Bijlage 1: Berekening SVn verwachte inzetbare budget voor nieuwe leningen
Tekst van het document
Bijlage bij Raadsvoorstel Voortzetting Starterslening Besluitvormende raad 16-12-2025 De gemeente Krimpenerwaard (en haar voorgangers) bieden al jaren de Starterslening aan. Hiervoor is al regelmatig krediet ter beschikking gesteld. Vanuit verstrekte leningen, ontvangt de gemeente rentebetalingen en aflossingen. Hieruit worden de kosten aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) betaald (beheersvergoeding). Van het bedrag aan rentebetalingen en aflossingen dat over blijft, verstrekt de gemeente weer nieuwe leningen. Hiermee is het een revolverend fonds. Geld dat we als gemeente erin stoppen, komt er ook weer terug. Het SVn heeft voor ons een berekening gemaakt waarin we kunnen zien wat ons verwachte budget is vanuit aflossingen en rente, die we kunnen inzetten voor nieuwe leningen. In onderstaande tabel wordt dit ‘verwacht budget’ genoemd. De bedragen worden in de loop van de tijd hoger als we weer nieuwe leningen verstrekken. Daarnaast is het een inschatting van de SVn. De gebruikers van de Starterslening mogen altijd boetevrij aflossen, dus we weten nooit het exacte bedrag dat voor een bepaald jaar beschikbaar is. Tabel 1: Overzicht maximaal te verstrekken leningen op basis van beschikbare informatie
Op basis van het verwachte budget uit aflossingen en rentebetalingen, na verwerking van de kosten, is dat we bijvoorbeeld in 2026 € 1.443.000 kunnen gebruiken voor het verstrekken van nieuwe leningen. Als alle aanvragers het maximale leenbedrag lenen, € 30.000, kunnen hieruit 48 leningen worden verstrekt. Als de raad instemt met het krediet van € 7.000.000, wordt in 2026 eerst een bedrag van € 1.750.000 bij de BNG geleend en ingezet voor de Starterslening (eerste tranche). Hiermee kunnen 58 leningen met het maximale leenbedrag worden verstrekt. Dat zijn dus in totaal 106 leningen. In 2025 waren er, tot we het moesten stopzetten omdat het budget op was, gemiddeld 11
aanvragen per maand. Dat zijn dus 132 leningen per jaar. Als ook in 2026 deze grote hoeveelheid leningen word verstrekt, moet in 2026 ook al de tweede tranche worden ingezet. Hier wordt melding van gemaakt in de tussentijdse rapportage. Als er minder aanvragen zijn, schuift de inzet van de tweede, derde en vierde tranche van €1.750.000 natuurlijk op. In 2027 komt weer een verwacht budget ter beschikking vanuit aflossingen en rentebetalingen. Samen met het budget uit de tweede tranche die over is, kunnen hieruit nieuwe leningen worden verstrekt. Als dit budget weer op is, wordt de derde tranche ingezet. De vierde tranche vindt naar verwachting, bij een gemiddelde van 11 leningen per maand, dan in 2028 plaats.