BIJL Was-wordt overzicht
Tekst van het document
Was-wordt overzicht bij de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Krimpenerwaard Zaak: 1931947770 Document: 945204
Uitleg bij was-wordt overzicht De Omgevingswet verandert de wettelijke bepalingen met betrekking tot de kwaliteitsadvisering. Onderstaande lijst laat zien waar en hoe de huidige wetsartikelen over de monumenten- en welstandsadvisering terugkomen onder de Omgevingswet. De lijst bevat een overzicht van aanpassingen van artikelen uit drie huidige wetten met betrekking tot de welstand- en monumentencommissie (commissie ruimtelijke kwaliteit) naar de Omgevingswet. De bestaande artikelen uit de Erfgoedwet, de Woningwet en de WABO zijn als basis gebruikt. Links staat het huidige artikelnummer van de bestaande wet en rechts het artikel of de afdeling onder de nieuwe wetgeving.
Was-wordt-overzicht WAS ERFGOEDWET Artikel 9.1 lid 1 onder a Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 Monumentenwet 1988 Artikel 9.1. van de Erfgoedwet regelt het overgangsrecht en stelt o.a. dat Hoofdstuk II Paragraaf 2 van de Monumentenwet geëerbiedigd wordt totdat de Omgevingswet in werking is getreden. Hoofdstuk II Paragraaf 2 bevat o.a. artikel 15 waarin het volgende is geregeld over de advisering: 1. De gemeenteraad stelt een verordening vast waarin ten minste de inschakeling wordt geregeld van een commissie op het gebied van de monumentenzorg die in elk geval tot taak heeft te adviseren over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Van de commissie maken geen deel uit leden van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente. Binnen de commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 2. Burgemeester en wethouders vragen de commissie op het gebied van de monumentenzorg advies, voordat: a. zij beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; of b.
zij advies uitbrengen omtrent een aanvraag om of het ontwerp van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
WORDT Omgevingswet afdeling 17.2 In de Omgevingswet vervalt de commissie op het gebied van de monumentenzorg. Deze gaat op in de gemeentelijke adviescommissie, die minimaal tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een monument. De gemeentelijke adviescommissie is ingezet als een geïntegreerde commissie voor cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit. In de Omgevingswet zijn voorschriften opgenomen voor die commissie, gebaseerd op de voorschriften voor de welstandscommissie uit de Woningwet 2003: Artikel 17.7 (leden adviesorgaan) art. 17.7 lid 1 De gemeenteraad stelt het aantal leden en de benoemingstermijn vast van een op grond van deze afdeling ingesteld gemeentelijk adviesorgaan. art. 17.7 lid 2 De gemeenteraad benoemt en ontslaat de leden van een gemeentelijk adviesorgaan. Artikel 17.8 (eisen aan leden) De leden van het gemeentebestuur zijn geen lid van een gemeentelijk adviesorgaan. Artikel 17.9 (gemeentelijke adviescommissie) art. 17.9 lid 1 De gemeenteraad stelt een commissie in die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een monument. Binnen deze commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de
monumentenzorg, die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een rijksmonumentenactiviteit. art. 17.9 lid 2 Naast de gevallen waarin de commissie op grond van artikel 16.15, eerste lid, als adviseur wordt aangewezen, kan het college van burgemeester en wethouders de commissie advies vragen over het ontwikkelen van beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. art. 17.9 lid 3 De commissie baseert haar advies, voor zover van toepassing, op de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19. Bij een advies over een rijksmonumentenactiviteit neemt de commissie de uitgangspunten, bedoeld in artikel 5.22, in acht. art. 17.9 lid 4 De adviezen van de commissie zijn deugdelijk gemotiveerd en worden schriftelijk openbaar gemaakt. art. 17.9 lid 5 De door de commissie gehouden vergaderingen zijn openbaar. Een vergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen. art. 17.9 lid 6 De commissie zendt de gemeenteraad elk jaar een verslag over de door haar verrichte werkzaamheden. Omgevingswet artikel 16.15a onder c Op grond van artikel 16.15, eerste lid, worden in ieder geval als adviseur aangewezen: (...) c.
de gemeentelijke commissie, bedoeld in artikel 17.9, als het gaat om: 1°. een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument, 2°. een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een andere activiteit, in door de gemeenteraad aangewezen gevallen of als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet. WONINGWET Omgevingswet afdeling 17.2 of Artikel 1
artikel 16.15 lid 2
Welstandscommissie: door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie die aan het college van burgemeester en wethouders advies uitbrengt ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een
De welstandscommissie is als wettelijke figuur vervallen. De huidige welstandscommissie kan als gemeentelijke adviescommissie (artikel 17.7, 17.8 en 17.9) of adviesorgaan (artikel 17.7 en 17.8) of adviseur (artikel 16.15, lid 2) worden
aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van dat bouwwerk is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand; Artikel 8 lid 5
benoemd.
De bouwverordening bevat tevens voorschriften omtrent de samenstelling, inrichting en werkwijze van de welstandscommissie. Voorts kan de bouwverordening nadere voorschriften bevatten omtrent de verslagen, bedoeld in artikel 12b, derde lid.
