CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Analyse oorzaken en maatregelen financieel tekort Participatiewet 2025

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet 20254.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Analyse oorzaken en maatregelen financieel tekort Participatiewet 2025

Inhoudsopgave Afkortingen en begrippen .......................................................................................... 2 1. Inleiding ............................................................................................................... 3 2. Globale analyse van het tekort en mogelijke oorzaken ............................................. 4 2.1 Uitgaven en inkomsten BUIG-budget 2022-2025 ................................................ 4 2.2 Mogelijke oorzaken van het tekort ..................................................................... 5 3. Maatregelen om het tekort op te heffen ................................................................ 10 3.1 Instroombeperkende maatregelen .................................................................. 10 3.1.1 Interne maatregelen ................................................................................ 10 3.1.2 Externe maatregelen ............................................................................... 10 3.2 Uitstroom bevorderende maatregelen ............................................................. 10 3.2.1 Interne maatregelen ................................................................................ 10 3.2.2 Externe maatregelen ...............................................................................

10 3.3 Handhaving................................................................................................... 12 3.3.1 Interne maatregelen ................................................................................ 12 3.3.2 Externe maatregelen ............................................................................... 12 4. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie ........................ 13

1

Afkortingen en begrippen Afkorting of begrip Armoedeval Bbz 2004 BUIG Doenvermogen IPS IOAW IOAZ KiB LKS PW RBZ SCP SROI UWV Werkcentrum Midden-Holland WSP WW

Betekenis Een situatie waarin iemand die een uitkering ontvangt er financieel op achteruitgaat door te gaan werken of meer uren te maken. Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten is de capaciteit van mensen om regels, beleid of ingewikkelde situaties niet alleen te begrijpen, maar er ook daadwerkelijk naar te handelen en dit vol te houden, vooral onder druk of bij tegenslag. Individuele Plaatsing en Steun Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Klant in Beeld (rechtmatigheidsonderzoeken) Loonkostensubsidie Participatiewet Regionaal Bureau Zelfstandigen Rotterdam Sociaal en Cultureel Planbureau Social Return on Investment Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen Bestaat uit: UWV, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, VNO-NCW West, CNV, FNV, SBB, mbo Rijnland, MiddenHolland Onderneemt, VSO-PRO, Kernkracht, Promen, Ferm Werk. WerkgeverServicePunt Werkloosheid Wet

2

1. Inleiding Per kalenderjaar ontvangen gemeenten een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 69 van de Participatiewet, bekend als het BUIG-budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten). Dit budget is een niet geoormerkt bedrag, waarvan de kosten van algemene bijstand en de loonkosten van de loonkostensubsidies op grond van artikel 10d Participatiewet (PW) betaald moeten worden. Het macrobudget wordt vervolgens verdeeld op basis van zogenoemde objectieve factoren. Objectieve factoren zijn factoren die niet direct gerelateerd zijn aan de totale bijstandsuitgaven en die niet direct door gemeenten te beïnvloeden zijn. Het gaat bijvoorbeeld om het aantal alleenstaande ouders, het aantal minderheden en het aantal corporatiewoningen in de gemeente. De verdeling van het deel van het beschikbare macrobudget ten behoeve van de loonkostensubsidies wordt gebaseerd op het uitgavenaandeel aan loonkostensubsidies (realisaties) van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld (het budgetjaar). Gemeenten die tekorten hebben op hun BUIG-budget moeten dit in beginsel opvangen uit eigen middelen. Onder voorwaarden kunnen gemeenten een beroep doen op de Vangnetuitkering. De Vangnetuitkering wordt trapsgewijs opgebouwd, met voor elke trede een afzonderlijk risico. De eigen risicodrempel voor het uitgebreide vangnet over 2025 is 5%.

De getrapte vergoeding houdt in dat: • het tekort tussen 0% en 5% wordt niet vergoed en komt altijd voor rekening van de gemeente (trede 1); • het tekort tussen 5% en 10% wordt voor 50% vergoed vanuit het vangnet (trede 2); • het tekort vanaf 10% wordt 100% vergoed vanuit het vangnet (trede 3). Om met succes een beroep te kunnen doen op de Vangnetuitkering 2025, moet worden voldaan aan de volgende financiële en procedurele voorwaarden: a. over 2025 moet sprake zijn van een tekort dat meer bedraagt dan 5% van de definitief over dat jaar toegekende gebundelde uitkering als bedoeld in artikel 69 Participatiewet; b. Over 2022, 2023 en 2024 moet er over minimaal twee van deze drie jaren sprake zijn van een tekort van minstens 5%; c. het college moet in 2026 tijdig een verzoek indienen volgens het daartoe vastgestelde modelaanvraagformulier; d. bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het (aanvullende) interne- en externe maatregelen heeft genomen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Inmiddels is gebleken dat de gemeente Krimpenerwaard in 2025 een tekort heeft van € 1.426.465,- op het toegekende BUIG-budget 2025 van € 13.665.639,-. Dit komt neer op een tekort van 10,4%. De tekorten in de drie voorliggende jaren zijn: • in 2022 was er een tekort van € 695.396,- op het toegekende budget van € 9.988.198,-.

