BIJL Toelichting en regels bestplan Kattendijk 161 Gouderak
Tekst van het document
Bestemmingsplan KATTENDIJK 161, GOUDERAK Gemeente Krimpenerwaard
STATUS:
VASTGESTELD
DATUM:
1 november 2022
IMRO IDN:
NL.IMRO.1931.BP2004BG013-VG01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 24 april 2020 21 april 2022 24 mei 2022 1 november 2022
VERSIE 1e versie 3e versie 1e versie 1e versie
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
4
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren
11 11 13 14
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie
17 17 19 25 26 28
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieu 4.2 Waterparagraaf 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.4 Flora en fauna 4.5 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
31 31 40 43 46 48
Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Verbeelding 5.3 Regels 5.4 Handhaving bestemmingsplan
49 49 49 49 51
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53 53 53 53
Regels
55
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
56 56 60
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Tuin - Landschapswaarden Wonen Waarde - Archeologie 2
61 61 63 65
Toelichting
5
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Artikel 6 Artikel 7
Waarde - Archeologie 3 Waterstaat - Waterkering
68 71
Hoofdstuk3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
73 73 74 76 77 78
Hoofdstuk4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
79 79 80
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 2
Historischvooronderzoek bodem
Bijlage 3
Ecologisch onderzoek
Bijlage 4
Nota van beantwoording vooroverlegreacties
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het perceel Kattendijk 161 maakte vroeger onderdeel uit van een agrarisch bouwvlak. De laatste jaren is het perceel, evenals de meeste naastgelegen percelen, in gebruik als woondoeleinden. Op het perceel staat een noodwoning met enkele bijgebouwen. In het bestemmingsplan is in artikel 4.7 en 4.9 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar Wonen. Deze bevoegdheid is niet toepasbaar, omdat niet aan alle hierin genoemde voorwaarden kan worden voldaan. De eigenaar wil de noodwoning vervangen door een permanente woning. Vanwege het niet kunnen inzetten van voldoende ruimte-voor-ruimtecontingent is hieraan tot nog toe geen medewerking verleend. Door de fysieke sloop van een woning in het buitengebied in verband met de uitkoop van woningen onder hoogspanningsleidingen, waarvoor een separaat bestemmingsplan 'Uitkoopregeling hoogspanningsleidingen' in voorbereiding is, is het mogelijk geworden om op de locatie Kattendijk 161 een woning terug te bouwen met een inhoud van maximaal 650 m³. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het bebouwingslint van de Kattendijk in het veenweidegebied van de Krimpenerwaard. De ontsluiting op de Kattendijk vindt plaats via inrit vanaf de rivierdijk. In het lint komen naast agrarische bedrijven ook woningen en niet agrarische functies voor. Direct ten zuiden van het plangebied staat bakhuisje met naastgelegen woning. In noordoostelijke richting ligt een bouwvlak van een agrarisch bedrijf dat niet meer als zodanig in gebruik is. Ten westen van het plangebied ligt de Kattendijk met in de zelling een voetbalveld en het bedrijventerrein 'Kattendijk'. Hiernaast ligt de Hollandsche IJssel. Iets verderop zuidelijk ligt een tenniscomplex. Het plangebied is en omgeving is aangeduid in figuur 1.
Figuur 1: Situering omgeving plangebied (plangebied met rood gestippelde lijn aangeduid).
Toelichting
7
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen. Bestemmingsplan "Kattendijk" "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard"
Raadsbesluit 10 juli 2008 29 januari 2019
Gedeputeerde Staten 3 februari 2009 n.v.t.
Uitspraak Raad van State 18 november 2009 n.v.t.
