BIJL5g: BP PO 34a_36_Bijlagen bij toelichting_7 Flora- en faunaonderzoek
Tekst van het document
Colofon Titel
Verkennend Ecologisch Onderzoek Provincialeweg Oost 34a-36 Haatrecht
Status rapport
definitief
Projectnummer
22A011
Datum uitgave
Maart 2022
Samengesteld door
Brigit van Dam, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies
Foto’s
Watersnip Advies
Naam en adres opdrachtgever
Promad B.V. Elzenweg 34 3411 TT Oudewater
Contactpersoon opdrachtgever
dhr. J. van Leersum
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ................................................................................................. 3
2
LOCATIEBESCHRIJVING ............................................................................. 5 2.1 2.2
3
Huidige situatie.............................................................................................5 Plannen .......................................................................................................5
TOETSINGSKADER ..................................................................................... 7 3.1 3.2
Europese richtlijnen .......................................................................................7 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving ................................................................7
3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .................................................................... 7 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................. 10 3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) ..................................................................... 11
4
RESULTATEN ONDERZOEK ....................................................................... 13 4.1 4.2 4.3
Methode .................................................................................................... 13 Flora ......................................................................................................... 13 Fauna ....................................................................................................... 13
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 18 5.1 5.2
6
Vogels ............................................................................................................ 13 Vissen ............................................................................................................ 14 Amfibieën ....................................................................................................... 14 Reptielen......................................................................................................... 15 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................ 15 Vleermuizen .................................................................................................... 15 Overige soorten ............................................................................................... 17
Conclusies en aanbevelingen ........................................................................ 18 Algemene Zorgplicht ................................................................................... 19
BRONNEN................................................................................................ 19
Watersnip Advies
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
Watersnip Advies
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
1 Inleiding De Samenwerking aan de Provincialeweg Oost 34a – 36 is voornemens het bestaande diervoederbedrijf uit te breiden. Naast de bestaande productietoren wordt een tweede toren gebouwd. Aan de westkant wordt het bestaande gebouw verhoogd. Daarnaast zal ook het aangrenzende tuincentrum Welkoop een nieuwe entree krijgen. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: • Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming -Wnb). • Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden.
Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; • Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (eveneens toetsing Wet Natuurbescherming); • Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Omgevingsbeleid, Compensatiebeginsel Natuur, Recreatie en Landschap). Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en veldonderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In februari 2022 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied.
Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Tevens worden enige aanbevelingen gedaan t.b.v. de biodiversiteit.
Watersnip Advies
3
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
Conclusies en aanbevelingen In onderstaand schema volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen uit hoofdstuk 5. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied.
Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen - Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening §3.2.3 Soortgroep H.4 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5
Flora §4.2 Jaarrond beschermde nesten §4.3.1 Vissen §4.3.2 Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7 Soortgroep H.4 Amfibieën §4.3.3
Watersnip Advies
Gevolgen Uit de Aerius-berekening is gebleken dat er geen sprake is van stikstofdepositie in de gebruiksfase. Nee Nee Nee
Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bunzing, Egel, Haas en Hermelijn, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.
4
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
2 Locatiebeschrijving 2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt in het kilometervak met de Amersfoortse coördinaten: 115,447. Binnen het plangebied bevindt zich de veevoederfabriek van ‘De Samenwerking’, het kantoor en een filiaal van tuincentrum Welkoop. De fabriek bestaat uit een grote loods voor de opslag van veevoer en een productietoren waar veevoer gemaakt wordt. De toren heeft een fundering van beton en bakstenen. Vanaf ongeveer 3 à 4 meter hoogte bestaat het bebouw uit metalen damwanden. De loods bestaat uit een betonnen fundering met metalen damwanden. Ook de het gebouw van de Welkoop is op vergelijkbare manier opgebouwd. In het dak van de loods 447 bevinden zich grote dakramen over de gehele breedte van het gebouw. In het dak van de toren zit ook een dakraam. De platte daken van de 116 gebouwen zijn voorzien van bitumen. Aan de Figuur 1: Plangebied (rode contour) zuidkant van de Welkoop bevindt zich het kantoor van De Samenwerking en een woonhuis. Deze vallen buiten het waar werkzaamheden plaatsvinden. Het terrein om de fabriek en de Welkoop bestaat uit verharding van betonplaten en klinkers. Het terrein is geschikt voor gebruik door vrachtverkeer en auto’s. Het plangebied wordt aan de west- en oostkant begrensd door buurpercelen met o.m. braakliggend land en bosschages. Aan de noordkant van het plangebied loopt de Hollandse IJssel. Aan de zuidkant loopt de Provinciale weg de N228.