Dit komt neer op een tekort van 7%; • in 2023 was er een tekort van € 723.855,- op het toegekende budget van € 11.172.785,-. Dit komt neer op een tekort van 6,5%; • in 2024 was er een tekort van € 389.685,- op het toegekende budget van € 12.911.287,-. Dit komt neer op een tekort van 3%. Als gevolg van deze aanhoudende tekorten wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder a en b. Het college van burgemeester en wethouders is voornemens om een uitgebreide Vangnetuitkering over 2025 aan te vragen. Deze aanvraag moet ingediend zijn voor 15 augustus 2026.

3

2. Globale analyse van het tekort en mogelijke oorzaken 2.1 Uitgaven en inkomsten BUIG-budget 2022-2025 Hieronder wordt duidelijk gemaakt hoe de rijksbudgetten zich ten opzichte van de uitgaven hebben ontwikkeld in de afgelopen jaren. Over het jaar 2025 is er een negatief saldo van ruim 1,4 miljoen euro ontstaan ten opzichte van het ontvangen rijksbudget. Het verschil tussen de vergoeding vanuit het Rijk en de uitgaven vangen we structureel op in de gemeentelijke begroting. Door de vangnetuitkering ontstaat over 2025 alsnog een positief resultaat op de begroting, maar op het Buig-budget resteert na ontvangen vangnetuitkering een negatief saldo van € 1.024.923,-. Tabel 1: ontwikkeling BUIG-budget 2022 9.988.198 10.683.594 -695.396 0

Rijksbijdrage BUIG Uitgaven Saldo* Vangnetuitkering

2023 11.172.785 11.896.640 -723.855 0

2024 12.911.287 13.300.972 -389.685 0

2025 13.665.639 15.092.104 -1.426.465 401.542**

*Saldo wordt gefinancierd vanuit gemeentelijk budget. **Verwachting voor 2025.

Slechts een deel van dit tekort zal worden vergoed vanuit de uitgebreide Vangnetuitkering. Er is sprake van een getrapte vergoeding. Na aftrek van het debiteurensaldo en de financiële onzekerheden (die voor rekening van de gemeenten blijven), wordt het resterende tekort tussen 5% en 10% van het definitief toegekende rijksbudget voor de helft gecompenseerd. Het tekort boven de 10% van de definitief toegekende rijksbudget wordt volledig gecompenseerd. In de onderstaande tabel is aangegeven wat dit betekent voor de gemeente Krimpenerwaard. Tabel 2: Verwachte hoogte Vangnetuitkering 2025 2025 Tekort Tekort BUIG-budget

€ 1.426.465

Verwachte hoogte Vangnetuitkering € 401.542

Tekortdeel < 5% Tekortdeel 5% - 10% Tekortdeel > 10%

€ 683.282 € 683.282 € 59.901

€ 0 € 341.641 € 59.901

100% eigen risico 50% eigen risico 0% eigen risico

Gemiddelde uitkeringslasten Het BUIG-budget wordt via een objectief verdeelmodel verdeeld over gemeenten. In dit model wordt a.d.h.v. data o.a. vastgesteld hoeveel en type huishoudens er bijstand zouden ontvangen en de hoogte daarvan. Dit komt niet per definitie overeen met de daadwerkelijk aantal uitkeringen en type huishoudens. Tabel 3: gemiddelde lasten t.o.v. BUIG 2024-2025 BUIG-budget Gemiddelde uitkeringslasten Indexatie normen bijstand netto* Bijstandsgerechtigden totaal

2024 € 12.911.287 € 16.000 € 15.553,68 842

2025 € 13.665.639 € 17.000 € 16.287,06 905

Toename in % + 5,84% + 5,88% + 4,72% + 7,48%

*Ieder halfjaar stelt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de hoogte van de bijstandsnormen vast a.d.h.v. het minimumloon. In 2025 waren de normen netto 4,72% hoger dan in 2024. Voorbeeld in tabel is een alleenstaande, voor samenwonenden was er een gelijke toename.

Uit de tabel wordt duidelijk dat het percentage aantal bijstandsgerechtigden in negatieve zin afwijkt van het toegekende BUIG-budget. Dit zorgt voor een grotere afwijking tussen BUIG-budget en daadwerkelijke lasten t.o.v. eerdere jaren.

