestuurlijk Overleg vindt besluitvorming plaats over het al niet dan aanbrengen van scopewijzigingen en of budgettaire wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde voorkeursalternatief, inclusief afspraken over de financiering daarvan.
Artikel 7 1.
2.
3. 4.
5.
Partijen komen overeen dat zij ieder voor zich en gezamenlijk, overeenkomstig hun verantwoordelijkheden conform deze Bestuursovereenkomst, (wettelijke) taken en bevoegdheden een zodanige inzet realiseren in daadkracht, menskracht, benodigde producties en bestuurlijke besluitvormingstrajecten, waaronder (indien van toepassing) aanbestedingsprocedures en ruimtelijke procedures en het behalen van planningen, dat tijdig en voortvarend maar ook zorgvuldig de aanleg van het project plaatsvindt. Namens Partijen treedt de gemeente Capelle aan den IJssel op als aanbestedende dienst voor inzet van derden ten behoeve van de uitwerking en realisatie van het project, tenzij voor onderdelen in het Bestuurlijk Overleg anders overeengekomen wordt. Partijen informeren de overige deelnemers in een zo vroeg mogelijk stadium over besluitvormingstrajecten die buiten de scope vallen maar wel van belang zijn voor het project. Partijen nemen hun interne kosten voor het begeleiden van (de besluitvorming over) het project voor eigen rekening. Inzet van de kwartiermaker en de trekker LVV komt wel voor vergoeding in aanmerking en wordt verrekend op basis van kostprijs. Partijen werken actief samen met Rijkswaterstaat die als beheerder door de partijen nauw wordt betrokken bij de uitwerking van het Voorkeursalternatief en verkenning van de LVV.
Artikel 8 1. 2. 3. 4.
Inzet Partijen
Organisatie en governance
Partijen komen overeen dat de planuitwerkingsfase en realisatiefase van de aanpassingen Algeracorridor wordt georganiseerd door Capelle aan den IJssel. De verkenning naar de LVV zal gezamenlijk worden uitgevoerd door alle partijen met de MRDH als penvoerder. De Ambtelijke werkgroep bewaakt de voortgang en financiën, en bereidt het Directeuren overleg inhoudelijk voor. Deelnemers van deze groep zijn Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard, MRDH en de Provincie. Rotterdam is agendalid. 5
5. 6.
7.
8.
9. 10.
11. 12.
De Ambtelijke werkgroep komt minimaal 1 maal per maand samen. Deze frequentie kan worden verhoogd wanneer specifieke zaken meer overleg behoeven. In de Ambtelijke werkgroep worden geen beslissingen genomen die leiden tot wijziging van de afspraken. Het betreft uitvoeren van gemaakte besluiten en input leveren voor de diverse overleggen op directeuren en bestuurlijk niveau. Wanneer binnen de Ambtelijke werkgroep discussie is over de uitgangspunten van de overeenkomst en/ of wijzigingen nodig worden geacht zal dit opgeschaald worden naar het directeurenoverleg. Het Directeuren overleg zal minimaal 3 maal per jaar worden gehouden. Deelnemers van dit overleg zijn Capelle aan den IJssel, Krimpen aan de IJssel, Krimpenerwaard, Rotterdam, MRDH en de Provincie. Besluiten in het Directeuren overleg worden in unanimiteit genomen. Mocht dit niet leiden tot overeenstemming zal geëscaleerd worden naar het Bestuurlijk Overleg. Het Bestuurlijk Overleg zal minimaal 1 maal per jaar worden georganiseerd. Deze frequentie kan verhoogd worden wanneer belangrijke besluiten sneller genomen dienen te worden. Deelnemers aan dit overleg zijn Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard, Rotterdam, MRDH en de Provincie. Het Bestuurlijk Overleg neemt besluiten in unanimiteit.
Deelnemende partijen zullen een onafhankelijk persoon/ bureau inhuren om de diverse overleggen te organiseren en voor te bereiden, alsmede zal deze verslaglegging verzorgen van het Directeuren en Bestuurlijk Overleg.
