BIJL TOELICHTING Bijlage 4a Rapportage verkennend flora en faunaonderzoek
Tekst van het document
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING Wet natuurbescherming Flora en Fauna
Herontwikkeling IJssellaan te Ouderkerk aan den IJssel
Opdrachtgever: Contactpersoon:
Schouls De Roever Omgevingsadvies, de heer R. Keetels
Kenmerk: Datum:
DERO21-01 30 juli 2021
Opdrachtnemer: Auteur:
Florauna Natuuradvies mevrouw N. Schuurmans MSc
Aanvrager
Contactpersoon Telefoon E-mail
Schouls Noordeinde 113 2742 AA Waddinkxveen De Roever Omgevingsadvies, De heer R. Keetels 06 531 40 532 r.keetels@deroever.nl
Kenmerk Datum
DERO21-01 30 juli 2021
Opgesteld door
Florauna natuuradvies Nicole Schuurmans 06 555 15 199 florauna.natuuradvies@gmail.com
Telefoon E-mail
Florauna natuuradvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Florauna natuuradvies; opdrachtgever vrijwaart Florauna natuuradvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt d.m.v. fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Florauna natuuradvies, nog mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Disclaimer: Deze QuickScan is een potentie-inschatting naar (beschermde) soorten die in een gebied kunnen voorkomen, in combinatie met een toetsing aan de Wet natuurbescherming. Het veldbezoek betreft een momentopname en het beoordelen van een locatie naar de aanwezigheid van (beschermde) soorten en geschikt leefgebied voor (beschermde) soorten. Indien bij werkzaamheden in de toekomst toch soorten worden aangetroffen dienen de werkzaamheden stilgelegd te worden en dient gehandeld te worden naar de wet- en regelgeving met betrekking tot de Wet natuurbescherming voor het onderdeel soortenbescherming. Mogelijk is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te treffen.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 2 van 34
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ..................................................................................................... 4 1.1. 1.2. 1.3.
2.
TOETSINGSKADER .......................................................................................... 8 2.1. 2.2. 2.3.
3.
Bronnenonderzoek ................................................................................11 Terreinbezoek .......................................................................................11
RESULTATEN .................................................................................................12 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8.
5.
Wet natuurbescherming .......................................................................... 8 Soortenbescherming ............................................................................... 8 Relevante overige kaders .......................................................................10
METHODE ......................................................................................................11 3.1. 3.2.
4.
Het plan ................................................................................................ 4 Het plangebied ....................................................................................... 4 Doelstelling van dit onderzoek ................................................................. 6
Bronnenonderzoek ................................................................................12 Flora ....................................................................................................13 Zoogdieren ...........................................................................................13 Vogels .................................................................................................15 Vissen ..................................................................................................20 Reptielen ..............................................................................................20 Amfibieën .............................................................................................21 Ongewervelden .....................................................................................21
SAMENVATTENDE CONCLUSIE .........................................................................23
BIJLAGE I.
Bronvermelding ................................................................................25
BIJLAGE II.
Uitdraai QuickScanhulp Nationale Databank Flora en Fauna ...................26
BIJLAGE III. Foto’s plangebied ..............................................................................31
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 3 van 34
1. INLEIDING 1.1. Het plan Aan de IJssellaan in Ouderkerk aan den IJssel is een verhard opslagterrein met twee opslagloodsen aanwezig. Het voornemen is om hier de bebouwing en verharding te verwijderen en ter plaatse nieuwbouwwoningen te realiseren.
Figuur 1 Satellietbeeld van de huidige situatie. Het plangebied is roodomlijnd. Bron: PDOK
1.2. Het plangebied Momenteel bestaat is in het plangebied uit verharding met opslag van klein materiaal, twee grotere loodsen en een aantal containers. Het voornemen is om alles in het plangebied te amoveren en bouwrijp te maken om daarna nieuwbouwwoningen te kunnen realiseren op locatie. De planlocatie is in het bestemmingsplan ‘IJsseldijk-Noord 2005’, vastgesteld op 8 juli 2008 door de gemeente Krimpenerwaard, bestemd als ‘Bedrijfsdoeleinden II’. Voor de sloop van de bestaande bebouwing, het bouwrijp maken en uiteindelijk woningbouw te kunnen realiseren op locatie is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 4 van 34
Figuur 2 Voorgenomen inrichting
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 5 van 34
Figuur 3 Vigerend bestemmingsplan Plangebied rood omlijnd Bron: ruimtelijkeplannen.nl
1.3. Doelstelling van dit onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden (waarschijnlijk) aanwezig zijn in het plangebied. Anderzijds worden de consequenties van deze (mogelijke) aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Hiervoor is van belang dat de volgende vragen worden beantwoord. 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen (mogelijk) voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied? 2. Welke te verwachten wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden negatieve effecten van het plan?
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 6 van 34
3. Hoe dient te worden omgegaan met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 7 van 34
2. TOETSINGSKADER
2.1. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen Faunawet en de Boswet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving. De Wnb is een vereenvoudiging ten opzichte van het voorgaande stelsel en sluit beter aan op het Europese recht en het omgevingsrecht. Binnen de Wnb zijn drie onderdelen die de voorgaande losstaande wetten vervangen; de Gebiedsbescherming, de Soortenbescherming en de Houtopstanden. De Wnb ziet toe op: - het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; - het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en - het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. 2.2. Soortenbescherming De Soortenbescherming is het nationale wettelijke kader waarin de bepalingen van EUrichtlijnen op het gebied van bescherming van soorten zijn vertaald naar nationaal recht. Het doel van de Soortenbescherming is het in stand houden van de planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Hiertoe is een groot aantal plant- en diersoorten beschermd.
De precieze regels die op een plan van toepassing zijn, hangen af van het type voornemen. Hieronder een beknopte algemene toelichting. Voor alle soorten geldt een zorgplicht: een ieder dient voldoende zorg in acht te nemen voor de in het wild levende planten en dieren. Schadelijke handelingen zoals het doden, opzettelijk verontrusten, verstoren of vernietigen van dieren en hun vaste rust- en verblijfplaatsen, hun holen, nesten, eieren rapen, net als het uitgraven, plukken en vernietigen van groeiplaatsen van planten, zijn verboden. Naar mate van bescherming kan onderscheid worden gemaakt in de volgende beschermingsregimes: Wet natuurbescherming - Vogelrichtlijn Vogels nemen een bijzondere plaats in in de natuurwetgeving. Alle broedende vogels, hun eieren, hun vaste rust- en verblijfplaatsen én de functionele omgeving daarvan, zijn beschermd. Vogelsoorten worden onderscheiden in vijf categorieën, waarbij soorten van categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn, en soorten van categorie 5 in principe alleen tijdens de broedperiode. Voor het verstoren van broedende vogels tijdens de broedperiode wordt geen ontheffing verleend. Voor het aantasten van broedende vogels en/of de jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen, geldt een zware toets, vergelijkbaar met die van de Habitatrichtlijn soorten.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 8 van 34
Wet natuurbescherming - Habitatrichtlijn Alle plant- en diersoorten genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn zijn beschermd. Voor deze streng beschermde soorten, geldt dat een ontheffing alleen wordt verleend als geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat en er sprake is van een in of bij de wet genoemd belang. Binnen deze categorie bestaat een verdere onderverdeling, waarvoor de criteria voor het verlenen van een ontheffing nog iets verschillen. Wet natuurbescherming – Andere soorten Alle in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders en kevers van soorten genoemd in bijlage 1, onderdeel a van de Wnb vallen onder deze categorie. De dieren opgenomen in deze bijlagen mogen niet opzettelijk gedood of gevangen worden. Voor de andere soorten onder de Wnb geldt dat een ontheffing vereist blijft bij ruimtelijke ingrepen die negatieve effecten voor deze soorten hebben. Een uitzondering hierop kan gemaakt worden als wordt gewerkt volgens een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode. In zo’n gedragscode geeft een sector of initiatiefnemer zelf aan welke gedragslijnen men volgt om het schaden van beschermde soorten zo veel mogelijk te voorkomen.