In het bestemmingsplan 'Kattendijk' heeft het perceel de bestemming 'Agrarisch - 1' met een agrarisch bouwvlak. Binnen het bouwvlak zijn grondgebonden agrarische bedrijven met een bedrijfswoning toegestaan. Voorts is er een 'Leidingenzone' in het plangebied opgenomen voor een aan te leggen gasleiding van de Gasunie. Een uitsnede van de plankaart is opgenomen in figuur 2. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben goedkeuring onthouden aan de in het plan opgenomen leidingenstrook. Bij Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het bestemmingsplan op 18 november 2009 onherroepelijk van kracht geworden. De in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden zijn niet toepasbaar, omdat niet kan worden voldaan aan: de voorwaarde in artikel 4.7 (wijzigingsbevoegdheid wonen) om het gehele agrarische bouwvlak te verwijderen aangezien het noordoostelijke gedeelte op nummer 159 geen eigendom is van initiatiefnemer en/of de voorwaarde in artikel 4.9 (wijzigingsbevoegdheid ruimte voor ruimte) om het gehele agrarische bouwvlak te verwijderen aangezien het noordoostelijke gedeelte op nummer 159 geen eigendom is van initiatiefnemer en binnen dit deel van het bouwvlak van initiatiefnemer onvoldoende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Mitsdien is een herziening van het bestemmingsplan nodig.
In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat het oprichten van een woning vanuit een goede ruimtelijke ordening mogelijk is.
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Kattendijk'. Plangebied gearceerd rood gestippeld omlijnd.
8
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijke beleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de omgevingsaspecten, waaronder de Waterparagraaf. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In Hoofdstuk 5 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Plangebied vanaf de Kattendijk.
Toelichting
9
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
10
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie plangebied en omgeving
Veenweide Het grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard ligt in het geheel in de Krimpenerwaard en bestaat uit veenweidegebied. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door twee hoofdrichtingen. De ene hoofdrichting loopt evenwijdig aan de Lek en de Hollandsche IJssel en wordt bepaald door de nederzettingen, watergangen en doorgaande wegen. De andere richting staat haaks op deze rivieren en wordt bepaald door de verkaveling, watergangen en verbindingswegen. Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de dijklinten c.q. kleinschalige linten in het veenweidegebied met bruggetjes en knotwilgen met daarachter de ruimte met sloten en weilanden. Dijklint De bebouwing in het buitengebied bevindt zich achter de rivierdijk van de Kattendijk. Het bebouwingslint achter het dijklichaam van de Hollandsche IJssel heeft het karakter van een vrijwel ononderbroken lintbebouwing. Van oorsprong stonden er voornamelijk boerderijcomplexen achter de dijk. De kleinschalige vooroorlogse bebouwing van boerderijen en woningen wordt afgewisseld door binnen- en buitendijks gelegen grootschaligere bedrijven. Door de langdurige ontwikkeling die het bebouwingslint heeft doorgemaakt is er sprake van een karakteristieke afwisseling van woningen, boerderijen en bedrijven waarbij een mix optreedt van kleine- en grootschalige gebouwen.
Naastgelegen boerderij aan Kattendijk 159.
Bedrijventerrein Kattendijk met hierachter voetbalveld.
Zuidelijk gelegen tenniscomplex.
Verderop gelegen woningen langs de dijk.
Specifiek In het verleden heeft hier een groenteboer aan huis gewoond in een noodwoning. Op het achtererf had hij een boomgaard (fruitbomen). Hierna is het perceel overgegaan op de huidige eigenaren. Het plangebied ligt achter het dijklichaam met een agrarisch bouwvlak. Via de inrit van het tenniscomplex en een overpad van de woning op nummer 163 is over een brug het plangebied bereikbaar. Aan de voorzijde
Toelichting
11
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
(langs de dijk) staan twee verouderde schuren met hierachter de noodwoning. In oostelijke richting staat een kantoortje bij de de woning op nummer 163. De percelen zijn gescheiden door middel van een sloot. Westelijk hiervan staat ook nog een bijgebouw. Noordwestelijk van het plangebied staat een woonboerderij op nummer 159. Hier worden nog hobbymatig dieren gehouden. De achterzijde van de boerderij maakt een vervallen indruk. De bestaande situatie is weergegeven in figuur 3.