Artikel 9
Procedures en vergunningen
Partijen met een verantwoordelijkheid als bevoegd gezag zullen zich tot het uiterste inspannen om de benodigde planologische procedures en vergunningen tijdig te doorlopen c.q. te verlenen. Daarbij blijven de gemeenten onverminderd gehouden aan de regels in de dan vigerende provinciale Omgevingsverordening. Voor een goede afstemming wijst elke Partij een contactpersoon aan voor de afstemming met de ambtelijke werkgroep over het voorbereiden en starten of aanvragen van benodigde planologische procedures of vergunningen.
Artikel 10 1.
2.
3.
Beheer en onderhoud
De kosten voor beheer en onderhoud van met het project gerealiseerde objecten komen ten laste van de reguliere budgetten voor beheer en onderhoud van de beheerder van het betreffende object en worden niet gedekt vanuit het taakstellend budget. Indien Partijen het wenselijk of noodzakelijk achten om expliciete operationele afspraken over het beheer en onderhoud vast te leggen, worden deze afspraken vastgelegd in separate beheerovereenkomsten met inachtneming van al hetgeen opgenomen in deze bestuursovereenkomst. De huidige eigendoms- en beheergrenzen van iedere individuele wegbeheerder zijn bij deze overeenkomst het uitgangspunt. Met deze overeenkomst wordt hier geen wijziging in aangebracht. Wel zullen partijen gezamenlijk kijken hoe beter kan worden samengewerkt in het geval van werkzaamheden en/ of calamiteiten op de Algeracorridor.
6
Artikel 11 1.
2.
Partijen treden met elkaar in overleg indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen die van dien aard zijn dat naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van deze overeenkomst niet mag worden verwacht. Het overleg vindt plaats binnen vier weken nadat een Partij daartoe mededeling heeft gedaan aan de andere Partijen.
Artikel 12 1. 2. 3. 4.
2. 3.
4.
2. 3.
4.
Geschillen
Er is sprake van een geschil indien een van de Partijen daarvan schriftelijk en gemotiveerd melding maakt aan de andere Partijen. Partijen treden binnen twintig werkdagen na een zodanige melding met elkaar in overleg om te bezien of in der minne een oplossing van het geschil kan worden gevonden. Indien binnen twee maanden na melding van het geschil bedoeld in het tweede lid, Partijen geen overeenstemming hebben bereikt, starten zij mediatie onder gezamenlijke benoeming van een mediator en het sluiten van een mediatie-overeenkomst. Als de mediatie niet tot een door alle Partijen gedragen oplossing leidt, staat het elk van de Partijen vrij het geschil voor te leggen aan de bevoegde rechter te Rotterdam.
Artikel 14 1.
Wijziging
Elke Partij kan de andere Partijen schriftelijk verzoeken deze overeenkomst te wijzigen. Wijzigingen behoeven de instemming van Partijen. Partijen treden in overleg binnen vier weken nadat een Partij de wens daartoe aan de andere Partijen schriftelijk heeft medegedeeld. Wijzigingen worden na schriftelijke instemming als annex aan deze overeenkomst gehecht.
Artikel 13 1.
Onvoorziene omstandigheden
Inwerkingtreding en looptijd
Deze overeenkomst treedt in werking na de laatste ondertekening en eindigt in ieder geval op het moment dat Partijen de definitieve scope Algeracorridor en de resultaten verkenning LVV bestuurlijk hebben vastgesteld. Eerdere beëindiging van deze overeenkomst vindt slechts plaats met instemming van elk van de Partijen. Bij een eventuele tussentijdse beëindiging van deze overeenkomst zullen Partijen hun bijdrage terugontvangen. Dit na aftrek van het aandeel naar rato, op basis van het aandeel per Partij in het projectbudget, van de reeds gemaakte kosten en niet meer te vermijden kosten. Rechtsgevolgen die voortvloeien uit deze overeenkomst en die naar hun aard geacht worden door te werken of eventueel ontstaan na beëindiging van deze overeenkomst, worden afgehandeld overeenkomstig de intentie van deze overeenkomst.