4

2.2 Mogelijke oorzaken van het tekort De mogelijke oorzaken van het tekort op het BUIG-budget zijn zowel extern als intern. De gemeente opereert in een context waarin zowel economische, demografische, politieke als financiële factoren deels buiten haar directe invloedsfeer liggen (extern). Er zijn ook factoren die (deels) binnen de invloedssfeer van de gemeente liggen, waarbij beleid en uitvoering een directe rol kunnen spelen (intern). Deze zijn opgesplitst in A. Extern en B. Intern. De context, onderbouwing en conclusie worden eronder puntsgewijs toegelicht. A. Externe (niet-beïnvloedbare) oorzaken Deze factoren liggen grotendeels buiten de directe invloed van gemeente: 1. Economische omstandigheden o Stijging werkloosheid in de regio; o Inflatie en hogere vaste lasten, men vreest voor een armoedeval; o Beperkte samenwerkingen mogelijk met werkgevers en UWV. 2. Demografische samenstelling o Samenstelling van het klantenbestand. Relatief hoog aandeel gehuwden / samenwonenden; o Hoog aandeel van statushouders met een bijstandsafhankelijk startpunt. 3. Verdeelmodel BUIG-budget o Afwijking tussen het landelijke verdeelmodel en de lokale werkelijkheid. A.1 Economische omstandigheden Stijging werkeloosheid in de regio. Voor het derde achtereenvolgende jaar is het aantal mensen met een WW-uitkering in de gemeente Krimpenerwaard gestegen.

Dit is terug te zien in een stijging van de hoeveelheid inwoners die na een WW-uitkering een beroep doen op algemene bijstand. Tevens daalt het aantal inwoners dat uitstroomt naar betaalde arbeid uit dienstbetrekking. Tabel 4: Overzicht WW-uitkering in relatie tot instroom en uitstroom bijstand 2022 2023 Aantal WW1 323 328 Instroom bijstand vanuit WW 15 11 Uitstoom naar arbeid uit dienstbetrekking 59 45

2024 351 23 44

2025 397 28 32

Inflatie en hogere vaste lasten, men vreest voor een armoedeval Veel mensen die uitstromen komen terecht in flexibele of laagbetaalde banen met kortdurende (ouren) contracten, meestal tegen het minimumloon. Lonen stijgen meestal langzamer dan de inflatie, terwijl de kosten voor energie, vervoer en kinderopvang toenemen. Als gevolg van de Inflatie van de afgelopen jaren (2022 10%, 2023 3,8%, 2024 3,3%, 2025 3,3%) en de stijging van de vaste lasten wordt het financiële verschil tussen bijstand en werk steeds kleiner. Het gevolg hiervan is dat de uitstroom uit de bijstand vertraagt. Bijstandsgerechtigden ontvangen vaak toeslagen en gemeentelijke regelingen, die bij werk (gedeeltelijk) vervallen. Het ingewikkelde toeslagensysteem en de vrees voor terugvorderingen creëert extra onzekerheid, waardoor werk financieel minder aantrekkelijk lijkt en bijstand meer inkomenszekerheid biedt. Beperkte samenwerkingen mogelijk met werkgevers en UWV. Regionaal wordt intensief samengewerkt om gezamenlijk afspraken te maken met werkgevers en het UWV. Door het landelijke gebied in combinatie met reisafstand en beperkt openbaar vervoer, zijn de mogelijkheden beperkt.

1

Bron: Dashboard WW-uitkeringen UWV Dashboard WW-uitkeringen | UWV

5

Tevens bestaat de lokale arbeidsmarkt voor een groot deel uit kleine en middelgrote bedrijven, waarbij de mogelijkheden om extra personeel aan te nemen beperkt zijn. Dit betekent echter niet dat er geen inspanningen worden geleverd; waar mogelijkheden zich voordoen, wordt actief gezocht naar passende kansen en deze worden waar mogelijk benut. A.2 Demografische samenstelling Samenstelling van het klantenbestand. Relatief hoog aandeel gehuwden / samenwonenden. Kenmerken van het bestand: • 52,84% is alleenstaand; • 12,26% is alleenstaande ouder; • 34,90% is gehuwd/samenwonend; • 25,41% is 55 jaar en ouder; • 12,82% is jonger dan 27 jaar, waarvan 24,14% een arbeidsbeperking heeft; • 21,78% van de uitkeringen wordt verstrekt aan statushouders; • 40,11% heeft langer dan 5 jaar een uitkering; • 20,99% heeft korter dan 1 jaar bijstand. Gemiddeld genomen heeft de gemeente Krimpenerwaard meer gehuwden / samenwonenden met een bijstandsuitkering ten opzichte van andere gemeenten2. Deze groep stroomt moeilijker uit de bijstand dan alleenstaanden3. Hiervoor zijn verschillende oorzaken: • • • • •

Statushouders, zij stromen later uit door o.a. de inburgeringsplicht, gebrek aan werkervaring op de Nederlandse arbeidsmarkt, taalbarrière en scholing. Hogere inkomensdrempel, een echtpaar moet samen boven een hogere norm komen om uit te stromen. Complexe huishoudsituaties, door zorg voor kinderen beperkte beschikbaarheid voor werk. Lagere arbeidsdeelname, geregeld werkt één partner niet of nauwelijks, waardoor één persoon het inkomen moet genereren wat boven de norm uit komt. Langduriger bijstandsafhankelijkheid = grotere afstand tot de arbeidsmarkt = verlaagde uitstroomkans.