Figuur 3: Situatietekening bestaande toestand.
12
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Noodwoning.
Gazon achter bebouwing.
2.2
Te slopen gebouwen (hierachter noodwoning).
Naastgelegen bakhuisje en woning op nr.163.
Nieuwe situatie
Twee schuren met een oppervlakte van circa 95 m² ten noordwesten van de woning en een kapschuur van 24 m² worden gesloopt. Ook de huidige noodwoning met een oppervlakte van 77 m² verdwijnt. De drie gebouwen hebben gezamenlijk een inhoud van 616 m³. Het bijgebouw ten noordoosten van de woning blijft behouden. Gelet op de omgeving met in de nabijheid de Waal en een nog redelijk ongerept gebied hier omheen krijgt het zuidelijke gedeelte de bestemming 'Tuin - Landschapswaarden'. De nieuw te bouwen woning wordt in de stijl van een zogenoemde langgevel schuurwoning ontworpen. Om die reden krijgt de woning een footprint van 7,5 x 15 m met een inhoud van maximaal 650 m³. De maximum goot- en bouwhoogte wordt respectievelijk 4 en 9 m, zodat per saldo sprake is van een ruimtelijke kwaliteitswinst in het bebouwingslint. In figuur 4 is een tekening opgenomen van de nieuwe situatie. Enkele aanzichttekeningen zijn opgenomen in figuur 5.
Toelichting
13
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Figuur 4: Nieuwe situatie.
Figuur 5: Aanzichttekeningen. Links linker zijgevel en rechts achtergevel.
2.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied ligt aan de Kattendijk. De Kattendijk is een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom tussen Gouderak en Ouderkerk aan den IJssel. Op deze weg is de maximum snelheid 60 km/uur. Deze ontwikkeling zal ten opzichte van de bestaande planologische situatie geen extra verkeer aantrekken. De Kattendijk heeft voldoende capaciteit om deze planontwikkeling op te vangen. De woning wordt ontsloten via de bestaande uitrit vanaf het dijklichaam die ook wordt gebruikt door de tennisvereniging en de bewoners van Kattendijk 163. Het perceel Kattendijk 161 heeft zelf geen directe verbinding met de openbare weg. In de koopakte is evenwel een erfdienstbaarheid van weg opgenomen, die in gevestigd op het naastgelegen perceel aan de zuidwestzijde (Kattendijk 163) en de daaraan grenzende gronden die in eigendom waren bij de gemeente Ouderkerk (rechtsopvolger Krimpenerwaard) en sinds februari 2019 in eigendom zijn bij de provincie Zuid-Holland.
14
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
De Kattendijk.
Inrit tenniscomplex en woningen nrs.161/163.
Ontsluiting naar nummers 161 en 163.
Uitrit vanaf perceel op nummer 161.
Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Krimpenerwaard. Op 29 januari 2019 heeft de gemeenteraad het parapluplan Parkeren Krimpenerwaard vastgesteld. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 381). De parkeerkencijfers voor vrijstaande koopwoningen in het buitengebied (matig stedelijk) is gemiddeld 2,4 pp per woning. De parkeerbehoefte kan volledig op eigen terrein worden gerealiseerd, omdat voldoende ruimte op het erf aanwezig is voor stalling van drie auto's. Bij uitwerking van het bouwplan dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In artikel 12.2 van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.
Toelichting
15
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
16
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd.