Als er volgens een goedgekeurde gedragscode gewerkt wordt, is alleen nog een ontheffing nodig voor werkzaamheden die niet conform die gedragscode (kunnen) worden uitgevoerd. Vrijstelling en ontheffing Een ruimtelijke ingreep kan gepaard gaan met negatieve effecten op planten en dieren. Alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, is verboden. Om een ruimtelijk plan dat mogelijk negatieve effecten heeft op beschermde soorten toch tot uitvoering te mogen brengen, is een vrijstelling of een ontheffing van het Ministerie van Economische Zaken noodzakelijk. Om na te gaan of een vrijstelling of ontheffing noodzakelijk is zijn verschillende onderzoeken nodig: • met een QuickScan wordt aangetoond of er mogelijk matig of strikt beschermde soorten aanwezig zijn; • zo nodig wordt met nader onderzoek aangetoond of er schadelijke effecten op beschermde soorten zijn; Indien bij de QuickScan is aangetoond dat er geen matig of strikt beschermde soorten aanwezig zijn, dan geldt een algemene vrijstelling. Indien wel beschermde soorten aanwezig zijn, en met nader onderzoek aangetoond is dat er schadelijke effecten op deze beschermde soorten zijn is het noodzakelijk om mitigerende of compenserende maatregelen te treffen. Indien dit kan door te werken volgens een gedragscode (goedgekeurd werkprotocol) is er vrijstelling verleend.
Als nog geen gedragscode voor de specifieke situatie beschikbaar is, dient een ontheffing verkregen te worden. Om een ontheffing te kunnen verkrijgen, moet aangetoond worden dat de voorgenomen ruimtelijke ingreep geen afbreuk zal doen aan de gunstige staat van instandhouding van de aangetroffen beschermde soorten. Of, als er geen alternatief is en de ingreep een voldoende zwaarwegend belang dient (wettelijk gedefinieerd per Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 9 van 34
bovengenoemde categorie), kan mogelijk toch ontheffing verleend worden onder voorwaarden. Een ontheffing kan worden aangevraagd bij Gedeputeerde Staten van de provincie waar de ingreep plaatsvindt. De bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis mogen wel opzettelijk gedood en gevangen worden, en hun vaste voortplantingsplaats of rustplaats mag opzettelijk vernield of beschadigd worden, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. (Wnb Art. 3.10 lid. 3) Ook de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten vallen niet onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming, en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden, en hun vaste voortplantingsplaats of rustplaats mag opzettelijk vernield of beschadigd worden. (besluit Wnb Art 3.10 lid. b1) 2.3. Relevante overige kaders Binnen de Wnb zijn naast de Soortenbescherming ook de Gebiedsbescherming en de Houtopstanden opgenomen. De Gebiedsbescherming binnen de Wnb is het nationale wettelijke kader waarin de bepalingen van EU-richtlijnen op het gebied van bescherming van gebieden zijn vertaald naar nationaal recht.
Als in de nabijheid van het plangebied percelen liggen die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen genaamd Ecologische Hoofdstructuur), of Natura 2000-gebied, zijn deze beschermd onder de Wet natuurbescherming of door landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid, vastgelegd in bijvoorbeeld de Verordening Ruimte of het bestemmingsplan. De mogelijke effecten van het plan op de specifieke kenmerken van deze gebieden moeten dan in beeld worden gebracht. De Houtopstanden binnen de Wnb geldt voor houtopstanden buiten de bebouwde kom. Binnen de houtopstanden geldt een meldingsplicht en een herplantingsplicht. Het voornaamste doel van het onderdeel houtopstanden is het instandhouden van het areaal bossen en beplantingen in Nederland. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long voor ons dichtbevolkte land.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 10 van 34
3. METHODE De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek. 3.1. Bronnenonderzoek Ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplan en provinciale structuurvisie, zijn geraadpleegd op de overheidswebsite www.ruimtelijkeplannen.nl. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn waarnemingen van flora en fauna in Nederland gebundeld. De Gegevensautoriteit Natuur staat ervoor in dat alleen gevalideerde waarneming worden opgenomen. Gegevens uit meer dan 100 databanken zijn gebundeld, waaronder die van de particuliere gegevensbeherende organisaties (Zoogdiervereniging, Vlinderstichting, etc.), provincies en terreinbeherende organisaties. De NDFF wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. Uit deze nationale databank is een overzicht opgevraagd van alle in de nabijheid van het plangebied waargenomen beschermde planten- en dierensoorten. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn daarbij niet bekend. Het overzicht geeft een indicatie op welke soorten in het bijzonder gelet moet worden bij het veldbezoek. Daarnaast zijn de websites www.waarneming.nl en www.telmee.nl geraadpleegd voor achtergrondinformatie, deze gegevens zijn niet inhoudelijk voor deze QuickScan gebruikt.
Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. Deze waarnemingen zijn wel tot op de exacte locatie te herleiden. 3.2. Terreinbezoek Op basis van een eenmalig terreinbezoek is de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten en soortgroepen beoordeeld, met bijzondere aandacht voor de vanuit het bronnenonderzoek verwachte soorten. Het gaat hierbij om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Het terreinbezoek is uitgevoerd door mevrouw N. Schuurmans, ecologisch adviseur, op 14 juli 2021 in de middag bij circa 13C en bewolkt weer.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 11 van 34
4. RESULTATEN 4.1. Bronnenonderzoek Beschermde gebieden Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ is gelegen op circa 9.680 meter ten noordoosten van het plangebied. De afstand tot het Natuurnetwerk is ongeveer 146 meter en ligt ten noordoosten van het plangebied. Deze beschermde gebieden zijn op dusdanige afstand gelegen dat negatieve effecten van het plan kunnen worden uitgesloten voor wat betreft verstoring door licht, geluid en trillingen. Daarnaast zijn geen effecten te verwachten voor wat betreft vernatting en verdroging. Wel dient onderzoek naar stikstofdepositie te worden uitgevoerd om te bepalen of er een toename is in stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000gebieden en aangewezen gevoelige Habitats.