Hoog aandeel van statushouders met een bijstandsafhankelijk startpunt. Uit onderzoek4 van de Algemene Rekenkamer blijkt o.a. dat werk moeilijk te combineren is met inburgeringsverplichtingen. In 2022 werkte slecht 28% van de statushouders na 3 jaar na huisvesting. Statushouders werken, als zij snel aan de slag gaan, vaak in banen met lager betaald werk, tijdelijke contracten en beperkte scholingseisen, zoals in de horeca, via uitzendbureaus (arbeidsbemiddeling), of als flitsbezorger. Door de taakstelling die is opgelegd aan de gemeente Krimpenerwaard is er een relatief hoog aandeel statushouders in de bijstand. Op peildatum 31 december 2025 worden 21,78% van de uitkeringen verstrekt aan statushouders. Ten aanzien van de doelgroep statushouders geldt dat rekening moet worden gehouden met een langere uitkeringsafhankelijkheid. De reden hiervan is hun hogere ondersteuningsbehoefte (taalonderwijs, begeleiding naar werk, cultuurafhankelijke factoren) voordat uitstroom naar werk mogelijk is. De verwachting is dat de taakstelling niet zal afnemen de komende jaren.

Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen 2025. Bron: Divosa: Alleenstaanden stromen makkelijker uit de bijstand | Divosa 4 Bron: Onderzoek Algemene Rekenkamer ‘Onbenut potentieel’ Onbenut potentieel - Gebrek aan resultaten taalverwerving en arbeidsparticipatie bij inburgering | Algemene Rekenkamer 2 3

6

A.3 Verdeelmodel BUIG-budget Afwijking tussen het landelijke verdeelmodel en de lokale werkelijkheid. Het BUIG-verdeelmodel verdeelt budget op basis van statistisch verwachte bijstandsbehoefte, berekend uit demografische, sociaaleconomische, woning- en arbeidsmarktindicatoren, maar kan structureel tekortschieten als de lokale werkelijkheid afwijkt van het landelijke gemiddelde waarop het model is gebaseerd. Het is een statistisch model, geen maatwerkmodel. Het model houdt geen rekening met hoeveelheid sociale huurwoningen, beperkte (arbeids)mobiliteit en hoeveelheid langdurige bijstandsverstrekkingen. In Krimpenerwaard leidt dit tot een onderschatting van de bijstandsbehoefte. Uit het verdeelmodel blijkt dat op meerdere onderdelen de werkelijke bijstandsbehoefte in negatieve zin afwijkt van de voorspelling o.b.v. objectieve factoren. Degene die eruit springen zijn: aantal huishoudens, huishoudsamenstelling en woonsituaties. Dit resulteert in een nadeel van – 357 ten opzichte van + 30 kenmerken in het voordeel van objectieve kenmerken 5. Dit (-357) betekent dat de werkelijke bijstandsbehoefte in de gemeente hoger ligt dan de berekening op basis van objectieve kenmerken en gemiddelden en het BUIG-budget te laag wordt vastgesteld.

Het college voert- en werkt een doelmatig en rechtmatig Participatiewetbeleid uit, gericht op beperken instroom, re-integratie, uitstroom en handhaving. Echter kan door bepaalde externe factoren zoals arbeidsmobiliteit en beschikbare banen in combinatie met het profiel van de bijstandspopulatie niet voldoen aan de indicatoren van het verdeelmodel. De gemeente Krimpenerwaard wordt structureel geconfronteerd met een tekort op het BUIG-budget. Dit tekort doet zich meerjarig en herhalend voor en is daarmee van structurele aard. B. Interne (beïnvloedbare) oorzaken Deze factoren zijn (deels) te sturen door gemeentelijke beleid en uitvoering: 1. Instroom en uitstroom o Lagere uitstroom naar regulier werk; o Complexe problematiek bij inwoners; o Re-integratiemiddelen beter benutten. 2. Handhaving en rechtmatigheid o Beperkt ruimte voor structurele heronderzoeken. 3. Loonkostensubsidies o Hoge inzet op loonkostensubsidie, resulteert niet altijd in uitstroom. B.1 Instroom en uitstroom Inleiding Uitstroom leidt niet per definitie tot een besparing van € 17.000, - (gemiddelde uitkeringslasten), doordat dit afhangt van het moment van uitstroom. Naarmate de uitstroom later in het jaar plaatsvindt, zijn de besparingen in dat jaar later.