Toelichting
17
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Het plangebied ligt in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een herontwikkeling van een bestaand woonperceel. Deze herontwikkeling geeft een impuls aan de kwaliteit van dit perceel in het buitengebied, waarbij de landschappelijke waarden per saldo worden verbeterd. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze (14) belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en ecologische hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Met dit bestemmingsplan zijn geen nationale belangen gemoeid. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de Ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Dit betekent voor alle ruimtelijke plannen: 1. eerst kijken of er een regionale vraag is naar een bepaalde ontwikkeling; 2.
vervolgens kijken of het bestaand stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt; 3. mocht nieuwbouw nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en bereikbaarheid. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt betreft hergebruik van een voormalig agrarisch bouwperceel in een vervolgfunctie, welke feitelijk al vele jaren als zodanig in gebruik is. Overtollige bebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor herbouw van een woning. Dit sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie voor hergebruik van voormalige agrarische bebouwing. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Hier is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Ladder, zodat een toetsing achterwege kan blijven.
18
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woning is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 7 augustus 2021 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.
Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart
Toelichting
19
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
bestaat uit een aantal legenda-eenheden. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. De Kattendijk ligt in het gebiedsprofiel Krimpenerwaard. In paragraaf 3.2.3 wordt hierop ingegaan. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Op de Laag van de Ondergrond (eerste laag) ligt het plangebied in komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland. Deze zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/ drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand houden. Het gebied achter de Bakwetering wordt gevormd door rivierklei en veen in een rivierdeltacomplex. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil herkenbaar houden tussen komgronden en oeverwallen. In de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen maakt het gebied onderdeel van het veen(weide) landschap (figuur 6).
De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. In het oosten van de provincie is het veengebied vermengd met oeverwallen en kommen van het rivierenlandschap. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen rekening houden met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Voorts dragen ontwikkelingen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders. Daarnaast ligt het plangebied aan een rivierdijk van een dijklint (figuur 6). De rivierdijken zijn lijnvormige, herkenbare structuurdragers in het landschap met als primaire functie het keren van water. De dijken worden periodiek aangepast aan de dan geldende veiligheidsnormen. Met name in het veengebied is er sprake van dichte lintbebouwing op of aan de dijk. Het doorgaand profiel van de dijk is een belangrijk uitgangspunt. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden en begrijpbaar houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc. kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing.
Indien mogelijk worden recreatieve routes gekoppeld aan het water en/of de dijk. Richtpunten zijn: Het behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen het bestaande dijklint en niet in de veenweidepolders. Behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud of herstel van de openbaarheid van oevers. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Om die reden worden linten beschouwd als onderdeel van de tweede laag. Op kaart zijn zowel de linten buiten als binnen het stedelijk gebied aangegeven. Het plangebied ligt aan een dijklint: de bebouwing staat op of tegen de dijk. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit maken een verdere onderverdeling in linten en bieden een handreiking voor het omgaan met nieuwe bebouwing ter plaatse. Richtpunten zijn onder andere: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied.
Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie is het plangebied niet specifiek benoemd. Het westelijk gelegen bedrijventerrein en sportveld is onderdeel van het bestaand stads- en dorpsgebied (figuur 6). In de Laag van de beleving is het plan ook niet specifiek genoemd. De tegenover Zuidelijk gelegen gronden onderdeel uit van bestaand natuurgebied. Toetsing aan kwaliteitskaarten Dit bestemmingsplan maakt een vervolgfunctie mogelijk van een agrarisch bedrijfsperceel naar Wonen,
20
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
waarbij door sloop/nieuwbouw de hoeveelheid bebouwing afneemt. Sprake is van een gebiedseigen ontwikkeling, waarbij nieuwbouw in een bestaand dijklint plaatsvindt. Dergelijke vervolgfuncties zijn al eerder mogelijk gemaakt in het buitengebied van de Krimpenerwaard. Dit bestemmingsplan tast de richtpunten niet aan. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De omzetting van agrarische- naar woondoeleinden van een voormalig agrarisch bouwperceel is in overeenstemming met de uitgangspunten van het provinciaal ruimtelijk beleid. De richtpunten uit het provinciale omgevingsbeleid worden niet aangetast.
Figuur 6: Links uitsnede Laag van de cultuur- en natuurlandschappen en rechts Laag van de stedelijke occupatie. Plangebied zwart omlijnd. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond hiervan dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.