Houtopstanden Binnen het plangebied worden geen bomen geveld. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor de voorgenomen plannen. Waargenomen soorten Het overzicht van alle in de nabijheid van het plangebied waargenomen beschermde planten- en dierensoorten van de NDFF is bij dit rapport gevoegd als bijlage II. Onderstaande tabel 1 geeft een overzicht van alle beschermde soorten die op minder dan een kilometer afstand van het plangebied zijn waargenomen. Tabel 1 Beschermde soorten, waargenomen op minder dan 1 kilometer van het plangebied Soort
Soortengroep
Categorie bescherming
Bastaardkikker
Amfibieën
algemeen
Rugstreeppad
Amfibieën
wnb-hrl
Groene glazenmaker
Libellen
wnb-hrl
Ringslang
Reptielen
algemeen
Buizerd
Vogels
wnb-vrl
Gierzwaluw
Vogels
wnb-vrl
Grote gele kwikstaart
Vogels
wnb-vrl
Havik
Vogels
wnb-vrl
Huismus
Vogels
wnb-vrl
Kerkuil
Vogels
wnb-vrl
Ooievaar
Vogels
wnb-vrl
Ransuil
Vogels
wnb-vrl
Roek
Vogels
wnb-vrl
Slechtvalk
Vogels
wnb-vrl
Sperwer
Vogels
wnb-vrl
steenuil (s.l.)
Vogels
wnb-vrl
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
Egel
Zoogdieren
algemeen
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
Haas
Zoogdieren
algemeen
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 12 van 34
Soort
Soortengroep
Categorie bescherming
Konijn
Zoogdieren
algemeen
De in deze tabel genoemde soorten vormden een aandachtspunt bij het terreinbezoek. De resultaten daarvan worden hieronder per soortgroep belicht. Zie ook bijlage III voor foto’s van het plangebied. 4.2. Flora Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten gevonden. Er zijn enkel algemene tot zeer algemene soorten aangetroffen die kenmerkend zijn voor een verhard terrein. Denk daarbij aan witte klaver, zuring, varkensgras en paardenbloemen. Conclusie flora: Van het plan worden geen negatieve effecten op beschermde flora verwacht. Nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming is niet noodzakelijk.
4.3. Zoogdieren Vleermuizen In de nabijheid van het plangebied is de gewone dwergvleermuis waargenomen. Tijdens het terreinbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in migratieroute, foerageergebied en verblijfplaats. Migratieroute: Migratieroutes zijn in het plangebied niet uit te sluiten. Er zijn voldoende lijnvormige structuren aanwezig waarvan vleermuizen gebruik kunnen maken tijdens de migratie. Voor de voorgenomen ingreep, bestaande uit het slopen van de bebouwing, bouwrijp maken en realiseren van nieuwbouwwoningen zijn negatieve effecten op de instandhouding van migratieroutes niet te verwachten, omdat lijnvormige elementen behouden blijven in de vorm van de houtwal aan de grenzen van het plangebied en verder in het plangebied nieuwe lijnvormige elementen komen bij realisatie van de nieuwbouw. Verblijfplaatsen in gebouwen of bomen: De bestaande bebouwing betreffen een tweetal loodsen en een aantal containers. Deze loodsen zijn gebouwd door middel van staalconstructie en daarop zijn damwandplaten bevestigd en is een enkel steens muur op enkele plekken opgemetseld. Hierdoor is de bebouwing niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De containers zijn eveneens niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn dan ook uit te sluiten in de aanwezige bebouwing.
Ook bomen kunnen beschikken over verblijfplaatsen van vleermuizen. Enkel tegen het plangebied aan zijn bomen aanwezig in een houtwal. Deze houtwal blijft behouden, waardoor negatieve effecten op verblijfplaatsen uitgesloten zijn. Foerageergebied:
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 13 van 34
Het gehele plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Met de voorgenomen ingreep wordt eerst bestaande bebouwing verwijderd en wordt vervolgens na bouwrijp maken nieuwbouw gerealiseerd in de vorm van woningen. Dit heeft tot gevolg dat er geen kwalitatief foerageergebied verloren gaat. De nieuwe situatie biedt, mede door de bebouwing en het gebruik van het plangebied, een betere kwaliteit foerageergebied dan de huidige situatie. Dit omdat de locatie meer omsloten is door woningen en dus wind luwere plekken ontstaan. Conclusie vleermuizen: Van het plan zijn negatieve effecten op beschermde vleermuissoorten niet te verwachten. Nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming is dan ook niet noodzakelijk voor de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen in de te vellen bomen. Knaagdieren In de nabijheid van het plangebied is de bever waargenomen. Tijdens het veldbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor knaagdieren als de bever. Hierbij is gekeken naar de ecologie en verspreiding van knaagdieren. Gezien de verharding op de planlocatie en het ontbreken van open water is de bever niet te verwachten in het plangebied. Voor de bever is open water essentieel is in het leefgebied. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen op de instandhouding van de bever zijn dan ook niet te verwachten met de voorgenomen ingreep.
Muizen In de nabijheid van het plangebied zijn geen muizen waargenomen. Gezien de huidige staat van het plangebied zouden er wel muizen kunnen voorkomen binnen het plangebied. Denk daarbij aan de bosmuis, veldmuis en de huisspitsmuis. Echter genieten deze muizensoorten een algemene bescherming onder de Wnb (Art. 3.10 lid. 3), waardoor voor deze soort een vrijstelling geldt, voor het opzettelijk doden, vangen, vernielen of beschadigen van voortplantings- en rustplaats, indien deze dieren zich in of op of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Andere muizensoorten zijn niet te verwachten binnen het plangebied. Marterachtigen In de nabijheid van het plangebied zijn geen marterachtigen waargenomen. Tijdens het veldbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor beschermde marterachtigen. Hierbij is gekeken naar de ecologie en verspreiding van deze marterachtigen. Gezien de huidige inrichting van het plangebied zijn in het plangebied geen verblijfplaatsen van marterachtigen aangetroffen. Eveneens ontbreken krab en ontlastingssporen van marterachtigen. Wel kan incidenteel een wezel of steenmarter het plangebied bezoeken. De houtwal om het plangebied heen bied namelijk geschikte beschutting en leefgebied voor deze soorten.
