BIJL9 - Was-wordt-tabel Belastingverordeningen 2026 - AANGEPAST (artikel 1 onderdeel o Verordening toeristenbelasting toegevoegd)
Tekst van het document
Was-Wordt-tabel Belastingverordeningen 2026 Bestaande tekst Verordening kwijtschelding 1.f BIZ-bijdrage
Nieuwe tekst
1.f 1.g
Verordening toeristenbelasting 1.a vakantieonderkomens: woningen en andere 1.a verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, 1.b 1.b vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of 1.c 1.c terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen dat gedurende het jaar gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of 1.d 1.d terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat gedurende het seizoen gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; 1.e 1.e
seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat gedurende het seizoen gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd;
1713059
standplaatsgelden BIZ-bijdrage
arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een persoon, gezin, echtpaar of samen reizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal 4 weken voor een vast huurbedrag; kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie;
maandarrangement: een arrangement met een looptijd van 1 maand gedurende de maand juni of september;
mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voer- en vaartuigen welke bestemd zijn en gebruikt worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
overnachting: het tijdvak van 21.00 uur tot 6.00 uur de volgende kalenderdag;
1.f
1.f toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is of gebruikt wordt voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens;
naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer 2 maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen;
1.g
1.g kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie;
schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt;
1.h
arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een persoon, gezin, echtpaar of samen reizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal 4 weken voor een vast huurbedrag;
1.h
seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen eenzelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat gedurende het seizoen gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd;
1.i
voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van de maand juni;
1.i
1.j
1.j verlengd voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend voor de start van het hoogseizoen;
1.k
1.k naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer 2 maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen; maandarrangement: een arrangement met 1.l een looptijd van 1 maand gedurende de maand juni of september.
toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is of gebruikt wordt voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens; vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebruikt als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor beroeps- of bedrijfsmatige doeleinden of voor vakantieof andere recreatieve doeleinden; vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen dat gedurende het jaar gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd;
1.l
1713059
vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat gedurende het seizoen gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; verlengd voorseizoenarrangement: een 1.n arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend voor de start van het hoogseizoen. 1.o voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van de maand juni. 3.3 verblijf op land Als er geen persoon is aan te wijzen die 3.4 gelegenheid biedt tot verblijf op water, is belastingplichtig: - de schipper, - de eigenaar of de gebruiker van een - degene of die werkelijk verblijf houdt aan vaartuig, boord van een dergelijk vaartuig. 7.5 14 Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag 10.1 geheven. 10.2 In afwijking van het eerste lid wordt de belasting op locaties waar gebruik gemaakt wordt van AanUit.net bij wege van voldoening op aangifte geheven. Artikel 11 Termijnen van betaling 1.m
3.3
verblijf
7.2 15 Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 11 Aanslaggrens Belastingbedragen van minder dan € 9 11.1 worden niet geheven. Voor de toepassing van de bepalingen in het 11.2 derde en achtste lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 12 Termijnen van betaling Artikel 13 Kwijtschelding Artikel 14 Aanmeldingsplicht 14.1 gemeentelijk verstrekt Artikel 15 Registratieplicht
1713059
Artikel 12 Kwijtschelding Artikel 13 Aanmeldingsplicht Artikel 14 Registratieplicht Artikel 15 Elektronische aangifte
Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden, of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische wet door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening “Digitale aangifte toeristenbelasting van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie heffing en Waardebepaling (SVHW).
Verordening havengelden reservering: het vrijhouden van een 1.n aanlegplaats voor een aaneengesloten periode; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig 1.o of degene die deze vervangt;
1.n
schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt;
1.o
vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen en/of goederen en/of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, zoals een werkvlot, ponton, elevator, drijvende kraan, sleep- of duwboot, bok, zandzuiger en baggermolen, alsmede balken, stammen, palen en vlotten die in het water worden vervoerd;
1.p
vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn 1.p drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen en/of goederen en/of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, zoals een werkvlot, ponton, elevator, drijvende kraan, sleep- of duwboot, bok, zandzuiger en baggermolen, alsmede balken, stammen, palen en vlotten die in het water worden vervoerd;
vaste ligplaats: wateroppervlak bestemd om gedurende langere tijd eenzelfde pleziervaartuig te kunnen laten afmeren of ten anker te leggen;
1.q
vaste ligplaats: wateroppervlak bestemd om gedurende langere tijd eenzelfde pleziervaartuig te kunnen laten afmeren of ten anker te leggen;
1.q
verplaatsing: de in volumen uitgedrukte waterverplaatsing van een vaartuig tussen het vlak van de grootste toegelaten diepgang en het vlak van inzinking van het ledige vaartuig, volgens een geldige meetbrief;
1.r
verplaatsing: de in volumen uitgedrukte 1.r waterverplaatsing van een vaartuig tussen het vlak van de grootste toegelaten diepgang en het vlak van inzinking van het ledige vaartuig, volgens een geldige meetbrief;
week: een aaneengesloten periode van meer dan vier dagen met een maximum van zeven dagen;
1713059
week: een aaneengesloten periode van meer dan vier dagen met een maximum van zeven dagen; 2.b ; 2.b het reserveren van een ligplaats in de haven 2.c van Schoonhoven. In het zomerseizoen (1 april tot en met 30 5.6 september van een kalenderjaar) wordt een verblijfsduur of reservering langer dan één week niet toegestaan in de haven in Schoonhoven. Voor pleziervaartuigen is de maximale 5.7 verblijfsduur twee nachten. Tarieventabel havengelden 2.2 OU4 2.2 1.s
Verordening markt- en standplaatsgelden 1. verstaat onder per marktdag ter beschikking wordt gesteld 1.a aan een vergunninghouder omdat deze plaats niet als vaste standplaats is toegewezen of is ingenomen 1.b 1.c ruimte die voor de duur van de markt is 1.d aangewezen voor de uitoefening van de markthandel 1.e standwerkersplaats: standplaats die per marktdag ter bschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder om als standwerker op te treden
1.f
vaste standplaats: standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder.