In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie als motivering of gedeeltelijke motivering dat de stedelijke ontwikkeling voldoet aan het eerste lid. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een vervolgfuncties mogelijk van een agrarisch bouwperceel naar wonen. Het perceel is al vele jaren niet meer als agrarisch in gebruik. Op het perceel staat een noodwoning met diverse schuren. Door sloop/nieuwbouw wordt er per saldo geen bebouwing toegevoegd. Voor wat betreft het omzetten van een noodwoning naar permanente woning wordt het volgende opgemerkt. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Twee (extra) woningen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt zijn niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro (ABRvS 18
Toelichting
21
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is deze functiewijziging overigens goed inpasbaar, omdat verrommeling wordt tegengegaan en overtollige bebouwing wordt gesloopt met een passende vervolgfunctie. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2.
het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'veen(weide)gebied'. Er vindt een bestemmingswijziging plaats naar een passende vervolgfunctie waarbij na sloop/nieuwbouw per saldo minder bebouwing wordt toegevoegd binnen bestaande structuren/ linten. Het dijklint blijft in stand. Op de kaart 7 (Natuurnetwerk Nederland, bestaande en nieuwe natuur) van de Omgevingsverordening ligt het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland.
Op kaart 14 (Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën) van de Omgevingsverordening ligt het plangebied eveneens buiten het Natuurnetwerk Nederland (figuur 7). Onderhavige ontwikkeling voorziet in een vervolgfunctie van agrarische- naar woondoeleinden. Per saldo neemt de hoeveelheid bebouwing af. Bestaande zichtlijnen worden hierdoor behouden c.q. hersteld door de positionering van de schuurwoning. Gesteld kan worden dat deze planontwikkeling binnen de bestaande gebiedsidentiteit past. Hier is sprake van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan.
22
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Figuur 7: Links uitsnede beschermingscategorieën.
Kaart
7
NNN
en
rechts
Kaart
14
Ruimtelijke
kwaliteit
en
Risico's van klimaatverandering In paragraaf 6.2.11 van de herziening van het Provinciaal omgevingsbeleid 2020 (zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 16 juni 2021) is in (thans) artikel 6.35a een artikel toegevoegd over de gevolgen van de risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 3.4.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie De ruimtelijke- en beeldkwaliteit worden opgewaardeerd, omdat overtollige bebouwing wordt gesaneerd bij omzetting van een agrarisch bouwperceel naar wonen. De provinciale belangen zijn niet in het geding. De kavelstructuur en het slotenpatroon worden niet aangetast. Resumerend kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen), lid 2 en lid 4 van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
Toelichting
23
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
3.2.3 Gebiedsprofiel Krimpenerwaard De provincie Zuid-Holland heeft voor de Krimpenerwaard een gebiedsprofiel opgesteld dat zelfbindend is. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. De nog gave aanwezigheid van de middeleeuwse verkaveling, met de lange lijnen van kaden, weteringen en Tiendwegen is een bijzondere kwaliteit van de Krimpenerwaard.
De rand langs de Hollandsche IJssel heeft een diepe opstrekkende verkaveling vanaf de rivierdijk, maar de openheid is meer onderverdeeld dan langs de Lek. Blokboezems haaks op de rivier zorgen samen met beplante tiendwegen en kades voor een karakteristiek patroon in het landschap. De hoofdambities zijn uitgewerkt in gebiedsprofielkaarten waarin kort de karakteristiek, toekomstige ontwikkelingen en de in de Kwaliteitskaart vastgestelde ambities zijn genoemd. Aansluitend volgt een beschrijving van de karakteristiek en de aanvullende ambities per legenda-eenheid. Planontwikkeling in relatie tot Gebiedsprofiel In de gebiedsprofielkaarten maakt het plangebied onderdeel uit van de kaarten 'Onderscheidend rivierengebied', 'Dorpen en linten' en 'Kwaliteit in stads- en dorpsgebied'. Deze worden hieronder beschreven. Deelgebied 'Onderscheidend rivierengebied' Het plangebied bevindt zich achter de rivierdijk in het deelgebied 'Onderscheidend rivierengebied'. Het rivierenlandschap staat in Zuid-Holland onder grote invloed van de getijden van de zee, maar ligt voor een deel ook in het veenlandschap. De veenweide loopt tot aan de dijken. De dijken met dichte lintbebouwing vormen een sterke ruimtelijke begrenzing en een groot contrast met het open veenweidegebied. Langs de Hollandsche IJssel liggen buitendijkse gebieden op de plekken van voormalige kleiwinningen, zogenoemde zellingen.