De voorgenomen plannen van de sloop en nieuwbouw hebben geen negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding van beschermde marterachtigen.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 14 van 34
Overige zoogdieren In de nabijheid van het plangebied zijn de egel, haas en konijn waargenomen. Tijdens het terreinbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor soorten. Hierbij is onderscheid gemaakt in migratieroute, foerageergebied en verblijfplaats. De egel leeft in onze streken in bijna alle typen landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Op de planlocatie is geen geschikt leefgebied voor de egel aanwezig, waardoor de aanwezigheid van een nest- of rustplaats is uit te sluiten. Wel zou de egel in de houtwal voor kunnen komen. Deze houtwal blijft echter behouden, waardoor negatieve effecten van het plan op de egel zijn dan ook uit te sluiten. De haas is van oorsprong een steppebewoner en heeft een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open velden zoals akkers en weilanden, maar komt ook wel voor in open bos, op heidevelden en kwelders. Hazen zijn voornamelijk in de vooravond en de nacht actief, maar in de zomer ook in de schemering en overdag. Hazen maken legers in bosranden, windkeringen, ruigtezomen en onder heggen. Ook in hoog gras of tussen de kuilen van een geploegde akkers kunnen hazenlegers gevonden worden.
Het voedsel van de haas bestaat uit grassen (in de winter) en kruiden (in de zomer), maar ook akkerbouwproducten zoals graan, maïs, klaver en aardappelen. De planlocatie zelf is niet geschikt als leefgebied voor de haas. Wel is de omgeving van de planlocatie geschikt als leefgebied. De voorgenomen ontwikkelingen zullen dan ook, gezien het feit dat er geen geschikt leefgebied in het plangebied aanwezig is, geen negatieve effecten hebben op de instandhoudingsstaat van de haas. Het konijn leeft in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems waarin het makkelijk graven is. Ze prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen zoals moeras en veen of zware klei, omdat ze daarin geen holen kunnen graven. Ook in open polderlandschap ontbreekt het konijn veelal. In de duinen zijn konijnen belangrijke grazers. Geschikt leefgebied voor het konijn ontbreekt binnen het plangebied. De houtwal en de directe landbouwomgeving is wel geschikt als leefgebied. Negatieve effecten op de staat van instandhouding van het konijn zijn daarmee ook uit te sluiten. Conclusie overige zoogdieren: Negatieve effecten op overige zoogdieren zijn uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing soortenbescherming is niet noodzakelijk voor de overige zoogdieren.
4.4. Vogels Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) Broedvogels waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn, zijn in de nabijheid van het plangebied waargenomen. Het gaat om de buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en de
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 15 van 34
steenuil. Gedurende het terreinonderzoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor deze strikt beschermde vogelsoorten. De buizerd is de algemeenste en meest opvallende roofvogel van Nederland en geeft voorkeur aan afwisselend landschap, bestaande uit bossen en houtwallen afgewisseld met weilanden, heide, boerenland, moerasbossen en andere houtopstanden. Voorkeur van de buizerd gaat uit naar habitats met aanwezigheid grotere dikke en stevige bomen, zoals eiken, wilgen, zwarte els, lariks en/of grove den, echter is dit geen vereiste. De buizerd is vaak waar te nemen in open land, zittend op een paal of schroevend op de thermiek. De buizerd jaagt vanuit stand (zittend op grotere hoogte en dan op zijn prooi af gaan) in open tot halfopen velden. Voldoende voedsel is van belang, de buizerd jaagt ook wel midden in (ouder) bos, maar voornamelijk op weilanden. Door de verharde situatie in het plangebied is een nestplaats van de buizerd uitgesloten. Negatieve effecten zijn niet te verwachten. De gierzwaluw brengt het grootste deel van de dag door in de lucht. De gierzwaluw is van oorsprong een rotsbewoner, tegenwoordig broedt de gierzwaluw vooral in dorpen en steden, waar hij nestelt in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens.
In Nederland zijn nesten van gierzwaluwen uitsluitend te vinden in allerlei menselijke bebouwing: onder dakpannen, in kieren en gaten in muren maar ook in nestkasten. Een gierzwaluw keert jaarlijks terug naar het nest van voorgaand jaar. Een gierzwaluw zal enkel indien noodzakelijk een nieuwe nestplaats bouwen, echter zijn zij zeer voorzichtig met het binnendringen van een ruimte voor het maken van een nieuwe nestplaats. Op de planlocatie zelf is bebouwing aanwezig. Deze bebouwing is niet geschikt als verblijfs- en nestplaats van de gierzwaluw door het ontbreken van holle ruimtes waar een nest gerealiseerd kan worden. Nader onderzoek op de aanwezigheid van de gierzwaluw is niet noodzakelijk, omdat geschikte bebouwing voor de gierzwaluw ontbreekt binnen het plangebied. Negatieve effecten op de instandhouding van de gierzwaluw zijn niet te verwachten. De grote gele kwikstaart nestelt doorgaans in een nis in een muur of onder een brug, in boomwortels en brokkelige oevers langs snelstromende beken in natuurlijke oevers of onder bruggen en aan gebouwen in steden en dorpen. Ook langs stilstaand water komt de grote gele kwikstaart voor. De voorkeur van de grote gele kwikstaart gaat uit naar oevers aan (snelstromende) rivieren en beken met de aanwezigheid van loofbos of omzoomd met loofbomen.
Het foerageergebied voor de grote gele kwikstaart is ook vrijwel uitsluitend aan oevers van beken en rivieren, het liefst met loofbos of loofbomen omzoomd. Het voedsel van de grote gele kwikstaart bestaat uit kleine ongewervelde dieren die in of bij het water leven, vooral insecten (vliegen, muggen, kokerjuffers, haften, steenvliegen, kevers), maar ook spinnen, vlokreeftjes en kleine slakken. Op de planlocatie geen open water aanwezig, waardoor de planlocatie minder aantrekkelijk is voor de grote gele kwikstaart. Negatieve effecten zijn uit te sluiten. De havik broedt in bosrijke streken in naald- en loofbossen, maar komt ook voor in moerasbossen en soms in parken. Haviken blijven in de omgeving van de broedplaats. De havik jaagt in het bos, maar ook in tussenliggende weilanden en akkers, in aangrenzende open gebieden (heide, hoogveen, moerassen, boerenland), tot aan steden toe. Het voedsel van de havik is zeer divers en is afhankelijk van het landschap en het Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 16 van 34
aanbod. Veelal middelgrote (duif) en kleine vogels (spreeuw) staan op het menu, maar ook grotere vogels (kleine gans), daarnaast kunnen zoogdieren ook als prooi dienen (eekhoorn en konijn). Meestal jaagt de havik vanuit een lage tot middelhoge vlucht, waarbij geschikte plekken in het territorium worden afgezocht. Tijdens de jacht cirkelt de havik rond, gevolgd door een lange stootduik. De planlocatie is geheel verhard en beschikt over een tweetal loodsen en een paar containers. Direct aansluitend aan de planlocatie is een kleine houtwal gelegen. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten waargenomen die van de havik kunnen zijn. Negatieve effecten zijn dan ook uit te sluiten voor de havik. De huismus is sterk gebonden met mensen. Vaste rust- en nestplaatsen zijn naast de broedplaats ook ‘altijd-groene struiken’ en klimplanten. De huismus komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, zoals onder dakpannen, in neststenen en in kieren en gaten in de muur, maar ook achter regenpijpen en nestkasten. Daarnaast dient in de nabijheid van enkele meters van de nestplaats voldoende voedsel en drinkwater aanwezig te zijn. Op de planlocatie is bebouwing aanwezig in de vorm van twee loodsen. Deze loodsen bieden geen geschikte nestmogelijkheden voor de huismus. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen zijn voor de huismus uitgesloten.
