CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL toelichting Bijlage 3 Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Middelblok 107-109 Gouderak5.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICKSCAN Wet Natuurbescherming

QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Zuidbroek 138 Bergambacht

Middelblok 107/109 Gouderak

R.J.S. Terlouw

IN OPDRACHT VAN

QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Middelblok 107/109 Gouderak

R.J.S. Terlouw

COLOFON:

© Bui-TeGewoon | groenprojecten ◊ publicatie 2019/10 Ouderkerk aan den IJssel, februari 2019 Status : Definitief Auteur : R.J.S. Terlouw In opdracht van : Verstoep BV-Schoonhoven Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. BUI-TEGEWOON | groenprojecten sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van BUI-TEGEWOON | groenprojecten en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

INHOUDSOPGAVE

1]

Inleiding en doel

3.

2]

Locatie plangebied

4.

3]

Doel en centrale vraagstelling

4.

4]

Criteria

5.

5]

Werkwijze

5.

6]

Voorgenomen ontwikkeling

7.

7]

Bureaustudie & veldonderzoek 7.1. Beschermde natuurwaarden 7.2. Beknopte levering NDFF 7.3. Raadpleging overige bronnen 7.4. Gesprek bewoner/initiatiefnemer 7.5. Locatie bezoek

7. 7. 9. 9. 10. 10.

8]

Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en –situaties 8.1. Algemeen 8.2. Habitat 8.3. Soorten en omstandigheden

11. 11. 12. 13.

9]

Conclusies

15.

BIJLAGEN. 1. 2.

Verantwoording ecologische deskundigheid – Bui-TeGewoon | groenprojecten Beknopte levering NDFF

1

2

1]. Inleiding en doel De locatie Middelblok 107/109 Gouderak betreft een grasland en deels half verhard terrein wat nu in gebruik is als opslag van bulk materiaal, hout, steen en stalling voor enkele machines. Het totale perceel heeft een oppervlakte van circa 5300 m2. De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe bedrijfsloods te bouwen en het bouwblok te voorzien van een landschappelijke en streekeigen beplanting. Voorafgaand aan een ruimtelijke procedure is ecologische informatie nodig om de voorgenomen ontwikkeling te onderbouwen. Hiervoor is het noodzakelijk om een QuickScan Wet natuurbescherming op te stellen. De QuickScan moet inzicht geven in het mogelijk voorkomen van beschermde natuurwaarden op de te ontwikkelen locatie, alsmede of het ontwikkelingsplan effecten heeft op beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van de voorgenomen maatregel. Wanneer het aannemelijk is dat er beschermde soorten en/of situaties aanwezig zijn kan aanvullend onderzoek noodzakelijk blijken alvorens ontheffing kan worden aangevraagd. Bij ruimtelijke ontwikkeling geldt dit voor soorten die zijn geplaatst in tabel 1 (beschermingsregiem soorten vogelrichtlijn), tabel 2 (beschermingsregiem soorten habitatrichtlijn) of tabel 3 (beschermingsregiem andere soorten) van de Wet natuurbescherming of soorten en situaties die anderszins een vergelijkbare beschermde status hebben.

Voor de verstoring of aantasting van beschermde natuurwaarden kan een ontheffing ex. artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming nodig zijn. Een QuickScan Wet natuurbescherming heeft een verkennend karakter, dit houdt in dat bij mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten aanvullend onderzoek noodzakelijk kan zijn in de activiteit periode van de soort. Voor sommige soorten zijn hiertoe meerdere bezoeken noodzakelijk en/of is onderzoek in een vastgestelde periode van het jaar vereist. Verstoep, Bouwadvies-Architectuur-Ontwikkeling B.V. heeft Bui-TeGewoon, groenprojecten verzocht een QuickScan Wet natuurbescherming uit te voeren voor bovenvermelde locatie om de mogelijke aanwezigheid van soorten te verkennen en de effecten op beschermde gebieden te beoordelen. De onderhavige rapportage geeft de resultaten van deze QuickScan weer.

3

2]. Locatie plangebied Middelblok 107/109 te Gouderak. De projectlocatie is kadastraal bekend als Gouderak, sectie B, nummer 4763-ged. De totale oppervlakte bedraagt circa 5200 m2 . De locatie valt binnen kilometerhok nummer 106-444. De ontwikkelingslocatie is weergegeven in onderstaand topografisch en kadastraal kaartbeeld.

Figuur 1. Ligging plangebied en kadastrale situatie

De directe omgeving is te omschrijven als en vrijwel gesloten lintbebouwing in een agrarische omgeving. De meeste agrarische bedrijven zijn inmiddels verdwenen als gevolg van de begrenzing als Natuurnetwerk Nederland van de achterliggende polder Middelblok. De woningen en schuren in het bebouwingslint hebben erfpercelen met een groene inrichting. Aan de zuidzijde grenst het perceel aan het open grasland van polder Middelblok. De agrarische percelen in de nabijheid van de projectlocatie zijn recent uit gangbaar agrarisch gebruik genomen en nu voornamelijk in gebruik als natuurgrasland met extensief agrarisch medegebruik. 3] Doel en centrale vraagstelling De QuickScan Wet natuurbescherming wordt uitgevoerd om te bepalen of de geplande ontwikkeling passend kan worden uitgevoerd, of eventueel aanvullend onderzoek noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen eventueel moeten worden toegepast om tot een passende uitvoering te kunnen komen.

