CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL3 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 3 Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 9 januari 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: ​​(B) Bestemmingsplan NNN-compensatie Kattendijk Gouderak​2.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

To

From

Mirjam Walbeek (RHDHV)

Kars Klein Wolterink (Boskalis)

Copy Heleen Broier (Boskalis)

15 juni 2023

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA

Page

Percelen NNN compensatie KIJK

Date

1|9

INLEIDING & METHODE Voor het project dijkversterking KIJK (Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard) worden werkzaamheden in het Natuurnetwerk Nederland uitgevoerd, waarvoor compensatie plaats dient te vinden. De locatie waar compensatie uitgevoerd wordt is in het kader van het project KIJK niet onderzocht in het kader van de Wet natuurbescherming. De locatie van de percelen is direct ten zuiden van Kattendijk 141 in Gouderak (gemeente Krimpenerwaard, provincie ZuidHolland). De compensatie betreft het omvormen van 2 percelen en het aanpassen van een watergang naar een watergang met natuurvriendelijke oever. Het gaat om de compensatie van 18.639,2m2 Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) en 1.195,5m2 ruigteveld (N12.06). De exacte uitvoeringsmethode en inrichting is op moment van schrijven nog niet bekend. Voor alle overige delen van KIJK is reeds een ontheffing en vergunning Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleend. Voorafgaand aan de ruimtelijke ingreep om deze natuurcompensatie mogelijk te maken, dient het terrein onderzocht te worden op de aanwezigheid van beschermde soorten en effecten op beschermde gebieden. Deze memo betreft een quickscan flora en fauna en beschrijft de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden en of er met de uitvoering van het project, vervolgwerkzaamheden noodzakelijk zijn in het kader van de Wet natuurbescherming.

Methode De quickscan flora en fauna is gebaseerd op een eenmalig veldbezoek van een ecoloog (Kars Klein Wolterink) op 5 juni 2023 [Zonnig, 17 graden celsius, windkracht 3]. Dit veldbezoek heeft als doel een indruk te krijgen van de aanwezige habitats, en de geschiktheid ervan voor beschermde soorten. Om te bepalen welke soorten er in de omgeving van het projectgebied voorkomen is gebruik gemaakt van de meeste recente verspreidingsgegevens (verspreidingsatlas, RAVON, zoogdiervereniging) en het soortgerichte onderzoek voor dijkversterking KIJK (Bureau Waardenburg, 20211). Op basis van deze methode worden uitspraken gedaan over de eventuele aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het projectgebied en eventuele te nemen benodigde vervolgstappen. Deze quickscan is uitgevoerd op basis van de momenteel geldende uitwerking en interpretatie van beleid en wetgeving.

1

Bureau Waardenburg. 2021. Actualisatie onderzoek beschermde natuurwaarden Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard, Culemborg, 20-1033

MEMO

HET PROJECT Het project KIJK (Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard) betreft een dijkversterking tussen Gouda en Krimpen aan de IJssel. Voor het project KIJK wordt deels gewerkt in het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN), waarbij sprake is van zowel tijdelijk als permanent ruimtebeslag. Wegens dit ruimtebeslag in het NNN, is compensatie noodzakelijk. Deze compensatie wordt gezocht op een tweetal percelen nabij de Kattendijk 141 te Gouderak. Deze twee percelen maken geen onderdeel uit van de onderzoeken die reeds uitgevoerd zijn voor het project KIJK. De werkzaamheden waarop deze quickscan Wnb betrekking heeft, betreffen de werkzaamheden op deze 2 percelen en de werkzaamheden aan de centrale sloot. De ligging van de percelen is weergegeven in figuur 1, een indruk van de huidige situatie in figuur 2. De percelen zijn in de huidige situatie graslanden in agrarisch beheer. De centrale watergang is helder, ondiep en bevat een op het oog dikke sliblaag zonder ondergedoken vegetatie. De oevers zijn ruig begroeid met gele lis, veldzuring, waterzuring, gestreepte witbol en andere grassen en enkele kruiden. Binnen het plangebied ontbreken bomen, struiken en gebouwen. Aan de noordoost, zuidwest, en zuidoostzijde wordt het plangebied begrensd door vergelijkbare sloten, gevolgd door vergelijkbare percelen.