Naast natuurgebieden zijn er ook opgehoogde terreinen met (bedrijfs)bebouwing in het buitendijkse gebied. Ambities voor de rivierdijken zijn onder andere: Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de rivierdijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het rivierengebied. Versterken van het doorgaand profiel van de dijk. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden en begrijpbaar houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc. kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing. Behoud van belangrijke doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende (veenweide)landschap. De dijk van de Hollandsche IJssel heeft een smalle verschijningsvorm met steile taluds en veel bochten. Over de gehele lengte ligt de weg boven op de dijk, aan de kant van de Krimpenerwaard gevolgd door een doorgaand bebouwingslint aan de voet van de dijk. Door opeenvolgende, deels zeer recente, dijkversterkingen zijn dijk en aangrenzende bebouwing steeds meer met elkaar vervlochten geraakt. Er is beperkte ruimte voor verdere noodzakelijke dijkversterking. Aanvullende ambitie zijn onder andere: Bij nieuwbouw of herontwikkeling langs de dijk rekening houden met de ruimtelijke impact aan de overkant en vanaf het water.
Herkenbaar houden karakteristiek dwarsprofiel van de dijk en aanhechting bebouwing aan de dijk. Op- en afritten zijn ondergeschikt aan de continuïteit van de dijk. Spiegeling planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Krimpenerwaard Het perceel ligt aan een rivierdijk tussen een aaneengesloten bebouwingslint langs de dijk. De
24
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
noodwoning en drie overbodig geworden schuren worden gesloopt. In de plaats hiervan komt een woning met een kleinere footprint en inhoud. De situering wordt afgestemd met de verkavelingsstructuur. Hierdoor krijgt het plangebied een ruimtelijke kwaliteitsimpuls. Het contrast tussen het verdichte dijklint en open veenweidegebied blijft beleefbaar. Doorzichten over opstrekkende verkaveling vanaf de dijk blijven hierdoor behouden. De woning staat met ‘het gezicht’ naar de dijk. Per saldo is er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het contrast tussen het verdichte dijklint en het open veenweidegebied blijft hierdoor beleefbaar. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van openheid, van rust en stilte en van het veenweidekarakter, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Het tegengaan van verrommeling heeft hier prioriteit. Conclusie De vervolgfunctie is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Krimpenerwaard, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het veenweidegebied.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.
De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies.
Toelichting
25
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Krimpenerwaard De Krimpenerwaard ligt tussen de Hollandse IJssel en de Lek en is op een aantal punten fysiek bereikbaar vanuit de omliggende gemeenten in Midden-Holland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. Het heeft een groen karakter en wordt gekenmerkt door een vooral dorps en landelijk woonmilieu. Conclusie Er wordt een noodwoning gesloopt. In de plaats hiervan wordt één woning toegevoegd in de dure koopsector. Dit levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in de gemeente Krimpenerwaard. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (één woning) niet te worden afgestemd met de regio, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 14 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven met het oog op de naar verwachting op 1 juli 2021 in werking treden van de Omgevingswet. Versterken kwaliteiten Krimpenerwaard De gemeente vindt het belangrijk richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de leefomgeving. Het gaat vooral om initiatieven en ontwikkelingen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is een omgevingsvisie opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij het opstellen van de visie en speerpunten is uitgegaan van de kwaliteiten en waarden van de Krimpenerwaard. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard eruit ziet. De inhoud is in samenspraak met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners gerealiseerd. Belangrijke opgaven De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en veranderingen in het landelijk gebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid.