De centrale vraagstelling is vierledig en luidt als volgt: Zijn er voldoende ecologische gegevens beschikbaar omtrent het voorkomen van (zwaarder) beschermde flora en fauna in het projectgebied; Is er in het gebied habitat aanwezig waar (zwaarder) beschermde soorten voor kunnen komen; Heeft de voorgenomen ontwikkeling effect op beschermde gebieden in de invloedsfeer van het projectgebied; Zijn de beoogde werkzaamheden en maatregelen passend binnen de Wet natuurbescherming uitvoerbaar.

4

4] Criteria Op de onderhavige QuickScan zijn de volgende criteria van toepassing: Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een deskundige ecoloog die voldoet aan de hiervoor gestelde criteria. Het onderhavige onderzoek is uitgevoerd door Bui-TeGewoon | groenprojecten, de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft ruim 30 jaar ervaring in verschillende functies als ecoloog en als regiohoofd terreinbeheer bij een natuur beherende organisatie (bijlage 1); Gegevens gebruikt ten bate van het onderzoek dienen objectief te zijn verkregen en uit betrouwbare bronnen voort te komen; De kwaliteit van het onderzoek dient aan de hand van de rapportage te kunnen worden beoordeeld door het bevoegd gezag; Omtrent de uitkomsten van het onderzoek dient begrijpbaar voor opdrachtgever en/of gebruiker te worden gerapporteerd. 5]. Werkwijze Ten bate van de QuickScan heeft zowel een bureauonderzoek als veldonderzoek plaatsgevonden. Nadat een opdracht tot QuickScan is verkregen wordt in een oriënterend gesprek met bewoner en/of opdrachtgever de voorgenomen ontwikkeling verkend en worden plandocumenten als aanwezige bouw- en inrichtingstekeningen ingezien.

Aansluitend vindt een bureaustudie plaats waarbij het gebied topografisch wordt verkend aan de hand van topografische atlassen, de websites “OpenTopo” en “Google Earth”. Gelet wordt op aanwezige gebieden, elementen en habitats als kleine landschapselementen, watergangen, en structuren als bijvoorbeeld bomenrijen, die aanwijzingen kunnen geven voor mogelijk gebiedsgebruik door fauna. Aan de hand van de bodemkaart en de website van het waterschap worden o.a. drooglegging, vigerend waterpeil en bodemsituaties beoordeeld. Speciale aandacht wordt besteed aan de aanwezigheid van mogelijk ingraafbare bodem als stroomruggen en zandopduikingen, die in verband met het voorkomen van rugstreeppad kunnen worden gebracht en gebieden met een geringe drooglegging of extensief grondgebruik die habitat kunnen bieden aan beschermde flora en fauna. Om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden effect kunnen hebben op beschermde natuurgebieden, wordt gekeken of het projectgebied planologisch beschermd is en of er beschermde gebieden rond het projectgebied aanwezig zijn. De ligging wordt bepaald door gebruik te maken van de kaartmachines van het ministerie van Economische Zaken m.b.t. wettelijk beschermde gebieden en het raadplegen van de website van de provincie Zuid-Holland (www.provinciezuidholland.nl/kaarten/ecologischehoofdstructuur ).

Om het mogelijk voorkomen van flora en fauna te beoordelen wordt bij aanvang standaard een zogenaamde “beknopte levering” bij het NDFF geraadpleegd. Naast de beknopte levering wordt via verschillende zoekfuncties gericht gezocht naar mogelijke inventarisaties en rapportages van natuur en landschap uit het recente verleden. De website waarneming.nl wordt gecheckt op vermelde waarnemingen van soorten uit de Habitat- en Vogelrichtlijn alsmede Rode lijst soorten voor een periode tot vijf jaar terug. Verspreidingsatlassen van gegevens verzamelende organisaties worden geraadpleegd waarbij er rekening mee wordt gehouden dat de onderzoeksperiode van deze atlassen, voorafgaand aan publicatie, veelal leidt tot gegevens ouder dan 5 jaar die in sommige situaties als onvoldoende recent moeten worden beoordeeld. In diverse archieven en zoekmachines is gezocht naar relevante informatie met betrekking tot natuur en landschap in de afgelopen vijf jaar. Hiertoe zijn o.a. het archief van Bui-TeGewoon | groenprojecten en data van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard geraadpleegd. De resultaten worden benut voor het opstellen van een checklist met mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of situaties.

5

De op deze wijze verkregen lijst van mogelijk aanwezige soorten wordt vergeleken met de vermelde aantallen per soortgroep uit de beknopte levering NDFF. Bovenstaande activiteiten leidt tot de definitieve lijst met mogelijk aanwezige soorten en habitats die als checklist wordt gehanteerd bij het locatiebezoek. Op basis van de volgens bovenstaande systematiek opgestelde lijst van (mogelijk) aanwezige soorten wordt een locatiebezoek gepland en uitgevoerd waarbij rekening wordt gehouden met tijdens het bureauonderzoek gevonden met specifieke aandachtsvelden. Het veldbezoek wordt opgesplitst in twee delen. In het eerste deel wordt de feitelijke situatie van het projectgebied en de aanwezige habitat gekarteerd. Hierbij worden (indien aanwezig) aantekeningen gemaakt van breedte en diepte van watergangen, aanwezige vegetatietypen waarbij, indien relevant, ook de kruidenrijkdom van graslanden, de botanische kwaliteit van oevervegetaties en de aanwezigheid van watervegetaties wordt beoordeeld. Aanwezigheid van bomen en houtopstanden en hier binnen eventuele aanwezigheid van holte bomen (als mogelijke verblijfplaats voor fauna) of lijnvormige structuren (migratieroute voor vleermuizen) worden eveneens geregistreerd. Nadat het projectgebied is verkend op basis van de aanwezige habitat wordt een tweede ronde door het gebied gemaakt.

