BIJL5c: BP PO 34a_36_Bijlagen bij toelichting_3 Watervergunning 22aug24
Tekst van het document
WATERVERGUNNING Voor het uitvoeren van diverse activiteiten bij een watergang en waterkering op de locatie nabij Provincialeweg Oost 34a in Haastrecht. Zaaknummer 386383 Datum
22-08-2024
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 AANVRAAG, PLICHTEN EN BESLUIT..........................................................3 1.1 Aanvraag...............................................................................................................................3 1.2 Plichten..................................................................................................................................3 1.3 Besluit....................................................................................................................................4 HOOFDSTUK 2 VOORSCHRIFTEN..........................................................................................5 2.1 Geldigheid vergunning..........................................................................................................5 2.2 Activiteiten en maatregelen...................................................................................................5 2.3 Algemene verplichtingen.......................................................................................................8 HOOFDSTUK 3 OVERWEGINGEN...........................................................................................9 3.1 Beschrijving activiteiten en lokale omstandigheden..............................................................9 3.2 Toetsingskader en
beleid......................................................................................................9 3.3 Toetsing op mogelijke gevolgen..........................................................................................10 3.4 Belangenafweging...............................................................................................................10 3.5 Conclusie.............................................................................................................................11 HOOFDSTUK 4 PROCEDURE.................................................................................................12 4.1 Gevolgde procedure voor de vergunningaanvraag.............................................................12 4.2 Beslistermijn........................................................................................................................12 4.3 Bezwaar...............................................................................................................................12 4.4 Voorlopige voorziening........................................................................................................12 HOOFDSTUK 5 INFORMATIE.................................................................................................13 5.1
Aandachtspunten................................................................................................................13 5.2 Andere benodigde vergunningen en toestemmingen..........................................................13 5.3 Afschriften............................................................................................................................13 BIJLAGE 1 BEGRIPSBEPALINGEN.......................................................................................14 BIJLAGE 2 TEKENINGEN EN ANDERE DOCUMENTEN......................................................15 BIJLAGE 3 ZORGPLICHT.......................................................................................................16 BIJLAGE 4 OVERZICHT KLEIKLASSEN WATERKERINGEN..............................................18
Watervergunning
2/19
HDSR386383
HOOFDSTUK 1
AANVRAAG, PLICHTEN EN BESLUIT
1.1 Aanvraag Dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden hebben een vergunningaanvraag ontvangen voor het uitvoeren van diverse activiteiten op de locatie nabij Provincialeweg Oost 34c in Haastrecht. Het betreft de volgende activiteiten: het aanbrengen van een stalen damwand; het aanleggen van een nieuwe groene waterkering; het dempen van een tertiaire watergang (draaikom); het verbreden van een primaire watergang (Gekanaliseerde Hollandsche IJssel); het aanleggen van een natuurvriendelijke oever; het verrichten van handelingen aan een vaarweg. De aanvraag is: gedateerd op 19 december 2023 en heeft als kenmerk OLO 8184307; ingekomen op 19 december 2023 en ingeboekt onder zaaknummer 386383. Vanwege de complexiteit van de aanvraag heeft het waterschap de proceduretermijn tweemaal met zes weken en een derde keer met bijna drie weken verlengd. De aanvrager is op 12 maart 2024 schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat de aanvraag nog onvoldoende gegevens of bescheiden bevat om deze in behandeling te kunnen nemen. Op grond van artikel 4:5 Awb is de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende gegevens of bescheiden voor 22 april 2024 aan de aanvraag toe te voegen.
Op 18 april 2024 heeft de aanvrager een verzoek tot uitstel ingediend om de termijn te verlengen tot en met 16 juni 2024, omdat de gevraagde gegevens op dit moment nog niet gereed zijn. Het waterschap is hiermee akkoord gegaan. De ontbrekende gegevens zijn op 13 juni 2024 ontvangen. Op 8 en 22 augustus 2024 zijn op verzoek van het waterschap gewijzigde tekeningen aangeleverd. De aanvraag voldoet aan de vereisten voor het aanvragen van een watervergunning als vastgelegd in de Regeling met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (Waterregeling).
1.2 Plichten Voor de uit te voeren activiteiten gelden op basis van hoofdstuk 3 van de Keur onderstaande plichten. Vergunningplicht en zorgplicht Op grond van artikel 3.3 van de Keur geldt voor de uit te voeren activiteiten een vergunningplicht. Daarnaast geldt voor deze activiteiten een zorgplicht. De vergunning is dus voor alle uit te voeren activiteiten van toepassing. Daarnaast vindt u in Bijlage 3 meer informatie over de zorgplicht.
Watervergunning
3/19
HDSR386383
1.3 Besluit Dijkgraaf en hoogheemraden besluiten, op grond van de bepalingen van de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling, de Keur, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de in hoofdstuk 3 van deze vergunning vermelde overwegingen, 1.
2. 3.