De wettelijke grondslag van de bouwverordening vervalt. Alle regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen, moeten in het omgevingsplan worden opgenomen. Hoofdstuk 9 m.b.t het welstandstoezicht valt daar echter niet onder. Dat moet worden overgebracht naar een nieuw instellingsbesluit. Omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat): Invoeringsbesluit Ow artikel 2.2.3.1 lid 1 Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
Artikel 12 lid 1 (repressief welstandstoezicht) Het uiterlijk van: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een bouwwerk, niet zijnde een seizoensgebonden bouwwerk, waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen van dat bouwwerk is bepaald dat dit slechts voor een bepaalde periode in stand mag worden gehouden; b. een te bouwen bouwwerk voor het bouwen waarvan op grond van artikel 2.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist, mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel b. Artikel 12 lid 2 (welstandsvrij)
De gemeenteraad kan besluiten dat, in afwijking van het eerste lid en artikel 2.10, eerste lid, onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor een daarbij aan te wijzen gebied of voor een of meer daarbij aan te wijzen categorieën van bestaande en te bouwen bouwwerken geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.
-
a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.
Omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat): Invoeringsbesluit Ow artikel 2.2.3.1 lid 2 (voor bestaande bouwwerken) en 2.2.7.2.4 lid 1 onder b 1e punt (voor te bouwen bouwwerken) art. 2.2.3.1 (...) Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijk eisen van welstand toepassing zijn. art. 2.2.7.2.4 (…) tenzij:
-
Artikel 12a lid 1 (welstandsnota)
De gemeenteraad stelt een welstandsnota vast, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval
1°. het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; Omgevingswet artikel 4.19 / Invoeringswet artikel 4.114 / Omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat): Invoeringsbesluit Hoofdstuk 7 artikel 2.2.3.1 en 2.2.7.2.4, lid 1 onder b Als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en
de criteria zijn opgenomen die het bevoegd gezag toepast bij de beoordeling: a. of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk betrekking heeft, zowel op zichzelf beschouwd, als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand; b. of het uiterlijk van een bestaand bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Artikel 12b lid 1 De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester baseert haar onderscheidenlijk zijn advies slechts op de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, doch betrekt daarbij, indien van toepassing, het bepaalde in artikel 12, derde lid. De adviezen van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester zijn openbaar. Een advies van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester inhoudende dat een bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand, wordt schriftelijk uitgebracht en deugdelijk gemotiveerd. Artikel 12b lid 2 De door de welstandscommissie of stadsbouwmeester gehouden vergaderingen zijn openbaar. Een vergadering of gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen. Artikel 12b lid 3 De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar onderscheidenlijk hem verrichte werkzaamheden. In het verslag wordt ten minste uiteengezet op welke wijze zij onderscheidenlijk hij toepassing heeft gegeven aan de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a.
Artikel 12b lid 4 Een voorzitter of ander lid van een welstandscommissie kan voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden benoemd in een welstandscommissie die in de betreffende gemeente werkzaam is. Zij kunnen eenmaal voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden herbenoemd in dezelfde commissie. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de stadsbouwmeester.
de toepassing daarvan uitleg behoeft, stelt de gemeenteraad beleidsregels vast voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet. Deze beleidsregels zijn zo veel mogelijk toegesneden op de te onderscheiden bouwwerken. De huidige welstandsnota wordt door het overgangsrecht omgezet naar beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken zoals bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Ook ander beleid dat door de gemeenteraad is vastgesteld als aanvulling op de welstandsnota valt hieronder. Bij een ongewijzigde welstandsnota kunnen de verwijzingen naar en de terminologie uit de vervallen regelgeving worden gebruikt. Dat heeft geen rechtsgevolgen, omdat dit via het overgangsrecht is afgedekt. Omgevingswet artikel 17.9 lid 3 en 4 (zie boven geciteerd)
Omgevingswet artikel 17.9 lid 5 (zie boven geciteerd)
Omgevingswet artikel 17.9 lid 6 (zie boven geciteerd)
Omgevingswet artikel 17.7 lid 1 De gemeenteraad stelt het aantal leden en de benoemingstermijn vast van een op grond van deze afdeling ingesteld gemeentelijk adviesorgaan.
Artikel 12c Burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor waarin zij ten minste uiteenzetten: a. op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester; b. in welke gevallen waarin niet is of wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid, zij zijn overgegaan tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom. WABO Artikel 2.10 lid 1 onder d De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt geweigerd indien het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onder a, van de Woningwet, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning niettemin moet worden verleend.
Besluit Omgevingsrecht artikel 13.11 De specifieke wettelijke bepalingen over het jaarverslag van burgemeester en wethouders over de uitvoering van het kwaliteitsbeleid uit de Woningwet, zijn in de Omgevingswet vervallen. In verband met de politieke verantwoordelijkheid voor de omgevingskwaliteit is het raadzaam de bestaande praktijk van verantwoording en terugkoppeling voort te zetten en deze mee te nemen in de verplichte evaluatierapportage over de uitvoering van het omgevingsrecht aan de gemeenteraad als bedoeld in artikel 13.11 van het Besluit omgevingsrecht. Omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat): Invoeringsbesluit Ow art. 2.2.7.2.4 lid 1 onder b Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: (...) b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, tenzij: 1°.
het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of 2°. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.