BIJL toelichting Bijlage 6 Nota beantwoording reacties vooroverleg
Tekst van het document
NOTA VAN BEANTWOORDING OVERLEGREACTIES BESTEMMINGSPLAN MIDDELBLOK 107-109, GOUDERAK vastgesteld d.d. 08 september 2020 Nr. Naam, adres
Samenvatting reactie
Beantwoording
1.
Dunea Postbus 756 2700 AT Zoetermeer (email d.d. 5 juni 2020)
In het plangebied liggen geen transportleidingen van Dunea. Er zijn geen op- of aanmerkingen op dit plan.
Voor kennisgeving aannemen.
2.
Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid Postbus 2232 3500 GE Utrecht (email d.d. 7 juni 2020) TenneT TSO B.V. Postbus 718 6800 AS Arnhem (email d.d. 8 juni 2020
Vanuit Rijkswaterstaat is er geen aanleiding tot het geven van een reactie op het bestemmingsplan.
Voor kennisgeving aannemen.
Binnen de grenzen van het plangebied heeft TenneT (na een eerste beoordeling) geen bovengrondse- en geen ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. TenneT heeft dan ook geen opmerkingen.
Voor kennisgeving aannemen.
4.
Gasunie Transport Services BV Postbus 181 9700 AD Groningen (email d.d. 8 juni 2020)
Het plangebied ligt buiten de 1% letaliteitsgrens van de dichtst bij gelegen aardgastransportleiding (Besluit externe veiligheid buisleidingen). Deze leiding heeft geen invloed op de verdere planvorming.
Voor kennisgeving aannemen.
5.
GGD Hollands Midden Postbus 121 2300 AC Leiden (email d.d. 8 juni 2020)
Voor kennisgeving aannemen.
6.
Veiligheidsregio Hollands Midden Postbus 1123 2302 BC Leiden (25 juni 2020) Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard Postbus 4059 3006 AB Rotterdam (30 juni 2020)
Over ruimtelijke plannen zijn afspraken gemaakt met de Omgevingsdienst Midden-Holland. De Omgevingsdienst beoordeelt of een aanvullend advies van de GGD nodig is. In dit geval is geen aanvulling nodig. Vanuit de gezamenlijke hulpdiensten (politie, GHOR en brandweer) zijn er geen opmerkingen/bijzonderheden. Het plan heeft geen nadelige invloed op het watersysteem. Er zijn in het gebied geen bijzondere waterhuishoudkundige belangen. Het hoogheemraadschap heeft de volgende aandachtspunten:
Waterkwantiteit In paragraaf 4.2 Water is een berekening opgenomen van de toename van het verhard oppervlak in relatie tot de omvang van het te compenseren water.
3.
7.
1
Voor kennisgeving aannemen.
-
8.
Provincie Zuid-Holland Postbus 90602 2509 LP Den Haag (email d.d. 26 juli 2020)
5.
Omgevingsdienst Midden Holland Postbus 45 2800 AA Gouda (19 juni 2019; 8 oktober 2019)
Waterkwantiteit In paragraaf 4.2 Water moet een specifiekere berekening worden opgenomen van de toename van het verhard oppervlak. Hierbij moet ook worden gedacht aan de aan te brengen terreinverharding. - Waterkwaliteit Ingegaan moet worden op de materiaalkeuze. Het is niet wenselijk om uitloogbare materialen te gebruiken. - Riolering In paragraaf 4.2 Water moet kort worden ingegaan op de rioleringsaspecten. De provincie heeft enkele verduidelijkingsvragen gesteld met betrekking tot de ruimtelijke invulling en kwaliteit, de landschappelijk inpassing, watercompensatie, verkeersafwikkeling op de dijk, inzicht in de waarden binnen de bestemming Agrarisch met waarden (bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard en de mogelijkheden in het geldende bestemmingsplan ten opzichte van het nieuwe plan. De provincie zich kan vinden in de beantwoording. 1. Bodem (4.1.1): akkoord. 2. Luchtkwaliteit (4.1.2): akkoord. 3. Geluid (4.1.3): niet akkoord. In een nader rapport moet de te verwachten geluidbelasting inzichtelijk worden gemaakt. 4. Geurhinder (4.1.4): akkoord. 5. Bedrijven en milieuzonering (4.1.5): niet akkoord. Woningen van derden liggen op zodanige afstand van de bedrijfslocatie dat een geluidsrapport noodzakelijk is.