Vergunning te verlenen, als bedoeld in artikel 3.3 van de Keur, voor het uitvoeren van diverse activiteiten op de locatie nabij Provincialeweg Oost 34c in Haastrecht. Het betreft de volgende activiteiten: a. het aanbrengen van een stalen damwand als vervangende overige waterkering; b. het aanleggen van een nieuwe groene waterkering; c. het dempen van een tertiaire watergang (draaikom); d. het verbreden van een primaire watergang (Gekanaliseerde Hollandsche IJssel); e. het aanleggen van een natuurvriendelijke oever langs een primaire watergang; f. het verrichten van handelingen aan een vaarweg. Het voor onbepaalde tijd behouden van de werken, waarvoor deze vergunning is verleend. De in hoofdstuk 2 opgenomen voorschriften, paragraaf 1.1, de hoofdstukken 3 en 4 en de bijlagen 1, 2 en 4 deel te laten uitmaken van de vergunning.
Voor een toelichting op de in deze vergunning vermelde begrippen wordt verwezen naar bijlage 1. Dijkgraaf en hoogheemraden, namens hen,
Digitaal ondertekend door A.W. van de Ruit op 22-08-2024
A.W. van de Ruit Teamleider Vergunningverlening
Watervergunning
4/19
HDSR386383
HOOFDSTUK 2 2.1
VOORSCHRIFTEN
Geldigheid vergunning
Voorschriften 1 Termijnen 1.1 Deze vergunning vervalt van rechtswege indien niet binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden gestart is. 1.2
De werkzaamheden dienen binnen 36 maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning te zijn afgerond.
2.2
Activiteiten en maatregelen
Voorschriften 2 Oppervlaktewater 2.1 Tijdens de uitvoering van de werken mag de doorstroming van het oppervlaktewater niet worden gestremd of belemmerd. Voorschriften 3 Waterkering 3.1 In alle fasen van het werk dient een waterkering aanwezig te zijn met een minimale hoogte van N.A.P. 1,40 meter. 3.2
Alle ontgravingen blijven tot een minimum beperkt. Direct na het gereedkomen van de werken of onderdelen daarvan, waarvoor de ontgraving nodig was, wordt de ontgraving aangevuld met de uitkomende grond, in omgekeerde volgorde van ontgraving, in lagen van maximaal 0,30 meter dik, waarbij elke laag afzonderlijk wordt verdicht.
3.3
De grond verkrijgt ter plaatse zoveel mogelijk dezelfde samenstelling, opbouw en draagkracht als voor de graafwerkzaamheden het geval was. Hiertoe dient de uitkomende grond in omgekeerde volgorde van de ontgraving worden teruggelegd.
3.4
Bij grondtekorten wordt binnen de zone waterstaatswerk de buitenste 0,50 meter van de waterkering afgewerkt met klei van erosiebestendigheidsklasse 2 (zie bijlage 4), waarbij wordt aangevuld in lagen van maximaal 0,30 meter dik. Elke laag wordt afzonderlijk verdicht.
3.5
De oorspronkelijke erosiebestendige bekleding van de waterkering moet na de werkzaamheden volledig hersteld worden, goed aansluitend op de bestaande bekleding/verharding.
3.6
Opgenomen graszoden moeten worden teruggelegd. Bij het ontbreken van geschikte graszoden moet de waterkering worden ingezaaid met een soortenrijk graszaadmengsel / dijkgraszaadmengsel (bijvoorbeeld BG3 of D2; 40 gram zaad per vierkante meter), zodat een erosie bestendige grasmat ontstaat.
3.7
Als het vanwege het seizoen niet mogelijk is de erosiebestendige grasmat te herstellen, worden tijdelijke maatregelen getroffen om de erosiebestendigheid van de waterkering te waarborgen. Zodra het groeiseizoen is aangebroken wordt dan alsnog een erosiebestendige grasmat aangelegd.
3.8
Bij een weersverwachting van langdurige vorst, langdurige droogte of langdurige regen en bij een periode van hoog water, mogen geen werkzaamheden plaatsvinden in of nabij waterkeringen.
3.9
De vergunninghouder treft op aanwijzing van het waterschap al die maatregelen die nodig zijn om het waterkerend vermogen te waarborgen. Dit zou in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij extreem hoog water) kunnen betekenen dat de werkzaamheden tijdelijk moeten worden gestaakt.
Watervergunning
5/19
HDSR386383
Voorschriften 4 Aanbrengen van een stalen damwand als vervangende waterkering 4.1 De bovenzijde van de te plaatsen damwand heeft een hoogte van NAP +1,55 meter. 4.2
De damwand is van een solide constructie en wordt zonodig stevig verankerd, zodat voorover wijken geheel is uitgesloten.
4.3
De damwand wordt in een rechte lijn en waar mogelijk strak tegen de oever geplaatst conform tekening in bijlage 2.