Tabel 5: Ontwikkeling klantenbestand 2022 – 2025, peildatum 31-12-2025 2022 2023 Aantal PW, IOAW, IOAZ uitkeringen 658 668 Aantal PW, IOAW, IOAZ gerechtigden incl. partners 795 809

2024 702 842

2025 753 905

2024 199 182

2025 266 199

Tabel 6: Instroom en uitstroom bijstand Instroom bijstand Uitstroom bijstand

2022 194 183

2023 195 181

Bron: rekentool SEO verdeelmodel bijstandsbudgetten van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rekentool bijstand. 5

7

Lagere uitstroom naar regulier werk In tabel 4 onder A.1 is te zien dat de uitstroom naar regulier werk afneemt. Dit heeft gedeeltelijk te maken met de arbeidsmarkt, maar ook met de samenstelling van het klantenbestand. Een groot deel van het klantenbestand heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt, 40,11% heeft langer dan 5 jaar bijstand. De redenen van langdurige bijstand variëren en het heeft vaak te maken met de complexiteit van de problematiek die er speelt. Complexe problematiek bij inwoners. Het wordt zichtbaar dat inwoners die bijstand ontvangen of zich melden voor bijstand vaak te maken hebben met complexe problematiek in vergelijking met niet-bijstandsgerechtigden. Veel van deze inwoners kampen met multiproblematiek en de beschikbare hulpbronnen zijn beperkt. Om deze inwoners effectief te begeleiden naar een passende werkplek is zowel meer tijd als extra middelen nodig. Door de multiproblematiek doen zich vaak problemen voor op meerdere leefgebieden, waardoor meerdere instanties betrokken moeten zijn bij de ondersteuning. Voor een deel van deze doelgroep is het onduidelijk of er in de toekomst zicht zal zijn op inkomstenverbetering 6. Voor 2 groepen is toewerken naar uitstroom complex. De eerste is de groep bijstandsgerechtigden die 55+ zijn, dit betreft 25,41% van het bestand.

De tweede groep zijn de bijstandsgerechtigden die langer dan 5 jaar bijstand ontvangen, dit betreft 40,11% van het bestand. Een groot deel van deze doelgroepen zal niet meer aan het werk gaan. Dit kan veroorzaakt worden door multiproblematiek, plaats op de arbeidsmarkt voor oudere werknemers, werknemers met grote afstand tot de arbeidsmarkt of het doenvermogen wat beperkt is. Voor deze groepen moeten andere vormen van zinvolle dagbesteding worden gevonden. Kijkend naar de huidige instroomcijfers valt op dat deze doelgroepen ook vanuit andere gemeenten instromen. Re-integratiemiddelen beter benutten. In 2025 is het proces rond re-integratie verbeterd en zijn er extra re-integratieconsulenten aangetrokken. De effecten hiervan zijn (nog) niet zichtbaar in het aantal uitstroom bijstand, dit kost tijd. De inzet is gericht op het begeleiden naar duurzame uitstroom, zodat voorkomen wordt dat mensen na korte tijd weer terugvallen op bijstand. Verwacht wordt dat hierdoor in de komende jaren, onder voorbehoud van externe factoren, de uitstroom toeneemt. B.2 Handhaving en rechtmatigheid Beperkt ruimte voor structurele heronderzoeken. Er is een proces ingericht genaamd ‘Klant in Beeld’ (KiB) wat gericht is op het structureel uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoeken. Rand voorwaardelijk hiervoor is voldoende bezetting om deze onderzoeken uit te voeren.

Met de huidige arbeidsmarkt is moeilijk om het juiste personeel hiervoor te vinden. Tegelijkertijd zien we dat de omvang van het klantenbestand in 2025 fors is toegenomen. Dit heeft geleid tot een verhoogde werklast bij uitvoering, waardoor de rechtmatigheidsonderzoeken onder de druk zijn komen te staan, maar ook de inzet op preventieve maatregelen om onrechtmatige bijstandsverlening te voorkomen. In hoofdstuk 3.3.1 is opgenomen met welke maatregel we deze oorzaak willen aanpakken. In 2023 is er geïnvesteerd in het handhavingsproces Dit heeft ertoe geleid dat dat onnodige instroom aan de poort (instroom) kon worden voorkomen. B.3 Loonkostensubsidies Hoge inzet op loonkostensubsidie, resulteert niet altijd in uitstroom. Onderdeel van het BUIG-budget is de verstrekking van loonkostensubsidies (LKS) aan werkgevers die garantiebanen realiseren, als aanvulling op de feitelijke loonwaarde van mensen met een doelgroepverklaring. Daarnaast wordt er loonkostensubsidie verstrekt aan mensen met een beschutte werkplek. De huidige praktijk laat zien dat loonkostensubsidie voor de overgrote meerderheid wordt verstrekt voor niet-uitkeringsgerechtigden met een doelgroepverklaring. Dit betekent dat de uitgaven op het BUIG-budget toenemen, terwijl het aantal uitkeringen niet afneemt.