Het bedrijf moet een maatwerkvoorschrift moet in het kader van de Wet milieubeheer een maatwerkvoorschrift krijgen voor het maximale geluidsniveau in de nachtperiode. Voordat een hoger maximaal geluidniveau vergund kan worden met een maatwerkvoorschrift, moet aangetoond worden dat het binnenniveau in de woningen voldoet aan de 2
Waterkwaliteit In paragraaf 4.2 Water is een alinea opgenomen met betrekking tot de materiaalkeuze. Riolering In paragraaf 4.2 Water is ingegaan op de rioleringsaspecten.
Voor kennisgeving aannemen.
Het advies is voor kennisgeving aangenomen voor de onderdelen 1, 2, 4, 6 t/m 9 en 11 t/m 13. Ten aanzien van de opmerkingen zoals deze zijn genoemd bij de nummers 3, 5, 10 en 11 wordt het volgende opgemerkt: 3. en 5. Er heeft een akoestisch onderzoek plaatsgevonden (10 december 2019) naar de geluidsbelasting van het bedrijf op omliggende geluidsgevoelige objecten. In het onderzoek zijn het gemiddelde geluidsniveau en het piekgeluidsniveau berekend op de woningen die in de omgeving van het bedrijf liggen en de geluidsbelasting door het verkeer van en naar het bedrijf. Gezien de berekende geluidsbelasting is te concluderen dat de inrichting gemotiveerd ruimtelijk inpasbaar is op deze locatie. Ten aanzien van indirecte hinder is voorts in het akoestisch rapport
voorschriften uit het Activiteitenbesluit. 6. Externe veiligheid (4.1.6): akkoord. 7. Ecologie (4.3): akkoord. Geadviseerd wordt te werken volgens de aanbevelingen uit het ecologische rapport. 8. Archeologie (4.5): akkoord. 9. M.e.r: de ontwikkeling maakt geen ontwikkelingen mogelijk die vallen onder het Besluit m.e.r,. Het doorlopen van een m.e.r.-procedure is derhalve niet nodig.. 10. Stikstofdepositie: geadviseerd wordt in de toelichting aan te geven wat de afstand is tot het dichtstbijzijnde gevoelige Natura 2000-gebied. Daarbij kan worden aangegeven dat de veehouderijactiviteiten binnen het bedrijf staken en dit een daling aan stikstofdepositie tot gevolg heeft. 11. Explosieven: In opdracht van het Hoogheemraadschap zijn vooronderzoeken uitgevoerd om te bepalen voor welke gebieden een verhoogd risico geldt op de achtergebleven CE (Conventionele Explosieven) uit WOII. Hieruit blijkt dat het plangebied onverdacht is voor wat betreft het voorkomen van NGE (niet gesprongen explosieven). Verder onderzoek naar NGE in niet noodzakelijk. 12. Provinciaal milieubelangen: De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de provinciale milieubelangen. De provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid vier provinciale milieubelangen: Bescherming van stiltegebieden De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een stiltegebied.
Windenergie stimuleren De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een plaatsingsgebied voor windmolens. Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats 3
gemotiveerd dat de woningen die in de omgeving van het bedrijf liggen voldoen aan een binnenwaarde van 35dB(A) etmaalwaarde. 10. In paragraaf 4.3 Ecologie is aan de hand van berekeningen onderbouwd dat de stikstofdepositie niet toeneemt en er dus geen sprake is van significante effecten op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied als gevolg van het plan. 14. Het advies zal bij de verdere uitwerking van het plan worden betrokken.
in (de nabijheid van) een HMCbedrijventerrein. Afname van HMC-locaties is derhalve niet aan de orde. Beschermen van grote groepen mensen De voorgenomen ontwikkeling is niet gelegen in een invloedsgebied Groepsrisico van een EV-relevante risicobron. 13. Regels en verbeelding; akkoord. 14. Landschappelijk inpassing: vanwege de ligging van het perceel nabij weidevogelgebieden worden lage bomen of te knotten bomen aangeraden als groenafscherming.
4