4.4
De damwand wordt zodanig op de bestaande oever(bescherming) aangesloten, dat uitspoeling of afkalving van de oever wordt voorkomen. Indien er toch uitspoeling of afkalving van de oever optreedt dan wordt dit hersteld.
4.5
De damwand is gronddicht, hetgeen betekent dat er geen grond achter de damwand kan uitspoelen. Indien er toch grond achter de damwand uitspoelt wordt dit direct hersteld.
4.6
De damwand is niet waterdicht.
4.7
De damwand wordt voldoende diep in de bodem van de watergang aangelegd, zodat deze bij het uitvoeren van onderhouds- en baggerwerkzaamheden tot de vaste bodem, zijn grondkerende functie behoudt en niet bezwijkt.
4.8
De damwand wordt onderhouden door de vergunninghouder totdat de onderhoudsplicht in de Legger anders is vastgelegd.
4.9
De damwand wordt in goede staat onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen van de damwand, het talud en/of maaiveld direct moeten worden hersteld, al dan niet op aanzeggen van het waterschap.
Voorschriften 5 Aanleggen van een nieuwe groene waterkering 5.1 In alle fasen van het werk dient een waterkering aanwezig te zijn met een minimale hoogte van N.A.P. +1,40 meter. Dat betekent dat het deel van de waterkering dat komt te vervallen pas mag worden afgegraven als de nieuwe waterkering gereed is. 5.2
De nieuwe groene waterkering heeft een aanleghoogte van minimaal N.A.P. +1,60 meter en wordt aangelegd conform tekening in bijlage 2.
5.3
De nieuwe waterkering sluit vloeiend aan op de bestaande groene waterkering en de gerealiseerde damwand.
5.4
Ter plaatse van de aansluiting van de nieuwe waterkering op de bestaande waterkering wordt de grond voorbewerkt door middel van een trapsgewijze inkassing met treden waarvan zowel de diepte als hoogte tussen de 0,30 en 0,50 meter is.
5.5
Voordat de klei van de nieuwe waterkering wordt aangebracht, wordt de bestaande grasmat verwijderd en de grond voorbewerkt door middel van een trapsgewijze inkassing met treden waarvan de diepte tussen de 0,30 en 0,50 meter is.
5.6
De nieuwe waterkering wordt afgewerkt conform de voorschriften onder het kopje Voorschriften 3.
Watervergunning
6/19
HDSR386383
Voorschriften 6 Dempen van een tertiaire watergang 6.1 Er wordt niet meer dan 109 m2 oppervlaktewater gedempt. 6.2
De watercompensatie wordt uiterlijk 4 maanden na de demping gerealiseerd, tenzij hierover met het waterschap aanvullende afspraken worden gemaakt.
6.3
Het aanbrengen van grond vindt plaats met klei in lagen van maximaal 0,30 meter dik, waarbij elke laag afzonderlijk wordt verdicht.
6.4
Bij het dempen van de watergang wordt een eventuele sliblaag eerst verwijderd voordat wordt aangevuld.
6.5
Bij het dempen van een watergang voorkomt vergunninghouder dat baggerspecie uit de te dempen watergang in het resterende deel van de watergang terecht komt. Indien er toch baggerspecie in het resterende deel van de watergang terecht komt wordt dit verwijderd.
Voorschriften 7 Verbreden van een primaire watergang 7.1 Als compensatie van de demping wordt minimaal 109 m2 aan oppervlaktewater gegraven. 7.2
Als compensatie wordt de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel op twee locaties verbreed conform tekening in bijlage 2.
7.3
Bij het graven van oppervlaktewater moeten er zodra een zandlaag wordt aangesneden, altijd maatregelen worden getroffen om kwel of wegzijging te voorkomen. Indien er toch kwel of wegzijging optreedt dan moeten maatregelen worden getroffen om de kwel of wegzijging te verhelpen.
7.4
Het gegraven oppervlaktewater wordt onderhouden door de vergunninghouder totdat de onderhoudsplicht in de Legger anders is vastgelegd.
Voorschriften 8 Aanleggen natuurvriendelijke oever 8.1 De natuurvriendelijke oever wordt aangelegd conform tekening in bijlage 2. 8.2
De natuurvriendelijke oever is voldoende stabiel, zodat uitspoeling in het doorstroomprofiel van de watergang wordt voorkomen. Indien er toch uitspoeling in het doorstroomprofiel van de watergang ontstaat wordt dit hersteld.
8.3
De onderwaterbeschoeiing wordt buiten het doorstroomprofiel van de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel geplaatst, zodat de vaarweg niet wordt versmald of belemmerd.
8.4
De onderwaterbeschoeiing wordt (met bijvoorbeeld markeringspalen) verklikt, op een zodanige wijze dat deze duidelijk zichtbaar zijn en blijven vanaf het water.
8.5
De natuurvriendelijke oever wordt onderhouden door de vergunninghouder totdat de onderhoudsplicht in de Legger anders is vastgelegd.