Tijdens deze rondgang wordt op voor beschermde soorten geschikt beoordeelde locaties/habitats, gericht naar tabel 1, 2 en 3 soorten volgens de Wet Natuurbescherming, gezocht. Opstallen en kunstwerken als bijvoorbeeld bruggen worden gecheckt op muurplanten, holten en aanwezige nesten (bijv. voor huismussen geschikten daken, boerenzwaluwen onder bruggen, etc.) en bereikbare ruimten en/of mestsporen van bijvoorbeeld vleermuizen. Houtopstanden worden gecheckt op (jaarrond) beschermde nesten en geschiktheid als broedhabitat. Holte bomen worden met een spiegellamp of boomcamera gecontroleerd. Indien watergangen onderdeel uitmaken van de ontwikkelingslocatie wordt de geschiktheid voor beschermde soorten visueel beoordeeld. Indien watergangen waarin mogelijk beschermde soorten aanwezig kunnen zijn tot het projectgebied behoren, wordt met behulp van een standaard steeknet een proefbemonstering uitgevoerd conform de hiervoor geldende protocollen van RAVON (amfibieën & vissen) en mollusken (Stichting Anemoon). Hierbij worden o.a. specifiek geschikte habitats voor beschermde vissoorten en platte schijfhoren bemonsterd. Van gevonden schijfhorenslakken wordt thuis een monster met behulp van een binoculair (10-30x) gedetermineerd om eventuele aanwezigheid van bijvoorbeeld platte schijfhoorn vast te kunnen stellen.

Graslanden en oevervegetaties worden beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde plantensoorten en als broedhabitat. Indien soorten als bijvoorbeeld ringslang, rugstreeppad, vleermuizen, groene glazenmaker, waterspitsmuis, etc. mogelijk voorkomen op de ontwikkelingslocatie kan aanvullend onderzoek worden geadviseerd. Wanneer het voorkomen van beschermde soorten of situaties wordt aangetoond of niet valt uit te sluiten, worden afhankelijk van de bevindingen voorstellen opgesteld voor aanvullend onderzoek of de aanvraag van een ontheffing. Ook kan het treffen van mitigerende maatregelen of uitvoering volgens een ecologisch werkprotocol worden geadviseerd. Dit kan zowel gericht zijn op soorten, situaties als het type van de werkzaamheden.

6

6] Voorgenomen ontwikkeling Vanuit de opdrachtgever, Verstoep B.V., is een uitvoeringsplan verstrekt met de voorgenomen ontwikkeling toegelicht. Het plan is tijdens het terreinbezoek nader toegelicht door één van de initiatiefnemers de heer B. Zwijnenburg. Onderstaande informatie is hierbij verkregen: “Het voornemen het ruimen van de huidige opslag van materiaal en materieel en het bouwen van een nieuwe bedrijfsloods. Het erfperceel zal aansluitend landschappelijk worden ingepast met een erfbeplanting van gebiedseigen beplanting. Op de kadastraal grens met het natuurgebied zal in een later stadium worden gekozen of dit worden afgeschermd met een strook beplanting of een scheidingssloot”. Het uitvoeringsplan is weergegeven in figuur 2.

Figuur 2. Voorgenomen ontwikkeling

7].

Bureaustudie en veldonderzoek

7.1]

Beschermde natuurwaarden

 Natuurbeschermingswet De Natuurbeschermingswet regelt de bescherming van natuurgebieden in Nederland. Het gaat daarbij om de bescherming van gebieden van nationaal belang (de Beschermde Natuurmonumenten) en van internationaal belang (Natura 2000). In een groot aantal gevallen overlappen de Beschermde Natuurmonumenten de gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. De waarden die behoren bij het Beschermd Natuurmonument zijn dan meegenomen in het Natura 2000 ontwerp of concept aanwijzingsbesluit.

7

Beschermde natuurmonumenten in de zin van de wet zijn niet aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Enigszins nabijgelegen gebied dat is opgenomen als Natura 2000-gebied betreffen de Reeuwijkse plassen gelegen op circa 4600 meter in noordelijke richting (figuur 3). Gezien de aard en omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling en de Natura 2000 doelstellingen van de betreffende gebieden, in relatie tot de afstand en tussenliggende wegen en bebouwingen worden geen effecten van de voorgenomen ontwikkeling verwacht op de doelstellingen voor genoemde Natura 2000-gebieden.  Nationaal Natuur Netwerk (voorheen EHS) Het meest nabij gelegen NNN-gebied betreft ‘NNN gebied polder Middelblok dat direct achter de projectlocatie is gelegen (figuur 3). NNN polder den Hoek heeft een functie als grasland reservaat met direct achter de projectlocatie Kruiden- en faunarijkgrasland en meer naar het oosten een weidevogel doelstelling. De aard en omvang van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wordt door ons beoordeeld als geen effecten veroorzakend op de doelstellingen van de NNN gebied polder Middelblok mits in een passende afschermende beplanting wordt voorzien die aansluit op de kruiden- en faunarijkgrasland doelen.

 Begrenzing leefgebied open grasland Als gevolg van de NNN-begrenzing zijn er geen graslandgebieden de directe omgeving van het projectgebied door de provincie Zuid-Holland begrenst als leefgebied open grasland.

