BIJL TOELICHTING Bijlage 4b Rapportage aanvullend verkennend flora en faunaonderzoek
Tekst van het document
Aanvullende ecologische Quickscan Wet natuurbescherming IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
Veldbiologische Werken Ecologisch onderzoek en advies VBW t 2022-13 r
Colofon Opdrachtgever
Inclusief Wonen VOF Wipperplein 10-14 2103 LR HEEMSTEDE
Locatieonderzoek
J.C. Knotters
Datum uitvoering veldonderzoek
8 maart 2022
Datum rapportage
31 maart 2022
Opgesteld door
T. Dons
2 de lezing
J.C. Knotters
Foto’s/Afbeeldingen
J.C. Knotters (tenzij anders vermeld)
Status rapportage
concept
Rapportnummer
VBW t 2022-13 r
Aantal pagina’s
36 (inclusief bijlagen)
Rapportage citeren
AANVULLENDE ECOLOGISCHE QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING
IJSSELLAAN TE OUDERKERK AAN DEN IJSSEL RAPPORT VBW T 2022-13 R - VELDBIOLOGISCHE WERKEN
Administratieve bedrijfsinformatie Veldbiologische Werken Contactpersoon Adres Mobiel: Email: http:
Coen Knotters (ing. J.C. Knotters) Nieuwe Markt 65G, 4701 AD Roosendaal 06-20431422 info@veldbiologischewerken.eu www.veldbiologischewerken.eu
BTW-nummer: KVK-nummer:
NL863126182B01 84188812
Veldbiologische Werken V.O.F. is een ecologisch onderzoeks- en adviesbureau dat werkt conform de werkwijzen welke voorgeschreven worden in Kennisdocumenten, Soortenprotocollen en onderzoeksrichtlijnen Netwerk Groene Bureaus. Veldbiologische Werken V.O.F. werkt objectief en consequent, is natuurlijk praktisch en pragmatisch met oog voor communicatie en educatie ten behoeve van bescherming, behoud, beheer en ontwikkeling van onze levende natuur.
Ondanks de zorgvuldigheid waarmee dit rapport is samengesteld, zijn Veldbiologische Werken V.O.F. en de auteurs niet aansprakelijk voor eventuele fouten of onvolkomenheden en eventueel daaruit voortvloeiende schade.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
2 van 33
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
4
1.1
Aanleiding aanvullende ecologische Quickscan Wet natuurbescherming
4
1.2
Voorgenomen ingreep planlocatie
4
1.3
Doel Quickscan Wet natuurbescherming
5
Wettelijk kader
6
2.1
Omgevingsverordening Zuid-Holland
6
2.2
Natuurnetwerk
6
2.3
Soortenbescherming
6
3
Methoden van onderzoek / Werkwijze
8
4
Resultaten Quickscan / Toetsing aan wet en regelgeving
12
4.1
Vaatplanten
12
4.2
Zoogdieren
12
4.3
Vogels
14
4.4
Reptielen
19
4.5
Vissen en Amfibieën
20
4.6
Libellen en dagvlinders
22
4.7
Overige ongewervelden
23
4.8
Gebiedsbescherming
23
5
Conclusies en aanbevelingen
24
6
Literatuur en bronnen
26
6.1
Literatuur
26
6.2
Bronnen
27
Bijlage 1
– Wettelijk kader
Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Weerrapport – NDFF-gegevens beschermde soorten planlocatie – Lijst van nationaal beschermde soorten
Bijlage 5
– Lijst van soorten die op bijlage IV van de habitatrichtlijn, bijlage II van Bern en/of bijlage I van Bonn staan
Bijlage 6
– Overzicht soorten vogelrichtlijn
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
3 van 33
1
Inleiding
Deze aanvullende ecologische Quickscan is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. 1.1
Aanleiding aanvullende ecologische Quickscan Wet natuurbescherming
Op 1 maart 2022 heeft Veldbiologische Werken opdracht ontvangen van Inclusief Wonen VOF (via Buro Kours) voor het uitvoeren van een aanvullende ecologische Quickscan Wet Natuurbescherming in het plangebied gelegen aan IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel. Voor een deel van het plangebied is reeds een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd: QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING WET NATUURBESCHERMING FLORA EN FAUNA HERONTWIKKELING IJSSELLAAN TE OUDERKERK AAN DEN IJSSEL DE ROEVER OMGEVINGSADVIES R. KEETELS (KENMERK : DERO21-01) - DATUM : 30 JULI 2021
De Aanvullende ecologische Quickscan betreft met name de omliggende bomen (rondom plangebied). Nader onderzoek dient plaat te vinden t.a.v. roofvogels (Buizerd). Tevens zal het perceel worden verdiept i.v.m. bodemsanering en vinden werkzaamheden in de oeverzone van het omliggende slotenstelsel plaats. Het voornemen van de initiatiefnemer is om de huidige gebouwen te slopen en er nieuwbouw te realiseren welke voldoet aan de huidige wooneisen en milieueisen. De bestaande begroeiing wordt deels verwijderd. Aangezien binnen het plangebied bodemsanering dient plaats te vinden en via de bestaande weg (door buurtschap IJssellaan) geen transport mogelijk is, wordt overwogen het transport plaats te laten vinden via aangrenzende weilanden (grotendeels via bestaande dammen) naar de IJsseldijk. Om aansluiting van de bouwweg te vinden met de IJsseldijk is een boerderij met schuren (één grote schuur en één kleine halfopen schuur) aangeschaft. De bouwweg zal bij de aansluiting met de IJsseldijk de bestaande grote schuur kruisen. Deze grote schuur dient daarom gesloopt te worden.
Aangezien de voorgenomen aanpassingen tot ruimtelijke ontwikkeling behoren en daarmee mogelijk (negatief) effect kan hebben op de omgeving en daar mogelijk voorkomende (beschermde) plant- en diersoorten, dient formeel te worden aangetoond dat ter plaatse geen beschermde soorten aanwezig zijn, dan wel redelijkerwijs kunnen worden uitgesloten. Deze soorten kunnen verstoord worden door de geplande ingreep. Door middel van deze Quickscan zal inzichtelijk worden gemaakt of beschermde soorten gebruik maken van het plangebied en of de geplande ingrepen wet overtredend zijn ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Met deze Quickscan wordt tevens een advies gegeven ten aanzien van ecologisch waardevolle componenten in het plangebied en mogelijkheden om deze te consolideren en te versterken. 1.2
Voorgenomen ingreep plangebied
Voor het plangebied IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel in Zuid-Holland is de initiatiefnemer van zins op het perceel nieuwbouw te realiseren. De voorgenomen ingrepen in het plangebied betreffen puntsgewijs: 1. 2. 3.
Kap bomen en verwijderen struweel rondom plangebied, Verdiepen perceel t.b.v. bodemsanering, Werkzaamheden oeverzone omliggende sloten,
4. 5.