Aan de noordkant langs de Hollandse IJssel staat bij de ingang van de Welkoop een grote notenboom. Verder is er zeer weinig groen aanwezig binnen het plangebied. 2.2
Plannen
De Samenwerking aan de Provincialeweg Oost 34a – 36 is voornemens het bestaande diervoederbedrijf uit te breiden. Naast de bestaande productietoren aan de oostkant wordt een tweede toren gebouwd. Aan de westkant wordt het bestaande gebouw verhoogd. Daarnaast zal ook het aangrenzende tuincentrum een nieuwe entree krijgen. Er worden voor de uitbreiding geen bomen gekapt. Figuur 2: Gewenste uitbreiding
Watersnip Advies
5
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
Figuur 3: Buitenkant van de voederfabriek
Figuur 4: Binnenkant van de voederfabriek
Figuur 5: Machines in de productietoren
Figuur 6: Buitenkant de Welkoop – locatie nieuwe entree
Watersnip Advies
6
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
3 Toetsingskader 3.1
Europese richtlijnen
Binnen de Europese Unie vormen de Natura 2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. De richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017. 3.2
Landelijk natuurbeleid- en wetgeving
3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura 2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura 2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura 2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Stikstofdepositie Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. In mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit programma niet meer gebruikt mag worden. In Provincie Zuid-Holland is afhankelijk van de omvang van het initiatief een stikstofdepositieberekening nodig.
Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht geworden. Hierin worden resultaatverplichtingen voor stikstofreductie genoemd voor 2025, 2030 en 2035. Tevens is er een bouwvrijstelling. Deze geldt voor bouw,- aanleg en sloopactiviteiten. De vrijstelling is niet geldig voor de gebruiksfase van de nieuwbouw en/of nieuw aanleg. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (Wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (Wnb- andere soorten).
Watersnip Advies
7
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen.
Het tijdig integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag mogelijk voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 7). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.
Figuur 7: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)
Watersnip Advies
8
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht.
Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied (zie figuur 8). Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied Broekvelden-Vettenbroek ligt 1,4km ten noordwesten van het plangebied. Natura2000-gebied Nieuwkoopse plassen & De Haeck ligt op meer dan 10km afstand van het plangebied. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ zijn: Kleine Zwaan, Krakeend, Slobeend en Smient.
Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura 2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient, Krakeend en Slobeend foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura 2000-gebied. Binnen het plangebied is gecultiveerd en het ontbreekt aan geschikt foerageergebied, zoals open graslanden en moerasachtige situaties. Het plangebied is daardoor niet geschikt voor deze soorten als foerageergebied. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura 2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde. Watersnip Advies
9
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. Stikstofdepositie Voor de uitbreiding van de voederfabriek en van de Welkoop is een Aerius-berekening van de gebruiksfase uitgevoerd door Stalbouw.nl. Hierbij is de stikstofemissie voor de nieuwbouw berekend. Het programma Aerius rekent alle (Natura2000-)gebieden door waar een mogelijk effect op kan zijn. Hieronder volgt een korte samenvatting. Voor meer informatie zie meegestuurde stukken van Stalbouw.nl. In de gebruiksfase heeft de uitbreiding plaatsgevonden en wordt deze gebruikt. In de berekening wordt uitgegaan van licht verkeer, zoals personenauto’s en bestelbusjes en zwaar verkeer, zoals vrachtwagens. Hooguit 2 keer per week worden grondstoffen geleverd door een schip over de Hollandse IJssel. Door de beoogde plannen zal het aantal verkeersbewegingen niet wijzigen. Tevens wordt in de gebruiksfase gebruik gemaakt van de Cv-ketel. De grenswaarde voor de uitstoot van stikstof is 0,00 mol/ha/jr. De effecten worden doormiddel van de Aerius-berekening inzichtelijk gemaakt.
Voor het gebied BroekveldenVettenbroek & polder Stein zijn eigen rekenpunten doorgerekend, omdat dit gebied volgens het rekenprogramma geen stikstofgevoelige habitattypen heeft. Uit de berekening (zonder de eigen punten) is gebleken dat het gebruik van de uitbreiding geen stikstofdepositie oplevert die boven deze grenswaarde uitkomt. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de plannen voor de uitbreiding van de fabriek en het tuincentrum niet zullen leiden tot een significant negatief effect op de omliggende beschermde gebieden, te weten ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ en ‘Nieuwkoopse plassen & De Haeck’. N.B. Indien uitgegaan wordt van de eigen rekenpunten voor Natura2000-gebied BroekveldenVettenbroek & polder Stein is er wel sprake van enig emissie. 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt.
De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden; • bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Watersnip Advies
10
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied (zie figuur 8). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de uitbreiding van het bedrijf zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.