Figuur 3. Ligging projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden

8

7.2] Beknopte levering NDFF Via het raadplegen van de beknopte levering bij het Natuurloket vanuit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) is beoordeeld welke informatie over het voorkomen van beschermde soorten aanwezig is en met welke volledigheid soorten in het gebied zijn onderzocht. De geleverde gegevens hebben betrekking op het voorkomen van soorten gedurende de periode 2008–2018. De NDFF rapportage van het kilometer hok 106-444 waarbinnen de projectlocatie is gelegen betreft nummer HNL-2019-26 d.d. 06 februari 2019 en laat zien dat het gebied voor vaatplanten, broedvogels, wintervogels, amfibieën, reptielen, vissen, micro- & macro nachtvlinders, dagvlinders en libellen als goed onderzocht wordt beoordeeld. Als redelijk onderzocht worden vleermuizen en landzoogdieren beoordeeld. De overige soortgroepen scoren een slechte of onbepaalde onderzoekintensiteit. Op basis hiervan moet de beschikbare ecologische informatie van het gebied worden beoordeeld als goed onderzocht. Uit de groep van de vleermuizen worden twee soorten uit de Habitatrichtlijn voor het atlasblok vermeld. Voor de Wet Natuurbescherming worden 2 amfibieën soorten uit het kilometerhok gemeld. Voor de vogelrichtlijn zijn 68 soorten broedvogels vastgesteld. Als rode-lijst soorten worden vaatplanten (7), landzoogdieren (1), broedvogels (17) reptielen (1) en vissen (1) vermeld.

De resultaten van de beknopte levering is samengevat in tabel 1. De rapportage is integraal opgenomen als bijlage 2. soortgroepen

Onderzoek status NDFF

Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Land zoogdieren Vleermuizen Vogels - broedvogels wintervogels Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen/krekels Over. ongewervelden

goed slecht slecht onbepaald redelijk redelijk goed goed goed goed goed goed goed goed goed onbepaald niet

Rode lijst

Wet Natuurbescherming

7 0 0 0 1 0 17 0 0 1 1 0 0 0 0 0 0

Vogelrichtlijn

0 0 0 0 7 0 0 0 4 0 0 0 0 0 0 0 0

Habitat richtlijn

0 0 0 0 0 0 68 183 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0

Tabel 1. Voorkomen van beschermde soorten per soortgroep in kilometer hok 106-444 NDFF

7.3.] Raadpleging overige bronnen Naast het beoordelen van de beknopte levering is de websites Waarnemingen.nl bezocht en is gericht gezocht op voor het plangebied relevant geachte soorten voor de periode 01 januari 2014 tot heden. Voor de soortgroepen broedvogels, zoogdieren, vleermuizen, vissen en amfibieën zijn de verspreidingskaarten op de websites van RAVON, SOVON, VZZ, Vleermuisnet &, EIS-Nederland beoordeeld en zijn de verspreidingsatlassen van deze soorten geraadpleegd. Opgemerkt wordt dat de periode van gegevens verzamelen voor veel publicaties en atlassen langer dan vijf jaar terug is geweest. In het archief van Bui-TeGewoon | groenprojecten is gezocht naar recente rapporten en ecologische gegevens. Dit archief bevat een groot aantal publicaties en data uit de periode 1969heden van in het bijzonder de Krimpenerwaard en Vijfheerenlanden.

9

7.4.] Gesprek bewoner /initiatiefnemer Tijdens het veldbezoek is een kort gesprek gevoerd met de bewoner/initiatiefnemer, de heer B. Zwijnenburg, van de beoogde ontwikkeling. Er worden geen watergangen gedempt of bomen verwijderd binnen het ontwikkelingsplan. Ook het voorerf met huidige loods en verhard opslagterrein blijft vrijwel ongewijzigd. Het achterliggende perceeldeel wat deels bestaat uit half verhardingsmateriaal en deels uit grasland wordt doorsneden met een betonpad en kan als projectgebied worden benoemd. De heer Zwijnenburg verwacht geen broedende vogels omdat er geen beplanting en/of bebouwing aanwezig is. Er worden geen sloten gedempt of beplantingen verwijderd. In het dijklint zijn zomers soms vleermuizen te zien. Een enkele keer wordt een (ring)slang waargenomen, maar dat is weinig keren. Hij heeft geen andere informatie met betrekking tot beschermde dieren en/of situaties die mogelijk van belang kunnen zijn vanuit de Wet Natuurbescherming. 7.5.] Locatie bezoek Op 08 februari 2019 heeft een terreinbezoek op de voorgenomen ontwikkelingslocatie plaats gevonden. Parallel aan dit bezoek is de directe omgeving verkend om te beoordelen of mogelijke effecten van het ontwikkelingsplan op natuurwaarden in de directe omgeving kunnen optreden. A - Opstallen Binnen de projectlocatie zijn geen opstallen aanwezig.