Aan de noordwestzijde wordt het plangebied begrensd door een bosschage en erf waar hout en materiaal wordt opgeslagen. Een definitief inrichtingsen beheersplan voor de compensatie dient nog te worden opgesteld.

Figuur 1: Ligging plangebied

Date

Page

15-06-2023

2|9

MEMO

Figuur 2: Indrukken plangebied. Linksboven de sloot in het plangebied met de percelen aan weerzijden, rechts de sloot aan de noordoostzijde en linksonder de grens van het noordelijke perceel aan de noordwestzijde

Date

Page

15-06-2023

3|9

MEMO

Gebiedsbescherming De percelen vallen niet binnen het NNN. Het NNN grenst aan de zuidoostzijde van de percelen op een afstand van enkele meters. In de provincie Zuid-Holland dient geen rekening te worden gehouden met externe werking, waarmee negatieve effecten op het NNN zijn uitgesloten.

Figuur 3: Plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van NNN (groen) en een ecologische verbindingszone (paars) Natura 2000 In de omgeving van het projectgebied liggen een aantal N2000 gebieden. De meest dichtstbijzijnde gebieden zijn de Reeuwijkse plassen (8km), boezems Kinderdijk (10km) en Donkse Laagten (12km). Directe negatieve effecten op instandhoudingsdoelen door verstoring door trilling, geluid en/of licht zijn uitgesloten gezien de afstand tot de N2000 gebieden. Voor de dijkversterkingswerkzaamheden voor het project KIJK is een vergunning Wnb verleend in het kader van stikstof. De activiteiten voor de compensatie van het NNN zijn geen onderdeel van deze vergunning, daarom moet worden getoetst of stikstofdepositie door de werkzaamheden aan de compensatielocatie een significant negatief effect hebben op de nabijgelegen N2000 gebieden. Om de ecologische effecten te bepalen dient tenminste een berekening te worden uitgevoerd met de meest actuele versie het instrument AERIUS-Calculator. Sinds 6 april 2023 zijn de AERIUS Calculator en Connect 2022.1 beschikbaar. Van iedere berekende depositie van meer dan 0,00 mol N/ha/j moet er aanvullend beoordeeld worden welke effecten worden verwacht en welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Hieruit kan blijken dat een vergunning Wet natuurbescherming onderdeel gebiedenbescherming nodig is om het werk uit te voeren.

Date

Page

15-06-2023

4|9

MEMO

Soortbescherming Zoogdieren In de omgeving van het plangebied kunnen verschillende grondgebonden zoogdieren en vleermuizen voorkomen. Grondgebonden soorten die niet op voorhand uit zijn te sluiten en niet vrijgesteld zijn in de provincie Zuid-Holland zijn bever en waterspitsmuis (Zoogdiervereniging & Bureau Waardenburg, 2021). De waterspitsmuis leeft in ruig begroeide oevers langs stilstaand of langzaam stromend water, bij voorkeur met een goed ontwikkelde watervegetatie. De oevers in het plangebied zijn voldoende ruig begroeid voor de waterspitsmuis, hoofdzakelijk met gele lis en waterzuring, aangesloten op een ruige strook met grassen als grote vossenstaart en gestreepte witbol. Ondergedoken vegetatie ontbreekt vrijwel volledig, maar dit is onvoldoende om waterspitsmuis uit te sluiten. Tijdens het onderzoek in 2019 (geactualiseerd in 2021) door Bureau Waardenburg is de waterspitsmuis niet aangetoond door middel van eDNA, maar de locatie waar de NNN-compensatie plaatsvindt is toen niet gesampled. Indien de oevers van de watergangen met de werkzaamheden wordt aangetast is het noodzakelijk te bepalen of vaste rust- en verblijfplaatsen van de waterspitmuis aanwezig zijn. Er dient nader onderzoek naar de waterspitsmuis plaats te vinden.