8.6
De natuurvriendelijke oever wordt zodanig onderhouden dat verlanden wordt tegengegaan. Dit onderhoud houdt onder andere in: maaien, het verwijderen van houtgewassen en periodiek op de oorspronkelijke diepte terugbrengen van de watergang.
Watervergunning
7/19
HDSR386383
2.3
Algemene verplichtingen
Voorschriften 9 Werkplan met fasering 9.1 Minimaal vier weken voor de start van de werkzaamheden wordt een werkplan met fasering van de uit te voeren werkzaamheden ter goedkeuring ingediend bij het waterschap. De werkzaamheden mogen pas worden gestart als het werkplan is goedgekeurd door het waterschap. 9.2
In het werkplan moet minimaal een fasering worden opgenomen met stoppunten. Deze stoppunten betreffen minimaal de demping van de watergang, het aanbrengen van de stalen damwand, het aanleggen van de nieuwe groene waterkering en het aanleggen van de natuurvriendelijke oever.
Voorschriften 10 Melden 10.1 Minimaal twee weken voor de start van de werkzaamheden wordt door de vergunninghouder een afspraak ingepland met de toezichthouder van het waterschap om de uit te voeren werkzaamheden af te stemmen. Dit kan via vhpost@hdsr.nl onder vermelding van het zaaknummer HDSR 386383. 10.2
Minimaal twee weken voor een stoppunt wordt door de vergunninghouder een afspraak ingepland met de toezichthouder van het waterschap, zodat de toezichthouder het uitgevoerde werk kan beoordelen.
10.3
Minimaal twee weken voor de eindoplevering wordt door de vergunninghouder een afspraak ingepland met de toezichthouder van het waterschap, zodat de toezichthouder het uitgevoerde werk kan beoordelen.
Voorschriften 11 Activiteiten en hulpconstructies 11.1 Vergunningplichtige activiteiten worden uitgevoerd overeenkomstig de document(en) in bijlage 2 van deze vergunning. 11.2
Hulpconstructies en/of hulpwerken mogen alleen toegepast worden na goedkeuring van het waterschap.
11.3
Direct nadat de werken voltooid zijn, worden alle daarbij gebruikte werktuigen, materialen en (hulp)werken opgeruimd en afgevoerd. Dit geldt ook voor de resterende (niet-gebruikte) materialen en het afval.
Voorschriften 12 Beheer en onderhoud 12.1 De op grond van deze vergunning aanwezige werken moeten doelmatig functioneren en in goede staat van onderhoud verkeren. Voorschriften 13 Onvoorziene omstandigheden 13.1 Als ten gevolge van een calamiteit of bijzondere omstandigheden niet aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan en/of schade ontstaat aan waterstaatkundige voorzieningen en/of verstoring van de waterhuishouding plaats vindt, wordt dit direct gemeld aan het waterschap. De aanwijzingen van het waterschap moeten direct worden opgevolgd.
Watervergunning
8/19
HDSR386383
HOOFDSTUK 3 3.1
OVERWEGINGEN
Beschrijving activiteiten en lokale omstandigheden
Voor het uitvoeren van diverse activiteiten op de locatie nabij Provincialeweg Oost 34c in Haastrecht worden de volgende activiteiten uitgevoerd: het aanbrengen van een stalen damwand; het aanleggen van een nieuwe groene waterkering; het dempen van een tertiaire watergang (draaikom); het verbreden van een primaire watergang (Gekanaliseerde Hollandsche IJssel); het aanleggen van een natuurvriendelijke oever; het verrichten van handelingen aan een vaarweg. De activiteiten vinden deels plaats in de zone waterstaatswerk van een overige waterkering en deels in de kernzone van een primaire watergang. De primaire watergang is ook een vaarweg.
3.2
Toetsingskader en beleid
Toetsingskader De Waterwet omschrijft in artikel 2.1 de algemene doelstellingen die richtinggevend zijn bij de uitvoering van het waterbeheer: a. voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Deze doelstellingen vormen in onderlinge samenhang het toetsingskader bij vergunningverlening. Een vergunning moet wegens artikel 6.21 van de Waterwet worden geweigerd voor zover verlening daarvan niet verenigbaar is met de doelstellingen, zoals bedoeld in artikel 2.1 en 6.11 van de Waterwet. De doelstellingen zijn geconcretiseerd via normen en beleid ten aanzien van veiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en maatschappelijke functievervulling door watersystemen. De uitwerking hiervan vindt plaats in de Waterwet, in de Keur, in aanvullende regelgeving, in het Waterbeheerprogramma op grond van hoofdstuk 4 van de Waterwet en in beleidsregels. De vastgestelde normen en het beleid zijn richtinggevend bij de toetsing of een aangevraagde activiteit verenigbaar is met de doelstellingen voor het waterbeheer.