Artikel 15
Publicatie in de Staatscourant
Binnen tien werkdagen na ondertekening van deze overeenkomst of van wijzigingen daarop, wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant. 7
Deze Bestuursovereenkomst is in vijfvoud opgesteld en ondertekend door:
F. Zevenbergen
A. van de Laar
Provincie Zuid-Holland
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
……………………… 2023
……………………… 2023
D.B. van Woudenberg
J. Janson
Gemeente Capelle aan den IJssel
Gemeente Krimpen aan den IJssel
……………………… 2023
……………………… 2023
P.J.S. van der Hek Gemeente Krimpenerwaard ……………………… 2023
8
Bijlage 1 – uitwerking procedure scopewijziging of bijbestelling In deze bijlage wordt de procedure beschreven die doorlopen dient te worden in geval van een Scopewijziging of Bijbestelling. Het procedureschema voor beide wordt hieronder toegelicht. Scopewijziging 1. Een Scopewijziging wordt door de Partij die de wijziging initieert, ingediend bij het Directeuren Overleg (DO), voorzien van een advies van de Ambtelijke Werkgroep ten aanzien van de haalbaarheid en de consequenties van de wijziging uitgedrukt in tijd, geld en risico’s en een voorstel voor hoe de kosten te dekken. 2. Het DO besluit op basis van unanimiteit of een Scopewijziging door het DO kan worden goedgekeurd of dat escalatie naar het Bestuurlijk Overleg nodig is. 3. In geval een Scopewijziging een extra bijdrage vraagt van een of meerdere Partijen zal schriftelijke instemming nodig zijn door een hiertoe gemandateerd persoon van de betreffende Partij(en). 4. Een Scopewijziging waarbij de functionaliteit in stand blijft en die geen negatieve invloed heeft op de bijdragen van Partijen en op de planning, wordt in beginsel door het DO goedgekeurd, tenzij een partij gemotiveerd aangeeft waarom hij het er niet mee eens. 5. Scopewijzigingen die leiden tot meerkosten, worden gefinancierd door de initiatiefnemer tenzij anders overeengekomen in het DO of Bestuurlijk Overleg. 6.
Als een Scopewijziging leidt tot een onderschrijding van het budget van de maatregel of een pakket aan maatregelen, dan vloeit dit voordeel terug naar het totale budget. 7. De instemming van Partijen met de Scopewijziging wordt inclusief de daarmee gemoeide aanpassingen als bedoeld in het eerste lid, opgenomen in de Realisatieovereenkomst. Bijbestelling 1. In geval een Partij een Bijbestelling wil voorstellen, dient zij hiertoe een verzoek in bij het DO. In het verzoek wordt de inhoud van de Bijbestelling beschreven, met aanvullend een beschrijving van de consequenties uitgedrukt in tijd, geld en risico’s en een advies van de Ambtelijke Werkgroep aan het DO over het wel/niet toekennen van de Bijbestelling. 2. Een Partij kan een Bijbestelling voorstellen, indien zij haar bijdrage verhoogt met: a. de realisatiekosten van de Bijbestelling; b. de studiekosten en ontwerp ten behoeve van de haalbaarheid van de Bijbestelling; c. de eventuele meerkosten van maatregelen als bedoeld in bijlage 1 die ontstaan als gevolg van de Bijbestelling; d. een verhoging van de Risicoreservering, indien nodig. 3. De realisatie van de Bijbestelling geschiedt geheel voor rekening en risico van de Partij die de Bijbestelling heeft voorgesteld. Bij werk met werk maken geldt dat alleen de meerkosten ten opzichte van de oorspronkelijke scope voor rekening en risico van de vragende Partij komen. 4.