Bron: Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) ‘Een brede blik op bijstand’ Een brede blik op bijstand | Sociaal en Cultureel Planbureau. 6

8

Tabel 7: percentage verstrekte loonkostensubsidies ten opzichte van BUIG-budget: 2022 2023 2024 Percentage t.o.v. BUIG-budget 8,49% 9,41% 10,34 Verschil t.o.v. vorig jaar +0,89%* +0,92% +0,93 Aantallen (garantiebaan + beschut werk) 86 101 106 Totale lasten LKS 847.678 1.051.857 1.335.330

2025 10,43% +0.09% 113 1.425.076

*percentage in 2021 was 7,6%

9

3. Maatregelen om het tekort op te heffen 3.1 Instroombeperkende maatregelen 3.1.1 Interne maatregelen Als een inwoner een bijstandsaanvraag doet, wordt direct beoordeeld wat de arbeidsmogelijkheden zijn. Indien dit het geval is, wordt de inwoner direct aangemeld bij het WerkgeversServicepunt voor bemiddeling naar een betaalde werkplek. Er wordt gestuurd op een werkwijze waarbij een adviseur van het Werkgeversservicepunt bij een intake wordt uitgenodigd om op deze manier meteen de mogelijkheden te kunnen bespreken. Gezien de complexiteit van de doelgroep gaat dit slechts om zeer geringe aantallen. Het is een nieuwe werkwijze die mogelijk meer effect om de verblijfsduur in de uitkering te verkorten en daarmee sneller uitstroom te genereren.

3.1.2 Externe maatregelen Een preventieve maatregel om de instroom in de bijstand te beperken, is de regionale inzet op ’vanwerk-naar-werk'-activiteiten en van WW naar bijstand. In totaal zijn in de Krimpenerwaard in 2025 16 personen vanuit de WW naar werk begeleid. Inwoners die bedreigd worden met werkloosheid kunnen terecht bij het Werkcafé voor ondersteuning op het gebied van loopbaanadvies, omscholingsmogelijkheden of directe bemiddeling. In totaal zijn er in 2025 61 bezoekers geweest bij het Werkcafé op de locatie Bergambacht. Ook worden er banenmarkten en open dagen bij bedrijven georganiseerd.

3.2 Uitstroom bevorderende maatregelen 3.2.1 Interne maatregelen Dienstverlening is aangepast aan de veranderende doelgroep • Een gerichte klantgroepindeling zorgt voor meer focus en inzet van de juiste instrumenten passend bij de betreffende klantgroep. • De inkoop van re-integratie instrumenten wordt nauwkeurig afgestemd met het uitvoeringsteam zodat inzet gericht is op daadwerkelijke behoeften. • Er is extra aandacht voor groepen waarvan het aantal toeneemt, met speciale trajecten en begeleiding zoals de inzet van jongerencoaches of het aanbieden van trajecten gericht op statushouders. • Mocht een extra traject nodig zijn, wordt hierover overleg gevoerd met beleid en effectief actie op ondernomen.

3.2.2 Externe maatregelen Dienstverlening is aangepast aan de veranderende doelgroep • De re-integratie en participatie instrumenten zijn opgenomen in de regionale online EVAinstrumentengids en gekoppelde aan de onderliggende begeleidingsmethodiek. Hierdoor krijgen consulenten inzicht in en toegang tot het beschikbare aanbod van instrumenten van regiogemeenten en kunnen daarmee gerichter het meest passende instrument inzetten. • Sociaal ontwikkelbedrijf Promen heeft de routes aangepast naar een activatieroute en een talentenplein. Deze routes vormen een noodzakelijk tussenstation en passen beter bij de groep bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De focus ligt bij deze trajecten op activering en ontwikkeling van werknemers- en vakvaardigheden. Hiermee maken inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt stappen die en op termijn bemiddelbaar maken voor de arbeidsmarkt. • Er worden IPS-trajecten (Individuele Plaatsing en Steun) ingezet voor inwoners met psychische kwetsbaarheid die in behandeling zijn bij een GGZ-instelling. Deze langdurige trajecten (2 of 3 jaar) worden uitgevoerd door GGZ-instellingen. De trajecten worden volledig gefinancierd door het rijk. De ingezette re-integratiemethode is bewezen effectief. In 2025