De kerkuil is een bewoner van (half)open landschappen, veelal in de nabijheid van boerenland. Hij broedt dan ook in het hele land in agrarisch gebied, incidenteel is de kerkuil ook in steden te vinden. De voorkeur gaat uit naar een agrarisch gebied met de aanwezigheid van geschikte nestbomen, en rustige en donkere schuilhoeken. Het open land wordt gebruikt voor het jagen. Kerkuilen zijn plaatstrouw en leiden een teruggetrokken leven waarbij zij actief worden in het donker om in het veld te jagen op vooral veldmuizen. Naast veldmuizen kunnen ook spitsmuizen en woelmuizen op het menu van de kerkuil staan, soms (ongeveer 2%) van het voedsel van de kerkuil bestaat uit andere dieren zoals vogels, amfibieën en ongewervelde diertjes. Kerkuilen blijven gewoonlijk het gehele jaar in de naaste omgeving van de broedplaats, enkel tijdens strenge winters en perioden met voedselschaarste zullen zij noodgedwongen gaan zwerven. Op de planlocatie is geen geschikte mogelijkheid aanwezig voor de kerkuil om te nestelen of te roesten. De aanwezige houtwal is te dicht begroeid en van kleine omvang om geschikt te zijn voor de kerkuil als nestplaats. Negatieve effecten zijn niet te verwachten. De ooievaar nestelt zich bij voorkeur op menselijke bouwsels, zoals hoge gebouwen, straatlantaarns en nestpalen in een menselijke omgeving.
De aanwezigheid van voedsel bestaande uit kikkers, muizen, mollen, insecten, hagedissen, regenwormen, jonge vogels, aas en afval - is het belangrijkste criterium voor de ooievaar om zich te vestigen. Een ooievaar zoekt zijn voedsel meestal in weilanden en hooilanden. Nesten van de ooievaar zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Negatieve effecten op de instandhouding van de ooievaar zijn uit te sluiten. De ransuil komt voor in allerlei landschappen, zoals agrarische gebieden tot open bos, bosranden, parken, duinen, heiden, hoogvenen en moerasgebieden. In grote aaneengesloten bosgebieden komt de ransuil niet voor. De jacht vindt bij voorkeur plaats in open velden, langs wegbermen en op kale plekken in bos. Op boomloze locaties en in steden komt de ransuil niet voor. Voorkeur voor broed en rustplaats zijn naaldbomen, Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 17 van 34
houtwallen, boomgroepen en hagen, soms ook solitaire bomen. Het voedsel van de ransuil bestaat hoofdzakelijk uit muizen (woelmuizen als de veldmuis, echte muizen zoals de aard- en bosmuis) en kleine vogels (mussen, merels, spreeuwen en vinkachtigen). De planlocatie zelf biedt geschikt habitat voor de ransuil. De aanwezige houtopstand zou als roestplaats kunnen dienen voor de ransuil. Echter zijn geen braakballen in het plangebied aangetroffen. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen zijn niet te verwachten. Tevens blijven aan de erfgrens bomen aanwezig waar de ransuil ook gebruik van kan maken. De roek is vooral te vinden in gebieden die bestaan uit vochtige gras- en bouwlanden met verspreid staande clusters van bomen, half-open landschappen, zoals bosranden, geïsoleerde bosjes en lanen met hoge bomen. Vooral boombestanden die bestaan uit meerdere soorten bomen en struiken hebben de voorkeur. Parklandschappen en parken aangrenzend aan vochtige landbouwgronden worden gewaardeerd door de roek. De roek leeft in kolonies en foerageert veruit het meest op vochtige begraasde en/of bemeste graslanden en op akkerland. Het voedsel van de roek bestaat voornamelijk uit ongewervelde dieren (wormen, emelten, kevers et cetera) die in de bodem leven.
In een stedelijke omgeving of bij parkeerplaatsen en langs de weg komen roeken ook voor, daar bestaat het voedsel voornamelijk uit menselijke voedselresten en alle eetbaars te vinden in afvalbakken en op straat. Nestplaatsen bestaan meestal uit scheve nesten van takken met een losse structuur waar licht doorheen valt, nesten worden snel gebouwd. Een roek is trouw aan een locatie en zal terugkeren naar zijn broed- en nestplaats. Tevens is de nestplaats een oriëntatiepunt voor de roek. De planlocatie bied geen geschikt habitat voor de roek, omdat geen bomen en struiken aanwezig zijn die kunnen dienen als verblijfs- en schuilplaats. Daarnaast zijn geen nesten van de roek aangetroffen in de aangrenzende houtwal. De slechtvalk is een echte kliffenbroeder, ook broedt hij op bergwanden, in nissen en op richels. Soms wordt hij ook gezien in oude nesten van roofvogels en kraaien, maar steeds vaker komt hij voor in nestkasten. De slechtvalk maakt zijn nesten in Nederland in hoge kantoorgebouwen en torens in steden en in open boerenland in hoogspanningsmasten. Heel soms wordt de grond als nestplaats gebruikt. Normaal gesproken jaagt de slechtvalk op vrij grote afstand van het nest in open landschappen met veel vogels. Binnen het plangebied is een geschikte nestplaats voor de slechtvalk niet aanwezig.
Dit maakt dat er dan ook geen negatieve effecten van de voorgenomen plannen worden verwacht voor de slechtvalk. De sperwer is een roofvogel die voorkeur geeft aan bossen, grotere tuinen en parken. De sperwer heeft voorkeur aan halfopen landschappen met (dichte) jonge bossen en naaldbomen. De sperwer komt ook voor in de stad, tuinen, open boeren land in windsingels, bosjes en op erven. Buiten de broedtijd is de sperwer meestal waar te nemen in open land (vrouwelijke exemplaren) en in het bos (mannelijke exemplaren) voor het jagen op voedsel. Het voedsel van de sperwer bestaat voornamelijk uit kleine zangvogels (mezen, mussen en vinken), maar ook grotere zangvogels (lijsters en spreeuwen) en andere grotere vogels (steltlopers). Jongen van de sperwer komen uit het ei in de piektijd van het uitvliegen van jonge prooisoorten. De sperwer jaagt vaak in dicht bos, waarbij hij van zitplaats naar zitplaats verhuist en goed observeert (kijken en luisteren) naar een geschikte prooi. Meestal slaat de sperwer toe vanuit een hinderlaag of Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 18 van 34
komt hij van grote hoogte schroevend naar beneden op zijn prooi af. Een geschikte biotoop voor de sperwer is niet aanwezig op de planlocatie. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen op de instandhouding van de sperwer zijn niet te verwachten. De steenuil heeft voorkeur voor een biotoop in veelal kleinschalige agrarische cultuurlandschapen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en oude en knoestige bomen. Gebruikelijk leeft de steenuil op erven van burgerwoningen, bij boerderijen in het agrarische cultuurlandschap en aan dorpsranden. Het ideale leefgebied van de steenuil voorziet het hele jaar van voldoende voedsel, een geschikte nestplek en voldoende veiligheid. De steenuil is namelijk een standvogel en blijft het gehele jaar in en rondom zijn nest. De biotoop van de steenuil dient een open tot halfopen landschap met afwisselend korte en verruigde vegetatie te hebben. Gebieden met aanwezigheid van bebouwing, beplanting, tuinen en weilandjes met (hobby)vee hebben de voorkeur. Voldoende nestplaats – boomholten, nestkasten of nauwe ruimten in gebouwen - is van belang voor de steenuil. Het is ook van belang dat er voldoende voedsel aanwezig is voor de steenuil in de vorm van muizen, regenwormen, kikkers, salamanders, vleermuizen, kleine vogels en allerlei soorten insecten.