Aanleg bouwweg met aansluiting op IJsseldijk, Sloop grote schuur bij aansluiting bouwweg op IJsseldijk.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
4 van 33
1.3
Doel Quickscan Wet Natuurbescherming
Voor activiteiten, zoals de initiatiefnemer in het plangebied voornemens is, dient conform Nationale en Europese wet- en regelgeving eerst onderzoek gedaan te worden naar (potentiële) aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten of beschermde gebieden die mogelijk negatief beïnvloed worden door de voorgenomen plannen. Deze Aanvullende ecologische Quickscan Wet natuurbescherming geeft hier uitsluitsel over. De Aanvullende ecologische Quickscan bestaat uit een bronneninventarisatie en locatieonderzoek naar aanwezigheid of potentiële aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Voor de volledigheid wordt de Omgevingsverordening Zuid-Holland getoetst. Indien beschermde plant- en diersoorten aanwezig zijn, of in potentie aanwezig kan zijn, is nader onderzoek nodig naar mogelijk negatieve effecten van de voorgenomen activiteiten op deze soorten (verstorings -/verslechteringstoets). Tevens wordt dan onderzocht of de voorgenomen activiteiten mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming en/of Omgevingsverordening Zuid-Holland inhouden. Ook wordt onderzocht welke mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig zijn om conform wet en regelgeving het project doorgang te laten vinden. De Aanvullende ecologische Quickscan kan tevens aanleiding zijn voor aanvullend onderzoek naar (functioneel gebruik door) soorten.
Ook wordt nagegaan of er negatieve effecten op nabijgelegen beschermde gebieden zijn dan wel dat nadere toetsing in dit kader nodig is.
Te realiseren slootoverbrugging plangebied buurtschap IJssellaan
Bestaande dammen
Te slopen grote schuur
Kaart 1: Kaart van het plangebied (blauw gearceerd) met aan te leggen bouwweg (rode lijn).
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
5 van 33
2
Wettelijk kader
2.1
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Rolverdeling Provincies en Rijk: Sinds 1 januari 2017 zijn Provincies bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. Vergunnings- en ontheffingsverlening is eveneens taak van de Provincies. De Rijksoverheid is bevoegd gezag van grote wateren en Internationaal beleid. In de (interim) omgevingsverordeningen, die per Provincie kunnen verschillen, staan alle wetsbepalingen weergegeven. Deze regels gelden zowel voor Natura 2000-gebieden, in het wild levende dieren en houtopstanden. 2.2
Natuurnetwerk
Naast door het Rijk aangewezen natuurgebieden die onder de Natura 2000 -richtlijnen vallen zijn er ook andere beschermde gebieden in Nederland vallend onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor de Provincie Zuid-Holland geldt het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Het NNN is een door heel Nederland opgezet plan dat de biodiversiteit ten gunste moet komen. De verschillende gebieden fungeren als stapstenen en corridors voor soorten waardoor verspreiding en genetische uitwisseling tussen gebieden mogelijk is. Dit netwerk van verbindingszones mag niet door een ingreep worden aangetast. Effecten van een geplande ingreep of activiteit binnen het Natuurnetwerk Nederland moeten worden getoetst aan de gestelde natuurwaarden. Ook voor de NNN-gebieden is de Provincie bevoegd gezag. 2.3
Soortenbescherming
In de Wet natuurbescherming staan verbodsbepalingen ten aanzien van soorten. Zo zijn activiteiten die schadelijk zijn voor dier- en plantsoorten verboden. Dit noemt men de zorgplicht, deze geldt voor alle vrij in het wild voorkomende soorten van Nederland. Specifiek kent de soortbescherming zwaardere beschermingsregimes voor speciaal aangewezen soorten. De soortenwetgeving is dusdanig vormgegeven dat eenieder die redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn of haar handelen negatieve effecten heeft op beschermde soorten deze moet laten. In sommige gevallen is een ontheffing of vrijstelling mogelijk.
In bijlage 1 vindt u een uitgebreide uitleg over de Wet natuurbescherming.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
6 van 33
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
7 van 33
3
Methoden van onderzoek / Werkwijze
Op 8 maart 2022 is het plangebied gelegen aan de IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel door de heer J.C. Knotters en de heer T. Dons van Veldbiologische Werken onderzocht. Weercondities waren gunstig (weerrapport zie Bijlage 2). Op deze datum is het gehele plangebied en omliggend terrein te voet onderzocht in het kader van deze Quickscan. De volgende methoden van onderzoek/werkwijzen zijn gebruikt: -
Inventarisatie te velde van de in het plangebied voorkomende ruimtelijke structuren en ecotopen met behulp van: o verrekijker; o zaklamp; o endoscoop/holtecamera; o spiegelstok (voor zicht in/achter holtes); o fotocamera; o verzamelpotjes (voor samples ter nadere determinatie van faeces o.a. muizen/vleermuizen); o bat-detector (Petterson D400 hetrodyne met time expansion).
-
Samples/laboratorium determinaties: o Determinaties faeces (o.a. muizen/vleermuizen) uit samples m.b.v. Euromex binoculair.
-
Literatuuronderzoek/bronnenonderzoek: o Check van (recente) waarnemingen van beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied; o Check van (recente) waarnemingen vermeld in verspreidingsatlassen; o Check van (recente) waarnemingen op websites.
-
Onderzoek ligging plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden, zoals Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur).
-
Het plangebied is getoetst aan de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland. Naar aanleiding van de inventarisatie te velde en het literatuur/bronnenonderzoek is een inschatting gemaakt van het (mogelijke) voorkomen van beschermde flora en fauna en de
-
(mogelijke) functies voor deze in het plangebied. Op basis van deze voorgenomen ingreep is een inschatting gemaakt van de (redelijkerwijs) te
-
verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies. Mogelijke negatieve effecten zijn getoetst aan de Wet natuurbescherming. Vaststellen leemtes/onduidelijkheden. Hiermee is bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat nog een aanvullende toetsing noodzakelijk is.
Onderstaande foto’s geven een impressie van het plangebied voor deze Aanvullende ecologische Quickscan.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
8 van 33
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
9 van 33
Foto 11
Foto 12
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
Foto 19
Foto 20
Foto 21
Foto 22
Foto 23
Foto 24
Foto 25
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
10 van 33
Foto 24
Foto 26
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Foto 27
Foto 28
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
11 van 33
4
Resultaten Quickscan / Toetsing aan wet en regelgeving
Aangezien de voorgenomen ingreep valt onder de categorie ruimtelijke ordening wordt hier voor beschermde soorten uit Wet Natuurbescherming een nadere beoordeling gemaakt. Op basis van de aanwezige ecotopen, het onderzoek te velde en het literatuur- en bronnenonderzoek is een inschatting gemaakt van (mogelijk) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Uitgaande van de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en de te verwachten effecten van de ingreep is een toetsing aan de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Zuid-Holland uitgevoerd. Deze toetsing geeft aan welke (mogelijke) negatieve effecten te verwachten zijn voor beschermde soorten. De toetsing geeft ook aan of aanvullende onderzoeken wenselijk zijn. Tevens geeft de toetsing aan of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming dan wel Omgevingsverordening Zuid-Holland vereist is. De toetsing richt zich ook op het uitsluiten van negatieve effecten op omliggende beschermde gebieden (Wet natuurbescherming). Of, indien negatieve effecten op omliggende beschermde gebieden niet zijn uit te sluiten, het wenselijk is hiernaar nader onderzoek te doen. 4.1
Vaatplanten
Kenmerkende en soortspecifieke groeiomstandigheden voor beschermde vaatplanten ontbreken binnen het plangebied. Op 1-5 km. afstand van het plangebied komt Groot spiegelklokje, Kruiptijm, , Smalle raai, Tengere veldmuur, Wilde ridderspoor en Wolfskers voor. Deze soorten zijn uit te sluiten binnen de planlocatie aangezien de soortspecifieke groeiomstandigheden voor deze soorten niet aanwezig zijn. Het plangebied bestaat deels uit sterk verruigde grasvegetatie, open struweel met dominantie van Gewone braam, Rietgras, Riet, Pitrus en intensief beheerd en bemest agrarisch grasland (Grote vossenstaart en Engels raaigras). •
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Omgevingsverordening Zuid-Holland voor vaatplanten veroorzaken.