10

•

•

namen 12 inwoners deel aan het traject. Gezien de duur van het traject zijn er nog geen uitstroomresultaten bekend. Regionaal is er eind 2025 een pilot gestart voor inzet forfaitaire loonkostensubsidie voor inwoners met grote afstand tot de arbeidsmarkt. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, lukt het een groep inwoners niet om zelfstandig aan het werk te komen. Een groot deel van deze groep is niet arbeidsbeperkt in (klassieke) termen van de Participatiewet, maar ervaart één of meer belemmeringen om (duurzaam) aan de slag te kunnen, bijvoorbeeld door onvoldoende beheersing van de (Nederlandse) taal of langdurig niet gewerkt te hebben is er sprake van (tijdelijk) verminderd loonvermogen in een baan. Doel van de pilot is om te onderzoeken of met de inzet van forfaitaire loonkostensubsidie er meer uitstroom gerealiseerd wordt naar duurzaam werk. Het Werkgeversservicepunt wordt per maart 2026 omgevormd tot een Regionaal Werkcentrum. In het Werkcentrum bundelen verschillende organisaties hun krachten om de arbeidsmarkt te versterken. Via één centraal punt biedt het Werkcentrum mensen en bedrijven toegang tot relevante kennis en dienstverlening van partners in ons netwerk. Er bestaan korte lijnen tussen het Regionaal Werkcentrum en het beleid- en uitvoeringsteam van de Krimpenerwaard.

Regionale samenwerking is geïntensiveerd De regionale samenwerking is geïntensiveerd door het aangaan van een samenwerkingsconvenant met de kernpartners binnen de regionale arbeidsmarkt. Dit is bestuurlijk vormgegeven in een regionaal beraad en op inhoud met een strategische meerjarenagenda en uitvoeringsagenda met concrete activiteiten. Hiermee werkt de arbeidsmarktregio Midden-Holland aan een wendbare, inclusieve en toekomstbestendige arbeidsmarkt. Door structurele krapte, vergrijzing en een groeiende mismatch tussen vraag en aanbod is versterking van samenwerking, scholing en innovatie essentieel. De regio bouwt voort op bestaande initiatieven en zet in op samenhang, duurzame inzetbaarheid en passende ondersteuning voor inwoners en werkgevers. De meerwaarde zit vooral in de gezamenlijke aanpak van betrokken partijen. De bestaande samenwerking omvatte onder andere: • Bemiddeling naar werk door het WerkgeversServicepunt (WSP): in totaal zijn in 2025 49 inwoners uit onze gemeente door het WSP aan het werk geholpen; • Om inwoners te ontwikkelen heeft het WSP samen met werkgevers diverse leerlijnen opgezet. • Banenmarkten en Binnen Kijken bij Bedrijven zorgen voor directe interactie tussen werkgevers en werkzoekenden en versterken de regionale netwerkvorming.

Het totale aantal bezoekers betrof 743; • Er wordt meer ingezet op kennis- en informatiesessies voor werkgevers om hen een actievere rol toe te bedelen in arbeidsmarktinitiatieven. Dit is nodig omdat de arbeidsmarkt zodanig veranderd dat structurele oplossingen nodig zijn, boven het enkel uitzetten van vacatures. Werkgevers worden meer meegenomen in de aard van de doelgroep en hoe hierop in te spelen; • Werkcafe: middels wekelijkse openstelling hebben alle burgers in de regio toegang tot scholings- en loopbaanadvies. De dienstverlening van het Werkcafé wordt met ingang van 1 maart 2026 voortgezet in het regionaal Werkcentrum met twee locaties in onze gemeente, in Bergambacht en in Lekkerkerk; • Start van de functie Regionaal verbinder statushouders waardoor de brug wordt geslagen tussen statushouders en de lokale arbeidsmarkt, onderwijs en maatschappelijke voorzieningen. Het doel is dat deze groep zo goed mogelijk kan integreren in de samenleving en werk of scholing kan vinden; • SROI (Social Return on Investment): advies en dienstverlening op het gebied van SROI is regionaal vormgegeven waardoor we de voordelen van expertise en schaalvergroting kunnen benutten. Werkgevers met een SROI-verplichting worden proactief geadviseerd door de coördinator Social Return, werkzaam in het team Werkcentrum Midden-Holland.

Het gehele team van het Werkcentrum kan werkzoekenden voorstellen op SROI-functies. In 2025 heeft dit geresulteerd in 22 contracten, waarvan 8 contracten met loonkostensubsidie, 10 leerwerkplekken en 4 reguliere contracten.