Beleid Bij het verlenen van deze vergunning is rekening gehouden met de volgende beleidsdocumenten: het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 ‘Stroomopwaarts’, vastgesteld door het algemeen bestuur op 8 april 2022; beleidsregels op grond van de Keur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018, vastgesteld door het college op 5 februari 2019, wijzigingen vastgesteld door het college op 20 december 2022; de Beleidsvisie Waterkeringen, vastgesteld door het algemeen bestuur op 17 december 2014.
Watervergunning
9/19
HDSR386383
3.3
Toetsing op mogelijke gevolgen
Toetsing watergangen Een aanvraag voor vergunningplichtige activiteiten in of nabij watergangen wordt getoetst op één of meerdere van onderstaande aspecten, afhankelijk van of ze beïnvloed worden door de uit te voeren activiteiten: effect op bergingscapaciteit watergang; effect op doorstroomcapaciteit watergang; effect op waterkwaliteit; effect op ecologie; effect op mogelijkheid van doelmatig onderhoud watergang; faciliteren scheepvaart; vervulling van maatschappelijke functies. Toetsing waterkeringen Een aanvraag voor vergunningplichtige activiteiten in of nabij waterkeringen wordt getoetst op één of meerdere van onderstaande aspecten, afhankelijk van of ze beïnvloed worden door de uit te voeren activiteiten: effect op kerende hoogte; effect op stabiliteit; effect op de erosiebestendigheid; effect op mogelijkheid voor doelmatig uitvoeren van onderhoud en inspectie; profiel van vrije ruimte voor toekomstige dijkverbetering; periode van uitvoeren van activiteiten; verwijderbaarheid van vergund object; buiten gebruik stelling van object.
3.4
Belangenafweging
Aanvrager wil de activiteiten uitvoeren vanwege het realiseren van extra landoppervlakte achter de bedrijfsinrichting aan de Provincialeweg Oost 34a in Haastrecht. Hiervoor is het nodig om een damwand te plaatsen, een tertiaire watergang (draaikom) te dempen en een deel van de overige waterkering te verleggen. Belang van het waterschap is een veilige waterkering in alle fasen van het werk, het behoud van waterberging en het doelmatig kunnen uitvoeren van onderhoud aan de groene waterkering. Een veilige waterkering De activiteiten worden uitgevoerd in een overige waterkering, welke deels ook wordt verplaatst. In de voorschriften is opgenomen dat in alle fasen van het werk een waterkering met een minimale hoogte van N.A.P. 1,40 meter aanwezig moet zijn. Daarnaast is voor de nieuwe groene waterkering, i.v.m. optredende zetting, voorgeschreven dat deze een minimale aanleghoogte van N.A.P. 1,60 meter krijgt. Hiermee wordt dit belang voldoende gewaarborgd. Dempen en compensatie Door het plaatsen van circa 46 meter nieuwe damwand wordt de oever van de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel rechtgetrokken. Gelijktijdig wordt hiermee een tertiaire watergang (draaikom) van circa 109 m2 gedempt. Deze demping wordt gecompenseerd middels het op twee locatie verbreden van de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel. Hiermee ontstaat een oppervlak van in totaal 239 m2 (26 m2 + 213 m2).
Hiermee gaat er geen waterberging verloren. Hiermee is het belang van het waterschap voldoende geborgd. Watervergunning
10/19
HDSR386383
Het doelmatig uitvoeren van onderhoud en inspectie Daarnaast wordt er een nieuwe groene waterkering met een natuurvriendelijke oever aangelegd. Hiervoor wordt de huidige oever afgegraven (zie onder dempen en compensatie). Voor het onderhouden van de natuurvriendelijke oever zijn voorschriften opgenomen in de vergunning. Ook maken de damwand en de nieuw aan te leggen groene waterkering deel uit van de bestaande (groene) overige waterkering. Dit betekent dat deze regelmatig gecontroleerd moeten worden op o.a. zetting. Indien nodig moet deze dan weer op hoogte gebracht worden. Voor het afwerken van het maaiveld na afloop van de werkzaamheden zijn voorschriften opgenomen in de vergunning. Hiermee is het belang van het waterschap voldoende geborgd.
3.5
Conclusie
Het belang van de aanvrager bij het verkrijgen van een vergunning is afgewogen tegen de waterhuishoudkundige belangen die door de Waterwet en de Keur worden beschermd. Bij het verlenen van de vergunning is verder rekening gehouden met de volgende aspecten: In het “Waterbeheerplan 2022-2027: Stroomopwaarts, klimaatbestendig en duurzaam” is opgenomen dat het waterschap streeft naar een ecologisch gezond en robuust watersysteem. De aangevraagde activiteiten zijn niet in strijd met de doelstellingen uit het Waterbeheerplan. Het college heeft voor handelingen die vergunningplichtig zijn, beleidsregels vastgesteld. Deze “Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018” geven geen aanleiding de aangevraagde activiteiten te weigeren. Het algemeen bestuur heeft de Beleidsvisie Waterkeringen vastgesteld. Deze beleidsvisie geeft geen aanleiding de aangevraagde activiteiten te weigeren.