Figuur 8: Ligging beschermde gebieden t.o.v. het plangebied (stip) (bron: www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl)
3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden. In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de Omgevingswet die eind 2022 in werking treedt. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening.
Watersnip Advies
11
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En ook is het doel een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie te realiseren. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan. GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld. Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); • de belangrijke weidevogelgebieden; • de recreatiegebieden om de stad; • strategische reservering natuur; • de karakteristieke landschapselementen. Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig.
Toetsing Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland Bovenstaande elementen zijn in en rond het plangebied niet aanwezig (figuur 8). Er zal daardoor geen schade ontstaan door de geplande werkzaamheden.
Watersnip Advies
12
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
4 Resultaten onderzoek 4.1
Methode
Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Soorten die op een afstand van 0 tot 1km zijn waargenomen, worden in dit rapport behandeld. Indien relevant worden soorten op een afstand van 1 tot 5km ook genoemd. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op vrijdag 25 februari 2022 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Hierbij is ook het dak geïnspecteerd op nesten en openingen langs de dakrand. 4.2
Flora
Nabij de entree van de Welkoop staat een grote Notenboom langs de oever van de Hollandse IJssel. Tevens staan er enkele jonge knotwilgen op het parkeerterrein van de Welkoop. Verder zijn er binnen het plangebied geen bomen of planten aangetroffen. Het plangebied is volledig verhard met betonplaten en klinkers. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3
Fauna
4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Kauw en Houtduif. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Er zijn geen broedende vogels aangetroffen, omdat de inventarisatie buiten het broedseizoen is uitgevoerd. Ook zijn er geen oude nesten aangetroffen op het dak van de fabriek. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende
Watersnip Advies
Figuur 9: Dak van de productietoren
13
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. De Gierzwaluw en Huismus zijn voor hun nesten afhankelijk van daken met dakpannen en eventueel bakstenen muren met gaten en/of kieren. Deze zijn binnen het plangebied aangetroffen. De bebouwing met de metalen damwandenstructuur zijn niet geschikt als broedlocatie voor de Gierzwaluw en Huismus. De aanwezigheid van nesten van deze soorten kan worden uitgesloten. Het plangebied is niet geschikt voor andere vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals roofvogels en uilensoorten. De cultuurdruk binnen het plangebied is te hoog om geschikt te zijn als leefgebied voor roofvogels en uilen. Tevens zijn er geen geschikte bomen binnen het plangebied aanwezig. De aanwezigheid van nesten van roofvogels en/of uilen kan worden uitgesloten. 4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde vissoorten voorkomen in de directe omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied is geen water aanwezig. Er vinden geen werkzaamheden plaats in de Hollandse IJssel.
Figuur 10: Dak van de Welkoop
Figuur 11: Aanlegplaats langs de Hollandse IJssel
4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Er kan aangenomen worden dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad en Kleine watersalamander (allen Wnb-andere soorten) voorkomen in en rond het plangebied (01km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Zuid-Holland. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Heikikker (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en Rugstreeppad (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De Heikikker komt voor in o.a. vochtige heidegebieden en hoog- en laagveengebieden. Hij geeft de voorkeur aan schrale omstandigheden. Voor de voortplanting is hij afhankelijk van ondiep zuur (pH 4 – 5,5) water met oevervegetatie. Verder moet er voldoende ruige en structuurrijke vegetatie aanwezig zijn waar deze kikker kan schuilen tegen predatoren. Het gewenst schrale, voedselarme habitat voor de Heikikker is niet aanwezig binnen het cultuurlijke plangebied. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
Watersnip Advies
14
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Ook overgangen in het landschap als dijktaluds en de grenzen tussen bovenland en droogmakerij vindt de Rugstreeppad aantrekkelijk als leefgebied. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. Deze zijn binnen het plangebied niet aanwezig. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. Ook deze zijn niet aangetroffen binnen het plangebied. Het plangebied is door zijn hoge cultuurdruk niet geschikt als leefgebied voor de Rugstreeppad. Op het moment dat er binnen het plangebied hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen en regenwater kan stagneren, wordt het gebied mogelijk wel aantrekkelijk als voortplantings- en overwinteringsgebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie. 4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen.
Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de beschermde Ringslang (Wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied. De Ringslang is een watergebonden soort. Deze soort heeft rijk begroeide oevers nodig om in te jagen en om zich te kunnen verschuilen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van broeihopen van takken, stro en bladeren. Er is binnen het plangebied geen geschikt leefgebied voor de Ringslang aanwezig. Het ontbreekt er aan rijk begroeide oevers en takkenbossen. De aanwezigheid van de Ringslang binnen het plangebied kan worden uitgesloten. 4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere zoogdiersoorten voorkomen in en rond het plangebied, zoals Bunzing, Egel, Haas en Hermelijn (allen Wnb-andere soorten) (0-1km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming in de provincie Zuid-Holland. Uit de bureaustudie blijkt dat er geen andere beschermde zoogdiersoorten voorkomen binnen het plangebied. Het plangebied is ook niet geschikt voor beschermde zoogdieren door de afwezigheid van geschikt leefgebied met bomen en andere vegetatie. De aanwezigheid van beschermde zoogdieren kan worden uitgesloten.