11

3.3 Handhaving 3.3.1 Interne maatregelen Klant in Beeld - KiB Bijstandsgerechtigden weer in beeld krijgen en in beeld houden. Weten wat er speelt op het gebied van rechtmatigheid. Eerder signaleren wanneer er vermoedens zijn van kwetsbare / schrijnende situaties of wanneer er sprake is van oneigenlijk gebruik van publieke middelen. Ten slotte wordt in kaart gebracht of de bijstandsgerechtigde de weg naar de gemeente kent en de (juiste) regelingen/ inkomensondersteuning ontvangt. Waar nodig wordt de bijstandsgerechtigde geïnformeerd over de wijze waarop deze aangevraagd kunnen worden. Waar nodig worden de rechten en plichten behorende bij het ontvangen van een bijstandsuitkering aan de bijstandsgerechtigde (opnieuw) uitgelegd. Deze maatregel in combinatie met het stijgende klantenbestand zorgt voor een structurele uitbreiding van de werklast van consulenten. Er is daarom verzocht om extra formatie van 2 fte in de Kadernota die wordt behandeld in juli 2026. Terugvordering en verhaal Debiteurenbeheer heeft een nieuwe vorm gekregen. Er is een specialist aangetrokken, die de gehele administratie in kaart heeft gebracht en de processen rond debiteuren heeft verbeterd. De resultaten met betrekking tot terugvordering en verhaal laten een positieve stijgende lijn zien. Het aantal ontvangen vorderingen nam toe in 2025.

De incassoratio (de verhouding tussen het teruggevorderde bedrag en de openstaande vorderingen) heeft zich als gevolg hiervan positief ontwikkeld. In 2025 ligt dat op 49% (in 2021 was dit nog 26%). De Benchmark laat zien dat het aantal debiteuren is gedaald naar 480 in 2025, wat in 2022 nog 633 was en het percentage debiteuren in verhouding tot het bestand is van 93% gedaald naar 65%.

3.3.2 Externe maatregelen Handhaving Sinds 2023 wordt het proces rond handhaving verbeterd en is het aantal uren voor handhaving uitgebreid. In 2025 is het ‘Handhavingsplan Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025-2029’ opgesteld. Het plan heeft als doel om naleving en handhaving binnen de sociale zekerheid te versterken. In lijn met landelijke ontwikkelingen, zoals de Participatiewet in Balans, biedt dit programma ruimte voor maatwerk en versterking van de menselijke maat. Onze inzet is om preventie en naleving hand in hand te laten gaan. We zetten sterk in op preventieve maatregelen, zoals voorlichting, begeleiding en eenvoud in processen. Wanneer er toch sprake is van niet-naleving, hanteren we proportionele sancties om de rechtmatigheid te herstellen. In het plan is opgenomen deze jaarlijks te evalueren, zodat tijdig aanpassingen gedaan kunnen worden als het plan niet passend is bij de uitvoering. Uit de Divosa Benchmark blijkt dat 2,4% van de uitstroom komt door handhaving. Wanneer aan de voorkant d.m.v. preventie het proces sterker is, neemt de uitstroom met als reden handhaving af. Bijstandsgerechtigden zijn goed op de hoogte van hun rechten en plichten, dit voorkomt het oneigenlijk gebruik van gemeenschapsmiddelen.

12

4. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie

Tabel 8: resultaten van de ingezette maatregelen 2025 Maatregel Resultaat Instroombeperkende maatregelen • Regionale inzet op ’van-werk-naar-werk'-activiteiten en van WW naar bijstand 16 inwoners; • Gemiddeld percentage herinstroom binnen 6 maanden is 5% (is beneden gemiddeld = positief); • Werkcafé voor ondersteuning ontving 61 bezoekers. Uitstroombevorderende maatregelen

Handhaving

Tabel 9: Beoogde resultaten 2026 Maatregelen Uitstroom naar werk Aantal debiteuren t.o.v. bijstandsvolume

• Voor een IPS-traject zijn 12 inwoners aangemeld; • De banenmarkten en Binnen kijken bij Bedrijven evenementen leverde 743 bezoekers totaal op; • Toename LKS t.o.v. eerdere jaren, 113 inwoners ontvangen LKS waarvan slechts 9 inwoners nog aanvullende bijstand ontvangen; • SROI resultaten zijn 22 contracten, waarvan 8 contracten met loonkostensubsidie, 10 leerwerkplekken en 4 reguliere contracten; • De grootste groep uitstroom hebben langer dan 60 maanden bijstand (23% t.o.v. 19,5% landelijk gemiddeld). • De incasso ratio is gestegen naar 49%; • Aantal debiteuren is gezakt naar 480 (nov 2025). In 2022 waren dit er 633; • Aantal debiteuren gerelateerd aan bijstandsvolume is 65% (nov 2025). In januari 2022 was dit 93%; • 2,4% van de uitstroom is het gevolg van handhaving.

Beoogde resultaten Percentage uitstroom van 24% naar 31% brengen. Percentage van 65% laten dalen naar gemiddelde van 60%.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=db864d12-eb1f-4317-be8f-2d96ea804dd1