Watervergunning
11/19
HDSR386383
HOOFDSTUK 4 4.1
PROCEDURE
Gevolgde procedure voor de vergunningaanvraag
Bij de besluitvorming is de procedure van de afdeling 4.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. Vergunningplicht De uit te voeren activiteiten zijn vergunningplichtig op basis van de uitvoeringsregels behorende bij de Keur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018.
4.2
Beslistermijn
Vanwege het aanleveren van aanvullende gegevens is de procedure opgeschort met 13 weken. Op grond van artikel 4.14, derde lid, van de Awb is de termijn voor het afgeven van de vergunning twee keer zes weken en een derde keer met bijna drie weken verlengd. Aanvrager is hiervan per email d.d. 13 februari 2024 en 7 maart 2024 en telefonisch op 7 augustus 2024 op de hoogte gesteld.
4.3
Bezwaar
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden, gedurende een periode van zes weken vanaf de dag na bekendmaking, tegen deze vergunning een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan ons waterschap. In uw bezwaarschrift geeft u aan om welke vergunning het gaat en waarom u het niet eens bent met de vergunning. Het bezwaarschrift bevat verder uw handtekening, het kenmerk van de vergunning, uw naam en adres en een dagtekening.
4.4
Voorlopige voorziening
Als er naar uw mening tijdelijke maatregelen nodig zijn waarmee niet tot de beslissing op het bezwaarschrift kan worden gewacht, kunt u, gelijktijdig met het bezwaarschrift, een verzoek om een voorlopige voorziening, inclusief schorsing, indienen. Het verzoek richt u aan: Rechtbank Midden-Nederland Afdeling bestuursrecht, o.v.v. voorlopige voorzieningen Postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Hiervoor zijn griffierechten verschuldigd. De actuele bedragen zijn te raadplegen op www.rechtspraak.nl. Het is handig als u bij uw verzoek zowel een kopie van uw bezwaarschrift als van de vergunning meestuurt.
Watervergunning
12/19
HDSR386383
HOOFDSTUK 5 5.1
INFORMATIE
Aandachtspunten
Naast de voorschriften in hoofdstuk 2 van de vergunning moet rekening worden gehouden met het volgende: De vergunning geldt tevens voor de rechtsopvolgers van de vergunninghouder (tenzij in de vergunning anders is bepaald). (artikel 6.24 lid 1 Waterwet) De rechtsopvolger van de vergunninghouder doet binnen vier weken nadat de vergunning voor hem is gaan gelden, daarvan mededeling aan het bevoegd gezag (artikel 6.24 lid 2 Waterwet). Voor een overzicht (niet volledig) van de ligging van watergangen en waterkeringen met bijbehorende beschermingszones en kunstwerken verwijzen wij u naar onze webgispublisher Keur 2020 (arcgis.com)
5.2
Andere benodigde vergunningen en toestemmingen
U moet er rekening mee houden dat er voor de uit te voeren activiteiten wellicht nog meer vergunningen en/of ontheffingen vereist zijn. Tevens is het mogelijk dat er een melding moet worden gedaan voor het Besluit bodemkwaliteit via de website www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Het is mogelijk dat u toestemming nodig heeft van een eventuele (mede) eigenaar of gebruiker van de grond. U kunt pas beginnen met de werkzaamheden, wanneer u van alle betreffende instanties de benodigde vergunningen en dergelijke heeft ontvangen. Binnenvaartpolitiereglement Voor het uitvoeren van de activiteiten is ook toestemming noodzakelijk in het kader van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Hiervoor dient u contact op te nemen met Walter van der Aart, 030 209 7259 of walter.van.der.aart@hdsr.nl. Privaatrechtelijke toestemming van het waterschap Bij het verstrekken van deze vergunning is gebleken dat (een deel van) uw geplande werkzaamheden plaatsvinden op het kadastraal eigendom van het waterschap. Deze vergunning is geen privaatrechtelijke toestemming van het waterschap. Hiervoor dient u contact op te nemen met de afdeling Waterbeheer, team grondzaken. U kunt contact opnemen via onderstaande gegevens. Wijze van contact E-mail Telefoon Post
5.3
Adres grondzaken@hdsr.nl 030 634 57 00 Postbus 550 3990GJ Houten
Afschriften
Afschriften van deze vergunning zijn verstuurd naar: Gemeente Krimpenerwaard Gemachtigde
Watervergunning
13/19
HDSR386383
BIJLAGE 1
BEGRIPSBEPALINGEN
In deze vergunning wordt verstaan onder: Aanvraag Activiteiten Afdeling Vergunningverlenin g en handhaving Beschermingszone Bevoegd gezag Calamiteit Keur Ontvangstdatum aanvraag Oppervlaktewaterlichaam Vergunninghouder Verheelde waterkering Waterkering Waterschap Waterstaatswerk Watersysteem Watervergunning Werken Werkzaamheden Wet
Watervergunning
De aan deze vergunning ten grondslag liggende aanvraag, eventueel aangevuld met aanvullende informatie. Een bepaalde werkzaamheid, verrichting. De afdeling Vergunningverlening en handhaving van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Aan een waterstaatswerk grenzende zone, die als zodanig in de legger is opgenomen, waarin ter bescherming van dat waterstaatswerk voorschriften krachtens deze keur van toepassing zijn. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, tenzij uitdrukkelijk vermeld dat het een ander orgaan betreft. Een plotselinge, onverwachte en ongewone gebeurtenis met aanzienlijke materiële en/of gevolgschade. De Keur van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018. Verordening van het waterschap. Eerste datum dat de vergunningaanvraag ontvangen is bij Burgemeester en Wethouders van de gemeente, het dagelijks bestuur van het waterschap of Rijkswaterstaat. Samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water met de daarin aanwezige stoffen en de bijbehorende waterbodem, oevers, flora en fauna. Diegene die krachtens deze vergunning activiteiten verricht zoals deze in artikel 6.2 tot en met 6.5 van de Waterwet zijn opgenomen en in staat is naleving van het gestelde in deze vergunning te borgen.