4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (Wnb-hrl). Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis (0-1km), Gewone grootoorvleermuis, Meervleermuis en Rosse vleermuis (15km). Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Watersnip Advies
15
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
Figuur 12: Detail dakrand en wanden van de fabriek
Figuur 13: Detail dak en wanden van de Welkoop
Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Het gebouw van de fabriek is door de constructie van de muren met metalen damwanden niet geschikt als verblijfplaats van gebouwbewonende vleermuissoorten. Er zijn geen spouwmuren aanwezig en het dak is plat. De wanden hebben geen gaten die toegang bieden tot een beschutte binnenruimte, zoals een spouw. De dakranden zijn uitvoerig geïnspecteerd op kieren of openingen. In het dak van de toren en de loods bevinden zich dakramen waardoor veel daglicht naar Figuur 14: Inspectie van de dakrand binnen komt. Hierdoor het gebouw te licht voor vleermuizen. Daarnaast is er door de productie van veevoer veel herrie en onrust in het gebouw. De productie van het veevoer gaat dag en nacht door, zeven dagen per week. Ook het gebouw van de Welkoop is door de constructie van de muren met damwanden niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn geen kieren in de wanden die toegang bieden tot een beschutte spouw of dakconstructie. De aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuissoorten kan worden uitgesloten. Binnen het plangebied staat alleen een grote Notenboom. Deze boom heeft geen gaten of scheuren die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. Deze boom blijft ook behouden.
De knotwilgen zijn te jong en dun om geschikt te zijn als verblijfplaats. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten kan worden uitgesloten. Het plangebied is niet geschikt als foerageergebied door de afwezigheid van voldoende bomen en ander opgaand groen. De geplande werkzaamheden zullen geen schade veroorzaken aan de gunstige staat van instandhouding van de verschillende populaties vleermuizen.
Watersnip Advies
16
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
4.3.7 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten voorkomen in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied is door de afwezigheid van geschikt leefgebied niet geschikt voor beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten. Deze soorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied.
Figuur 15: Slagenlandschap ten zuiden van het plangebied
Watersnip Advies
17
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied. In de onderste tabel staan de soortgroepen die aanvullende maatregelen vereisen. 5.1
Conclusies en aanbevelingen
Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen - Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening §3.2.3 Soortgroep H.4 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5
Flora §4.2 Jaarrond beschermde nesten §4.3.1 Vissen §4.3.2 Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7 Soortgroep H.4 Amfibieën §4.3.3
Watersnip Advies
Gevolgen Uit de Aerius-berekening is gebleken dat er geen sprake is van stikstofdepositie in de gebruiksfase. Nee Nee Nee
Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bunzing, Egel, Haas en Hermelijn, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.
18
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
5.2
Algemene Zorgplicht
Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. In het kader van de zorgplicht en om de biodiversiteit te vergroten wordt geadviseerd om aan het kantoor en/of de woning enkele vleermuiskasten te hangen, zoals verkrijgbaar in de Welkoop. In de Notenboom langs het water kan een nestkastje voor de Koolmees of Winterkoning gehangen worden. Tevens kan hier een bijenhotel opgehangen worden.
Watersnip Advies
19
22A011 VEO Provincialeweg Oost 34a-36
6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Zuid-Holland 1:25.000, Landsmeer 2012 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 5 november 2018 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Norren, E. van, J. Dekker en H. Limpens, 2020. Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Rapport 2019.026. Zoogdiervereniging, Nijmegen 6. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, Vleermuisprotocol 2021, januari 2021 7. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsvisie, Omgevingsbeleid Zuid-Holland, gewijzigd ontwerp, 22 januari 2019 8. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsverordening Zuid-Holland, 22 februari 2019 9. Provincie Zuid-Holland, Visie Ruimte en Mobiliteit, geconsolideerd, in werking per 19 januari 2018 tot 1 april 2019 10. '© NDFF - quickscanhulp.nl 21 februari 2022
Geraadpleegde internetsites: 11. www.rijksoverheid.nl 12. www.bij12.nl 13. www.regelink.net 14. www.ravon.nl 15. www.vleermuis.net 16. www.zuid-holland.nl 17. www.zoogdiervereniging.nl 18. www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ 19. www.arcgis.com/home/webmap/viewer.html 20. www.waarneming.nl
Watersnip Advies
20
Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info 1