De dichtst bijgelegen opstal betreft een kapschuur met een open front naar de noordzijde De schuur is enkelwandig en zonder plafonds en heeft veel licht inval de schuur wordt als ongeschikt beoordeeld voor broedende vogels en of vleermuizen. De overige opstallen bevinden zich buiten de effectzone van de beoogde plan ontwikkeling. B] - Terrein en erf Het erf/terrein is deels voorzien van verhardingsmaterialen het betreft voornamelijk aangewalste half verhardingen. In het midden van het perceel is over een kleine lengte een beton pad aanwezig. De overige delen hebben een grasachtige vegetatie aanwezig. Het betreft een extensief beheerd agrarisch grasland met een onregelmatig bodem reliëf en een open zode. De vegetatie wordt vrijwel uitsluitend gevormd door agrarische grassen en enkele kruiden die indicatief zijn voor voedselrijke en enigszins ruderale omstandigheden. De oevers van de watergang zijn laag gelegen en uitgetrapt door vee over een breedte van ruim 1.00 meter. Er bevinden zich gangbare planten van vochtige oevers in de randzone (figuur 4). Er werden geen aanwijzingen gevonden van beschermde soorten. Op basis van habitat kenmerken wordt de aanwezigheid van beschermde soorten onwaarschijnlijk geacht.

Figuur 4 opgeslagen materiaal en materieel op projectlocatie

Langs de westzijde van het pad is (oud) materieel gestald en zijn losse materialen opgeslagen. Onder de opgeslagen materialen bevind zich een kleine hoeveelheid houtsnippers en zand (figuur 5). Deze materialen bieden de soorten ringslang en rugstreeppad een overwinteringshabitat. Ruimen van deze opgeslagen bulkproducten dient hierdoor buiten de periode van winterrust plaatst te vinden (1 oktober/1 april).

10

Figuur 5. Opgeslagen zandhoop (links) en houtsnippers (rechts)

C

Omgeving

De dijkweg van het Middelblok betreft binnendijks een lintbebouwing die ter hoogte van de projectlocatie als vrij besloten kan worden gekarakteriseerd. Er bevinden zich (voormalige) agrarische bedrijven met grote erven en lokaal erfbeplanting bij particuliere woningen. De achterliggende graslanden hebben tot heden een gangbaar agrarisch gebruik gehad. De laatste twee jaar wordt dit beheer geleidelijk geëxtensiveerd nu veel percelen door de provincie ZuidHolland zijn aangekocht ten bate van het gebiedsplan Veenweiden Krimpenerwaard. Kruiden zijn schaars en het gebied is arm aan graslandbroedvogels. De sloten in het gebied zijn voedselrijk en hebben weinig watervegetatie. De voornaamste aanwezige waterplanten in de directe omgeving betreffen kroossoorten en draadalgen. De vogelbevolking in het bebouwde deel van het Middelblok bestaat uit algemene soorten van de erfvogelgemeenschap, maar lokaal zijn minder algemene soorten en/of karakteristieke soorten als bijvoorbeeld torenvalk, grauwe vliegenvanger en spotvogel aanwezig (Bron: inventarisatie Buisman & Terlouw 2015 t.b.v. Vogelatlas). De erven bieden tevens lokaal gelegenheid voor kleine zoogdieren en amfibieënfauna als schuil- en overwinteringshabitat. Het dijklint vormt een geschikte migratie-, foerageer- en verplaatsingsroute voor vleermuizen.

Als gevolg van de afwezigheid van geleidende beplantingen of brede watergangen rond de projectlocatie is de projectlocatie zelf als ongeschikt beoordeeld voor migratie of foerageren van vleermuizen. Verschillende opstallen op enige afstand in het lint bieden echter mogelijkheden voor kraam-, paar- of overwintering verblijven van deze soortgroep. Ook is hier een geschiktere foerageer en migratie habitat aanwezig. 8].

Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en situaties

8.1.] Algemeen In het projectgebied en de directe omgeving (beïnvloeding aspecten) worden op basis van uitgevoerd bronnenonderzoek, archiefmateriaal, de regionale ligging, de aanwezige habitats en het migratiegedrag van diersoorten, een aantal beschermde soorten of situaties mogelijk aanwezig geacht. Deze tijdens de QuickScan te onderzoeken soortgroepen en soorten zijn met een korte onderbouwing weergegeven in tabel 2 en vormde de basis voor het onderzoeksplan tijdens het locatie bezoek.

11

Onderzoek status NDFF

Check uitvoeren

goed slecht Korstmossen slecht Paddenstoelen onbepaald Zoogdieren land redelijk vleermuizen redelijk Vogels broedvogels goed

ja beperkt

Grasland wordt omgezet in bouwblok Mee beoordelen bij grasland beoordeling

niet

Geen wet NB soorten verwacht

niet

Geen wet NB soorten verwacht

ja

Check op verblijfsplaatsen

ja

Check op verblijfs- voortplantings-, foerageer- en migratiehabitat

Vaatplanten Mossen

Mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of omstandigheden op basis van landschapstypen (laagveen en rivierengebied)

niet

Check begroeiingen, opstallen en eventuele holte bomen op broedvogels en beschermde nesten Geen overwinteringsgebied dat bescherming vraagt

Amfibieën

goed goed Vissen goed Dagvlinders goed Macronachtvlinders goed Micronachtvlinders goed Libellen goed Sprinkhanen/krekels onbepaald Over. ongewervelden niet

ja

Check op aanwezig landhabitat

Reptielen

ja

Check op overwintering mogelijkheden en ei afzet ringslang

niet

Geen watergangen in projectgebied

niet

Geen geschikt habitat beschermde soorten aanwezig

Algemene Zorgplicht

-

wintervogels goed

ja

niet niet niet

Geen watergangen in projectgebied

niet

Geen geschikt habitat aanwezig

niet

Geen habitat aanwezig

ja

Vast onderdeel QuickScan wet Natuurbescherming

Tabel 2 Onderzoeksplan bij locatie bezoek mogelijk aanwezige beschermde soorten en situaties