Pas als het exacte gebruik van de oevers door waterspitsmuis bekend is, kan worden bepaald of sprake is van overtreding van de Wnb en daarmee een ontheffing noodzakelijk is.

Figuur 4: Indruk ruige, voor waterspitsmuis geschikte, oevers De bever is afhankelijk van bereikbare struiken en bomen op de oever. De oevers in het plangebied voldoen niet aan de eisen van bever. Ten noordwesten van het plangebied zijn bomen aanwezig rondom een plas, hieraan waren geen knaagsporen te zien vanuit het plangebied. De bever kan het plangebied eventueel passeren, maar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen is op voorhand uit te sluiten. Negatieve effecten op de bever door de werkzaamheden zijn uitgesloten. Naast grondgebonden zoogdieren kunnen er verschillende soorten vleermuizen voorkomen in de omgeving van het plangebied (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis rosse vleermuis, laatvlieger & gewone grootoorvleermuis; Bureau Waardenburg, 2021). Het plangebied bevat geen geschikte locaties voor verblijfplaatsen (geen bomen of gebouwen). Daarnaast omvat het plangebied geen essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes. De omgeving voorziet ten allen tijden in ruim voldoende alternatief oppervlak en de percelen zijn van zeer beperkte waarde als foerageergebied door het kort gemaaide karakter. Eventueel kan de watergang worden gebruikt als vliegroute, maar er zijn ten alle tijden meerdere watergangen in dezelfde richting aanwezig. Daarnaast gaat de watergang niet

Date

Page

15-06-2023

5|9

MEMO

verloren met de werkzaamheden. Deze wordt verdiept, verbreed en er wordt een natuurvriendelijke oever aangelegd. De watergang wordt daarmee hooguit aantrekkelijker voor vleermuizen. Door niet ’s nachts of in de schemering te werken zijn negatieve effecten op vleermuizen uitgesloten. Broedvogels Binnen het plangebied kunnen verschillende algemene vogels tot broeden komen. Het gaat hierbij vooral om soorten die in de oevers van de watergang broeden (fuut, meerkoet, waterhoen) of eventueel soorten die op de percelen zelf broeden (kievit, scholekster). Tijdens de quickscan zijn enkele oude meerkoetnesten aangetroffen en 1 nest wat actief in gebruik was. Door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kunnen negatieve effecten op algemene broedvogels worden voorkomen. Indien werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd, moet het plangebied worden vrijgegeven door een ecoloog. Jaarrond beschermde nesten binnen de plangrenzen zijn uit te sluiten wegens het ontbreken van gebouwen en bomen. Ten noordwesten van het plangebied is een nestpaal voor ooievaars aanwezig. De nestpaal was in staat van verval en bevatte geen takken aan de bovenzijde. De paal was dan ook niet in gebruik en gebruik in de huidige staat is onwaarschijnlijk, waarmee negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.

Tijdens de natuurtoets door bureau Waardenburg is een territorium van kerkuil rondom Kattendijk 159 vastgesteld, de exacte locatie van het nest is niet bekend. De dichtstbijzijnde locaties waar het nest zich kan bevinden zijn de schuren op het terrein van Kattendijk 159, op meer dan 100 meter afstand. Daarnaast zijn de kerkuilen gewend aan geluiden van agrarische werkzaamheden, waaronder trekkers, die vergelijkbaar zijn qua verstoring met de grondwerkzaamheden. Er vinden in principe geen werkzaamheden plaats in het kader van de NNN-compensatie die sterke trillingen of geluidsoverlast veroorzaken. In de eindsituatie wordt het plangebied geschikter als foerageergebied voor de kerkuil door een groter aanbod aan voedseldieren. In de tijdelijke situatie is door de werkzaamheden mogelijk minder foerageergebied aanwezig, maar er zijn ruim voldoende alternatieve kavels waar de kerkuil nog kan foerageren. Door de werkzaamheden overdag uit te voeren, kunnen negatieve effecten op de kerkuil worden uitgesloten. Huismus komt volop voor langs het dijktraject (Bureau Waardenburg, 2021), maar gezien het ontbreken van bebouwing en beschutting heeft het plangebied geen betekenis voor deze soort. Ongewervelden Uit de omgeving van het plangebied is de aanwezigheid van platte schijfhoren en groene glazenmaker bekend.