1.1 1.1.a
1.1.b 1.1.c 1.1.d
1.1.e
verstaat bij de marktgelden onder beschikbaar is voor houders van een dagplaatsvergunning voor het bedrijven van handel op de markt voor de duur van een dag
standplaats zoals bedoeld in artikel 5:17 van de Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard standwerkplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een standwerkvergunning voor het op de markt om zich heen verzamelen van publiek om door een aansprekende uiteenzetting te proberen het publiek over te halen om artikelen te verkopen voor de duur van een dag standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste standplaatsvergunning.
2.
Deze verordening verstaat bij de standplaatsgelden onder:
2.a
standplaats: een standplaats zoals bedoeld in artikel 5:17 van de Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard; incidentele standplaats: een standplaats die voor maximaal drie aaneengesloten maanden wordt verleend; frontbreedte: het langs de grond gemeten aantal strekkende meters van de standplaats langs die zijden waar het publiek toegang heeft en waar de handelswaren zijn uitgestald; vaste standplaats: standplaats die met regelmaat gedurende vijftien jaar wordt ingenomen.
2.c
2.d
1713059
OU5
1.1.f
2.b
2.
.
2.1
3.
4.1 4.2 5.
5.1
2.2
Onder de naam ‘standplaatsgelden’ worden rechten geheven voor ter beschikking stellen van een standplaats en daarmee verband houdende handelingen voor het uitoefenen van de markthandel en/of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen buiten de markt, op de voor de openbare dienst bestemde, als standplaats aangewezen plaatsen.
De rmarktgelden worden geheven van degene aan wie een standplaats ter beschikking is gesteld. marktgelden marktgelden De marktgelden bedragen per strekkende meter frontbreedte voor het ter beschikking stellen van een standplaats op de markt: met 1 t/m 5 vaste standplaatsen:
3.
De rechten worden geheven van degene aan wie een standplaats ter beschikking is gesteld als bedoeld in artikel 2. rechten rechten
a. voor een vaste standplaats, per kwartaal
5.1.a
4.1 4.2
5.1
b. voor een dagplaats of standwerkersplaats, per marktdag
5.1.b
5.1.c
5.2
5.3
6.2
met 6 t/m 19 vaste standplaatsen:
5.2
a. voor een vaste standplaats, per kwartaal b. voor een dagplaats of standwerkersplaats, per marktdag met 20 of meer vaste standplaatsen: a. voor een vaste standplaats, per kwartaal b. voor een dagplaats of standwerkersplaats, per marktdag standwerkersplaats 6.2 6.3
7. 8.
marktgelden Artikel 8 Termijnen van betaling
7. 8.
8.1
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
8.1
1713059
De marktgelden bedragen per strekkende meter frontbreedte: op een markt met 1 t/m 5 vaste standplaatsen: - voor een vaste standplaats per kwartaal - voor een dagplaats of standwerkplaats per marktdag op een markt met 6 t/m 19 vaste standplaatsen: - voor een vaste standplaats per kwartaal - voor een dagplaats of standwerkplaats per marktdag op een markt met 20 of meer vaste standplaatsen: - voor een vaste standplaats per kwartaal - voor een dagplaats of standwerkplaats per marktdag De standplaatsgelden bedragen per strekkende meter frontbreedte: a. voor een vaste standplaats per kwartaal b. voor een incidentele standplaats per dag
standwerkplaats Het belastingtijdvak voor de standplaatsgelden is gelijk aan het kalenderkwartaal. rechten Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak, of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
8.2
b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 8.2 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
8.3
9.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld 9. en heffing naar tijdsgelang
9.1
De marktgelden zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak, of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
9.2
9.2 Als de belastingplicht voor de marktgelden voor een vaste standplaats in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de marktgelden verschuldigd over zoveel dertiende gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde marktgelden als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht en met inbegrip van de kalenderweek van aanvang, nog kalenderweken overblijven.