Op basis van deze analyse is tijdens het bureauonderzoek gericht gezocht naar aanvullende informatie en waarnemingen uit de periode 01-01-2014 tot heden via de website Waarneming.nl. Tijdens het veldbezoek is, naast het totaal beeld, extra gelet op habitat en/of omstandigheden waarbij mogelijk aanwezige soorten uit deze soortgroepen zouden kunnen voorkomen. 8.2.] Habitat Zoals beschreven in paragraaf 7.2 tot 7.5 zijn onderstaande biotopen niet in het projectgebied aanwezig of worden niet door de voorgenomen ontwikkeling beïnvloed. Riet- en ruigtevegetaties i.c.m. permanent natte of vochtige terreinomstandigheden (planten, broed- en rustplaatsen vogels, Noordse woelmuis, waterspitsmuis); Dagvlinders, libellen (landhabitat) en sprinkhanen; Gebouw bewoonde flora en fauna (geen bestaande opstallen in projectplan betrokken). Opgaande beplantingen; Watergangen en oevers; Tijdens de veldopname zijn geen aanvullende aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van geschikt habitat voor bovengenoemde situaties en/of soorten anders dan aspecten die worden beoordeeld vanuit de algemene zorgplicht zoals verwoord in de Wet natuurbescherming artikel 1.11.

 Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen effect zal hebben op soorten uit bovengenoemde soortengroepen of die zijn gebonden aan genoemde habitats. De aanwezige habitat waar mogelijk effecten kunnen optreden bij de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten en situaties vanuit de Wet Natuurbescherming betreffen vaatplanten (te bebouwen grasland), ingraafbare bodems (amfibieën), winterschuilplaatsen (amfibieën, ringslang, kleine zoogdieren, egel, vleermuizen) en omgevingsfactoren (broedvogels, foeragerende en migrerende vleermuizen).

12

8.3.] Soorten en omstandigheden In de onderhavige paragraaf worden alleen die soorten en omstandigheden nader beschreven die op basis van bovenstaande onderzoeken mogelijk aanwezig kunnen zijn, het betreft: Vaatplanten Een deel van de projectlocatie betreft een grasland vegetatie met oevers. De vegetatie bestaat uit een grassenmix met een open en reliëfrijke bodem. Er zijn slechts in beperkte mate kruiden aanwezig die steeds bestaan uit algemene soorten van voedselrijke omstandigheden. Beschermde soorten zijn niet aangetroffen. De oevers zijn laaggelegen en over circa 1.00 meter breedte uitgetrapt door vee. In de oevers zijn lokaal bloemrijke, karakteristieke soorten voor een veenweiden gebied aanwezig als o.a. moeras vergeet-mij-niet en rolklaver. Op andere delen overheersen meer structuurrijke soorten als kalmoes en liesgras. Ook in de oevers zijn geen beschermde soorten aangetroffen en worden deze op basis van de vegetatie samenstelling niet verwacht.  Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel vaatplanten zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Vleermuizen Het gebied is ongeschikt als foerageerhabitat voor vleermuizen beoordeeld door de afwezigheid van lijn vormige elementen en beplantingen die als migratie en aanvliegroute kunnen functioneren.

Langs het dijklint zijn wel geschikt omstandigheden aanwezig en is migreren van Vleermuizen bekend (Terlouw R.J.S., 2017a&b). Deze locaties bevinden zich ruim buiten de invloed van de voorgenomen ontwikkeling. Omdat op enige afstand in het bebouwingslint van de buurtschap Zuidbroek geschikte foerageer, migratie omstandigheden en verblijfslocaties voor vleermuizen aanwezig zijn kan aanwezigheid van foeragerende en/of migrerende vleermuizen niet worden uitgesloten. Tijdens de ontwikkeling van de locatie dient hierdoor voorzichtig met bouwplaats verlichting te worden om gegaan. Bij voorkeur wordt de noodzaak van bouwplaats verlichting voorkomen. Indien bouwplaats verlichting noodzakelijk is dient deze zodanig te worden geplaatst dat uitstraling naar de omgeving wordt voorkomen. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel vleermuizen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling, mits terughoudend met bouwplaats verlichting wordt om gegaan. Amfibieën Tijdens het veldbezoek is specifiek gelet op de aanwezigheid van geschikt habitat voor amfibieën. Op enige afstand (> 2000 meter) zijn populaties van de rugstreeppad bekend .Rugstreeppadden staan echter bekend om hun grote mobiliteit. In de huidige situatie is een zandhoop aanwezig die mogelijkheden biedt voor de rugstreeppad om als overwinteringshabitat te functioneren.

Verwijderen van deze zandhoop kan uitsluitend buiten de periode van winterrust plaatsvinden (1 april- 1 oktober). Indien tijdens de voorgenomen werkzaamheden grond of zand in depot wordt geplaatst dient te worden voorkomen dat zich hierin amfibieën kunnen vestigen om te overwinteren. De kwetsbare periode voor overwinteren is oktober tot en met maart. Geconcludeerd is dat er geen belemmeringen van uit de Wet natuurbescherming aanwezig zijn m.b.t. het onderdeel amfibieën, mits aan mitigerende maatregelen wordt voldaan. Het betreft de onderstaande maatregelen: o De aanwezige zandhoop dient buiten de periode 1 oktober – 1 april te worden verwijderd; o Indien tijdens de voorgenomen ontwikkeling ontgraven grond in depot wordt gezet of opslag van zand als bouwmateriaal plaatsvindt dient te worden voorkomen dat zich rugstreeppadden vestigen om hier in te overwinteren. Dit kan door de grondhopen voor eind september te verwijderen of door tijdig een amfibieënraster rond de in depot geplaatste grond aan te brengen.