Een verheelde waterkering is een waterkering waarbij geen sprake is van een binnentalud omdat het achterliggende land over een grote afstand op gelijke hoogte als, of hoger ligt dan de kruin van de waterkering. Kunstmatige hoogte, (gedeelte van) natuurlijke hoogten of hoge gronden, inclusief eventuele bermen, onderhoudsstroken en ondersteunende werken die een waterkerende of mede waterkerende functie hebben. Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, tenzij specifiek is aangegeven dat het om een ander waterschap gaat (bij samenloop). Een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk, die als zodanig in de legger zijn aangegeven. Samenhangend geheel van één of meer oppervlaktewaterlichamen met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken en grondwaterlichamen. Vergunning als bedoeld in de Wet. Alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies met toebehoren. Het maken, aanleggen, houden, onderhouden en opruimen van het op grond van de vergunning vergunde werk. De Wet: de Waterwet.
14/19
HDSR386383
BIJLAGE 2
TEKENINGEN EN ANDERE DOCUMENTEN
De volgende tekeningen en andere documenten maken deel uit van deze vergunning: Kenmerk
Soort bijlage
Datum
SO-B0202
Overzichtstekening bestaande situatie
09-10-2023
SO-B0201
Overzichtstekening nieuwe situatie
01-05-2024
SO-B0201a
Doorsnede damwand en groene waterkering 07-08-2024
SO-B0201B
Bovenaanzicht damwand, groene waterkering en natuurvriendelijke oever
Watervergunning
15/19
22-08-2024
HDSR386383
BIJLAGE 3
ZORGPLICHT
In deze bijlage leest u wat de zorgplicht voor de door u uit te voeren activiteiten betekent. In artikel 3.1 van de Keur is uitgelegd wat de zorgplicht in hoofdlijnen inhoudt. Via onderstaande link komt u bij dit artikel uit de Keur. Keur 2018 HDSR Daarnaast is de zorgplicht in de uitvoeringsregels behorend bij de Keur per activiteit uitgewerkt. Hieronder vindt u per activiteit een toelichting op de zorgplicht. Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan. Activiteit 1: aanbrengen van een stalen damwand - na afloop van de werkzaamheden het werk in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden; - wordt voorkomen dat bij toepassing van bepaalde materialen in het oppervlaktewater er uitloging van schadelijke stoffen kan plaatsvinden. Uitloging doet zich voor bij onder andere het gebruik van de volgende materialen: gecreosoteerd hout, gewolmaniseerd hout en verzinkt staal. Uitloging van deze materialen kan schadelijk zijn voor de ecologie.
Door gebruik te maken van onbehandeld hardhout of door het toepassen van een coating kan uitloging worden voorkomen; - er wordt nagedacht over mogelijke faunauittreedplaatsen bij het realiseren van beschoeiingen. Faunauittreedplaatsen worden bijvoorbeeld gebruikt door o.a. egels of katten die te water zijn geraakt. Voor kleine dieren geldt dat er binnen een straal van 50 meter een uittreedplaats aanwezig is. Voor grotere dieren (zoals reeën) is dat 300 meter. Activiteit 2: dempen van een tertiaire watergang Voor deze activiteit kan de zorgplicht bijvoorbeeld inhouden dat: - bij het dempen van oppervlaktewater het werk na afloop van de werkzaamheden in nette staat wordt achtergelaten; - er rekening mee wordt gehouden dat de maatschappelijke functies van het watersysteem niet worden belemmerd, zoals bijvoorbeeld kanoroutes of officiële schaatsroutes; - er rekening wordt gehouden met de flora en fauna in de te dempen watergang. Dit houdt onder andere in dat vissen en andere levende organismen de gelegenheid krijgen (of hierbij geholpen worden) te ontsnappen, voordat de demping plaats vindt. In het geval van een demping waarbij de watergang wordt afgedamd en leeggepompt, moet de watergang eerst leeggevist worden, alvorens de demping plaats vindt.