4.2
Zoogdieren
Tijdens het veldonderzoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen in het gebied. Uit brononderzoek blijkt dat binnen een straal van 0-1 km. Bever, Egel, Gewone dwergvleermuis, Haas en Laatvlieger. Op een straal van 1-5 km zijn Bunzing, Gewone grootoorvleermuis, Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis, Hermelijn, Konijn, Rosse vleermuis, Rosse woelmuis, Ruige dwergvleermuis, Tweekleurige vleermuis en Wezel waargenomen. (Spits)Muizen In en rondom het plangebied is geen soortspecifiek biotoop voor beschermde Muizen/Spitsmuizen aanwezig. Binnen de nabije omgeving (1-5 km) zijn er waarnemingen gedaan van Rosse woelmuis. Deze soort is vrijgesteld conform de Omgevingsverordening Zuid-Holland. •
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Omgevingsverordening Zuid-Holland voor (spits)muizen veroorzaken.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
12 van 33
Bever Binnen en nabij het plangebied is geen geschikt biotoop voor Bever aanwezig. Bever is waargenomen bij de Hollandse IJssel. Maar ook op een afstand van ong. 3 km. nabij de Burgemeester Jamessingel te Gouda en de Openbare Golfterreinen Hitland aan de Schielandweg. De omgeving van de planlocatie (poldergebied) herbergt in zeer beperkte mate kenmerken van biotoop welke geschikt kan zijn voor Bever. Het is redelijkerwijs niet aannemelijk dat Bever zich binnen of direct nabij het plangebied zal vestigen. •
Het is redelijkerwijs uit te sluiten dat bij verwezenlijking van de voorgenomen ingreep schade of verstoring op zal treden ten aanzien van het leefgebied van Bever. Verstoring door geluid of trillingen zal gezien aard, omvang en duur van de werkzaamheden niet significant verschillen t.o.v. de huidige waarden (intensieve scheepvaart Hollandse IJssel, verkeersdruk IJsseldijk, fabrieken omgeving).
(kleine)Marterachtigen Uit literatuur- en bronnenonderzoek blijkt dat Hermelijn, Bunzing en Wezel op een afstand van 1-5 km. van het plangebied voorkomen. Het plangebied is onderzocht naar (kleine)marterachtigen deze zijn niet aangetroffen. Evenmin zijn er sporen (prenten, uitwerpselen en prooiresten) aangetroffen. Geschikte verblijfsplaatsen zijn ook niet aangetroffen. Bunzing, Hermelijn en/of Wezel zijn vrijgesteld conform de Omgevingsverordening Zuid-Holland. •
Met de voorgenomen plannen, is aantasting van het leefgebied van (kleine)marterachtigen redelijkerwijs uit te sluiten. Marterachtigen zijn vrijgesteld conform de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Vleermuizen In de omgeving (binnen een straal van 0-1 km. en 1-5 km.) zijn waarnemingen bekend van een aantal vleermuissoorten, weergegeven in onderstaande tabel. Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
0-1 km
Gewone grootoorvleermuis
Plecotis auritus
1-5 km
Kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pigmeus
1-5 km
Ruige dwergvleermuis
Pipistrellus nathusii
1-5 km
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
1-5 km
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
1-5 km
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus
1-5 km
Verblijfsplaatsen Bij de gebouwen (o.a. grote schuur en halfopen schuur) zijn geen invliegopeningen aangetroffen voor vleermuizen. Bij de aanwezige bomen zijn geen holtes, kieren en/of spleten aangetroffen die kunnen duiden op verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten. Vlieg- en foerageerroutes Binnen het plangebied is geen opgaande lijnvormige begroeiing aanwezig welke in verbinding staat met omliggende opgaande begroeiing, waardoor het redelijkerwijs niet aannemelijk is dat vaste vliegroutes van vleermuizen aanwezig zijn. Het plangebied biedt geschikt foerageergebied voor vleermuizen. In omgeving van het plangebied is foerageergebied echter ruimschoots aanwezig. Het plangebied is niet van essentieel belang voor vleermuizen. De realisatie van de voorgenomen ingreep kan redelijkerwijs geen negatief effect hebben op foerageergebied van vleermuizen.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
13 van 33
Samenvattend vleermuizen •
Het is op basis van het veldonderzoek en de aangetroffen bebouwing en bomen redelijkerwijs uit te sluiten dat gebouwbewonende vleermuizen en boombewonende vleermuizen een verblijfsplaats hebben binnen het plangebied. Bij verwezenlijking van de voorgenomen ingreep kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat de Wet natuurbescherming / Omgevingsverordening Zuid-Holland t.a.v. vleermuissoorten wordt overtreden. Nader onderzoek op het gebied van
•
gebouwbewonende vleermuizen is niet noodzakelijk om hier uitsluitsel over te geven. Functionaliteit van vlieg- en foerageergebied zal ten opzichte van de huidige situatie niet worden aangetast. Nader onderzoek op het gebied van deze gebruiksfuncties van vleermuizen is niet noodzakelijk om hier uitsluitsel over te geven.
Overige zoogdieren Van Egel, Haas en Konijn zijn tijdens het veldbezoek geen sporen (prenten, uitwerpselen en voedselresten) aangetroffen. Er zijn in de directe omgeving geschikte groenstructuren voor Egel en Konijn. Incidentele aanwezigheid is niet uit te sluiten. Egel, Haas en Konijn zijn conform de Omgevingsverordening Zuid-Holland vrijgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen en de aanwezigheid van Egel, Haas en Konijn zijn hierdoor geen belemmering voor de geplande werkzaamheden. •
Zorgplicht. Houdt rekening met potentiële aanwezigheid van Egel, Haas en Konijn. Voorkom
•
opslag van materialen waaronder Egels en Konijn kunnen gaan verblijven. Het doden of verwonden van Egels, Haas en Konijn is verboden middels de Wet natuurbescherming. Als deze soorten worden waargenomen voorafgaand of tijdens werkzaamheden dienen deze dieren zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. Voorkom afgesloten terreindelen.
•
Voor aanvang van de werkzaamheden dient u het plangebied op aanwezigheid van Egel , Haas en Konijn te controleren.