13

Broedvogels en jaarrond beschermde nesten Broedvogels zouden zich in zeer beperkte mate kunnen vestigen in en tussen het opgeslagen materiaal en materieel. In het bijzonder wanneer hier een langer graasgewas tussen ontwikkeld. Er worden geen bomen of beplantingen verwijderd ten bate van de voorgenomen ontwikkeling. Idealiter wordt het terrein (met uitzondering van de zand- en houtsnipper hopen) leeg geruimd voor aanvang of na het broedseizoen. Indien tijdens het broedseizoen wordt geruimd dient een vogelcheck te worden uitgevoerd. Bij aantreffen van nesten met eieren of niet vliegvlugge jonge vogels dienen de werkzaamheden te worden uitgesteld. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen ontheffing aanvraag voor het onderdeel broedvogels en jaarrond beschermde nesten noodzakelijk is. Indien materiaal en materieel wordt geruimd in de periode van het broedseizoen (15 maart – 15 juni) dient vooraf een vogelcheck te worden uitgevoerd; Reptielen Het enige reptiel dat in de Krimpenerwaard wordt aangetroffen betreft de ringslang. Het kerngebied van de populatie bevindt zich rond Gouderak/Achterbroek/Beijersche. Incidenteel worden waarnemingen van de ringslang in het gebied van de Vlist en Bergvliet vermeld (Bron: www.RAVON.nl). De projectlocatie bevindt zich binnen het kerngebied van de soort. De ringslang is dan ook op de projectlocatie te verwachten.

Op de projectlocatie is een kleine hoeveelheid houtsnippers opgeslagen. Deze kan zowel als overwinteringshabitat en als broeihoop (ei afzet) functioneren. Ruimen van de houtsnippers dient in de maand april plaats te vinden, wanneer de winterrust is beëindigd en er nog geen ei afzet heeft plaatsgevonden. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel reptielen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling, mits de aanwezige houtsnippers in de maand april worden geruimd. Land zoogdieren Het terrein is niet geschikt voor zwaarder beschermde soorten landzoogdieren. Wel is de directe omgeving van de projectlocatie geschikt voor algemene soorten. In het bijzonder muizen, ratten, en kleine marterachtigen als bunzing en wezel zouden in het projectgebied aanwezig kunnen zijn. Deze soorten vormen geen belemmeringen vanuit de wet Natuurbescherming anders dan hetgeen opgenomen in het zorgplicht artikel (artikel 11.1). Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er bij uitvoering van het ontwikkelingsplan geen belemmeringen vanuit het onderdeel zoogdieren optreden. Algemene zorgplicht voor wilde flora- en fauna Conform de Wet Natuurbescherming geldt voor alle soorten een zorgplicht (artikel 1.11). Voor de voorgenomen werkzaamheden worden geen andere situaties verwacht dan bij de beoordeling van soortgroepen en situaties is beschreven.

Er is dan ook geen aanleiding om extra maatregelen vanuit de algemene zorgplicht te treffen anders dan hierboven reeds vermeld. Wel is het steeds raadzaam om tijdens de bouwactiviteiten alert te zijn op de aanwezigheid van fauna en indien dieren worden gesignaleerd deze zorgvuldig te verplaatsen naar een veilige locatie in de omgeving en advies in te winnen bij een ecoloog. Als algemene beschermende en mitigerende maatregelen voor het onderhavige projectgebied worden de volgende onderdelen geadviseerd: Het transport van aan- en afvoeren van materialen uitsluitend uitvoeren over de bestaande verharde terreindelen. Het steeds voorhanden hebben van enkele emmers of kuipen om eventueel aangetroffen dieren apart te kunnen zetten. Indien dieren tijdelijk worden opgeslagen dienen deze binnen maximaal één uur na de vondst te worden uitgezet op een geschikte locatie voor de soort buiten het projectgebied. De opgeslagen dieren in kuipen dienen op een beschutte en schaduwrijk plaats te worden bewaard. Het voorkomen of beperken van bouwplaats verlichting en indien dit als nog noodzakelijk is het toepassen van een gerichte lichtbron met voorkoming van zij- of boven uitstraling.

14

Het voorkomen dat bij de bouwactiviteiten ontstane grond- en zandhopen worden gebruikt door amfibieën om te overwinteren door ze tijdig (voor eind september) te verwijderen of rondom een amfibieënraster te plaatsen. Het voorkomen dat oeverzwaluwen zich in opgeworpen grondhopen vestigen door de grondhopen in een flauw talud af te werken of uitsluitend buiten de vestigingsperiode van de oeverzwaluw (april – juli) grond op te slaan. Het op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij aantreffen van mogelijk beschermde situaties. 9]. Conclusie De ontwikkelingslocatie gelegen aan de Middelblok 107/109 te Gouderak, op kadastraal perceel Gouderak sectie B nummer 47635-ged is zowel administratief als door middel van veldonderzoek beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en situaties in het kader van de wet Natuurbescherming en op de ligging ten opzichte van Beschermde Natuurgebieden. Gebleken is dat er geen effecten zullen optreden die van invloed zijn op beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied en of beschermde soorten. Aard en omvang van de bevindingen leiden naar onze zienswijze niet tot de noodzaak tot het aanvragen van ontheffingen en of een specialistisch vervolg onderzoek, mits aan een aantal mitigerende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan.