Activiteit 3: verbreden van een primaire watergang Voor deze activiteit kan de zorgplicht bijvoorbeeld inhouden dat: - bij het graven van oppervlaktewater, het werk na afloop van de werkzaamheden in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd, indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden; - er rekening mee wordt gehouden dat er altijd de mogelijkheid moet zijn om maaisel uit de watergang te kunnen ontvangen door de aangelande.
Watervergunning
16/19
HDSR386383
Activiteit 4: aanleggen van een natuurvriendelijke oever Voor deze activiteit kan de zorgplicht bijvoorbeeld inhouden dat: - na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden. Activiteit 5: verrichten van handelingen aan een vaarweg Voor deze activiteit kan de zorgplicht bijvoorbeeld inhouden dat: - de doorstroming van de watergang en het onderhoud door het waterschap aan de watergang niet mag worden belemmerd; - de maatschappelijke functies van de vaarweg niet mogen worden belemmerd door het uitvoeren van de handeling. Activiteiten bij een waterkering Het aanleggen van een nieuwe groene waterkering, het werken bij een bestaande groene waterkering en de hierboven genoemde activiteiten 1 t/m 5 vinden plaats bij of in een waterkering.
Voor het uitvoeren van deze activiteiten kan de zorgplicht bijvoorbeeld inhouden dat: - de kerende hoogte, de stabiliteit en het waterkerend vermogen van de waterkering, zowel tijdens de uitvoering als na gereedkomen van het werk, niet worden aangetast; - de opslag van materiaal, materieel en/of grond niet leidt tot nazakkingen, zettingen of tot beschadiging van de erosiebestendige bekleding van de waterkering; - eventuele nazakkingen of zettingen van de waterkering, die als gevolg van de werkzaamheden zijn ontstaan, direct worden hersteld; - een eventuele beschadiging van de erosiebestendige bekleding van de waterkering, die als gevolg van de werkzaamheden is ontstaan, direct wordt hersteld; - de afvoer van kwelwater en regenwater, zowel tijdens als na de uitvoering van de werkzaamheden, niet wordt belemmerd; - voor de aan- en afvoer van materiaal en materieel gebruik wordt gemaakt van bestaande (half)verhardingen van, naar en op de waterkering.
Watervergunning
17/19
HDSR386383
BIJLAGE 4
OVERZICHT KLEIKLASSEN WATERKERINGEN
De eisen voor de toe te passen klei zijn opgenomen in onderstaand overzicht. Cat. Omschrijving 1.
Erosiebestendige of stevige klei
Grenswaarden (massapercentages t.o.v. droge massa) Lutumgehalte 20 – 40% Wi > 40% en Ip > 0,73 * (Wi - 20) met een minimum van 18% en Zandgehalte (deeltjes >63 µm) < 40%
2.
Weinig erosiebestendige of schrale klei
Wi < 40%
3.
Niet geschikte of overige klei
Wi > 40% en Ip < 0,73 * (Wl - 20) of < 18%
Afkortingen Wi = vloeigrens Ip = plasticiteitsindex Voor alleen 1 geldt: Afkomstig van een natuurlijk afgezet materiaal; Er is minder dan 25% gewichtsverlies bij de HCl-behandeling (Proef 124 RAW Bepalingen 2005). Daarnaast geldt voor categorie 1 en 2 (afdekklei): Organisch stofgehalte < 5% Zoutgehalte (NaCl g/l bodemvocht) <4 g/l Voor alle klei geldt: Geen extreme verkleuringen bij ontgraven of drogen (helder rood, helder geel, helder blauw of veel zwarte plekken) Geen afwijkende sterke geur (rotte eieren, olie- of kolenachtig) Geen verontreinigingen (puin, wortels, plastic, plantenresten etc.) De POV gebiedseigen grond werkt aan verder onderzoek naar gebruik van klei. Mogelijke resultaten van dit onderzoek zullen in de toekomst leiden tot aanpassing van de grenswaarden voor gebruik van klei. In onderstaande figuur 2 uit de NEN-EN-ISO-14688 zijn de grenzen van de grondsoorten op basis van lutum, silt en zand aangegeven. Daarbij is de korrelgrootte: Lutum < 2µ; Silt 2 - 63µ; Zand > 2µ.
Watervergunning
18/19
HDSR386383
In de driehoek zijn ook de grenzen van 20 – 40% lutum aangegeven voor cat. 1. De grens voor klei ligt op 8% lutum. Er is dus alleen sprake van klei als het in de categorieën valt die zijn aangemerkt met Ks of Kz. De eisen zoals die hierboven zijn genoemd bepalen vervolgens of klei geschikt is voor de toepassing waarvoor het bedoeld is.
Figuur 2: Indeling en benaming van grondsoorten naar de gehaltes aan lutum, silt en zand
Watervergunning
19/19
HDSR386383