Overige soorten Zoogdieren zijn redelijkerwijs uit te sluiten vanwege ontbreken van geschikt biotoop. 5.3
Vogels
Het plangebied is tijdens het veldonderzoek geïnspecteerd op mogelijke aanwezigheid van vogels waarvan de vaste rust- en verblijfplaatsen (nesten) jaarrond beschermd zijn. Tevens is gekeken naar vogelsoorten die (mogelijk) in het plangebied kunnen broeden. Huismus/Ringmus In de directe omgeving van het plangebied zijn Huismussen waargenomen. Deze waarnemingen betreffen huizen, erven en tuinen binnen het buurtschap IJssellaan. Tijdens het veldonderzoek voor deze Aanvullende ecologische Quickscan werden er geen Huismussen/Ringmussen waargenomen in het plangebied. Sporen van enig activiteit binnen het plangebied zijn niet aangetroffen (geen nestactiviteit, oude nesten of sporen van verblijf in schuren, struiken of struweel of stofbaden). Leefgebied voor mussen is rondom het plangebied ruimschoots aanwezig. Het plangebied vormt geen essentieel en/of uniek leefgebied voor mussen Nader onderzoek is niet noodzakelijk. •
Het is redelijkerwijs uit te sluiten dat de voorgenomen ingreep in het plangebied nadelig zal zijn voor Huismussen/Ringmussen.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
14 van 33
Weidevogels (incl. pleisterende wintergasten) De planlocatie biedt suboptimaal leefgebied voor weidevogels en/of pleisterende wintergasten. Het gedeelte polderland is vrijwel geheel ingesloten door bebouwing. Ook vormen de hoge bomen in de directe nabijheid een belemmering voor weidevogels en/of pleisterende wintergasten (angst voor predatie). Het is redelijkerwijs uit te sluiten dat de voorgenomen ingreep negatieve effecten zal hebben op leefgebied van weidevogels of rustgebied voor pleisterende wintergasten. Grote Gele Kwikstaart In de directe omgeving van het plangebied (0-1 km) zijn waarnemingen bekend van Grote gele kwikstaart. Het plangebied kent beperkte kenmerken voor een geschikt biotoop van deze soort. Grote gele kwikstaart broed graag in de nabijheid van (zwak of sterk) stromend water. Binnen het plangebied zelf is geen geschikte mogelijkheid voor het broeden van Grote gele kwikstaart aanwezig. Het intensieve agrarisch beheer van de weidepercelen (incl. de oeverzones) vormen te veel druk om een geschikte nestplaats te bieden. De voorgenomen ingreep zal geen negatieve effecten hebben. Roofvogels/Uilen e.a. Binnen het plangebied is één nest aangetroffen welke mogelijk gebruikt kan worden door Buizerd. Aanvullend onderzoek (conform Kennisdocument BIJ 12 – Buizerd) naar gebruik van dit nest is reeds gestart.
Thans wordt het nest gebruikt door Zwarte kraai (zie Foto 10 d.d. 24 maart 2022).
plangebied buurtschap IJssellaan
Kaart 1: Kaart van het plangebied (blauw gearceerd) met aan te leggen bouwweg (rode lijn). Nest Buizerd ? (Groene ster)
In de grote schuur (te slopen i.v.m. aansluiting bouwweg op IJsseldijk) is een Kerkuilenkast aanwezig. Bij navraag bij de huidige bewoner bleek deze kast ooit geplaatst te zijn door Vogelwerkgroep Krimpenerwaard. De Kerkuilenkast is in 2021 niet gebruikt geweest door Kerkuil. Ook is Kerkuil al geruime tijd niet waargenomen bij/in deze schuur. In de schuur werden geen verse uitwerpselen, prooiresten of braakballen gevonden.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
15 van 33
plangebied buurtschap IJssellaan
Kaart 1: Kaart van het plangebied (blauw gearceerd) met aan te leggen bouwweg (rode lijn). Grote schuur met Kerkuilenkast (oranje vierkant)
Aangezien aanwezigheid van Buizerd en Kerkuil niet kunnen worden uitgesloten binnen het plangebied is nader onderzoek naar deze soorten noodzakelijk. Kerkuilenonderzoek dient uitgevoerd te worden conform de richtlijnen van het Kennisdocument BIJ 12 – Kerkuil.
Methodes en perioden van inventarisatie van Kerkuil Er moet in beeld gebracht worden waar zich de locaties van nesten, rustplaatsen of (essentieel) functioneel leefgebied (zoals foerageergebieden) van de kerkuil bevinden. De benodigde inspanning voor het aantonen van de aan- of afwezigheid van nesten, rustplaatsen en exemplaren van de kerkuil is sterk afhankelijk van het gebied, de ervaring van de waarnemer, de gebruikte methodiek en het moment in het jaar dat de inventarisatie gehouden wordt. Om de meest kansrijke plekken te bepalen voor aantreffen van de kerkuil moet bij het inventariseren gelet worden op de habitatkenmerken waarvan de kerkuil afhankelijk is, Afhankelijk van de situatie moet worden bekeken welke methode het meest effectief is. Aanbevolen wordt gebruik te maken van de aanwezigheidsprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) voor zover voor de betreffende soort beschikbaar. Het is echter niet verplicht deze protocollen te gebruiken. Indien u als initiatiefnemer vragen heeft over de juiste onderzoeksmethode dan kunt u hierover contact opn emen met het bevoegd gezag. De inventarisatievoorschriften zoals die gehanteerd worden bij het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) zijn niet zonder meer bruikbaar omdat ze voor andere doeleinden zijn opgesteld.
De aanwezigheid van een nest van een kerkuil kan als volgt worden aangetoond (territoriumkartering BMP Sovon): • Er is een bezet nest • Er is minimaal één waarneming in de periode van 1 februari tot en met 31 augustus van: – een paar in broedbiotoop, of – territoriaal gedrag: krijsende vogel. Dit kan het hele jaar zijn, maar vooral februari en maart, of – bedelende jongen: dit is doorgaans vanaf juni .
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
16 van 33
Het is belangrijk om bij het onderzoek aandacht te schenken aan de controle van potentieel geschikte locaties, en om navraag te doen bij boeren, andere bewoners, beheerders en bij leden van de Stichting Kerkuilwerkgroep Nederland. Braakballen en krijtstrepen kunnen aanwijzingen zijn voor een bewoonde nestplek. Vaak zal het nodig zijn om de waarnemingen van vooral de nestplekken zo gedetailleerd op een (veld) kaart te tekenen, dat het mogelijk is om per object te zien waar de nestplekken zich bevinden. Houd er bij het bepalen van het aantal territoria in het gebied rekening mee dat kerkuilen tot vele honderden meters van de nestplek aanwezig kunnen zijn. Waarnemingen die verder dan 1.000 meter van elkaar verricht zijn, duiden vaak op twee verschillende territoria. Deze afstand kan per gebied verschillen. De afwezigheid van broedende kerkuilen kan zijn aangetoond als tijdens drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode van begin februari tot en met half oktober geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie moet bij voorkeur tijdens goede weersomstandigheden en in een geschikt biotoop plaatsvinden. De beste momenten om te inventariseren zijn ’s avonds en ’s nachts. De kerkuil reageert niet op het afspelen van de baltsroep op een geluidsrecor der.
Daarnaast moet bij voorkeur ook overdag gezocht zijn naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken, zoals braakballen of krijtstrepen. Ook verdient het aanbeveling navraag te doen bij bewoners en bij kerkuilvrijwilligers (Stichting Kerkuilwerkgroep Nederland). Periode van inventariseren In figuur 11 wordt de geschiktheid van perioden voor inventariseren voor de verschillende inventarisatiewijzen aangegeven. Ook buiten deze perioden kan soms worden geïnventariseerd, maar dan zal meer onderzoeksinspanning verricht moeten worden.
Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard Contactgegevens Secretariaat info@nvwk.nl Boschpolderstraat 14 2807 LJ Gouda
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
17 van 33
Methodes en perioden van inventarisatie van Buizerd Er moet in beeld gebracht worden waar zich de locaties van nesten, rustplaatsen of (essentieel) functioneel leefgebied (zoals foerageergebieden) van de buizerd bevinden. De benodigde inspanning voor het aantonen van de aan- of afwezigheid van nesten, rustplaatsen en exemplaren van de buizerd is sterk afhankelijk van het gebied, de ervaring van de waarnemer, de gebruikte methodiek en het moment in het jaar dat de inventarisatie gehouden wordt. Bij het inventariseren moet gelet worden op de habitatkenmerken waarvan de buizerd afhankelijk is, om zo de meest kansrijke plekken voor aantreffen te bepalen. Afhankelijk van de situatie moet worden bekeken welke methode het meest effectief is. Aanbevolen wordt gebruik te maken van de aanwezigheidsprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het is echter niet verplicht deze protocollen te gebruiken. Indien u als initiatiefnemer vragen heeft over de juiste onderzoeksmethode dan kunt u hierover contact opnemen met het bevoegd gezag. De inventarisatievoorschriften zoals die gehanteerd worden bij het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) zijn niet zonder meer bruikbaar omdat ze voor andere doeleinden zijn opgesteld.
Inventariseren van broedende buizerds kan op basis van hun geluid, aangevuld met zichtwaarnemingen (aanwezigheid volwassen exemplaren of paartjes in geschikt gebied), territorium indicerend gedrag (balts e.d.) en nest indicerend gedrag of nestvondsten:
• inventariseren exemplaren De aanwezigheid van een nest of van een rustplaats van een buizerd kan worden aangetoond door het uitvoeren van twee tot vier gerichte veldbezoeken. Deze moeten overdag na zonsopkomst plaatsvinden in de periode maart tot en met half mei, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Het aantonen van aanwezigheid in bosgebieden vraagt over het algemeen meer inspanning dan aanwezigheid in meer open landschappen. Veldbezoeken in de betreffende tijd van het jaar leveren bij de buizerd het leeuwendeel van de waarnemingen van bewoonde territoria en nesten op. • Nesten waarnemen Veel nesten kunnen gevonden worden door voor half april (voor de bladgroei) geschikte bossen en beplanting uit te kammen. Oude nesten worden opgehoogd en nieuwe nesten zijn in die tijd voltooid. Bewoonde nesten zijn herkenbaar aan verse takken (oplichtend breukvlak) en alarmerende ouders. Ook kan hiermee het netwerk aan nesten van een paartje buizerd in beeld worden gebracht. Later in het seizoen zijn bewoonde nesten herkenbaar aan pluisjes en verse takjes op de nestrand. Soms is de broedende vogel zichtbaar (maar drukt zich in nestkom), soms is deze al afgevlogen (al dan niet met roepen; vogel laat zich van nest vallen alvorens weg te vliegen, in tegenstelling tot rechtlijnige aftocht van havik). Grote nestjongen zijn vanaf de grond vaak zichtbaar.
Een kring van witte poepspetters onder de nestboom wijst op grote jongen. De jongen blijven 4-6 weken na het uitvliegen in omgeving van het nest en bedelen veelvuldig. Paren kunnen over verschillende nesten binnen het territorium beschikken, die soms verrassend ver uit elkaar kunnen liggen, soms verder dan gelijktijdig bezette nesten van buurparen. Oude nesten soms meermalen controleren in verband met late broedsels. Sommige nesten zitten zo verborgen (bijvoorbeeld in een donker sparrenbos) dat ze pas in een laat stadium gevonden worden. Tijdens de inventarisatie moet ook in beeld gebracht worden waar welke elementen van de functionele leefomgeving zich bevinden. Hiertoe behoren vooral de plekken waar zich nestbomen bevinden en de plekken waar gefoerageerd wordt. Afwezigheid van broedende buizerds kan worden aangetoond, als er tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode maart tot half mei geen aanwezigheid kan worde n aangetoond. De inventarisatie moet bij voorkeur tijdens goede omstandigheden (zoals weersomstandigheden, moment op de dag) plaatsvinden
en met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Tevens moet bij voorkeur in de periode dat er nog geen
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
18 van 33
blad aan de boom zit, minimaal éénmaal gericht naar nestlocaties zijn gezocht. Overigens kan het daadwerkelijke broeden van de buizerd plaatsvinden van half maart tot en met augustus, maar het exacte moment is afhankelijk van onder andere de weersomstandigheden e n kan per broedpaar verschillen. Een buizerd vliegt tot 1 kilometer van het nest om voedsel te zoeken, hoewel dit variabel kan zijn.
Periode van inventariseren In bovenstaande figuur (Figuur 5) wordt de geschiktheid van perioden voor inventariseren voor de verschillende inventarisatiewijzen aangegeven. Ook buiten deze perioden kan soms worden geïnventariseerd, maar dan zal meer onderzoeksinspanning nodig zijn. Overige vogels De begroeiing rondom het plangebied biedt geschikt broedbiotoop voor een aantal algemene vogelsoorten. Nesten van deze vogelsoorten zijn beschermd volgens de Wet natuurbescherming als deze in gebruik zijn. Voorkom verstoring bij werkzaamheden en aan- en afvoer van materieel. Plaats geen materiaal tegen beplanting of voorkom broedgevallen. •
In algemene zin dient de Zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden beschermd zijn, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. De Wet biedt de mogelijkheid om broedgevallen van algemene soorten te voorkomen, dit betreft uitdrukkelijk niet de soorten die jaarrond beschermd zijn, zijnde Roofvogels, Gierzwaluw en Huismus. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor het broedseizoen géén vaste periode geldt. Controle op mogelijke aanwezige broedende Vogels dient plaats te vinden vóór aanvang van en tijdens de werkzaamheden.
•
Bij verwezenlijking van de voorgenomen ingreep kan worden uitgesloten dat de Wet natuurbescherming / Omgevingsverordening Zuid-Holland t.a.v. Vogelsoorten wordt overtreden.
4.4
Reptielen
Uit brononderzoek zijn waarnemingen bekend van reptielen binnen een straal van 0 -5 km. Ringslang wordt vermeld in de Nationale Databank Flora en Fauna op 1 -5 km. afstand. Geschikt biotoop voor
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
19 van 33
Ringslang ontbreekt echter binnen het plangebied. De meest nabije populatie van Ringslang is bekend vanuit de Reeuwijkse Plassen verder ten oosten van het plangebied. Gezien de afstand en tussenliggende barrières is het redelijkerwijs uit te sluiten dat de soort de planlocatie vanuit deze populatie kan bereiken. •
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Omgevingsverordening van Zuid-Holland voor reptielen veroorzaken.