De conclusies zijn onderstaand tabelmatig samengevat, aanbevelingen ten bate van preventieve of mitigerende maatregelen zijn bij de betreffende soortgroepen puntsgewijs weergegeven. Samenvattende tabel QuickScan Wet Natuurbescherming Project : Middelblok 107/109 Gouderak Soortgroep (beschermde soorten) - algemeen - muurvegetaties Mossen & korstmossen Vaatplanten

- algemeen

Habitat geschikt

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffing

Nee Nee N.v.t.

Nee Nee N.v.t.

Nee Nee Nee

Nee Nee Nee

Mogelijk

Mogelijk

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Ja

Nee Nee Nee Nee Nee Mogelijk

Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Vissen Amfibieën

Nee Mogelijk

Nee Mogelijk

Nee Nee

Nee Nee

Vlinders & libellen Overige ongewervelden

N.v.t. Nee

N.v.t. Nee

Nee Nee

Nee Nee

Broedvogels

- jaarrond beschermd - vliegroute - foerageergebied Vleermuizen - kraamverblijven - winterverblijven Grondgebonden zoogdieren Reptielen

Opmerkingen

- Voer een broedvogelcheck uit als het opgeslagen materiaal en materieel tijdens het broedseizoen wordt geruimd;

*] Voorkom uitstralen van bouwplaats verlichting ;

Verwijderen houtsnippers in april -Zand- & Grondhopen beschermen tegen intreden van amfibieën; en of verwijderen in de periode april-oktober

15

Algemene zorgplicht Wnb

Algemene zorgplicht flora & fauna

Ja

Algemene zorgplicht voor flora en fauna geldt voor alle in het wild levende planten en dieren in Nederland (art 1.11 Wnb). Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient dan ook steeds rekening te worden gehouden met flora en fauna. Bij aantreffen van dieren dienen deze voorzichtig buiten de projectlocatie op een geschikte plaats te worden gebracht. Bij twijfel dient ecologisch advies te worden ingewonnen. Geadviseerd wordt relevante genoemde maatregelen onder de paragraaf algemene zorgplicht toe te passen.

Gebiedsbescherming

Afstand tot

Ingreep verstorend

Vergunning plichtig

Natura 2000 Programmatische aanpak Stikstof (PAS) Natuur Netwerk Nederland Leefgebied open grasland

4600 m n.v.t. 50 m Nee

Nee n.v.t. Nee Nee

Nee Nee Nee Nee

Opmerkingen

Overige relevante zaken N.v.t.

16

BIJLAGEN BIJLAGE 1.

Verantwoording ecologische deskundigheid - Bui-TeGewoon | groenprojecten

Definitie deskundig ecoloog (Bron: Dienst Regelingen, van het Ministerie van Economische zaken). Het ministerie van Economisch zaken, verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis moet zijn opgedaan doordat de deskundige:  Op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of  Op MBO niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt de Flora- en faunawet, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of  Als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau wat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of  Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Landschappen, Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of  Zich aantoonbaar actief inzet voor op het gebied voor soortenmonitoring en/of bescherming.

Verantwoording deskundigheid Bui-TeGewoon, groenprojecten. De ecologische begeleiding namens de opdrachtgever is uitbesteed aan bureau Bui-TeGewoon | groenprojecten. Vanuit dit bureau zullen de werkzaamheden worden gecoördineerd en het ecologisch deel worden uitgevoerd door de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft specialisatie ontwikkeld in inrichting en beheer van natuur en landschap in het algemeen. Ten opzichte van flora en fauna heeft Terlouw kennis van vrijwel het gehele soortspectrum, waarbij specialisatie is ontwikkeld in vogels, amfibieën, zoogdieren en ongewervelden. Terlouw is aangesloten bij o.a. SOVON, Vogelbescherming Nederland, RAVON, VZZ, KNNV, EIS Nederland en Stichting Partner. Voor deze organisaties is hij actief als vrijwilliger, waarvan voor SOVON gedurende 26 jaar een districtscoördinatorschap is vervuld. Vanuit zijn basisprofessie als medewerker van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en een dienstverband van 22 jaar als regiohoofd bij de Stichting het Zuid-Hollands Landschap heeft hij vanaf 1988 kennis opgedaan m.b.t. natuurbeheer en inrichting van natuurterreinen. Sedert 2012 voert Terlouw een zelfstandig ecologisch advies- en onderzoeksbureau waarvoor inmiddels voor meer dan vijftig opdrachtgevers opdrachten zijn uitgevoerd. Administratieve taken rondom de ecologische begeleiding worden verzorgd door mevrouw A.

Buisman van Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman heeft ruim 10 jaar ervaring in administratie, verpachting, kartografie en bureaustudies in natuur en landschap gerelateerde projecten, die zijn opgedaan tijdens een dienstverband bij de Stichting Het ZuidHollands Landschap. Buisman is aangesloten en actief als vrijwillig inventarisatiemedewerker bij o.a. SOVON, voor welke organisatie zij 11 jaar als assistent districtscoördinator heeft opgetreden. Buisman is als mede-eigenaar verbonden aan Bui-TeGewoon | groenprojecten.

20

BIJLAGE 2. Beknopte levering NDFF

22

IN OPDRACHT VAN:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=f8f28908-4813-42da-bad1-eacfa1528b75