De platte schijfhoren is gebonden aan schone, heldere wateren met een sterk ontwikkelde onderwatervegetatie. In de watergang in het plangebied ontbreekt ondergedoken vegetatie volledig, waarmee de aanwezigheid van platte schijfhoren op voorhand valt uit te sluiten. In Nederland is de voortplanting van groene glazenmakers onlosmakelijk verbonden aan de aanwezigheid van krabbenscheervelden. Aangezien krabbenscheer volledig ontbreekt in de sloot in het plangebied, is de aanwezigheid van de groene glazenmaker met uitzondering van een incidenteel zwervend exemplaar op voorhand uit te sluiten. Negatieve effecten op de platte schijfhoren en groene glazenmaker zijn daarmee niet van toepassing. Reptielen en Amfibieën In de omgeving van het plangebied komen, naast enkele vrijgestelde algemene amfibieën, kamsalamander, rugstreeppad en ringslang* voor. De kamsalamander is gebonden aan een kleinschalig landschap met houtwallen en struweel en plant zich voornamelijk voort in visvrije geïsoleerde wateren zoals vijvers, poelen en vennen. In het agrarisch gebied komt de soort zelden voor. Aangezien de sloot in het plangebied zich bevindt midden in het open agrarisch gebied zonder struweel of houtwallen, de watergangen niet visvrij zijn en ondergedoken watervegetatie ontbreekt is de aanwezigheid van de voortplanting van de kamsalamander op voorhand uit te sluiten.

Daarnaast is de kamsalamander tijdens het soortgericht onderzoek voor de dijkversterking in geschikte wateren tevens niet aangetroffen.

Date

Page

15-06-2023

6|9

*In de omgeving van het plangebied wordt de inheemse ringslang vrijwel volledig vervangen door de uitheemse oostelijke ringslang (Natrix natrix), laatstgenoemde soort is niet beschermd onder de wet natuurbescherming

MEMO

De rugstreeppad komt voor in de gehele polder, waarbij de soort zich voortplant in de ondiepe delen van poldersloten. De sloot in het plangebied is niet optimaal geschikt door de relatief steile oevers, maar dit is onvoldoende om de aanwezigheid van de rugstreeppad uit te sluiten. Landhabitat voor overwintering kan worden gevonden op de nabijgelegen erven en percelen, maar slechts bij uitzondering binnen de plangrenzen. Vergraafbare grond of materiaal waaronder de dieren weg kunnen kruipen ontbreekt en is op de erven ruimschoots aanwezig. Landhabitat binnen het voortplantingsseizoen kan eventueel op de oevers gevonden worden. Aangezien rugstreeppad door Bureau Waardenburg (2021) in een nabijgelegen sloot is aangetoond, kan redelijkerwijs worden aangenomen dat het plangebied kan worden gebruikt door de soort. Een ontheffing wet natuurbescherming is nodig voor de werkzaamheden, mogelijk kan aansluiting worden gezocht bij de afgegeven ontheffing voor de dijkversterking KIJK, in overleg met het bevoegd gezag. De voortplanting van de ringslang is gebonden aan broei-, mest- of composthopen, welke ontbreken in het plangebied. De overwintering vindt plaats op vorstvrije locaties met voldoende dekking. Dergelijke geschikte elementen ontbreken in het plangebied.

Ten noordwesten van het plangebied liggen houtstapels waarin overwintering van zowel ringslang als rugstreeppad plaats kan vinden (zie figuur 5 & 6). Deze locaties worden niet aangetast met de werkzaamheden. Negatieve effecten op de ringslang zijn op voorhand uit te sluiten.