4.5
Vissen en Amfibieën
Vissen Tijdens het veldonderzoek voor deze quickscan is alleen Baars waargenomen (Foto’s 14 en 15). Op een afstand van 1-5 km. is Grote modderkruiper waargenomen. Het betreft één waarneming bij Gouderak verder ten oosten van het plangebied en één waarneming in het poldergebied bij buurtschap Achterbroek (Berkenwoude) verder ten zuidoosten van het plangebied. Bij de geplande werkzaamheden zal geen ingreep in het aquatisch biotoop plaatsvinden. De te overbruggen sloot (aansluiting aan te leggen bouwweg met plangebied) kan gerealiseerd worden door toepassen draglineschotten met rijplaten waarbij de sloot wordt overbrugd zonder her aquatisch biotoop aan te tasten. •
Het is redelijkerwijs uit te sluiten (bij toepassing tijdelijke brug) dat leefgebied van Grote modderkruiper wordt aangetast door de voorgenomen werkzaamheden. Een ontheffing Wet natuurbescherming voor Grote modderkruiper is niet van toepassing.
Beschadiging van oevers en verstoring aquatisch biotoop kan voorkomen worden door op elke walkant een stalen rijplaat aan te brengen met daarop de tijdelijke brug (houten draglineschotten). Door het aanbrengen van de stalen rijplaten ontstaat een gespreide drukverdeling, waardoor de oevers in tact blijven (zie Afbeelding 1).
Afbeelding 1
Profielschets met schematische weergave tijdelijke brug. Door aanbrengen stalen rijplaten t.b.v. drukverdeling op walkant wordt oeverzone en sloot in tact gelaten.
Foto’s 29 t/m 32::
Tijdelijke brug. Door aanbrengen stalen rijplaten t.b.v. drukverdeling op walkant wordt oeverzone en sloot in tact gelaten.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
20 van 33
Amfibieën Binnen een straal van 0-1 km. zijn waarnemingen bekend van Bastaardkikker en Rugstreeppad. Bastaardkikker is vrijgesteld conform de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Rugstreeppad is recentelijk waargenomen even ten zuiden van het plangebied bij de nieuwbouwwijk aan de Lageweg (twee waarnemingen Vlamingsweer en één waarneming Lageweg). Bij een straal van 1-5 km. Alpenwatersalamander en Kamsalamander waargenomen bij Capelle aan de IJssel/Krimpen aan den IJssel, verder ten zuidwesten van het plangebied. Tijdens het veldonderzoek voor deze quickscan zijn geen beschermde soorten van amfibieën aangetroffen in of nabij het plangebied. Binnen het plangebied bevindt aquatisch biotoop dat geschikt is als voortplantingsbiotoop voor amfibieën. Rugstreeppad is een soort die binnen 3 km van de planlocatie is waargenomen. •
De voorgenomen ingreep (vergraven oeverzones) in het plangebied kan een overtreding Wet natuurbescherming dan wel Omgevingsverordening Zuid-Holland voor Rugstreeppad veroorzaken. Nader onderzoek naar Rugstreeppad is noodzakelijk om de verspreiding in en nabij het plangebied te vast te stellen en de effecten van de voorgenomen ingreep op Rugstreeppad te bepalen.
Methodes en perioden van inventarisatie van rugstreeppadden Er moet in beeld gebracht worden waar zich de locaties van voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of (essentieel) functioneel leefgebied (routes of foerageergebieden) van de rugstreeppad bevinden. De benodigde inspanning voor het aantonen van de aan- of afwezigheid van voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en exemplaren van de rugstreeppad is sterk afhankelijk van het gebied, de ervaring van de waarnemer, de gebruikte methodiek en het moment in het jaar dat de inventarisatie gehouden wordt. Het inventariseren van rugstreeppadden kan op verschillende manieren. Bij het inventariseren moet gelet worden op de habitatkenmerken waarvan de rugstreeppad afhankelijk is, om zo de meest kansrijke plekken voor aantreffen te bepalen. Afhankelijk van de situatie moet worden bekeken welke methode het meest effectief is. Aanbevolen wordt gebruik te maken van de aanwezigheidsprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het is echter niet verplicht deze protocollen te gebruiken. Indien u als initiatiefnemer vragen heeft over de juiste onderzoeksmethode dan kunt u hierover contact opnemen met het bevoegd gezag. De inventarisatievoorschriften zoals die gehanteerd worden bij het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) zijn niet zonder meer bruikbaar omdat ze voor andere doeleinden zijn opgesteld.
Het inventariseren van rugstreeppadden kan op verschillende manieren: • Aantonen van voortplanting Rugstreeppadden kennen een lange periode waarin voortplanting plaats kan vinden. Voor het inventariseren van voortplantingswateren van rugstreeppadden is het luisteren naar kooractiviteiten het meest gebruikelijk. De meeste kooractiviteiten vinden op “goede” avonden in de tweede helft van april en in mei plaats. Er moet op minimaal twee avonden in deze periode geluisterd worden naar kooractiviteit. Het luisteren naar kooractiviteiten moet gebeuren bij geschikte weersomstandigheden. Geschikte weersomstandigheden zijn relatief warme, windstille avonden en nachten, vaak na zware regenval. Bij voorkeur vinden deze rondes gespreid in deze periode plaats: een keer aan het begin en een keer laat in deze periode plaats. Om aanwezigheid uit te sluiten moet in juni -juli nogmaals bij geschikte omstandigheden geluisterd worden. Indien eenmaal aanwezigheid is aangetoond, hoeven geen vervolgrondes plaats te vinden. Om aanwezigheid van voortplantingsplaatsen aan te tonen, is het van belang tevens in de maanden juni en juli de mogelijk geschikte voortplantingswateren te onderzoeken op aanwezigheid van eisnoeren of larven van de rugstreeppad. Larven kunnen gevangen worden met een fijnmazig schepnet. Larven kunnen eventueel met behulp van een loep op naam gebracht worden.
In poldersloten kunnen ei -snoeren en
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
21 van 33
larven lastig te vinden zijn. Juveniele rugstreeppadjes zijn de eerste maand na de metamorfose overdag actief en kunnen dan gemakkelijk op de oever van het voortplantingswater worden waargenomen. • Inventarisatie van exemplaren In de zomer en herfst kan, buiten het voortplantingsseizoen, de aan wezigheid kwalitatief aangetoond worden via 5 bezoeken op vochtige avonden in potentiële landhabitats. In de zomerperiode kan op de grond liggend (plaat)materiaal worden omgedraaid of kunnen plaatjes worden uitgelegd en gecontroleerd. Dit is arbeidsintensief onderzoek. De onderzoeksduur is afhankelijk van de grootte van het te onderzoeken gebied en de geschiktheid van het gebied voor rugstreeppadden. Met deze methode kan geen goede inschatting worden gegeven van de aantallen rugstreeppadden in het gebied. Het ’s avonds met een zaklamp op zoek gaan naar rugstreeppadden is een methode om de aanwezigheid van rugstreeppad aan te tonen, maar een arbeidsintensieve methode om aanwezigheid uit te sluiten. De soort kan snel over het hoofd gezien worden en het met voldoende zekerheid aantonen van de afwezigheid van rugstreeppadden is redelijkerwijs niet te doen. In de winter leven rugstreeppadden verborgen in de grond en ook dan is het met voldoende zekerheid aantonen van afwezigheid redelijkerwijs niet te doen.
Bij de rugstreeppad is de exacte locatie van de terrestrische rustplaatsen, evenals die van de verblijfplaatsen van de sub-adulte exemplaren, en de exacte bijbehorende functionele leefomgeving redelijkerwijs niet in beeld te brengen. In de praktijk moet er dan ook vanuit gegaan worden dat als de rugstreeppad aangetroffen is, op alle plekken die daarvoor geschikt zijn voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de rugstreeppad aanwezig zijn, evenals de essentiële omgeving die nodig is om deze plekken als zodanig te laten functioneren.