Het DO besluit op basis van unanimiteit of een Bijbestelling door Het DO kan worden goedgekeurd of dat escalatie naar het Bestuurlijk Overleg nodig is. 5. De instemming van Partijen met de Bijbestelling wordt inclusief de daarmee gemoeide aanpassingen als bedoeld in het eerste lid, als annex aangehecht aan deze bestuursovereenkomst.
9
Bijlage 2 – Bestuurlijke brief gemeente Rotterdam Rotterdam zal aan de bestuurlijke partners een brief sturen met daarin een herbevestiging van de toegezegde financiële bijdrage aan realisatie van het voorkeursalternatief Algeracorridor, conform de eerder gemaakte afspraken in de BO’s MIRT van 2019 en 2022 (zie onderstaand). De hoogte van de bijdrage van Rotterdam komt overeen met het in artikel 5 van de BOK Algeracorridor genoemde bedrag. De definitieve en ondertekende brief is nog niet bij deze BOK gevoegd, omdat deze alvorens verzending eerst bestuurlijk behandeld moet worden in Rotterdam vanwege de financiële consequenties. In het Bestuurlijk Overleg MIRT Zuidwest-Nederland op 20 november 2019 is de startbeslissing voor de MIRT-verkenning Oeververbindingen Rotterdam ondertekend. Ten aanzien van de maatregelen Algeracorridor is het volgende afgesproken: •
•
•
Constateren de partijen dat Rijk en regio tijdens het BO MIRT november 2018 €480 miljoen (€200 mln. Rijk, €280 mln. regio) hebben gereserveerd ten behoeve van de start van de MIRTverkenning, inclusief €22 miljoen voor de Algeracorridor Aanvullend hierop reserveert de regio gezamenlijk €46 miljoen voor de lange termijn maatregelen Algeracorridor. Deze bedragen zijn exclusief btw en komen bovenop de in het BO MIRT ZWN najaar 2018 overeengekomen budgetreservering. Hiermee is voldaan aan de MIRT Spelregels voor zicht op bekostiging. Partijen spreken ook voor deze aanvullende reservering af dat op basis van de resultaten van de MIRT-verkenning afspraken zullen worden gemaakt over de daadwerkelijke toekenning van middelen (inclusief afspraken over eventuele mee- en tegenvallers).
In het Bestuurlijk Overleg MIRT Zuidwest-Nederland op 10 november 2022 is ten aanzien van de Algeracorridor het volgende afgesproken: •
•
• • •
•
Rijk en regio stellen het voorgenomen voorkeursalternatief vast, bestaande uit een maximale benutting van de bestaande wegcapaciteit van de Algerabrug met een extra autorijstrook op de Algeraweg in noordelijke richting een ongelijkvloerse oplossing bij Capelseplein. Parallel wordt nader onderzoek op verkenningenniveau uitgevoerd naar een verbinding voor langzaam verkeer over de Hollandse IJssel en optimalisaties aan de bestaande fietsroute over de Algerabrug waarbij na 1 – 2 jaar na start van de planuitwerking besluitvorming plaatsvindt of een verbinding voor langzaam verkeer onderdeel wordt van het voorkeursalternatief. Het voorgenomen voorkeursalternatief inclusief een verbinding voor langzaam verkeer is geraamd op € 63 mln. (prijspeil 2022, exclusief btw). De regio behoudt voor de planuitwerking en onderzoek naar een verbinding voor langzaam verkeer de huidige gezamenlijke reservering van € 68 mln. exclusief btw. De planuitwerking en het onderzoek naar een verbinding voor langzaam verkeer wordt verder uitgewerkt door de regio onafhankelijk van de werksporen A16 en Oeververbinding, waarbij het Rijk betrokken blijft bij het nader onderzoek naar de verbinding voor langzaam verkeer. Na positieve besluitvorming in het voorjaar van 2023 op lokaal en regionaal niveau formaliseren rijk en regio bovenstaande afspraken middels een bestuursovereenkomst.
10