Voorkeur geeft de steenuil aan voldoende ziten uitkijkposten voor het foerageren en om te rusten en een rustige omgeving waar geen verstoring of versnippering plaatsvindt. Een geschikt leefgebied met nestmogelijkheden voor de steenuil is aanwezig binnen het plangebied. Één van de loodsen is toegankelijk via een opening in de achtergevel. Tijdens het veldbezoek zijn de loodsen dan ook grondig geïnspecteerd en is gekeken naar de aanwezigheid van mest en braakballen, deze zijn niet gevonden. Door het ontbreken van mest en braakballen van de steenuil kan gesteld worden dat deze geen gebruik maakt van het plangebied als nest- of roestplaats. Negatieve effecten op de staat van instandhouding zijn niet te verwachten.
Vogelsoorten met beschermde nesten (categorie 5) Daarnaast kan het zijn dat er nesten aanwezig zijn van vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is als er weinig of geen vervangende nestplaatsen in de omgeving aanwezig zijn. In het plangebied is een voormalig klooster en een kleine houtopstand aanwezig. In meerdere bomen zijn holten aanwezig, waaronder ook spechtengaten, waar vogels toegang hebben tot een broedgelegenheid. In het plangebied kunnen broedvogels uit categorie 5 worden verwacht zoals de ekster, koolmees, pimpelmees, boomkruiper, boomklever, grote bonte specht en de spreeuw.
Vogelsoorten en bescherming tijdens het broedseizoen Het voorkomen van nesten van algemene broedvogels, die beschermd zijn wanneer ze in gebruik zijn, is mogelijk in de struiken en boompjes in en rondom het plangebied. In verband met het voorkomen van verstoring van nesten van deze algemene broedvogels wordt aangeraden om te zijner tijd, in de aanlegfase, te werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart -15 juli) of op een manier waarbij vogels niet aan broeden beginnen in de directe nabijheid van het plangebied. Op deze manier kan zonder nader onderzoek, mitigatie of compensatie worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Soortenbescherming worden overtreden.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 19 van 34
Conclusie vogels: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vogelsoorten uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk voor jaarrond beschermde nesten. Voor beschermde nesten van vogels (categorie 5) kan aangenomen worden dat hier geen negatief effect optreed, omdat de bomen niet geveld zullen worden voor de voorgenomen nieuwbouw. Onder de Soortenbescherming zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar. Het is daarom aan te raden om te werken buiten het broedseizoen van de meeste algemene vogels (grofweg 15 maart -15 juli) of op een manier waarbij vogels in de directe nabijheid niet aan broeden beginnen. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien door een deskundige is vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten zijn, of indien is vastgesteld dat met het werken volgens een goedgekeurd werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Een dergelijk ecologisch werkprotocol dient te zijn opgesteld door een ter zake deskundige en vervolgens goedgekeurd te zijn door het bevoegd gezag. 4.5. Vissen Bij gebrek aan watervoerende elementen is het voorkomen van vissen in het plangebied uitgesloten.
4.6. Reptielen Beschermde reptielen zijn in de nabijheid van het plangebied waargenomen. Het gaat om de ringslang. Gedurende het terreinonderzoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor deze strikt beschermde soort. De ringslang is meer dan enig ander reptiel in Nederland gebonden aan water. Het leefgebied bestaat dan ook uit waterrijke habitats, welke veelal gelegen zijn op zandgronden en overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. Laaggelegen en natte gebieden worden vaak vermeden om dat daar niet alle levensstadia van deze dieren doorlopen kunnen worden. Met name de ontwikkeling van eieren en overwintering vormen in lager gelegen gebieden een probleem. De ringslang is dan ook voornamelijk op hoger gelegen gronden te vinden. Het voedsel van de ringslang bestaat voornamelijk uit kleine prooien, zoals kikkervisjes, regenwormen en naaktslakken, maar ook grotere larven van verschillende amfibiesoorten. Gezien de volledig verharde situatie op de planlocatie en het daarmee ontbreken van een geschikte leefomgeving voor de ringslang zijn negatieve effecten van de voorgenomen plannen uit te sluiten. Ook andere reptielensoorten zijn niet te verwachten in het plangebied door de geïsoleerde ligging. Conclusie reptielen: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op reptielen uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 20 van 34
4.7. Amfibieën In de nabijheid van het plangebied zijn de bastaardkikker en de rugstreeppad waargenomen. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie beoordeeld op geschiktheid voor deze en andere amfibieënsoorten. De bastaardkikker komt in vrijwel heel Nederland voor en is een zon- en warmte minnende soort met voorkeur voor onbeschaduwde wateren. Een goed begroeide oeverzone heeft de voorkeur van de bastaardkikker. Een groot water of een water wat deel uitmaakt van een groter complex bied een gewenst habitat. Verder is de bastaardkikker niet veeleisend en komt dan ook in allerlei biotopen voor. Gezien de verharde situatie op de planlocatie, is deze niet geschikt als landbiotoop voor de bastaard kikker en zijn nadelige gevolgen op deze soort op voorhand uit te sluiten. De rugstreeppad komt in vrijwel geheel Nederland voor, met uitzondering van Groningen. Het zwaartepunt ligt langs de grotere rivieren en op hogere zandgronden. De rugstreeppad is te vinden op zanderige terreinen met betrekkelijk hoge dynamiek, zoals duinen, uiterwaarden van grotere rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers, maar ook op klei- en veengronden. Voor de voortplanting is de rugstreeppad afhankelijk van ondiepe wateren die vrij snel opwarmen. Meestal wordt gebruik gemaakt van tijdelijke poeltjes en plassen, maar ook van sloten en vennen. Gewenst is dat het water niet zuur is (> pH5).