Figuur 5: Opgeslagen takken/hout als geschikte overwinteringsplaats voor reptielen en amfibieën Vissen In de omgeving van het plangebied komt de grote modderkruiper voor (RAVON, Bureau Waardenburg, 2021). De grote modderkruiper is voor de voortplanting gebonden aan ondiep water met een goed ontwikkelde vegetatie, maar maakt ook gebruik van wateren met een dikke sliblaag als leefgebied voor de volwassen dieren en voor overwintering. De sloot in het plangebied is helder en bevat voldoende diepte en dikke sliblaag voor de aanwezigheid en migratie van grote modderkruiper. De aanwezigheid van grote modderkruiper kan niet op voorhand worden uitgesloten. Indien de watergang met de inrichting wordt

Date

Page

15-06-2023

7|9

MEMO

aangetast, is nader onderzoek noodzakelijk om te bepalen of de soort voorkomt en of er sprake is van overtreding van de Wnb. Van kwabaal zijn 2 gedateerde waarnemingen uit 2008 bekend, uit de IJssel en de Singel (Sportvisserij Nederland). Kwabaal is voor de voortplanting afhankelijk van lage watertemperaturen en geschikt paaisubstraat, als kiezels, grind en zand. Gezien het feit dat sinds 2008 geen waarnemingen van kwabaal zijn gedaan in de omgeving en deze waarnemingen niet uit de polder stammen en wegens het ontbreken van geschikt habitat, kunnen negatieve effecten op kwabaal op voorhand worden uitgesloten. Planten De aanwezigheid van beschermde planten is onwaarschijnlijk op basis van verspreidingsgegevens. Er is één waarneming bekend van groot spiegelklokje uit 2016, nabij kattendijk 141. Bureau Waardenburg (2021) heeft in de soortentoets geconcludeerd dat dit geen vaste groeiplaats betreft en dat gezien de ligging van de waarneming buiten het oorspronkelijk verspreidingsgebied het hier gaat om verwilderde aanplant. Op de percelen is daarnaast geen groot spiegelklokje aangetroffen, de percelen zijn in de huidige situatie wegens een te hoge voedsel- en stikstofrijkdom ongeschikt. Gezien de aard van de percelen en het feit dat tijdens de quickscan geen beschermde planten zijn aangetroffen, zijn negatieve effecten op beschermde planten uitgesloten.

Ook zijn er geen invasieve exoten als Japanse duizendknoop of grote waternavel aangetroffen.

CONCLUSIES & AANBEVELINGEN Voor het project dijkversterking KIJK dient NNN-compensatie plaats te vinden. In onderhavig document is de locatie waar de compensatie plaats gaat vinden onderzocht op de geschiktheid voor beschermde soorten. Op basis van de quickscan kan de aanwezigheid van rugstreeppad, de grote modderkruiper en waterspitsmuis niet worden uitgesloten. De aanwezigheid van rugstreeppad is op basis van het onderzoek van bureau Waardenburg (2021) met voldoende zekerheid aangetoond. Ontheffing in het kader van de rugstreeppad is noodzakelijk, mogelijk kan in overleg met het bevoegd gezag aansluiting worden gezocht in de ontheffing voor de overige werkzaamheden voor het project KIJK. Als de oevers en watergangen vergraven worden is mogelijk sprake van aantasting van leefgebied van de waterspitsmuis en grote modderkruiper. Voor deze soorten is het noodzakelijk nader onderzoek te doen om te bepalen of ze voorkomen. Pas nadat bekend is op deze soorten voorkomen kan bepaald worden of een ontheffing Wnb noodzakelijk is. Naar grote modderkruiper en waterspitsmuis dient nader onderzoek doormiddel van eDNA uitgevoerd te worden. Dit kan optimaal de periode april t/m juni(juli) en de periode (augustus)september t/m november. Het onderzoek naar beide soorten kan worden gecombineerd in deze periodes.

Date

Page

15-06-2023

8|9

MEMO

Figuur 6: Overzicht (potentieel) beschermde natuurwaardes in en nabij plangebied

Date

Page

15-06-2023

9|9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=ed327081-4f6b-4c06-98ea-7a5c612f5b9f