De Omgevingsvisie nodigt uit samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard; waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Samen initiatieven tot succes maken De gemeente staat positief tegenover nieuwe initiatieven. Initiatieven die passen bij de Krimpenerwaard en bijdragen aan haar toekomst. Zij hanteert het ‘ja-mits’ principe. Het is een kans om meer te werken vanuit wensen en signalen van de samenleving, vanuit vertrouwen en minder vanuit regels. Ook daagt de gemeente initiatiefnemers en haarzelf uit al in een vroeg stadium contact te zoeken met alle betrokken partijen. Participatie is immers een van de belangrijke aspecten van de Omgevingsvisie.
26
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
3.4.2 Nota ruimtelijke kwaliteit De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” vastgesteld. De nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Vanaf dat moment vervallen de Welstandsnota’s van de voormalige gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist. De nota bevat de beleidsregels met daarin de criteria die de gemeente toepast bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen. Met de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” is gekozen voor harmonisering en deregulering van het welstandsbeleid met behoud van ruimtelijke kwaliteit. Een groot aantal woongebieden en bedrijventerreinen hebben een soepel toetsingsniveau waarbij verbouwingen welstandsvrij zijn. Om onaanvaardbare situaties tegen te gaan is een excessenregeling opgenomen. De eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ kan aangeschreven worden om die strijdigheid op te heffen. Ter ondersteuning van het beleid zijn er twee kaarten gemaakt. Er is een niveaukaart en een gebiedenkaart. De invulling van de beleidskaarten zijn een vertaling van de hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit in de Krimpenerwaard ten behoeve van de toetsen van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving. De Kattendijk maakt in de Nota onderdeel uit van een bijzonder niveau.
Dit betreft gebieden waar het uiterlijk van de bebouwing van aanzienlijk belang is voor de identiteit van de Krimpenerwaard. In deze gebieden is inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. De nota ruimtelijke kwaliteit bevat voor gebieden met een bijzonder niveau een uitgebreide set criteria, die in woordkeuze en bandbreedte aanstuurt op een zorgvuldige inpassing van bouwplannen in het gebied. Een plan moet een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het straatbeeld. Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand zijn er gebieden te onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën. Per gebied is een beschrijving, waardering en enkele uitgangspunten opgenomen. Afhankelijk van het gevraagde niveau zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. De per gebiedstype opgestelde criteria moeten in samenhang met beschrijving, waardering en uitgangspunten geïnterpreteerd worden. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Hollandsche IJssel (gebied 2B). Hiervoor zijn gebiedsgerichte criteria aangegeven. Toetsing bouwplan aan welstandsbeleid De nieuw te bouwen woning wordt in de stijl van een zogenoemde langgevel schuurwoning ontworpen. Het voorlopig ontwerp is al voorgelegd aan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
De commissie heeft aangegeven dat de volledige woning dient te voorzien van metselwerk. De kleur in genuanceerd geel dient in overleg met de commissie te worden bepaald. De kleurstelling van de dakpannen krijgt een antraciet kleur conform naastliggende woningen. Conclusie Bij uitwerking van het bouwplan wordt rekening gehouden met de in de Nota vastgelegde gebiedsgerichte criteria. De aanvraag omgevingsvergunning zal om advies worden voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Aan de door de commissie te maken opmerkingen zal worden voldaan. 3.4.3 Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Ook het gebruik van niet logende bouwmaterialen valt onder de noemer duurzaam bouwen. Dit is van belang voor de waterkwaliteit.
