BIJL5 - Verordening lijkbezorgingsrechten 2026
Tekst van het document
Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) Onderwerp
Gemeente Krimpenerwaard Verordening lijkbezorgingsrechten Krimpenerwaard 2026 Verordening lijkbezorgingsrechten Krimpenerwaard 2026 Raad Verordening lijkbezorgingsrechten 2026
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen Grondslagen Artikel 229 lid 1 aanhef en onderdelen a en b Gemeentewet Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen Datum TerugBetreft Ontstaansbron: inwerking- werkende Datum treding ondertekening; kracht Bron bekendmaking 1-1-2026 Nieuwe regeling
Inwerkingtreding: Datum ondertekening; Bron bekendmaking
Voorstel gemeenteraad
Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; b. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; c. aula: ruimte op de begraafplaats waarin diensten en/of condoleances plaats kunnen vinden; d. begraafplaats: de begraafplaats(en) in - Ammerstol, Achterweg 2 - Bergambacht, Dijklaan 97 - Berkenwoude, Westeinde 3a - Gouderak, Poten 1 - Haastrecht, Provincialeweg Oost 82 - Krimpen aan de Lek, Molenweg 2 - Lekkerkerk, Tiendweg-Oost 1a/Opperduit - Ouderkerk aan den IJssel, IJsseldijk-noord 12 - Ouderkerk aan den IJssel, Lageweg 39b - Schoonhoven, Wal 5 - Stolwijk, Hoflaan 9 en de gesloten begraafplaats(en) in
- Ammerstol, Kerkplein 4 - Berkenwoude, Dorpsstraat 16-20 - Krimpen aan de Lek, Middelland - Ouderkerk aan den IJssel, IJsseldijk Noord 67 - Lekkerkerk, Kerkweg (Joods); e. buitengewone uren: de tijden waarbij er overuren gemaakt worden om een begrafenis plaats te doen vinden en de gemeente daarvoor extra kosten maakt, te weten maandag tot en met vrijdag voor 9.00 uur en na 15.00 uur, zaterdagen, zondagen en feestdagen; f. familiekamer: ruimte waar de overledene opgebaard kan worden; g. graf: een zandgraf of een keldergraf; h. grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats; i. herinrichten: het op verzoek en voor rekening van de rechthebbende opgraven en herbegraven van stoffelijke resten onderin hetzelfde graf om ruimte te maken voor het begraven van een nieuw stoffelijk overschot; j. particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen begraven en begraven houden van lijken; 2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 3. het doen verstrooien van as; k. particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 2. het doen verstrooien van as; l.
particuliere urnenbewaarplaats: een nis of columbarium waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; m. particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of onder urnen; n. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of particuliere urnennis, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; o. ruimen: het in opdracht van het college leegmaken van een graf of een particuliere urnenbewaarplaats; p. urn: een voorwerp ter berging van een of meerdere asbussen; q. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid. Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 4 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven ten aanzien van graven die zijn opgenomen in het register van de oorlogsgravenstichting. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
1666494 / 1667769 Pag. 2/4
Artikel 6 Belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2. Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 5.2 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel 7 Wijze van heffing 1. De onderhoudsrechten bedoeld in 5.1 en 5.2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag. 2. Andere rechten dan die bedoeld in 5.1 en 5.2 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De onderhoudsrechten, bedoeld in 5.1 en 5.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten bedoeld in 5.1 en 5.2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in 5.1 en 5.2 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Andere rechten dan die bedoeld in 5.1 en 5.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7: a. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de kennisgeving; b.
langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; c. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten bedoeld in 5.1 van de tarieventabel worden betaald binnen drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. 3. In afwijking van het tweede lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen bedoeld in 5.1 van de tarieventabel door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de vorige leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Overgangsrecht De Verordening lijkbezorgingsrechten Krimpenerwaard 2025 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 13 Citeertitel pag. 3/4
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening lijkbezorgingsrechten Krimpenerwaard 2026. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Krimpenerwaard, gehouden op 11 november 2025. de griffier,
de voorzitter,
S. van Dijk
ir. J. Beenakker
pag. 4/4