Periode van inventariseren In figuur 6 wordt de geschiktheid van perioden voor inventariseren voor de verschillende inventarisatiewijzen aangegeven. Ook buiten deze perioden kan soms worden geïnventariseerd, maar dan zal meer onderzoeksinspanning verricht moeten worden.
4.6
Libellen en dagvlinders
Soort specifieke habitat van beschermde libellen en dagvlinders ontbreekt binnen het plangebied. Grote Vos is een dagvlinder welke is waargenomen binnen een afstand van 1 -5 km. Voor voortplanting is deze soort afhankelijk van bomen als Iep, Wilg en Kersensoorten. Habitat voor deze vlindersoort ontbreekt binnen de planlocatie.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
22 van 33
Voor de libellen ontbreekt binnen het plangebied het aquatisch biotoop met soortspecifieke vereisten. Groene glazenmaker komt voor binnen een afstand van 0-1 km. Deze libellensoort is sterk gebonden aan Krabbenscheer-vegetaties welk niet voorkomen in de directe nabijheid van de planlocatie. Op een afstand van 1-5 km is waargenomen de Gevlekte witsnuitlibel. De Gevlekte witsnuitlibel is een soort van laagveenmoerassen, vennen en duinplassen. Dit habitat ontbreekt binnen de planlocatie. •
4.7
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Omgevingsverordening Zuid-Holland voor Libellen en/of Dagvlinders veroorzaken. Overige ongewervelden
Platte schijfhoren is waargenomen op 1-5 km. afstand van het plangebied, met eén waarneming uit de Hollandse IJssel bij uiterwaard Kattendijk verder ten oosten van het plangebied. Vanwege de immobiliteit van deze soort is het redelijkerwijs niet aannemelijk dat de soort zich van deze waarnemingslocatie kan verplaatsen naar het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen biotopen aanwezig voor beschermde soorten overige ongewervelden. De aanwezige sloten zijn sterk voedselrijk door intensief agrarisch beheer en bemesting van de weilanden. Aanwezigheid of mogelijke aanwezigheid van beschermde overige ongewervelden is uitgesloten. •
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Omgevingsverordening Zuid-Holland voor overige ongewervelden veroorzaken.
4.8
Gebiedsbescherming
Binnen de invloedsfeer van het plangebied is geen Natura 2000 -gebied aanwezig. Het is gezien de planvoornemens en de daarbij naar verhouding vrijkomende verstorende effecten in de vorm van stikstofdepositie, licht- en geluidsoverlast niet aannemelijk dat, gezien de afstand tot natuurgebieden, meetbaar effect te verwachten is. Het is redelijkerwijs uit te sluiten dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zullen optreden bij de realisatie van het project. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen ecologische verbindingszones aanwezig of anderszins als NNN aangewezen gebieden/landschapselementen. De aard en omvang van de voorgenomen ingreep in het plangebied kan redelijkerwijs geen negatief effect veroorzaken t.a.v. in de omgeving aanwezige Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebieden) / Groene contour.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
23 van 33
5
Conclusies en aanbevelingen
Gebiedsbescherming De voorgenomen plannen leiden – los van het aspect stikstofdepositie – niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000 -gebieden en/of Natuurnetwerk Nederland / Groene contour. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Ten aanzien van stikstofdepositie geldt dat aan de hand van een stikstofberekening moet worden vastgesteld of sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000 -gebieden en of dit kan leiden tot significante gevolgen voor deze Natura 2000 -gebieden. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Soortenbescherming Uit de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Zuid Holland, blijkt dat de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden wetsovertredend kunnen zijn ten aanzien van Buizerd, Kerkuil en Rugstreeppad. Voor andere soortgroepen valt het redelijkerwijs uit te sluiten dat de geplande ingreep een overtreding vormt ten aanzien van de Wet natuurbescherming dan wel Omgevingsverordening Zuid-Holland, mits wordt voldaan aan de in de rapportage beschreven voorwaarden.
Bij uitvoering van de voorgenomen ingreep kan verstoring, schade of doden van beschermde Buizerd plaatsvinden. Nest-/rust- en verblijfsplaatsen van deze soort zijn jaarrond beschermd. Schadelijke handelingen zijn verboden conform de Wet natuurbescherming. Aanvullend onderzoek naar aanwezigheid, aantal en functioneel gebruik leefgebied dient plaats te vinden conform het Kennisdocument BIJ12 - Buizerd. Op basis van de uitkomsten van dit aanvullend onderzoek kan een activiteitenplan worden opgesteld welke een basis vormt voor de aanvraag van een ontheffing Wet natuurbescherming (bevoegd gezag Provincie Zuid-Holland). Het ligt in de lijn der verwachting dat een ontheffing Wet natuurbescherming t.a.v. Buizerd zal worden verleend door het bevoegd gezag.
Bij uitvoering van de voorgenomen ingreep kan verstoring, schade of doden van beschermde Kerkuil plaatsvinden. Nest-/rust- en verblijfsplaatsen van deze soort zijn jaarrond beschermd. Schadelijke handelingen zijn verboden conform de Wet natuurbescherming. Aanvullend onderzoek naar aanwezigheid, aantal en functioneel gebruik leefgebied dient plaats te vinden conform het Kennisdocument BIJ 12 - Kerkuil. Op basis van de uitkomsten van dit aanvullend onderzoek kan een activiteitenplan worden opgesteld welke een basis vormt voor de aanvraag van een ontheffing Wet natuurbescherming (bevoegd gezag Provincie Zuid-Holland). Het ligt in de lijn der verwachting dat een ontheffing Wet natuurbescherming t.a.v. Kerkuil zal worden verleend door het bevoegd gezag.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
24 van 33
Bij uitvoering van de voorgenomen ingreep kan verstoring, schade of doden van beschermde Rugstreeppad plaatsvinden. Schadelijke handelingen zijn verboden conform de Wet natuurbescherming. Aanvullend onderzoek naar aanwezigheid, aantal en functioneel gebruik leefgebied dient plaats te vinden conform het Kennisdocument BIJ 12 - Rugstreeppad. Op basis van de uitkomsten van dit aanvullend onderzoek kan een activiteitenplan worden opgesteld welke een basis vormt voor de aanvraag van een ontheffing Wet natuurbescherming (bevoegd gezag Provincie Zuid-Holland). Het ligt in de lijn der verwachting dat een ontheffing Wet natuurbescherming t.a.v. Rugstreeppad zal worden verleend door het bevoegd gezag.
In algemene zin moet ook de Zorgplicht in acht worden genomen. Deze Zorgplicht geldt met name ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Waarbij wordt opgemerkt dat er geen vaste periode in het jaar voor het broedseizoen kan worden aangegeven. Voor aanvang van de werkzaamheden dient het plangebied gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedende vogels en Egel, Haas en Konijn. Ook tijdens de werkzaamheden dient regelmatige controle op aanwezigheid van broedende vogels plaats te vinden. Voorkom verstoring van nesten bij aan- en afvoer van materieel. Plaats geen materiaal tegen beplanting met mogelijke broedgevallen. Ten aanzien van amfibieën dient de planlocatie en de nabij gelegen waterpartijen te worden afgeschermd door een amfibieënscherm. Gedurende de bouwwerkzaamheden dient voorkomen te worden dat ondiepe plassen van stilstaand water ontstaan. Dit ter voorkoming van voortplanting van amfbieën tijdens de bouwwerkzaamheden. Indien een soort die niet in deze rapportage wordt genoemd in het terrein wordt geconsta teerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd.
Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake deskundige en een maatregel toe te passen zodat de wet niet wordt overtreden.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
25 van 33
6
Literatuur en bronnen
6.1
Literatuur Bense, U. Longhorn Beetles. Illustrated Key to the Cerambycidae and Vesperidae of Europe. Margraf Verlag. 1995 Bos, F., et al., Veldgids Libellen, KNNV Uitgeverij, Utrecht, 1997 Broekhuizen, S., et al., Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, KNNV, Utrecht, 1992. Creemers, C.M. & J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, Veldgids diersporen, KNNV, Utrecht, 1999. Diepenbeek, A. van & J. van Delft, Het waarnemen van amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Diepenbeek, A. van & R. Creemers, Herkenning amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. Dijkstra, K.D., et al. De Nederlandse libellen. Odonata. NNMN, KKN, EIS. 2001 Harde, K.W., et al. Kevers. Thieme Uitgeverij. 1983. Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. Geijskes, D.C., et al. De libellen van Nederland. Odonata. KNNV. Hoogwoud. 1983. Gittenberger, E., et al. De Nederlandse zoetwatermolusken. NNMN, KKN, EIS. 1998. Heusden, W.R.M. & S.J. Vreugdenhil, 2006. Handreiking Flora- en faunawet. Voor werkzaamheden en activiteiten in het kader van bestendig gebruik, bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. Rapport, Dienst Landelijk Gebied, Utrecht. Janssen, R.
en J. Buys, Inventarisatie van vleermuizen op kerkzolders, een handleiding, 2001. Kapteyn, K., Vleermuizen in het landschap, Schuyt & Co, 1995. Lenders, H.J.R. en C.C.H. Marijnissen, Waarnemen en herkennen van amfibieën en reptielen in het veld, Stichting RAVON, Nijmegen, 1993. Limpens, H., et al., Atlas van de Nederlandse vleermuizen, KNNV, Utrecht, 1997. Limpens, H., et al., Vleermuizen en Planologie, 2010. Mebs, T. et al., Uilen van Europa, Tirion, Baarn, 2004. Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 1996. Ministerie van EL&I, 2010. Buiten aan het Werk. Houd tijdig rekening met bescherm de planten en dieren! Brochure. http://www.rijksoverheid.nl-/documenten enpublicaties/brochures/2010/03/01/buiten-aan-het-werk-houd-tijdig-rekening-metbeschermdedieren-en-planten.html (21-12-2012)]. Ministerie van LNV, Toelichting tabellen soorten Flora- en faunawet, maart 2005. Ministerie van LNV, Dienst Regelingen, Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet, augustus 2009. Provincie Limburg, Natuurvisie Limburg 2016 SOVON Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse broedvogels; verspreiding, aantallen, verandering - Nederlandse Fauna 5. Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 2002. Stumpel, T en H. Strijbosch, Veldgids Amfibieën en reptielen, KNNV, Utrecht, 2006. Twisk, P., et al., Zoogdieren van de Benelux.
Herkenning en onderzoek. ERLA. Amsterdam, 1986 Twisk, P., et al., Zoogdieren van West-Europa, KNNV, Utrecht, 1994. Twisk, P., Limpkens, H., Beschermingsplan voor vleermuizen in Zeeland, 2006 Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999. Wynhoff, I., et al., Veldgids Dagvlinders. KNNV Uitgeverij, Utrecht, 1999.
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
26 van 33
6.2
Bronnen
BIJ12.nl Gemeentenatlas.nl limnodata.nl natura2000.nl/gebieden quickscanhulp.nl ravon.nl rijksoverheid.nl Zuid-Holland.nl soortenbank.nl sovon.nl spirula.nl telmee.nl (ndff) vlinderstichting.nl vleermuisprotocol.nl vogelbescherming.nl zoogdiervereniging.nl
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
27 van 33
Bijlage 1 Wet natuurbescherming Algemeen De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten - en diersoorten. De wet geldt sinds 1 januari 2017 en is een kapstokwet waarin soortbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden onder is gebracht. Bescherming van dieren en planten: Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals Vleermuizen en Huis- en Ringmussen. Een goede natuurbescherming is belangrijk. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Vergunningen en ontheffingen aanvragen: Voor burgers en bedrijven is het belangrijk dat zij makkelijk en snel weten of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. En onder welke voorwaarden een aanvraag voor een interim-omgevingsvergunning bij de Gemeente wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. Het is ook mogelijk om rechtstreeks bij de Provincie een vergunning of ontheffing wet natuurbescherming aan te vragen. Beschermde gebieden Beschermde gebieden vallend onder de Wet natuurbescherming hebben de status Natura 2000. Deze in heel Europa aangestelde natuurgebieden genieten overal dezelfde wetgeving. Directe, maar ook externe significante negatieve invloed is verboden.
De provincies zijn ook verantwoordelijk voor de NatuurNetwerk Nederland-gebieden. De bescherming van deze gebieden is ondergebracht in het Besluit algemene regelgeving ruimtelijke ordening (Barro) . Voor de Provincie Zuid-Holland geldt het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Soortbescherming Beschermde soorten van de Wet natuurbescherming zijn onder te verdelen in twee groepen : 1. Strikt beschermde soorten met onder andere soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. 2. Nationaal beschermde soorten vallende onder de Andere soorten. Indien er voor een bepaalde activiteit een ontheffing wordt aangevraagd, dan zal deze ontheffingsaanvraag worden getoetst aan drie criteria: 1. Is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen? 2. Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk? 3. Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
28 van 33
In bijlage 3 t/m 7 van dit rapport is een overzicht opgenomen van beschermde soorten. Bijlage 3 – NDFF-gegevens beschermde soorten planlocatie Bijlage 4 – Lijst van nationaal beschermde soorten Bijlage 5 – Lijst van soorten die op bijlage IV van de habitatrichtlijn, bijlage II van Bern en/of bijlage I van Bonn staan Bijlage 6 – Overzicht soorten vogelrichtlijn
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
29 van 33
Bijlage 2 – Weerrapport De Bilt, 8 maart 2022
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
30 van 33
Bijlage 3 – NDFF gegevens beschermde soorten planlocatie
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
31 van 33
Bijlage 4 – Lijst van nationaal beschermde soorten
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
29 van 33
Bijlage 4 – Lijst van nationaal beschermde soorten (vervolg)
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
30 van 33
Bijlage 5 –
Lijst van soorten die op bijlage IV van de habitatrichtlijn, bijlage II van Bern en/of bijlage I van Bonn staan
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
31 van 33
Bijlage 6 –
Overzicht soorten vogelrichtlijn
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
32 van 33
Bijlage 6 –
Overzicht soorten vogelrichtlijn (vervolg)
Veldbiologische Werken / rapport VBW t 2022-13 r
Aanvullende ecologische Quikscan Wnb; IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
33 van 33