1713059
9.1
Als de belastingplicht voor de rechten in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel dertiende gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde rechten als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven. Als de belastingplicht voor de rechten in de loop van het belastingtijdvak eindigt wegens intrekking van de vaste standplaatsvergunning, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel dertiende gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde rechten als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven. Artikel 9 Termijnen van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
9.3
Als de belastingplicht voor de marktgelden voor een vaste standplaats in de loop van het belastingtijdvak eindigt wegens intrekking van de vaste standplaatsvergunning, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel dertiende gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde marktgelden als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.
9.4
10. 11.
Als van een vaste standplaats door buitengewone omstandigheden buiten de wil van belanghebbende gedurende vier of meer aaneengesloten kalenderweken van het belastingtijdvak geen gebruik is gemaakt, bestaat aanspraak op teruggaaf van de marktgelden die betrekking hebben op die kalenderweken. De teruggaaf bedraagt zoveel dertiende gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde marktgelden als er aaneengesloten kalenderweken zijn waarin geen gebruik van de vaste standplaats is gemaakt, tenzij het bedrag van de teruggaaf minder bedraagt dan € 10,00. marktgelden 10. 11. Artikel 11 Overgangsrecht
12. 13.
Artikel 12 Inwerkingtreding Artikel 13 Citeertitel
Verordening lijkbezorgingsrechten onbepaalde tijd graf: een graf dat blijft 1.j bestaan op de begraafplaats, zolang er een rechthebbende bekend is;
1.k
1713059
markt- en standplaatsgelden Artikel 11 Teruggaaf Er bestaat recht op teruggaaf van de rechten als van een standplaats door buitengewone omstandigheden buiten de wil van belanghebbende gedurende vier of meer aaneengesloten kalenderweken van het belastingtijdvak geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt zoveel dertiende gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde rechten als er aaneengesloten kalenderweken zijn waarin geen gebruik van de standplaats is gemaakt.
12. 13.
Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Inwerkingtreding
1.j
particulier graf: een graf waarvoor aan een 1. het doen natuurlijk persoon begraven of rechtspersoon en begraven houden het van lijken; recht is verleend tot: uitsluitend 2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 3. het doen verstrooien van as; particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 2. het doen verstrooien van as;
particulier graf: een graf waarvoor aan een 1.k natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen begraven en begraven houden van lijken; 2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 3. het doen verstrooien van as;
1.l
1.m
1.n
particulier urnengraf: een graf waarvoor aan 1.l een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 2. het doen verstrooien van as; particuliere urnenbewaarplaats: een nis of 1.m columbarium waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; particuliere urnennis: een nis waarvoor aan 1.n een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of onder urnen;
rechthebbende: natuurlijk persoon of 1.o rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of particuliere urnennis, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; ruimen: het in opdracht van het college 1.p 1.p leegmaken van een graf of een particuliere urnenbewaarplaats; urn: een voorwerp ter berging van een of 1.q 1.q meerdere asbussen; verstrooiingsplaats: een plaats waarop as 1.r wordt verstrooid. , tenzij het bedrag van de ontheffing minder 8.3 bedraagt dan € 9 Tarieventabel Verordening lijkbezorgingsrechten 1.o
1.5
1.2.3b
particuliere urnenbewaarplaats: een nis of columbarium waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of onder urnen; rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of particuliere urnennis, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; ruimen: het in opdracht van het college leegmaken van een graf of een particuliere urnenbewaarplaats;
urn: een voorwerp ter berging van een of meerdere asbussen; verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid.