In de waterparagraaf (paragraaf 4.2) wordt hierop ingegaan. Tevens zal hierin aandacht worden besteed aan waterhuishoudelijke aspecten. Duurzame gemeente
Toelichting
27
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
In de door de gemeenteraad van Krimpenerwaard op 9 mei 2017 vastgestelde 'Woonvisie gemeente Krimpenerwaard; kerngericht!' is tevens aandacht besteed aan duurzaamheid. Als gemeente wil zij de lat van verduurzamen hoog leggen. Als landelijke gemeente gaat zij een stevige bijdrage leveren aan een verstandig klimaatbeleid. De gemeente beseft dat rond 2050 het aardgas zo'n beetje op zal zijn en dat zij daarom vanaf heden moet toewerken naar een energieneutrale woningvoorraad die niet langer met aardgas verwarmd hoeft te worden. Zij wil een duurzame ontwikkeling stimuleren door ook in te zetten op energiezuinige woningen en energiebesparing. Burgemeester en wethouders hebben onlangs ingestemd met convenant Klimaatadaptief bouwen van de Provincie Zuid-Holland (met uitzondering van de zettingseis). Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven.
De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas van Zuid-Holland. Wateroverlast door overvloedige neerslag In het plangebied is er op de Kaart Wateroverlast de draagkracht niet optimaal. De kans op wateroverlast is groot. Bij de nieuwbouw is het zaak het vloerpeil zo te kiezen dat het water van het erf niet naar binnen loopt. Er zijn verder geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Overstroming In het plangebied is er op de Kaart Overstromingsbeeld geen knelpunt voor overstroming. Er zijn geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. In het plangebied is er op de Kaart Hitte geen knelpunt voor hittestress. In het bijbehorend erf wordt beplanting aangebracht voor meer schaduwwerking. Er zijn verder geen maatregelen nodig. Droogte In het plangebied is er geen sprake van extra bodemdaling door droogte.
De woning daalt niet, omdat de palen van beton zijn. Er zijn uit dien hoofde geen beperkingen. Toetsing planinitiatief De woningen wordt bijna energie-neutraal worden gebouwd overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Dit betekent dat de woning een neutraal 'gebouw gebonden' energiegebruik heeft. Dit betreft het energiegebruik voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, warmtapwater, elektriciteit voor de hiervoor benodigde installaties en (forfaitair) verlichting én 'gebruik gebonden'. Conclusie De woning wordt duurzaam gebouwd overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Deze wordt zonder gasaansluiting gerealiseerd. Voorts worden zonnecollectoren op het dak geplaatst. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen en klimaatadaptief bouwen.
3.5
Conclusie
Dit bestemmingsplan voldoet aan het geschetste rijksbeleid, omdat de mogelijkheden worden benut om de kwaliteit en vitaliteit van de groene ruimte te verbeteren. Met deze planontwikkeling zijn geen rijksbelangen gemoeid. In de provinciale Omgevingsvisie ligt het plangebied in het buitengebied. In dit bestemmingsplan wordt een vervolgfunctie naar wonen mogelijk gemaakt zonder dat de bebouwing per saldo toeneemt. Hiermee wordt verrommeling tegengegaan. De woonbebouwing blijft binnen het bestaande bouwperceel en past
28
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
qua aard en schaal bij wat er al is op de locatie. De ruimtelijke kwaliteit in het veenweidegebied blijft dan ook tenminste gelijk. Dit betekent dat sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor deze onderdelen van het plan en een functiewijziging mogelijk is op grond van het bepaalde in artikel 6.9, lid 1 (ruimtelijke kwaliteit) van de Omgevingsverordening. Mitsdien is dit bestemmingsplan in overeenstemming met de provinciale belangen. De vervolgfunctie past op onderhavige locatie past voorts binnen de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid, zoals dat is vastgelegd in de hiervoor genoemde beleidsdocumenten.
Toelichting
29
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
30
Toelichting
bestemmingsplan Kattendijk 161, Gouderak
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.