De rugstreeppad is nachtactief en jaagt dan op open plekken. De voortplanting vindt plaats in april, maar deze kan ook nog later (tot in juli) opeens weer opleven na een periode van overvloedige regen en warm weer. Een geschikt habitat is niet aanwezig op de planlocatie, de planlocatie is volledig verhard en poeltjes en plassen ontbreken. Geschikt leefgebied is wel aanwezig dichter bij de Hollandsche IJssel. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen op de rugstreeppad zijn dan ook uit te sluiten. Verder is geen open water aanwezig in of nabij het plangebied. Het plangebied is dan ook niet geschikt voor de voortplanting van amfibieën. Hooguit enkele algemene soorten, zoals bijvoorbeeld bruine kikker en gewone pad, zouden het plangebied kunnen gebruiken als landbiotoop. Echter is het gebruik van het plangebied als landbiotoop niet waarschijnlijk door de aanwezigheid van verharding in het gehele plangebied. Conclusie amfibieën: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op amfibieën uitgesloten.
4.8. Ongewervelden Libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren voor die geschikt zijn als voortplantingswater voor beschermde libellen. De aanwezigheid van essentieel leefgebied voor beschermde libellen kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 21 van 34
Dagvlinders In de directe omgeving van het plangebied zijn geen beschermde dagvlinders waargenomen. Negatieve effecten van voorgenomen plannen zijn ook redelijkerwijs uit te sluiten door de ligging van het plangebied en de verharding van het plangebied. Overige ongewervelden Gedurende het terreinonderzoek is nagegaan of het plangebied geschikt is andere beschermde soorten. Door de volledige verharding en de aanwezigheid van enkele bloemen tussen de betonplaten in is een geschikt leefgebied voor ongewervelden niet aanwezig. Negatieve effecten zijn dan ook niet te verwachten op beschermde ongewervelde dieren. Conclusie ongewervelden: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op ongewervelden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 22 van 34
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE Aan de IJssellaan in Ouderkerk aan den IJssel is een verhard opslagterrein met twee opslagloodsen aanwezig. Het voornemen is om hier de bebouwing en verharding te verwijderen en ter plaatse nieuwbouwwoningen te realiseren. De planlocatie is in het bestemmingsplan ‘IJsseldijk-Noord 2005’, vastgesteld op 8 juli 2008 door de gemeente Krimpenerwaard, bestemd als ‘Bedrijfsdoeleinden II’. Voor de sloop van de bestaande bebouwing, het bouwrijp maken en uiteindelijk woningbouw te kunnen realiseren op locatie is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Dit plan zou kunnen samengaan met effecten op beschermde planten- en dieren. In dat kader is dit verkennend onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde flora en fauna. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ is gelegen op circa 9.680 meter ten noordoosten van het plangebied. De afstand tot het Natuurnetwerk is ongeveer 146 meter en ligt ten noordoosten van het plangebied. Deze beschermde gebieden zijn op dusdanige afstand gelegen dat negatieve effecten van het plan kunnen worden uitgesloten voor wat betreft verstoring door licht, geluid en trillingen. Daarnaast zijn geen effecten te verwachten voor wat betreft vernatting en verdroging. Binnen het plangebied worden geen bomen geveld.
Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is dan ook niet aan de orde. Conclusies Soortenbescherming: Binnen de Soortenbescherming zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd. In het plangebied bevinden zich mogelijke nestplaatsen. Het is aan te raden om te werken buiten het broedseizoen van de meeste vogels (grofweg 15 maart -15 juli), of te werken op een manier waarbij vogels in de directe omgeving niet aan broeden beginnen. Op deze manier kan zonder nader onderzoek, mitigatie of compensatie worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Soortenbescherming worden overtreden voor wat betreft algemene vogelsoorten. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er, met het werken volgens een werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Zo’n werkprotocol dient te worden opgesteld door een ter zake deskundige, en te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Ook zijn werkzaamheden binnen het broedseizoen mogelijk zonder werkprotocol, indien ter plaatse door een deskundige wordt vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten aanwezig zijn. Een ontheffing is dan niet noodzakelijk. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk gebleken.
De in het plangebied te verwachten soorten genieten lichte bescherming onder de Soortenbescherming; een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 23 van 34
van toepassing. De algemene zorgplicht is onverminderd van toepassing. In de nabijheid waargenomen beschermde soorten, zijn bij het terreinbezoek niet waargenomen of te verwachten binnen het plangebied.
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 24 van 34
Bronvermelding Gebieden:
www.ruimtelijkeplannen.nl Bestemmingsplan Kern Beek, vastgesteld op 26 april 2012 Verordening ruimte
Waarnemingen:
www.ndff.nl www.waarneming.nl www.telmee.nl
Soorteninformatie:
www.sovon.nl www.ravon.nl www.floron.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.rvo.nl www.vlindernet.nl Atlas van de Nederlandse Zoogdieren
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 25 van 34
BIJLAGE I.
Uitdraai QuickScanhulp Nationale Databank Flora en Fauna
Soort
Soortengroep
Categorie bescherming
Afstand tot plangebied
Bastaardkikker
Amfibieën
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Buizerd
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Egel
Zoogdieren
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Gierzwaluw
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Groene glazenmaker
Libellen
wnb-hrl
0 - 1 km
Grote gele kwikstaart
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Haas
Zoogdieren
Havik
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Huismus
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Kerkuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Konijn
Zoogdieren
Ooievaar
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Ransuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Ringslang
Reptielen
Roek
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Rugstreeppad
Amfibieën
wnb-hrl
0 - 1 km
Slechtvalk
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Sperwer
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
steenuil (s.l.)