1.2.2b
Tarieventabel Legesverordening 1.2.h
1.22.2
Het tarief bedraagt voor werkzaamheden in tegel-, klinker- en sierbestratingen, alsmede gesloten verhardingen, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond:
1.22.2
1.22.3
Het tarief bedraagt voor werkzaamheden in bermen, groenstroken en dergelijke, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond:
1.22.3
1713059
een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand die eenmalig benoemd is en ondersteund wordt door een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (BABS) van de gemeente Krimpenerwaard op zondag of op een algemeen erkende feestdag in de zin van de Algemene termijnenwet. Het tarief bedraagt voor werkzaamheden in tegel-, klinker- en sierbestratingen, alsmede gesloten verhardingen, bermen, groenstroken en dergelijke, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond: Als met betrekking tot een melding overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, wordt het tarief verhoogd met
1.22.3.a. bij 0 tot en met 1 strekkende meter voor een lasgat 1.22.3.b. bij 0 tot en met 15 strekkende meter 1.22.3.c. bij 16 tot en met 50 strekkende meter 1.22.3.d. bij 51 tot en met 100 strekkende meter 1.22.3.e. bij 101 strekkende meter of meer 1.22.4 Als met betrekking tot een melding overleg 1.22.4 moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, wordt het tarief verhoogd met 1.22.5 Als de melder verzoekt om een inhoudelijke 1.22.5 afstemming bij de beoordeling van aanvragen als bedoeld in artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet, wordt het tarief verhoogd met
Als de melder verzoekt om een inhoudelijke afstemming bij de beoordeling van aanvragen als bedoeld in artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet, wordt het tarief verhoogd met Als met betrekking tot een melding onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, wordt het tarief verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Als een begroting als bedoeld in het zesde lid is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht, tenzij de melding voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Als met betrekking tot een melding 1.22.6 onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, wordt het tarief verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 1.22.7 Als een begroting als bedoeld in het zesde lid is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht, tenzij de melding voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 1.26.1.a gewaarmerkte afschriften van stukken, voor 1.26.1.a een gewaarmerkt afschrift van een stuk, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina opgenomen 1.22.6
2.6
Als de aanvraag om een 2.6 omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet en deze activiteit bestaat uit het bouwen, het in stand houden of het gebruiken van een bouwwerk of gronden, geldt het tarief zoals opgenomen in dit artikel. Het tarief in de onderstaande artikelleden geldt onverminderd het bepaalde in andere artikelen of leden van dit artikel en die van toepassing zijn op de activiteiten:
2.6.b
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht
2.6.b
voor een omgevingsplanactiviteit waarbij een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid wordt toegepast
2.6.c
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, het tarief berekend overeenkomstig artikel 2.6 onder a. van dit artikel:
2.6.c
voor een omgevingsplanactiviteit waarbij een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht wordt toegepast
1713059
2.6.c.1
2.6.c.2
2.6.c.3
passend binnen het BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024 voor zover het betrekking heeft op de hoofdstukken 2, 4, 6, 7, 8 van dit beleid en de hardheidsclausule in relatie tot deze hoofdstukken, vermeerderd met passend binnen het BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024 voor zover het betrekking heeft op de hoofdstukken 3 en 5 van dit beleid en de hardheidsclausule in relatie tot deze hoofdstukken, vermeerderd met niet passend binnen of niet genoemd in het BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024, vermeerderd met
Omgevingsplanactiviteit: in stand houden Artikel 2.6a of gebruiken bouwwerk 2.6a Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het in stand houden of gebruiken van een bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 2.6a.a voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: 2.6a.b voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht 2.6a.c voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, het tarief berekend overeenkomstig artikel 2.6a onder a. van dit artikel: 2.6a.c.1 passend binnen het BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024 voor zover het betrekking heeft op de hoofdstukken 2, 4, 6, 7, 8 van dit beleid en de hardheidsclausule in relatie tot deze hoofdstukken, vermeerderd met
1713059
2.6.d
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij in de besluitvorming:
2.6.d.1
de hoofdstukken 2, 4, 6, 7 of 8 van het BOPAbeleid gemeente Krimpenerwaard 2024 wordt toegepast en de hardheidsclausule in relatie tot deze hoofdstukken
2.6.d.2
de hoofdstukken 3 of 5 van het BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024 wordt toegepast en de hardheidsclausule in relatie tot deze hoofdstukken
2.6.d.3
het bopa-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024 niet wordt toegepast.
2.6a.c.2 passend binnen het BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024 voor zover het betrekking heeft op de hoofdstukken 3 en 5 van dit beleid en de hardheidsclausule in relatie tot deze hoofdstukken, vermeerderd met 2.6a.c.3 niet passend binnen of niet genoemd in het BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024, vermeerderd met 2.25.b.2°.a. passend binnen het BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024 voor zover het betrekking heeft op de hoofdstukken 2, 4, 6, 7, 8 van dit beleid en de hardheidsclausule in relatie tot deze hoofdstukken
3.7.a
b. passend binnen het BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024 voor zover het betrekking heeft op de hoofdstukken 3 en 5 van dit beleid en de hardheidsclausule in relatie tot deze hoofdstukken c. niet passend binnen of niet genoemd in het BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024 3 3.6.a 11 3.6.c een vergunning voor het innemen of hebben 3.7 van een standplaats, bedoeld in artikel 5: 18 van de Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard voor een dag 3.7.a
3.7.b
een week
3.6.a 3.6.c 3.7
1713059
3.7.b
4 15
verlening van een standplaatsvergunning als bedoeld in het Standplaatsenbeleid gemeente Krimpenerwaard overschrijving van een standplaatsvergunning op naam van een ander als bedoeld in Bijlage 2 artikel 18 van het Standplaatsenbeleid gemeente Krimpenerwaard