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Alpenwatersalamander
Amfibieën
Boomvalk
Vogels
Bunzing
Zoogdieren
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Groot spiegelklokje
Vaatplanten
1 - 5 km
Grote modderkruiper
Vissen
1 - 5 km
Grote vos
Dagvlinders
1 - 5 km
Hermelijn
Zoogdieren
Kamsalamander
Amfibieën
Kruiptijm
Vaatplanten
Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Platte schijfhoren
Weekdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
Smalle raai
Vaatplanten
Tengere veldmuur
Vaatplanten
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Wespendief
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Wezel
Zoogdieren
1 - 5 km
Wilde ridderspoor
Vaatplanten
1 - 5 km
Wolfskers
Vaatplanten
1 - 5 km
Zwarte wouw
Vogels
Boommarter
Zoogdieren
0 - 1 km
0 - 1 km
0 - 1 km
0 - 1 km
0 - 1 km
1 - 5 km wnb-vrl
1 - 5 km 1 - 5 km
1 - 5 km wnb-hrl
1 - 5 km 1 - 5 km
1 - 5 km wnb-hrl
1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
wnb-vrl
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
1 - 5 km 5 - 10 km
Pagina 26 van 34
Soort
Soortengroep
Categorie bescherming
Afstand tot plangebied
Dreps
Vaatplanten
Gewone/Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
Gewone zeehond
Zoogdieren
5 - 10 km
Glad biggenkruid
Vaatplanten
5 - 10 km
Hazelworm
Reptielen
Heikikker
Amfibieën
Kleine wolfsmelk
Vaatplanten
Kluwenklokje
Vaatplanten
Meervleermuis
Zoogdieren
Muurbloem
Vaatplanten
Naakte lathyrus
Vaatplanten
Noordse woelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Rivierrombout
Libellen
wnb-hrl
5 - 10 km
Schubvaren
Vaatplanten
Sierlijke witsnuitlibel
Libellen
Steenmarter
Zoogdieren
Teunisbloempijlstaart
Nachtvlinders
Waterspitsmuis
Zoogdieren
5 - 10 km
Wezel/Hermelijn
Zoogdieren
5 - 10 km
Akkerboterbloem
Vaatplanten
10 - 25 km
Akkerdoornzaad
Vaatplanten
Baardvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Blaasvaren
Vaatplanten
10 - 25 km
Bokkenorchis
Vaatplanten
10 - 25 km
Bosbeekjuffer
Libellen
10 - 25 km
Brede wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Damhert
Zoogdieren
10 - 25 km
Das
Zoogdieren
10 - 25 km
Eekhoorn
Zoogdieren
10 - 25 km
Eikelmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
Gestreepte waterroofkever
Kevers
Grijze zeehond
Zoogdieren
Groenknolorchis
Vaatplanten
Grote bosaardbei
Vaatplanten
10 - 25 km
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
10 - 25 km
Grote weerschijnvlinder
Dagvlinders
10 - 25 km
Iepenpage
Dagvlinders
10 - 25 km
Kartuizer anjer
Vaatplanten
10 - 25 km
Kempense heidelibel
Libellen
Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
Kleine ijsvogelvlinder
Dagvlinders
10 - 25 km
Knolspirea
Vaatplanten
10 - 25 km
Kruipend moerasscherm
Vaatplanten
wnb-hrl
10 - 25 km
Muurhagedis
Reptielen
wnb-hrl
10 - 25 km
Myoot (soort onbekend)
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Naaldenkervel
Vaatplanten
Noordzeehouting
Vissen
wnb-hrl
10 - 25 km
Oehoe
Vogels
wnb-vrl
10 - 25 km
Otter
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Poelkikker
Amfibieën
wnb-hrl
10 - 25 km
5 - 10 km wnb-hrl
5 - 10 km
5 - 10 km wnb-hrl
5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km
wnb-hrl
5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km
5 - 10 km wnb-hrl
5 - 10 km 5 - 10 km
wnb-hrl
5 - 10 km
10 - 25 km
wnb-hrl
10 - 25 km 10 - 25 km
wnb-hrl
10 - 25 km
10 - 25 km wnb-hrl
10 - 25 km
10 - 25 km
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
Pagina 27 van 34
Soort
Soortengroep
Categorie bescherming
Afstand tot plangebied
Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Ruw parelzaad
Vaatplanten
10 - 25 km
Stijve wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Vinpootsalamander
Amfibieën
Vroedmeesterpad
Amfibieën
Vuursalamander
Amfibieën
Watervleermuis
Zoogdieren
Wilde weit
Vaatplanten
10 - 25 km
Aardbeivlinder
Dagvlinders
25 - 50 km
Adder
Reptielen
25 - 50 km
Akkerogentroost
Vaatplanten
25 - 50 km
Beekrombout
Libellen
25 - 50 km
Berggamander
Vaatplanten
25 - 50 km
Bergnachtorchis
Vaatplanten
Boomkikker
Amfibieën
Bosdravik
Vaatplanten
Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Brandts vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Brave hendrik
Vaatplanten
25 - 50 km
Bruine eikenpage
Dagvlinders
25 - 50 km
Bruinrode wespenorchis
Vaatplanten
Bruinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Bultrug
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Dennenorchis
Vaatplanten
Drijvende waterweegbree
Vaatplanten
Duinparelmoervlinder
Dagvlinders
Dwergvinvis
Zoogdieren
Edelhert
Zoogdieren
Franjestaart
Zoogdieren
Gevlekte glanslibel
Libellen
Gewone dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Gewone spitssnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Gewone vinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Groensteel
Vaatplanten
Grote parelmoervlinder
Dagvlinders
Grote vuurvlinder
Dagvlinders
Honingorchis
Vaatplanten
Kleine ereprijs
Vaatplanten
Knoflookpad
Amfibieën
Knollathyrus
Vaatplanten
25 - 50 km
Kommavlinder
Dagvlinders
25 - 50 km
Korensla
Vaatplanten
25 - 50 km
Kranskarwij
Vaatplanten
25 - 50 km
Kwabaal
Vissen
Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Lederschildpad
Reptielen
wnb-hrl
25 - 50 km
Levendbarende hagedis
Reptielen
25 - 50 km
Moerasgamander
Vaatplanten
25 - 50 km
Ondergrondse woelmuis
Zoogdieren
25 - 50 km
Potvis
Zoogdieren
Rood peperboompje
Vaatplanten
10 - 25 km wnb-hrl
10 - 25 km 10 - 25 km
wnb-hrl
10 - 25 km
25 - 50 km wnb-hrl
25 - 50 km 25 - 50 km
25 - 50 km
25 - 50 km wnb-hrl
25 - 50 km 25 - 50 km
wnb-hrl
25 - 50 km 25 - 50 km
wnb-hrl
25 - 50 km 25 - 50 km
25 - 50 km 25 - 50 km wnb-hrl
25 - 50 km 25 - 50 km 25 - 50 km
wnb-hrl
25 - 50 km
25 - 50 km
wnb-hrl
Herontwikkeling IJssellaan Ouderkerk aan den IJssel, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)
25 - 50 km 25 - 50 km
Pagina 28 van 34
Soort
Soortengroep
Categorie bescherming
Afstand tot plangebied
Rosse / Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Rozenkransje
Vaatplanten
25 - 50 km
Schubzegge
Vaatplanten
25 - 50 km
Sleedoornpage
Dagvlinders
25 - 50 km
Stofzaad
Vaatplanten
25 - 50 km
Tengere distel
Vaatplanten
25 - 50 km
Tweekleurige bosspitsmuis
Zoogdieren
Vale vleermuis
Zoogdieren
Veldparelmoervlinder
Dagvlinders
Vermiljoenkever
Geleedpotigen
Vliegend hert
Kevers
Water-/Meervleermuis
Zoogdieren
Wild zwijn
Zoogdieren
Witsnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Wolf
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Zandhagedis
Reptielen
wnb-hrl
25 - 50 km
Bechsteins vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Beekprik
Vissen
Bosparelmoervlinder
Dagvlinders
Butskop
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Dikkopschildpad
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
Elrits
Vissen
Europese rivierkreeft
Geleedpotigen
Gaffellibel
Libellen
wnb-hrl
50 - 100 km
Geel schorpioenmos
Mossen
wnb-hrl
50 - 100 km